Archief beheerder

OP ZOEK NAAR DODE DICHTERS IN MAROKKAANS BLED

Aghmat Graf_Al-Mu'tamid

door Lucas Catherine

 

Antwerpen of Watermaal-Bosvoorde zijn voor mij vreemde, exotische plekken. Ik vermijd ze, vraag me niet waarom. In Rabat of Tetouan voel ik mij meer thuis dan daar. En ieder jaar in de lente verlaat ik mijn Brussels terras en vlieg naar ginder. Het is goedkoper vliegen naar Tanger dan sporen naar Amsterdam. En Marokko heeft iets in de Lente wanneer alles in bloei staat, zelfs de meest verlaten vlakte. Niet dat ik zo’n natuurfreak ben, maar het land doet mij dan denken aan mijn jeugd in het Pajottenland. Nu kom ik daar nog zelden: volgebouwd en als er nog hier en daar een akker ligt, groeit er vooral maïs. Sponsje terre, zegden wij in het Brussels en het Brabants: Spaanse tarwe. En daar hebben wij een afkeer van. De eerste maïs die hier arriveerde kwam via de Boerenbond. Die verkochten het als kieken eten, nu krijg je het ongewild in je salade. Ik eet geen kippenvoer. En daarbij het is Spaans en dat ligt hier in Brussel niet goed. We herinneren ons nog best hoe een beruchte Spanjaard hier woonde, op de hoek van de Naamse straat en de Karmelietenstraat en hoe hij hier huis hield in de zestiende eeuw: de hertog van Alva, weet je nog? Sponsje terre, ik kan het niet zien en weiger het te eten. Gelukkig zie je dat (nog) niet langs Marokkaanse wegen.
Aghmat 003Zelfs niet op een rit van Tetouan naar Marrakesj. Dat is 850 km. heen en daarna nog eens 850 km. terug. Vergelijk het met een rit van Brussel naar Hamburg, maar dan met een prachtig landschap. Nergens het geel van maïs, wel soms het geel van bananen. Bananen zijn het voedsel van de armen in de Arabische wereld en de Alwijze Commandant van de Gelovigen, koning Hassan II had dat begrepen want na nog maar eens een hongeropstand in de jaren 1960 introduceerde hij daarom de bananenkweek.

Ook zag ik velden met planten waarvan ik de naam was vergeten. Het bleek sjoefaan, haver, het voedsel voor de paarden en bij ons ook voor de studenten, maar dan figuurlijk. Weer een jeugdherinnering aan de velden rond Brussel. Haver. Waar groeit dat nog? En wij die speelden in de korenvelden en de havervelden! Oh gruwelijke maïsstruiken, verdwijn! of ik kom nooit nog naar het Pajottenland.

En daarom rij je naar Marrakesj, denkt u ? Wel nee. Trouwens we gingen niet echt naar Marrakesj, maar naar een gehucht dertig kilometer ten zuiden waar u nog nooit hebt van gehoord: Aghmat of Rhamat in het Berbers. Daarom had ik het over de weg naar Marrakesj, maar in die stad krijg je me niet meer binnen. Al wat er aan waardevols te zien is, heb ik al gezien. Voor de rest wordt de sfeer er verpest door Fransen en toeristen. Er zijn niet alleen twee Club Med’s, maar alle riyads in de medina zijn opgekocht door Fransen, met alle gevolgen van dien. In sommige delen van de oude stad moeten Marokkanen hun identiteitskaart tonen aan privé-bewaking om door te mogen. Sécurité d’abord. Die Fransen liggen dan naakt te zonnen op de daken van hun riyad, terwijl daken normaal het exclusieve terrein zijn van de vrouwen. Voor je er als man, die niet van de familie is, op mag moet je hen toestemming vragen. Wat weten die Franse cultuurbarbaren daarvan?

Om niet te spreken over de prijs van een pint die daar zelfs in de kleinste lokale bar 50% hoger ligt dan in Tetouan of Rabat. Taxis weigeren hun meter aan te zetten voor al wie eruit ziet als een Europeaan, en vragen d’office een toeristentarief. Gelukkig hebben ze in Marokko een nieuwe koning. En elke koning heeft in elke stad zijn grote hoofdlaan: boulevard Mohamed V, Boulevard Hassan II en nu begint in de noordelijke buitenwijk van Marrakesh Boulevard Mohammed VI, en die loopt net naast het centrum van Marrakesj naar alweer een toeristische attractie, de vallei van de Ourika. Maar die nieuwe koninklijke baan leidt ook naar Aghmat. Daar wilden mijn vriend Mohammed en ik naar toe. Mohammed is net als ik Brusselaar en historicus van Vergeten Zaken, alleen vergeet hij die op te schrijven.
Zo’n vergeten zaak is dat Aghmat eigenlijk de eerste hoofdstad van Marokko was. Toen de Almoraviden-dynastie (1056-1147) oprukte vanaf de oevers van de Senegal-rivier – De Almoraviden waren dus Berbers, zelfs Toearegs, want toen ze ook het grootste deel van het huidige Spanje en Portugal veroverden, lachten de lokale Andaloesiërs hen uit: de mannen droegen immers blauwe gezichtsluiers en hun vrouwen liepen ongesluierd. Raar volk vonden ze- toen dus, bouwden deze Almoraviden een eerste vesting in Aghmat. Later zullen ze vanuit Aghmat Marrakesj stichtten. Hun vesting wilden wij zien, want ze ligt er nog, weliswaar in ruïne maar toch. Ze staat in geen enkele reisgids.
Aghmat 007In die vesting werd trouwens de laatste koning van Sevilla gevangen gezet. Hij was de laatste sterke man van Andaloesië, want voor de Berbers kwamen regeerde hij van Silves (nu Portugal) tot Murcia (Oost-Spanje). Het was zijn eigen schuld: toen de christelijke noorderlingen in 1185 het Arabische Toledo veroverden riep die koning, Abul Qassim ibn Abbad deze Berbers ter hulp. Zijn raadgevers hadden hem nochtans gewaarschuwd: “je kan geen twee zwaarden in een schede steken”, vertaal maar als je kan geen twee machthebbers hebben over een gebied. Maar hij antwoordde: “Liever een kameeldrijver in Afrika dan een varkenshoeder in Castillië.”

En inderdaad de nieuwe vorst, Jusuf Ibn Tashfin versloeg de christenen in 1086 te Al Zallaqa (nu Sagrajas) maar verbande Ibn Abbad naar Aghmat. Nu heb ik het voor Ibn Abbad, of zoals hij zich later noemde al Mutamid, maar dan als dichter. Die nieuwe naam gaf hij zich nadat hij zijn vrouw al Itimad leerde kennen. Het is een woordspeling: zijn naam betekent, Hij die Betrouwt. Haar naam, De Betrouwbare. Hun kennismaking was erg poëtisch. Zij was geen prinses maar een wasvrouw. Van sociale promotie gesproken.

Al Mutamid had de gewoonte om samen met zijn vriend en vizier Ibn Ammar incognito op stap te gaan. Op een dag passeerden ze langs de rivier Guadalquivir, waar ook wasvrouwen aan het werk waren. Bij het zien van de rivier hief de koning dit vers aan: “De wind blaast ronde maliën in het water…” (Sana’a ‘r-rihoe min al mai zarad…)
Bedoeling was dat Ibn Ammar in het zelfde metrum en met het zelfde rijm zou antwoorden. Maar een van de wasvrouwen was hem voor en repliceerde: Ayyoe dir’in li qitdlin law zjamad! “Wat een maliënkolder geeft dit als het water bevriest.”
Het was Itimad al Rumaikiya en de vorst was zo onder de indruk, niet alleen van haar rijmkunst maar ook van haar schoonheid, dat hij haar tot vrouw vroeg met een gedicht.

Al Mutamid was letterlijk smoor op Itimad. Hij was zo zot van haar dat hij haar gekste verlangens inwilligde. Toen er op een dag sneeuw viel in Cordoba, wat niet zo vaak gebeurt, vroeg zij al Mutamid of hij haar niet mee kon nemen naar een land waar iedere winter sneeuw viel. Daarop liet hij de flank van Sierra Nevada beplanten met amandelbomen waarvan de witte bloesems bloeien op het einde van de winter, zodat zij ieder jaar een illusie van sneeuw zou krijgen.

De nieuwbakken koningin was haar proletarische achtergrond niet echt vergeten, die inspireerde haar voor haar nukken en fantasieën. Bij een uitstap zag Itimad hoe boerenmeisjes met melkkruiken op hun hoofd door de modderige straten stapten en daarbij de rokken optrokken en ze vond dit zo geweldig dat dit op een wel heel speciale manier werd overgedaan op de binnenkoer van het paleis. Die werd onder water gezet, of liever gevuld met rozenwater, kruiden, kaneel, suiker en parfum en daarin trappelden dan Itimad en haar hofdames alsof ze melkmeisjes waren.
Dat was voor hun ballingschap. In Aghmat moet Itimad verplicht terugkeren naar haar roots. Zij en haar dochter worden gedwongen in hun levensonderhoud te voorzien door thuis wol te spinnen. Itimad kon dit leven niet aan en stierf van ontbering.

Al Mutamid zelf stierf in 1096 ook in Aghmat. De Marokkaanse koning Hassan II bouwde voor hen in de jaren 1970 een mausoleum, net zoals hij dit deed voor vele Andaloesiërs die begraven liggen in Marokko. Hassan II was een van de meest autoritaire en gruwelijkste Arabische dictators van de 20ste eeuw, maar hij kende wel zijn geschiedenis. Van hem is de uitspraak: “Wij zijn een boom: onze wortels staan diep in de Sahara, Marokko is zijn stronk, maar zijn kruin en vruchten hangen in Al Andalus.”.

Wij dus op zoek naar dat eerste ‘paleis’ in die ‘eerste hoofdstad’ van Marokko, nu een godvergeten gat dat Aghmat heet. Waar de straten geen naam hebben en de huizen geen nummer. En het is zo arm dat ze er ’s vrijdags markt houden. Normaal doen ze dat niet in Marokko, dat is de rustdag. Maar vrijdag was de enige dag dat ze in Aghmat kans maken dat er ook volk uit de buurdorpen komt, omdat er nergens anders markt is.

Dat zoeken was makkelijk. Het kasteel, of wat er van overblijft is een structuur in vooral leemsteen en dus vooral ingestort. Maar goed, voor een historicus zijn verhalen belangrijker dan monumenten. Voor mij toch. En zo ziet het eruit:

Aghmat 007

En dan het Mausoleum. Marokko zou Marokko niet zijn als niet het volgende gebeurde. We vonden het mausoleum maar konden er niet binnen. Op slot. En Mohammed op zoek naar de man met de sleutel. Die man had de sleutel niet meer. Alleen op zaterdag en zondag kwam nog iemand het gebouwtje open maken. Wij waren er op een maandag. Zo ziet het er dus van buiten uit.

Aghmat 001

En de graven zal u zeggen? Wel alle moslimgraven van Marokkaanse historische figuren zien er net het zelfde uit: een grote, lichtjes verhoogde mozaïeken rechthoek, met daarop een lange verhoogde lijn die het lichaam voorstelt. In Aghmat liggen zo drie graven: dat van koning Mutamid, zijn vrouw de dichteres Itimad en hun dochter. Op de muur aan het hoofdeinde van de graven staat het laatste gedicht van Mutamid gecalligrafeerd. Ik weet het zeker, want wat doet een historicus die in de problemen zit? Zoeken op internet. En hier is dus het binnenbeeld van dat mausoleum. (foto bovenaan.)

Lucas Catherine
Historicus van vergeten zaken.

De ‘bled’ is een woord van Arabische oorsprong dat via de Franse koloniën ook bij ons (Congo) is doorgedrongen. Het betekent zoveel als: verloren gat, ‘negorij’. (jc)

april 7, 2014 at 11:48 am Een reactie plaatsen

IN DEN AAZER ES ET WOETER NAT

KinderWOI_NEW

door Lucas Catherine

Er is recent nogal wat geschreven over WOI. Ik heb er zelf aan mee gedaan door de rol van de Kongolezen uit de vergetelheid te halen. En eigenlijk zou ik ook graag een boek schrijven over de rol van de kinderen toen. Maar ik vrees dat als ik daar nu pas aan begin en nog al mijn research moet doen, de hype over die Groote Oorlog al lang over zal zijn. Daarom deze zeer korte bijdrage, gewoon geput uit het Brusselse collectieve geheugen, Brusselse kinderrijmpjes over de Keizer en zijn Oorlog aan de IJzer. Met vertaling rechts voor de niet Brabanders onder u.

En de Kazer daan es zot                      En de Keizer die is zot
En de Kazer moe kapot !                     En de Keizer moet kapot!
Moier doet het deuke toe,                   Moeder doet het deurke toe
Want de Dosje zaan al doe.                 Want de Duitsers zijn al daar.

Dosje ratten, dosje loëze                      Duitse ratten, Duitse luizen
Moete rap van hie veroëze                  moeten snel van hier verhuizen
Wette wel en wette wat                        weet je wel en weet je wat
In den Aazer es et woeter nat.            In de IJzer is het water nat.

Dosje, Dosje, Dosje,                              Duitsers, Duitsers, Duitsers
Zeiven op ’n knosje,                              Zeven op een stokske
Zeiven op ’n spelle                                 Zeven op een speldje
Al de Dosje goen noe d’ helle.             Alle Duitsers gaan naar d’helle

Gloria, victoria                                       Gloria, victoria
De Kazer eit de cholera                        De Keizer heeft de cholera
Hem es zue ziek, hem es zue ziek      Hij is zo ziek, hij is zo ziek
De voëlen deugeniet.                            De vuilen deugeniet

‘k em e koesjke loete moeke                 ‘k Heb een koetsje laten maken
En de Kazer zat er in.                             En de Keizer zat er in;
Me zaan zes miljoen soldoete,              met zijn zes miljoen soldaten
Moe a ree den Aazer in.                         Maar het reed de IJzer in.
Albeir, Albeir,                                          Albert, Albert,
A schiet de lesten Dosj oemveir.          Hij schiet de laatste Duitser omver

Bruegel schilderde in 1560 tijdens de Spaanse repressie kinderspelen. Kinderen blijven altijd spelen, wat er ook gebeurt en in Brussel zongen ze honderd jaar geleden bij het spelen over de oorlog. Elders in België ook natuurlijk, maar die rijmpjes ken ik niet.

 

maart 28, 2014 at 11:38 am 2 reacties

DOOD VAN EEN GETUIGE: REGINE BEER

Beer

In Antwerpen is Regine Beer (93) overleden. Ontelbare keren is ze in scholen gaan spreken over haar ervaringen in het concentratiekamp van Auschwitz. Op haar arm kreeg ze er het nummer 5148 getatoeëerd. Het boek van Paul De Keulenaer brengt het verhaal van de familie Beer in de jaren voor de oorlog en van hun gruwelijke lot in de nazikampen.

Mijn leven als KZA 5148 beschrijft ook hoe Regine Beer moeizaam maar toch zelfzeker deze periode van vervolging en totale ontmenselijking tracht te verwerken en na de oorlog een nieuw leven opbouwt, hoe zij evolueert van een levenslustige adolescent tot een karaktervolle vrouw, een bewustere volwassene en een alerte bejaarde dame. Getuigen was haar leven geworden. Dat is niet wat de nazi’s met haar hadden nagestreefd.

De socialistische senator en minister Willy Calewaert (1916-1993) was haar een steun en toeverlaat. Zij heeft haar boek aan hem opgedragen. Hij schreef ook het Woord Vooraf, we drukken het hierbij af als een teken van hulde. Regine Beer was de moeder van onze gewaardeerde VRT-collega Stefan Blommaert, momenteel correspondent van de omroep in China. (jc)

 

 

door Willy Calewaert

 

Woord vooraf

Na de grenzeloze misère die ze meegemaakt hebben, wordt dan nog aan kampoverlevenden, vele jaren later, gevraagd getuigenis af te leggen. Want er komt een dag dat alle getuigen zullen verdwenen zijn. Dan zullen de leugens groeien als onkruid. Want nu al wordt door sommige vervalsers het bestaan zelf van uitroeiingskampen ontkend, zijn er politieke bewegingen die een herleving van het fascisme wensen.

Luisteren we dus naar de getekenden. Naar diegenen die, als bij mirakel, uit de kampen zijn weergekeerd. Zij moeten ons zeggen wat die uitkijkposten, die prikkeldraad, die barakken, die galgen, die executiepalen, betekenden. Zij moeten trachten ons het sadistische sarcasme uit te leggen van de leuze op de poort van Auschwitz: ‘Arbeit macht frei’.
Zij moeten ons in de mogelijkheid stellen toestanden te begrijpen die ons begripsvermogen overschrijden. Zij moeten trachten het onbegrijpelijke tot onze geesten te doen doordringen. Zij – en alleen zij – kunnen ons de betekenis doen inzien van de treinsporen, die tot het kamp doorlopen en eindigen tussen de bunkers, waarin de massamoorden plaatsgrepen.
Wie ooit in de voormiddag het kamp van Buchenwald bezocht en later op de dag het Goethe-huis in Weimar, beseft hoe moeilijk het is die gespletenheid te begrijpen. Daarom – en wij beseffen hoe schrijnend elke herinnering aan die tijd moet zijn – vragen we de getuigen ons toch te zeggen wat er gebeurd is. Want feiten die elk begrip tarten door hun sadistische en onmenselijke karakter moeten waarheidsgetrouw worden weergegeven. Elke vorm van haat moet hier vermeden worden.

Maar wel dient achterhaald hoe en waarom mensen, in een politiek regime dat daartoe aanzet, kunnen vervallen in de diepste, meest afschuwelijke onmenselijkheid. De dames en heren die zelfmoord pleegden of te Nürnberg verschenen, waren – zo dunkt mij – noch staatslieden, noch leden van een regering, noch politieke verantwoordelijken, maar werkelijk leden van een gangsterbende. Het aantal slachtoffers is trouwens met dat van geen enkele andere bende te vergelijken.
Waarom gingen Joden zich aangeven?
Waarom droegen ze een ster?
Waarom vertrokken ze naar de Mechelse kazerne?
Waarom hadden ze geld bij zich en kleren?
Want, naast degenen die, in functie van de Endlösung, brutaal in vrachtwagens werden geladen, als misdadigers opgepakt, vertrokken er velen uit eigen beweging naar de Mechelse kazerne.
Het antwoord op die vragen is: omdat er werd gelogen, bedrogen, valse voorwendsels ingeroepen. Maar ook omdat men ‘gehoorzamen moet’, de wetten (welke vorm of inhoud ze ook hebben) moeten nageleefd worden. En wie braaf is, kan niks overkomen. Zo was de atmosfeer bijzonder dubbelzinnig, was elke mededeling hypocriet, werkte de vrees verlammend, moesten we ruzie maken met onze beste vrienden, om ze te overtuigen zich in veiligheid te stellen.

Regine Beer werd slachtoffer van schijnheiligheid en van verkeerde raad. Zij onderging het lot en kwam, gebroken, maar behouden terug. Dat zijn de hoofdlijnen van haar verhaal.
Maar de Regine Beer van 3 september 1943, die ‘s nachts met geweld werd aangehouden en weggevoerd en deze die in mei 1945 in de armen van haar moeder viel, was niet meer dezelfde. Zij had leren leven met de dood.
Zij had immers meegemaakt wat u nu lezen gaat en zij heeft nog altijd de levenskracht en de moed om datgene te doen, wat velen haar vroegen: getuigenis afleggen.

Regine Beer, Mijn leven als KZ 5148, opgetekend door Paul De Keulenaer, Epo, Berchem, 2006-2008 (tweede en uitgebreide versie)

Beer 2

 

maart 25, 2014 at 11:56 am Een reactie plaatsen

Gerard Mortier. Enige persoonlijke observaties

Mortier G 1

door Walter Zinzen

 

Een eeuwigheid geleden ,  in 1996 , maakte mijn partner in crime Kris Smet een portret van Gerard Mortier voor Panorama, dat toen nog op TV 1 werd uitgezonden. Het was een mooi portret, gedraaid door een van de beste cameramannen en gemonteerd door een van de beste monteurs waarover de toenmalige BRT beschikte. En Mortier schitterde erin als de grote meneer die hij als intendant van de Salzburger Festspiele was. Maar Aimé Van Hecke  (die we nu kennen van zijn mésaventure bij Sanoma) ,die toen het goede en vooral het slechte weer maakte op de publieke omroep, was verontwaardigd. Mortier op TV 1 ! Dat kon niet, dat was de kijkers wegjagen. Een mening die door en deel van de Panorama-redactie werd gedeeld.

Vijf jaar later was ik jurylid voor de Prijs van de Democratie , die op de Gentse Feesten wordt uitgereikt.  Ik stelde voor de Prijs te geven aan Mortier. Een ander jurylid was al even verontwaardigd als Van Hecke toentertijd. Zijn naam had zelfs niet op de kandidatenlijst mogen staan vond ze. Dat ook in dit linkse gezelschap geen erkenning mogelijk bleek voor de verdiensten van Mortier stelde me zeer teleur. Dat hij in Oostenrijk veertien jaar lang de neo-facisten had bestreden : het interesseerde ze niet. Dat hij de opera in eigen land en daarbuiten in de meest letterlijke zin gedemocratiseerd had niet alleen door er eigentijdse voorstellingen van te maken maar ook door de toegangsprijzen te verlagen zodat een financiële hobbel werd weggenomen : dat was niet het soort democratie waaraan ze de prijs wilden verlenen. Die linkse aversie werd door Paul Goossens raak geschetst in De Standaard : “Gerard Mortier, zo vond de soixante-huitard in mij, behoorde tot de verkeerde wereld, koesterde de foute muziek, frequenteerde het veel te chique klootjesvolk.” Mortier en Goossens zijn later goede vrienden geworden.  Uiteraard, Mortier was een bij uitstek linkse mens in de nobelste betekenis van het woord. Helaas, kleinheid en benepenheid van geest zijn geen monopolie van rechts.

Maar er speelde in die Mortier-afkeer  nog een ander element : de Gentenaars in de jury waren boos op Mortier omdat hij in hun – en zijn – stad een prestigieus en ambitieus Muziekforum had willen oprichten. Dat Forum is er nooit gekomen . De minister van Cultuur (Bert Anciaux) en Gentse krententellers wilden er na zeven jaar discussiëren niet meer van weten. Sommigen beweerden zelfs dat Mortier  “een mausoleum voor zichzelf”  wou bouwen. Ontgoocheld en verbitterd keerde Mortier zich af van zijn geboortestad . Hij werd opera-intendant in Parijs en verhuisde naar Brussel. Op de plek waar Mortier zijn Forum wou neerpoten is nu het ‘multimediaal kenniscentrum’  De Krook in aanbouw. Gouverneur Briers bestond het dit in het TV-Journaal als een idee van Mortier te bestempelen. Vol afkeer hebben we in dit huis de politici en de jet-set de loftrompet horen steken van de ‘bezielende, controversiële ‘ figuur die Mortier was. Uitgerekend de lieden  met wie hij zijn hele leven in de clinch heeft gelegen,  struikelden over elkaar heen om zijn nagedachtenis te besmeuren. Zelfs de gewezen voorzitter van de kruideniersvereniging UNIZO , Kris Peeters, kwam woorden te kort om Mortier te prijzen. Zijn foto sierde zelfs,  god betere ‘t , in plaats van die van Mortier op een bepaald moment de opening van De Standaard online .

 

Kris en ik zijn hem blijven volgen. Voor ons is hij altijd “meneer Mortier” gebleven, hoewel hij nooit kapsones maakte.  Toen Kris en haar ploeg in zijn huis is Salzburg opnames maakten, moest hij onverwacht weg. Hij gaf hen de huissleutel en een fles champagne en keerde een paar uur later goedgemutst terug. Maar ook de grote Mortier had een ijdel kantje. Hij was geweldig in de wolken over het Panorama-portret. Tegelijk was hij zeer dankbaar en loyaal. Tot op het laatst stuurde hij Kris uitnodigingen om naar zijn “niet te missen” topprestaties te komen kijken (en luisteren). Als partner van Kris was ook ik welkom.  Zo ging voor mij een wonderbare wereld open. In Salzburg, in Parijs , in Madrid, maar ook in de Ruhr. In de talloze carrière-overzichten die dezer dagen in de media verschijnen  ontbreekt eigenaardig genoeg heel vaak zijn periode in dat deels vergane industriële Duitse rijk. Vandaag de dag vind je zowat overal verlaten fabrieken die omgetoverd zijn tot culturele centra. Maar het is Mortier geweest die een desolaat industrieel landschap heeft herschapen tot een reeks van theaterzalen – de kathedralen van onze tijd noemde hij ze –  waar het driejaarlijkse Ruhr-festival plaats vindt. En het was Mortier die dit festival uit de grond heeft gestampt. Grinnikend vertelde hij er vaak bij dat de toenmalige rood-groene regering van Noordrijn-Westfalen hem financieel niets in de weg legde. Een hele verademing na zijn lange gevecht in het conservatieve Oostenrijk, maar ook een ironische zinspeling op de financiële put die hij in de Brusselse Munt had achtergelaten. Hij was er trots op dat hij zijn lesje had geleerd en er in alle huizen waar hij na Brussel werkte voor gezorgd had dat de rekeningen klopten. Ook  in Madrid was dat het geval , waar de crisis en de besparingen  het Teatro Real niet ongemoeid lieten. Ook op dit gebied was hij heel vindingrijk. De traditionele receptie na een première bijvoorbeeld schafte hij niet af, maar hij betaalde ze uit eigen zak. De gasten moesten hun wijn wel uit plastic bekertjes drinken.

Dat hij stank voor dank kreeg en door een bekrompen Spaans minister van Cultuur als artistiek directeur ontslagen werd, vrijwel op hetzelfde moment dat hij ziek werd , heeft hem heel hard getroffen.

Geen maand geleden zaten Kris en ik nog in het Teatro Real, voor twee voorstellingen die sowieso zijn afscheid van Madrid betekenden : Tristan und Isolde van Wagner, een liefdesverhaal uit de Keltische oertijd en Brokeback Mountain , een hedendaagse liefdesaffaire van twee homofiele cowboys in een reactionair Amerika.

Een meer typische erfenis had Mortier niet kunnen bedenken. De ene dag keken we naar Tristan, de volgende naar Brokeback Mountain. De beide liefdesgeschiedenissen vertoonden volgens Mortier gemeenschappelijke kenmerken : de minnaar van Isolde wordt vermoord door een liefdesconcurrent,  een van de twee cowboys wordt afgeslacht door een homofobe meute. De première van  Brokeback Mountain was wereldnieuws, deels omdat Mortier zelf opdracht had gegeven hem te componeren. De lof was algemeen. Alleen in de vaderlandse pers werd hooguit een berichtje aan het evenement gewijd. Hoeveel van alle ingetogen in memoriam schrijvers van de laatste dagen , die hem nu loven voor zijn gedurfd initiatief , zouden de voorstelling in Madrid ook werkelijk gezien hebben?

Mortier zelf , met de dood al in het lijf, stond de wereldpers nog een laatste keer te woord : even gedreven, enthousiasmerend  en erudiet als altijd. Met de gebruikelijke lof voor “zijn” artiesten. Ook dat typeerde hem ten voeten uit. In alle steden waar hij intendant is geweest , van Brussel tot Madrid , kwamen dezelfde namen steeds weer terug met steeds weer nieuwe gedurfde producties. De onafscheidelijke Sylvain Cambreling uiteraard, die voor het eerst met Mortier samenwerkte als muzikaal directeur van de Munt en sedertdien niet meer van zijn zijde geweken is.

De Tristan und Isolde in Madrid werd geregisseerd door Peter Sellars, het “decor” bestond uit (prachtige) videobeelden van de Amerikaan Bill Viola. Het was een reprise van een voorstelling die Mortier eerder al in Parijs had geprogrammeerd. Sellars en Viola behoorden als het ware tot zijn vaste ploeg. Maar ook Alain Platel, die met C(h)oeurs  – in de beste Mortiertraditie – Madrid overhoop zette, Ivo Van Hove, die Brokeback Mountain regisseerde, Peter Vermeersch, Luc Perceval, Tom Lanoye (Mortier programmeerde zijn Ten Oorlog in Salzburg), Wim Opbrouck , Kris Defoort en zo vele anderen hebben dankzij Mortier een publiek bereikt waar ze zonder hem alleen maar van hadden kunnen dromen. Loyaliteit , ik zei het al, was als het ware Mortiers tweede natuur.

De leemte die hij achterlaat is veel groter dan die van Jan Hoet. Velen delen de ‘tristesse’ waaraan Tom Lanoye uiting gaf bij zijn overlijden. Maar anderen lachen in hun vuistje. Op het Schoon Verdiep van het Antwerpse stadhuis bleef het oorverdovend stil. Anderen hebben het fatsoen van de lokale burgemeester niet. Ze beschimpen de overledene op de internetfora. Hij die terecht van zichzelf beweerde dat hij meer voor Vlaanderen heeft gedaan dan alle politici bij elkaar , krijgt van de volksdansers , folkloristische vendelzwaaiers en andere gemummifieerde nationalisten het verwijt ‘elitair’ te zijn geweest, want gekant tegen de heilsleer van de N-VA. Eén ding is zeker : Mortier had de juiste vijanden.

SONY DSC

maart 11, 2014 at 7:07 pm 6 reacties

GERARD MORTIER HEEFT DE SCENE VERLATEN

Gerard Mortier

Opera Visionary, Dies at 70  (The New York Times, March 9)


Gerard Mortier (1943) is een godenkind en een lastigaard. Hij begon zijn carrière in de muziekwereld bij het Festival van Vlaanderen, waar hij Jan Briers opvolgde. In 1981 werd hij intendant van de Munt, de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel, die op een dieptepunt was beland. In tien jaar tijd heeft Mortier de Munt op de internationale kaart gezet, zij het met achterlating van een grote financiële put. Minister Louis Tobback, die tot opdracht had die put te vullen, heeft daar nooit over geklaagd. Hij was integendeel vol lof over Mortier: ‘Als deze man in de politiek was gegaan, zou hij op zijn minst premier zijn geworden.’
Na de Munt werd Mortier gevraagd om de Salzburger Festspiele te gaan leiden, een icoon voor elke operaganger. Hij ging zo vernieuwend tewerk dat bij zijn afscheid enkele jaren later doodsbrieven werden gedrukt om het ‘heuglijke’ nieuws te verspreiden.
Mortier vertrok naar Trier om er een nieuw project, de Ruhr Triennale op poten te zetten. Hij kreeg nu eindelijk zijn zin: een vernieuwing van het operagebeuren en een verjonging van het publiek.
Dat trachtte hij ook te bewerken toen hij in 2004 verkaste naar Parijs, om er directeur te worden van de Opéra National. Maar erg vernieuwingsgezind waren ze er niet. Mortier werd niet echt opgenomen in de ‘hofhouding’ en kreeg harde lastercampagnes te verwerken. Toch zette hij zijn zin door – intussen blijkt de restauratie in Parijs in volle gang.
Een bijzonder kort intermezzo van zijn loopbaan speelde zich af bij de New York City Opera. Deze instelling had hem aangetrokken in 2008 maar nog voor hij goed en wel aan de slag kon lag Mortier al overhoop met het bestuur. Over budgetten en door de opdrachtgever gebroken financiële beloften. Misschien ook wel omdat hij in dezelfde periode te kennen zou hebben gegeven belangstelling te hebben voor het intendantschap van de Beyreuther Festspiele?
Sinds vorig jaar verblijft Mortier, voor zover bekend naar algemene tevredenheid, in Madrid als directeur van het Teatro Real. En als dat ophoudt, weet hij al waar naartoe.
Kris Smet interviewde hem, exclusief voor het Salon van Sisyphus, bij een dubbelopvoering Tchaikovsky/Stravinsky. Daarover leest u een korte introductie na het interview. (jc)

 

Lees het interview van Kris Smet met Gerard Mortier, twee jaar geleden:
http://salonvansisyphus.wordpress.com/2012/01/22/gerard-mortier-ik-doe-veel-meer-voor-vlaanderen-dan-de-meeste-politici/

maart 9, 2014 at 1:33 pm 1 reactie

WALL STREET HEEFT ONS IN HAAR GREEP

The Bull (Stier), symbool van stijgende koersen, waakt over Wall Street

The Bull (Stier), symbool van stijgende koersen, waakt over Wall Street

door Marc Coucke

Karen Ho (° 1971) heeft in 2009 een boek geschreven dat bij ons,  op een goede recensie in De Tijd van 16 januari 2010 na, weinig weerklank heeft gevonden  waarschijnlijk omdat  ‘Liquidated :  An ethnography of Wall Street’* de kwalijke praktijken van Wall Street bloot legt. Karen Ho is een Amerikaanse antropologe, die in juni 1996 bij Bankers Trust in New York ging werken als internal management consultant om enkele maanden later samen met heel haar afdeling downsized te worden.  Tijdens de daarop volgende jaren 1998-99 – dus vóór de crisis van 2007-08 – heeft ze ‘veldwerk’ gedaan. Ze heeft meer dan  honderd insiders geïnterviewd zoals Joris Luyendijk (Nederlands financieel journalist) het recent ook gedaan heeft in de Londense City.  Dit boek is een doorslag van haar doctoraatsthesis. In het boek dissecteert zij (‘to unpack’) de praktijken en mythes van Wall Street en betoogt zij dat hun manier van werken zich over de hele wereld laat voelen.

 

 

Karen Ho

Karen Ho

Wall Street is het financiële hart van New York. Daar bevinden zich een aantal beurzen (Nasdaq, NY Stock Exchange), de zakenbanken en nog veel meer dat meedraait in de financiële molen  (hefboomfondsen, high frequency traders, pensioenfondsen, enz.). Het boek focust op de zakenbanken. Tot voor enkele  jaren was er een onderscheid tussen zakenbanken en commerciële banken, die een kantorennet hebben om het grote publiek te dienen. Zakenbanken (Goldman Sachs, Morgan Stanley, Merrill Lynch, Bear Stearns, e.a.) trekken geen geld aan van het grote publiek en houden zich voornamelijk bezig met

  • Corporate Finance : bemiddelen bij het ter beschikking stellen van geldmiddelen aan grote bedrijven en regeringen in de vorm van kapitaal (aandelen) of leningen (uitgifte van obligaties).
  • Mergers and Acquisitions : bemiddelen bij fusies van bedrijven of afsplitsen van delen van bedrijven.
  • Trading and Sales : het maken en verkopen van financiële producten voor eigen rekening of voor derden.
Joris Luyendijk aan het werk

Joris Luyendijk aan het werk

Elke afdeling van een zakenbank heeft een duidelijke hiërarchische structuur gaande van secretariaat over analyst en associate naar Vice President en Managing Director.  De mensen van de front office – de officers van de bank,  zij die zaken binnen brengen – zijn van een ander slag dan de back office. Zij gaan niet in dezelfde lift naar boven en het hoort niet dat een officer ook maar de indruk wekt dat hij tijd heeft om te eten in de kantine. Hij heeft tijd te kort en eet misschien tussendoor iets aan zijn bureau. De hogere echelons worden actief gescout en gerekruteerd bij de 3 beste Amerikaanse Business Schools (Harvard, Princeton en Yale). Tijdens de rekrutering en tijdens de intensieve opleiding nadien worden hen de ‘waarden’ van de zakenbank ingeprent :

  • Zij worden aangezocht omdat zij van de meest prestigieuze universiteiten komen. Zij zijn een uitverkoren elite,  ’the best and the brightest’,  en hun ‘smartness’  siert en draagt bij tot het superieur  imago van de zakenbank, waarmee ze hun klanten zullen impressioneren.
  • Zij moeten zich verwachten aan hard werken. Reken maar op 100 uur per week, inclusief enkele nachten per maand. Dat is de norm, die de zakenbanken ook willen uitdragen naar de bedrijven. It’s a challenge !
  • Wanneer ze resultaten neerzetten zullen ze uitzonderlijk beloond worden. Ze zullen zich een elitaire lifestyle kunnen veroorloven. Wanneer ze niet presteren worden ze zonder veel commentaar buiten gezet.
  • Zij zullen werken voor de crème de la crème van de financiële wereld  met een wereldwijde reputatie en alle deuren zullen voor hen open gaan.
  • De zakenbanken werken niet in ‘de markt’. Zij zijn en maken ‘de markt’. Zij moeten dus zeer wendbaar zijn om te kunnen inspelen op de laatst gecreëerde hype.

Dit is de mentaliteit :

’Our goal is to be the preeminent global firm, to be what we already are, the top. We want people coming into work every morning knowing that we are at the top and always striving to be at the top. We are global; if you are not global, you can’t win. … People are our single most important asset. Our people are the smartest in the world.  … There is no one in the world that we can’t reach and that’s powerful. We are in the middle of everything. We have huge reserves of capital and human assets and we want to recruit the type of person that always wants more, who is not happy being second. … Our theme is ‘network the world’.’’

(Uit een presentatie van Morgan Stanley in 2000 aan de Princeton University.°

New York Stock Exchange binnen

New York Stock Exchange binnen

Deze schone schijn – ‘a model of meritocratic excellence’ –  verbergt een andere realiteit.  Bij de zakenbanken draait alles om geld en het maakt niet uit hoe het binnenkomt. Alles wat snel geld opbrengt is goed. Hier wordt geld verdiend door met geld te spelen. Er zit geen strategie achter. Het komt erop aan zeer snel in te spelen op nieuwe opportuniteiten en die opportuniteiten desnoods zelf te creëren. Deze ‘money driven’ ingesteldheid – van de zakenbank, maar ook van de bankiers die betaald worden in verhouding tot het aantal deals dat ze aanbrengen -  leidt onvermijdelijk tot excessen. Enkele voorbeelden.

  • Om te voldoen aan de Maastricht norm moest Griekenland in 2001 zijn schuldgraad verlagen. In overleg met Goldman Sachs werd een ingewikkelde swap-overeenkomst uitgewerkt waarbij de bestaande staatsschuld statistisch plots € 2,8 miljard kleiner was. De tegenprestatie was een terugbetalingsplan in de toekomst van een veel hoger bedrag en een ‘fee’ voor Goldman van USD 200 miljoen.
  •  In 1994 had Orange County, een rijk district van Californië, een mooie spaarpot. De ‘treasurer’ van Orange County  wilde de opbrengst van de portefeuille verhogen en liet zich door Merrill Lynch ‘inverse floaters’ aanpraten, een complex financieel product dat voor hen op maat werd gemaakt. Merrill Lynch heeft aan deze deal USD 100 miljoen verdiend. Orange County heeft USD 2 miljard verloren en werd daarop failliet verklaard.
  • Fabrice Tourre, een 34-jarige Fransman (en een Vice-President van Goldman Sachs) werd begin augustus 2013 in New York veroordeeld omdat hij in april 2007 met veel winst voor Goldman Sachs voor één miljard dollar een synthetische CDO (Abacus 2007-AC1)  verkocht aan klanten (o.a. aan de Duitse bank IKB) , waarvan hij wist dat ze waardeloos gingen worden omdat ze zo geconstrueerd werden om een andere klant (het hefboomfonds Paulson)  toe te laten ertegen te speculeren met CDS waar Goldman Sachs ook aan verdiende** . Om zelf niet veroordeeld te worden in deze zaak heeft Goldman Sachs reeds in 2010 een minnelijke schikking van USD 550 miljoen getroffen met de SEC.

In dergelijke gevallen treden de zakenbanken enkel op als tussenpersoon. Voor elk van hun deals brengen zij twee (of meer) partijen samen. De zakenbank regelt alles, krijgt daarvoor zijn fee maar neemt zelf geen risico.

De zakenbanken zijn ook niet vies van speculeren voor eigen rekening (proprietary trading), wat soms verkeerd kan uitdraaien.

  • Matthew Taylor, een trader bij Goldman Sachs had in november 2007 voor USD 8,3 miljard ongeoorloofde posities in S&P 500 mini-futures. Toen zijn ongedekte blootstelling aan het licht kwam en ongedaan moest worden gemaakt heeft de bank USD 118 miljoen verloren.
  •  In 2012 –dus na de crisis – heeft Bruno Iksil (‘ the London whale’) van  het kantoor van JP Morgan Stanley in Londen USD 7 miljard verloren door speculatieve posities met Credit  Default Swaps.
  • De zakenbanken verdienen niet alleen geld met deals en complexe financiële producten, zij speculeren ook op de grondstoffenmarkten. Goldman Sachs, Morgan Stanley, JP Morgan en Barclays Bank zijn de vier grootste handelaars op de Commodities Exchange. In maart 2008 was de waarde van de fondsen die investeerden in commodities USD 260 miljard. Het spreekt van zelf dat zij geen handelaar geworden zijn in cacao of katoen of koffie. Zij hebben van de handelscontracten een financieel product gemaakt dat zij als diversificatie aan hun klanten aanbieden. Dat zij hiermee de grondstoffenprijzen beïnvloeden (en in sommige gevallen ook sturen) maakt hen niets uit.

WS 1

De zakenbanken beschouwen zichzelf omwille van hun afkomst en achtergrond als cultureel superieur en zij zien het als hun natuurlijke taak en plicht hun dominante meritocratische visie uit te dragen als maatstaf voor de hele wereld. Zij hebben het recht en de plicht de weg uit te stippelen die de financiële markten en de bedrijfswereld zullen volgen en dat zal naar ‘hun beeld en gelijkenis’ zijn: competitief en flexibel zijn, hard werken, survival of the smartest and the fittest,  loon naar werk, geen ethische bezwaren, onzekerheid en geen loyauteit, enz.

In de tweede helft van vorige eeuw onder invloed van Peter Drucker (‘The concept of the corporation’, 1946) werd een bedrijf nog gezien als een organisatie met meerdere stakeholders. Niet enkel de aandeelhouders hadden hun zeg in de organisatie, het bedrijf moest ook rekening houden met de werknemers, de leveranciers, de omwonenden, enz. Dit moest ervoor zorgen dat een bedrijf een duurzame onderneming werd met een lange termijn perspectief.  De groeiende invloed van de zakenbanken wiens missie is ‘always to create shareholder value’ zorgt ervoor dat de hele wereld de laatste decennia steeds meer spreekt over ‘aandeelhouderswaarde’ en dat dit een ‘eenheidsdenken’ is geworden. In het ideale bedrijf is alles gericht op het verhogen van de koers van het aandeel. De zakenbanken beschouwen de bedrijfswereld als traag en inefficiënt en gekant tegen verandering, zeker wanneer die vergeleken wordt met hun eigen wereld waar alles instant moet gebeuren. Zij weten hoe men iets in gang krijgt. Zij zijn de smeer die de wieltjes doet draaien. Zij weten hoe de global competition werkt en hoe aandeelhouderswaarde kan gecreëerd worden. Dat zal zijn met lichtgewicht bedrijven, die geen eigendommen  hebben en gemakkelijk kunnen verplaatst worden, met personeel zonder vast contract, enz. Bedrijven die te groot zijn moeten opgesplitst worden omdat de waarde van de afzonderlijke delen groter is dan het geheel. Alles staat in functie van een stijgende aandelenkoers.

Deze praktijken hebben een duidelijk effect op korte termijn maar kunnen op lange termijn veel schade berokkenen, zelfs aan de aandeelhouderswaarde. De eenzijdige focus op aandeelhouderswaarde zorgt ervoor dat het weefsel van de sociale organisatie wordt uit elkaar gehaald en dat de knowhow en het collectieve geheugen van het bedrijf wordt kapot gemaakt. Een voorbeeld. In 1998 werd aangekondigd dat Daimler-Benz ging fuseren met Chrysler Corporation, a marriage made in heaven. Goldman Sachs, die Daimler-Benz adviseerde en Credit Suisse First Boston, die Chrysler adviseerde, hielden aan de deal USD 100 miljoen over. Het samensmelten van de twee bedrijven zou zorgen voor een jaarlijkse kostenbesparing van USD 3 miljard en de nieuwe eenheid zou de meest rendabele autobouwer in de wereld worden.  Twee jaar later werd de fusie een nachtmerrie en een megaflop genoemd en vergeleken met een celebrity wedding. Men slaagde er niet in het Amerikaans en Duits management te integreren en de Amerikaanse tak bleef de verliezen opstapelen. De koers van het aandeel DaimlerChrysler halveerde en de marktwaarde van het gefuseerde bedrijf was minder waard dan Daimler alleen voor de fusie. De situatie werd zo erg dat men in 2007 besloot Chrysler weer te verkopen. Cerberus Capital Management kreeg het in handen voor USD 7,4 miljard, veel minder dan de USD 33 miljard die Chrysler nog waard was bij de fusie. Bij het afsplitsen van Chrysler passeerden de zakenbanken nog eens langs de kassa : Cerberus werd geadviseerd door Goldman Sachs en Daimler door J.P. Morgan.

De Wall Street banken focussen enkel op de korte termijn en dwingen de bedrijfswereld ook in een korte-termijn-harnas. Elke drie maanden moeten resultaten gerapporteerd worden en die moeten steeds beter zijn anders wordt de beurskoers afgestraft. Die focus op de korte termijn komt niet noodzakelijk overeen met de natuurlijke bedrijfscyclus. R&D kan bij voorbeeld niet elke drie maanden nieuwe ontwikkelingen rapporteren. De focus op de korte termijn zorgt er ook voor dat bedrijven aangezet worden om beslissingen te nemen die niet noodzakelijk in het lange termijn belang zijn van de onderneming.
WS zeepbel

De bankiers van Wall Street worden gemotiveerd om zoveel mogelijk ‘het heden’ uit te melken zonder rekening te houden met de gevolgen. Aangezien hun bonussen afhangen van het aantal en de omvang van de deals die ze realiseren en aangezien er voor hen geen werkzekerheid is, zijn de bankiers ‘structureel geprogrammeerd’ om zoveel mogelijk deals binnen te brengen, onafgezien van het feit of die deals goed of slecht zijn. Van de gevolgen moeten ze zich ook niets aantrekken want volgend jaar zitten ze misschien elders. De bedrijfscultuur op Wall Street benadert de bedrijfswereld op een manier die ervoor zorgt dat er steeds een nieuwe basis gelegd wordt voor nieuwe zeepbellen. Het melken van ‘het heden’ legt dikwijls een hypotheek op de toekomst. De waarden en de praktijken van Wall Street worden vertaald naar de bedrijfswereld. De bedrijfswereld wordt behandeld en gemeten alsof het een financieel goed is.

 

Herman Wijffels, ex-Voorzitter van de Rabobank en nu professor in Utrecht en lid van het Sustainable Finance Lab, drukte het onlangs mooi uit in het programma Tegenlicht van de VPRO (26 januari 2014) : ‘De financiële sector is steeds machtiger geworden en heeft zich in een positie gemanoeuvreerd waardoor hij ging bepalen wat er in de reële economie moest gebeuren. Een soort hersenspoeling in de zin van ‘jullie met je denken over meerdere stakeholders in een bedrijf. Dat is oude doos. Wij, aandeelhouders, waarde-creërende mensen, wij weten hoe het moet.’ Dat is een heel andere manier van kijken.

 

*Karen Ho, ‘Liquidated : An ethnography of Wall Street’, Duke University Press, 2009, ISBN 978-0-8223-4599-2

**http://www.sec.gov/litigation/complaints/2010/comp-pr2010-59.pdf.  Zie ook het boek ‘The greatest trade ever’ van Gregory Zuckerman

Wordt de Stier ooit geveld?

Wordt de Stier ooit geveld?

maart 1, 2014 at 10:59 am 6 reacties

SAHA, SANTé, PROOST !

muslim wine 1

door Lucas Catherine

 

Er is wat te doen tegenwoordig over die Marokkaanse die een wijnbar heeft geopend in Rotterdam. Pauw & Witteman, NRC, etcetera en nu ook bij ons (De Morgen 18/2). Eerst dacht ik dat het te maken had met de viering van 50 jaar officiële immigratie. Ik schrijf ‘officiële’, want de eerste Marokkaan arriveerde al in de zestiende eeuw, maar dit terzijde. Maar neen. Het heeft te maken met ons vooroordeel: Arabieren en dus ook Marokkanen drinken niet. Nu ben ik zelf specialist in de repérage van kroegen in Marokko. Dat dateert van toen ik daar woonde. Marokkanen drinken wel. Maar ik baseer mij ook op statistieken: Marokko heeft 50 000 ha. wijngaarden. Die leveren jaarlijks 298.000 hectoliter op. Dat zijn 37 miljoen flessen. En die worden niet echt geëxporteerd. Zoveel Marokkaanse wijn vind je niet in je lokale Delhaize. Dus is mijn redenering: Marokko telt 5 miljoen volwassen mannen. Dat is 7 flessen de man per jaar. Niet mis.

Maar nu blijkt dus dat  ook vrouwen wijn drinken, daar gaat mijn statistiek!

Muslim wine Iran 

Als historicus van Vergeten Zaken weet ik ook dat Arabieren altijd al hebben gedronken, en daar ook heel lyrisch konden over doen. Zo heeft het Arabisch veel woorden voor wijn, meer dan honderd. Waar de mond van vol is loopt de woordenschat van over. Hoe weten we dat? Ene Muhammad ibn Hassan al Nawaji al Qahiri (gest. 1455) schreef in 1421 Al Hubur wa al surur fi wasf al khumur / Overdadig genot bij het beschrijven van dronkenmakende dranken. Al Nawaji was een godsdienstleraar in Cairo en een soefi van arme komaf. Hij bezocht regelmatig drankpartijen van rijkere heren. Op een nacht pochte hij dat hij wel honderd woorden voor wijn kende. Waarop een van de aanwezigen met hem een weddingschap afsloot voor een enorm bedrag, als hij dat van die honderd namen kon bewijzen. Maar hij mocht geen woorden uit de duim zuigen, daarom moest hij ieder synoniem voor wijn kunnen staven met een versregel van een dichter. Het woord moest dus al bestaan in de literatuur. Al Nawaji doorploegde de Arabische literatuur en won zijn weddingschap. Hij vond namelijk 130 namen voor wijn. Dit zijn ze:

muslim wine 2

 

Maar zal u zeggen, dat is lang geleden en een soefi, dat is toch maar een zo-en-zo moslim. U heeft gelijk.

Daarom deze autoriteit die nog niet zo lang dood is, Sidi Kaddour Ben-ghabrit. Gediplomeerd in de moslim wet aan de Al Quaraouiyine universiteitsmoskee van Fes en stichter van de Grote Moskee van Parijs, waarin hij trouwens begraven ligt. Ik heb een boek van hem, uit 1930 vol met anekdotes over de bekendste zattelap in de Arabische geschiedenis, en (misschien daarom) waarschijnlijk ook de bekendste dichter, Abu Nuwas. En dat is een dichter die mij ligt. Ooit was ik nog lid van de Abu Nuwas Society for the Study of Sexual Culture in the Middle East. Daar zaten niet alleen ‘amateurs’ in zoals ik, maar vooral islamologen.

muslim wine 3

Sommigen onder schuilnaam, want Abu Nuwas was ook een bekend, zeer praktiserende jongetjesliefhebber. Ik kan u gerust stellen, ik was vooral in zijn wijngedichten geïnteresseerd. En zo ook onze mufti van de Grote Moskee. Maar toch zegt hij in zijn inleiding dat sommigen zijn boek compromiterend zouden kunnen vinden, want ‘ce n’est pas l’usage dans notre métier de faire des livres qui prétendent être gais et divertir…”

Hier dan zijn en mijn mooiste anekdote over wijn:

“Zekere nacht dwaalde Abu Nuwas door de straten van Baghdad en zag hij een groepje studenten. Hij benaderde ze, op zoek naar avontuur. Eerst luisterde hij van op korte afstand naar hun conversatie. Het ging over hem, en wel over de beginverzen van een van zijn wijngedichten.

Een van de studenten vroeg zijn kompanen: “Begrijpen jullie Abu Nuwas als hij dicht Schenk me een glas wijn en zeg mij  ‘het is wijn’  ?

Och, zei er een, een vers zonder veel betekenis: Als ze je een glas wijn in schenken zie je toch dat het wijn is.

“Hij was misschien zat, toen hij het schreef” opperde een tweede.

“Waarschijnlijk omwille van het rijm”, zei een ander.

“Domme kloten, sprak de vierde, zien jullie dan de subtiliteit van dit vers niet! Een mens heeft vijf zintuigen om van de dingen des levens te genieten: zicht, gehoor, reuk, smaak en tastzin. Wel, Abu Nuwas wou met al zijn zinnen van het glas wijn genieten. Wanneer hij een glas kreeg ingeschonken kon hij het zien, hij kon de wijn ruiken, hij kon het glas vast nemen, hij kon de wijn smaken, maar hij kon hem niet horen. Daarom vroeg hij de schenker te zeggen: Het is wijn.”

Al zijn medestudenten applaudisseerden bij die uitleg. Abu Nuwas trad nader en zei: “Jongeling van mijn hart, bloem van mijn oude dag, toen ik het schreef heb ik daar zelf niet over nagedacht. Het is dankzij mannen als jij dat ik beroemd zal blijven.”

 

Honderd jaar geleden schreven mufti’s in Europa niet alleen fatwa’s, maar ook boeken die aangenaam en amusant waren ( …gais et divertir).

Hopelijk komt die tijd weer, dankzij Marokkaanse vrouwen als Elou Akhiat uit Rotterdam.

 

En nog dit. Sidi Kaddour Ben-Ghabrit was een ernstig man die zich niet alleen met wijn bezig hield. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft hij in Frankrijk een honderdtal Noord-Afrikaanse Arabische joden gered van deportatie door de Nazi’s door ze moslimse identiteitspapieren te bezorgen. Hij deed dit onder meer voor de joods-arabische zanger Salim Hilali.

muslim wine Salim Halali

 

 

 

februari 22, 2014 at 1:38 pm 3 reacties

DE BELGISCHE DRIEHOEKSVERHOUDING

Waalse industrie

door Jef Coeck

De aanzet voor de splitsing van België is in de jaren zeventig gebeurd. In minder dan een decennium waren de ‘traditionele’ partijen – katholieken, socialisten, liberalen – uiteengetrokken als een lap versleten katoen. Zo ontstonden er een patchwork van nog meer mandaten, verkiesbare plaatsen, postjes, ministerschappen en cabinetards, kortom, meer compromismogelijkheden. En ze hoefden niet eens tweetalig te zijn. Weinigen hebben toen ingezien wat voor rampen daar zijn aangericht.

Waals Zinksfabriek Angleur
We zullen het houden bij ons vak, de mediaramp. In no time hadden zowel de gedrukte als de electronische media zich ontdaan van de ballast om over de taalgrens te kijken. Voor Vlaamse kranten bestond Wallonië niet meer, en omgekeerd. Idem dito voor de radio- en tv-journaals. Er kon bezuinigd worden op de vertaaldiensten, want Frans viel in Vlaanderen nog nauwelijks te horen. Al na korte tijd was de gewenning ingetreden en ging het lijken alsof België een eentalig Nederlands c.q. Frans land was. Soms kreeg je de indruk dat de BRTN nog liever een bijna-fietsdiefstal versloeg in Wachtebeke dan een treinramp met doden in Wallonië. Die N van BRTN is trouwens een toevoeging/geving in dezelfde zin. Heette de Franstalige omroep niet alreeds RTBf – dan werd de f nu in kapitaal gezet: RTBF. Vlaanderen kon niet achterblijven, nietwaar?

Bij de kranten deed zich een soortgelijk verschijnsel voor. Wallonië werd herleid tot een knorrige fruitboer uit Voeren, een enkele keer tot een dronken parlementslid dat later zelfmoord zou plegen. Toch dient voor de kranten een uitzondering te worden gemaakt: De Standaard, aanvankelijk nog AVVVVK.

Het was de enige krant die een redacteur in dienst had met voldoende belangstelling voor en kennis van anderstalig België (tweetalige landsgedeelten en Oostkantons inbegrepen), om er zowat fulltime zijn werk van te maken. Het is de vraag of Guido Fonteyn door zijn bazen altijd naar waarde werd geschat. Die bazen hadden niet zelden het vurige flamingantisme beleden tot en met de Vlaamse collaboratie. In elk geval werd Fonteyn veel bevraagd door collega’s van andere media als die dan toch wel ’s verplicht werden over Wallonië te schrijven, zonder er een donder van af te weten. Guido was altijd bereid zijn kennis te delen en/of zijn collega’s op het goede pad te zetten. Of hij altijd in zijn eigen krant terecht kon om de stukken te schrijven die hij wilde schrijven, laat ik in het midden. Maar hij had voldoende uitlaatkleppen, vaak onder pseudoniem, in de Franstalige Belgische pers om af en toe een ei kwijt te kunnen. En hij schreef boeken over het onderwerp. Het jongste in de rij heet: ‘Vlaanderen, Brussel, Wallonië: een ménage à trois’.

Les transfers c’est les autres?

Zoals te verwachten en te verhopen viel, zijn Fonteyns inzichten ook deze keer verhelderend en non-conformistisch. De initiële Belgische problemen komen niet voort uit de verschillen in taal maar wel – zoals pakweg in Congo – uit de rijke ondergrond. Dat is de grondstelling, raar maar raak. Die delfstoffen zaten in de Waalse bodem. De mankracht om ze te ontginnen werd grotendeels gehaald in Vlaanderen, waar honger en werkloosheid de gezinshoofden en hun kinderen de migratie zuidwaarts injoegen. Denk nu niet dat de Walen zelf daar veel beter van werden. Er was weliswaar werk – tegen hongerlonen – en voedsel dat vaak te duur werd verkocht. De echte winsten gingen naar Brussel. Daar zaten de aandeelhouders, investeerders, speculanten, rijken en grootgrondbezitters.  ‘Wederzijdse verwijten tussen Vlaanderen en Wallonië over een gebrek aan solidariteit hebben dus geen zin’, schrijft Fonteyne.

Vieille Montagne Tilff

Vieille Montagne Tilff

Ook aan het feit dat de Vlaamse textielindustrie eind 19de eeuw afknapte, is niet de schuld van de Walen. Daar zijn andermaal de Brusselse kapitaalbezitters verantwoordelijk voor. De Vlaamse textiel, die zij tot dan hadden gekoesterd, was verouderd geraakt en stond onder concurrentiële druk. En plots deed zich het wonder van de ondergrond voor. Vieille Montagne zal u vast nog iets zeggen. In 1911 omvatte deze houdstermaatschappij niet minder dan 38 bedrijven in België, Frankrijk, Engeland, Italië, Sardinië, Spanje en de VS. De holding stelde toen 500 bedienden en 12.500 arbeiders te werk. In 1928 produceerde de groep 8,5 procent van de wereldproductie in zink.In 1989 werd Vielle Montagne opgenomen in de groep Union Minière, dat in 1999 Umicore ging heten en later zijn zinkactiviteiten groepeerde onder de naam Nyrstar. Zo verdween de beladen naam Vielle Montagne (Remember ‘Groenten uit Balen’) uit beeld. Ongelooflijk is het bestaan, honderd jaar lang, van een Europees ministaatje, Neutraal Moresnet, dat dreef op één product: zink. Het lijkt een bericht van een andere planeet en misschien was het dat ook wel. Het ging trouwens niet enkel om zink, maar ook om steenkool, ijzererts, marmer en zelfs goud. Maar op=op, bijna alle mijnen en steengroeven zijn gesloten. En vanaf de jaren 60 komen de internationale investeerders bij voorkeur weer naar Vlaanderen. Dat maakt onze portemonnees bijna even dik als onze nekken, ondanks de fabeltjes van ‘luie Walen’ die leven van Vlaamse ‘transfers’.

De holding Société Générale speelde natuurlijk decennialang een hoofdrol. Laten we zeggen dat de helft van het geld in Brussel zat, de andere helft in wat Fonteyn ‘de kasteeltjes’ noemt. Het zijn de luxevilla’s van zowel Vlamingen als Walen, die allebei het Frans als voertaal hebben waar ze ook wonen. Andermaal een bewijs dat ‘taal’ nauwelijks meespeelt in de roerige geschiedenis van de Belgische driehoeksverhouding.

Het plaatje is duidelijk: de winsten van de Waalse steenkool- en andere delfstoffenindustrieën vloeiden naar het ‘Brussel’ van de Generale en enkele gelijkaardige instellingen. Ze bleven niet achter in Wallonië. Vanuit Wallonië konden dus ook nooit ‘transfers’ naar Vlaanderen vertrekken (tenzij in de eerste jaren na de invoering van de sociale zekerheid). Daaruit volgt dat elk Vlaams verwijt over het ontbreken van solidariteit vanuit Wallonië met Vlaanderen berust op onwetendheid, of op onvolledige of te kort geïnterpreteerde citaten. Of op starre blind- en doofheid.

Fonteyn bij wijze van besluit: ‘Dat dit alles te maken zou hebben met toestanden tussen Walen en Vlamingen is een misverstand. Er is een derde speler en dat is het Brussel van de markt, van de Generale. In de ménage à trois van Vlaanderen, Brussel en Wallonië maakte één partner gebruik van de beide andere, die dat al dan niet gewillig toelieten en er geen enkel belang bij hebben onderling ruzie te maken.’

Ménage à trois moins un?

Komt dat dan nooit meer goed? Zullen de bewoners van dit land niet de tijd krijgen om verkeerde inzichten bij te vijlen? In elk geval Wallonië lijkt er volop mee bezig. Waar er tot voor niet lang nauwelijks een Waal bestond die bereid was om Flamand/Nederlands te leren, volgen ze nu in grote aantallen een taalbad, cursussen, bijscholing, stages in onze taal. De resultaten zijn zichtbaar. Het Frans van de Vlaamse jongeren is er geweldig op achteruit gegaan. Wie nu een goed geschoolde tweetalige werknemer zoekt, vindt makkelijker zijn gading in het zuiden des lands. Het wordt ook aangemoedigd door de meeste Waalse politici, van ongeveer alle partijen.

Grand Hornu Quaregnon restauratie erfgoed

Grand Hornu Quaregnon restauratie erfgoed

Ook in de mediawereld is er een toenadering merkbaar. Waalse en Vlaamse kranten/radio’s/tv’s  wisselen niet enkel copij maar ook redacteuren uit, tijdelijk of zelfs definitief. Ze proberen (in het beste geval) weer inzicht te krijgen in de verloren gegane kennis over het andere landsdeel. Er lopen nu meerdere Guido Fonteyns rond, vooral aan Franstalige zijde. Zijn we dus de weg terug begonnen? Dan zal de volgende stap aan de partijen zijn, die weer aansluiting moeten zoeken bij hun geestgenoten over de taalgrens. Het beste middel daartoe is de ‘federale kieskring’. Het aantal voorstanders van deze aanpassing groeit aan beide zijden.

Dwarsliggers blijven vooral in Vlaanderen bestaan, op grond van sentimenteel-historische redenen. Maar wie een afkeer heeft van het Frans, kan tegenwoordig ook wel in het Engels terecht. Zullen we daar dan onze eerste landstaal van maken?

*Guido Fonteyn, ‘Vlaanderen, Brussel, Wallonië: een ménage à trois’, EPO, 2014

februari 18, 2014 at 2:32 pm 4 reacties

ZEG, DIE SPLITSING, KOMT DAAR NOG WAT VAN?

Relativity

door Jef Coeck

Waarom is België, na welhaast een eeuw van onverdroten inspanning, nog altijd niet uiteengevallen en zal het dat behalve bij natuur- of andere grote rampen ook nooit doen? De Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt (1948-2010) wijdde er in zijn bekende standaardwerk ‘Na de oorlog’ vele bladzijden aan. België lag hem nauw aan het hart en hij kende het vrij goed. Zijn vader was geboren in Antwerpen en hijzelf bezocht geregeld familie en vrienden in ons land. Judts argumentatie luidt als volgt.

‘Er zijn drie factoren die een rol spelen in de onwaarschijnlijke overleving van België en meer in het algemeen van alle staten in West-Europa. Ten eerste verloor de separatistische zaak in de loop van de generaties en door invoering van allerlei constitutionele hervormingen aan kracht. De oude communautaire ‘zuilen’, hiërarchisch georganiseerde sociale en politieke netwerken die de plaats innamen van de staat, waren al steeds minder belangrijk aan het worden. Een jongere generatie Belgen bleek veel minder vatbaar voor verleidingen op basis van sektarische voorkeur, ook al kregen oudere politici dat maar heel langzaam door.

‘De terugloop van het praktiseren van religieuze gebruiken, de beschikbaarheid van hoger onderwijs en de trek van het platteland naar de steden leidden ertoe dat de traditionele partijen minder greep op de samenleving kregen. Dat was om voor de hand liggende redenen extra waar voor de ‘nieuwe’ Belgen, de honderdduizenden  tweede- en derdegeneraties-immigranten uit Italië, Joegoslavië, Turkije, Marokko en Algerije. Net als de nieuwe Basken hadden die mensen heel eigen zorgen en weinig belangstelling voor de stoffige doelstellingen van ouder wordende separatisten. In de loop van de jaren negentig lieten opiniepeilingen steeds weer zien dat de meeste mensen, zelfs in Vlaanderen, hun eigen zorgen belangrijker vonden dan de regionale kwesties en de taalstrijd.

‘Ten tweede was België rijk. Het goed zichtbare verschil tussen België en andere minder fortuinlijke delen van Europa waar nationalisten er wel in slaagden gemeenschapsgevoeligheden te exploiteren is, dat verreweg de meeste inwoners van het moderne België een vredig leven in materiële welstand leiden. Het lang leeft in vrede – misschien niet helemaal met zichzelf, maar wel met de rest van de wereld – en dezelfde welvaart die het ‘Vlaamse wonder’ voortbracht verminderde ook de politiek van het taalkundige ressentiment. Deze waarneming is met evenveel kracht van toepassing op Catalonië en zelfs op delen van Schotland, waar de extreme voorstanders van de zaak voor nationale onafhankelijkheid hun argumenten steeds weer onderuitgehaald zagen worden door de ontwapenende invloed van een nog niet eerder gekende welvaart.

‘De derde reden voor de overleving van België, en ook van andere intern verdeelde natiestaten, had minder vandoen met economie dan met geografie, hoe nauw die twee ook met elkaar verbonden zijn. Dat Vlaanderen of Schotland uiteindelijk op comfortabele wijze deel van België of het Verenigd Koninkrijk kon blijven uitmaken, kwam niet doordat de intensiteit van het nationale sentiment er minder was dan die welke in de voormalige communistische landen de kop weer had opgestoken. Integendeel,  het verlangen naar zelfbestuur was in bijvoorbeeld Catalonië  voelbaar sterker dan in Bohemen en de kloof die de Vlamingen van de Walen scheidde aanzienlijk breder dan die tussen de Tsjechen en de Slowaken, en zelfs dan die tussen de Serviërs en de Kroaten. Het verschil was dat de staten van West-Europa niet langer losstaande nationale eenheden met een absoluut monopolie op het gezag over hun inwoners waren. Ze waren ook – en werden steeds meer – onderdeel van iets groters.
Het formele mechanisme van de overgang naar een volledige Europese Unie werd in werking gezet…’

EN NU?

Op een paar details na blijft Judts analyse, die hij neerschreef in 2005, volledig valabel. Het is waar, er zijn de afgelopen 7-8 jaar wat onvoorziene dingen gebeurd . Maar die verminderen niet de kracht van de argumentatie, in sommige gevallen is het tegendeel waar.

Judt heeft geen rekening gehouden met de bankencrisis – in de wereld en in België – die in 2005 niet te voorspellen was. Maar. Punt twee, de rijkdom van België is er genendeels door aangetast. Men zou zelfs kunnen zeggen dat de algemene welstand in sommige West-Europese landen, waaronder België, is toegenomen. Dat ook de armoede in relatieve (maar veel kleinere mate) is toegenomen, ligt aan het beleid. Of beter: het gebrek daaraan. De crisis heeft bovendien als ‘collateral damage’ een nuttig effect: studenten, professoren, politici en journalisten hebben zich aan het rekenen gezet en uitgeknobbeld dat de splitsing van België een onbekende maar grote som geld zal kosten aan alle inwoners. Dat maant tot voorzichtigheid annex vertraging. Het is geen toeval dat de N-VA geen datum wil plakken, zelfs niet bij benadering, voor de door haar begeerde ‘souvereine staat Vlaanderen’.

Judt heeft ook niet voorzien dat één Vlaamse nationalistische partij electoraal een grote sprong voorwaarts heeft gemaakt – terwijl een andere zwaar gedecimeerd is. Het blijft ten volle waar dat ‘de separatistische zaak aan kracht heeft verloren’ – hoewel sommigen trachten ons van het tegendeel te overtuigen. De grote thema’s bij de aanstaande verkiezingen van mei, zullen de werkgelegenheid, de pensioenen en de zorg in het algemeen zijn. Niet de Vlaamse onafhankelijkheid. Zelfs niet het lot van de monarchie.

Op haar voorbije driedaags congres heeft de N-VA laten zien waar het haar om te doen is: tijdwinst. Zij wil tijd winnen tot de publieke opinie, moegetergd door de eindeloze herhaling van het gebrek aan argumenten, uiteindelijk zal zeggen: vooruit dan maar. Confederalisme? Onafhankelijkheid? Vlaanderen Grootmacht? ‘Kom maar en hou op met dat gezeur.’
Kortom, la guerre d’usure, de uitputtingsslag. Anders gezegd: de Pyrrhusoverwinning.

Daarom is de titel van De Morgen vandaag volkomen juist: ‘De Wever vreest dat zijn kerk leeg zal lopen als hij zijn ware bedoelingen onthult.’ Die ware bedoelingen werden al eens onthuld bij de fameuze regeringsvorming van 500+ dagen. Na de verkiezingen van 25 mei, als de N-VA niet op tram 3 kan springen, zal het geen 500 dagen maar 5 jaar duren voor er nog eens een kansje komt om de theorie van Tony Judt te verbrijzelen. Maar ik durf er mijn pekzwarte ziel op verwedden dat dat niet zal gebeuren.

Bloemen verwelken, scheepjes vergaan,
Maar België blijft eeuwig bestaan
– of althans langer dan de N-VA.

*Tony Judt, Na de oorlog, Een geschiedenis van Europa sinds 1945, uitgeverij Contact, 2006

februari 3, 2014 at 2:07 pm 1 reactie

“L’AFFAIRE H.”

francois-hollande-le-president-francais-est

par/door Hugues Le Paige

Depuis près de deux semaines, les médias « honorables » ou même de « référence » et évidemment de « service public » méta-communiquent sur « l’affaire H. » : nous n’y sommes pour rien, nous n’avons rien à voir avec la presse de caniveau, nous n’avons pas envie d’en parler mais nous devons bien remplir notre « devoir d’information »… et puis il y a la « demande » du public… A propos du déversement d’informations – vraies ou fausses –, de ragots et de rumeurs quant à la vie privée du président H., un simple rappel : la conclusion d’un livre d’entretien avec Jean Lacouture, intitulé « Eloge du secret » [1]. Le journaliste-biographe, à nul autre pareil, disait ceci – en 2005 – à propos des médias, de la transparence et du secret :

« Je sais qu’il [le secret] est l’antidote nécessaire contre la société d’impudeur où se vautre nos contemporains ; qu’il met en garde contre le prétendu idéal de « transparence » ; et qu’il est un garde-fou contre le journalisme anthropophage – ou coprophage. […] Du fait de sa complexité, de sa mobilité, de sa cruauté, la vérité n’est pas propre à l’instantanéité, rarement à la totalité. L’une des composantes essentielle de la liberté humaine est le libre choix de ses dimensions, de sa mise en perspective, et du moment de son apparition. La vérité, et son usage, sont de libres conquêtes de l’homme. Le secret, un de ses droits. »

Rien à ajouter.

[1] Eloge du secret, Jean Lacouture, Hugues Le Paige, Editions Labor, Collection Trace, 2005.

Hugues Le Paige is onafhankelijk publicist en filmmaker. Hij was geruime tijd correspondent in Rome en Parijs voor de RTBF, de Franstalige openbare omroep. (jc)

—————————–
NEDERLANDSE VERTALING (jc)

Al een paar weken wordt er lang en breed gecommuniceerd over de ‘Affaire H.’, door zowel ‘eerbare’ als ‘kwaliteits-‘ als ‘dienstverlenende’ media. Dat gebeurt op een toon van: wij kunnen er ook niet aan doen, wij keuren zelf de riooljournalistiek af, wij zouden er liever niet over praten maar we hebben nu eenmaal een ‘informatietaak’. En er is ook de vraag van het publiek waar we niet onderuit kunnen.
Inzake het lossen van informatie – juiste of valse – , van roddels en geruchten over het privé-leven van president H. wil ik een tekstje in herinnering brengen. Het is het slot van het boek ‘Eloge du secret’, een lang interview met Jean Lacouture (ster-reporter van o.m. Le Monde en Le Nouvel Observateur/jc), uit 2005. Over de media, doorzichtigheid en geheimhouding zei de journalist-biograaf hetvolgende:

‘Ik weet wel dat geheimhouding – niet-publicatie – een noodzakelijk tegengif is voor de huidige maatschappij die zich graag in de onbeschaamdheid wentelt. Dat zwijgen een wapen is tegen het zogenaamde ideaal van de transparantie. En dat het een waarschuwing is tegen kannibalen evengoed als tegen mestkevers. De Waarheid is, vanwege haar ingewikkeldheid, volatiliteit en wreedheid, nooit pasklaar en zelden totaal. Een essentieel onderdeel van de menselijke vrijheid is de vrije keuze van afmetingen, perspectieven en het ogenblik van publicatie. De waarheid en het gebruik ervan zijn  zelfverworvenheden van de mens. De geheimhouding  is een van zijn rechten.’
Daar heb ik niets meer aan toe te voegen.

januari 19, 2014 at 2:06 pm 6 reacties

Oudere berichten


Kalender

april 2014
M D W D V Z Z
« mrt    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
282930  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 540 andere volgers