Archief beheerder

DAT ZINKEND GEVOEL (SLOT)

 

 final wish

Geld. De accumulatie van steeds meer geld is het doel van de mensenmaatschappij, zou onze buitenaardse bezoeker in zijn rapport schrijven. “Mensen geloven in diverse, elkaar beconcurrerende goden maar dat de god die werkelijk op heel de aarde wordt aanbeden is geld.  Ze denken dat het hen dient maar eigenlijk dienen zij het. Ze produceren wel dingen die ze nodig hebben maar enkel als dat meer geld opbrengt. Anders doen ze het niet, ook al sterven daardoor miljoenen.  Ze vinden dat spijtig maar onvermijdelijk want ze kunnen zich niets anders voorstellen dan de eredienst van het geld. Het is zo abstract als hun andere goden. Ze geloven dat abstracte waarde  in de vorm van geld, eindeloos kan en moet groeien. Soms is hun geld iets materieel, zoals een zeldzaam metaal, maar doorgaans is de materiele vorm onbelangrijk, louter symbolisch en soms zelfs onbestaand. Maar ook als het  materieel niet bestaat, bestaat het sociaal omdat de mensen er in geloven. Soms wordt dat geloof zwaar op de proef gelegd en dan ontstaat er chaos, grote armoede, oorlogen. Het geloof in stand houden wordt daarom door de machtsinstanties op deze planeet aanzien als hun voornaamste opdracht.”

De economische experts waarmee hij praat zeggen hem dat geld geen doel is maar een middel. Het enige middel dat in staat is om het verkeer van goederen en  diensten tussen mensen efficient te organiseren. Maar ze hebben ongelijk. Het middel is het doel geworden.

Geld is als bloed, vindt Paul De Grauwe (De Morgen 30/3/2013). “Het houdt alles bij elkaar. Het enige waarover iedereen het tenslotte eens is in de samenleving, is dat het geld waard is wat het waard is.” Maar wat is het waard?

Geld ontleent zijn waarde niet aan zichzelf. De rijkdom van een land verdubbelt niet als het zijn geldhoeveelheid verdubbelt. De waarde van het geld hangt af van de waarde van de goederen en diensten die het circuleert. Voor hen treedt het geld op als plaatsvervanger, omdat het nu eenmaal erg onpraktisch is, zoals De Grauwe  verder opmerkt, om bvb. schoenen voor broden te ruilen.

De accumulatie van geld komt dus in de problemen als de waardegroei in de reele economie in het gedrang komt.  De economie stoelt op de markt. Dat wil zeggen concurrentie tussen verkopers en tussen kopers. Die zorgt ervoor dat prijzen tot stand komen op basis van de vergelijking van productiekosten. Wat kost het om zo’n ding te maken? Wat volgens Marx neerkomt op de vraag: hoeveel sociaal noodzakelijke arbeidstijd is er vereist om de grondstoffen die ervoor verbruikt werden te ontginnen, om de producten die de arbeiders met hun lonen kopen te maken, om het deel van de technologie en infrastructuur die voor zijn productie werd versleten te vervangen? Abstracte arbeidstijd is wat werkelijk wordt geruild. Slaagt een industrieel er in om er minder  te gebruiken dan in zijn sector de norm is, dan rijft hij een meerwinst binnen. Hetzelfde geldt voor de firma die een nieuw product op de markt brengt en dus een monopolie-positie verwerft die de marktregels uitschakelt. Maar de tendens van de markt is om de productie te stimuleren waar de winstmarge hoger is, zodat wat de uitzondering was, de regel wordt en de winstvoet, tendentieel, egaliseert.

value

Dit systeem werkte behoorlijk zolang de groei van de sociale rijkdom effectief afhing van een groeiende mobilisatie van arbeid. Maar technologische omwentelingen doen een productieproces ontstaan waarin de werkelijke bron van sociale rijkdom niet zozeer de kwantiteit van de geleverde arbeid is maar wel ‘het algemene intellect’,  de collectieve kennis en toegepaste wetenschap. Marx voorzag een tijd waarin productie  een zaak wordt van machines en automatische processen en de mens niet langer de hoofdacteur in het productieproces is maar enkel de opzichter. Zo krijg je een systeem waarin enerzijds de toegepaste sociale kennis een gigantische productiviteit mogelijk maakt, (relatief) onafhankelijk van de hoeveelheid arbeidstijd die gebruikt wordt.  Anderzijds dwingt het geldsysteem om de hoeveelheid arbeidstijd te blijven gebruiken als maatstaf voor de waarde die gecreërd wordt en om de groei van de productie ondergeschikt te maken aan de nood om de waarde van het bestaande geld in stand te houden (Marx, Grundrisse, Penguin ed. p. 704 e.v.).

 Met andere woorden, het kapitalisme heeft de wereld zo veranderd dat zijn eigen grondregels achterhaald zijn geworden. Ze leiden tot overproductie, een dalende modale winstvoet, krisis, armoede, oorlog. Hoe meer ontwikkeld het globale productieproces wordt, hoe moeilijker het wordt om die obstakels te overwinnen.

 De stagnatie van waardegroei in de reele economie leidde in de jaren 1970 tot een mondiale krisis. Meer geld in circulatie brengen om de groei te stimuleren deed enkel de inflatie oplaaien. Het geld begon zich uit de circulatie terugtrekken. Het is de enige waar die dat dat kan. “Alle waren zijn bederfbaar geld”, schreef Marx, maar “geld is de onbederfbare waar” (schijnbaar).  Alle andere waren moeten omgezet worden in geld, anders verliezen ze hun waarde. Geld kan geld blijven in de vorm van allerlei financiele tegoeden. Die maken het mogelijk om geld te parkeren, in plaats van het te gebruiken voor consumptie of productieve investeringen. Vanaf 1980 groeide de parkeer-ruimte aan een ongelooflijk tempo. De meest ingenieuze ‘financiele instrumenten’  (derivatieven etc) werden uitgevonden om aan de vraag tegemoet te komen. Zo kon de geld-expansie voortgaan zonder inflatie aan te wakkeren omdat het teveel aan geld in circulatie werd weggezogen door de financiele sector. Geld heeft het voordeel dat de vraag ernaar onbeperkt is: alle andere waren hebben een gelimiteerde markt maar geld kun je in deze maatschappij blijkbaar nooit genoeg hebben.

always more

Dat is echter ook een nadeel. Hoe meer de vraag naar geparkeerd geld stijgt, hoe minder koopkracht er overblijft voor andere waren zodat de reele economie verder verzwakt.  De stijgende vraag doet de marktwaarde van financiele tegoeden stijgen, wat op zijn beurt de vraag stimuleert. Een steeds groter deel van de totale koek gaat naar de financiële sector –in de VS steeg het aandeel van de sector in de totale winst van 18,3% in 1980 naar 40,8% in 2007- zodat al de rest het met minder moet doen.

Eigenlijk zou ik hier twee andere belangrijke ontwikkelingen sinds 1980 moeten bespreken: de globalisering en de expansieve groei van de informatie-technologie. Alleen omdat dit stuk anders te lang zou worden, sla ik ze over. Maar over de geldcultuur nog dit.

Sinds 1980 is de totale hoeveelheid van financiële tegoeden drie keer sneller gestegen dan het mondiale bruto product (van 12 biljoen dollar in 1980 naar 196 biljoen in 2007, wat vier keer meer was dan het mondiaal bruto product in dat jaar) (zie Der Spiegel, 5/11/2009, p. 96 e.v.). Het geloof dat geld meer geld kan opbrengen, zonder daartoe afhankelijk te zijn van een waardegroei in de reele economie, werd wijdverspreid.Maar al die financiele tegoeden zijn in feite schuldvorderingen. Hoe meer ze groeien in verhouding tot de reele economie, hoe meer deze laatste kreunt onder haar schuldenlast.

Debt

Ze bezwijkt eronder op de zwakste plaatsen en dan begint de hele zeepbel te barsten. De eerste zware schok kwam in 2008. Men ging hem te lijf door nog maar geld te maken, nog meer schulden  te maken.  Het onevenwicht werd dus nog groter. Een nieuwe, zwaardere schok staat ons te wachten.

De wereldeconomie zou een heropleving kennen als het teveel aan financieel kapitaal als bij toverslag geëlimineerd zou kunnen worden. Maar dat is onmogelijk. Het ‘goede’ geld en het ‘slechte’ dat door geen waarde in de echte economie gedragen wordt, kan niet van elkaar gescheiden worden. Daarom zou de ineenstorting van de gigantische financiële bubbel de hele economie met zich mee sleuren.

Een wereld zonder geld

Ik vermoed dus dat onze buitenaardse bezoeker ons zou adviseren om het hele geldsysteem te laten vallen. “Dat kan niet”, zegt professor De Grauwe, “dat zou een terugkeer betekenen naar het stenen tijdperk”. Want hij kan zich een ontwikkelde maatschappij niet anders voorstellen als een markt en een markt zonder geld is inderdaad moeilijk voorstelbaar.

Maar het is juist omdat we in een hoog-ontwikkelde maatschappij met een globaal productieproces leven, dat we ons iets anders kunnen voorstellen dan marktmechanismen om productie en consumptie te reguleren.

Waarom niet?

Waarom niet alle basisbehoeften  –behuizing, levensmiddelen, transport en communicatie, medische zorgen- voor alle mensen op aarde gratis maken? Onmogelijk? De kennis en middelen om zo’n project te realiseren zijn wel degelijk voorhanden.

Waarom niet samen democratisch beslissen wat onze gezamenlijke prioriteiten zijn en alle elkaar beconcurrerende en oorlog voerende naties afschaffen?  De informatie-technologie zou daar de infrastructuur voor leveren.

Een prioriteit zou zeker zijn het herstel van het ecologisch evenwicht, zodat we ophouden met ons eigen graf te graven. Tijdsbesparende technologie zou dienen om echt tijd te sparen, om iederen meer vrije tijd te geven, in plaats van om personeel op straat te zetten en de overblijvers nog harder te doen werken.

Sommige zaken zouden nog altijd schaars zijn (residenties aan zee, fijne wijnen, vliegtuigreizen) en hoe men die zou verdelen weet ik ook niet precies. Maar die dingen zouden relatief marginaal zijn omdat collectieve vormen van consumptie (een puik en gratis openbaar vervoer ipv iedereen in zijn eigen auto bvb) en de onmogelijkheid om bezit via geld te accumuleren de bezitscultuur gaandeweg zouden doen verdwijnen.  Nu bezit minder dan 1% van de wereldbevolking ruim 40% van alle rijkdom op aarde.

what to do

Zouden mensen de stimulans verliezen om productief te zijn als ze geen geld meer kunnen accumuleren? Ik denk het niet. De meeste mensen willen een productief leven leiden omdat ze daar voldoening in vinden. Nu kan een steeds groter deel van de mensheid dat niet. Bijna twee miljard mensen zijn verbannen uit het globale productieproces , gedoemd tot ellendige levensomstandigheden die misdaad, oorlog, overbevolking en ziekte meebrengen. Het geldsysteem maakt van de aarde een “planet of slums”, zoals Mike Davis in zijn gelijknamig boek indringend beschreef.

Ik wil het niet te simpel voorstellen. Problemen zouden niet bij toverslag verdwijnen, het gezamenlijk beheer van de aarde zou een complex  proces zijn en boekhouding zou nog steeds een vereiste zijn. Maar het grootste obstakel is het ontbreken van de wil, het onvermogen om buiten de box van de markt te denken. En dus ook het ontbreken van een beweging, een sociale kracht die dit historisch breekpunt kan tot stand brengen. Het lijkt nog utopisch. Maar de ineenstorting van het geldsysteem kan het op slag veel realistischer maken.

  Tom Ronse

Ik dank diegenen die deze serie hebben uitgelezen. En nu terug naar de belangrijke zaken des levens, zoals hoofddoeken.     

april 20, 2013 at 9:08 am 1 reactie

DAT ZINKEND GEVOEL (3)

cyprus2

door Tom Ronse

Stockman heeft gelijk: het is onvoorstelbaar dat de expansie van geld en financiële tegoeden aan het huidige tempo wordt voortgezet zonder een katastrofale ineenstorting te veroorzaken van al de zeepbellen die door die expansie gevoed worden. De financiële krisis die dan uitbreekt zal veel moeilijker te bedwingen zijn dan deze die in 2008 begon.  Wat hij in de plaats voorstelt is een terugkeer naar de goeie ouwe burgerlijke waarden: ophouden met al dat ‘casino-geld’ te creëren, ophouden met dat geld te pompen in banken en bedrijven die anders failliet zouden gaan, streven naar fiscaal evenwicht door bezuinigingen en belastingsverhoging. Dat zou naar een gekrompen maar gezondere economie moeten leiden. De schoktherapie die hij voorstaat zou nog veel sneller naar depressie leiden maar daarna zou de groei heropstarten op een evenwichtiger basis. Maar Stockman zwijgt  over de chaos en sociale onwrichting die met die ‘afslanking’ zou gepaard gaan.  De oorlogen die zouden uitbreken over de slinkende taart, de massale werkloosheid, de verarming…in zijn ogen is dat misschien niet meer dan onvermijdelijke randschade maar die ‘randschade’ zou het sociale weefsel verscheuren. Zijn ‘kuur’ zou de patiënt nog zieker maken.

Geen wonder dat geen enkel land geneigd lijkt om Stockmans recept uit te voeren. De enige economische grootmacht die in die richting gaat is de EU. De Europese autoriteiten hebben niet dezelfde middelen tot hun beschikking als de Amerikaanse, dus lijkt het wijs dat ze voorzichtiger zijn en bezuinigingen opleggen om te beletten dat de publieke schulden razendsnel groeien. Maar het werkt niet. Griekenland heeft al vijf jaar harde bezuinigingen moeten slikken. De economie is met een vijfde gekrompen, met een scherpe daling van de fiscale inkomsten als gevolg. Hierdoor is de Griekse publieke schuld, ondanks al die bezuinigingen, nu gestegen tot 170% van het BNP, tegenover 100% toen de krisis begon. De economieen van Ierland, Portugal, Spanje en Italie zijn in die vijf jaar soberheid ook gekrompen terwijl hun schuldenlast is gestegen.

Het doel van de ECB is niet anders dan dat van de Amerikaanse Fed: de bescherming van de financiële infrastructuur;  van het bankwezen. Daartoe zijn alle middelen goed, inbegrepen de confiscatie van bankdeposito’s zoals onlangs in Cyprus is gebleken. En het zal wel niet bij Cyprus blijven.

A policeman walks in front of a bus station with an anti-bailout banner outside the parliament in Nicosia

Het soberheidbeleid faalt. Het enige positieve dat er over kan gezegd worden is dat ze de depressie kruipend maakt in plaats van de economie in haar geheel te treffen. Van Griekenland kroop ze naar Ierland, Spanje, Portugal, Cyprus, Italië…hoe lang zal het nog duren eer landen als Frankrijk en België aan de beurt komen?

Wat kan er een einde maken aan de draaikolk die deze landen meesleurt?  Hun situatie verbetert niet, integendeel. En ook een kruipende depressie eist een zware tol. Patiënten sterven in Griekenland omdat ze door de bezuinigingen van zorg verstoken blijven. De verarming  grijpt om zich heen in Spanje en Italië. De architecten van Europa’s soberheidsbeleid hebben bloed aan hun handen.

 Drie wegen naar de hel

Samengevat: de economische beleidmakers kunnen kiezen tussen drie krachtlijnen. In praktijk  wordt er gekozen voor een combinatie van alle drie maar in de mix is er telkens een dominant.

-  de expansie van geld- (en dus schulden-)creatie afremmen door bezuiningen. Werkt contra-productief en kan dus niet beletten dat de schulden blijven stijgen. Hoogstens kan het de veralgemening van de depressie uitstellen.

- de expansie van geld- (en dus schulden-)creatie voortzetten om de waarde van het al bestaande kapitaal (banktegoeden, aandelen, vastgoed etc) te onderstutten. Maar die geldexpansie leidt niet tot een expansie van de reële economie, wel tot bubbelvorming. Wanneer die bubbels hun onafwendbare afloop ondergaan, dreigt een economische instorting.

- de expansie van geld- (en dus schulden-)creatie voortzetten om de economische groei te stimuleren.  Hogere belastingen op winsten en vermogens om de stijging van de openbare schuld af te remmen. Controle over het kapitaalverkeer om een exodus van geld te beletten. Dit is slechts een ander pad naar de ineenstorting, bezaaid met hyper-inflatie  en wurgende rentevoeten.

Met andere woorden: ze zijn alledrie rampzalig. Er zijn geen opties die een uitweg uit de krisis bieden. Wat niet betekent dat het er niet toe doet welke beslissingen er worden genomen. Maar geen is in staat om de neerwaartse trend van de globale economie om te buigen. Ik probeer me scenario’s in te beelden waarin dat wel zou kunnen lukken maar ik slaag er niet in. Misschien kan een bezoeker van dit salon me helpen.  De economisten wiens interviews ik lees in de kranten kunnen het niet. Ze praten over de economie als over het weer en elke weerman weet dat er na regen weer zonneschijn komt.  Hoewel we ook daarover niet meer zo zeker kunnen zijn. Men moddert maar aan. Niemand slaagt er in om coherent uit te leggen hoe deze economie –en, daarmee verbonden, deze biotoop- een nieuw evenwicht kan vinden zonder eerst tot grote vernietiging te leiden.

De astronoom Carl Sagan  vroeg ooit wat een bezoeker van de andere kant van de melkweg zou denken over onze samenleving en ons beheer van de planeet. Ik vermoed dat hij ons stapelgek zou verklaren. Het eerste wat hem zou opvallen is de discrepantie tussen onze kennis, ons productievermogen, de rijkdom die we kunnen creëren en de diepe armoede waarin meer dan 3 miljard mensen, bijna de helft van wereldbevolking, proberen te overleven. Hij zou zien hoe we fabrieken sluiten, liever dan er de goederen te produceren die mensen nodig hebben. Hoe we huizen bouwen die we liever leeg houden dan aan mensen zonder huis te geven.  Hoe we produceren op een wijze die de bewoonbaarheid van de planeet voor onszelf in gevaar brengt. Hij zou tot de conclusie komen dat het doel van de mensenmaatschappij, van haar economie, niet het bevredigen van de menselijke noden is. Maar wat dan wel?

VERVOLGT MORGEN

april 16, 2013 at 6:26 am Een reactie plaatsen

DAT ZINKEND GEVOEL (2)

china empty city

door Tom Ronse

China is de enige andere grootmacht die een uitgesproken Keynesiaanse politiek heeft gevoerd om de krisis te bestrijden.  Net als de VS doet ze dat niet door het consumptievermogen van de 99% te verhogen. De lonen zijn wel gevoelig gestegen in China; dat gebeurde echter niet omdat de staat dit wou maar onder druk van de werkende bevolking die de laatste jaren een groeiende combativiteit vertoont. De staat probeert die tendens af te remmen  want lage lonen waren de sleutel-ingredient van China’s economische expansie.  China’s groei werd gestuwd door zijn exportsector wiens sukses  steunde op lage prijzen, mogelijk gemaakt door lage lonen. Dat is niet wezenlijk veranderd.  Het is nog steeds de voornaamste reden waarom Apples in China worden gemaakt.  Maar de druk van onderop neemt toe. De tegenstelling tussen wat de arbeiders in China willen en wat de staat die zogezegd van hen is nastreeft, wordt steeds scherper.

Karl Marx hekelde de opvatting dat de krisis kan opgelost worden door loonsverhogingen (zie Capital, Volume II, Penguin edition, p. 486-487) . Was het maar zo simpel. De stijging van het loonniveau heeft in China bijgedragen tot een stijging van de inflatie die nu, volgens onafhankelijke schattingen  (de officiële cijfers zijn notoir onbetrouwbaar) 12% (op jaarniveau) bedraagt. Dat is een peil waarop alle bezitters van kapitaal (al is het maar een beetje spaargeld) nerveus op zoek gaan naar veiligheid.

In plaats van te investeren in betere levensomstandigheden voor de honderden miljoenen Chinezen die nog steeds in diepe armoede leven –wat de inflatie zou doen oplaaien- investeerde de Chinese staat in wat  David Stockman (zie verder) terecht omschrijft als “the greatest construction boom in recorded history”.  Opnieuw, een keuze die verstandig lijkt.  De gigantische expansie die China heeft gerealiseerd op het vlak van infrastructuur (wegen, havens, spoorwegen, electriciteitsnet, etc) hebben zijn productiviteit aanzienlijk verhoogd en geven het een enorm competitief voordeel tegenover landen als India. Door zijn investeringen in hoogtechnologische industrie werd China een concurrent in winstgevende sectoren die tot voor kort het exclusief domein waren van het westen en Japan.  Nog indrukwekkender was de snelheid waarmee kantoren en woontorens werden gebouwd. Hele steden schoten als paddestoelen uit de grond. “I think they’re building somewhere between 12 and 24 new cities every single year”, zegt Gillem Tulloch, een in Hong Kong gebaseerde financiële analyst in het CBS-nieuwsprogramma “60 Minutes”.  De bouwsector stelt ruim 50 miljoen mensen te werk. Hij bloeit omdat er veel geld verdiend is in China. Dat geld moet opbrengen, anders wordt het opgevreten door de inflatie die al lang veel hoger is dan de lage renten op bankdeposito’s. In China, nog meer dan elders, heerst de illusie dat vastgoed waardebestendig is. Die illusie stimuleert de vraag naar vastgoed –het is pas 15 jaar geleden dat het bezit ervan legaal werd-  en drijft dus zijn prijzen op, wat de illusie nog sterker maakt. Door die vraag te voeden wordt geld dat anders in de algemene circulatie zou terechtkomen en inflatie zou aanwakkeren, ‘gesteriliseerd’.  De vastgoed-boom is bovendien een belangrijke bron van inkomsten voor de staat. Vooral voor de regionale overheden wiens budgetten grotendeels door grondverkoop en vastgoedtaksen gevoed worden.

Spooksteden

Op het eerste zicht –afgaande op de onmiddellijke resultaten- hebben zowel China als de VS een verstandig Keynesiaans beleid gevoerd. Ze hebben, voorlopig met sukses, de waarde van hun bezittingen verdedigd tegen de devalorisatie-trend.  De globale krisis was een zware opdoffer voor de Chinese export-industrie maar toch slaagde China er in om een forse groei in stand te houden. De inflatie is er een serieus probleem maar lijkt nog niet uit de hand gelopen.

In de eerder vermelde reportage in “60 Minutes” (zie link onder dit stuk) bezoekt de reporter enkele van de pas gebouwde steden in China. Wat we te zien krijgen is hallucinant.  Steden met alles erop en eraan maar zonder inwoners. Alsof er een regen van neutronenbommen (waarvan gezegd wordt dat ze al wat leeft doden maar gebouwen intact laten) op neer is gekomen. Ordos (ook Kangbashi genaamd) is een stad gebouwd voor een miljoen inwoners, met fonkelnieuwe kantoorgebouwen en woontorens, parken, musea en winkels maar met niet meer bewoners dan een Vlaams dorp.  Ordos is een extreem voorbeeld maar er zijn nog vele andere ‘ghost cities’ en ‘ghost suburbs’ in China. Waarom zijn ze leeg terwijl de woningnood zo groot is in China?  Vaak woonden er al mensen op de plaatsen waar de nieuwe wijken verrezen. Hun simpele huisjes werden afgebroken, de bewoners verdreven.  Zij konden niet in de nieuwe appartementen gaan wonen omdat ze te arm zijn. De meerderheid van de bevolking in China moet zien te overleven met een inkomen van nog geen 2 euro per dag. Zij kunnen er enkel van dromen van ooit in een degelijk huis of appartement te wonen.

Ordos in aanbouw

Ordos in aanbouw

Toch is het voor de projectontwikkelaars niet moeilijk om kopers voor die nieuwe woningen te vinden. De vraag is zo groot door de honger naar vastgoed als spaarpot. Hoe meer spaargeld de devalorisatie ontvlucht in vastgoed, hoe meer de  stijgende vastgoedprijzen lijken te bevestigen dat de kopers een goede zaak deden. Maar lege flats brengen niets op. Wat hun prijs in stand houdt is niets meer dan een geloof. Het klassieke zeepbel-scenario  staat voor de deur. Eerder vroeger dan later merkt een kind op dat de keizer naakt is en plots ziet iedereen dat ook.  De zeepbel spat uiteen en al dat spaargeld is plots niets meer waard. De banken die biljoenen uitleenden om de constructieboom te financieren, verdrinken in de rode inkt. De locale overheden zien hun inkomsten wegsmelten als sneeuw in de zon. Depressie dreigt. Kan China dit doomsday-scenario nog vermijden?

In de VS intussen vertoont de vastgoedsector, wiens implosie het startsein was van de huidige krisis, tekens van herstel. Het is een van de hoopgevende gegevens, zoals de lichte daling van de werkloosheid en de stijging van de binnenlandse energieproductie, waar de Amerikaanse media en regering zich aan vastklampen om de bevolking en de buitenlandse investeerders te overtuigen dat het de goede richting uitgaat. Vooral het feit dat de Amerikaanse beurzen hoger scoren dan ooit maakt hen optimistisch.  Maar volgens David Stockman, “instead of cheering, we should be very afraid”.

Nieuwe bubbel

In een opmerkelijk opiniestuk in The New York Times wijst Stockman (die begrotingsminister was onder Reagan maar later met hem brak) erop dat de Fed haar tegoeden verzesvoudigd heeft door schulden van bedrijven, banken en de federale staat te kopen met nieuw geld.  Dat is wat de beurswaarden omhoog drijft en het krediet goedkoop houdt. Die stijging is geen afspiegeling van groeiende economische welvaart. Integendeel, de groei blijft amechtig en de verarming neemt toe. Het is een zeepbel, net als de Chinese vastgoedsector.

Maar zoals de Chinese banken niet kunnen stoppen met de vastgoedexpansie te financieren uit vrees dat dit een ineenstorting zou inluiden, zo kan de Fed haar huidig beleid niet stopzetten vanwege het risico dat de beurs-zeepbel zou imploderen. Dus blijft ze maar kopen en geld bijmaken en de zeepbel blijft zwellen. “When the latest bubble pops, there will be nothing to stop the collapse”, besluit Stockman.  Want de overheid zal niet meer over de nodige geloofwaardigheid beschikken om het tij te keren. Zelfs zonder nieuwe krisis zal de federal schuldenlast in het komende decennium stijgen van bijna 17 biljoen dollar naar 30 biljoen. Hoeveel biljoenen kunnen daarbij komen zonder een dollar-krisis te veroorzaken? Van de ineenstorting die dit in gang zou zetten, zou geen enkel land zich kunnen isoleren.

Intussen heeft de centrale bank van Japan laten weten dat het de hoeveelheid yens in de komende twee jaar zal  verdubbelen. Om de deflatie te bestrijden maar ook –al wordt dat niet openlijk gezegd- om de marktprijs van de yen te doen zakken en zo de competitieve positie van Japanse producten op de wereldmarkt te verbeteren. De naaste concurrenten van Japan zoals Zuid-Korea zijn daar het slachtoffer van. Ze staan nu onder druk om op hun beurt de devaluatie van hun munt  na te streven met een expansief monetair beleid. Amerika heeft deze currency war zelf in gang gezet.  Haar monetaire expansie hield de dollar, ondanks het ‘safe haven-effect’, relatief laag wat de Amerikaanse export stimuleerde.  Anderen volgen nu haar voorbeeld. Geld, en financiële tegoeden in de brede zin, zwellen tot ongekende proporties. Onafhankelijk, zo lijkt het, van een waardegroei van wat er in de wereldeconomie geproduceerd wordt. Maar geld heeft geen waarde op zich, het ontleent zijn waarde aan zijn inwisselbaarheid in andere waren.  Dus als het geld disproportioneel groeit in verhouding tot de waarde die het circuleert, dan dringt een correctie zich op. Depressie is haar naam.

MORGEN (als ’t lukt) DE CONCLUSIE

De ’60 Minutes’-reportage leest u HIER

Stockmans opiniestuk  leest u HIER

april 13, 2013 at 8:55 am Een reactie plaatsen

DAT ZINKEND GEVOEL (1)

Sinking 2

door Tom Ronse

Een raadseltje: wat drijft en is tegelijk onder water?

Antwoord: de helft van alle cargoschepen.

Volgens de New York Times, “as many as half the cargo carriers on the high seas today may no longer be worth as much as the debt they carry –putting them underwater, in financial jargon”. (3/23/13) Scheepsbouw en scheepvaart kenden een boom tot de krisis uitbrak in 2008. Eeen nieuw schip dat toen 150 miljoen dollar kostte, is nu nog zo’n 40 miljoen waard.  Met honderden liggen ze in baaien zoals Falmouth in Engeland en Elefsina in Griekenland te wachten op betere tijden. Maar een schip moet onderhouden worden, of het opbrengt of niet. Het ergens parkeren alleen al is niet goedkoop. Hoe langer ze er werkloos bij liggen, hoe dieper ze financieel onder water zinken.

Geen wonder dat al verschillende grote scheepvaartbedrijven bankroet zijn gegaan.  Over de terugbetaling van de schulden van de sector aan de (vooral Europese) banken –samen 350 miljard dollar- bestaan dan ook grote twijfels.  De Duitse banken zijn de grootste schuldeisers. Zij leenden meer aan de scheepvaartsector dan aan Griekenland, Portugal, Italie, Ierland en Spanje samen.

De overcapaciteit van de scheepvaartsector is ver van uniek.  In het zuidwesten van de VS staan duizenden vliegtuigen geparkeerd in woestijnvlakten. Zij vereisen minder onderhoud dan schepen maar hun vooruitzichten zijn even somber. Ook de autosector kampt wereldwijd met gigantische overschotten maar wordt gestut door massale kapitaal-injecties, in de eerste plaats van de Amerikaanse overheid. Het valt daarbij op dat die ook aan buitenlandse concurrenten zoals Toyota en Mitsubishi miljarden verstrekt, wat wijst op vrees voor een sectoriële ineenstorting.  De bouwsector, de staalsector…zo kunnen we nog een hele tijd doorgaan.

mojave desert

Monopoliedrang

De manier waarop de luchtvaartsector zich probeert te redden is symptomatisch. De zwakkere bedrijven gaan onder of worden opgeslorpt door de sterkere die zo’n dominante marktposities verwerven dat er effectieve kartel-situaties ontstaan. De vrije concurrentie  wordt overtroefd door de impliciete afspraken tussen die megabedrijven die het aanbod beperken om hun prijzen te onderstutten. Die trend is typisch voor de huidige periode. Geconfronteerd met overcapaciteit en een dalende gemiddelde winstvoet, streeft men een artificiële schaarste na die het mogelijk maakt om prijzen te dicteren, om zo aan de devalorisatie-trend te weerstaan. Vandaar dat patenten zo belangrijk zijn geworden.  Monopolie- en kartel-posities zijn uiteraard gunstig voor de betrokken bedrijven aangezien ze een veel hogere winst  opstrijken dan wat ze in een vrije markt-context zouden verdienen. Maar dat betekent niet dat hun voorspoed een hoopvol teken is voor de globale economie. Als ik honderd keer meer betaal voor een i-pad dan wat het kost om zo’n ding te maken, als ik duizend keer meer betaal aan de firma die mij een internet- en tv-connectie  verleent dan wat de geautomatiseerde  processen die dat mogelijk maken haar kosten, als ik tienduizend keer meer betaal voor de pillen die ik slik dan wat het kost om die pillen te maken, dan hou ik  een pak minder geld over om alle andere dingen die ik nodig heb of verlang te kopen. Het sukses van Apple en bedrijven met een gelijkaardige benijdenswaardige marktpositie, vermindert dus de vraag naar al de rest en wakkert zo de devalorisatie-trend verder aan.

Geen alternatief voor soberheid

De trend veroorzaakt tendentieel een devaluatie van de tegoeden van de banken die, zonder ingreep door de overheid, bankroet zouden gaan of op zijn minst hun vermogen of bereidheid om krediet te verstrekken zouden verliezen. De keten van economische transacties zou op duizenden plaatsen breken, met een ineenstorting voor gevolg. Daarom moeten de staten en hun centrale banken wel tussenkomen om het bankwezen te redden; om de ontwaarding af te remmen van de banktegoeden en van de tegoeden van de bedrijven en consumenten aan wie de banken geleend hebben.  Maar om dat te kunnen doen, moeten ze er tegelijk voor zorgen dat ze hun eigen geloofwaardigheid als schuldenaar behouden.  Dus hoe meer fiscale en monetaire middelen de overheid inzet tegen de devalorisatie-trend, hoe meer ze gedwongen is om op andere uitgaven te bezuinigen, om de kapitaalmarkt te overtuigen dat ze in staat zal blijven om de nieuwe schulden die ze maakt af te betalen, om hen gerust te stellen dat haar munt niet zal tuimelen.

Een soberheidsbeleid dringt zich dus op, zij het niet overal in dezelfde mate. De linkerzijde merkt op dat de bezuinigingen de vraag verder ondermijnen en dus de krisis nog dieper maken. Dat klopt.  Er is echter geen alternatief. Links stelt voor om ‘anders’ te bezuinigen, om ‘verstandiger’ te bezuinigen, om te bezuinigen op uitgaven van betwistbaar nut zoals bewapening, om de rijken meer te belasten.  Hoe linkser, hoe meer uitgesproken de eis om de consumptie van de meerderheid te stimuleren en de rijken daarvoor te laten opdraaien. Dat lijkt zinnig maar helaas is het pure rethoriek.  Elk land moet concurreren om kapitaal aan te trekken, geen enkel kan het programma van uiterst links uitvoeren zonder zijn eigen doodvonnis te tekenen.  Ik vermoed dat er niets angstaanjagender is voor partijen als Syriza in Griekenland of de SP in Nederland of (ietwat onwaarschijnlijker) de PVDA in België, dan het idee dat ze op een goede dag in een regering zouden moeten stappen, laat staan ze vormen.

De rijken doen betalen door hun fiscale lasten substantieel te verhogen jaagt het kapitaal op de vlucht en ontneemt de economie haar zuurstof.  De lonen verhogen ondermijnt de concurrentiepositie en leidt tot inflatie –de hoeveelheid geld die circuleert  stijgt zonder een overeenkomstige stijging van circulerende waarde. Het zijn pogingen om de wetten die de markt dicteert te manipuleren die gedoemd zijn om te mislukken. De markt laat voor de politieke machthebbers weinig keuzes open.

Keynes lives

Ondanks de klemtoon op bezuinigen hebben de landen die daartoe nog in staat zijn wel degelijk een Keynesiaans beleid gevoerd om de devalorisatie- (en dus deflatie-) trend te bestrijden.  De VS in de eerste plaats. De Amerikaanse regering gaat diep in het rood. Het cumulatieve federale begrotingstekort voor de komende 10 jaar wordt op 15 tot 20 biljoen (trillion in het Engels) dollar geschat.  De staat  ondervindt  voorlopig geen moeite om haar schulden te slijten aan een rente dicht bij nul. Die rente is laag omdat hij niet hoger hoeft te zijn om kopers te vinden. De voornaamste klant is overigens de staat zelf. De Fed (de centrale bank) koopt aan een razend tempo staatschulden op de open markt en betaalt die met geld die ze uit het luchtledige creeert. Daarnaast koopt de Fed ook voor honderden miljarden andere financiele tegoeden –in essentie schulden van bedrijven (obligaties), hypotheken en andere leningen van bedenkelijk allooi . Zo kapitaliseert ze de banken, zet ze een krik onder de gedevaloriseerde  vastgoedmarkt en gaat ze de deflatie van de economie tegen. Met sukses, zoals blijkt uit de record-niveau’s van de Amerikaanse beurzen.

Dat sukses was slechts mogelijk door het ‘safe haven’- effect.  Hoe meer onweer aan de horizon dreigt, hoe sterker het werkt. De dreiging van devalorisatie is niet overal even groot maar hoe groter hij is, hoe meer kapitaal naar veiligheid zoekt. En dus naar de VS vloeit. Alle premature voorspellingen over haar  machtsverlies ten spijt, is de VS meer dan ooit de rots in de branding.

Als ze haar dominante positie aan het verliezen is, waarom blijft men dan overal de dollar gebruiken voor internationale transacties? Waarom parkeren kapitaalbezitters in heel de wereld hun geld in dollar-tegoeden? Waarom blijft het gros van het netto-spaargeld  van de wereld naar Amerika stromen?  De dominantie van de dollar wordt nog groter door de onzekerheid over de euro.  Hoe woeliger de zee, hoe meer het ‘safe haven’-effect speelt; hoe meer de economische, politieke en militaire macht van Amerika in rekening wordt gebracht  bij de keuze van een investeringsbestemming.  Het is op dat vlak dat de gigantische militaire investeringen van de VS effectief renderen. Dat is wat de Fed toelaat om dollars te creëren aan een tempo van 600 miljoen …per uur.

Illustratie bij Taibbi's artikel door Victor Juhasz

Illustratie bij Taibbi’s artikel door Victor Juhasz

‘Crony capitalism’

In het komende nummer van Rolling Stone (online vanaf 15 april) analyseert Matt Taibbi in detail wie van de generositeit van de Fed profiteerde. Zijn conclusie, niet verwonderlijk, is dat al dat nieuw geld naar Wall Street vloeide:  “the government gave taxpayer money to the same assholes who caused the crisis, so that they could then lend that money back out on the market virtually risk-free, at an enormous profit.”  Occupy Wall Street had gelijk: de Fed bediende de 1%, de 99% bleef in de kou staan.  “The Fed began buying up every distressed investment on Wall Street, even those that were in no danger of widespread defaults: commercial real estate loans, credit- card loans, auto loans, student loans, even loans backed by the Small Business Administration. What started off as a targeted effort to stop the bleeding in a few specific trouble spots became a gigantic feeding frenzy. It was “free money for shit,” says Barry Ritholtz, author of Bailout Nation. “It turned into ‘Give us your crap that you can’t get rid of otherwise.’”  Volgens Taibbi wijst dat op crony capitalism, op een corrupt misbruik van het politiek-economisch systeem door de bezittende klasse om zichzelf nog rijker te maken ten koste van al de rest. De voorbeelden die hij aanhaalt lijken daar inderdaad op te wijzen.

Toch is er meer aan de hand. Hoe absurd het ook is, in deze krisis is het meer efficient –op korte termijn-  om geld te geven aan de 1% dan aan de 99% (1%  is een onderschatting maar ik gebruik de percentages in de metaforische betekenis die Occupy Wall Street er aan gaf).  Stel dat de staat die biljoenen zou gebruiken om het consumptievermogen van de 99% te verhogen en in openbaar nut te investeren. Dat zou ongetwijfeld de economische groei stimuleren en de werkloosheid verminderen. Maar in eerdere krisissen is gebleken dat een dergelijk beleid de inflatie doet oplaaien, lonen, prijzen en rentevoeten omhoog drijft en kapitaal op de vlucht jaagt. De logica van dit fenomeen is onwrikbaar. De Fed, daarentegen, maakt geld om de marktwaarde van dollar-tegoeden te onderstutten. In plaats van kapitaal af te stoten, zuigt ze het zo naar Amerikaanse banken, schatkistcertificaten, aandelen, obligaties en vastgoed. Het geld dat ze daartoe schept komt niet rechtstreeks in de algemene circulatie en wakkert dus de inflatie niet aan. Tegelijk zorgt de opwaardering die ze door haar kunstmatige vraag creeert ervoor dat de beurswaarden stijgen en krediet goedkoop blijft voor Amerikaanse bedrijven. De werkloosheid is zelfs wat gedaald in de VS, in tegenstelling tot in Europa (al is het waar dat die daling in de eerste plaats te wijten is aan de groei van de categorie ‘discouraged workers’ –die het zoeken naar werk hebben opgegeven en niet meer meegeteld worden in de werkloosheidscijfers).

MORGEN HET VERVOLG

april 12, 2013 at 6:28 am Een reactie plaatsen

HOE PROGRESSIEF WAS CHAVEZ?

Treuren over Chavez

Treuren over Chavez

Omstreden was hij zeker. Velen hebben gehuild toen Hugo Chavez vorige week aan kanker bezweek, anderen hebben gejuicht.  Het gejuich kwam van rechts, de tranen van links. Niet alleen in Venezuela zelf maar ook in de rest van Latijns Amerika en daarbuiten werd de autokratische president door vele linksen aanzien als een boegbeeld van de progressieve beweging, de voortrekker van “het socialisme van de 21ste eeuw”. Ten onrechte, zegt Venezuela-watcher Sergio Lopez . Onder Chavez kreeg Venezuela volgens hem een nieuwe toplaag, de ‘Boli-bourgeoisie’ (Boli staat voor ‘Bolivariaans’, zoals  Chavez zijn beweging noemde) maar bleven de levensomstandigheden van de meerderheid van de Venezolanen ellendig. Met socialisme heeft het regime dat Chavez tot stand bracht volgens Lopez niets te maken. “Kleptokratie is een juistere omschrijving”.

Een gesprek.

chavistas

LOPEZ:  Weet je wat een piñata is? Het is het hoogtepunt van verjaardagsfeestjes voor kinderen in Venezuela.  Een bontgekleurde papieren container  bengelt aan een touw en de kinderen mogen er om beurt met een stok op slaan tot hij scheurt en de inhoud –snoep, speelgoed- eruit rolt.  Alle kinderen grabbelen dan wat ze kunnen. Het spreekt van zelf dat sterke, grotere kinderen meer buit maken dan de kleintjes. Wat die laatsten bemachtigen hangt af van hoeveel er in de piñata zit, hoeveel kinderen er zijn, hoeveel lef ze hebben. Als volwassenen niet zouden tussenkomen, zouden verschillenden met lege handen naar huis gaan.

De piñata van Venezuela is de olie. Sinds de jaren 1920 is olie het voornaamste exportproduct van het land.  Sindsdien domineert olie haar economisch, politiek en sociaal leven. Olie levert 85%  van de exportwaarde op en 60% van de staatsinkomsten maar stelt slechts 1% van de bevolking te werk. Ze financiert dus de staat met een geldbron die grotendeels onafhankelijk is van de rest van de economie. Het gevecht over die piñata is waar de Venezolaanse politiek over gaat. Het legt uit waarom ‘anti-imperialisme’ al vroeg een centraal thema werd. Venezuela nationaliseerde de olie-industrie in 1975 en was een medestichter  en voorvechter van OPEC. Het legt ook uit waarom corruptie zo wijdverspreid is en elke regime-wisseling overleeft.  Controle over de staat  en alle machtsrelaties die daar uit voortvloeien, bepalen hoe de piñata wordt verdeeld.  Het verklaart verder waarom Venezuela zo snel ge-urbaniseerd is:  slechts 15% van de bevolking woont buiten de steden. Het platteland ontvolkte, de landbouw boerde achteruit, omdat iedereen in de stad een stukje van de piñata wou grabbelen.  De fluctuaties van de olieprijs maken de piñata groter of kleiner.  Als hij scherp stijgt, zoals in de jaren 1970 en vanaf  2003 , dan geraakt de hele maatschappij in een soort trance. De rijken zien de kans schoon om nog rijker te worden, de middenklasse ziet het moment gekomen om hoger op de sociale ladder te klimmen en al de rest hoopt dat de staat hen uit hun dagelijkse ellende zal verlossen. De staat creeert kanalen om de piñata te verdelen die tegelijk de armoede verlichten en een nieuwe laag van nouveau riches doet ontstaan. Als de olieprijs stagneert of daalt, zorgen de rijken en machtigen ervoor dat hun deel van de piñata niet vermindert maar de armen vallen uit de boot.  De daling van de olieprijs in de jaren ’80  maakte hun erbarmelijke levensomstandigheden nog  ellendiger. Dat leidde in 1989 tot een opstand van de armen in Caracas, de zogenaamde Caracazo.  Massale plunderingen, aanvallen op huizen van rijken. Pas na drie dagen kon het leger de opstand onderdrukken. Daarbij vielen er volgens officiele cijfers 300 doden, volgens onafhankelijke schattingen tien keer meer. Het leger hield er een zware kater aan over. Dat opende de deur voor Chavez. In 1992 ondernam hij een staatsgreep. Die mislukte en hij verdween van het toneel. Maar niet voor lang. De olieprijs bleef dalen, de armoede en onvrede stegen. In 1998 won Chavez de verkiezingen.  Wat daarna volgde was een nieuwe ronde in de strijd over de piñata. Chavez had het geluk dat de olieprijs tijdens zijn 14-jarig bewind voortdurend steeg. Bij zijn dood was die ruim tien keer hoger dan toen hij aan de macht kwam.  Een deel van die meerwinst ging naar een verhoging van sociale uitgaven om de sociale onrust in te dijken, een ander ging naar de verrijking van een nieuwe toplaag, de ‘Boli-bourgeoisie’. Dat laatste gebeurde ten koste van de bestaande toplaag, voor zover deze zich niet met Chavez allieerde. Dat establisment gaf zijn privileges niet zomaar uit handen. Door de verkiezingen te winnen had  ‘el commandante’ nog niet de hele staatsmacht veroverd. Die verovering was waar zijn beleid grotendeels over ging. Blikvangers waren onder meer de zuivering van het nationale oliebedrijf, de PDVSA, die als een staat in de staat opereerde, en de onderdrukking  van een staatsgreep die mislukte omdat het leger Chavez bleef steunen.  Niet verwonderlijk, als je ziet hoeveel generaals belangen hebben in bedrijven die mee-eten uit de staatsruif, de olie- piñata.  Zij zijn een deel van de boli-bourgeoisie.

de persoonlijkheidscultus is een essentiele ingredient van het Chavismo

de persoonlijkheidscultus is een essentiele ingredient van het Chavismo

Maar u geeft toe dat de armoede in Venezuela is verminderd onder Chavez.

LOPEZ:  In sommige aspecten. Maar de vraag is waarom ze nog altijd zo groot is, gezien de tienvoudige stijging van de olieprijs. Het is waar dat niemand van honger hoeft te sterven in Venezuela. Maar miljoenen leven in grote ellende in sloppenwijken. Een bijkomend probleem is dat de corruptie, waartoe het piñata-systeem uitnodigt, de criminaliteit in de hand werkt. Venezuela kampt met de hoogste  misdaadcijfers  van het hele subcontinent.  Chavez heeft wel een netwerk van meer dan 10 000 winkels opgezet waar de hoogst noodzakelijkheden zo’n 30 % minder kosten dan op de vrije markt. Die winkels doen denken aan die van de vroegere oostbloklanden: je vindt er rijst, pasta, bloem en conserven maar bijna nooit verse groenten, vlees of fruit; die moet je elders kopen aan prijzen die steeds sneller stijgen. Veertig procent van de bevolking leeft in armoede. Uit officiele cijfers blijkt dat de koopkracht van het modale gezin nog even laag is als toen Chavez in 1998 het roer in handen kreeg. Maar de koopkracht van de boli-bourgeoisie, die is wel fors gestegen. Dat blijkt uit de scherpe stijging van de invoer van dure wagens en andere luxe-producten. Intussen boert de landbouw door onder-investering achteruit. Hoewel het regime zegt naar “voedsel-souvereiniteit” te streven, moet Venezuela nu al meer dan de helft van zijn voedsel importeren, vooral uit Colombië en Brazilië.

Is de gezondheidszorg niet aanzienlijk verbeterd met de hulp van Cuba?

LOPEZ:  Cuba stuurde 20 000 dokters en verplegers en medicijnen, in ruil voor olie. Dat heeft inderdaad een verschil gemaakt, onder meer door een netwerk van centra voor preventieve gezondheidszorg op te zetten, ook op ver gelegen plaatsen. De Cubanen hebben goed werk gedaan maar er zijn ook problemen. Het nieuwe systeem en de bestaande medische sector werken slecht samen met soms chaotische gevolgen waarvan de patienten de dupe zijn. Ondanks de expansie  van de zorgverlening is de algemene gezondheidstoestand kritiek. Er zijn steeds meer gevallen van malaria, mazels en knokkelkoorts. Dat is onder meer te wijten aan de desastreuze staat van de afval-verwerking. Corruptie is de regel in die sector.  De beste gezondheidszorg is gedoemd om te mislukken als er in de arme wijken bergen vuilnis zijn waarin ratten, kakkerlakken en ander gespuis welig tieren.

Toch leek Chavez veel steun van het gewone volk te krijgen.

LOPEZ: Al die massa-organisaties die Chavez steunden hadden dit gemeen: geen enkele was van onderop gegroeid, ze werden allen in het leven geroepen door een dekreet van bovenaf. Ze kwamen in golven: eerst de “Bolivariaanse kringen’, dan een golf van locale comités die de buurten moesten organiseren, de regeringstrouwe vakbond UNT, de co-operatieven, de gemeentelijke ‘consejos’, de ‘missiones’ en de  eenheidspartij PSUV…ze dienen als kanalen om de piñata te verdelen en om staatspropaganda en de persoonlijkheidscultus van Chavez te verspreiden. Vooral de ‘missies’ werden opgezet als een parallele staatsstructuur, als instrumenten om de staatsbureaucratie en de economische oligarchie buiten spel te zetten. Een ander instrument daartoe waren de occasionele nationalisaties die in geen enkel opzicht het lot van de arbeiders in de betrokken bedrijven verbeterden.

Arbeidersprotest in Venezuela

Arbeidersprotest in Venezuela

Maar zijn die arbeiders er niet op vooruit gegaan?  Ze kregen medebeheer…

LOPEZ:  Maar die medebeheer-organen hebben geen enkele macht. Dat blijkt uit de frequente sociale conflicten in die zogezegd medebeheerde bedrijven. Als de arbeiders iets over het beheer van het bedrijf te zeggen zouden hebben, zouden ze niet hoeven te staken.Wie wel iets te zeggen heeft is de vakbond UNT. Op veel plaatsen controleert die de aanwervingen. Wie werk zoekt, moet aan de vakbond het equivalent van een maandloon betalen. Dat is vooral winstgevend in de oliesector, waar de vakbondsbureaucraten zo’n 1000 euro opstrijken voor elke persoon die ze aan een baan helpen.  Bijna elke dag zijn er protesten en stakingen in Venezuela, vaak meer dan 50 per dag.  Terwijl Chavez op het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre een radical speech gaf tegen het kapitalisme, ontruimde zijn politie de bezette Mitsubishi-Hyundai fabriek, waarbij twee arbeiders gedood werden en zes zwaar werden gewond. Neergemaaid omdat ze de uitbetaling van achterstallig loon en de vaste aanwerving van arbeiders zonder contract eisten. Chavez had hen zelf verwittigd. Arbeiders die het wagen om acties te ondernemen zoals het blokkeren van straten zullen leren hoe goed ons traangas is en daarna aangehouden worden, had hij enkele weken eerder verklaard. ‘En ik zal zelf elke bevelhebber die deze richtlijn niet uitvoert ontslaan’, zo had hij eraan toe gevoegd.

Ondanks die repressie blijven er conflicten uitbreken. Het toont hoe wanhopig velen zijn dat ze bereid zijn om zo’n grote risico’s te nemen. Stakingsposten worden beschoten vanuit voorbijrijdende auto’s. Stakingsleiders verdwijnen spoorloos. De gevangenisstraffen voor daden van sociaal verzet worden langer.  Voor het blokkeren van de openbare weg kan men voor meer dan een jaar worden opgesloten. Dat is erger dan het lijkt: het kan een doodstraf zijn. De Venezolaanse gevangenissen zijn de gevaarlijkste ter wereld. Elk jaar worden er gemiddeld zo’n 400 gedetineerden vermoord.

Welke toekomst gaat Venezuela tegemoet?

LOPEZ : Maduro, door Chavez aangeduid als zijn opvolger, zal wellicht moeiteloos de verkiezingen winnen. De desillusie in het Chavismo vertaalt zich niet in groeiende aanhang voor de oppositie; mensen herinneren zich dat het niet beter was toen zij het voor het zeggen had. De bedreiging voor Maduro is eerder dat er zich een machtsstrijd ontspint binnen het Bolivariaanse establishment. Zoals in een Mafia-familie na de dood van de peetvader. Maduro hult zich in de mantel van Chavez maar hij heeft niet het charisma en het gezag van ‘el commandante’. Het zal moeilijker voor hem zijn om de verschillende fracties van de boli-bourgeoisie bijeen te houden. En hij staat voor enorme problemen. De zelf-verrijking van de boli-bourgeoisie is er een hoofdoorzaak van. Venezuela kampt met een enorme staatsschuld, inflatie die uit de hand dreigt te lopen, onderinvestering in landbouw, in het electriciteitsnet, in bruggen, wegen en andere infrastructuur, wat de productiviteit ernstig ondermijnt. Men grabbelde wat de piñata vandaag opleverde zonder aan morgen te denken. De piñata werd er kleiner door: de olieproductie is met een kwart gedaald sedert Chavez aan de macht kwam, door onderinvestering en het ontwrichtend gevecht over de controle van de PDVSA [de oliemaatschappij].  Venezuela moet zelfs zo’n 200 000 tonnen olieproducten per dag importeren uit de VS omdat haar eigen raffinaderijen in zo’n belabberde staat zijn.

De stabiliteit van het post-Chavez-Chavisme hangt in grote mate af van de omvang van de piñata en dus van de evolutie van de olieprijs.  Een nieuwe recessie zou die doen dalen, dus de ‘socialisten van de 21ste eeuw’ kunnen maar hopen dat het globale kapitalisme goed zal draaien. Vooral dan de economie van Venezuela’s voornaamste klant, de VS. Een andere bedreiging op dat vlak is dat de Amerikaanse raffinaderijen in de golf [van Mexico] die Venezolaanse olie verwerken, via de geplande [maar omstreden] Keystone pijplijn Canadese olie kunnen krijgen. Dat zou de Venezolaanse positie ondergraven.  Ondanks alle anti-Amerikaanse rethoriek blijft het lot van Venezuela’s bourgeoisie, boli- of pre-boli, nauw verbonden met het ‘land van de duivel’. De armoede en social onrust  zijn zo groot dat een daling van de olieprijs  ontwrichtende gevolgen zou hebben.Venezuela is een kruitvat.”

 workers-and-students-protest-hugo-chavez-government_580867

Arbeidersprotest tegen de boli-bourgeoisie. Het bord zegt: Honger, armoede, ellende en militarisme nemen toe

Opgetekend door Tom Ronse

maart 16, 2013 at 9:41 pm Een reactie plaatsen

Gelukkige verjaardag Bert!

bert

einstein 2

 

maart 14, 2013 at 9:38 pm Een reactie plaatsen

WAAROM BENEDICTUS NIET KON WACHTEN

paus

Door André Truyman

Joseph Ratzinger trad af als paus maar hij blijft wonen in het Vaticaan. Deze ogenschijnlijk moedige daad van abdicatie, leverde hem onder de katholieke christenen nogal wat lof op…

Niemand kent de diepste beweegredenen waarom hij als paus niet wachtte op zijn dood. En die kunnen velerlei zijn. Er is ten eerste zijn gezondheid en de ervaring met de aftakeling van zij voorganger die uitsluitend kon aanblijven doordat hij met de staatssecretaris Angelo Sodano en privé-secretaris Dziwish in feite jaren het bestuur van de wereldkerk hadden overgenomen van de zieke Johannes Paulus II. Hij wist hoe het met de Romeinse curie gesteld was en hij gaf de indruk te weten hoe dat wespennest van ondergeschikte machthebbers in het Vaticaan wellicht kon worden aangepakt.  Voor het gros van al die – door zijn conservatieve voorganger gecreëerde – bange kardinalen werd hij voor en tijdens het conclaaf een soort rots in de branding.

Dit brengt me naar de tweede reden van zijn aftreden. Hij heeft in acht jaar ervaren dat de erfenis van zijn voorganger, de seksualiteitsbeleving van celibataire clerici op alle niveau’s, het crimineel kindermisbruik, corruptie en fraude door middel van de bank van de paus, het niet uitvoeren van de kerkelijke voorschriften (ook in de landen waar het katholicisme statistisch nog aangroeit) én de vaak oppervlakkige pausverering onvoldoende waren om zijn pontificaat te doen slagen. Door de eigen misstappen – die niet zomaar te herleiden zijn tot communicatiefouten – moet het inzicht zijn gegroeid dat hij het zelf  existentieel allemaal niet meer aankon. Door de lekken in de communicatie werd het steeds duidelijker dat er “something rotten” was in heel de kerkelijke top: nog meer seksschanalen, nog meer financiële fraude in het pauselijk bankwezen, nog meer dreigende schisma’s door het opheffen van de ban tegen de geëxcommuniceerde illegaal gewijde bisschoppen, nog meer gelovigen die  kozen voor charismatische bewegingen, maar dan buiten de officiële kerk, en nog meer katholieke gedoopten die openlijk Rome tegenspraken en de paus wezen op de schoonheid van liefde tussen mensen van eenzelfde sekse of liefde tussen mensen die zonder kerkelijke toestemming hertrouwden, zijn onderwaardering voor kerken uit de reformatie die hij officieel reduceerde tot kerkelijke ‘gemeenschappen’. En tenslotte ‘vatileaks’ en het nu aangekondigde rapport van drie kardinalen waar de inhoud nooit officieel zou bekend gemaakt worden.

paus2

Een derde reden dat hij niet kon wachten tot zijn dood is zijn ervaring met het eerdere conclaaf dat hem – zoals gepland – tot paus verkoos. Daar was een progressieve minderheid onder de kardinalen die – tegen zijn wil in – pleitten om eerst een profiel van de nieuwe paus op te stellen vooraleer met de stemmingen te beginnen. Dat zou ook kunnen gebeuren bij het conclaaf dat zijn opvolger moet kiezen. Dat lijkt Joseph Ratzinger klaarblijkelijk te willen voorkomen. Hij lijkt nu alles te hebben gedaan om  (o.m. via zijn laatste benoemingen, waaronder zijn privé-secretaris Georg Ganswein tot aartsbisschop en hoofd van het pauselijk huis, en het vooruitschuiven van kardinaal Gianfranco Ravasi als vastenpredikant voor curie en kardinalen)  invloed uit te oefenen op het preconclaaf. Niets van de progressieve stroming onder de conclavisten van 2005 is nog over. Er ligt nu een ontnuchterend rapport over de pauselijke curie dat Benedictus – naar eigen zeggen – niet eens kan openbaar maken. Het gaat om een drastische hervorming van de curie waaromtrent niets zeker is zolang kardinaal Angelo Sodano decaan is van het kardinaalscollege. Dat is de man die nog op Pasen 2010 in de pausmis het kindermisbruik in de kerk afwimpelde als ‘roddels’en als curiekardinaal persoonlijk financieel gespekt werd door Marcial Maciel (hartsvriend van de voorganger van Benedictus, seminaristenverkrachter, onwettige vader van drie kinderen en miljardair door de bezittingen verworven voor zijn kloosterorde ‘Legioen van Christus’)…

Een vierde reden voor zijn aftreden moet ongetwijfeld de blijvende nasleep zijn van dat crimineel kindermisbruik dat onder zijn leiding, vanaf 1981 als prefect van de congregatie voor de geloofsleer (ooit de inquisitie), is gestimuleerd doordat hij in de lijn van bestaande bepalingen de bisschoppen beval alle kindermisbruik aan zijn heilig officie te rapporteren. Dit met als hoofddoel geen schandaal te verwekken maar met als gevolg dat lokale bisschoppen alsmaar pedofiele priesters in staat stelden om door verplaatst te worden naar andere parochies of scholen nog meer slachtoffers te maken. Internationaal hoogstverantwoordelijke voor deze misdaden is – eerst als kardinaal en vervolgens als paus – Joseph Ratzinger, omdat hij wist wat er op grote schaal in zijn wereldkerk in deze fout zat. Eigenlijk werd onder zijn leiding een geheim legaal systeem in stand gehouden waardoor tienduizenden minderjarigen door pedofiele priesters (die zelf onder een kerkelijke wet vielen die niet in een reële straf voorziet) konden worden misbruikt. Bij de VN-instanties werd dit – zeker uit respect voor een hoogstaande religieuze autoriteit als de paus – nooit als  een misdaad tegen de menselijkheid gecatalogeerd. Maar er gingen in recente jaren stemmen op om dat grondig te gaan onderzoeken. Het is het feit dat vanwege het Vaticaan minderjarigenmisbruik niet in handen van de politie mocht worden gegeven. Ook niet door Ratzinger’s ‘Nieuwe Normen’ van juli 2010. Dat betekent dat deze paus zich daarmee in feite boven de wet plaatste en als – straks opnieuw een gewone staatsburger – vervolgd zou kunnen worden..

paus4

In dit verband kan men zich ook afvragen waarom Joseph Ratzinger in het Vaticaan blijft wonen onder zijn opvolger en bijvoorbeeld niet terugkeert naar zijn geliefd Beieren. Maar er is het feit dat hij als Duits staatsburger nog altijd de verantwoordelijkheid draagt voor het wereldwijd crimineel kindermisbruik. Als het zover komt dat hij zich hiervoor zou moeten verantwoorden, dan ligt het voor de hand dat hij de laatste jaren van zijn leven het best doorbrengt in de soevereine Vaticaanse staat. Ik herinner me nog levendig uit de jaren tachtig dat aartsbisschop Paul Marcinkus door de Italiaanse justitie werd gezocht. Daardoor kon hij het Vaticaan niet meer verlaten tot paus Wojtyla voor zijn bemoeienis in het Banco Ambrosiano schandaal een boete van 240.000.000 $ had betaald aan de Italiaanse staat.

In deze context is het noodzakelijk dat er snel een nieuwe paus aangesteld wordt die geen verantwoordelijkheid heeft gedragen in het crimineel kindermisbruik.  Het Vaticaan is aantoonbaar toerekeningsvatbaar in deze wereldwijde overtredingen.

Zou dat ook niet hebben meegespeeld voor Benedictus XVI om – als erudiet auteur en nog beschikkend over klaarblijkelijk zeer vitale hersenen – zo bruusk nu af te treden ?..

André Truyman is ex-journalist (KRO en IKON) en ex-priester. Hij schreef  SCHIJN VAN HEILIGHEID (uitg. ACCO) over het Vaticaan onder Benedictus XVI.

paus 3

 

 

maart 8, 2013 at 7:48 am 2 reacties

HARDE KEUZES VOOR NEW YORKERS NA SANDY

Een betoging enkele weken geleden in New Dorp Beach, Staten Island NY

Een betoging enkele weken geleden in New Dorp Beach, Staten Island NY

Tom Ronse

Andere natuurrampen in de VS eisten meer doden maar geen enkele had een impact op zoveel mensen als ‘Superstorm’ Sandy. De orkaan teisterde het dichstbevolkte deel van het land, de oostkust van Virginia tot Massasuchetts. Hij trof rijk en arm en velen daar tussen in. Vandaag, bijna vier maanden na de ramp, is de reconstructie volop aan de gang. Met gemengde resultaten. Sommige buurten ogen weer normaal, in andere is het nog miserie troef. Duizenden woningen hebben nog steeds geen electriciteit. Sommige mensen herstellen hun huizen zo snel mogelijk in hun oude staat, andere zetten hun woningen op stelten. Of dat zal volstaan tegen de volgende superstorm, is een open vraag.

De vergadering in de tent. Scott, in grijs trainingspak.

De vergadering in de tent. Scott, in grijs trainingspak.

“New York zal geen tweede New Orleans worden!” Met die uitsmijter besluit Scott McGrath, een forsgebouwde Staten Islander, zijn poging om lotgenoten moed in te spreken. Hij wordt beloond met fel applaus. Het is begin februari en we zijn op een buurtvergadering in New Dorp Beach, niet ver van de plaats die als het ‘ground zero’ van Sandy’s bezoek aan de big apple wordt beschouwd. Je hoeft maar naar buiten te kijken om huizen te zien die lijken alsof een reus erop getrapt heeft.  Zoals de naam suggereert, was New Dorp ooit een Hollands dorpje. Nu woont er een diverse verzameling van immigranten uit allerlei landen –Rusland op de eerste plaats- en Staten Islanders met Italiaanse en Ierse namen.  Het is vooral die laatste groep die op de vergadering is vertegenwoordigd. Onder hen zijn er politieagenten en brandweermannen, traditionele beroepen voor Ierse en Italiaanse Staten Islanders. Honderden van hen kwamen om in 9/11. Scott verwees ernaar in zijn speech. “We zullen dit te boven komen”, zei hij passioneel, “net zoals we 9/11 zijn te boven gekomen. Buren helpen hier buren.We take care of our own!”

Scott hoefde geen uitleg te geven bij zijn verwijzing naar New Orleans.  Iedereen hier weet dat die stad, 7 jaar nadat orkaan Katrina er passeerde, nog altijd hele wijken heeft die er nog even verwoest uitzien. En dat een aanzienlijk deel van de bevolking er noodgedwongen moest vertrekken en dat de misdaad er de spuigaten uitloopt. New Orleans doet verwoede pogingen om voor te wenden dat alles normaal is om toeristen te lokken. Maar een electrische panne tijdens de “Superbowl” en een bloedige schietpartij die de Mardi Gras-fuivers in Bourbon Street deed uiteenstuiven, illustreerden nog onlangs dat er niets ‘easy’ is in de stad die de bijnaam ‘the big easy’ draagt.

Het zicht vanuit de tent

Het zicht vanuit de tent

Even leek het erop dat de vergadering niet zou doorgaan. Er was gisteren weer een felle storm die de tent waarin de meeting gepland was omverblaasde. Maar dat euvel werd hersteld en de grote tent zit nokvol. De vergadering is belegd door het buurtcomité dat werd opgericht na de storm. Ze gaat door in een tentenkamp, gebouwd door vrijwilligers van ‘Occupy Sandy’ met de hulp van een lokale bikers club. Het kamp omvat een gratis winkel van kleren, eten en schoonmaakgerief, een gratis restaurant, slaapplaatsen voor vrijwilligers en houtvuren  om zich bij op te warmen. Dat alles van stroom voorzien door een grote brommende generator, op een stukje parkland met een pad door een met rommel bezaaid moeras naar het strand. “The Tents” fungeren als buurtcentrum van New Dorp Beach. Toen de stad het in december wou sluiten kwam er zoveel protest dat de autoriteiten terugkrabbelden.

“We take care of our own”, het wordt nog eens herhaald. ‘Self-reliance’ staat hoog in Staten Islands vaandel geschreven. Het stadsdeel stemde in 1993 voor afscheiding van New York (wat niet werd ingewilligd) en stuurt steevast een Republikein naar het Congres die pleit voor ‘smaller government’. De ironie is dat het nu meer dan ooit nood heeft aan hulp van buitenaf.

Die hulp was beter georganiseerd dan ooit, zegt Mike Byrne,de coordinator voor de staat New York van FEMA, de federale noodhulp. Op een persbriefing in midtown Manhattan pocht hij over de snelheid waarmee de hulpactie op gang kwam. Het astronomisch aantal maaltijden en waterflessen dat verdeeld werd, de 500 ambulances die werden aangevoerd, de efficiente evacuatie van de ziekenhuizen… “We hebben ook cash –hulp gegeven aan meer dan een kwart miljoen gezinnen, in New York alleen al, om de eerste noden te stelpen”, vertelt Byrne. “We financieren ‘rapid repair crews’ (teams van elektriciens en loodgieters, aangeworven door de stad om de eerste herstellingen te verrichten) en zijn volop betrokken in het herstel van infrastructuur zoals wegen, metrotunnels en waterzuiveringsinstallaties.”

Toch regende het klachten van mensen die zich in de steek gelaten voelden. “Wekenlang hebben we hier geen enkele hulpverlener gezien”, vertelt Debbie Tiamfook, een oudere zwarte dame in Canarsie, een van Brooklyns overstroomde wijken. Zoals in vele andere wijken vormden bewoners van Canarsie hun eigen buurtcomité om elkaar te helpen.

In vele gevallen was het niet de overheid maar vrijwilligers-organisaties die in de bres sprongen. “Zonder hen hadden we het niet gekund”, geeft Byrne toe. “Ruim 500 van die groepen waren actief in de getroffen zone. Wat zij gedaan hebben en nog steeds doen, zoals het verwijderen van giftige schimmels uit huizen die overstroomd waren, was van cruciaal belang.” Een van de meest geprezen groepen is Occupy Sandy, opgericht door activisten van de Occupy Wall Street-beweging die in de ramp een gelegenheid zagen om hun ideeen over solidariteit in de praktijk te brengen. Ze bouwden een efficient netwerk van hulpposten uit in Brooklyn, Queens en Staten Island. Ze zijn er nog steeds, terwijl vele andere hulpgroepen al vertrokken zijn. “Mutual Aid, not Charity” (wederzijdse hulp, geen liefdadigheid) is hun slogan. De Occupy-ers willen niet alleen helpen maar ook de zelf-organisatie van de bewoners stimuleren.

Het hoofdkwartier van Occupy Sandy in Midland Beach, Staten Island

Het hoofdkwartier van Occupy Sandy in Midland Beach, Staten Island

De kustgebieden van de drie zwaarst getroffen staten –New Jersey, New York en Connecticut- zijn heel verschillend en het herstel verloopt er ook verschillend. De kust van New Jersey is een van de populairste toeristische trekpleisters van het land. De reconstructie laat er niet op zich wachten. In modieuze badplaatsen als Belmar (waar Kim Clijsters een villa heeft) was men al bezig met het heraanleggen van duinen en strandmuren nog voor er in sommige NewYorkse wijken hulp was opgedaagd. Alles moet er weer piekfijn uitzien voor het toeristisch seizoen begint. Ook de kusten van Connecticut en Long Island zijn toeristisch belangrijk en bovendien de woonplaats van vele miljonairs. Daar gaat het ook goed vooruit.

Daar tussen ligt New York city. De Rockaways (Queens) is heel gemengd. De noordkant van dit eiland is door de stad jarenlang gebruikt als een menselijke vuilnisbak. Er zijn halfweghuizen en opvangcentra  voor daklozen en mentale patienten,  handig ver weg van het centrum.  De zuidkant is welvarender. Geen rijke villawijk maar een bescheiden huis kostte er voor de storm toch een slordige 5 miljoen dollar. Nu nog de helft. Deze buurt werd het zwaarst van al getroffen door de storm.  Behalve de vloedgolf was er ook een brand die 126 huizen vernietigde.  Het is er nog steeds een puinhoop.

Daaronder liggen de waterkanten van Brooklyn. De populaire badplaats Coney Island,oude havenwijken zoals Red Hook die na lang verval aantrekkelijke woonbuurten werden, de Russische wijk Brighton Beach, armere stukken zoals Canarsie.  Die wijk is zo plat als een tafel en bezat geen enkele defensie tegen overstromingen. Hetzelfde is waar voor de meeste buurten aan de oostkust van Staten Island. Vele huizen staan er onder het zeeniveau, zonder duinen, dijken of strandmuren als bescherming.

“We waren zo goed mogelijk voorbereid”, zegt Fema-coordinator Byrne, “Maar niemand kon voorzien dat het zo erg zou worden.”  Wetenschappers beseften echter wel degelijk hoe kwetsbaar New York was. Researchers van de College of Staten Island berekenden welke straten onder water zouden komen te staan tijdens een grote storm; hun voorspelling klopte bijna tot op het huis.

Staten Island is al geruime tijd het snelst groeiende stadsdeel van New York. Sedert 1964, toen de Verrazano-brug het eiland verbond met Brooklyn, is de bevolking verdubbeld tot een half miljoen. Boerderijen, scheepswerven en fabriekjes maakten plaats voor uniforme ‘townhouses’ die door hun relatief goedkope prijs gretig aftrek vonden.  Er wordt wel eens gezegd dat er in Staten Island slechts één partij is: de vastgoed-partij. Het zijn de vastgoedmakelaars en bouwbedrijven die de locale economie aanzwengelen en de verkiezingskas van de locale politici spijzen. Deze laatsten hebben over de jaren heen hun broodheren bedankt door een oogje dicht te knijpen voor overtredingen van de bouwcode.  In het laatste decennium versnelde de bouwwoede nog. De vastgoedbubbel zwol en men zwaaide met rommelhypotheken om zoveel mogelijk haastig in elkaar geflanste prefab-huizen te verpatsen. Maar er was steeds minder plaats dus begonnen de bouwheren natuurgebieden op te slokken, waaronder moerasgebieden die als spons fungeerden tijdens overstromingen.

De moerassen werden volgebouwd. Dat druisde in tegen de zone-regels van de staat New York maar geen haan die er om kraaide. De kopers waren vaak immigranten die in de wolken waren. Een betaalbaar huis, vlak bij het strand: hun American dream werd werkelijkheid. Ze beseften niet dat hun droomhuis op een levensgevaarlijke plaats stond.

Een huis uit Kissam Avenue, verdwaald in het moeras

Een huis uit Kissam Avenue, verdwaald in het moeras

Kissam Avenue in Oakwood Beach is een van die nieuwe straten door het moeras naar het strand. Vandaag is het een hallucinante plek. De meeste huizen zijn er weggevaagd, van sommige zie je de nok uitsteken ergens midden in het moeras. Van veel huizen rest er slechts een fundering en een trap naar een niet meer bestaande voordeur. De trappen hebben de bijnaam ’Stairways to heaven’ gekregen. Geraamtes en andere Halloween-versieringen tussen de brokken (de storm sloeg toe de nacht voor Halloween) verhogen nog het surrealistisch gehalte.

Eind januari keurde het Congres, na veel tegenstribbelen door de Republikeinen, een pakket van 51 miljard dollar voor het herstel goed. Andrew Cuomo, de gouverneur van de staat New York, wil 400 miljoen daarvan gebruiken om huizen in het overstromingsgebied op te kopen aan pre-storm prijzen. Die huizen zouden afgebroken worden om plaats te maken voor sportvelden, parken en natuurgebied.

Op plaatsen als Oakwood Beach zijn veel bewoners blij met dit plan. Ze hebben doodsangst gezweet tijdens de storm en willen het nooit meer meemaken. Maar op de buurtvergadering in de tent in New Dorp Beach heeft men er geen oren naar. Scott verdenkt de gouverneur ervan dat hij de bescheiden woonwijken bij de stranden weg wil om plaats te maken voor luxeflats. “Die brengen meer op”, zegt hij, “it’s all economics.”  “Wie wil er weg?”, vraagt zijn vrouw Nicole die de vergadering leidt. Niemand steekt zijn hand op.

Maar het alternatief is niet mals. Fema heeft zopas een nieuwe overstromingszonekaart uitgevaardigd. Het is op basis van die kaart dat de premies van de verzekering tegen overstromingschade worden bepaald. De nieuwe kaart heeft voor gevolg dat die premies binnen 2 jaar onbetaalbaar duur zullen worden, tenzij de eigenaars de leefruimten van hun huizen hoger bouwen zodat het water er niet aankan. Naar gelang de plaats zouden ze 1 tot 4 meter hoger moeten gaan leven. Fema raadt hen aan hun huizen op pilaren te zetten zodat het water eronder door kan. In New Dorp Beach zijn al sommigen daarmee begonnen. Een grote hijskraan heft het huis op, pilaren worden in de grond gestampt, er komt een platform op waarop het huis wordt neergezet. Het toont hoe licht die huizen gebouwd zijn. Sommige waren oorspronkelijk bungalows voor in de zomer.

Goedkoop is zo’n verhoging niet. “Het kost 10 000 dollar per voet en ik moet 10 voet verhogen”, zegt Scott. “Maar als ik het niet doe moet ik meer dan 9000 dollar per jaar aan de verzekering afstaan.”  Voor diegenen die niet het geld hebben om te verhogen en ook niet om dure premies te betalen blijft er nog het voorstel van Cuomo. Maar het budget dat daarvoor voorzien werd, volstaat slechts om duizend huizen op te kopen, terwijl er in Staten Island alleen al 19 000 huizen in de overstromingszone liggen.

Fema heeft financiele hulp beloofd voor het verhogen van huizen. New York krijgt dus misschien een serie dorpen op stelten langs haar kust.  Intussen blijft het onduidelijk wat er zal gedaan worden om de stad beter te beschermen tegen grote stormen. De wetenschappelijke consensus is dat de frequentie daarvan zal toenemen.  Er wordt gepraat over stormvloedkeringen naar het voorbeeld van de Nederlandse Deltawerken maar in de haalbaarheid daarvan lijkt niemand te geloven. Er is geen plan, er is zelfs geen intense publieke discussie. De nieuwe Fema-kaart dwingt de bewoners alvast om iets te doen. Maar “eigenlijk is ze vrij conservatief”, legt Fema-baas Byrne uit, “We houden geen rekening met toekomstige klimaatsverandering”. Is dat niet een beetje zoals generaals die zich voorbereiden op de vorige oorlog?, vraag ik hem. Hij stelt me gerust: “We gebruiken de beste computermodellen die er voorhanden zijn.”

stairway to heaven 1   stairway to heaven 2 stairway to heaven 3   stairway to heaven 4

Stairways to Heaven (klik om ze groter te zien).

februari 19, 2013 at 7:42 am Een reactie plaatsen

ADOLF EN IK (slot)

3 vrienden klein

Endlösung

Goebbels en Göring waren intussen de trappen op geklommen naar het Adelaarsnest. ‘Kijk nu, Dolfje’ lachte Eva, ‘precies kleine kinderen!’ Doch Adolf keek nauwelijks op en somberde in zijn ligzetel. Niemand durfde nog een woord te spreken. Adolf dacht na over zijn vreselijke vader en hoe die zijn moeder in de steek had gelaten. Het werd avond en fris en Adolf schudde die nare ideeën van zich af en zei, ‘laat ons naar binnen gaan want daar brandt een lekker haardvuur.’ Goebbels en Gôring zaten als schuldige kinderen in een hoek.
Tot Göring vroeg, terwijl hij zijn arm over Goebbels schouder legde, ‘ben je nog boos op mij wegens die opmerking over je voet, Joseph?’  ‘Welnee Hermann’, zei Goebbels, ‘ik had niet zo kwaad mogen worden’, en hij liet zijn horrelvoet vrolijk stuiteren op het parket. Göring haalde Goebbels wat meer aan en beiden keken minzaam voor zich uit.

Eva en Adolf

Eva en Adolf

Intussen zaten Adolf en Eva voor het haardvuur. ‘Het wordt hier lekker warm, hé  Dolfje’, zei Eva en ze gaf hem een vette zoen. Adolf werd rood van verlegenheid doch keek met een andere blik naar het haardvuur. Eva zei, ‘mag ik een liedje zingen?’  Zonder op een antwoord te wachten zong ze Lily Marlene. ‘Wat is dit een mooi lied en schoon gezongen’, zei Adolf. ‘Doch kom erbij zitten, Hermann en Joseph, wat doen jullie daar in die hoek.’ En samen keken ze naar het haardvuur en zijn warmte. ‘Laat ons wat drinken’, zei Göring, ‘laat ons de kroezen vullen!’ Doch Adolf zei, ‘nee, niet voor mij.’ ‘Ach Dolfje’, zei Eva, ‘allez toe.’ ‘Nou goed dan,’ zei Adolf, ‘een kleintje dan.’ De kannen kletsten tegen elkaar, op de hernieuwde vriendschap. En Adolf zei, ‘het smaakt beter dan verwacht!’ ‘Nog eentje?’, vroeg Eva. ‘Gaarne’, zei Adolf, ‘want dit was maar een kleintje!’  Hij  leunde achterover, zijn armen in zijn nek, zijn benen languit gestrekt. Zijn kaken gloeiden. Was het door het haardvuur, door het bier, door Eva of door de vrienschap? Wie zal het zeggen ?

So disillusioned
Keep your head down
If you do they’ll never know
You’ll have no answers to their questions
And they will have to let you go

And disenfranchised
Revolution
They’ll take away by right what’s yours
And make you martyrs of your own cause
When they don’t know what cause it’s for

And all deserted
Stand alerted
They’ll love you when you’re all alone
But you find a red rose in the morning light
You wait for the night and find it gone

So hear my words with faith and passion
For what I say to you is true
And when you find the one you might become
Remember part of me is you

(Lyle Lovett, Simple Song. http://www.youtube.com/watch?v=4NK6utgyF2c )
(GT)

 

 

januari 28, 2013 at 8:01 am Een reactie plaatsen

ADOLF EN IK

Toen Adolf nog een Dolfje was

Toen Adolf nog een Dolfje was

door Gie Tavernier

1.

Adolf en ik zaten In Bergtesgaden in ligzetels naar de bergen te kijken.. Er werd geen woord gesproken. En we keken naar de bergen…………….  naar de bergen………..

Na zo’n uur of twee zei  Adolf, met zijn rechterarm wijzend, ‘Gie, zei hij, ‘het zijn bergen.’ Ook ik hief mijn arm op en wees, ‘het zijn bergen ja…’

Hieronder een voorstelling van dit gebeuren door de Amerikaanse schilder Edward Hopper die het evenwel niet in de bergen doch aan zee heeft gesitueerd. Of nee, het zijn wel degelijk bergen, al lijken ze op een naderende tsunami.

people-in-the-sun

2.

Het weder was schoon op de Bergtesgaden en  Adolf en ik keken naar de bergen.
Na een paar uur zei Adolf, ‘ik denk dat we elkaar begrijpen!’ Hij aarzelde even doch sprak, ‘gisteravond zag ik Eva, ze had haar mooiste kleedje aan, dat met de geborduurde edelweizen en ik  praatte voor het eerst met haar over de bergen!
Wat heerlijk Dolfje, zei Eva ontroerd, ik dacht dat je me er nooit over zou vertellen, hoe schoon is dit! ach Dolf !!!!!’

Ik zag dat zijn ogen wat vochtig werden bij de herinnering. Doch hij herpakte zich een wees met zijn hand naar de bergen. ‘Daar’, zei hij  en ik wees ook en zei “daar” ! En ik dacht, wat een wonderbaarlijk man is dit en ik voelde dat onze vriendschap dieper werd ……………………..

adolf met hond

Epiloog

Het was wederom mooi weder op ons terras en Adolf en ik keken naar de bergen.
Na een uur zei Adolf, ‘we kennen mekaar nu al goed, ik kan je nu wel een geheim vertellen…Ik leef op een dieet van lijnzaadolie en daarom heb ik zo’n vreemde blik.’

‘Wat een geniaal idee, Adolf,’ zei ik. Doch er was iets somber in zijn blik de laatste tijd. Hij leek fel verouderd en liep met wankele tred.
Ik zei, ‘mijn beste vriend  Adolf, jij die alles zo klaar ziet en mij de waarheid leerde, wat bezwaart je gemoed? Waarom die somberheid?’

‘Ach’, zei Adolf, ‘waarheid is wat waar is, meer is dit niet.’ Moeizaam stond hij op uit zijn ligzetel en strompelde naar de ballustrade. Hij keek naar de bergen doch hij zag ze niet meer. Doch hij aanhief een lied, zo mooi gezongen dat eender welke alt ernaast zou verbleken. Nee, het was niet het heroïsch lied dat we hadden verwacht doch de Salley Gardens! En hij  zong zo mooi dat tranen van ontroering en vervoering uit mijn ogen rolden.
Duidelijk vermoeid door deze ultieme daad van schoonheid ging hij wat beverig terug in zijn ligzetel zitten. Hij probeerde zijn arm op te heffen en zei bijkans, zie daar de bergen. Doch moedeloos viel zijn hand op zijn been. Hij commandeerde twee kannen bier, hoewel hij zelf niet dronk. Hij keek me voor het eerst aan met een blik zonder prooi en tot sneeuw gestorven, om woorden van Jacques Brel te lenen. Er zijn geen bergen meer, en er zijn nooit bergen geweest, sprak hij… Ik heb je belogen en bedrogen mijn vriend, ik heb onze vriendschap beschaamd. Salley Gardens is mijn waarheid en mijn lot!.

Ik probeerde Adolf te troosten doch met een meewarig gebaar legde Hij mij het zwijgen op. Adolf hulde zich in stilte. En ik keek in mijn glas bier en dacht, is alles is verloren of is er ergens nog hoop?

De lyrics van Down by the Salley Gardens , door William Butler Yeats

Down by the salley gardens my love and I did meet;
She passed the salley gardens with little snow-white feet.
She bid me take love easy, as the leaves grow on the tree;
But I, being young and foolish, with her would not agree.
In a field by the river my love and I did stand,
And on my leaning shoulder she laid her snow-white hand.
She bid me take life easy, as the grass grows on the weirs;
But I was young and foolish, and now am full of tears.

maurice catellan

Salley Gardens was een oud Iers lied waarvan de tekst grotendeels verloren was. Op basis van drie regels die een oud vrouwtje zich nog herinnerde, schreef de dichter Yeats een nieuwe tekst die wonderwel past bij de prachtige melodie. Er zijn vele versies van de song te zien op Utube.

januari 24, 2013 at 7:42 am Een reactie plaatsen

Oudere berichten


Kalender

mei 2013
M D W D V Z Z
« apr    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 467 other followers