Archief beheerder

Exit Gabriel

Gabriel Garcia Marquez

GABRIEL GARCIA MARQUEZ

6-3-1927 – 17-4-2014

GABRIEL

 

 

april 18, 2014 at 5:43 am Een reactie plaatsen

CARAÏBEN: PARADISE LOST

 Door Johan Depoortere

There are islands in the Caribbean just waiting for development – a beach, an hotel, an airstrip. You’d end a millionaire, old man!”

Graham Greene, The Comedians

Een bezoek aan Ile à Vache vóór de kust van Haiti is een reis in de tijd. Was het niet van de alomtegenwoordige mobieltjes en de zonnepalen je zou je in de jaren vijftig of nog veel vroeger wanen: geen elektriciteit, geen stromend water, geen auto’s, geen verharde wegen. Dit is één van de weinige plekken ter wereld waar vissersboten voortbewogen worden door alleen maar de wind en de zeilen. “Bâtiments” zo heten de gammele vaartuigen waarmee de vissers zich op zee begeven, balancerend op de rand om de boot met oversized zeil in evenwicht te houden.
Een Amerikaans-Canadees project voorziet de vissers van Ile à Vache van afgedankte zeilen van plezierjachten

De bâtiments worden ook gebruikt voor het vervoer van goederen en personen. “Bois Fouillés,” boomstamkano’s zoals die wellicht duizenden jaar geleden al werden gemaakt, dienen voor kortere afstanden en kleinere vrachten. Kinderen niet ouder dan een jaar of zeven varen ermee rond en proberen kleine klusjes te versieren of iets te verkopen aan de talrijke jachten die het eiland aandoen.

De markt in Madame Bernard
Let op het oortje!
Niet dat Ile à Vache geheel door de moderne tijd onaangeroerd zou zijn gebleven: er zijn twee internetcafés in het dorp Caille Coq (Kay Kok in het Creools) en in Madame Bernard, een paar uur stappen verderop is de markt bezaaid met parasols van Digicel, een telecomoperator met vestigingen in heel het Caraïbisch gebied. Willem, een slimme twintiger uit Caille Coq, verhuurt voor exorbitante prijzen USB-sticks met simkaart waarmee yachties en andere bezoekers tergend traag internet kunnen binnenhalen. Abjecte armoede is er op het eiland niet meteen zichtbaar en er wordt geen honger geleden. De zee is rijk aan vis en kreeften en wie het even kan heeft wel een varkentje en een paar kippen op het erf. Dat is heel wat anders dan de schrijnende ellende die ik bijna dertig jaar geleden in Port au Prince tegenkwam. Kinderen die op je toe kwamen gelopen: “Blanc, blanc, j’ai faim.” Na de aardbeving van 2010 is de toestand er daar en op veel andere plekken in Haïti beslist niet op verbeterd.
Baie de Feret

Maar voor Ile à Vache zitten andere tijden eraan te komen. De Baie de Feret, de mooiste van het eiland is een natte droom van de projectontwikkelaar: brede stranden, een rustige diepe baai beschermd tegen de golven van de Caraïbische Zee: de ideale plek voor een jachthaven met hotel en resorts. Het kon dan ook niet uitblijven en de plannen voor toeristische ontwikkeling van Ile à Vache liggen op de tekentafels: er komen een internationale luchthaven, 15 km verharde wegen, verschillende hotels en resorts, 2500 villa’s en een marina. Kortom, een miljardenproject waarvoor het armlastige Haïti een beroep moet doen op buitenlandse investeerders. Klein probleem: er wonen 7000 mensen op het eiland en hun huizen staan in de weg. Caille Coq,  het dorp aan de Baie de Feret past niet in de plannen. De huizen staan tot tegen het strand en zullen moeten verdwijnen.

Hotel Port Morgan op Ile à Vache
Er is al een hotel aan de baai: Hotel Port Morgan, gerund door Didier, een Fransman van middelbare leeftijd. Voor Didier komt er wellicht concurrentie bij, maar erg veel zorgen schijnt hij zich daarover niet te maken: “Er zijn zoveel projecten in Haïti,” zegt hij met een schouderophalen. Didier heeft te horen gekregen dat hij 60 kamers bij moet bouwen om zijn vergunning te houden. Maar je ziet het vóór je ogen gebeuren: Hij geeft er de brui aan en verkoopt zijn mooi gelegen hotel aan de projectontwikkelaars, iedereen happy.
Kay Kok
Behalve dan de vissers, de boeren en de haveloze bevolking van Caille Coq en de dorpen in de omgeving. Sommigen van hen zien de ontwikkelingen met hoop tegemoet. Enkelen zullen ongetwijfeld werk vinden als kok, schoonmaker, chauffeur, gids. Maar voor de meesten betekent de komst van een hotel en marina het verdwijnen van hun eeuwenoude levenswijze en een onzekere toekomst. Wellicht moeten ze verhuizen naar hogerop.

Een presidentieel besluit van mei 2012 verklaart het eiland tot “toeristische ontwikkelingszone” en bepaalt meteen dat alle gronden en eigendommen die de laatste vijf jaar het voorwerp zijn geweest van transacties of huur tussen particulieren worden onteigend. De staat eigent zich gewoon het eigendom van particulieren toe. Dat betekent voor de meeste inwoners van Caille Coq en Madame Bernard simpelweg dat ze van hun land en uit hun huis worden verdreven ten voordele van buitenlandse projectontwikkelaars en de clan rond president Martelly. Veel mensen hebben niet eens eigendomstitels voor het stukje grond waar ze in eenvoudige hutten soms generaties lang op wonen.

“Sweet Micky” in een vorig leven carnavalzanger, nu president van Haïti

De vissers van Ile à Vache verliezen hun toegang tot de stranden waar de bootjes nu aan land komen en droog vallen. In december en januari is betoogd tegen het project. Op weg naar de markt van het dorp Madame Bernard moeten we over barricades klimmen die de betogers hebben opgeworpen en er komen meer manifestaties zeggen de dorpsbewoners. Eén van hen verklaarde aan een reporter van Tout Haiti, een webpublicatie: “Als ze onze grond willen afpakken zullen ze ons eerst moeten doden.” Ook vandaag is de spanning in het dorp voelbaar: de “magistrat” (burgemeester) heeft verdere manifestaties verboden en een zestigtal militairen zijn sinds kort op het eiland gelegerd “Is er een probleem?” vragen we één van hen. “Non non, pas de pwoblem!”

Bewoners van Ile à Vache betogen tegen het megaproject voor toeristische ontwikkeling

Maar een probleem is er wel degelijk. De promotie van Ile à Vache en de beloften van “vooruitgang” hebben een bittere bijklank voor de inwoners van HaÍti, één van de armste landen ter wereld. Een “toeristische ontwikkelingszone” bestaat al in Labadie, in het Noorden van het eiland. Het is een gebied uitsluitend voor buitenlanders, de Haïtianen zelf hebben er geen toegang, ook als ze zich een verblijf in het luxeresort zouden kunnen veroorloven. Een stukje apartheid in het land dat zich de eerste zwarte republiek ter wereld mag noemen! (Zie: Labadie, un contraste choquant)  Zopas heeft het Haïtiaanse ministerie voor Toerisme een video verspreid om Ile à Vache te promoten als vakantiebestemming: het wordt – zo vrezen velen – een tweede Labadie. (http://www.caribjournal.com/2014/02/20/haiti-markets-ile-a-vache-in-new-video/)

Clinton met Sweet Micky, alias president Martelly

Het is duidelijk: Ile à Vache zoals we het gezien hebben is een wereld die gedoemd is om te verdwijnen. De investeerders achter het project zijn niet van de minsten. Eén van hen is volgens de dorpsbewoners Frank Virgintino, een beroepszeiler en eigenaar van de marina Boca Chica in het nabijgelegen Santo Domingo. Virgintino is een begrip in de wereld van de yachties. Hij publiceert de Free Cruising Guides voor zeilers met als specialiteit het Caraïbisch gebied van de ABC-eilanden over Jamaica tot Haïti en Cuba. Hij is ook eigenaar van 20 jachthavens in de VS. Ook de Spaanse crooner Julio Iglesias zou volgens niet te controleren geruchten tot de investeerders behoren evenals – hoe onwaarschijnlijk ook – de familie van de overleden Venezolaanse Caudillo Hugo Chavez.

Wie ze ook zijn, feit is dat de investeerders de volle steun hebben van de Haïtiaanse president Michel Martelly, ook bekend als de zanger Sweet Micky en vriend en collega van Iglesias. (Beiden traden twee jaar geleden in de Dominicaanse Republiek nog samen op in een benefitconcert voor Haïti.) Martelly werd onlangs ontvangen op het Witte Huis en hij is goed bevriend met Bill Clinton die net als hijzelf af en toe zijn vakantiedagen op het eiland doorbrengt. Samen hebben ze een “investment board” opgericht om investeerders te adviseren. Clinton is na de aardbeving van 2010 door de VN aangesteld als speciale gezant voor Haïti. Feit is ook dat de “vooruitgang” op Ile à Vache ten goede zal komen aan de clan rond president Martelly en zijn premier Laurent Lamothe maar vooral aan de kapitaalkrachtige investeerders uit de Dominicaanse Republiek, de VS en Canada en niet aan de bewoners die in het beste geval eenvoudige klussen zullen mogen opknappen voor de gasten van de luxeverblijven. Martelly woonde tot 2007 in Florida waar hij eveneens betrokken was in dubieuze vastgoedtransacties – met faillissement als resultaat. Zie: http://www.mcclatchydc.com/2011/03/07/109908/haiti-presidential-candidate-martelly.html

Wat zich in Haïti afspeelt is niet uniek. De Caraïben zijn in sneltreinvaart aan het veranderen. Niets is zo confronterend als de lectuur van reis- en zeilgidsen van een paar decennia geleden. De plaatsen die erin beschreven worden zijn intussen onherkenbaar veranderd. De gidsen van Don Street, een andere zeilautoriteit voor de Caraïben, zijn sinds een paar decennia niet meer bijgewerkt. Rotsen en kustlijnen zijn onveranderd gebleven, maar ankerplaatsen zijn verdwenen en vervangen door jachthavens. Op andere plekken is het verboden te ankeren en moeten de ankerboeien van de plaatselijke overheid of van privémarina’s worden gebruikt.

Ongerepte plekjes en stille baaien worden zeldzaam. De Horseshoe Reef (Saint Vincent and The Grenadines) is één van de mooiste plekken in de Caraïben met azuurblauw tot turkoois water en zeeschildpadden overal. Maar de Horsehoe Reef is het slachtoffer van zijn populariteit. Je ankert er tussen een paar dozijn andere – meestal Amerikaanse – boten en als je op zoek gaat naar de schildpadden kom je in een soort publiek zwembad terecht. Los Roques, een eilandengroep vóór de kust van Venezuela is net als Ile à Vache één van de weinige nog ongerepte gebieden in het Caraïbisch bassin. Dank zij de kwalijke veiligheidsreputatie van Venezuela, waar overvallen op boten – soms met dodelijke afloop – schering en inslag zijn, blijven de Roques ver van de platgetreden paden. Vooral Amerikaanse schippers varen in een wijde boog om Venezuela en de eilanden heen. Maar vroeg of laat is ook dat gedoemd om te veranderen.

De Britse zeiler Roger Pratt, in januari vermoord in St Lucia

Criminaliteit is voor velen een andere reden om uit de Caraïben weg te blijven. Het fenomeen lijkt zich in golven te verplaatsen. Een tiental jaren geleden was Colombia te mijden, nu wordt het geroemd om zijn effectieve strijd tegen de misdaad waardoor het land weer bovenaan de lijst van de bestemmingen staat. Venezuela is andere koek. In september is een Nederlander bij een roofoverval gedood op het eiland Isla Margarita en onlangs werden twee oudere mannen op volle zee op weg van Trinidad naar Venezuela gewelddadig overvallen en ernstig gewond. Op Saint Lucia waren  sommige ankerplaatsen tien jaar geleden nog absoluut te mijden, nu heten ze perfect veilig te zijn maar een maand geleden werd een Britse zeiler vóór de ogen van zijn vrouw omgebracht in Vieux Fort in het Zuiden van Saint Lucia.

Een andere ontwikkeling is de neiging van de kleine en meestal doodarme eilanden om yachties als melkkoeien te behandelen. Jamaica overweegt de invoering van een cruising permit. Dat die nog niet van kracht is heeft naar verluidt enkel te maken met onenigheid tussen de autoriteiten over het tarief: 100 of 150 dollar. Op de Bahamas betaal je 300 dollar of je één uur blijft of drie maanden en aanleggen in de Turcs and Caicos kost je minimaal 100 dollar, ook al wil je alleen maar tanken. Waar je vroeger vrij kon ankeren moet je nu vaak betalen. Je kunt het de eilandbesturen niet kwalijk nemen; toerisme is nu eenmaal meestal hun enige bron van inkomsten, maar het maakt het vrije zeilersbestaan weer iets minder vrij. En als je wist dat die inkomsten ook de bevolking ten goede zou komen, komaan dan. Helaas is dat gezien de wijdverspreide corruptie hoogst onzeker. 

Dat alles gezegd zijnde: de Caraïben blijven een fantastisch gebied, één van de mooiste plekken ter wereld, met een gastvrije en levenslustige bevolking, betoverende natuur, prachtige stranden en een heerlijk klimaat. Er blijven hopelijk in de toekomst nog genoeg plekken waar de internationale toeristische industrie met haar fikken afblijft. En voor de bewoners kun je alleen maar hopen dat kleinschalige projecten met respect voor hun levenswijze en voor het milieu een betere toekomst kunnen brengen.

april 4, 2014 at 2:53 am Een reactie plaatsen

OEKRAINIE: WAAR IS DE MASSA?

Janoekovitsj brandt klein

Tom Ronse

Wat me in de beelden uit Oekrainië de laatste tijd opvalt is de afwezigheid van de massa’s. Je ziet nog soms wel menigten, demonstraties van enkele honderden maar zelden meer dan dat. Dat was anders in de eerste weken van de Maidan-beweging: toen leek het wel of heel Kiev op straat kwam. Er was duidelijk massale ontevredenheid. Waarover? De weigering van president Yanoekovitsj om het verdrag met de EU te tekenen? Het leek over zoveel meer te gaan. Stijgende armoede, sociale ongelijkheid, corruptie…

De massa’s zijn naar huis gegaan. Misschien in de gedachte dat ze gewonnen hadden. Het is waar dat ze iets bekomen hebben. De gehate oproerpolitie is ontbonden. De corrupte president is op de vlucht gejaagd. In zijn plaats kreeg Oekrainië een nieuwe regering. Het is de meest rechtse van heel Europa. Ze maakt zich klaar om met een draconische bezuinigingspolitiek een verarming van de werkende bevolking op te leggen. Is dat de ‘overwinning’ waarvoor 104 demonstranten in Kiev hun leven hebben gegeven?

Waar is de tijd dat er in de EU werd gedreigd met een boycot van Oostenrijk, toen een xenofobe extreem-rechtse partij daar in de regering stapte? Haider was een misdienaar in vergelijking met de “sociaal-nationalisten” van Svoboda die nu belangrijke ministerposten bekleden in Kiev. Nog hatelijker is de ultra-rechtse “Pravy Sektor”, wiens knokploegen de voorhoede waren op Maidan en intussen een officieuze arm zijn geworden van het  ordehandhavingsapparaat. Om propaganda-redenen worden de racistische, chauvinistische ingredienten van de regeringscoalitie in Kiev in de westerse mainstream media geminimaliseerd. En eveneens om propaganda-redenen worden ze in de Russische media uitvergroot.

In tegenstelling tot wat in Moskou beweerd wordt, heeft Oekrainië geen fascistische regering. De dominante partijen zijn wat men “neo-liberaal” noemt. Wat betekent dat ze de politieke, economische en sociale recepten van het IMF en de EU willen uitvoeren. Oekrainie is bankroet. Een neo-liberaal beleid houdt dus in dat Oekranië op zijn Grieks moet bezuinigen, alleen nog veel drastischer want Oekranië is er veel slechter aan toe dan Griekenland. Het houdt in de grenzen wijd openen voor Europese producten. Het zal wellicht ook een devaluatie inhouden die Oekrainische producten goedkoper zou maken in het buitenland. Het product ‘arbeidskracht’ inbegrepen. Die goedkope arbeid zou dan buitenlands kapitaal lokken dat de economie zou opkrikken. Intussen zou het Westen Oekrainië net genoeg geld geven om de zaak draaiend te houden.

Laat me een voorspelling wagen. Als dit beleid van sociale afbraak een nieuwe golf van sociale ontevredenheid op gang brengt –wat wellicht eerder vroeger dan later zal gebeuren, de Oekrainiers verliezen snel hun illusies in hun leiders, blijkens hun geschiedenis sinds de onafhankelijkheid- dan zal extreem-rechts uit de regering stappen. Het zal dit doen om het protest te leiden, om het te gebruiken voor zijn eigen doeleinden, om het in te kapselen in een populistisch nationalisme.

Het is een relatief recent fenomeen in Europa: populistische bewegingen, zoals de Forconi in Italië, die zich voeden aan de onrust over de toenemende armoede en sociale ongelijkheid, thema’s die normaal in linkse kaarten zouden moeten spelen. Ze zijn niet allemaal klassiek rechts maar wat ze allen gemeen hebben is hun xenofoob nationalisme. In oost-Oekrainië is extreem-rechts marginaal gebleven maar dat komt omdat de “Kommunistische” partij er dezelfde populistische rol speelt als Svoboda en Pravy Sektor in west-Oekrainië, sociale eisen combinerend met nationalisme, in dit geval Russisch nationalisme.

Dat is het grootste gevaar voor Oekrainië: dat het verzet tegen de verarming en de honger die de globale crisis voor haar in petto heeft, zal gevangen blijven in populistisch nationalisme.  Maar voorlopig is het sociaal conflict op de achtergrond geduwd door het inter-imperialistisch conflict.

Pro-Russische militie in oost-Oekrainie

Zowel Rusland als Europa willen Oekrainië in hun invloedssfeer. Ik denk dat we de mogelijkheid van een oorlog over Oekrainië kunnen uitsluiten. De kosten-batenanalyse laat het niet toe, voor geen van beide partijen. Dus wordt de strijd met andere middelen gevoerd. Dreigementen. Propaganda. Democratie (verkiezingen en referendums).

Het Westerse kamp won in Kiev maar Moskou zal de Krim wellicht niet meer prijsgeven. Een referendum moet de annexatie legitimiseren. Het Westen schreeuwt moord en brand, beschuldigt Rusland en de Krim-separatisten ervan het internationaal recht te verkrachten. Want een landsdeel mag zich niet zomaar afscheuren, daar moet het hele land over beslissen. Behalve als de afscheuring strookt met de Westerse geopolitieke belangen, zoals in Kosovo of Zuid-Soedan, dan mag het wel. Het internationaal recht is als de bijbel, je kunt citeren wat wel en negeren wat niet in je kraam past. In feite steunde het Westen de afscheiding van Kosovo op een minder soliede grond dan Rusland de afscheiding van de Krim, want historisch was Kosovo een deel van Servië en de Krim een deel van Rusland.

Over de afloop van het referendum in de Krim hoeven we niet wakker te liggen; de uitslag staat wellicht nu al vast. Wat nog onzeker is, is het lot van oost-Oekrainië, waar Russisch de dominante voertaal is. Als hij kon, zou Putin er wellicht een massabeweging op gang brengen voor aansluiting bij “moeder Rusland”. Maar zo te zien kan hij het niet. De massa’s komen niet op straat in het oosten van het land. Niet voor Rusland, niet voor Oekrainië. Ze blijven thuis, wellicht in het besef dat geen van beide opties hun leven zal verbeteren.

Putin kan natuurlijk oost-Oekrainië militair bezetten, onder het voorwendsel dat Russen er onderdrukt worden. Niemand kan hem dat beletten maar de kosten zouden de baten ver overtreffen. Putin is niet dom genoeg om het te doen.

Het meest waarschijnlijke scenario lijkt me dan ook dat, na een afkoelingsperiode, Rusland de machtswisseling in Kiev en het Westen de annexatie van de Krim de facto zullen accepteren. De plooien zullen min of meer worden glad gestreken, want de Russische en Europese economieën hebben elkaar nodig. Tot de volgende sociale schokgolf de schroeven weer losdraait…

maart 13, 2014 at 2:53 am 4 reacties

OBAMACARE, HERE I COME!

obamacare4

Door Jacqueline Goossens

Hout vasthouden en hopen dat me niets zou overkomen. Dat was mijn enige verzekering tegen ziekte tijdens mijn eerste vijftien jaar in New York. Daarna kocht ik me een polis aan 235 dollar per maand. Die werd elk jaar duurder. Na tien jaar was hij gestegen tot 770 dollar (592 euro) en moest ik afhaken. Maar geen nood: ik had DOSZ ontdekt, de Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid, een federale instelling die Belgen in het buitenland verzekert. Dosz betaalt 75 % van mijn medische kosten terug. Maar intussen is mijn maandelijkse premie opgelopen tot 383 euro, wat meer is dan dit freelancertje zich kan veroorloven. Dus ging ik weer op zoek naar een alternatief, net toen de “Affordable Care”-wet van kracht werd in Amerika.

Obamacare, here I come! Op één oktober kreeg ik aan de ingang van de metro een pamfletje, uitgegeven door de staat New York, met instructies om een degelijke en betaalbare ziekteverzekering te vinden op een daartoe bestemde website van de overheid. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Telkens ik op die website probeerde te gaan, kreeg ik de aanmaning om later opnieuw te proberen. Lukte het me toch, dan werd ik er meteen weer af gegooid. Telefoneren was geen alternatief; de wachttijden aan de telefoon waren eindeloos. Op Sinterklaasdag leek het toch te lukken. Ik kon eindelijk op de website en werd er niet afgegooid. Ik begon de lange lijst vragen in te vullen. Reken daarvoor op anderhalf tot twee uren, zo was ik verwittigd. Het eerste uur ging alles prima maar toen zat ik strop. Ik kwam in een verkeerde categorie terecht en kon er niet meer uit. Ik gaf er de brui aan. Ik belde naar de plaatselijke Kamer van Koophandel, een van de organisaties die subsidies krijgt om getrainde helpers ter beschikking stellen. Een vriendelijke dame die Ann-Marie heette, kon me een afspraak geven op 27 december. “Vergeet niet je laatste belastingsaangifte en je groene kaart (verblijfsvergunning) mee te brengen”, zei ze.

Diezelfde avond werden er op de radio Amerikanen geinterviewd die geen verzekering hebben en er ook geen willen. “Ik spaar liever voor een nieuwe auto”, zei een man. “Ik leef gezond en ben nooit ziek”, vertelde een jonge vrouw. Dat herinnerde me eraan dat ik zelf in heel het jaar geen dokter nodig had gehad. Ik had zelfs mijn gynecologische controle en mammografie uit het oog verloren. De volgende dag maakte ik meteen de nodige afspraken.

“Dat is dan 450 dollar”, zei de receptioniste na mijn consultatie bij de gynecologe, “cash or credit?” Slik. Voor de mammografie moest ik naar een hospitaal in de buurt. “Hebt u een verzekering?” vroeg de receptioniste. “Ja”, zei ik, “een buitenlandse”. “Een gewone mammografie kost 600 dollar”, zei ze, “een computer-lezing van de film kost een extra 150 dollar”. Ik had in The New York Times gelezen dat het door de krankzinnig gestegen medische kosten niet ongewoon meer is dat patienten proberen af te dingen. Een beetje gegeneerd vroeg ik de receptioniste of ze me geen korting kon geven. “Wel zeker”, zei ze opgewekt, “ik zal u de helft aanrekenen.” Ik dacht even dat ze een flauwe grap maakte maar ze meende het.

Er gaat geen dag voorbij of je leest of hoort over buitensporige medische facturen. Een New Yorker stapt uit een taxi en breekt zijn enkel. Zijn hospitaalrekening: 42.000 dollar. Voor een colonoscopie vragen sommige New Yorkse hospitalen 20.000 dollar; dezelfde procedure kost buiten de stad tien keer minder. De prijzen die apotheken aanrekenen kunnen ook scherp uiteenlopen. Voor 30 pillen Letrozole, een generiek medicijn tegen kanker, betaal je bij de keten Costco 11 dollar en bij de keten Target 455 dollar. Kun je nagaan hoeveel winst de laatste maakt. Dat mag, in Amerika. Obamacare verandert daar niets aan. Ook labo’s durven fors doorrekenen. Dat ondervond ik zelf enkele dagen na mijn bezoek aan de gynecologe. “Ik zal alleen de meest noodzakelijke labo-testen laten doen”, had ze gezegd. Het was niet bij mij opgekomen om naar de prijs te vragen. Bij mijn vorige controle had het labo-onderzoek 350 dollar gekost, waarvan Dosz 75 procent had terugbetaald. Ik schrok me dan ook een ongeluk toen ik van het labo een rekening kreeg voor een totaal van 2.453,81 dollar. Dit moest een vergissing zijn. Ik belde naar het kantoor van de dokter. De receptioniste zei dat de verpleegster me zou terugbellen. Ik belde de volgende dag en de daarop volgende. Niemand die me terugbelde. Ik kon er niet van slapen. Ik voelde me woedend en machteloos. Op de ochtend van 24 december besloot ik om zelf naar het kantoor van de dokter te gaan. Er zat niemand in de wachtzaal. De verpleegster die me moest bellen zat te praten met de receptioniste. Tot mijn eigen verrassing sprongen de tranen me in de ogen. De verpleegster en de receptioniste reikten me tegelijk een doos Kleenex aan. “Ik had helemaal niet verwacht dat het labo zoveel zou kosten”, snotterende ik, “kunt u hen kontakteren om wat korting te vragen?” “Maak je geen zorgen”, suste de verpleegster. “Ik ga je een kerstcadeau geven. Je hoeft helemaal niets te betalen.”

Weer kon ik mijn oren niet geloven. Hoe kon de verpleegster op haar eentje beslissen dat ik de rekening niet hoefde te betalen? Had haar baas, de gynecologe, aandelen in het labo? Je hoort wel meer van Amerikaanse dokters die mede-eigenaars zijn van medische faciliteiten. Ze hebben er dan belang bij om hun patienten zoveel mogelijk dure testen en onderzoeken te laten ondergaan. Ik hoop maar dat de verpleegster niet blufte.

Twee dagen na Kerstmis heb ik mijn afspraak met Ann-Marie, de ‘facilitator’ die me gratis zal bijstaan bij het zoeken naar een geschikte verzekering. “Ik heb de laatste weken al honderden mensen geholpen”, stelt ze me gerust. Op zijn minst moet ze niet van nul beginnen want ik heb eerder zelf al een profiel gecreeerd op de overheidswebsite. Na drie kwartier is alles correct ingevuld. “Het grote moment is aangebroken”, zegt Ann-Marie, “nu komt de lijst van verzekeringen waaruit je kunt kiezen”. Niet terplekke: daarvoor is de keuze te groot en te ingewikkeld. Er staan honderden verzekeringsplannen op de lijst. Ze zijn ingedeeld in categorieen die brons, zilver, goud en platina heten. Het goedkoopste bronzen plan zou me 307 dollar per maand kosten. Ik zou de helft van mijn medische kosten zelf moeten betalen tot mijn kosten 6.350 dollar bedragen. De beste verzekering, platina, is uitgesloten. Ik kan me de maandelijkse bijdrage van 896 dollar (689 euro) niet veroorloven. Zilver is een optie. Ann-Marie wijst naar een zilveren plan dat volgens haar een goede reputatie heeft. “Die firma bestaat al lang. Veel mensen die voor de stad werken, zijn erbij verzekerd.” De maandelijkse bijdrage is 385 dollar. Voor een opname in een hospitaal of revalidatiecentrum zou ik de eerste $ 1.500 zelf moeten betalen. Voor labo- en andere onderzoeken zou ik telkens een opleg van $ 50 betalen. Generieke geneesmiddelen zouden me $ 10 per voorschrift kosten. Jaarlijkse kosten uit eigen zak kunnen niet hoger oplopen dan 5.500 dollar, daarna zou de verzekering inspringen. Ik sta voor een ingewikkelde keuze.

obamacare3

De rijkste Amerikanen maken zo’n keuzes niet. Ze betalen gewoon de volle pot voor de beste dokters en hospitalen. Verzekeringen en dokters die zich bezig houden met verzekerde patienten zijn voor het gewone volk. Voor de rijksten is de nieuwe trend ‘boetiek- of concierge- geneeskunde’. In 2008 waren er in New York 28 ‘boetiek medische praktijken’, nu zijn er al 124. Een typische boetiek-praktijk wordt uitgebaat door diverse specialisten. Het jaarlijks lidgeld kost 25.000 dollar per persoon. Voor die som krijgen patienten onbeperkte toegang tot de dokters via telefoon en texting en een afspraak wanneer ze maar willen. Huisbezoeken en de dokter laten overvliegen voor wie ziek wordt op reis, kosten extra.

Amerikanen hebben nog tijd tot 31 maart om zich te verzekeren. Wie dan geen verzekering heeft zal een jaarlijkse boete moeten betalen. Op 31 december hadden ongeveer 2 miljoen Amerikanen zich verzekerd via een van de overheidswebsites. Dat is ongeveer twee derden van wat de overheid had gehoopt voor de technische problemen opdoken toen de websites werden gelanceerd. Intussen zijn 4,7 miljoen Amerikanen die wel verzekerd waren, hun verzekering kwijt omdat ze niet voldoet aan de nieuwe normen. Een deel daarvan is inmiddels herverzekerd. Sommigen betalen nu minder, andere meer. Het is een ontzettend ingewikkeld en onoverzichtelijk systeem. Of de hervorming een vooruitgang is, zal nog moeten blijken.

(De olifant staat symbool voor de Republikeinse partij)

(De olifant staat symbool voor de Republikeinse partij)

februari 13, 2014 at 6:46 am 4 reacties

CASSANDRA’S REPLIEK

whatever happens

PANGLOSS IN ‘KNACK’: GELOOF NIET WAT JE ZIET!

door Tom Ronse

Vergeef me als ik een open deur intrap maar het gaat niet goed met deze wereld. Een structurele crisis teistert de globale economie en ze wordt slechts in toom gehouden door aan een nooit gezien tempo nieuw geld en nieuwe schulden te maken. Een kind kan begrijpen dat dit niet kan blijven duren zonder een ineenstorting te veroorzaken. Nog erger is het gevaar dat onze biotoop bedreigt. We weten dat we onze CO2-uitstoot moeten verminderen om een globale catastrofe te voorkomen.  Maar zoals een junkie die niet kan stoppen al beseft hij dat hij eraan krepeert, kunnen we niet ophouden om elk jaar meer CO2 de lucht in te spuiten.

En dit zijn maar enkele van onze zorgen. Als u een van de velen bent die pillen slikt om er ‘snachts niet van wakker te liggen; als u last heeft van stress, depressie of angst: u lijdt niet aan een ingebeelde ziekte. We are in deep shit. De eerste voorwaarde om tot een oplossing te komen, is het probleem erkennen.

Maar precies in zo’n hachelijke tijd onstaat er een behoefte aan mooipraters die de mensen op het hart drukken dat schijn bedriegt, dat het eigenlijk allemaal heel goed gaat. Het archetype van dit soort pluimstrijkers is Pangloss uit Voltaire’s “Candide” (1759!). Welke rampen er ook gebeurden, Pangloss bleef beweren dat “tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes“.

Zo’n Pangloss is de jonge Nederlandse historicus Rutger Bregman, auteur van “De geschiedenis van de vooruitgang”. Hij pende het cover-artikel van Knack vorige week, getiteld: “Het gaat steeds beter met België en de wereld – De stille triomfen van de vooruitgang”. Daarin schrijft Bregman: “Ik denk dat de cijfers, grafieken en tabellen in een duidelijke richting wijzen. Dat onze ‘crisis’ weinig meer is dan een zuchtje in de wervelwind van vooruitgang. En dat we nu al rijker, gezonder, slimmer en vredelievender zijn dan ooit”. En in zijn editoriaal beaamt Hubert Van Humbeeck: “en dat is helemaal waar”. Oef, wat een opluchting. De keizer heeft wel degelijk mooie kleren aan, alleen de dommen onder ons kunnen die niet zien.

De titel eronder is al even geloofwaardig.

De titel eronder is al even geloofwaardig.

Zijn er verzachtende omstandigheden voor dit soort onzin? Men zou kunnen aanvoeren dat  Rutger Bregmans Pangloss een welkom tegengewicht is voor Cassandra’s zoals Tom Ronse (niet dat die in de mainstream pers aan het woord komen).  Maar vergeet niet dat Cassandra gelijk had.  Door haar waarschuwingen in de wind te slaan, graafden de Trojanen hun eigen graf. Pangloss daarentegen weefde een sprookje om zijn publiek gerust te stellen. “Alles gaat de goede kant uit”, zo zou hij de Trojanen hebben gesust, “de grafieken tonen dat het oorlogsgeweld scherp is gedaald”. Voor zo’n wijsheden werd Pangloss goed betaald. Panglosserij is nog steeds een veelbelovend carrièrepad voor jonge academici met ambitie.

Vaarwel honger?

Bregman heeft de kleren van de keizer kunstig gewoven, met veel cijfers, grafieken en tabellen. Maar bij nader toezien blijken die vaak doorzichtig misleidend.

Zo steunt hij zijn bewering dat de extreme armoede spectaculair is gedaald, van meer dan de helft van de wereldbevolking in 1981 naar één vijfde vandaag, op cijfers van de Wereldbank. Deze door Washington gedomineerde instelling heeft zich gedurende heel die periode uit de naad gewerkt om haar neoliberale recepten overal op te dringen en heeft er dus belang bij om gunstige resultaten voor te leggen. De Wereldbank definieert ‘extreme armoede’ als een inkomen van 1,25 dollar of minder per dag. Dat is een volkomen arbitraire definitie die nergens op steunt. Niemand anders meet armoede aldus. Ze is bovendien absurd: ook met een inkomen dat 2, 3 of zelfs 4 keer zo hoog is, leef je vrijwel overal op deze planeet in extreme armoede. Je hebt niet genoeg om in je primaire noden (eten, onderdak, kleren, gezondheidszorg, scholing) te voorzien.

De grafiek van de Wereldbank geeft wel degelijk een trend aan maar niet een van groeiende welvaart. Ze beschrijft een periode van intense globalisering, waarin de geldeconomie overal binnendrong. Door politieke hervormingen, in naam van de zaligheid van de vrije markt en onder druk van instellingen als de Wereldbank, door de concurrentie van goedkope buitenlandse producten, door de kapitalisering van de landbouw, werd het leven van vele miljoenen kleine boeren ontwricht. Velen onder her vluchtten naar de steden. Slums –sloppenwijken- zijn nu veruit de snelst groeiende vorm van menselijke habitatie. Ook in sloppensteden heb je voor alles geld nodig. Met 1,25 dollar par dag kun je er niet overleven. De meeste slumbewoners slagen er in om op een of andere manier meer te verdienen dan dat. Aangezien geld in hun vroeger leven op het platteland slechts een marginale rol speelde -velen overleefden grotendeels van wat ze kweekten en onder elkaar ruilden- is hun monetair inkomen fors gestegen. Hun levensomstandigheden zijn ellendiger dan ooit maar volgens het criterium van de Wereldbank zijn ze veel ‘rijker’ geworden. Zo zetten de Wereldbank en haar sycophanten zoals Bregman, de werkelijkheid op z’n kop.

Bregman in de Vara-show Pauuw e Wiiteman. Pangloss heeft geen moeite om zijn blijde boodschap in de mainstream media te verkondigen.

Bregman in de Vara-show Pauw en Witteman. Pangloss heeft geen moeite om zijn blijde boodschap in de mainstream media te verkondigen.

Een goed voorbeeld is India waar de armoede volgens de Wereldbank meer dan gehalveerd is. Dit dank zij landbouwhervormingen die geeist werden door de Wereldbank en het IMF in ruil voor leningen. Die hebben de productiviteit fors verhoogd maar brachten ook mee dat miljoenen kleine boeren steeds meer gebukt gaan onder schulden. Velen verloren hun grond, vluchtten naar de slums of pleegden zelfmoord. Tussen 1995 en 2011 hebben meer dan 270 000 Indische boeren zich het leven benomen. Misschien dacht Bregman  aan hen toen hij schreef: “Er zijn altijd slachtoffers, zij die de trein van de vooruitgang niet bij kunnen houden, of eraf vallen”.

Debt

Vredelievender?

Dat de wereld steeds vredelievender is geworden, bewijst Bregman met een grafiek die toont dat het aantal oorlogsslachtoffers sinds 1946 fors is gedaald. Alsof we een grafiek nodig hebben om te weten dat er in een periode met twee wereldoorlogen meer mensen sneuvelden dan daarna. De grafiek leert ons niets; ze stelt enkel een vraag: waarom was er, tot hier toe althans, geen derde wereldoorlog? Bregmans antwoord, omdat ‘we’ vredelievender zijn geworden, is wat te gemakkelijk. De ervaring van de wereldoorlogen heeft wel diepe sporen nagelaten die een afkeer van oorlog helpen verklaren maar er is meer. We zijn een paar keer dicht bij een derde wereldoorlog gekomen (denk aan de Cuba-crisis) maar wat beide kampen in laatste instantie tegenhield was het risico van zelfvernietiging. Dit is een nieuw gegeven: Nooit tevoren kon oorlog leiden tot “Mutual Assured Destruction”, en zelfs tot de complete vernietiging van de menselijke beschaving. Zijn we daardoor veiliger geworden? Op een perverse manier wel, tijdens de koude oorlog. Maar dank zij de door Bregman aanbeden vooruitgang is de proliferatie van nucleaire en ander massamoord-wapens sindsdien flink gestegen. De daling van het aantal oorlogsslachtoffers sedert 1946 is geen bewijs dat het in de toekomst niet zal stijgen.

Gezonder?

Niet alleen door oorlog kan de mensheid vandaag zichzelf vernietigen. Ze kan de klus ook klaren door gewoon te blijven produceren en consumeren zoals ze nu doet. Ook dat is een historische primeur waar Bregman geen oog voor heeft. Volgens hem gaat het de goede kant op met het milieu want kijk, de prijs van de zonnepanelen is fors gedaald! Hij zegt er niet bij dat zonne-energie nog altijd minder dan 0,5 % van de totale energie-productie omvat en dat de productie van fossiele brandstoffen nog meer stijgt. De snelste stijger is steenkoolproductie, de grootste vervuiler van allemaal. Zoals een junkie zijn eigen lichaam afspeurt op zoek naar aders die nog bruikbaar zijn, zo  zoekt onze aan fossiele brandstof verslaafde beschaving naar de laatste aders met nieuwe, door de geprezen vooruitgang gecreeerde technieken (‘fracking’, diepzee-boren, teerzand-olie, schalie-olie, enz) die  nieuwe ecologische rampen meebrengen.

Dat we steeds gezonder worden bewijzen cijfers over de uitroeiing van ziekten als de pokken, langere levensduur en het groeiend aantal vaccinaties. Het is waar dat er op sommige terreinen vooruitgang is, dank zij de vooruitgang van de medische kennis. Maar op andere vlakken gaat de gezondheid achteruit.  Per dag sterven 25 000 mensen door honger (volgens de Wereld Voedsel Organisatie, een VN-tak) maar nog meer mensen sterven aan de gevolgen van overgewicht. Je gelooft het niet maar Bregman ziet er een bewijs van vooruitgang in. Wat hij niet begrijpt is dat je tegelijk te dik en ondervoed kunt zijn.  Dat is het dieet van miljarden armen: te veel calorieën, te weinig vitaminen en andere noodzakelijke  voedingsstoffen. Zo wordt een epidemie van diabetes een bewijs dat het goed gaat.  Bregman negeert ook onze mentale gezondheid. De pijn, de angst, de wanhoop die ons elk jaar meer pillen doen slikken…is dat “de stille triomf van de vooruitgang”?

the value-world

De “juiste context”

Bregman voelt zich genoodzaakt om te erkennen: “We leven nog altijd in een wereld van afschuwelijk geweld, mensonterende armoede, verschrikkelijke natuurrampen, oplopende werkloosheid, onversneden egoisme, hemeltergende hypocrisie en immens machtsmisbruik”. Maar “wie die doffe ellende (…) in de juiste context weet te plaatsen, kan maar een conclusie trekken. De wereld wordt een steeds betere plek”.

De “juiste context”. Die is inderdaad cruciaal. Iedereen kan her en der wat cijfers en grafieken bijeensprokkelen om z’n standpunt te onderstutten. Maar het is de contextualisering die de cijfers betekenis geeft. De analyse maakt het mogelijk om ze te interpreteren. Maar er is geen analyse in Bregmans artikel, er is alleen een quasi-religieus geloof in de vooruitgang.

De cijfers in hun ‘juiste context’ plaatsen betekent niet een blind vertrouwen koesteren in de wonderen van wetenschap en techniek. Het betekent oog hebben voor de maatschappelijke verhoudingen waarin wetenschap en techniek zich ontwikkelen. Daar lijkt Bregman niet toe in staat.

Zo meldt hij met enthousiasme dat “wetenschappers van de universiteit van Oxford berekenden dat maar liefst 47 procent van alle Amerikaanse banen een groot risico loopt te worden ingepikt door robots –binnen twintig jaar.” Goed nieuws, volgens Bregman. The Economist besteedt aandacht aan dezelfde studie (die het over automatisering heeft, niet enkel over robots) en vreest grote sociale ontwrichting. Nu al is de werkloosheid alarmerend hoog, noteert het blad , “and not just for cyclical reasons”. De werkloosheidscijfers onderschatten vaak de trend. Zo bedraagt het werkloosheidspercentage in de VS slechts 6,7 % maar volgens The Economist heeft er nog maar 59 % van de working-age bevolking een baan. Volgens de Internationale Arbeid Organisatie (een tak van de VN) zijn er wereldwijd al meer dan 1,5 miljard werklozen. Ook in Vlaanderen stijgt de werkloosheid elk jaar (met 9,4% in 2012 en 9,3% in 2013).  Op het vlak van tewerkstelling is er een groot verschil tussen de informatie-technologie en vroegere golven van technologische vernieuwing. De auto bijvoorbeeld, vernietigde veel banen maar creeerde er nog veel meer. Maar de IT schept veel minder banen dan er door de automatisering overbodig worden. Vier reuzen uit de sector,  Google, Apple, Amazon en Facebook die samen een beurswaarde hebben van meer dan duizend miljard dollar, hebben samen wereldwijd slechts 150 000 personeelsleden.

Als men abstractie maakt van de maatschappelijke verhoudingen dan heeft Bregman gelijk, dan is het overbodig worden van 47 % van de banen een prachtig vooruitzicht. Het wordt dan immers mogelijk om het werk zo te herverdelen dat iedereen veel meer vrije tijd heeft. Maar dat veronderstelt een maatschappij waarin de bevrediging van menselijke noden het doel is. In onze maatschappij is dat niet het doel maar een middel om winst te maken, om kapitaal te doen groeien.  Daarom is de ontwikkeling die de Oxford-studie beschrijft niet bevrijdend maar angstaanjagend. Ze impliceert niet minder werk voor iedereen maar een massale verbanning uit het productieproces terwijl diegenen die het geluk hebben van nog een baan te hebben nog harder moeten werken.

Die groeiende massa van overbodigen verarmen, zij het niet volgens de criteria van de Wereldbank. Intussen gaat een steeds groter stuk van de globale koek naar de rijksten. Uit een rapport dat Oxfam ter gelegenheid van de conferentie in Davos publiceerde, blijkt dat de kloof zo groot is geworden dat de rijkste 85 aardbewoners nu evenveel bezitten als de armste helft van de wereldbevolking, 3,5 miljard mensen. En de kloof blijft groeien. Sommige van die superrijken zoals Bill Gates halen het nieuws met hun filantropische activiteiten die mooie cijfers opleveren in Wereldbank-rapporten zoals een daling van de malaria. Intussen hoeven ze geen vinger uit te steken om hun kapitaal te doen groeien; al slapende worden ze nog rijker.

what to do

Voor Bregman zijn dat problemen waarvoor de wetenschap wel mettertijd de juiste oplossing zal aandragen. “De grootste triomf van  deze eeuw” zal volgens hem “het uitroeien van de extreme armoede” zijn. Althans volgens de criteria van de Wereldbank wat betekent dat iedereen minstens 1,25 dollar per dag zal hebben. De trend wijst uit, volgens Bregman “dat we deze ellende nog voor 2040 kunnen uitroeien”.  De reden dat we tot dan moeten wachten is vermoedelijk dat er nog meer vooruitgang van wetenschap en technologie nodig is om dat mogelijk te maken.

Gelooft Bregman werkelijk dat er extreme armoede bestaat omdat de know-how en middelen om ze uit te roeien vandaag nog niet aanwezig zijn?  Elke 5 seconden sterft ergens een kind aan ondervoeding terwijl het minder dan een dollar per dag zou kosten om het te voeden (volgens cijfers van het World Food Program). De reden dat het niet gevoed wordt is de maatschappelijke context: het is niet winstgevend. De vooruitgang van de wetenschap leidt er toe dat voedsel steeds goedkoper wordt en dat hielp om de verarming in te dijken. Maar naarmate het aantal “nuttelozen” groeit, groeit ook de neiging om zich van die zorg te ontdoen want de druk van de sociale lasten ondermijnt de competiviteit. De social spanning neemt toe. Wat een geluk om op zo’n moment een Pangloss te hebben die ons sust dat we in de beste van alle mogelijke werelden leven.

De verkeerde vraag

Natuurlijk zijn niet alle cijfers die Bregman citeert misleidend. Er is wel degelijk vooruitgang op sommige terreinen, wetenschap en technieken hebben wel degelijk gunstige effecten, ook al zijn ze gekneld in en gekneed door hun functionaliteit aan het winststreven. Maar eigenlijk stelt Bregman de verkeerde vraag. De relevante vraag is niet of we het beter hebben dan onze voorouders. Hoe je die vraag beantwoordt, hangt af van de criteria die je gebruikt maar het antwoord leert ons niets. Onze voorouders hadden veel beperktere middelen dan wij, wij confronteren grotere uitdagingen, gevaren en mogelijkheden. In plaats van onze situatie met die van onze voorouders te vergelijken, moeten we wat is vergelijken met wat kan zijn: de tegenstelling wordt steeds absurder. We moeten “de juiste context” aanpakken en iets nieuw uitvinden. “To invent”, zei Einstein, “is to think outside the box”. Die box is de maatschappelijke context, waarvan Panglossen als Bregman onze blikken afwenden.

 

 

http://www.knack.be/nieuws/wereld/de-geschiedenis-herhaalt-zich-niet-de-geschiedenis-rijmt/article-opinion-123998.html

Meer over de cijfers van de Wereldbank in dit essay van de Canadese economist Michel Chossudovsky Global Falsehoods: How the World Bank and the UNDP Distort the Figures on Global Poverty

Meer over de situatie van de Indische boeren HIER.

Over de groei van de sloppenwijken: Mike Davis, “Planet of Slums”

Het commentaar van The Economist over het Oxford-rapport leest u HIER.

Meer over het Oxfam-rapport HIER.

januari 26, 2014 at 10:09 am Een reactie plaatsen

SHARON DE TERRORIST

sharon

Bij de dood van Ariel Sharon past het om ‘s mans lange carriere als provocateur, oorlogsmisdadiger en terrorist in herinnering te brengen. Terreur als wapen tegen de burgerbevolking was een doelbewuste politiek van de Zionisten die het land wilden zuiveren van zijn oorspronkelijke bewoners. Sharon paste die tactiek met ijver en enthousiasme toe. Zijn geschiedenis als terrorist gaat terug tot de jaren vijftig – zoals blijkt uit een reeks over Sharon in het gerespecteerde Israëlische dagblad Ha’aretz. Alex Cockburn en Jeffrey St. Clair van Counterpunch baseerden zich grotendeels op deze reeks voor een overzicht. Wat volgt is een samenvatting.

Ariel Sharon werd geboren in 1928 en werd in de jaren vóór de stichting van de staat Israël lid van de Haganah, het geheime Joodse leger. Hij kreeg de leiding van de Eenheid 101 die officieel als opdracht had represailles uit te voeren tegen Arabische aanvallen op Joodse dorpen. De werkelijke bedoeling, zoals blijkt uit de twee bekendste slachtingen, was terreur te zaaien door blind en moorddadig geweld niet tegen strijders maar tegen jongeren, ouderen en weerloze burgers.

De eerste goed gedocumenteerde terroristische actie onder leiding van Sharon vond plaats in augustus 1953 in het vluchtelingenkamp El-Bureig in het zuiden van Gaza. Volgens de Israëlische geschiedenis van de eenheid vonden 50 vluchtelingen daarbij de dood. Andere bronnen spreken van 15 of 20. VN-bevelhebber generaal-majoor Van Bennike rapporteerde dat de mannen van Sharon “bommen gooiden door de ramen van de hutten waar de vluchtelingen sliepen. Toen die op de vlucht sloegen werden ze onder vuur genomen met handwapens en machinegeweren.” ariel

In oktober van hetzelfde jaar volgde de aanval van Sharon’s Eenheid 101 op het Jordaanse dorp Qibya (op de Westelijke Jordaanoever). De toenmalige Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Moshe Sharett noemde het incident in zijn dagboek “een smet die aan ons zal blijven kleven en die in lengte van jaren niet zal worden weggewassen.”

De Israëlische historicus Avi Schlaim beschrijft het bloedbad aldus:

Sharon gaf opdracht het dorp binnen te dringen, de huizen op te blazen en veel slachtoffers te maken onder de bevolking. Het succes waarmee het bevel werd uitgevoerd overtrof alle verwachtingen. Het macabere verhaal van wat zich in Qibya had afgespeeld werd in zijn volle omvang pas de ochtend na de aanval duidelijk. Het dorp was herschapen tot een ruïne: 45 huizen werden opgeblazen en 69 burgers onder wie twee derden vrouwen en kinderen waren gedood. Sharon en zijn mannen verklaarden dat ze hadden geloofd dat alle inwoners op de vlucht waren geslagen en dat ze geen idee hadden dat zich mensen bevonden in de huizen.

De VN-waarnemer ter plaatse kwam tot een heel andere conclusie:

Eén zelfde verhaal kwam steeds terug: de deur door kogels doorzeefd, het lichaam op de drempel dat duidelijk maakte dat de inwoners door het hevige geweervuur gedwongen werden binnen te blijven tot het huis waarin ze zich bevonden werd opgeblazen.

De Jordaanse ambassadeur in Washington beschreef de slachtpartij in een brief aan de VN-Veiligheidsraad. Volgens de diplomaat drongen Israëlische strijdkrachten het dorp binnen en vermoordden ze systematisch alle bewoners met automatische wapens, granaten en brandbommen.

Op 14 oktober werden de lichamen van 42 Arabische burgers geborgen, verschillende andere bevonden zich nog onder het puin. Veertig huizen, de dorpsschool en een waterreservoir werden vernietigd.

all ours

“Want het is allemaal van ons”

Begin jaren 70 stond Sharon aan het hoofd van het zuidelijke commando van de Israëlische strijdkrachten. Phil Reeves gaf in de Londense The Independent van 21 januari 2001 een levendige beschrijving van de “schoonmaakoperaties” die onder zijn leiding in Gaza plaats vonden.

Dertig jaar zijn voorbij gegaan sinds Ariel Sharon aan het hoofd van het zuidelijke commando van de Israëlische strijdkrachten de taak had om het opstandige Gaza na de oorlog van 1967 te “pacificeren.” Maar de oude mannen herinneren het zich nog heel goed. Vooral de oude mannen van de “Puinstraat.” Tot 1970 was de “Puinstraat” een van de vele smalle naamloze steegjes die Beach Camp in Gaza stad doorkruisen: een krottenwijk met lage huisjes van twee kamers, gebouwd met hulp van de Verenigde naties voor de Palestijnen die in de oorlog van 48 waren gevlucht en die nu nog altijd wachten op wat de internationale gemeenschap voor hen in petto heeft. De straat kreeg haar naam na een ongewoon lang bezoek van Sharon en zijn soldaten. Die kregen het bevel om honderden huizen plat te walsen en zo een brede rechte straat te doen ontstaan. Die moest het de Israëlische troepen en hun zware pantservoertuigen mogelijk maken om zich vlot door het kamp voort te bewegen, controle uit te oefenen en de militanten van het Palestijnse Bevrijdingsleger op te jagen.

Ze kwamen in de nacht en markeerden de huizen die ze wilden vernietigen met rode verf,”zei de zeventigjarige Ibrahim Ghani, een gepensioneerd landarbeider. “De volgende ochtend kwamen ze terug en gaven iedereen het bevel te vertrekken. Ik herinner me hoe de soldaten tegen de mensen schreeuwden, Yalla, yalla, yalla, yalla! De bezittingen van de bewoners gooiden ze op straat. Toen liet Sharon de bulldozers komen en liet de straat platwalsen. Hij deed het bijna allemaal in één dag. En de soldaten sloegen de mensen, kun je voorstellen?. Soldaten met geweren die kleine kinderen slaan?”

Toen de soldaten hun klus af hadden waren honderden huizen vernietigd, niet alleen in de Puinstraat maar in heel het kamp dat Sharon had verdeeld in een netwerk van veiligheidswegen. Veel van de vluchtelingen vonden onderdak in scholen of in de reeds overbevolkte huizen van familieleden. Andere families, meestal die van Palestijnse politieke activisten, werden in vrachtwagens geladen en verbannen naar een stad in de Sinaïwoestijn die toen door Israël werd gecontroleerd.

De vernietiging van Beach Camp was hoegenaamd geen uitzondering zoals blijkt uit het vervolg van Reeves’ verslag:

In augustus 71 alleen al vernietigde het commando van Sharon zo een 2000 huizen in de Gazastrook en joeg daarmee 16000 mensen voor de tweede keer in hun leven de straat op. Honderden jonge Palestijnse mannen werden gearresteerd en naar Jordanië of Libanon verbannen. Zeshonderd familieleden van vermoedelijke guerrillastrijders werden naar de Sinaï verbannen. In de tweede helft van 1971 werden 104 guerrillastrijders vermoord. “In die tijd was het de politiek om verdachten niet te arresteren maar te vermoorden” zegt Raji Sourani, directeur van het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten in Gaza stad.

Sharon was minister van Defensie in het tweede kabinet van Menachem Begin toen hij in 1982 zijn collega’s met verstomming sloeg door zijn grootschalige inval in Libanon met de bedoeling alle Palestijnen naar Jordanië te verjagen en van Libanon een vazalstaat te maken. Het plan was de bron van ongehoord lijden, het kostte het leven aan duizenden Palestijnen en Libanezen maar ook aan meer dan 1000 Israëlische soldaten.

Sharon veroorzaakte ook de beruchte slachtpartij in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Die vond plaats van zes uur ‘s avonds op 16 september 1982 tot de ochtend van de 18e september in een gebied dat onder de controle stond van het Israëlische leger. De uitvoerders waren leden van de Falange, de christelijke militie die sinds het begin van de burgeroorlog van 1975 door Israël werd gecontroleerd en bewapend. Onder de slachtoffers van deze 62 uur durende slachtpartij waren zuigelingen, kinderen, vrouwen – ook zwangere vrouwen – en ouderen. Sommigen werden verminkt en opengehakt vóór of nadat ze werden gedood.

Om maar één enkele ooggetuigenverslag te citeren, dat van de pro-Israëlische journalist Thomas Friedman van The New York Times: Ik zag hoofdzakelijk groepen jonge mannen van rond de twintig of dertig die tegen de muur waren gezet met handen en voeten gebonden en dan in de stijl van de gangsteroorlogen waren neergemaaid met machinegeweervuur.

Een officiële Israëlische onderzoekscommissie onder leiding van Yitzhak Kahan, de voorzitter van het Israëlische Hooggerechtshof publiceerde in februari 1983 haar conclusies. De commissie Kahan stelde dat Ariel Sharon samen met andere Israëlis direct verantwoordelijk was voor het bloedbad. In haar rapport schreef de commissie:

Wij zijn van oordeel dat de minister van Defensie verantwoordelijk moet worden gesteld voor het veronachtzamen van de dreiging van wraak en bloedvergieten door de Falangisten tegen de bevolking van de vluchtelingenkampen. Ook heeft de minister nagelaten met deze dreiging rekening te houden toen hij besliste de Falangisten toelating te geven de kampen binnen te dringen. Bovendien kan de minister verantwoordelijk worden gesteld voor het feit dat hij heeft nagelaten de gepaste maatregelen te nemen om de dreiging van massamoord te voorkomen of te beperken als voorwaarde voor het toelaten van de Falangisten tot de kampen. Deze blunders betekenen dat de minister van Defensie zijn plicht niet heeft vervuld.

Sharon weigerde op te stappen. Op 14 februari 1983 werd hij uiteindelijk als minister van Defensie ontslagen, maar hij bleef in het kabinet als minister zonder portefeuille.

Sharons carrière leek in neergaande lijn, maar hij bleef zich profileren als extremist van Likud. Sharon was tegen elke vorm van vredesakkoord behalve onder voorwaarden die totaal onaanvaardbaar waren voor de Palestijnen. In 1979 stemde hij als lid van de regering Begin tegen het vredesverdrag met Egypte. In 1985 stemde hij tegen de terugtrekking van de Israëlische troepen uit de de zogenaamde veiligheidszone in het zuiden van Libanon. In 1991 was hij tegen de deelname van Israël aan de vredesconferentie in Madrid. In 1993 stemde hij in de Knesset tegen de Oslo-akkoorden. Het jaar daarop onthield hij zich in de Knesset in een stemming over het vredeverdrag met Jordanië. Hij stemde tegen het Hebronakkoord in 1997 en verzette zich tegen de terugtrekking uit zuidelijk Libanon.

Sharon geloofde in het creëren van “feiten op het terrein.” Als minister van Landbouw in de regering Begin in de late jaren 70 stichtte hij veel van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever die vandaag het grootste obstakel zijn voor een vredesakkoord. Zijn onverzettelijk standpunt: geen vierkante centimeter land voor de Palestijnen op de West Bank. Hij stemde in met een Palestijnse staat in de gebieden waar de Palestijnen in feite de controle over hadden – 42 % van de West Bank. Maar Israël zou de controle behouden over de hoofdwegen en vooral over de waterbronnen. Jeruzalem moest onder Israëlische soevereiniteit blijven en verder worden uitgebreid. De Golan Hoogte moest onder Israëlische controle blijven.

Je kunt opmerken dat Sharon model staat voor de lange-termijn politiek van alle Israëlische regeringen met weglating van de mooie woorden. Ben Goerion was medeplichtig aan de terreuropdrachten van Sharons Eenheid 101. Elke Israëlische regering heeft ingestemd met de bouw van nederzettingen rond Jeruzalem en ze openlijk gesteund. Maar dat alles doet niets af aan de sinistere, gewelddadige schaduw die Sharon over de voorbije halve eeuw heeft geworpen.

Dave_Browns_Goya_Ariel_Sharon

Cartoon door Dave Brown naar Francisco Goya

Deze schaduw werd wellicht nog het beste verwoord door een jonge Israëlische vrouw, de zestienjarige Ilil Komey, die Sharon aansprak toen die haar landbouwschool in de buurt van Beerseheva bezocht aan de vooravond van de verkiezingen in 2001. Het voorval was te zien op de Israëlische televisie. De vader van het tienermeisje was met shell shock uit de oorlog in Libanon teruggekeerd. Ilil stond op en wees met haar vinger naar de toen 72 jarige Sharon. Jij hebt mijn vader naar Libanon gestuurd, zei ze. Ariel Sharon, ik beschuldig je ervan dat je me zestien jaar lang hebt laten lijden. Ik beschuldig je ervan dat je mijn vader meer dan 16 jaar hebt laten lijden. Ik beschuldig je van veel dingen die de mensen van dit land hebben doen lijden. Ik geloof niet dat je nu verkozen kunt worden tot premier.

Helaas, Ilil vergiste zich. Sharon werd verkozen niet ondanks zijn bloedige carrière maar net daarom. Dat is de grimmige realiteit.

Jeffrey St. Clair

Alexander Cockburn

Vertaald en samengevat door Johan Depoortere

Het volledige artikel lees je hier: http://www.counterpunch.org/2014/01/17/sharon-the-terrorist/

sharon1

januari 22, 2014 at 3:35 am Een reactie plaatsen

Knallend het nieuwe jaar in met de krant van West-Vlaanderen

knallend

Sinds enige tijd krijgen we twee keren per week  een email van de ‘Krant van West-Vlaanderen’. Hoewel die ongevraagd is, is hij welkom. Niet alleen omdat we zo op de hoogte blijven van wat er reilt en zeilt in die boeiende provincie maar ook omdat het nieuws er met zoveel humor geserveerd wordt. Dat die humor onopzettelijk is, maakt hem nog grappiger. Hoewel, aan dat onopzettelijke twijfel ik soms. Zo vermoed ik dat de persoon die ervoor zorgde dat er onder de kop “ Krant van West-Vlaanderen en Focus-WTV wensen je een knaller van een nieuw jaar” een bericht kwam met de titel “Jongeren gewond na knal tegen Desselgemse boom”, toch wel in zijn of haar vuistje gelachen heeft.  En dat de redacteur die de titel “Tuur De Rammelaere uit Deerlijk krijgt ruilhart op Kerstmis” bedacht, wel degelijk bewust zoveel mogelijk “r”-en samensprokkelde.  Maar er zijn andere die onbedoeld surrealistisch zijn of anderzijds onze verbeelding stimuleren. Hier enkele recente voorbeelden: “Konijn laat woning in Roeselare stofzuigen” (21 november) “Vrouw uit Zedelgem deelt 6 messteken uit aan haar partner die haar “domme kalle” noemde” (16 december) “Dolle leute met Preuteleute in Oostende” (29 december). Deze vind ik de mooiste: “Proces Eskimopater ligt stil omwille van sneeuwstorm” ( 19 november). Laat ze komen, krant van West-Vlaanderen. (Tom Ronse)

januari 3, 2014 at 6:03 am Een reactie plaatsen

NA KERSTDAG

clearance

Hoeveel is een kleine spar of denneboom waard? Steeds meer naarmate kersdag dichterbij komt en daarna plots niets meer. Wat een verspilling. Op vele plaatsen worden de kerstbomen al onmiddellijk na het feest het huis uitgekieperd.  Het is triestig om ze dan te zien liggen bij het groot vuil of achter het huis bij de tuinafval. Enkele dagen geleden waren ze nog de sterren van de huiskamers, door iedereen bewonderd, en nu gunt niemand ze nog een blik. Tenzij dan rare snuiters zoals de Hongaarse fotograaf GERGÖ GOSZTOM. Een van zijn projecten is het fotograferen van weggeworpen kersbomen in hun omgeving. Gosztom zorgt ervoor dat de kerstlichtjes nog een keer branden.  Het resulteert in vreemde, melancholische beelden die op een subversieve manier de sfeer van de kerstdagen perfect weergeven.

(Tom Ronse)

after xmas Gergo Gosztom

Gosztom

GERGŐ-GOSZTOM03

gosztom4

gosztom3

gosztom5

 

http://www.behance.net/gallery/AFTER-CHRISTMAS/6774825

Prettige feestdagen.

 

december 28, 2013 at 5:49 am Een reactie plaatsen

Wat heeft onze taal toch misdaan?

vlataal

Door Johan Nootens

Zowat elke dag spreek ik drie varianten van onze taal. Standaardtaal met vrouw en kinderen, dialect met mijn linkerbuurman en omgangstaal met mijn rechterbuurman. Dat wil zeggen dat ik “ga je mee”, “gorre ga mei” en “gade gij mee” elk op zijn tijd gebruik.
Zoals andere talen, maken ook die talen een ontwikkeling door. Onze Nederlandse standaardtaal wordt Belgischer/Vlaamser. Mijn dialect kan de moderne tijd niet meer aan en verliest bereik. En de Vlaamse omgangstaal wordt in de media en in het dagelijkse leven vaker en vaker gebruikt. Maar die omgangstaal van ons wordt gehoond en uitgefoeterd. Hoe komt dat en waarom aanvaarden wij zo maar klakkeloos dat onze taal uitgescholden wordt?

Scheldpartijen

Miljoenen Vlaamse mannen, vrouwen en kinderen spreken elke dag hun omgangstaal. Aan de ontbijttafel, voor de schoolpoort, op de trein, in de koffiekamer, in de klas, in de lerarenkamer, bij de huisarts, in het gemeentehuis, in het Vlaams Parlement, op radio en televisie, in de collegezalen, op café, in bed.

Die omgangstaal wordt door sommigen verketterd, bespuwd en bevochten. Zowel door zeloten als Benno Barnard en Geert Van Istendael, als door neo-rechtse baronessen als Mia barones Doornaert en progressieve journalisten als Walter Zinzen. Een fraaie verzameling van dat gescheld stond onlangs nog in een opiniestuk van Mark Van De Voorde: “bloedloze tussentaal”, “onbenullig taalgebruik”, “een vervuilde taal”, “bloedloos en zielloos”, “armtierig”, een uiting van “cultuurloze kneuterigheid en zielige arrogantie”[1].

Onze omgangstaal wordt dan “ontaal” (Devos), “wantaal” (Benno Barnard), “halftaal” (Geert Van Istendael) of “verdomde Vloms” (Kurt Van Eeghem) genoemd. De vaakst gebruikte scheldwoorden zijn “Soapvlaams”, “tussentaal” en het ondertussen wijdverbreide “Verkavelingsvlaams” van Geert Van Istendael. Hij lanceerde die term in 1988[2] en liet zich meteen al eens goed gaan:

“Er is iets nieuws, iets vuils de taal in de zuidelijke Nederlanden aan het aantasten. Een manke usurpator in kale kleren, maar hij heeft de verwaandheid en de lompheid van een parvenu. Hij heet Verkavelingsvlaams. Het is de taal die gesproken wordt in de betere villa’s op de verkavelde grond van onze verminkte dorpen. Het is de taal van de jongens en de meisjes die naar een deftige school gaan en andere kinderen uitlachen omdat die zo onbeschaafd praten.(…) Ik haat die nieuwe halftaal, omdat ze mijn taal, het Nederlands, bedreigt en haar voedingsbodem, het dialect, vertrapt.”

En daarmee is de toon gezet: we zitten met een “vuile” taal, en ook met de sprekers ervan is er iets aan de hand. Onze omgangstaal is “lui Vlaams” (Johan Taeldeman) “voor wie te laf is om te kiezen tussen dialect en ABN” (Sabine Vandeputte-VRT). Je hoort in dat soort uitspraken een echo van het misprijzen van de oude franskiljons.

 franskilions

 Al dat geschimp komt meestal van mensen die met taal hun brood verdienen: auteurs, journalisten en columnisten. Maar ook van taalkundigen en talig geschoolde mensen als leraren en schoolboekenmakers. Dat is niet alleen jammer maar ook onbegrijpelijk. In Duitsland bijvoorbeeld wordt de “Umgangssprache” even serieus bestudeerd als de drie variëteiten (Duits Duits, Oostenrijks Duits en Zwitsers Duits) van de standaardtaal.

In Vlaanderen mogen professoren en onderwijzers in 2013 nog altijd verkondigen dat de sprekers van onze omgangstaal “luie en laffe” mensen zijn die een “ontaal” hanteren. Hoewel bijna al hun leerlingen en studenten in die “ontaal” opgegroeid en gesocialiseerd zijn.

‘Taalkramp’

Gelukkig worden die taalideologen en taalpolitici stilaan ouder. Er is intussen een nieuwe generatie taalwetenschappers voor wie de taalwerkelijkheid belangrijker is dan de taalideologie en voor wie taalvariëteiten en taalvariatie normale studieonderwerpen zijn.

Maar zoals te verwachten was, krijgen ze sterke tegenwind in de Vlaamse media. Toen Kevin Absillis, Jürgen Jaspers en Sarah Van Hoof de bundel De Manke Usurpator – Over Verkavelingsvlaams publiceerden[3], gingen de poppen aan het dansen en schoot weldenkend Vlaanderen weer in een “rituele taalkramp” (Jan Blommaert)[4].

Wat voor opzienbarends staat er dan wel in dat boek? Eigenlijk heel gewone waarnemingen en beschouwingen over de taalvariëteiten in Vlaanderen. Niet alle verontwaardigde critici hadden het boek gelezen [5] dus sta me toe om er uit te citeren.

Johan De Caluwé stelt vast dat “tussentaal alomtegenwoordig is in Vlaamse scholen, als informele variëteit naast de standaardtaal” (blz. 108) en wie de beheersing van de standaardtaal op school wil verbeteren, moet “durven bouwen op alle vaardigheden van leerlingen en leerkrachten, en ophouden een belangrijk deel van die vaardigheden botweg te negeren of af te doen als taalarmoede” (blz. 120). “De vele onderwijzers waarmee ik over grammatica-onderwijs gesproken heb,” ondervond Ides Callebaut, “dachten bijna allemaal dat taal gebaseerd is op de schoolgrammatica en niet omgekeerd” (blz. 128).   usurpator

Voor Johan De Schryver is “tussentaal een overbodige, negatieve en tendentieuze term met een willekeurige inhoud” en dat blijkt ook “uit de schoolboeken”. Een Vlaams taalbeleid zou “een positieve attitude tegenover taalvariatie” moeten bevorderen (blz. 141).

Volgens Koen Plevoets “kan er in Vlaanderen inderdaad sprake zijn van een ‘taalkloof’, als die maar begrepen wordt als een sociale kloof: er is een elite die Verkavelingsvlaams spreekt, en een middenklasse die taalonzeker is” (blz. 215).

Voor wie nog altijd gelooft dat de komst van VTM het begin van het “Soapvlaams” betekende, heeft Sarah Van Hoof het taalgebruik in de fictie op de BRT(N)/VRT in de jaren 80 en vandaag bekeken. In de jaren 80 was dat taalgebruik “bijzonder gevarieerd en veelkleurig. Vrijwel het hele continuüm tussen Standaardnederlands en dialect wordt bestreken” (blz. 280). En in de fictie van vandaag wordt de standaardtaal “vrijwel onvermijdelijk als theatraal, onnatuurlijk of bizar ervaren door wie alledaagsheid, herkenbaarheid en realisme verwacht zoals in hedendaagse fictie dominant is geworden” (blz. 298).[6]

Het is bizar dat men zich opwindt over dergelijke nuchtere en voor de hand liggende vaststellingen.

Vooroordelen en misverstanden

In de volksmond maar ook in doorgeleerde kringen wordt er wel eens gepraat over “lelijke” talen, zelfs over “ontalen”. Maar er bestaan geen “lelijke” talen of “ontalen”. Er leven alleen vooroordelen over de mensen die een taal gebruiken. Mensen die van thuis uit een vooroordeel meekrijgen over de dialectsprekers van hun dorp of streek,  wagen zich al eens aan uitspraken als “Dat dialect is echt wel lelijk”. Waarmee ze vooral uiting geven aan hun eigen identiteitsbesef, en soms ook aan hun onderachting van de sprekende volksmens.

Dialecten zijn niet “zuiverder” dan andere talen en ze zijn zeker niet “de voedingsbodem” van de standaardtaal, zoals Van Istendael dat heel romantisch stelt. Er zijn nogal wat bestrijders van onze omgangstaal die zich graag verliezen in lofzangen op het dialect. Terwijl ze vaak nooit in een dialect geleefd hebben. Voor hen vertegenwoordigt een dialect de pure natuur, het gezellige plattelandsleven en de weerstand tegen de moderniteit. Terwijl een dialect een gewoon communicatiemiddel is voor een geografisch beperkte gemeenschap, een taal die meer en meer woorden moet overnemen uit de omgangstaal en de standaardtaal omdat ze die woorden niet in voorraad heeft.

Waarvoor dialect niet geschikt is

Waarvoor dialect niet geschikt is

Een ander, vervelend misverstand is dat er zo iets zou bestaan als het enige, echte en ondeelbare Nederlands. Maar net zoals elke andere taal, is het Nederlands een huis met veel kamers. In Nederland worden er dialecten en regiolecten gesproken, naast NRC-Nederlands, Kamernederlands[7], Gedeelde post bekijken geenstijl-Nederlands, ambtenarees, Murksnederlands, Poldernederlands en de omgangstaal van Henk en Ingrid in hun Vinexwijk[8]. In Vlaanderen worden dialecten en regiolecten gesproken, naast Journaalnederlands, Migrantennederlands,  ambtenarees, Bakfietstnederlands, omgangstaal in Thuis en op straat, en ga zo maar door.

De stand van de taal in Vlaanderen in 2013

Ik hoorde vanmorgen in de Ochtend op Radio 1 dat de N-VA “het eerste luik van zijn congresteksten voorgesteld heeft”. De redacteuren van De Morgen en De Standaard gebruiken vandaag ook dat “luik”. En de N-VA zelf ook. Maar volgens de taaladviseur van de VRT is dat een taalfout: in plaats van “luik” hadden ze “hoofdstuk” of “(onder)deel” moeten zeggen[9].  En volgens Taaladvies.net van de Nederlands-Vlaamse Taalunie is “luik” “in die betekenis standaardtaal in België”[10].

Op die manier creëer je natuurlijk chaos: in de politiek en de media gebruiken ze “luik” voor “deel”, de officiële taaladvies-site van de Vlaamse en de Nederlandse overheid noemt dat woord “standaardtaal in België” en de taaladviseur van de VRT keurt het af. Omdat “luik” een gallicistische vertaling van het Franse “volet” is, zoals dat in de gouden jaren van de taalzuivering verwijtend werd gesteld. Terwijl gallicismen eigenlijk gewone contactverschijnselen zijn in ons land waar het Nederlands en het Frans elkaar tegenkomen, zoals “mon kot” en “mazoutketel“, “je ne sais pas de chemin avec mon garçon” en “u bent niet weerhouden“.

Mijn drie zoons waren tweeëneenhalf toen ze naar de eerste kleuterklas gingen, in 1975, 1985 en 2008. En met alle drie heb ik hetzelfde meegemaakt: ze waren opgegroeid en opgevoed met “jij” en “halfzes” en na twee dagen speelplaats en kleuterjuf beheersten ze de “gij”-vormen perfect en wisten ze wat “vijfenhalf” is. Ook op die leeftijd al gaan kinderen vlot om met taalvariatie.

Zak in De Morgen van 1 september 2012

Zak in De Morgen van 1 september 2012

De taalfundamentalisten zullen het niet graag lezen, maar sociale, regionale en culturele variatie is het belangrijkste kenmerk van de taalsituatie in het Vlaanderen van 2013. Dat geldt voor alle taalgebieden in alle talen, maar er zijn ook eigen Vlaamse aspecten:

-          Een relatief grote groep van de bevolking spreekt en begrijpt nog dialect. In het dialectvaste West-Vlaanderen is dat meer het geval dan elders: daar spreken ook kinderen nog vaak dialect.

-          Elk jaar schrijven en lezen meer mensen de standaardtaal. De Vlaamse media worden massaal gelezen, bekeken en beluisterd, er zijn nooit meer leerlingen naar school gegaan en het hoger onderwijs telde eind 2011 195.902 studenten.

-          De “spraakmakende gemeente” is door de economische opgang van Vlaanderen, door de politieke federalisering, door de universitaire groei en culturele bloei verbreed en verstevigd en kiest duidelijk voor een eigen Vlaams-Belgische variant van de standaardtaal.

-          De standaardtaal is voor veel Vlamingen een op school aangeleerde taal met te weinig registers en varianten en een opvallende aandacht voor uitspraak en spelling. Geen dt-fouten maken en “naar de letter” spreken is voor veel Vlamingen nog altijd een na te streven standaardtaalnorm.

-          De omgangstaal is een wijdverbreide variant van het Nederlands, zowel wat de sociaal-culturele als de situationele spreiding betreft: situaties die bijvoorbeeld in Nederland de standaardtaal nodig hebben, kunnen in Vlaanderen vaak in de omgangstaal verlopen.

Unisone politieke napraterij

Het verbaast niet echt, maar de Vlaamse politieke partijen slagen er niet in om zich een eigen, afgewogen oordeel te vormen over de taalsituatie in Vlaanderen. Op de Taaldag van de VRT op 25 oktober 2011 houdt VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx een voorzichtig pleidooi voor wat meer variatie en regionale accenten op de VRT-zenders. Daags nadien gooien de Vlaamse partijen alle remmen los in de Plenaire Vergadering van het Vlaams Parlement.[11]

We geven een paar letterlijke citaten. De spits werd afgebeten door de N-VA’er Wilfried Vandaele, een notoir Groot-Nederlander. Hij richt zich tot Ingrid Lieten, minister van de Media: “Gisteren heeft de stuurgroep Taal van de VRT ter gelegenheid van de Taaldag van de VRT verklaard dat de openbare omroep nood (sic!) heeft aan een nieuw taalcharter om meer ruimte voor regionale uitspraak en voor taalvarianten te maken. Wat ons betreft, is de regel dat de standaardtaal wordt gebruikt, punt uit. Ik weet dat het taalcharter momenteel dialecten en tussentaal in bepaalde programma’s niet uitsluit. Dialect kan functioneel zijn. De tussentaal (…), dat taaltje heeft volgens mij geen reden van bestaan.”

Een normaal mens zou daarop antwoorden: een bestaande taal heeft geen reden van bestaan nodig. Maar zo lucide zijn Vlaamse volksvertegenwoordigers blijkbaar niet. CD&V’er Johan Verstreken valt Vandaele bij: “Ik steun volledig wat de heer Vandaele (…) hier heeft gezegd. Ik ben een beetje bang wanneer de huidige taalraadsman zegt dat radiopresentatoren best meer over variatie in hun Standaardnederlands mogen laten horen. Ik denk dat dat niet kan.” Vlaams Belanger Wim Wienen merkt tersluiks op: “Ik vind het heel eigenaardig dat de VRT met een nieuw taalcharter bezig is waarin dit soort ideeën worden ontwikkeld, op een moment dat minister Smet van Onderwijs een talennota heeft geschreven waarin hij net gaat naar een opwaardering van dat Standaardnederlands.” VLD’er Bart Tommelein heeft er een regionale bedenking bij: “De openbare omroep moet heel duidelijk op deze lijn blijven: Standaardnederlands. We hebben het als West-Vlamingen al moeilijk genoeg om voorbeelden te horen van hoe het echt moet.” Sp.a’er Philippe De Coene speelt meteen op de man: “Gisteravond in De laatste show waren we getuige van een gesprek met een medewerker van een VRT-programma die een ellendig soort Nederlands sprak met een ellendige tongval, een soort Joost Vandecasteele. Minister, bespaar ons dit. Voor de medewerkers: laat ons de standaardtaal koesteren.” En Bart Caron van Groen besluit: “Tussentaal is eigenlijk niet te harden. Dialect kunnen we steunen, maar de standaard is het goede Nederlands.”

Zeldzame eensgezindheid in het Vlaamse parlement

Zeldzame eensgezindheid in het Vlaamse parlement

Minister Pascal Smet schrijft in zijn conceptnota Samen taalgrenzen verleggen (versie 22 juli 2011): “Nochtans is een rijke kennis van het Standaardnederlands dé voorwaarde voor wie in Vlaanderen wil leren, wonen, werken, leven. Wie van elders komt, en geen Standaardnederlands leert, blijft in de beslotenheid van het eigen gezin of de eigen gemeenschap leven, en leeft – in Vlaanderen – buiten Vlaanderen.” Je zou van een Onderwijsminister een meer genuanceerde mening verwachten. Wat bedoelt hij met “Standaardnederlands”? Als een werkzoekende in West-Vlaanderen een cursus ‘West-Vlams voe behunners’[12] volgt om in de zorgsector te kunnen werken, leeft die dan buiten Vlaanderen, net als die tienduizenden West-Vlamingen die alleen dialect praten? Leef je in Vlaanderen, als je omgangstaal spreekt met een duidelijk Antwerps of Marokkaans accent? En een kleuterjuf die aan haar jongste peuter vraagt “Hoe noemde gij?”, leeft die buiten Vlaanderen?

Pleidooi voor een realistisch en inclusief taalbeleid

Al die verbale krachtpatserijen over onze talen zijn contraproductief. Ze proberen de samenleving op te delen in sprekers van verschillende taalvariëteiten. Een hedendaags taalbeleid vereist realisme en inclusie: het uitgangspunt is dat er in Vlaanderen verschillende variëteiten van Nederlands, omgangstaal en dialect worden gesproken en dat al die variëteiten respect verdienen omdat ze allemaal op een bepaald moment en in een bepaalde omgeving functioneel zijn.

Meer vergelijkend en contrastief variatieonderzoek kan helpen om de leermethodes te verbeteren. In het onderwijs kunnen de kinderen zich op die manier  efficiënter en sneller de standaardtaal eigen maken. Het respect voor hun moedertaal – dialect, omgangstaal of Marokkaans – blijft de basis om op voort te bouwen. Van studenten die zich voorbereiden op een onderwijsberoep of een talig beroep wordt een grondige beheersing van verschillende registers van de standaardtaal vereist.

Jongeren die de middelbare school verlaten (aso, kso, tso en bso) hebben leren nadenken over:

  • het gebruik van standaardtaal, regionale en sociale taalvariëteiten;
  • het gebruik van in hun omgeving voorkomende talen;
  • normen, houdingen, vooroordelen en rolgedrag via taal;
  • taalgedragsconventies;
  • de gevolgen van hun taalgedrag voor anderen en henzelf;
  • talige aspecten van cultuuruitingen in hun omgeving.

Voor wie dat laatste een onrealistische en onhaalbare doelstelling vindt: die hele opsomming is een letterlijk citaat uit de heldere “eindterm 6.4” van de Eindtermen Nederlands voor het lager onderwijs van 1 september 2010[13]. De uitspraken die u hierboven kon lezen van ministers, volksvertegenwoordigers, journalisten en publicisten getuigen ervan dat zij in geen geval de Eindtermen Nederlands voor het lager onderwijs zouden halen.

Johan Nootens is oud‑communicatieadviseur Vlaamse Ombudsdienst.

Meer over dit onderwerp in het Salon leest u HIER


[1] In Knack van 15 augustus 2013

[2] In het Nieuw Wereldtijdschrift verscheen toen een voorpublicatie uit zijn Het Belgisch labyrint of de schoonheid der wanstaltigheid (Atlas 1989).

[3] Kevin Absillis, Jürgen Jaspers & Sarah Van Hoof (red.), De Manke Usurpator – Over Verkavelingsvlaams, Gent, Academia Press, 2012, 431 blz.

[4] Een overzicht van de bijwijlen hilarische reacties staat te lezen op http://demankeusurpator.wordpress.com/

[5] Geert Van Istendael gaf dat op 3 september 2012 ruiterlijk toe in het radioprogramma Hautekiet op Radio 1.

[6] In HUMO van 17 september 2013 zegt actrice Veerle Eyckermans onder meer: “Het probleem is dat we elkaar aanspreken met ‘je’ en ‘jij’ in de standaardtaal, maar alle Vlaamse televisiemakers vinden dat onnatuurlijk klinken. Ze kiezen altijd voor ‘ge’ en ‘gij’. De meeste acteurs verkiezen dat ook, en ja, dan glijdt de rest van het taalgebruik snel mee af naar de verschillende streektalen van al die mensen.” (blz.33-34)

[7] Nederland stond even op stelten toen Geert Wilders op 22 september 2011 in de Tweede Kamer tegen premier Rutte zei: “Doe eens normaal man!” (zie www.youtube.com/watch?v=2MgHKN4a5vI Wat Yves Desmet in De Morgen van 28 september 2011 het commentaar ontlokte: “Enfin, om maar te zeggen: Nederlanders, doe even normaal, ja?”.

[8] De kans is groot dat u een Vinexwijk niet kent. Omdat Vlaanderen een andere (woon)cultuur heeft dan Nederland. Voor Vinex: zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Vinex .

[9] http://www.vrt.be/taal/luik

[10] http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1444/

[11] Handelingen Plenaire Vergadering van 26 oktober 2011, Actuele vraag van Wilfried Vandaele tot Ingrid Lieten, Vlaams minister van Media, over het beleid van de VRT inzake het gebruik van het Standaardnederlands en eventuele variaties ervan

[12] Knack van 2 november 2013

[13] http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/basisonderwijs/lager-onderwijs/leergebieden/nederlands/eindtermen.htm

In Nederland heet zo’n eindterm voor het lager onderwijs overigens een “kerndoel”.

Johan Nootens is oud-communicatieadviseur van de Vlaamse Ombudsdienst.

december 5, 2013 at 8:12 am 7 reacties

HOE DURVEN ZE!

Walmart store

Tom Ronse

Een betere titel voor dit stukje kan ik niet bedenken. Ik weet het, hij is niet origineel en past boven steeds meer nieuwsberichten maar dit is toch wel extra-grof. Grof en tekenend voor een algemene trend.

Het is vandaag Thanksgiving, samen met Kerstdag het belangrijkste familiefeest hier in de VS. Het was een dag waarop bijna iedereen vrijaf kreeg. Zelfs het winkelpersoneel. Het heeft die adempauze nodig want de volgende dag begint het kerstkoopseizoen. “Black Friday” wordt die dag genoemd omdat de omzet dan zo groot is dat hij de winkels uit de rode cijfers trekt.  Maar Thanksgiving bleef een dag voor de familiekring tot de grootste winkelketen, Walmart, het taboe brak en het koopjesseizoen een dag eerder startte. Andere winkels moesten wel volgen, tot groot ongenoegen van hun personeel.

Walmart is het grootste bedrijf ter wereld. Het heeft 2,2 miljoen personeelsleden in 15 landen en boekte vorig jaar een netto-winst van 15,7 miljard dollar. De familie Walton bezit meer dan de helft van de aandelen, een slordige 150 miljard dollar. Zes leden van die familie bezitten samen evenveel als de 30% van de Amerikaanse bevolking die het minst heeft.   Walmart Nov 06
Walmart floreert in krisistijd omdat het door zijn gigantische omzet de laagste prijzen kan afdwingen van  leveranciers die wanhopig zijn om klanten te vinden. En door de hoge werkloosheid heeft het geen moeite om personeel te vinden dat bereid is om te werken aan hongerlonen. Ik gebruik die term niet hyperbolisch: ik bedoel letterlijk lonen die personeelsleden niet in staat stellen om hun honger te stillen. 18% van de “food stamps” (‘voedselcheques’, waarmee men eten kan kopen; de enige vorm van inkomen voor de armsten) gaat naar werknemers van Walmart die niet genoeg verdienen om rond te komen. Het komt er eigenlijk op neer dat de overheid een deel van de loonkosten betaalt, tot meerdere winst van Walmart. Het Congres heeft onlangs de begroting voor food stamps  met vijf miljard dollar gekortwiekt en als het van de Republikeinen zou afhangen, zou er nog 45 miljard meer uit worden weg gesneden. Je zou denken dat Walmart dat zou betreuren maar nee, Walmart-ceo Bill Simon vond het een goede zaak, want hoe armer de bevolking wordt, hoe meer ze noodgedwongen prijsbewust wordt en dat is in Walmarts voordeel.

Een full-time “associate” ( er zijn geen arbeiders, bedienden of managers bij Walmart, iedereen is een associate) onderaan de ladder (en vaak geraakt men niet verder) verdient 7,25 dollar per uur. Het bedrijf is ook berucht voor het niet-betalen van overuren. Begin deze maand ging een deel van het Walmart- personeel in zuid-California in staking om betere lonen te eisen. De actie duurde niet lang en kreeg geen uitbreiding. De schrik voor ontslag overheerste. De meest vocale protesteerders werden prompt aan de deur gezet.Walmart sit-in

Walmart heeft het kapitalisme niet uitgevonden. Het speelt het spel volgens de regels en doet dat verduiveld goed. En dat is het probleem.

Maar wat me de kreet “Hoe durven ze” ontlokte, was een bericht uit Cleveland. Daar kon men, in de megawinkels van Walmart plastiek tonnen vinden, met daarboven een bord waarop stond: “Please donate food items so associates in need can enjoy Thanksgiving dinner”. Food items die men ter plaatse kon kopen in de van eten uitpuilende winkel. Hoe practisch! Een woordvoerder van Walmart zei niet te begrijpen dat dit filantropisch initiatief op weerstand stuitte. “We doen dit al jaren”, zei hij, “het is niet de bedoeling dat de klanten eten geven maar dat de associates die het beter hebben iets delen met hun minder gelukkige collega’s, “in the spirit of Thanksgiving”. Waarom Walmart er zelf niet voor zorgde dat alle associates van een Thanksgiving dinner konden genieten, legde hij niet uit.
Walmart Nov 06 - 4

november 28, 2013 at 8:39 am 2 reacties

Oudere berichten


Kalender

april 2014
M D W D V Z Z
« mrt    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
282930  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 540 andere volgers