Archief beheerder

PERVERSIE VAN PRIVACY IN DE BRUGSE POLITIE

De Brugse politie in actie

Een politie-actie in Zeebrugge, afgelopen maandag

(Foto: Hans Snijkers © 2014 Stadsomroep.com)

Door Tom Ronse

Politiegeweld heeft de laatste maand veel beroering gewekt hier in de VS. Politiemoorden in New York  (zie “Ik kan niet ademen”) en Ferguson leidden tot massale betogingen en rellen. Om de gemoederen te bedaren heeft de politie van New York beloofd om haar agenten uit te rusten met “bodycams”. Dat zijn minuscule camera’s, bevestigd op de borst of de pet van de agenten die hun acties filmen.

Dit is natuurlijk geen oplossing voor het structureel probleem dat de oorzaak is van de politiebrutaliteit. De polite treedt harder op omdat de toenemende verarming van een groot deel van de bevolking tot onrust leidt die met intimidatie moet in toom gehouden worden. Vaak komt daar nog een raciaal spanningselement bij (blanke agenten tegen zwarte burgers). Die situatie los je zomaar niet op met bodycams. Wat nodig is, is op de eerste plaats dat de politie ophoudt om zich in de armere wijken te gedragen als de IDF in Palestina; dat de politiekorpsen die in het laatste decennium met de hulp van het Pentagon gigantische arsenalen hebben opgebouwd, demilitarizeren.

Toch zijn die camera’s een grote stap vooruit. Aanklachten tegen agenten worden meestal afgewimpeld, zelfs als er getuigen zijn. Rechters vinden de versie van de politie bijna altijd geloofwaardiger dan die van hun slachtoffers of van omstaanders. Tenzij er foto’s of videobeelden zijn van wat er gebeurde. Als agenten weten dat wat ze doen gefilmd wordt en dat de politie die beelden publiek moet maken in het geval van een betwisting, zal hun optreden vermoedelijk toch iets beschaafder worden.

Zelfs de meest rechtse Republikein zou het niet wagen om een wet voor te stellen die de burgers zou verbieden om politie-optredens te filmen of te fotograferen. Dat acht je slechts voor mogelijk in extreme politiestaten zoals China en Egypte of Noord-Korea. En in Brugge.

Enkele dagen geleden zag ik deze videoclip van Focus/WTV. Het betreft een banaal incident op een terras in de Brugse Smedestraat. Een racist zoekt ruzie, de politie komt ter plaatse. Verder niets. Behalve een gebroken koffiekopje zijn er geen slachtoffers. Een onbenulligheid dus, ware het niet dat de agenten een jongeman die het gebeuren filmde met zijn smartphone het bevel gaven daarmee op te houden. Hij weigerde: “Ik zit hier op een openbare plaats en ik mag de politie in actie filmen”.

Niet volgens de Brugse politie. De agenten dienden klacht in tegen de filmer wegens “schending van hun privacy” en het Brugs politiekorps wil zich burgerlijke partij stellen. Volgens Focus/WTV riskeert de man bovendien “een fikse boete” wegens schending van het auteursrecht. Op welke manier de auteur van het filmje het auteursrecht schendt, legt de journaliste niet uit. Ze heeft ook niets te zeggen als Dirk Van Nuffel, de korpschef van de Brugse politie tegen haar zegt: “Het gaat niet enkel over het goed kunnen functioneren en het respecteren van twee individuele politiemensen maar van het politiewerk in het algemeen”. Een goede journaliste had op zijn minst gevraagd hoe het ‘goed kunnen functioneren’ van de politie in het gedrang komt als haar interventies gefilmd worden. Als de politie zich fatsoenlijk gedraagt, hoeft ze geen camera’s te vrezen.

Wat het incident in de Smedestraat betreft, kan men de politie zo te zien niets verwijten maar het gaat hier blijkbaar om een korps-politiek: de Brugse politie wil geen pottenkijkers. Om ‘goed te kunnen functioneren’ heeft ze schaduw van de anonimiteit nodig.  Nog deze week dreigde een andere Brugse politie-instantie, de politievakbond van ACV openbare diensten, met een rechtszaak wegens schending van de privacy tegen de Brugse stadswebsite Stadsomroep.com (ironisch toch, dat verzet van een groep die “openbare diensten” in zijn naam heeft tegen het openbaar maken van haar ‘diensten’).

Stadsomroep had een foto-verslag gepubliceerd van een politie-actie tegen ‘zwartwerkers’ maandag in Zeebrugge. De politievakbond eist de verwijdering van de foto’s waarop agenten herkenbaar zijn. Uit die foto’s en verklaringen van  ooggetuigen blijkt dat de politie buitensporig geweld gebruikte, schrijft Stadsomroep. “Een van de slachtoffers, die dan nog een toevallige voorbijganger was en helemaal geen door de actie geviseerde zwartwerker, kreeg door een agent de inhoud van een spuitbus pepperspray in zijn gezicht uitgesmeerd, terwijl hij reeds reeds geboeid op straat lag en door 4 agenten onder controle werd gehouden.”

politie brugge 2 CROPPED

Gelukkig is Stadsomroep niet gezwicht voor de politie-druk. De site wil ook niet de gezichten van de agenten met photoshop onherkenbaar maken want “onze fotoreeks toont aan dat enkele specifieke politieagenten hier te ver zijn gegaan. Niet ‘de’ Brugse politie. Door de gezichten van slechte elementen weg te stoppen met photoshop, wordt elk Brugs politieuniform voortaan verdacht en dat kan en mag ook niet de bedoeling zijn.”

Nog een andere politievakbond eist het recht op om, in naam van de privacy, smartphones in beslag te nemen als agenten gefilmd worden. We zijn benieuwd hoe het met het privacy-offensief van de Brugse politie zal aflopen. Wat zij nastreeft, is een geperverteerde vorm van het recht op privacy: het recht op geheimhouding voor hen die in onze maatschappij het exclusieve recht hebben om geweld te gebruiken. Het recht om in privacy voorbijgangers pepper spray in het gezicht te smeren.

 

augustus 30, 2014 at 8:04 am Een reactie plaatsen

“IK KAN NIET ADEMEN!”

eric memorial 3

Tom Ronse

In vergelijking met wat in Gaza, Syrië en Oekrainië gebeurt, was het een klein drama. Maar het gebeurde in mijn eigen omgeving, op een plaats waar ik vaak passeer. En wat dichtbij plaatsgrijpt, grijpt nu eenmaal sterker aan. In essentie was het niet anders dan de slachting in Gaza, zij het op op veel kleinere schaal: een overweldigende macht vermoordde onschuldig leven.

Op vijf minuten wandelen van bij ons, aan de noordkust van Staten Island, New York, ligt een klein driehoekig parkje dat druk gebruikt wordt. Rond het park zijn er goedkope winkels en restaurantjes, een taxibedrijf, grote bushaltes, een galerijtje, schoonheidsalons, een pruikhandel, een boek-café. Aan de rand van het park staat een standbeeld voor gesneuvelden in de burgeroorlog. Er ligt een rots met een koperen plaat op die vertelt dat dit de plaats was waar de eerste Europeanen die hier in de vroege 17de eeuw toekwamen, vers water kwamen opslaan. Er is een fontein die zelden werkt. Daarrond staan banken waarvan de meeste bezet zijn door de vaste klanten van Tompkinsville Park. Mannen die er veel ouder uitzien dan ze zijn. Mannen die te vaak alcohol en te zelden zeep gebruiken. Mannen die door de vloer zijn gezakt. De laatste jaren hebben we hun aantal zien stijgen. (De werkloosheid mag dan wel dalen volgens de officiële cijfers maar de tewerkstellingsgraad –het deel van de bevolking dat effectief werkt- daalt sneller). Sommige omwonenden kloegen dat hun groeiende aanwezigheid de sfeer in het park verpeste. Toch was de sfeer er eerder gezapig dan bedreigend. Kinderen speelden in het park, kantoorbedienden aten er hun lunch. Natuurlijk brak er wel eens een ruzie uit tussen vaste klanten. Maar voor het tot klappen kon komen, was er een obstakel waar de kemphanen niet omheen konden: Eric Garner.

Eric was een grote, zwarte man van 43 die bijna 200 kg woog. Een van zijn bijnamen was “Gentle Giant”. Hij gebruikte zijn gewicht om konflikten in de kiem te smoren maar was zelf nooit gewelddadig. Een kennis die aan het park woont zei me dat Eric de vriendelijkste van alle vaste parkbezoekers was. Omdat hij Eric vaak de vrede in en rond het park zag beschermen, noemde hij hem ‘de burgemeester van Tompkinsville Park’.

Eric en zijn vrouw Esaw

Eric en zijn vrouw Esaw

Eric had nog een andere bijnaam: “the cigarette man”. Hij verkocht losse sigaretten, aan 50 cent per stuk. Dat is een van de vele spitsvondige manieren waarop mensen die uit het officiele arbeidscircuit zijn gestoten proberen te overleven. Ze kopen sigaretten buiten New York waar de taksen lager zijn en verkopen ze met een kleine winst in de stad (waar een pakje van twintig twaalf dollar kost). Dat is illegaal. Eric was al meer dan eens betrapt, gearresteerd, beboet en anderzijds lastig gevallen. Hij had een klacht neergelegd tegen de politie omdat die hem in het openbaar aan een vernederende ‘cavity search’ (lichaamsholte-onderzoek) zou onderworpen hebben.

Hoe het begon

Hoe het begon

Donderdagnamiddag 17 juli gingen een jonge zwarte en een Mexicaan op de vuist op het voetpad langs het park. Opnieuw was het Eric die tussenbeide kwam en de heethoofden scheidde. Intussen had iemand de politie gebeld. Toen die arriveerde, waren de gemoederen al bedaard. De vechters hadden de plaat gepoetst. Daarop besloot de politie om dan maar Eric te arresteren. Die protesteerde dat hij niets mispeuterd had. “Telkens als jij me ziet wil je mij pesten”, zei hij tegen een van de agenten, “Ik ben het beu. Dit stopt vandaag.” Hij wou zich niet laten boeien. Een flik die achter hem stond nam hem in een wurggreep. Met zijn vieren sleurden de agenten hem tegen de grond, duwden zijn hoofd tegen het plaveisel. “Ik kan niet ademen!” kreunde Eric. Hij zei het zes keer en dan werd hij stil. Ramsey Orta die erbij stond, filmde alles met zijn gsm. “Ze wurgden hem”, zei Orta, “er kwam schuim uit zijn mond.” Iemand anders filmde het vervolg. Zeven minuten lang stonden de agenten rond het roerloze lichaam zonder enige hulp te bieden. De agent die Eric gewurgd had, wuifde naar de camera. In het hospitaal kon men enkel constateren dat Eric dood was.

garner choked

De filmjes gingen ‘viraal’, zoals dat heet. Bill De Blasio, de nieuwe burgemeester van New York, had ze ook bekeken en beloofde een onderzoek. De beelden hadden hem “heel droevig” gemaakt zei hij, zo droevig dat hij zijn vacantie in Italie met een dag uitstelde. De Blasio won de verkiezingen met de belofte om de kloof tussen rijk en arm in New York te verkleinen en een einde te maken aan de misbruiken van de politie. Maar hij koos als politiechef William Bratton die de post al eerder had bekleed onder burgemeester Rudy Giuliani. Bratton was de architect van Giuliani’s “zero tolerance”-beleid dat de politie ongebreidelde autoriteit gaf om arrestaties te verrichten. eric memorial  poster

Zijn opvolger Kerry voegde daar “Stop-and-Frisk” aan toe. Die maatregel hield in dat dagelijks duizenden NewYorkers tegengehouden en gefouilleerd werden door de politie. Bijna al diegenen die geviseerd werden, waren jonge, niet-blanke mannen. Als ze bijvoorbeeld een joint op zak hadden, werden ze aangehouden. Daarvoor was zelfs geen joint nodig. Het vage ‘disorderly conduct’ volstond als excuus om naar willekeur te arresteren. Het leidde tot overbevolkte gevangenissen en in de armere buurten, waar de meeste Stop-and-Frisk-acties plaatsgrepen, het gevoel alsof de buurt zelf een gevangenis was.

‘Stop and Frisk’ wordt nu geleidelijk afgebouwd. Maar in de dood van Eric Garner zien velen een bevestiging dat er in essentie niets veranderd is in de NYPD. Sinds zijn dood hebben velen getuigd op Facebook en in andere ‘sociale media’ over recente incidenten van geweldpleging en vernedering door de politie. De wurggreep die Eric het leven kostte is een verboden maneuver voor agenten van de NYPD, precies omdat er al arrestanten door omkwamen. Toch waren er de laatste 5 jaar meer dan 1000 klachten tegen agenten die dat verbod zouden genegeerd hebben. Voorlopig kreeg geen enkele agent een ernstige straf.

eric-cropped

Op zaterdag, twee dagen na Erics dood, waren er meetings en protestbetogingen in Harlem en Staten Island. Met de laatste heb ik meegelopen en meegeroepen. Ze was stevig ingekaderd door locale politieke en religieuze leiders, met als master of ceremony de flamboyante linkse dominee Al Sharpton. Voor de kerk waar de betoging vertrok braken er felle discussies uit. Sommigen wilden spreken over de bredere context, over de massale opsluiting van jonge zwarte mannen, over racisme en ongelijke kansen, over Gaza… Anderen stelden dat het enkel over Eric mocht gaan. Een van hen trok een poster van de muur waarop stond: “From Gaza to Staten Island, killing innocent people is a crime”. Dat gebeurde toen de betoging langs de plaats van de moord passeerde, waar bloemen lagen en kaarsen brandden en teksten hingen en wat losse sigaretten waren uitgestrooid ter nagedachtenis van de cigarette man. Maar later, aan het politiegebouw waar de betoging eindigde, werd er eensgezind gescandeerd: “I can’t breathe!”

Dat ging over Eric. Het waren zijn laatste woorden. Maar het ging ook over meer. Een bord dat tussen de kaarsen lag op de plaats van de moord drukte het goed uit: “ NYPD: “I CAN’T BREATHE”/ STOP THE WAR ON THE POOR / The NYPD never choked a banker”.

i can't breathe

“Ik kan niet ademen”. Het trof me hoe toepasselijk die slogan vandaag is in heel de wereld. Is het niet dat wat de bevolking van Gaza de Israelische staat toeschreeuwt? Ik kan niet ademen. Is dat niet wat meer en meer mensen voelen in een maatschappij die geen ander antwoord lijkt te hebben op haar groeiende spanningen dan meer repressie en controle, meer politie, meer raketten, meer drones, meer camera’s, meer gas-boetes, meer arrestaties? Ik kan niet ademen!

eric memorial 2

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=pvATEjsf41g

juli 29, 2014 at 6:05 am 5 reacties

Buitenspel

Het spektakel is afgelopen.

geenvoetbal

En nu terug naar de werkelijkheid.

Waar de ballen niet altijd rond zijn

en het doel soms heel ver weg lijkt.

juli 14, 2014 at 5:49 am Een reactie plaatsen

OPIUM

brazil-graffiti-anti-world-cup

Anti-world cup graffiti in Rio

Door Tom Ronse

Het grote voetbalfeest is begonnen. We kijken ernaar met gemengde gevoelens. Net als vele Brazilianen. Want in het land met de grootste inkomenskloof van de hele wereld vindt niet iedereen het geweldig dat de regerende Partij van de Arbeid aan de organisatie van dit spektakel 11 miljard dollar besteedde. Sommigen hopen zelfs dat Brazilië verliest. Ze leggen uit waarom in een artikel in GlobalPost.

Enkele citaten:

“I’d love to see the Brazil team lose every game and be thrown out in the first round,” says Marcelo Amorim, a university researcher who has been protesting against the tournament since last year. “We already have five cups so what is one more? Right now there are more important things to worry about.”

Protester Wellington Magalhaes, a resident of a favela climbing up Rio’s hills, says he will be actively cheering for Brazil’s rivals. “A victory for the Brazil team would be a victory for the government. It would be a slap in the face of the people,” Magalhaes said. “I’d like to see Brazil lose 10 to nothing. Just think of the repercussions of that.” (…) “Football is a passion and a love for people in the favelas. But how does this cup help the poor? The Brazilian government uses football as an opium to keep people happy. Well, we are tired of that.”

 
Helaas voor hen won Brazilië alvast zijn eerste wedstrijd. Zij het dank zij de scheidsrechter die toen de stand gelijk was Brazilië een strafschop schonk. Was hij gewoon bijziend of moest Brazilië winnen? Zoals Magalhaes zei: beeld je de gevolgen in van een Braziliaanse nederlaag. Het ruwe ontwaken uit een opiumdroom. Terwijl vele Brazilianen er zich nu al niet meer door laten verdoven. Vandaar dat de regering 157 000 politieagenten en militairen heeft ingeschakeld om het feest te beschermen.

De toeristen voelen zich veilig

De toeristen voelen zich veilig

Naast het contrast tussen de gigantische verspilling die de cup voor Brazilië is en de gigantische noden van dat land die geslachtofferd worden op het altaar van het nationaal prestige zijn er nog andere redenen voor gemengde gevoelens over het voetbalfestijn, zoals de corruptie van de FIFA . John Oliver, de Britse comedian van de Daily Show die nu zijn eigen show heeft op HBO, vat goed samen waarom hij zowel opgetogen als verontwaardigd is over de world cup. Hij is grappig en serieus. Bekijk hem HIER.

John Oliver

John Oliver

Voetbal is zo opwindend omdat het een religie is, zegt Oliver. Begeesterend, roeswekkend, verenigend. Opium voor het volk. Een ritueel maar met ergens daarin een mysterie waar we samen bij willen zijn. Ik ook. Geef die pijp nog eens door…

Tijdens de metro-staking in Sao Paulo

Tijdens de metro-staking in Sao Paulo

 

juni 13, 2014 at 7:12 am Een reactie plaatsen

‘HET VERLEDEN VERSLINDT DE TOEKOMST’

Thomas Piketty

Thomas Piketty

Over Thomas Piketty’s boek “Het Kapitaal in de 21ste eeuw” en de kritiek die het uitlokte.

Door Tom Ronse

Sinds de Engelse vertaling verscheen doet Piketty’s boek heel wat stof opwaaien, aan beide kanten van de grote plas. “It is the closest thing to a pop-culture sensation heavyweight economics will ever provide”, volgens The Economist. Martin Wolf van de The Financial Times noemde het “an extraordinary important book” en Esquire Magazine vond het –nu al- “the most important book of the century”. The Sunday Times vergeleek Piketty met Smith, Keynes en Marx. De Morgen noemde zijn boek “een intellectuele bulldozer”. Het klom naar nummer 1 op de bestsellerslijst van Amazon, “Game of Thrones” en “How to win friends and influence people” voorbijstekend. Linkse economen zoals Stiglitz en Krugman prezen het werk de hemel in. “Conservatives are terrified”, schreef Krugman in een column in The New York Times getiteld “The Piketty Panic” (overgenomen in De Morgen). Ze zijn volgens hem in paniek omdat ze niet in staat zijn om Piketty’s thesis te ontkrachten. Hij citeerde James Pethokoukis van de conservatieve think tank The American Enterprise Institute die in de National Review waarschuwde dat het ‘zachte marxisme’ van Piketty weerlegd moet worden want anders “it will spread among the clerisy and reshape the political economic landscape on which all future policy battles will be waged. We’ve seen this movie before.”

Geen Marxist

Wat dat marxisme betreft, dat valt nogal mee (of tegen, naargelang je opinie over Marx). Met een titel die doet uitschijnen dat hij het vervolg heeft geschreven op ‘Het Kapitaal’ van Marx, lokt Piketty de vergelijking natuurlijk uit. Commercieel is dat misschien goed bekeken. Maar in een interview in The New Republic wees Piketty elke gelijkenis met Marx van de hand. Hij zei dat hij Marx zelfs niet gelezen had. Hij benadrukte dat zijn vertrekpunt niet theoretisch is zoals dat van Marx maar empirisch. “Ik zeg maar wat de data mij vertellen.” Toch verklaart hij zich in zijn inleiding akkoord met wat hij “Marxs principe van de oneindige accumulatie” noemt: de intrinsieke drang van kapitaal om te accumuleren voor geen ander doel dan om te accumuleren.

final wish

Van een boek dat zoveel sukses heeft en zoveel controverse opwekt zou je verwachten dat het verrassende nieuwe inzichten bevat maar dat is eigenlijk niet het geval. Het bevat tal van interessante observaties maar de hoofdstelling van het boek is niet origineel of verbazend. Piketty stelt dat de inkomenskloof tussen kapitaalbezitters en de rest van de bevolking steeds breder wordt waardoor er grote sociale spanning en ontwrichting dreigt. Hij wil dat voorkomen door de invoering van een wereldwijde vermogensbelasting. Er zijn de laatste jaren verschillende serieuze studies gepubliceerd die de groeiende ongelijkheid van inkomens in de laatste 40 jaar documenteerden en die net als Piketty waarschuwden voor de sociale gevolgen van de trend. Die kregen nauwelijks aandacht in de grotere media. Waarom krijgt Piketty er dan zoveel?

Timing speelt een rol. De groeiende ongelijkheid is een brandend actueel thema. De recessie mag dan officieel achter de rug zijn maar de meeste mensen zien hun leven niet verbeteren, vaak integendeel. Intussen zien ze de rijksten onder de rijken nog rijker worden aan een tempo dat de verbeelding tart. Linkse partijen in heel de wereld hebben dan ook van een herverdeling van het nationaal inkomen hun voornaamste strijdpunt gemaakt. De rijken hogere belastingen opleggen zou volgens links niet alleen tot grotere sociale rechtvaardigheid leiden maar ook de krisis oplossen. Want, zo redeneert links, door inkomen te versluizen van een kleine elite naar de brede massa zal de vraag toenemen en dus ook de economische groei. In Piketty’s research vindt links argumenten die die stelling bevestigen; geen wonder dus dat het zijn boek toejuicht. Piketty heeft trouwens zelf een sociaal-democratische background. Zo was hij adviseur van Ségolène Royal. Toch komt hij ook tot conclusies die het verhaal van links ondergraven, waarover verder meer. Wat Ségolène’s ex Francois Hollande betreft, die heeft Piketty enkele keren in zijn paleis ontvangen maar aan zijn beleid te zien, heeft hij niet naar hem geluisterd.

De normale gang van zaken

Het boek heeft ook sukses omdat het vlot en helder geschreven is, met een minimum aan economisch jargon en mathematische bewijsvoering en met interessante historische en literaire uitwijdingen. Bovendien is deze kanjer (bijna 700 bladzijden in de Engelse uitgave, zo’n 900 in de Franse, plus een uitvoerig addendum online) de meest uitgebreide studie over inkomensongelijkheid die ooit werd ondernomen. Piketty en zijn vele medewerkers werkten er 15 jaar aan. Hij vergelijkt het groeitempo van het kapitaal met dat van de economie in de grootste industriële landen van de 18de eeuw tot vandaag. Het eerste noemt hij ‘r’ en het tweede ‘g’. Uit de data blijkt dat r > g de normale gang van zaken is. Met andere woorden, groeiende ongelijkheid zit ingebakken in het systeem, is het product van de wetten van de markt. Piketty noemt dit “de centrale contradictie van het kapitalisme”. Natuurlijk lokt dat protest uit van ideologen zoals de editorialisten van de Wall Street Journal die al jarenlang preken dat de vrije markt tot een democratisering van bezit leidt. Uit de cijfers van Piketty blijkt net het omgekeerde. Geen wonder dus dat die krant het boek aanvalt en Piketty “een middeleeuwse vijandigheid” verwijt “tegen de notie dat kapitaal een opbrengst verdient.”

Uit Piketty’s data blijkt dat kapitaal over heel die periode gemiddeld een jaarlijkse groei van 4 a 5 % genoot terwijl de gemiddelde jaarlijkse groei minder dan 1 % bedroeg. Tot de ‘industriële revolutie’ in de vroege 19de eeuw was de jaarlijkse groei zelfs minder dan 0,1 %. Dan versnelde hij: de modale groei in de 19de eeuw bedroeg 1 tot 1,5 % maar het aandeel dat naar de kapitaalbezitters ging groeide nog veel sneller, mede door de stijging van de grondprijzen. Tegen het einde van de eeuw was er daardoor zo’n concentratie van bezit ontstaan dat de inkomenskloof weer zo groot was als in het ancienne regime. In de 20ste eeuw was er een lange onderbreking in ‘de normale gang van zaken’: van de eerste wereldoorlog tot de jaren 1970 werd de inkomenskloof aanzienlijk kleiner. Tijdens de wereldoorlogen en de depressie daartussen daalde de opbrengst van kapitaal door inflatie, de fysieke vernietiging van bezit en hoge belastingen om de oorlogen te financieren. Gedurende de tweede wereldoorlog zakte de opbrengst van kapitaal tot bijna nul. De inkomenskloof versmalde omdat het kapitaal devalueerde, niet omdat het inkomen van niet-kapitaalbezitters groeide. Dat veranderde na de oorlog toen de economische groei pijlsnel steeg. De kapitaalopbrengst hield gelijke tred met een jaarlijkse groei van ruim 4 %. Dit was de enige periode waarin de twee in evenwicht waren, waarin r = g, zodat de kapitaalgroei voldoende ruimte overliet voor een inkomensstijging van niet-kapitaalbezitters. De enige periode met een aanzienlijke opwaartse sociale mobiliteit.

grafiek piketty

Volgens Piketty was de forse groei tijdens “les trente glorieuses” vooral te danken aan de heropbouw en kwam er een einde aan toen die voltooid was. De groei daalde en de productiviteitsgroei zakte tot 1 a 1,5 %, dicht bij het niveau van voor de eerste wereldoorlog. Maar de kapitaalopbrengst daalde niet, constateert Piketty. Dat wijt hij aan fiscale hervormingen die het progressief karakter van de belastingen ondermijnden en ook aan de groeiende machtspositie van het globale kapitaal, als gevolg van de liberalisering van het internationaal kapitaalverkeer. Met een jaarlijkse groei van 1 a 1,5% – en meer is volgens Piketty niet mogelijk voor landen die in de technologische topgroep zitten, vandaag is het minder – en een kapitaal dat met 4 a 5% groeit kan het niet anders dan dat de inkomenskloof steeds groter wordt. Uit Piketty’s data blijkt dat 60% van de groei van het nationaal inkomen in de VS tussen 1977 en 2007 naar het rijkste 1% van de bevolking ging. En ook dat de kloof tussen de groei van kapitaal en nationaal inkomen in Europese landen zoals Frankrijk en Groot-Brittannië nog breder werd dan in de VS. De automatisering versnelt volgens hem de trend door het aandeel van de arbeid in de productie te verminderen. Meer van de opbrengst gaat naar het kapitaal, minder naar de werkende bevolking. Het theoretisch eindpunt van die trend is dat heel het nationaal inkomen naar het kapitaal gaat. Dat kan natuurlijk niet en lang voor dit punt bereikt zou zijn, zou het sociale weefsel van de maatschappij verscheurd worden. De mogelijke gevolgen zijn angstaanjagend, zegt Piketty. Om een katastrofe te voorkomen moet er langs fiscale weg een inkomensherverdeling komen: een progressieve belasting op kapitaal, niet alleen op nationaal maar ook en vooral op internationaal niveau.

Tegenwind

Natuurlijk vangt zijn stelling heel wat tegenwind. Vooral in de Angelsaksische wereld waar het idee dat het kapitalisme een “meritocratie” is waarin rijkdom het resultaat is van talent en opwaartse mobiliteit vanzelf de inkomenskloof verkleint nog de kracht van een dogma heeft. De meest gedetailleerde kritiek kwam van Chris Giles in The Financial Times die Piketty’s data onder de loupe nam. Hij vond enkele fouten en bekritiseert een aantal onderstellingen die arbitrair lijken. Een ander verwijt luidt dat Piketty verzuimt om sommige sociale uitkeringen bij het gezinsinkomen te rekenen- wat de kloof groter doet lijken dan ze in werkelijkheid is. Maar ondermijnen die fouten, als het fouten zijn, Piketty’s conclusies? Piketty analyseerde een gigantische hoeveelheid data uit 20 landen. Soms waren die onvolledig en gebaseerd op verschillende criteria. Hun vergelijking roept onvermijdelijk problemen op. Maar “niet alle verschillen zijn vergissingen”, schrijft Justin Wolfers in The New York Times, en “niet alle vergissingen zijn even belangrijk… The most striking fact is how closely The Financial Times’ analysis agrees with Piketty’s”. Piketty gaf toe dat zijn data niet perfect zijn maar noemde de bewering van Giles dat diens kritiek de bevindingen van zijn boek in vraag stellen “belachelijk”. Hij wees er op dat sinds zijn boek verscheen (in 2013) diverse andere studies werden gepubliceerd wiens methodologie van de zijne verschilt maar die toch zijn waarnemingen bevestigden.

Hoe zou het anders kunnen? De groeiende ongelijkheid steekt immers de ogen uit. Zeker op wereldvlak. Minder dan 1% van de wereldbevolking bezit 40% van de hele planeet terwijl de helft van de wereldbevolking moet overleven met minder dan 2 dollar per dag. Alleen verblinde ideologen kunnen nog volhouden dat de marktmechanismen dat probleem vanzelf zullen oplossen. Maar is het enkel een kwestie van onrechtvaardige verdeling? Volgens Clive Crook, een columnist van Bloomberg News, heeft Piketty ongelijk als hij beweert dat de groeiende ongelijkheid de centrale contradictie van het kapitalisme is. Niet de verdeling maar de productie van welvaart is het centrale probleem, schrijft Crook. Als de totale koek snel genoeg groeit dan heeft het niet zo veel belang dat een groter deel van de koek naar het kapitaal gaat. “A rising tide lifts all boats”. Maar wat die ‘rising tide’ zal doen ontstaan lijkt Crook ook niet te weten.

in camden

Zwaartekracht

Ook de ecologische pessimist James Howard Kunstler verwijt Piketty dat hij door zijn focus op de verdeling van het inkomen de problemen waar de productie voor staat, negeert. Voor Kunstler is het centrale probleem ecologisch: de opwarming van de aarde en de eindigheid van de fossiele brandstoffen. De hoop dat nieuwe technologie ervoor zal zorgen dat “de industriële orgie” kan voortgaan, is volgens hem een illusie. De ineenstorting nadert. Naast die bedreiging lijkt de groeiende inkomenskloof een detail. Kunstler is het overigens eens met Piketty’s conclusies maar vindt het naief om te denken dat inkomenskloof langs politieke weg kan worden verkleind. “Het kapitalisme is zoals de zwaartekracht”, meent hij, het legt zijn wetten op aan kapitaalbezitters, bedrijven en staten. Het weerstaat alle pogingen om zijn fundamentele mechanismen te corrigeren.

Tot op zekere hoogte is Piketty het daar mee eens. Uit zijn data blijkt dat het voor de groei van de inkomenskloof weinig verschil maakt wie er aan de macht is –Democraten of Republikeinen, sociaal-democraten of conservatieven. Er is niets dat ze kunnen doen om de kloof tussen de groei van het kapitaal en de groei van de reële economie te verkleinen. Enerzijds omdat er, blijkens zijn data, van kapitaal-intensieve landen geen hogere modale groei kan verwacht worden dan 1,5 % . Anderzijds omdat “Piketty’s analysis articulates what many people on the Democratic left feel intuitively, that a domestic tax, spending and regulatory agenda is ineffective in the face of the power of globalized capital to grind down wages and benefits.” Dixit de econoom Thomas Edsall in The New York Times. Edsall merkt op dat dit aspect van Piketty’s analyse ter linkerzijde minder geapprecieerd wordt. Hij citeert Robert Kuttner, de hoofdredacteur van The American Prospect, die vindt dat Piketty’s boek “passiviteit en berusting” in de hand werkt en de linkse econoom Dean Baker die sniert dat “a big part of the book’s appeal is that it allows people to say capitalism is awful but there is nothing that we can do about it.”

Een wereldtaks

Piketty meent dat er wel iets aan gedaan kan worden maar enkel op wereldvlak. Alleen door een internationale belasting op grote vermogens kan de ongelimiteerde groei van de globale ongelijkheid aan banden worden gelegd. Dat roept natuurlijk vragen op. Edsall formuleert er enkele: “Who would run a super-national tax collection agency? How would the taxes collected on assets owned by one person but held in multiple countries be distributed? How would global wealth tax supporters actually win the enactment of regulations that would require transparency of ownership of real estate, of bank holdings and of control of private corporations? ” Het plan zou een internationale samenwerking vereisen die tot nu toe nooit bestaan heeft. Is dat haalbaar? Kunnen de regels van de internationale concurrentie opzij geschoven worden in een systeem dat op concurrentie berust?

Veel van zijn critici vinden zijn voorstel dan ook utopisch. Waarop Piketty replikeert: “Wie in 1910 een progressieve inkomensbelasting voorstelde, werd net niet met pek en veren de stad uitgejaagd. En zie, vandaag is dit soort belasting de normaalste zaak van de wereld” (interview in De Morgen, 19 april). Je weet dus maar nooit. Volgens Piketty werd de progressieve belasting realiteit als gevolg van de wereldoorlog. Je vraagt je af welke ramp er vandaag nodig is om een Piketty-taks te realiseren. Bovendien was de progressieve fiscaliteit een hervorming binnen het nationale kader. Een internationale progressieve belasting lijkt me een ander paar mouwen. Vooral in een tijd waarin alle bedrijven en landen moeten vechten om hun waarde te behouden, om aantrekkelijk te blijven voor het globale kapitaal.

 

Wat is kapitaal?

Wat Piketty niet doet, is de causale verbanden tussen de groei van het kapitaal en de groei van de economie onderzoeken. Dat hoeft voor hem ook niet want “kapitaal en economische groei hebben strikt genomen niets met elkaar te maken”. Hij wijst erop dat de stijgende waarde van grond de voornaamste bron was van de hoge kapitaalopbrengst in de 19de eeuw. En dat de hoge kapitaalopbrengst van vandaag niet door economische groei kan verklaard worden. Dat politieke, kulturele en andere aspecten een rol spelen. Dat klopt maar om vandaar uit te concluderen dat kapitaal en economische groei “niets met elkaar te maken”hebben, lijkt me onzin. De waarde van de grond kon enkel stijgen omdat elders in de economie de koopkracht werd gecreëerd die de hogere vraag naar grond voedde. De waarde van kapitaal lijkt alleen onafhankelijk van de economische groei en de winst die eruit resulteert. Maar dat is gezichtsbedrog.

‘Kapitaal’ is voor Piketty een heel brede noemer. Alle vormen van verhandelbaar bezit: grond, vastgoed, bedrijven, technologie, infrastructuur, financiële tegoeden enz. vallen er onder. Daarvoor krijgt hij kritiek van rechts en links. In Foreign Affairs verwijt Tyler Cowen Piketty dat hij het kapitaal ziet als “a growing, homogeneous blob” en de grote variatie in opbrengst van verschillende bezittingen negeert. Toch valt er iets voor te zeggen. Het kapitaal komt in vele vormen en kan ogenblikkelijk van de ene vorm in een andere veranderen. De hele ‘homogeneous blob’ is aan dezelfde accumulatiedwang onderworpen.

always more

De Keynesiaanse economen James Galbraith en Brad De Long stellen dat Piketty ‘wealth’ (vermogen) en kapitaal verwart. Anders gezegd, hij maakt geen onderscheid tussen productief en niet-productief kapitaal, tussen kapitaal dat geinvesteerd is in economische groei en kapitaal dat niets doet, dat slapend rijker wordt. Hun opbrengst kan scherp verschillen. Beide vormen van bezit zijn essentieel voor het kapitalisme. De onontbeerlijkheid van productief kapitaal behoeft geen uitleg. Maar kapitaal moet ook in staat zijn om zich terug te trekken uit de productie en circulatie van waren zonder zijn waarde te verliezen. Om puur bezit te zijn en zonder iets te doen betaalmiddel te blijven. Zo kan het kapitaal de productiesfeer verlaten als er overproductie dreigt en er terug invloeien als er nieuwe expansiemogelijkheden opdagen. Dit niet-productieve kapitaal fungeert dus als latent productief kapitaal. Het groeiend belang van het kredietwezen gaf het enorme expansiemogelijkheden. Maar de verhoudingen tussen beide vormen van bezit is belangrijk aangezien de echte rijkdom enkel stijgt omdat het productief kapitaal ze doet groeien. Wat Piketty’s boek illustreert is de tendens in het kapitalisme van overaccumulatie van niet-productief, in essentie financieel kapitaal dat steeds zwaarder gaat wegen op wat ‘de reële economie’ wordt genoemd.

Ook marxistische economen nemen Piketty’s brede definitie van kapitaal onder vuur. “Capital is a process not a thing. It is a process of circulation in which money is used to make more money”, schrijft David Harvey. “The rate of return on capital depends crucially on the rate of growth because capital is valued by way of that which it produces and not by what went into its production.” Op basis van Piketty’s data komt Esteban Maito tot de conclusie dat, als je enkel naar de evolutie van productief kapitaal kijkt, de stabiele hoge opbrengst van het kapitaal verdwijnt. In plaats daarvan bevestigen de data volgens Maito Marxs wet van de tendentiële daling van de winstvoet.

De winstvoet daalt als het verschil tussen de waarde van het geinvesteerde kapitaal en de waarde van het resulterend product kleiner wordt. Het kapitalisme beweegt volgens Marx tendentieel in die richting omdat de productie steeds meer draait op basis van technologie (en vandaag automatische processen) en steeds minder op levende arbeid. Het ontwikkelt een productievermogen waarvan de bepalende factor niet meer is de hoeveelheid arbeidstijd die wordt besteed maar kennis: wetenschap,technologie, informatie-overdracht. Toch kan het kapitalisme niet anders, aldus Marx, dan de gigantische rijkdom die zo gecreëerd wordt te meten met de verouderde maatstaf van abstracte arbeidstijd. Dat is wat volgens Marx geruild en opgepot wordt in het kapitalisme: abstracte arbeidstijd. De bron van de winst is het verschil tussen de abstracte arbeidstijd die in het productieproces wordt toegevoegd en de abstracte arbeidstijd die het equivalent is van de loonkosten. Hoe kleiner het aandeel van de toegevoegde arbeidstijd, hoe meer ook de winst tendentieel daalt. Marx zag dit als een onderliggende historische tendens, gemodifieerd en soms gestopt door tegen-tendenzen en andere factoren. Ook impliceert de wet geen lineaire achteruitgang maar een cyclische beweging. De daling van de winstvoet leidt naar krisis en krisis devalueert het kapitaal. In die mate dat het verschil tussen de waarde van het (gedevalueerde) geinvesteerde kapitaal en de waarde van het resulterend product weer groter wordt. De winstvoet herstelt en een nieuwe accumulatiecyclus begint.

In Piketty’s data kan men bevestiging vinden voor deze theorie. Ze tonen alleszins dat krisis (en oorlog) kapitaal devalueert en dat die devaluatie ruimte schept voor nieuwe groei. Maar voor de krisis vandaag gaat de stelling niet op. Piketty toont aan dat noch de krisis van de late jaren 1970 noch “the great recession” van 2008 tot een algemene devaluatie van kapitaal leidde. Wel tot lagere economische groei maar niet tot een lagere kapitaal-opbrengst. De correctie bleef uit omdat ze met hand en tand werd bestreden. Het antwoord van de politieke en financiële bewindsvoerders op de krisis was telkens de massieve creatie van nieuw kapitaal om de waarde van het bestaande kapitaal te onderstutten.

newimproved capitalism

Orgie van geldcreatie

Dit gaat nog steeds voort. Elke dag worden miljarden uit het niets geschapen door de grote centrale banken. Het is een orgie van geldcreatie zoals de wereld er nooit een gekend heeft maar toch veroorzaakt ze geen stijgende inflatie. Dat komt omdat dat geld niet in de algemene circulatie terecht komt – op het inkomen van niet-kapitaalbezitters (lonen, sociale uitkeringen) wordt integendeel drastisch bezuinigd – maar rechtstreeks of onrechtstreeks naar de kapitaalbezitters gaat. Zodat die hun accumulatie kunnen verder zetten. De grote vrees is een algemene ontrafeling, waar we in 2008 even dichtbij kwamen.

Dat nieuw kapitaal resulteert niet uit productie en evenmin wordt het gros ervan productief aangewend. Het is met andere woorden fictief kapitaal. Piketty maakt geen onderscheid tussen fictief kapitaal en reeel (productief en latent productief) kapitaal. In praktijk zijn ze ook niet te scheiden. Ze zijn gelijkwaardig als betaalmiddel ook al is de waarde van het eerste in laatste instantie een kwestie van geloof. De ineenstorting van dat geloof is wat in 2008 dreigde en wat de ‘powers that be’ ten alle prijze willen vermijden.
Piketty waagt zich niet aan een analyse van de oorzaken van de krisis van 2008 maar het valt niet te ontkennen dat een over-accumulatie van kapitaal (speculatieve excessen in vastgoed en andere sectoren) de aanleiding was. De krisis maakte duidelijk dat dit overgeaccumuleerde kapitaal meer eist van de economie dan die kan opleveren, dat de schuldenlast steeds zwaarder weegt. Toch kan men niet anders dan de gevolgen van de wildgroei van fictief kapitaal bestrijden door nog veel meer fictief kapitaal te creëren. Op korte termijn lijkt het effect positief: de deflatie-tendens wordt afgeremd, de aandelenkoersen stijgen. Zo lang het gros van dat nieuwe kapitaal rechtstreeks geaccumuleerd wordt, opgepot in plaats van uitgegeven, blijft zijn fictieve karakter verborgen. Maar zo blijft ook het gewicht van het over-geaccumuleerde kapitaal op de economie zwaarder worden. Of zoals Piketty het formuleert: “Het verleden verslindt de toekomst”. Dit zinnetje wordt door Crook geciteerd als voorbeeld van de onbegrijpelijke taal waar Piketty zich volgens hem soms aan bezondigt. Maar dat het hem onbegrijpelijk lijkt, zegt meer over Crook dan over Piketty. Het drukt perfect uit wat er gebeurt: het verleden (eerder gecreëerd kapitaal) eist een steeds groter deel van de nieuw gecreëerde winst voor zich op. Het verslindt de groeikansen van de toekomst om zichzelf te kunnen blijven oppotten.

Piketty, die geen onderscheid ziet tussen fictief en reëel kapitaal, kijkt naar die enorme massa ongebruikt kapitaal en ziet geen beletsel om het in te zetten voor het algemene belang. “Wanneer je over zo veel privékapitaal en patrimonium beschikt, dan lijkt het me oerdom om van die mogelijkheid geen gebruik te maken” (interview in De Morgen). Vandaar zijn voorstel voor een wereldwijde belasting op kapitaal die volgens hem “geen ideologische hardnekkigheid, wel een keuze van het gezonde verstand” is (id.).

Als het gerealiseerd zou worden, zou het de inkomenskloof verkleinen, een groter deel van het kapitaal in circulatie brengen en daardoor zijn fictief karakter reveleren. Dat is wat gebeurde in de jaren 1970. Het leidde tot ontwrichtende inflatie die pas in toom werd gehouden toen er met Volcker, Reagan en Thatcher een ommezwaai kwam in het fiscaal en monetair beleid. De echte oorzaken van de stagnerende groei werden niet aangepakt maar het fictieve kapitaal werd uit de algemene circulatie geduwd –de inflatie werd uit de economie gewrongen- door het een expansieterrein te geven in publieke schuld en een gigantische expansie van de financiële sector.

Ik wens Piketty overigens veel geluk met zijn voorstel. Hij zal het nodig hebben om een wereld die door kapitaalbezitters wordt gedomineerd te overtuigen dat het inkomen van kapitaalbezitters moet verkleinen. Zijn visie is utopisch door de tegenstelling tussen het kader dat hij wil behouden – “I love capitalism”, zei Piketty in een interview met CNBC- en de doelstelling die hij wil realiseren maar die door dat kader wordt uitgesloten. Over de Piketty’s van zijn tijd schreef Marx in ‘Grundrisse’: “What divides these gentlemen from the bourgeois apologist is, on the one side, their sensibility to the contradictions of the system; on the other, the utopian inability to grasp the necessary difference between the real and the ideal form of bourgeois society, which is the cause of their desire to undertake the superfluous business of realizing the ideal expression again” (Penguin uitgave, p. 248-249). Ze willen de essentie behouden maar dan zonder de groeiende inkomenskloof en alle andere gruwels die er het onvermijdelijke gevolg van zijn.

Een reklama op de kaft van Piketty’s boek citeert Dani Rodrik van het ‘Institute for Advanced Study’: “Whether you agree or not on the solution, the book presents a stark challenge to those who would like to save capitalism from itself. ”

Dat is inderdaad wat Piketty beoogt. Maar kan het kapitalisme gered worden? En zelfs als zou het kunnen, verdient het dat?

juni 11, 2014 at 3:26 am Een reactie plaatsen

Exit Gabriel

Gabriel Garcia Marquez

GABRIEL GARCIA MARQUEZ

6-3-1927 – 17-4-2014

GABRIEL

 

 

april 18, 2014 at 5:43 am Een reactie plaatsen

CARAÏBEN: PARADISE LOST

 Door Johan Depoortere

There are islands in the Caribbean just waiting for development – a beach, an hotel, an airstrip. You’d end a millionaire, old man!”

Graham Greene, The Comedians

Een bezoek aan Ile à Vache vóór de kust van Haiti is een reis in de tijd. Was het niet van de alomtegenwoordige mobieltjes en de zonnepalen je zou je in de jaren vijftig of nog veel vroeger wanen: geen elektriciteit, geen stromend water, geen auto’s, geen verharde wegen. Dit is één van de weinige plekken ter wereld waar vissersboten voortbewogen worden door alleen maar de wind en de zeilen. “Bâtiments” zo heten de gammele vaartuigen waarmee de vissers zich op zee begeven, balancerend op de rand om de boot met oversized zeil in evenwicht te houden.
Een Amerikaans-Canadees project voorziet de vissers van Ile à Vache van afgedankte zeilen van plezierjachten

De bâtiments worden ook gebruikt voor het vervoer van goederen en personen. “Bois Fouillés,” boomstamkano’s zoals die wellicht duizenden jaar geleden al werden gemaakt, dienen voor kortere afstanden en kleinere vrachten. Kinderen niet ouder dan een jaar of zeven varen ermee rond en proberen kleine klusjes te versieren of iets te verkopen aan de talrijke jachten die het eiland aandoen.

De markt in Madame Bernard
Let op het oortje!
Niet dat Ile à Vache geheel door de moderne tijd onaangeroerd zou zijn gebleven: er zijn twee internetcafés in het dorp Caille Coq (Kay Kok in het Creools) en in Madame Bernard, een paar uur stappen verderop is de markt bezaaid met parasols van Digicel, een telecomoperator met vestigingen in heel het Caraïbisch gebied. Willem, een slimme twintiger uit Caille Coq, verhuurt voor exorbitante prijzen USB-sticks met simkaart waarmee yachties en andere bezoekers tergend traag internet kunnen binnenhalen. Abjecte armoede is er op het eiland niet meteen zichtbaar en er wordt geen honger geleden. De zee is rijk aan vis en kreeften en wie het even kan heeft wel een varkentje en een paar kippen op het erf. Dat is heel wat anders dan de schrijnende ellende die ik bijna dertig jaar geleden in Port au Prince tegenkwam. Kinderen die op je toe kwamen gelopen: “Blanc, blanc, j’ai faim.” Na de aardbeving van 2010 is de toestand er daar en op veel andere plekken in Haïti beslist niet op verbeterd.
Baie de Feret

Maar voor Ile à Vache zitten andere tijden eraan te komen. De Baie de Feret, de mooiste van het eiland is een natte droom van de projectontwikkelaar: brede stranden, een rustige diepe baai beschermd tegen de golven van de Caraïbische Zee: de ideale plek voor een jachthaven met hotel en resorts. Het kon dan ook niet uitblijven en de plannen voor toeristische ontwikkeling van Ile à Vache liggen op de tekentafels: er komen een internationale luchthaven, 15 km verharde wegen, verschillende hotels en resorts, 2500 villa’s en een marina. Kortom, een miljardenproject waarvoor het armlastige Haïti een beroep moet doen op buitenlandse investeerders. Klein probleem: er wonen 7000 mensen op het eiland en hun huizen staan in de weg. Caille Coq,  het dorp aan de Baie de Feret past niet in de plannen. De huizen staan tot tegen het strand en zullen moeten verdwijnen.

Hotel Port Morgan op Ile à Vache
Er is al een hotel aan de baai: Hotel Port Morgan, gerund door Didier, een Fransman van middelbare leeftijd. Voor Didier komt er wellicht concurrentie bij, maar erg veel zorgen schijnt hij zich daarover niet te maken: “Er zijn zoveel projecten in Haïti,” zegt hij met een schouderophalen. Didier heeft te horen gekregen dat hij 60 kamers bij moet bouwen om zijn vergunning te houden. Maar je ziet het vóór je ogen gebeuren: Hij geeft er de brui aan en verkoopt zijn mooi gelegen hotel aan de projectontwikkelaars, iedereen happy.
Kay Kok
Behalve dan de vissers, de boeren en de haveloze bevolking van Caille Coq en de dorpen in de omgeving. Sommigen van hen zien de ontwikkelingen met hoop tegemoet. Enkelen zullen ongetwijfeld werk vinden als kok, schoonmaker, chauffeur, gids. Maar voor de meesten betekent de komst van een hotel en marina het verdwijnen van hun eeuwenoude levenswijze en een onzekere toekomst. Wellicht moeten ze verhuizen naar hogerop.

Een presidentieel besluit van mei 2012 verklaart het eiland tot “toeristische ontwikkelingszone” en bepaalt meteen dat alle gronden en eigendommen die de laatste vijf jaar het voorwerp zijn geweest van transacties of huur tussen particulieren worden onteigend. De staat eigent zich gewoon het eigendom van particulieren toe. Dat betekent voor de meeste inwoners van Caille Coq en Madame Bernard simpelweg dat ze van hun land en uit hun huis worden verdreven ten voordele van buitenlandse projectontwikkelaars en de clan rond president Martelly. Veel mensen hebben niet eens eigendomstitels voor het stukje grond waar ze in eenvoudige hutten soms generaties lang op wonen.

“Sweet Micky” in een vorig leven carnavalzanger, nu president van Haïti

De vissers van Ile à Vache verliezen hun toegang tot de stranden waar de bootjes nu aan land komen en droog vallen. In december en januari is betoogd tegen het project. Op weg naar de markt van het dorp Madame Bernard moeten we over barricades klimmen die de betogers hebben opgeworpen en er komen meer manifestaties zeggen de dorpsbewoners. Eén van hen verklaarde aan een reporter van Tout Haiti, een webpublicatie: “Als ze onze grond willen afpakken zullen ze ons eerst moeten doden.” Ook vandaag is de spanning in het dorp voelbaar: de “magistrat” (burgemeester) heeft verdere manifestaties verboden en een zestigtal militairen zijn sinds kort op het eiland gelegerd “Is er een probleem?” vragen we één van hen. “Non non, pas de pwoblem!”

Bewoners van Ile à Vache betogen tegen het megaproject voor toeristische ontwikkeling

Maar een probleem is er wel degelijk. De promotie van Ile à Vache en de beloften van “vooruitgang” hebben een bittere bijklank voor de inwoners van HaÍti, één van de armste landen ter wereld. Een “toeristische ontwikkelingszone” bestaat al in Labadie, in het Noorden van het eiland. Het is een gebied uitsluitend voor buitenlanders, de Haïtianen zelf hebben er geen toegang, ook als ze zich een verblijf in het luxeresort zouden kunnen veroorloven. Een stukje apartheid in het land dat zich de eerste zwarte republiek ter wereld mag noemen! (Zie: Labadie, un contraste choquant)  Zopas heeft het Haïtiaanse ministerie voor Toerisme een video verspreid om Ile à Vache te promoten als vakantiebestemming: het wordt – zo vrezen velen – een tweede Labadie. (http://www.caribjournal.com/2014/02/20/haiti-markets-ile-a-vache-in-new-video/)

Clinton met Sweet Micky, alias president Martelly

Het is duidelijk: Ile à Vache zoals we het gezien hebben is een wereld die gedoemd is om te verdwijnen. De investeerders achter het project zijn niet van de minsten. Eén van hen is volgens de dorpsbewoners Frank Virgintino, een beroepszeiler en eigenaar van de marina Boca Chica in het nabijgelegen Santo Domingo. Virgintino is een begrip in de wereld van de yachties. Hij publiceert de Free Cruising Guides voor zeilers met als specialiteit het Caraïbisch gebied van de ABC-eilanden over Jamaica tot Haïti en Cuba. Hij is ook eigenaar van 20 jachthavens in de VS. Ook de Spaanse crooner Julio Iglesias zou volgens niet te controleren geruchten tot de investeerders behoren evenals – hoe onwaarschijnlijk ook – de familie van de overleden Venezolaanse Caudillo Hugo Chavez.

Wie ze ook zijn, feit is dat de investeerders de volle steun hebben van de Haïtiaanse president Michel Martelly, ook bekend als de zanger Sweet Micky en vriend en collega van Iglesias. (Beiden traden twee jaar geleden in de Dominicaanse Republiek nog samen op in een benefitconcert voor Haïti.) Martelly werd onlangs ontvangen op het Witte Huis en hij is goed bevriend met Bill Clinton die net als hijzelf af en toe zijn vakantiedagen op het eiland doorbrengt. Samen hebben ze een “investment board” opgericht om investeerders te adviseren. Clinton is na de aardbeving van 2010 door de VN aangesteld als speciale gezant voor Haïti. Feit is ook dat de “vooruitgang” op Ile à Vache ten goede zal komen aan de clan rond president Martelly en zijn premier Laurent Lamothe maar vooral aan de kapitaalkrachtige investeerders uit de Dominicaanse Republiek, de VS en Canada en niet aan de bewoners die in het beste geval eenvoudige klussen zullen mogen opknappen voor de gasten van de luxeverblijven. Martelly woonde tot 2007 in Florida waar hij eveneens betrokken was in dubieuze vastgoedtransacties – met faillissement als resultaat. Zie: http://www.mcclatchydc.com/2011/03/07/109908/haiti-presidential-candidate-martelly.html

Wat zich in Haïti afspeelt is niet uniek. De Caraïben zijn in sneltreinvaart aan het veranderen. Niets is zo confronterend als de lectuur van reis- en zeilgidsen van een paar decennia geleden. De plaatsen die erin beschreven worden zijn intussen onherkenbaar veranderd. De gidsen van Don Street, een andere zeilautoriteit voor de Caraïben, zijn sinds een paar decennia niet meer bijgewerkt. Rotsen en kustlijnen zijn onveranderd gebleven, maar ankerplaatsen zijn verdwenen en vervangen door jachthavens. Op andere plekken is het verboden te ankeren en moeten de ankerboeien van de plaatselijke overheid of van privémarina’s worden gebruikt.

Ongerepte plekjes en stille baaien worden zeldzaam. De Horseshoe Reef (Saint Vincent and The Grenadines) is één van de mooiste plekken in de Caraïben met azuurblauw tot turkoois water en zeeschildpadden overal. Maar de Horsehoe Reef is het slachtoffer van zijn populariteit. Je ankert er tussen een paar dozijn andere – meestal Amerikaanse – boten en als je op zoek gaat naar de schildpadden kom je in een soort publiek zwembad terecht. Los Roques, een eilandengroep vóór de kust van Venezuela is net als Ile à Vache één van de weinige nog ongerepte gebieden in het Caraïbisch bassin. Dank zij de kwalijke veiligheidsreputatie van Venezuela, waar overvallen op boten – soms met dodelijke afloop – schering en inslag zijn, blijven de Roques ver van de platgetreden paden. Vooral Amerikaanse schippers varen in een wijde boog om Venezuela en de eilanden heen. Maar vroeg of laat is ook dat gedoemd om te veranderen.

De Britse zeiler Roger Pratt, in januari vermoord in St Lucia

Criminaliteit is voor velen een andere reden om uit de Caraïben weg te blijven. Het fenomeen lijkt zich in golven te verplaatsen. Een tiental jaren geleden was Colombia te mijden, nu wordt het geroemd om zijn effectieve strijd tegen de misdaad waardoor het land weer bovenaan de lijst van de bestemmingen staat. Venezuela is andere koek. In september is een Nederlander bij een roofoverval gedood op het eiland Isla Margarita en onlangs werden twee oudere mannen op volle zee op weg van Trinidad naar Venezuela gewelddadig overvallen en ernstig gewond. Op Saint Lucia waren  sommige ankerplaatsen tien jaar geleden nog absoluut te mijden, nu heten ze perfect veilig te zijn maar een maand geleden werd een Britse zeiler vóór de ogen van zijn vrouw omgebracht in Vieux Fort in het Zuiden van Saint Lucia.

Een andere ontwikkeling is de neiging van de kleine en meestal doodarme eilanden om yachties als melkkoeien te behandelen. Jamaica overweegt de invoering van een cruising permit. Dat die nog niet van kracht is heeft naar verluidt enkel te maken met onenigheid tussen de autoriteiten over het tarief: 100 of 150 dollar. Op de Bahamas betaal je 300 dollar of je één uur blijft of drie maanden en aanleggen in de Turcs and Caicos kost je minimaal 100 dollar, ook al wil je alleen maar tanken. Waar je vroeger vrij kon ankeren moet je nu vaak betalen. Je kunt het de eilandbesturen niet kwalijk nemen; toerisme is nu eenmaal meestal hun enige bron van inkomsten, maar het maakt het vrije zeilersbestaan weer iets minder vrij. En als je wist dat die inkomsten ook de bevolking ten goede zou komen, komaan dan. Helaas is dat gezien de wijdverspreide corruptie hoogst onzeker. 

Dat alles gezegd zijnde: de Caraïben blijven een fantastisch gebied, één van de mooiste plekken ter wereld, met een gastvrije en levenslustige bevolking, betoverende natuur, prachtige stranden en een heerlijk klimaat. Er blijven hopelijk in de toekomst nog genoeg plekken waar de internationale toeristische industrie met haar fikken afblijft. En voor de bewoners kun je alleen maar hopen dat kleinschalige projecten met respect voor hun levenswijze en voor het milieu een betere toekomst kunnen brengen.

april 4, 2014 at 2:53 am Een reactie plaatsen

Oudere berichten


Kalender

september 2014
M D W D V Z Z
« aug    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
2930  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 652 andere volgers