Archief beheerder

Gaza : oorlog met de O van Oslo

Ben Goerion verklaart Israël onafhankelijk. Boven hem de foto van Theodor Herzl, uitvinder van het Zionisme.

Ben Goerion verklaart Israël onafhankelijk. Boven hem de foto van Theodor Herzl, uitvinder van het Zionisme.

 

door Lucas Catherine
Dit is de derde Gaza-oorlog.

Wie terug wil gaan in de tijd om die oorlog te duiden, dat is toch wat journalisten in onze media doen of zouden moeten doen, moet terug naar 1948 toen in Palestina door Oost-Europese joden de koloniale staat Israël werd opgericht. Want de meeste vluchtelingen in Gaza werden toen verdreven uit stadjes en dorpen die nu in Israël liggen. Uit Ramla, Beersheba, Ashkelan (dat nu Ashkelon heet), Isdud (herbevolkt door joden in 1957 en herdoopt tot Ashdod) of Najd (herbevolkt in 1951 en herdoopt tot Sderot). Zij waren de autochtone bevolking. Sommige van die steden worden nu vanuit Gaza beschoten door zonen van vluchtelingen, door de autochtonen dus die door de kolonisten werden verdreven. Zij beschieten de geboortegrond van hun vader uit wraak omdat zij er niet mogen naar terugkeren, terwijl nieuwe joodse immigranten, zeg maar kolonisten, er zich wel mogen vestigen. Hun manier om hun Palestijns ‘recht op verdediging’ waar te maken.

Maar zover mag je niet terug in de tijd. Volgens de heersende consensus in het establishment en in de media mag je hoogstens terug gaan tot 1967, toen de joodse koloniale staat de rest van Palestina heeft bezet. En toen er, na het Palestijns verzet uit de jaren 1920 en 1930 nog maar eens een Palestijns Verzet ontstond, overkoepelt door de PLO (Palestine Liberation Organisation). OK, ik wil gelezen worden en hou mij aan die regels. Meer zelfs, ik ga zelfs ‘maar’ terug tot 1993 en dé oplossing van de Palestijnse kwestie die toen in Oslo uit de mouw van de grootmogendheden werd geschud: twee staten en een Palestijnse Autoriteit die de Palestijnse staat zogezegd zou waarmaken.

Wat gebeurde er echter?
De PLO had toen – merkwaardig voor een politieke en militaire verzetsbeweging uit die jaren – een heel democratische structuur. De enige democratie in het Midden-Oosten, met een regering gecontroleerd door een parlement waarin meer dan 10 verschillende partijen zetelden, maar ook nog eens het hele middenveld. Met daarin de geneesheren-, de ingenieursverenigingen, de studenten, de artiesten, de vakbonden, de vrouwenorganisaties, noem maar op. Die PLO vertegenwoordigde alle Palestijnen: die op de Westbank en in Gaza, maar ook de vluchtelingen in Jordanië, Libanon, de Golf…, en niet te vergeten de Palestijnen in Israël.

Oslo heeft die democratische structuur opgedoekt en vervangen door de Palestijnse Autoriteit, die – en dit was een voorwaarde die Israël oplegde – enkel nog de Palestijnen op de bezette Jordaanoever en in Gaza mocht vertegenwoordigen. Of beter, er een erg beperkt zelfbestuur mocht over uitoefenen dat neerkwam op zichzelf bewaken onder Israëlische bezetting terwijl Israël zelf ongehinderd kon verder koloniseren. De ‘president’ Mahmoed Abbas kreeg zelfs een leger, ‘veiligheidstroepen’ opgeleid, gecontroleerd en gefinancierd door de VS. Troepen die samenwerken met het Israëlische leger en de Israëlische geheime dienst Shin Beth. Wat de Palestijnse academicus en voormalig lid van het Israëlisch Parlement, Azmi Bishara de uitspraak ontlokte: ‘Vroeger zouden we dat collaborateurs hebben genoemd, nu moeten wij ze onze vertegenwoordigers noemen. ‘Die Palestijnse Autoriteit werd voor haar voortbestaan compleet financieel afhankelijk gemaakt van de VS en van Europa. Israël daarnaast ontrok zich volledig aan zijn verplichtingen als bezettingsmacht (volgens internationaal recht en de Conventies van Genève) dat het infrastructuur van bezet gebied moest onderhouden: wegen, scholen, ziekenhuizen etc… Die factuur betaalde en betaalt niet de bezetter, maar de Europese Unie.

Op de Westelijke Jordaanoever ontvangt een op vier Palestijnen zijn wedde van de PA. In de stad waar die Autoriteit zetelt, Ramallah is een grote economische luchtbel ontstaan met een middenklasse die een derde intifadah niet direct ziet zitten. Teveel te verliezen. Max Blumenthal beschrijft het zo: “De neoliberale donor-economie fungeert daarbij als een laboratorium, waar geëxperimenteerd wordt met het onderkoelen van het Palestijns Verzet.” En dat lukt aardig met Abbas & C°. De PA is ondertussen gedegenereerd tot een Arabisch regime als een ander: corrupt, autoritair, zonder respect voor zijn burgers.

Wie voorlopig niet wil buigen, of toch niet te diep is Hamas. En daar gaat deze oorlog om. Bedoeling is niet om Hamas uit te schakelen, maar te verzwakken. De organisatie heeft al twee maal ingebonden na de vorige Gaza-oorlogen. Nu moet het echt buigen, maar niet verdwijnen. Het spook van Isis en andere jihadisten waart door het hoofd van de Israëlische bezetter. Neen, als het even kan moet Hamas een ‘islamitische versie’ van Mahmoed Abbas & C° worden en de openluchtgevangenis daar onder controle houden. En daarvoor zijn alle middelen goed, ook buitenproportionele terreurbombardementen. Hoe meer buiten proportie en hoe meer doden, des te sneller zal het doel bereikt worden, redeneert Israël.

 

Naïm Khader, eerste Palestijnse ambassadeur in de EU. Vermoord.

Naïm Khader, eerste Palestijnse ambassadeur in de EU. Vermoord.

Die verloedering van het officiële ‘verzet’ onder de Palestijnse Autoriteit is ook in de diplomatie te merken. Als je de manier van werken, de inzet en de ideeën van de eerste Palestijnse ambassadeur in België, Naim Khader (vermoord in Brussel in 1981) vergelijkt met die van de huidige ambassadeur, Laila Shahid ( dochter uit een van de grootste families van Palestijnse notabelen) kan je dezelfde verloedering vaststellen. Mevrouw wil zelfs niet meer samenwerken met het Palestina-komitee, en met Palestijnen die ‘geen eerbied hebben voor hun ambassadeur maar vervelende vragen stellen.’ Ze frekwenteert liever “M’as-tu vu-salons” en soft-zionisten als Simone Susskind, waar ze bij de laatste verkiezingen, tegen alle diplomatieke regels in opriep om voor te stemmen.

Oslo heeft ook binnen de Europese Unie er voor gezorgd dat de houding steeds meer in de richting van haast onvoorwaardelijke steun aan Israël evolueert. Het Palestijns verzet tegen de kolonisatie krijgt geen aandacht.
Op 13 juni 1980 kreeg Israël nog een flinke veeg uit de pan in de Verklaring van Venetië door het toenmalig Europa van Negen: ”De Negen memoreren dat Israël aan zijn sedert het conflict van 1967 territoriale bezetting een einde dient te maken. Zij zijn er vast van overtuigd dat de Israëlische nederzettingen een ernstige belemmering vormen voor het bereiken van vrede in het Midden-Oosten. De Negen zijn van mening dat deze nederzettingen en de verandering van bevolkingssamenstelling in strijd zijn met het internationale recht.”
Nu, in 2014 wordt de Israëlische visie principieel goedgekeurd. Of zoals Israel Today het op 24 juli 2014 formuleerde: “Israël was aangenaam verrast…Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken prees in zijn verklaring ‘de oproep van de Europese Unie tot ontwapening van de terreurorganisaties in de Gazastrook en de demilitarisering van Gaza. Deze EU-verklaringen zijn volledig in lijn met de visie die Israël leidt in de strijd tegen het terrorisme’.”

Of Hamas door de knieën zal gaan weten we nog niet. Maar de Palestijnen?
Niet als je Hanien Zuabi (de eerste Palestijnse vrouw in de Knesset, namens de Palestijns-nationale Balad-partij) bezig hoort:
“Wat wij moeten zien te bewerkstellingen is dat het Israëlisch-Palestijnse conflict niet langer bezien wordt vanuit de invalshoek van de bezetting van 1967. Impliciet begrijpen alle Palestijnen dat het Israël en de Palestijnen draait om een conflict met een racistisch koloniaal project, dat op noties van etnische zuiverheid gestoeld is… We moeten met onze eis tot ‘volwaardig burgerschap’ in Israël de morele en politieke legitimiteit van het zionistische project ondermijnen en het tot zijn werkelijke status van een racistische, koloniale onderneming degraderen.”

Dus misschien toch nog voor betere duiding en begrip terugkeren tot 1948, lang voor Oslo?

 

juli 25, 2014 at 1:35 pm 1 reactie

GAZA: NEDERLANDSE EX-PREMIER KAPITTELT DE HUIDIGE

GAZA

GAZA

door Jef Coeck

De Nederlandse oud-premier Dries van Agt (CDA/katholiek) heeft premier Mark Rutte (VVD/liberaal) een brief geschreven over het conflict tussen Israël en de Palestijnen in Gaza.

Mark Rutte

Mark Rutte

De oud-politicus is helemaal niet te spreken over het optreden van Rutte in ‘Gesprek met de minister-president’. Dat gesprek noemt Van Agt een ‘horreur’. Volgens hem gebeurt het ‘zelden’ dat oud-premiers een actuele premier aanschrijven, maar kan hij nu ‘niet langer zwijgen’.

Van Agt stelt dat Rutte de machthebbers in Gaza ervan beticht dat zelanceerinstallaties van raketten opzettelijk naast of vlak bij scholen en ziekenhuizen hebben geplaatst.
“Berust die claim op onafhankelijke bronnen, of op wat Israëlische functionarissen je hebben ingefluisterd?”, vraagt Van Agt. Hij noemt het wel ‘terecht’ dat Rutte zei dat Israël het recht heeft zich te verdedigen. “Dat lijdt geen twijfel. Maar even onbetwistbaar is het dat die zelfverdediging proportioneel behoort te zijn. Tot dusver meer dan honderd doden in Gaza, merkte de interviewer op, in Israël geen enkele. Is dat proportioneel? Het is ontluisterend dat je die vraag bevestigend hebt beantwoord. Dat is schokkend”, schrijft Van Agt.
De 83-jarige oud-politicus veroordeelt ook de raketbeschietingen vanuit Gaza. Die vormen volgens hem een schending van het internationaal recht en moeten stoppen. Hij waarschuwt echter de verhouding ‘niet totaal’ uit het oog te verliezen. “Door de 1200 raketten die Hamas en andere militante groeperingen in de afgelopen dagen hebben afgevuurd, zijn enkele Israëli’s gewond geraakt en is enige materiële schade in Israël veroorzaakt. Er is één Israëlische dode te betreuren.”

 

Dries van Agt

Dries van Agt

Wat Van Agt verder stoorde in het televisieoptreden van Rutte was het ontbreken van enige empathie met het ‘immense leed van de weerloze Palestijnen’. “Voor zo veel nood en pijn, beste Mark, kun je toch niet ongevoelig blijven? Hoe is het mogelijk dat ons land zozeer faalt in het beschermen van de rechten van de Palestijnen? Israël schendt het internationaal recht dagelijks, al decennialang, op allerlei manieren, met ernstige gevolgen. Waarom laat je nooit daarover de vonken van je verontwaardiging van het scherm spatten?”, besluit de oud-premier zijn relaas.
LEES VOORAL de volledige brief:

http://rightsforum.org/open-brief-dries-van-agt-aan-mark-rutte

juli 17, 2014 at 12:01 pm 4 reacties

MOGEN DE ABJECTE IDEEËN VAN EEN HOMEOPAAT IN DE KRANT?

homeopathie 3

door Annieke Kranenbert/ombudsvrouw

De reacties op het interview met homeopathisch arts Jan Scholten in de Volkskrant (Ned.), deden in felheid niet onder voor de weerstand die Wilders doorgaans oproept, schrijft ombudsvrouw Annieke Kranenberg. Waarom gaf de krant Scholten een podium?

‘Aids is geen ziekte, het is een symptoom’, zei homeopathisch arts Jan Scholten vorige week in een interview in de Volkskrant. ‘Het is een uiting van een verzwakte afweer. Die ontstaat als de patiënt een blokkade heeft.’ Eerder was ophef over Scholten ontstaan omdat hij was geridderd, terwijl hij in Afrika een omstreden homeopathische therapie propageert voor de behandeling van aids. In deze krant gaf hij voor het eerst weerwoord.

De reacties die volgden, deden in felheid niet onder voor de weerstand die Wilders doorgaans oproept. Waarom geeft de krant zo’n man een podium? Waarom mag hij zo’n gevaarlijk gedachtengoed verspreiden? Ook op de redactie was dit geluid te horen: mag de krant zulke abjecte ideeën wel publiceren?

Te weinig over alternatieve geneeskunde

Anders dan de PVV-leider kreeg Scholten ook bijval van een groep Volkskrantlezers. Zij vinden juist dat hij te kritisch is benaderd. ‘Een integere man die vrijwillig een interview geeft wordt journalistiek afgeschilderd als een oplichter’, mailt een van hen. Vervolgens klinkt er een bekende klacht: de krant bericht überhaupt te weinig over alternatieve geneeskunde.

Op dat laatste zal ik niet uitgebreid ingaan. De vorige ombudsvrouw concludeerde al dat de alternatieve geneeskunst er inderdaad bekaaid vanaf komt. ‘Als een miljoen Nederlanders naar een haptonoom, chiropractor, antroposofisch arts, natuurgenezer of bloesemtherapeut gaan, moet de krant daarover schrijven’, stelde ze terecht.
Los van het homeopathie- debat – dat ideologische trekjes vertoont – had het interview met Scholten gewoon nieuwswaarde. Begin mei verscheen een kritisch artikel van Sciencepalooza over het ridderen van Scholten, ‘het brein achter het homeopathische middel iquilai’. Er is geen enkel bewijs dat het middel – dat niet dubbelblind is getest – werkt, schreef de auteur. Homeopaten die iquilai voorschrijven zouden stelselmatig het belang van reguliere antiretroviralen afwimpelen.

Gealarmeerd door het stuk, dat ook op Volkskrant.nl stond, vroegen Kamerleden of het lintje kon worden ingetrokken. Dat kan alleen als iemand tot 1 jaar cel is veroordeeld, antwoordde de minister van Volksgezondheid vorige week. Scholten mag zijn onderscheiding dus houden, berichtten twee verslaggeefsters op pagina 2, met een verwijzing naar het interview. Daarin weersprak de homeopaat dat hij patiënten afhoudt van hiv-remmers en roemt hij de werking van iquilai.

‘Hij ontmaskerde zichzelf’

Bovenal geeft het interview een fascinerende inkijk in de zienswijze van de alternatieve geneesheer. Het commentaar dat Scholten er ‘kritiekloos op los mocht bazelen’ deel ik niet. Het nieuws ‘Omstreden homeopaat houdt lintje’ gaf richting aan de gehele productie. Ook stond er een kader bij met kritiek van onder anderen een gerenommeerde aidsarts. De auteurs vertellen dat ze Scholten ‘uiteraard’ met alle tegenwerpingen confronteerden, maar dat zijn antwoorden nogal wijdlopig waren. Daarom leende het interview zich niet voor ‘vraag-antwoord’, een vorm waarin de auteurs gemakkelijker scherpte hadden kunnen laten zien. Bovendien wilden ze zijn visie laten zien. ‘Hij ontmaskerde zichzelf’, zegt een van hen.

Het is de vraag waar de critici van het interview bang voor zijn. Het lijkt me stug dat lezers die zich nog niet tot zijn methode voelen aangetrokken zich daartoe laten verleiden door dit stuk. De krant heeft de schone taak inzicht te bieden. Door denkbeelden die mogelijk aanstootgevend of idioot zijn uit de krant te weren, wordt lezers belangrijke informatie onthouden. Wanneer Nederlandse jihadjongeren in het buitenland andere moslims doden, zijn hun denkbeelden journalistiek relevant. Hetzelfde geldt voor de opvattingen van ouders die hun kinderen niet laten inenten tegen de mazelen.

Beduveld

Scholten zelf is teleurgesteld in het interview, zo laat hij desgevraagd weten. Hij voelt zich beduveld omdat er een kritisch kader bij is geplaatst, waarin wordt beweerd dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat voor de werking van homeopathie. ‘Het zou míjn interview zijn’, zegt hij. Reguliere en homeopathische geneeskunde moeten volgens hem gelijkwaardig worden behandeld.

De krant zal niet meegaan in Scholtens paradigma. De redactie hanteert een wetenschappelijk referentiekader, past hoor- en wederhoor toe – ook in de vorm van een kritisch kader. Op een punt verdient Scholten wel gehoor. Het verwijt dat hij slachtoffers zou maken in Afrika is ernstig, maar voor zover bekend niet bewezen. Daar ligt een journalistieke taak: wat gebeurt er in de iquilai-klinieken?

Annieke Kranenberg, de Ombudsvrouw, behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de inhoud van redactionele pagina’s en journalistieke aanpak.

homeo

ombudsvrouw@volkskrant.nl
volkskrant.nl/ombudsvrouw

http://www.skepsis.nl/homeopathie.html

 

juli 13, 2014 at 10:19 am Een reactie plaatsen

THE CURE IN PALESTINA: TO KILL AN ARAB

platenhoes The Cure

platenhoes The Cure

door Lucas Catherine

Na de ‘Mannekesboekskes’ en de ‘kopermunten’, nog maar eens een stuk over mijn verzamelwoede. Ditmaal fonoplaten. En hierna zwijg ik erover, echt waar, beloofd. Grammofoonplaten dus. Niet dat ik Marc Didden zijn reeks Schallplatten in het DM-magazine wil overnemen, maar al een paar dagen, bij het bekijken van het journaal moet ik aan de eerste song van The Cure uit 1979 denken:

To Kill an Arab.
Standing on the beach
With a gun in my hand
Staring at the sea
Staring at the sand
Staring down the barrel
At the Arab on the ground
I can see his open mouth
But I hear no sound.

I am the Stranger
Killing an Arab.
De song gaat volgens Robert Smith van The Cure terug op L’Etranger van Albert Camus, waarin een Franse koloniaal in Algerije zo maar een ‘Arabier’ vermoordt, zonder enige empathie voor de gedode ‘inboorling’, want na het eerste dodelijke schot vuurt hij nog eens vier maal op het lijk. Deze song schoot door mijn hoofd toen ik het verhaal van de folterdood van Mohammed Abu Khdeir hoorde: zijn ontvoerders lieten hem volgens de Israëlische lijkschouwer benzine drinken, overgoten hem daarna met benzine en staken hem dan in brand. Drie verdachten hebben bekentenissen afgelegd. Het zijn orthodoxe joden, recente immigranten uit de VS. Ze zouden volgens de Israëlische politie ook gepoogd hebben de dag voordien de tienjarige Musa Zallum te ontvoeren. Zijn moeder kon het verijdelen.

Filmdecor L'Etranger

Filmdecor L’Etranger

Het verhaal is ruimer dan de drie ‘Israëlische tieners’ en de vermoorde Mohammed Abu Khdeir. Daarvoor werden er nog 4 jonge Palestijnen gedood en na de ontvoering nog eens drie. Samen met de volwassenen gaat het in de jongste weken om 10 Palestijnen die door Israëli’s werden gedood. Sedert het jaar 2000 werden 1.526 Palestijnse kinderen vermoord (cijfers van Rememberthesechildren.org en B’tselem). Zij kregen geen media aandacht. Niemand riep op om deze kindermoorden te veroordelen.
Israëlische en andere media verwijten wel eens de Palestijnse moeders dat ze hun kinderen naar betogingen sturen en zo mede verantwoordelijk zijn voor hun dood of opsluiting. Maar niemand heeft Rachel Frankel, de moeder van één van de vermoorde kolonistenjongeren gevraagd waarom zij met haar gezin is verhuisd uit de VS naar een militante, extremistische kolonie gebouwd op gestolen Palestijnse grond en of ze misschien daarmee haar kinderen in gevaar heeft gebracht.

Protest Palestijnse jongeren in Galilea, Israel

Protest Palestijnse jongeren in Galilea, Israel

Kolonisten, zoals l’Etranger van Camus hebben geen empathie met de gekoloniseerde. En kolonisten waren deze drie ‘tieners’ – een van hen was soldaat -, recent geïmmigreerd uit de VS en geïndoctrineerd door het zionisme alsof alleen zij rechten hebben. En terecht gekomen in een koloniaal systeem dat Israël heet. Een staat opgericht door kolonialisme en die nog altijd verder koloniseert. Een staat gesticht door joodse Europeanen, die hun afkomst maskeerden met behulp van de Bijbel en nieuwe hebreeuwse namen en zo ook hun kolonisatie proberen te verdoezelen:
De stichter van Israël, Ben Goerion heette vroeger gewoon Grün; Simon Peres, Persky; Ariel Sharon, Schönerman; Tzipi Livni, Benozovitsj en Netanyahu, Mileikovsky. En ook zij gedragen zich zoals L’Etranger.
Wanneer de Palestijnen protesteren tegen dit kolonialisme noemt men hen fanatieke terroristen en vergeet men het fanatisme van de koloniaal die hen heeft verdreven.
Maar dat klopt niet. Zoals de joods-Oostenrijkse dichter Erich Fried (1921-1988) schrijft in zijn bundel: Höre, Israel ! :

De Vergelijking klopt niet

Zonder het fanatisme
Van de zionisten
Zouden de Kinderen en de Vrouwen
Van beider kanten niet dood zijn.
Zouden de Kinderen en de Vrouwen
Van beider kanten nog leven
Zonder het fanatisme
Van de Palestijnen?

De vergelijking gaat niet op
De Verdrevenen moeten misschien
fanatieker zijn dan de Verdrijvers
Om in leven te blijven
Want de Verdrijvers leven
Op de plaats van de Verdrevenen
En niet de Verdrevenen
Op de plaats van hun Verdrijvers.

Soms is het beter niet naar muziek te luisteren, gedichten of boeken te lezen, en gewoon wat in de krant staat voor waar aan te nemen, want voor je het weet krijg je anders het etiket antisemiet opgeplakt.

Palestijnen blokkeren autoweg uit protest

Palestijnen blokkeren autoweg uit protest

 

juli 9, 2014 at 10:56 am 2 reacties

ZIJN DE DUITSERS WO I VERGETEN?

ausstellung-teaser_01

door Walter Zinzen

Tijdens de Europese top in Ieper viel één deelnemer meer op dan de andere : de Duitse bondskanselier. Geheel tegen haar gewoonte in stapte ze op de toeschouwers af en sloeg een praatje met ze. Wou ze hiermee een soort verontschuldiging prevelen voor het feit dat haar landgenoten deze mooie stad in 1917 aan gruzelementen hadden geschoten? Of besefte ze niet goed waar ze was en dacht ze dat ze als baas van Europa wat aan haar populariteit moest doen?

Als we Terzake van een paar dagen geleden moeten geloven, is deze laatste
veronderstelling de juiste. Want een verslaggeefster van dit programma , waar integere journalistiek hoe langer hoe meer onder druk komt te staan, had zich naar Berlijn begeven en daar vastgesteld dat de herdenking van de Groote Oorlog de Duitsers compleet voorbijgaat. Aan schoolkinderen stelde ze de vraag of ze de uitdrukking “in Flanders Fields “ kenden. Neen, de kinderen kenden die uitdrukking niet. Zie je wel, kraaide de verslaggeefster, over WO I wordt in Duitsland niet gesproken. De herinnering eraan wordt volledig overschaduwd door die aan de tweede wereldoorlog.

Je vraagt je af in welk Berlijn onze montere reporter heeft rond geneusd. Wie uit het vliegtuig stapt op luchthaven Tegel kan er niet naast kijken, naast de grote affiches voor een grote tentoonstelling over de “Erste Weltkrieg” in het Duitse historische museum. De stad hangt er vol van. Maar de Terzake-ploeg repte zich liever naar een wat verwaarloosd kerkhof om aan te tonen dat de joodse soldaten die in Flanders Fields gesneuveld zijn niet geëerd worden.
Mocht Terzake de tentoonstelling wél bezocht hebben dan zou haar visie op zijn minst een beetje genuanceerder zijn geweest. Ze is een aardig (als dat woord hier toepasselijk is) pendant van het museum in Ieper dat “In Flanders Fields” heet, juist ja. In Berlijn ontbreekt de verwijzing naar het gedicht van de Canadees John McCrae volkomen , dat klopt. De boodschap daar is ook meer onderkoeld dan die in Ieper, waar ze duidelijk pacifistisch is (‘nooit meer oorlog’). Maar de lichte afstandelijkheid van de Berlijnse tentoonstellingbouwers is niet minder effectief. Haast integendeel. Met heel veel foto- en filmarchief en sobere maar heldere teksten wordt niet alleen het verloop van de oorlog zelf maar ook de voor- en nageschiedenis verteld. Zoals dat traditie is geworden in het huidige Duitsland, worden de misdaden van het Keizerrijk niet onder de mat geveegd. De moordpartijen in Leuven, de brandstichting in de universiteitsbibliotheek, de vernieling van Ieper en zo vele gruwelijkheden elders in Europa : het zijn even zo vele aandachttrekkers . In de teksten wordt de term “barbarij” zelfs niet geschuwd, wel tussen aanhalingstekens, dat is waar. Het gaat dan ook om citaten uit de Britse pers tijdens de oorlogsjaren , die bepaald niet krenterig worden gehanteerd. Niet goedkeurend, niet afwijzend. Gepresenteerd als feitelijkheden, op zijn Brits als het ware.

Veel aandacht gaat ook naar de gevolgen van die Groote Oorlog op staatkundig gebied : staten verdwenen (Oostenrijk-Hongarije) , andere verschenen (Sovjet-Unie), Duitsland zelf werd een republiek.

Vanzelf denkt men dan aan het verdrag van Versailles , dat de kiemen van nr. 2 in zich droeg. Ik hoop onze historicus van Vergeten Zaken niet te mishagen door op iets anders te wijzen. De verre voorganger van Angela Merkel, rijkskanselier Theobald von Bethmann Hollweg , was in 1914 ten oorlog getrokken met een duidelijk plan voor ogen van het na-oorlogse Europa. Na de Duitse overwinning – waaraan hij uiteraard niet twijfelde – wou hij een Europese economische unie uitbouwen met Frankrijk, de huidige Benelux-landen, Denemarken, Oostenrijk-Hongarije en eventueel ook Italië, Zweden en Noorwegen. De Duitse overwinning bleef uit maar de geest van verzoening was na de oorlog, mede als reactie op de gruwelen , toch redelijk sterk.

In 1925 tekenden de oude vijanden Frankrijk en Duitsland het verdrag van Locarno en drie jaar later , samen met 21 andere landen, het Briand-Kellogpact ‘tot uitbanning van de oorlog’. Briand was de Franse en Kellog de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Briand kwam een jaar later met het idee van een Europese Unie aanzetten, met exact dezelfde doelstelling als die van de Europese Economische Gemeenschap die in 1958 werd opgericht : de oorlog uit te bannen door de economieën van de lidstaten met elkaar te vervlechten. Maar toen kwam een zekere Hitler aangemarcheerd en het vervolg kennen we. Toch durf ik te denken dat Theobald von Bethmann Hollweg vanuit zijn graf glimlachend naar zijn opvolgster in de huidige Bondsrepubliek kijkt : de Europese economische unie is er en ze wordt geleid door Duitsland. Mein Liebchen, wass willst du noch mehr?

buch-212_04
——————————–
* Deutsches Historisches Museum, Unter den Linden 2, alle dagen open van 10 tot 18 u., nog tot 30 november

* Zie ook: WO I, Europa moet één worden, Volkskrant 28.6.14

juli 1, 2014 at 9:45 am 1 reactie

Koper in Afrika: VAN KOPERETERS TOT BELGENMOP

Lukoper boven

door Lucas Catherine

Ze vragen mij wel eens: waar haalt zo’n historicus van Vergeten Zaken zijn verhalen? En ik antwoord dan met een platitude: in mijn bibliotheek. Alhoewel, een platitude is dat niet echt. Mijn bibliotheek is namelijk mijn levenslijn en heeft talloze en niet zo direct herkenbare voordelen, meer dan je zou verwachten. Ze is bijvoorbeeld ook mijn beste remedie tegen de ziekte van Alzheimer. Vroeger dacht ik altijd, die ziekte kan mij niets doen, zolang ik de voornaam van die dokter onthou. Maar ik beken, ik heb het nu, voor de allereerste keer moeten googlen. Ik was vergeten dat hij Alois heette! Maar ik blijf volhouden dat een eigen bibliotheek, die je dan ook nog gebruikt, een betere remedie is tegen zijn ziekte dan kruiswoordpuzzles oplossen. Mijn schoonmoeder geloofde in die laatste theorie en ze is gestorven met Alzheimer.

Natuurlijk is een bibliotheek ook gewoon een schatkamer aan verhalen en ik haal dus mijn verhalen uit mijn bibliotheek. Die heb ik regelmatig moeten zuiveren van onnuttige lectuur, vooral litteratuur, omwille van het gewicht want ik heb mijn bibliotheek altijd meegezeuld, naar Khartoum of Dar es Salaam, in een 20 voet container, dankzij Buitenlandse Zaken en onder het motto ‘Join Tindemans and see the world’. Leo Tindemans was toen bevoegd voor BuZa.

En mijn verhalen haal ik ook uit mijn passie voor verzamelen. Ik had het hier laatst nog over mijn verzameling ‘mannekesboekskes’. Ik verzamel ook oude koperen munten. Ik weet, dat is niet modieus.
Kijk maar naar wat die kopertjes van de Euro te beurt valt.Muntjes van 1 en 2 cent, wie wil ze nog? In ieder geval niet Linda, bij wie ik iedere dag mijn eerste Stella bestel. Zij kipt ze in een vaas, en ‘als ze vol is ga ik er mee naar de Nationale Bank. Voor één kilo krijg ik twintig Euro.’

Ik hou van koper en verzamel dan ook kopergeld. Maar dan in functie van mijn historische belangstelling voor Afrika. Afrikaans kopergeld dus. En alhoewel Homeros in zijn Ilias schrijft: koper is geen goud, daar in Zwart Afrika speelde koper de rol van goud bij ons. De Britse ontdekkingsreiziger Cameron uitte al in Across Africa (1877) zijn verbazing over het feit dat de mensen in centraal Afrika wel goud kenden, maar liever koper gebruikten. Goud was te zacht en te buigzaam.

Koperproductie en de handel erin lagen aan de basis van de grote Koninkrijken der Savanne, zoals Jan Vansina ze noemde. Wat de Engelsen later de Copperbelt zijn gaan noemen strekte zich uit vanaf Katanga tot aan het Malawimeer.
En niet alleen Centraal-Afrika leefde in de ban van koper. Zelfs de Oostkust, waar de Swahili vanaf het eiland Kilwa de goudtrafiek controleerden tussen zuidelijk Afrika (het oude Zimbabwe) en de Arabische Golf. Mijn oudste munt dateert van daar. En alhoewel de Swahili in goud trafikeerden, is de munt uit koper. Hij dateert uit 1070 en de tekst rijmt nog ook: Ali bin al Hassan, yathiq bi mawla al Minan. Ali zoon van Hassan, betrouw op de Heer der Gratie muntje nr 7). Ik heb hem niet zelf opgegraven, maar geruild. Tegen een fles goedkope whisky, Johnny Walker Red Label. Het was nog in de tijd van het socialisme à la Nyerere, erg geliefd in Europa, desastreus voor de Tanzanianen en ook voor het toerisme. Vandaar dat de weinige Indische antiquairs van Dar es Salaam zelfs bereid waren in natura betaald te worden.

Lukoper 1

Een fles rode wiskhy dus voor een klein rood koperen muntje uit 1070. Ze begrepen zelfs niet wat er op stond, want dat was Arabisch. Zo komen we bij een tweede informatieve kant van kopertjes: je ziet er de evolutie op van de dominante cultuur- en handelstaal. Mijn meest moderne munt uit Oost-Afrika is dan ook in het Engels en industrieel vervaardigd, want er zit een gaatje in (nr 1). Hij dateert uit 1956. Tachtig jaar eerder, toen de Britten pas arriveerden, gebruikten ze nog de oude cultuurtaal, Arabisch voor hun eerste munten toen (nr 2): Mombassa 1306, en dat is natuurlijk de moslim jaartelling, vertaal maar naar 1888. De Britten hadden er concurrenten, de Duitsers en ook die gebruikten eerst Arabisch (nr 4) Sharika Alemania, sana 1309, vertaal als Deutsch Ostafrikanische Gesellschaft, 1892. Daarna werd het alleen nog Duits (nr 3). De sultan van Zanzibar, die toen over heel de Swahili-kust heerste van Mogadishu (nu Somalia) tot Mozambiek, besloot toen om snel zelf munten uit te geven om zijn soevereiniteit te benadrukken. Natuurlijk in het Arabisch.

Maar wie zou die voor hem aanmaken? Britten en Duitsers vertrouwde hij niet. En toen dook er een Belgische Consul op die de Onafhankelijke Kongo Staat vertegenwoordigde en die wou de Sultan gunstig stemmen met spiegels uit Val Saint Lambert en geweren uit Herstal. Maar sultan Bargash wou geld, zijn eigen geld. Konden ze in Brussel geen munten voor de sultan slaan? Dat kon, en gebeurde in 1299/1882 in naam van Sultan Bargash bin Said. Alleen verhaspelden ze in Brussel zijn naam en werd het Said bin Bargash. Eerste Belgenmop in Oost-Afrika (nr 6). Vijf jaar later werd een tweede reeks aangemunt, en nu waren ze voorzichtiger, er kwam alleen het Arabische woord Zanjbar/Zanzibar op (nr 5). Zoveel Arabisch kenden ze in Brussel toen wel. En dat allemaal omdat Leopold II ook vanuit Zanzibar Kongo wou koloniseren. Maar in Kongo hadden ze hun eigen munten. De zogenaamde croisettes, omdat sommigen ervan in kruisvorm zijn, maar ze bestaan ook in H-vorm, I -vorm en I-vorm.

Kopereters

Kopereters

Hoe ze werden gemaakt? Wel, Iedere maand mei, na het oogstseizoen, verklaarde de leider van de mijnwerkers en de metaalgieters het koperseizoen voor geopend.
Heel het dorp ging dan, zoals ze lokaal zegden ‘koper eten’. De vrouwen legden proviand aan. Het gereedschap werd bijeengebracht en hersteld: hakken, houwelen, draagkorven om het mineraal te vervoeren, blaasbalgen in antilopenhuid. Daarna zette heel het dorp zich in beweging richting de groene heuvels. Daar werd een tijdelijk dorp gebouwd langsheen de rivier waarin het erts ligt. Vrouwen en kinderen rapen het malachiet op van net onder de bovenste grondlaag. De mannen graven grachten en schachten die soms tot dertig meter diep gaan. Dit werk kan een paar maanden duren. Alleen zuiver malachiet wordt verzameld en op kleine hoopjes gestapeld. Dan bouwen zij smeltovens die zo’n twee meter hoog zijn. Elke oven wordt bediend door een meester-smelter. Houtskool en houtbundels worden in brand gestoken en daarop giet men vijftig kilogram gebroken malachiet. Vier blaaspijpen in antilopenhuid worden onderaan de oven ingebracht. Het metaal begint te smelten en wordt opgevangen in gietvormen. Na afkoeling recupereert men de blokken koper. Eens de “koperoogst” gedaan, verlaat men het kampement en keren de “kopereters” terug naar hun dorp.’

En hoe zag dat geld eruit? De munten die dagelijks werden gebruikt waren heel klein (1cm x 1cm), en niet in kruisvorm, maar in H (muntje 8). De oudste dateren uit de 13de eeuw. Dan was er het grof geld, voor belangrijke zaken, zoals het uitbetalen van bloedgeld na een moord of als bruidschat. De Koningen van die koper etende koninkrijken, zoals Msiri (Katanga), Kazembe (koning van de Yeke) stockeerden grote staven in dubbele T-vorm, die dateren uit de 19de eeuw en Livingstone heeft er nog mee rond gezeuld. Er liggen er nu in het Livingstone Museum (Schotland). En meezeulen is het juiste woord want ze wegen 30kg en meer. In het Africamuseum van Tervuren hebben ze er ook een.

Museum Tervuren

Museum Tervuren

Ik heb het uitgeleend voor de expo Loopgraven in Afrika, over het Kongolese koloniale leger in ’14-‘18 die heel de zomer in Oostende loopt en we hebben er ons een breuk aan geheft om het in een vitrine te krijgen. Zo’n koperstuk zit dus niet in mijn verzameling. Het exemplaar waar ik het over heb was een cadeau aan koningin Fabiola, die het uitleende aan Tervuren.. En ook de grote croisettes, de Katangakruisen, zitten niet in mijn verzameling. Ze worden tot op vandaag geproduceerd voor de schaarse toeristen en alle kolonialen hebben er een in hun verzameling, of meestal, in de verzameling van hun vrouw. Het bijbehorend verhaal is namelijk dat je daar een vrouw kon mee kopen. Lukoper 4 croisette

Dat deze Katangakruisen nog altijd geproduceerd worden is ‘te danken’ aan de Union Minière du Haut Katanga, toen die de koperhoudende gronden hadden afgenomen van de lokale bevolking, kregen sommige chefs jaarlijks een quotum kopererts waarmee dan hun smeden die kruisen konden aanmaken. Mijn verzameling van H-vormige croisettes heb ik gewoon in Brussel gekocht, waar sommige handelaars in oude munten ze voor een zeer schappelijke prijs (die van drie pinten) te koop aanbieden. Wat natuurlijk normaal is als je weet dat die kleintjes het echte dagelijks gebruikte geld was. En op die kleine koperen Kongolese muntjes staat niets, in geen taal, en dat is ook normaal: echt geld kent geen grenzen en dus geen taal.
Lucas Catherine
Historicus van Vergeten Geld
GOED NIEUWS:

Van 4 juli tot 14 september loopt in de Venetiaanse Gaanderijen van Oostende de tentoonstelling ‘LOOPGRAVEN IN AFRIKA 1914-1918’. Het klinkt cynisch om dit ‘goed nieuws’ te noemen. Toch is het zo, vanwege onze onbekendheid met deze feiten.
De Groote Oorlog speelde zich niet enkel achter de Ijzer en aan de Somme af, maar zelfs in Afrika. Historicus van Vergeten Zaken Lucas Catherine dook in de archieven van WO I en diepte een verhaal op dat nooit de Belgische geschiedenisboeken haalde. Maar wel het Salon van Sisyphus: AFRIKA WORDT ZELFS OORLOGSGEWIJS VERGETEN (7 oktober 2013)

De Europese naties waren koloniale rijken die soldaten uit de hun toegeëigende gebieden inzetten in hun strijd. Dit maakte deze oorlog niet tot een Europees conflict maar tot een heuse wereldoorlog. België zond – in tegenstelling tot Frankrijk en Groot-Brittanië – geen koloniale troepen naar het front in Europa. Onze legerleiders mobiliseerde in Congo strijdbare mannen en vrouwen voor de Force Publique.Ze werden ingezet om het Duitse leger te bevechten in wat nu Tanzania heet.

De tentoonstelling ‘Loopgraven in Afrika’ brengt het archiefmateriaal samen in een unieke fototentoonstelling en vertelt een verhaal dat de loop van onze Europese geschiedenis bepaalde zonder dat het ooit die erkenning kreeg.

Kongolese kunstenaars (Freddy Tsimba) nemen deel met hun werken, installaties en literaire events. Ook collages van oude foto’s (Sammy Baloji) zijn er te zien, samen met hedendaagse foto’s (Crispin Mvano).
meer inlichtingen: http://www.oostendecultuurstad.be (jc)

Lukoper slot

 

juni 29, 2014 at 1:47 pm 2 reacties

MANNEKESBOEKSKES OVER CONGO

Luc 2
door Lucas Catherine

 

Boeken worden hier regelmatig besproken. Mannekesboekskes niet. En daarmee bedoel ik geen Mannen Bladen, maar ik gebruik hier ons Brabants woord voor stripverhalen. Die Mannekesboekskes hebben mij een venster op de wereld geopend. Ik weet het die vergelijking is van Gerard Walschap toen hij het over de beginjaren van de televisie had, maar ondertussen is dat venster al lang op een heel kleine kier na gesloten.

Bij stripverhalen, of beter albums zeggen we nu, is de omgekeerde beweging aan de gang. De tijd van Suske en Wiske, Nero en Kuifje ligt al eeuwen achter mij. En ik geef het grif toe, dat was geen ‘venster op de wereld’, maar een vervormd spiegelpaleis. En dan heb ik het niet alleen over Tintin au Congo – voor onze noordelijke taalgenoten vertaald als Kuifje in Afrika. Van Kongo hadden die nooit gehoord -, maar ook over de Tamtamkloppers, De Vliegende Aap, om niet te spreken van Nero die mij in de Negen Peperbollen mijn eerste woorden swahili leerde. En ondanks die Duistere Spiegel, keek ik er graag naar.

Als ik nu even over mijn toetsenbord kijk dan merk ik dat mijn verzameling stripverhalen stukken indrukwekkender is dan die van de romans die ik nog niet tweedehands heb gedumpt. Die strips zijn voor mij erg belangrijk geweest, vooral in mijn jeugd. En toen, we spreken nu van voor de oorlog (ik bedoel die van Korea) was er al een onderscheid in de Mannekesboekskes tussen fictie en non-fictie. Die laatste variant was minder bekend, maar De verhalen van Oom Wim (“Les Belles Histoires de l’ Oncle Paul”, voor de West-Vlamingen onder u die in het Frans werden opgevoed) was een Belgische educatieve stripreeks die tussen 1951 en 1982 in het weekblad Robbedoes/Spirou verscheen. Daarin heb ik Stanley leren kennen, de man die volgens Oom Wim koning Leopold II de Kongo schonk, en die dus daarna diezelfde Kongo aan ons Belgen schonk.

Stripverhalen zijn geen echte culturele producten. Akkoord. Maar ondertussen heb je ook albums. En daar wil ik er u twee van voorstellen. Allebei over Kongo.
U heeft, of dat had u moeten doen, Joseph Conrad’s Hearth of Darkness gelezen. Ik zal u wat bekennen, ik had dat gelezen, maar wist er nog weinig van. Eerste ‘roman’ over de wrede kolonisatie van Leopold II, zeer getrouw aan de realiteit, dus helemaal niet zo fictief. Een ding herinner ik mij wel erg goed, iets heel intrigerends: waarom kwam die Pool, want zijn volle naam is Jozef Teodor Konrad Korzeniowski, die zo gebiologeerd was door Afrika naar Brussel, terwijl hij toch half Engelsman was geworden? Waarom ging hij werken voor een Brusselse koloniale maatschappij, en niet voor een Britse? Een vrouwenkwestie. Hij had een tante, maar dan een heel jonge, die en plus weduwe was van een Brusselaar, Marguerite Poradowska en hij was verliefd op haar. De toenmalige liberale Brusselse burgemeester Charles Buls was trouwens ook haar aanbidder. Geen van beiden heeft het gehaald. Zij stond te veel op haar onafhankelijkheid, maar Joseph Conrad schreef haar wel heel de tijd brieven, die nog interessanter zijn dan zijn boek. Soit.

Hij nam dienst bij Albert Thys, naar wie later in Kongo, Thysville werd genoemd. Een man met vele compagnies, van spoorwegen tot ivoor, en het is als ‘ivooroogster’, zo heette dat toen dat Conrad de Kongostroom afvaarde in dienst van Thys. De man stierf tijdens de Eerste Wereldoorlog en daarna gingen zijn talrijke bedrijven over in de Société Générale, daardoor dat hij een beetje uit de plundergeschiedenis van Kongo verdween, maar hij rijfde zeker evenveel Kongolees geld binnen als Leopold II en de familie Thys zit nog altijd in de Belgische haute-finance. Zij waren trouwens betrokken in het recente financieel schandaal rond de Compagnie du Bois Sauvage.
Wel ik heb dat verhaal van Conrad over Thys helemaal herlezen, maar nu als stripalbum en als u dat verhaal van Joseph Conrad, Heart of Darkness ook nog eens wil herlezen, historisch heel getrouw en ook nog eens verbazend mooi geïllustreerd,

Baruti en vrienden

Baruti en vrienden

dan raad ik u aan: “Kongo, Le ténébreux voyage de Józef Teodor Konrad Korzeniowski” van Tirabosco en Petrissin. Het is nog maar enkele maanden uit.
Doen, voor de tekst én voor de tekeningen. En om een platitude uit de filmkritiek te gebruiken: de remake is beter dan het origineel.

Luc CongostripBar2_NEW
In het kader van de 100ste verjaardag van Wereldoorlog I, was ik flabbergasted, ik schrijf het in het Engels, want de Engelsen zijn specialist in het herschrijven in hun voordeel van de geschiedenis, ook die van WO I in Afrika, ik was dus flabbergasted door het stripverhaal van Barly Baruti over die Belgische koloniale oorlog in Oost-Afrika. Flabbergasted, omvergevallen van verbazing door de tekeningen, maar zeker door het verhaal.

Barly Baruti is Belg, Kongolees, schilder, muzikant en striptekenaar. Hij heeft nog met Bob De Moor gewerkt in de ateliers van Hergé, en dat kan je zien aan de tekeningen. De bekende Belgische klare lijn, maar dan in kleur door een zwarte.
Het album is nog niet uit (het ligt pas op 2 juli in de boekhandel), maar ik kon het inkijken.

Luc CongostripBar3_NEW
Het heeft niets van een manga of andere modieuze strip, dus geen geweld of bloed dat van de pagina’s druipt. Een oorlogsverhaal dat gaat over menselijke verhoudingen. En dat is een heikel thema als het over ‘Onze Kongo’ gaat. Want de Belgische kolonisatie was er een van segregatie, zeg maar apartheid à la Belge, met een paternalistisch contact tussen blank en zwart die een dekmantel was voor hard racisme. Bambi Ceuppens van het Africamuseum heeft daar een pertinente analyse van gemaakt. Baruti is natuurlijk een artiest. Bij hem is de moeilijke verhouding in een verhaal gegoten. De geschiedenis van Madame Livingstone

Luc Conrad1_NEW
De Belgische kolonisator noemde zijn zwarte ondergeschikten niet bij hun echte, traditionele naam, maar voorzag ze van een bijnaam. Zo kreeg de vader van Barly Baruti de naam David Livingstone omdat hij lang, niet gekroesd en niet zo zwart haar had. Net als de Schotse missionaris waar toen veel over te doen was. Baruti kreeg eerst ook die naam, maar die veranderde na de ‘Zairizering’ van Mobutu in Barly Baruti. Maar dat is lang na ’14-’18, waarin het verhaal speelt. De jonge Kongolees hoort over de oorlog en wil dienen in het koloniaal leger, als verkenner, want hij kent de grensstreek als geen ander. Hij stoot vooral op spot: hoe kan je Livingstone heten, je bent toch geen Schot? Daarop besluit onze held om een krat Belgisch bier te stelen uit de legervoorraad en die naar de Britse troepen over de grens te gaan omruilen tegen een Schotse kilt. Trots keert hij terug naar zijn eenheid in het koloniale leger, maar het levert hem enkel een nieuwe bijnaam op, omwille van de kilt, Madame Livingstone en in het stripverhaal gaat hij nu een belangrijke rol spelen. Hij is eigenlijk de man die de grote oorlogsbodem, de Von Götzen, bombardeert op het Tanganyikameer (de grens tussen Kongo en toenmalig Duits Oostafrika).

Luc Conrad2_NEW

Niets historisch, maar een literaire parabool die duidelijk maakt welke belangrijke rol de Kongolezen speelden in deze oorlog. Een strip dus die meer vertelt dan de officiële herdenkingen.

Lucas Catherine
Historicus van Vergeten Zaken.

Lees over deze geschiedenis op dit Salon ook:

http://salonvansisyphus.wordpress.com/2013/10/07/afrika-wordt-zelfs-oorlogsgewijs-vergeten/

 

juni 19, 2014 at 10:09 am 2 reacties

Oudere berichten


Kalender

augustus 2014
M D W D V Z Z
« jul    
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 652 andere volgers