Archief beheerder

THEATER IN FERGUSON

seasons greetings

Door Tom Ronse

Het was voorspeld. Niet één keer maar duizendmaal. Wekenlang hadden de Amerikaanse massamedia het dagelijks herhaald: als de grand jury Darren Wilson, de blanke agent die in augustus de ongewapende zwarte tiener Michael Brown dood schoot in Ferguson, van vervolging vrijstelt, dan breekt de hel los. Commentators zoals New Yorks oud burgemeester Rudy Giuliani betuigden hun medeleven met de juryleden die volgens hen onder zware druk stonden om Wilson naar de rechtbank te verwijzen om rellen te voorkomen.

Intussen stond de grand jury inderdaad onder druk. Maar niet om Wilson voor de rechtbank te brengen. Integendeel. Ter verduidelijking: het is niet de taak van een grand jury om te oordelen over de schuld of onschuld van een verdachte maar enkel om vast te stellen of er voldoende grond is voor een proces. Dat doet ze bijna altijd. Volgens data van het Bureau of Justice Statistics beslisten grand jury’s slechts in 11 van de meer dan 162.500 zaken die hen in 2009 en 2010 werden voorgelegd dat er onvoldoende grond was voor een proces. Maar in deze grand jury verliep het anders. Het begon al zeer ongewoon, met de getuigenis van de verdachte.

Darren Wilson

Darren Wilson

Normaal mag die pas spreken na alle andere getuigen of helemaal niet. Nog ongewoner was dat de aanklager de versie van de verdachte niet in vraag stelde. Hij gedroeg zich meer als verdediger dan als aanklager. Wilson schilderde zijn slachtoffer af als “een demon”, beweerde dat hij zich voelde als een vijfjarige in de greep van een worstelaar, dat hij vreesde voor zijn leven. De aanklager zag daar geen graten in. Zo werd de overwegend blanke jury naar haar conclusie geleid. Die was ongewoon voor een grand jury maar niet als de verdachte een politieagent is. Van de 2759 agenten die in 2009 en 2010 iemand doodschoten in de VS, werden er slechts 41 voor de rechtbank gedaagd.

Het nieuws dat de jury beslist had werd  vorige maandag (26 november) al ‘s middags bekend gemaakt. Maar wat die beslissing was, werd nog niet verklapt. Daarvoor wachtte men tot de avond was gevallen en in Ferguson, zoals elke avond in de afgelopen weken, een menigte van demonstranten en nieuwsgierigen was samengekomen. Die reageerde zoals voorspeld. Met een woede-uitbarsting. “Riots are the language of the unheard”, zei Martin Luther King.

A protester stands with his hands on his head as a cloud of tear gas approaches after a grand jury returned no indictment in the shooting of Michael Brown in Ferguson, MissouriDe brandstichtingen en plunderingen waren niet overwacht. Wat wel vreemd was, was dat de politie en de National Guard dit grotendeels lieten betijen. Het aantal demonstranten (of ‘relschoppers’, zo u verkiest) werd door reporters op zo’n 400 geschat; het aantal ordehandhavers was ongeveer even groot en uitgerust met militaire voertuigen. Toch werden de zaken in de straat waar Brown vermoord was, in het centrum van Ferguson, niet bewaakt. Een onbemande politiewagen stond er als een uitnodiging voor brandstichters.

Dat ze het ook anders konden bewezen de ordediensten in de volgende dagen, toen ze met veel machtsvertoon door Ferguson paradeerden en nieuwe uitbarstingen in de kiem smoorden. Waarom deden ze dat maandagnacht niet?

Men kan moeilijk beweren dat ze verrast waren. Noch dat ze manschappen tekort kwamen. Het lijkt er eerder op dat men de rellen opzettelijk liet gebeuren. Om het protest tegen de politiebrutaliteit een crimineel gezicht te geven zodat de meerderheid van de bevolking er zich tegen zou keren. Om te ‘bewijzen’ dat de militarisering van de politie, waartegen de laatste tijd veel verzet is gerezen, wel degelijk verantwoord is. Om de ‘race card’ uit te spelen, blank en zwart te verdelen.

Gelijkaardige vragen kan men zich stellen over de politie-reactie op de incidenten na de recente grote betoging in Brussel. Ook daar leken de agenten niet haastig om er een eind aan te maken.  Anarchisten en Antwerpse dokwerkers kregen de blaam voor de vernieling. Een dokwerker gaf toe dat zijn makkers vonden dat een vreedzame wandeling niet volstond om hun gevoelens uit te drukken maar ontkende dat zij auto’s in brand hadden gestoken. In cyberspace werd beweerd dat er provocateurs aan het werk waren maar bewijzen voor die theorie ontbreken.

Als het de bedoeling was van hen die de touwtjes in handen hebben om met door de media uitvergrote rellen een afschrikkingseffect te creëren dat het protest ontmoedigt, dan zijn ze daar niet zo best in geslaagd. Sinds die maandag werd in meer dan 130 Amerikaanse steden betoogd tegen de uitspraak van de grand jury.  Ook die demonstranten braken de wet, door verkeersaders te blokkeren en de kerst shopping te verstoren. Honderden werden aangehouden.

Police Shooting Missouri

Sinds die maandag werden nog verschillende ongewapende zwarte jonge mannen door de politie dood geschoten, waaronder een twaalfjarig kind dat met een speelgoed-revolver zwaaide. Twee seconden na de aankomst van de politie was hij dood.  In New York wacht men op de uitspraak van een grand jury over een politieagent die een ongewapende zwarte man wurgde. Er worden nieuwe rellen voorspeld. Het ziet er naar uit dat het politiegeweld, tegen de achtergrond van de groeiende sociale ongelijkheid, in de afzienbare toekomst spanningen zal blijven opwekken in Amerika.

A protester takes refuge from snowfall while sitting outside the Ferguson Police Station in Missouri

december 1, 2014 at 6:49 am Een reactie plaatsen

“DE MINST GEHOLPEN, MEEST VERGETEN SLACHTOFFERS”

Juba Central Prison, januari 2011

Juba Central Prison, januari 2011

Fotograaf Robin Hammond bekroond voor zijn werk over geesteszieken in Afrikaanse landen in krisis

Interview door Tom Ronse

“Als fotograaf die zich toespitst op humanitaire onderwerpen, heb ik veel ellende gezien”, zegt Robin Hammond, “maar niets heeft me zo aangegrepen als de mensonterende behandeling van geesteszieken.  Zelfs de hulporganisaties laten hen in de steek”. Voor zijn project “Condemned” dat de behandeling en mishandeling van geesteszieken in Afrikaanse conflictgebieden documenteert, kreeg Hammond donderdag de Dr. Guislain Award, gesponsord door het Gentse Dr. Guislain Museum.

Het was niet toevallig dat de Guislain Award aan de vooravond van de wereld-dag van de geestelijke gezondheid werd uitgereikt. De prijs (50 000 dollar) beloont een organisatie of individu die een buitengewone bijdrage heeft geleverd aan de strijd tegen de stigmatisering van geesteszieken. Dat heeft Hammond zeker gedaan. De jonge Nieuw-Zeelander (geboren in 1975) heeft al heel wat prijzen in de wacht gesleept voor zijn werk dat vooral schendingen van de mensenrechten als onderwerp heeft. Zijn interesse in het lot van geesteszieken dateert van 2011 toen hij als fotograaf voor de Sunday Times in Zuid-Soedan was waar een referendum plaatsgreep over de onafhankelijkheid van het land.

Robin Hammond

Robin Hammond

Hammond: De internationale pers was er ruim vertegenwoordigd. We waren op zoek naar een eigen invalshoek toen we langs de kant van de weg een psychisch gestoord meisje zagen bedelen. Ik vroeg aan onze chauffeur –een locale journalist- welke behandeling geesteszieken kregen in Zuid-Soedan. “Ze worden opgesloten in de gevangenis”, antwoordde hij. We gingen naar Juba Central Prison en zagen daar inderdaad vele geesteszieke mannen en vrouwen opgesloten samen met de criminelen. Ze kregen geen enkele behandeling. Een jonge geesteszieke zat naakt in een kale cel, vastgeketend aan de vloer. Dat werd onze invalshoek: de prijs die Zuid-Soedan betaalde voor de jarenlange oorlog. De trauma’s, de vernietiging van infrastructuur en sociale diensten waarvan de meest kwetsbaren de grootste slachtoffers zijn. Het deed me afvragen hoe de situatie elders in Afrika was. In de daarop volgende jaren fotografeerde en interviewde ik geesteszieken in acht andere Afrikaanse landen. Vorig jaar moest ik stoppen. Het werd me te veel. Niet alleen omdat sommige gevallen van misbruiken verwaarlozing zo extreem waren maar ook omdat de omvang van het probleem me moedeloos maakte. Waar ik ook kwam zag ik hoe opsluiting de eerste en vaak de enige vorm van behandeling was voor mentaal gestoorde volwassenen en kinderen. Thuis werd ik s’nachts wakker, geplaagd door schuldgevoelens. Dan dacht ik bijvoorbeeld aan het ondervoede mentaal gestoord jongetje van 9 jaar dat ik tussen volwassen criminelen in een gevangenis in Port Harcourt had gezien en wenste ik dat ik met het kind in mijn armen naar buiten was gerend…het ergste is, dat kind zit er nog steeds”.

Dan publiceerde u uw boek “Condemned”. Is het project nu afgelopen?

Hammond: Er komt een tweede luik waarin ik de inspanningen zal belichten van de zeldzame dapperen die de geesteszieken helpen in die landen. Ze krijgen veel tegenkanting. Mentale gezondheidszorg is het eerste budget waarin gesnoeid wordt, voor zover er een is.  Ook de NGO’s laten hen in de steek. Zo heeft Dokters Zonder Grenzen een heel nodig project in noord-Congo stopgezet. En Médécins du Monde draait de geldkraan dicht voor een zeer goed lopende psychiatrische kliniek in Liberia. De patienten zijn er doodsbang dat ze hun behandeling zullen verliezen. Meer hulp is broodnodig. In de krisislanden krijgt slechts 2 % van de geesteszieken een behandeling. De hulpverleners hebben aan alles tekort: medicijnen, benzine om patienten te bereiken…

Een imam in Smalie 'behandelt' geesteszieken door hen met een megafoon Koranverzen in  de oren te brullen. 'Op zijn minst geeft hij hen aandacht, zegt Hammond.

Een imam in Somalie ‘behandelt’ geesteszieken door hen met een megafoon Koranverzen in de oren te brullen. ‘Op zijn minst geeft hij hen aandacht’, zegt Hammond.

Over medicijnen gesproken: de Guislain Award wordt gefinancieerd door Janssen R&D, een afdeling van de farmaceutische reus Johnson & Johnson. Maar is de farmaceutische sector niet medeschuldig aan de situatie? Zou het niet helpen als ze medicijnen gratis of aan kostprijs ter beschikking zou stellen?

Hammond: Dat zou inderdaad een enorm verschil maken. En ze zou er geen markt door verliezen want die markt is er gewoon niet. Er is natuurlijk niet alleen tekort aan pillen, ook aan training en expertise. Maar ik ben vaak genoeg in instellingen geweest waar zelfs de meest elementaire medicatie ontbrak. Deze prijs is mooi voor mij, ik kan er mijn werk door verderzetten.Maar het ontslaat de farmaceutische firma’s niet van hun verantwoordelijkheid.

Hoe gaat het met uw eigen geestelijke gezondheid? Geen last van post-traumatische stress?

Hammond: Ik ben soms droef maar ik denk niet dat ik klinisch depressief ben. Het helpt dat ik een ander leven heb en een vriendin die met heel andere dingen bezig is. Die droefheid voel ik minder ter plaatse dan wanneer ik thuis mijn foto’s afwerk. Tijdens het maken van de foto’s ben ik zo geconcentreerd bezig met de lichtinval, de technische aspecten, het zoeken naar het beste beeld. De emotionele impact komt later. Het is niet alleen droefheid, ook moedeloosheid. Toen ik jonger en naief was, dacht ik dat als ik een onrecht kon tonen, het ook zou verdwijnen. Helaas, zo gaat het niet. Maar je kunt maar blijven proberen. Een deel van mij vindt het verschrikkelijk en wil er mee stoppen. Maar een ander deel van me voedt zich aan de emoties waarmee dit werk gepaard gaat. De woede, de empathie. Ik heb het gevoel met iets belangrijk bezig te zijn. Dat drijft me, dat geeft me energie. Ik wil een getuige zijn. Ik vind het een verantwoordelijkheid maar ook een privilege.

Opgesloten en vergeten wegens geestesziek

Opgesloten en vergeten wegens geestesziek

Een Gentse prijs…uitgereikt in New York

Het was gisteren de derde keer dat de Dr. Guislain Award, gesponsord door het Gentse museum en Janssen R&D,  werd uitgereikt.  Maar waarom greep de ceremonie plaats in New York? “Van bij het begin werd de Guislain Award opgevat als een internationale prijs”, zegt Patrick Allegaert, artistiek directeur van het museum. “De jury is internationaal samengesteld en ook de inzendingen van kandidaten is wereldwijd”. Om de internationale weerklank te verhogen, werd ervoor gekozen om de uitreiking van de prijs telkens in een andere wereldstad te laten doorgaan. Vorig jaar was dat Mumbai. Het Guislain museum maakte toen van de gelegenheid gebruik om er tentoonstellingen te organiseren in samenwerking met locale instellingen zoals het Indian Institute for Contemporary Art. Dit patroon werd dit jaar gevolgd met een tentoonstelling in samenwerking met het American Folk Art Museum die het werk toont van de befaamde geesteszieke kunstenaar Willem van Genk. (TR)

 

(Een kortere versie van dit artikel verscheen vorige vrijdag in De Morgen)

 

oktober 15, 2014 at 3:16 am Een reactie plaatsen

GENIAAL EN SCHIZOFREEN

 

van Genk: Brooklyn Bridge, 1975

van Genk: Brooklyn Bridge, 1975

(klik op de beelden om ze groter te zien)

Tom Ronse

Een tentoonstelling van het werk van de ‘art brut’-kunstenaar Willem van Genk die vorige week opende in het American Museum of Folk Art heeft een grote weerklank gekregen in de New Yorkse kunstwereld. “Dit is een van de beste dingen die u deze herfst zult zien”, schreef The New York Times.  Dit sukses is een triomf voor het Gentse Dr. Guislain-museum dat het werk van van Genk sinds jaren chaperoneert en de expo mee organiseert.

Van Genk staat in Europa bekend als een van de grootste art brut-kunstenaars maar in de VS was hij tot nu toe vrij onbekend. Dit is zijn eerste overzicht-tentoonstelling in Amerika. “Het is opwindend om het kunstseizoen te beginnen met een diepgaande kennismaking met een buitengewone kunstenaar waar je nog nauwelijks van gehoord hebt”, schreef Roberta Smith, de doyenne van de NewYorkse kunstcritici, in The New York Times.

Het initiatief voor de expo kwam van het Guislain-museum. Het Gentse museum is in de eerste plaats gewijd aan de geschiedenis van de psychiatrie maar organiseert ook boeiende kunsttentoonstellingen. In zijn eigen collectie heeft van Genk de ereplaats. Daarnaast kreeg het museum ook de collecties van het (nu gesloten) Stadhofs-museum van Zwolle en de stichting Willem van Genk onder zijn hoede. Zo’n jaar geleden benaderde Guislain het Folk Art Museum met een voorstel voor de expo. Het New Yorkse museum reageerde enthousiast en maakte meteen ruimte in zijn programmatie.

van Genk: Keulen

van Genk: Keulen

De expo is het werk van drie tentoonstellingsmakers: Patrick Allegaert en Yoon Hee Lamot van het Guislain-museum en Valérie Rousseau van het Folk Art Museum. Het werk van van Genk werd gekoppeld aan dat van Ralph Fasanella, een New Yorkse outsider-kunstenaar die stilistisch verwant is aan van Genk.  Roberta Smith vond het “een briljante combinatie”.

Voor het Guislain-museum is het belangrijk dat de expo samenvalt met de uitreiking van de “Dr. Guislain Award” die dit jaar in New York plaatsgrijpt. Die prijs (50 000 dollar) wordt jaarlijks toegekend aan een persoon die een belangrijke bijdrage heeft geleverd in de strijd tegen de stigmatisering van psychiatrische patienten.  Zowel de Award als de van Genk-expo zijn gesponsord door Janssens Research & Development, een afdeling van de farmaceutische reus Johnson & Johnson.

Bijna tegelijk opent in Parijs een grote tentoonstelling waarin van Genk ook de hoofdrol speelt. Het Art Brut-museum Halle St. Pierre exposeert de Stadshof-collectie die door het Guislain-museum beheerd wordt. Het is jammer dat van Genk zijn internationale triomf niet meer heeft mogen meemaken. Hij stierf in 2005 op 78-jarige leeftijd. Zijn leven lang werd de Nederlander gekweld door psychische stoornissen die onder de noemer ‘schizofrenie’ vallen. Vele jaren bracht hij in instellingen door. Desondanks was hij artistiek onwaarschijnlijk productief. Hij heeft duizenden arbeidsintensieve werken nagelaten waarvan een groot deel in Gent terecht kwam.

van Genk:New York strip, 1973

van Genk:New York strip, 1973

De expo in New York geeft er een mooi overzicht van. Het sculpturaal werk bestaat uit trammetjes, gemaakt uit afvalmateriaal. Van Genk was geobsedeerd door transport. Dan is er werk dat vandaag ‘conceptueel’ zou genoemd worden: een collectie bewerkte regenjassen, voor van Genk een symbool van macht. Dat had te maken met een traumatische ervaring tijdens de tweede wereldoorlog. De kleine Willem werd toen ondervraagd en mishandeld door lang-gejaste nazi’s die op zoek waren naar zijn vader, een verzetstrijder. Maar het zijn vooral de tekeningen en schilderijen die indruk maken.  Ondanks de stilistische en thematische gelijkenissen met zijn mede-exposant Fasanella zijn er twee grote verschillen. Een is dat van Genk de betere kunstenaar is. Zijn gevoel voor kleur en compositie is subliem, zijn creatieve ingrepen zijn geniaal en gedurfd. Een ander is dat van Genk gekker was. Zijn schilderijen zijn worstelingen met zijn demonen, een gevecht van een weerloos individu tegen een verpletterende macht, een heroische poging om door kunst zin te geven aan de zondvloed van signalen die ons bestormen. Dat maakt zijn werk actueel. Je wandelt ervan weg met een gevoel van ontzag voor de complexiteit van de menselijke geest.

van Genk, great railroads of the world, 1970

van Genk, great railroads of the world, 1970

Willem van Genk: “Mind Traffic” en Ralph Fasanella: Lest We Forget” in het American Folk Art Museum, 2 Lincoln Square, New York, tot 30 november

“Sous le vent de l”art Brut: Collection De Stadshof” in Musée Halle Saint Pierre, 2 Rue Ronsard, Parijs, van 17 september tot 4 januari.

september 23, 2014 at 7:15 am 1 reactie

PERVERSIE VAN PRIVACY IN DE BRUGSE POLITIE

De Brugse politie in actie

Een politie-actie in Zeebrugge, afgelopen maandag

(Foto: Hans Snijkers © 2014 Stadsomroep.com)

Door Tom Ronse

Politiegeweld heeft de laatste maand veel beroering gewekt hier in de VS. Politiemoorden in New York  (zie “Ik kan niet ademen”) en Ferguson leidden tot massale betogingen en rellen. Om de gemoederen te bedaren heeft de politie van New York beloofd om haar agenten uit te rusten met “bodycams”. Dat zijn minuscule camera’s, bevestigd op de borst of de pet van de agenten die hun acties filmen.

Dit is natuurlijk geen oplossing voor het structureel probleem dat de oorzaak is van de politiebrutaliteit. De polite treedt harder op omdat de toenemende verarming van een groot deel van de bevolking tot onrust leidt die met intimidatie moet in toom gehouden worden. Vaak komt daar nog een raciaal spanningselement bij (blanke agenten tegen zwarte burgers). Die situatie los je zomaar niet op met bodycams. Wat nodig is, is op de eerste plaats dat de politie ophoudt om zich in de armere wijken te gedragen als de IDF in Palestina; dat de politiekorpsen die in het laatste decennium met de hulp van het Pentagon gigantische arsenalen hebben opgebouwd, demilitarizeren.

Toch zijn die camera’s een grote stap vooruit. Aanklachten tegen agenten worden meestal afgewimpeld, zelfs als er getuigen zijn. Rechters vinden de versie van de politie bijna altijd geloofwaardiger dan die van hun slachtoffers of van omstaanders. Tenzij er foto’s of videobeelden zijn van wat er gebeurde. Als agenten weten dat wat ze doen gefilmd wordt en dat de politie die beelden publiek moet maken in het geval van een betwisting, zal hun optreden vermoedelijk toch iets beschaafder worden.

Zelfs de meest rechtse Republikein zou het niet wagen om een wet voor te stellen die de burgers zou verbieden om politie-optredens te filmen of te fotograferen. Dat acht je slechts voor mogelijk in extreme politiestaten zoals China en Egypte of Noord-Korea. En in Brugge.

Enkele dagen geleden zag ik deze videoclip van Focus/WTV. Het betreft een banaal incident op een terras in de Brugse Smedestraat. Een racist zoekt ruzie, de politie komt ter plaatse. Verder niets. Behalve een gebroken koffiekopje zijn er geen slachtoffers. Een onbenulligheid dus, ware het niet dat de agenten een jongeman die het gebeuren filmde met zijn smartphone het bevel gaven daarmee op te houden. Hij weigerde: “Ik zit hier op een openbare plaats en ik mag de politie in actie filmen”.

Niet volgens de Brugse politie. De agenten dienden klacht in tegen de filmer wegens “schending van hun privacy” en het Brugs politiekorps wil zich burgerlijke partij stellen. Volgens Focus/WTV riskeert de man bovendien “een fikse boete” wegens schending van het auteursrecht. Op welke manier de auteur van het filmje het auteursrecht schendt, legt de journaliste niet uit. Ze heeft ook niets te zeggen als Dirk Van Nuffel, de korpschef van de Brugse politie tegen haar zegt: “Het gaat niet enkel over het goed kunnen functioneren en het respecteren van twee individuele politiemensen maar van het politiewerk in het algemeen”. Een goede journaliste had op zijn minst gevraagd hoe het ‘goed kunnen functioneren’ van de politie in het gedrang komt als haar interventies gefilmd worden. Als de politie zich fatsoenlijk gedraagt, hoeft ze geen camera’s te vrezen.

Wat het incident in de Smedestraat betreft, kan men de politie zo te zien niets verwijten maar het gaat hier blijkbaar om een korps-politiek: de Brugse politie wil geen pottenkijkers. Om ‘goed te kunnen functioneren’ heeft ze schaduw van de anonimiteit nodig.  Nog deze week dreigde een andere Brugse politie-instantie, de politievakbond van ACV openbare diensten, met een rechtszaak wegens schending van de privacy tegen de Brugse stadswebsite Stadsomroep.com (ironisch toch, dat verzet van een groep die “openbare diensten” in zijn naam heeft tegen het openbaar maken van haar ‘diensten’).

Stadsomroep had een foto-verslag gepubliceerd van een politie-actie tegen ‘zwartwerkers’ maandag in Zeebrugge. De politievakbond eist de verwijdering van de foto’s waarop agenten herkenbaar zijn. Uit die foto’s en verklaringen van  ooggetuigen blijkt dat de politie buitensporig geweld gebruikte, schrijft Stadsomroep. “Een van de slachtoffers, die dan nog een toevallige voorbijganger was en helemaal geen door de actie geviseerde zwartwerker, kreeg door een agent de inhoud van een spuitbus pepperspray in zijn gezicht uitgesmeerd, terwijl hij reeds reeds geboeid op straat lag en door 4 agenten onder controle werd gehouden.”

politie brugge 2 CROPPED

Gelukkig is Stadsomroep niet gezwicht voor de politie-druk. De site wil ook niet de gezichten van de agenten met photoshop onherkenbaar maken want “onze fotoreeks toont aan dat enkele specifieke politieagenten hier te ver zijn gegaan. Niet ‘de’ Brugse politie. Door de gezichten van slechte elementen weg te stoppen met photoshop, wordt elk Brugs politieuniform voortaan verdacht en dat kan en mag ook niet de bedoeling zijn.”

Nog een andere politievakbond eist het recht op om, in naam van de privacy, smartphones in beslag te nemen als agenten gefilmd worden. We zijn benieuwd hoe het met het privacy-offensief van de Brugse politie zal aflopen. Wat zij nastreeft, is een geperverteerde vorm van het recht op privacy: het recht op geheimhouding voor hen die in onze maatschappij het exclusieve recht hebben om geweld te gebruiken. Het recht om in privacy voorbijgangers pepper spray in het gezicht te smeren.

 

augustus 30, 2014 at 8:04 am Een reactie plaatsen

“IK KAN NIET ADEMEN!”

eric memorial 3

Tom Ronse

In vergelijking met wat in Gaza, Syrië en Oekrainië gebeurt, was het een klein drama. Maar het gebeurde in mijn eigen omgeving, op een plaats waar ik vaak passeer. En wat dichtbij plaatsgrijpt, grijpt nu eenmaal sterker aan. In essentie was het niet anders dan de slachting in Gaza, zij het op op veel kleinere schaal: een overweldigende macht vermoordde onschuldig leven.

Op vijf minuten wandelen van bij ons, aan de noordkust van Staten Island, New York, ligt een klein driehoekig parkje dat druk gebruikt wordt. Rond het park zijn er goedkope winkels en restaurantjes, een taxibedrijf, grote bushaltes, een galerijtje, schoonheidsalons, een pruikhandel, een boek-café. Aan de rand van het park staat een standbeeld voor gesneuvelden in de burgeroorlog. Er ligt een rots met een koperen plaat op die vertelt dat dit de plaats was waar de eerste Europeanen die hier in de vroege 17de eeuw toekwamen, vers water kwamen opslaan. Er is een fontein die zelden werkt. Daarrond staan banken waarvan de meeste bezet zijn door de vaste klanten van Tompkinsville Park. Mannen die er veel ouder uitzien dan ze zijn. Mannen die te vaak alcohol en te zelden zeep gebruiken. Mannen die door de vloer zijn gezakt. De laatste jaren hebben we hun aantal zien stijgen. (De werkloosheid mag dan wel dalen volgens de officiële cijfers maar de tewerkstellingsgraad –het deel van de bevolking dat effectief werkt- daalt sneller). Sommige omwonenden kloegen dat hun groeiende aanwezigheid de sfeer in het park verpeste. Toch was de sfeer er eerder gezapig dan bedreigend. Kinderen speelden in het park, kantoorbedienden aten er hun lunch. Natuurlijk brak er wel eens een ruzie uit tussen vaste klanten. Maar voor het tot klappen kon komen, was er een obstakel waar de kemphanen niet omheen konden: Eric Garner.

Eric was een grote, zwarte man van 43 die bijna 200 kg woog. Een van zijn bijnamen was “Gentle Giant”. Hij gebruikte zijn gewicht om konflikten in de kiem te smoren maar was zelf nooit gewelddadig. Een kennis die aan het park woont zei me dat Eric de vriendelijkste van alle vaste parkbezoekers was. Omdat hij Eric vaak de vrede in en rond het park zag beschermen, noemde hij hem ‘de burgemeester van Tompkinsville Park’.

Eric en zijn vrouw Esaw

Eric en zijn vrouw Esaw

Eric had nog een andere bijnaam: “the cigarette man”. Hij verkocht losse sigaretten, aan 50 cent per stuk. Dat is een van de vele spitsvondige manieren waarop mensen die uit het officiele arbeidscircuit zijn gestoten proberen te overleven. Ze kopen sigaretten buiten New York waar de taksen lager zijn en verkopen ze met een kleine winst in de stad (waar een pakje van twintig twaalf dollar kost). Dat is illegaal. Eric was al meer dan eens betrapt, gearresteerd, beboet en anderzijds lastig gevallen. Hij had een klacht neergelegd tegen de politie omdat die hem in het openbaar aan een vernederende ‘cavity search’ (lichaamsholte-onderzoek) zou onderworpen hebben.

Hoe het begon

Hoe het begon

Donderdagnamiddag 17 juli gingen een jonge zwarte en een Mexicaan op de vuist op het voetpad langs het park. Opnieuw was het Eric die tussenbeide kwam en de heethoofden scheidde. Intussen had iemand de politie gebeld. Toen die arriveerde, waren de gemoederen al bedaard. De vechters hadden de plaat gepoetst. Daarop besloot de politie om dan maar Eric te arresteren. Die protesteerde dat hij niets mispeuterd had. “Telkens als jij me ziet wil je mij pesten”, zei hij tegen een van de agenten, “Ik ben het beu. Dit stopt vandaag.” Hij wou zich niet laten boeien. Een flik die achter hem stond nam hem in een wurggreep. Met zijn vieren sleurden de agenten hem tegen de grond, duwden zijn hoofd tegen het plaveisel. “Ik kan niet ademen!” kreunde Eric. Hij zei het zes keer en dan werd hij stil. Ramsey Orta die erbij stond, filmde alles met zijn gsm. “Ze wurgden hem”, zei Orta, “er kwam schuim uit zijn mond.” Iemand anders filmde het vervolg. Zeven minuten lang stonden de agenten rond het roerloze lichaam zonder enige hulp te bieden. De agent die Eric gewurgd had, wuifde naar de camera. In het hospitaal kon men enkel constateren dat Eric dood was.

garner choked

De filmjes gingen ‘viraal’, zoals dat heet. Bill De Blasio, de nieuwe burgemeester van New York, had ze ook bekeken en beloofde een onderzoek. De beelden hadden hem “heel droevig” gemaakt zei hij, zo droevig dat hij zijn vacantie in Italie met een dag uitstelde. De Blasio won de verkiezingen met de belofte om de kloof tussen rijk en arm in New York te verkleinen en een einde te maken aan de misbruiken van de politie. Maar hij koos als politiechef William Bratton die de post al eerder had bekleed onder burgemeester Rudy Giuliani. Bratton was de architect van Giuliani’s “zero tolerance”-beleid dat de politie ongebreidelde autoriteit gaf om arrestaties te verrichten. eric memorial  poster

Zijn opvolger Kerry voegde daar “Stop-and-Frisk” aan toe. Die maatregel hield in dat dagelijks duizenden NewYorkers tegengehouden en gefouilleerd werden door de politie. Bijna al diegenen die geviseerd werden, waren jonge, niet-blanke mannen. Als ze bijvoorbeeld een joint op zak hadden, werden ze aangehouden. Daarvoor was zelfs geen joint nodig. Het vage ‘disorderly conduct’ volstond als excuus om naar willekeur te arresteren. Het leidde tot overbevolkte gevangenissen en in de armere buurten, waar de meeste Stop-and-Frisk-acties plaatsgrepen, het gevoel alsof de buurt zelf een gevangenis was.

‘Stop and Frisk’ wordt nu geleidelijk afgebouwd. Maar in de dood van Eric Garner zien velen een bevestiging dat er in essentie niets veranderd is in de NYPD. Sinds zijn dood hebben velen getuigd op Facebook en in andere ‘sociale media’ over recente incidenten van geweldpleging en vernedering door de politie. De wurggreep die Eric het leven kostte is een verboden maneuver voor agenten van de NYPD, precies omdat er al arrestanten door omkwamen. Toch waren er de laatste 5 jaar meer dan 1000 klachten tegen agenten die dat verbod zouden genegeerd hebben. Voorlopig kreeg geen enkele agent een ernstige straf.

eric-cropped

Op zaterdag, twee dagen na Erics dood, waren er meetings en protestbetogingen in Harlem en Staten Island. Met de laatste heb ik meegelopen en meegeroepen. Ze was stevig ingekaderd door locale politieke en religieuze leiders, met als master of ceremony de flamboyante linkse dominee Al Sharpton. Voor de kerk waar de betoging vertrok braken er felle discussies uit. Sommigen wilden spreken over de bredere context, over de massale opsluiting van jonge zwarte mannen, over racisme en ongelijke kansen, over Gaza… Anderen stelden dat het enkel over Eric mocht gaan. Een van hen trok een poster van de muur waarop stond: “From Gaza to Staten Island, killing innocent people is a crime”. Dat gebeurde toen de betoging langs de plaats van de moord passeerde, waar bloemen lagen en kaarsen brandden en teksten hingen en wat losse sigaretten waren uitgestrooid ter nagedachtenis van de cigarette man. Maar later, aan het politiegebouw waar de betoging eindigde, werd er eensgezind gescandeerd: “I can’t breathe!”

Dat ging over Eric. Het waren zijn laatste woorden. Maar het ging ook over meer. Een bord dat tussen de kaarsen lag op de plaats van de moord drukte het goed uit: “ NYPD: “I CAN’T BREATHE”/ STOP THE WAR ON THE POOR / The NYPD never choked a banker”.

i can't breathe

“Ik kan niet ademen”. Het trof me hoe toepasselijk die slogan vandaag is in heel de wereld. Is het niet dat wat de bevolking van Gaza de Israelische staat toeschreeuwt? Ik kan niet ademen. Is dat niet wat meer en meer mensen voelen in een maatschappij die geen ander antwoord lijkt te hebben op haar groeiende spanningen dan meer repressie en controle, meer politie, meer raketten, meer drones, meer camera’s, meer gas-boetes, meer arrestaties? Ik kan niet ademen!

eric memorial 2

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=pvATEjsf41g

juli 29, 2014 at 6:05 am 5 reacties

Buitenspel

Het spektakel is afgelopen.

geenvoetbal

En nu terug naar de werkelijkheid.

Waar de ballen niet altijd rond zijn

en het doel soms heel ver weg lijkt.

juli 14, 2014 at 5:49 am Een reactie plaatsen

OPIUM

brazil-graffiti-anti-world-cup

Anti-world cup graffiti in Rio

Door Tom Ronse

Het grote voetbalfeest is begonnen. We kijken ernaar met gemengde gevoelens. Net als vele Brazilianen. Want in het land met de grootste inkomenskloof van de hele wereld vindt niet iedereen het geweldig dat de regerende Partij van de Arbeid aan de organisatie van dit spektakel 11 miljard dollar besteedde. Sommigen hopen zelfs dat Brazilië verliest. Ze leggen uit waarom in een artikel in GlobalPost.

Enkele citaten:

“I’d love to see the Brazil team lose every game and be thrown out in the first round,” says Marcelo Amorim, a university researcher who has been protesting against the tournament since last year. “We already have five cups so what is one more? Right now there are more important things to worry about.”

Protester Wellington Magalhaes, a resident of a favela climbing up Rio’s hills, says he will be actively cheering for Brazil’s rivals. “A victory for the Brazil team would be a victory for the government. It would be a slap in the face of the people,” Magalhaes said. “I’d like to see Brazil lose 10 to nothing. Just think of the repercussions of that.” (…) “Football is a passion and a love for people in the favelas. But how does this cup help the poor? The Brazilian government uses football as an opium to keep people happy. Well, we are tired of that.”

 
Helaas voor hen won Brazilië alvast zijn eerste wedstrijd. Zij het dank zij de scheidsrechter die toen de stand gelijk was Brazilië een strafschop schonk. Was hij gewoon bijziend of moest Brazilië winnen? Zoals Magalhaes zei: beeld je de gevolgen in van een Braziliaanse nederlaag. Het ruwe ontwaken uit een opiumdroom. Terwijl vele Brazilianen er zich nu al niet meer door laten verdoven. Vandaar dat de regering 157 000 politieagenten en militairen heeft ingeschakeld om het feest te beschermen.

De toeristen voelen zich veilig

De toeristen voelen zich veilig

Naast het contrast tussen de gigantische verspilling die de cup voor Brazilië is en de gigantische noden van dat land die geslachtofferd worden op het altaar van het nationaal prestige zijn er nog andere redenen voor gemengde gevoelens over het voetbalfestijn, zoals de corruptie van de FIFA . John Oliver, de Britse comedian van de Daily Show die nu zijn eigen show heeft op HBO, vat goed samen waarom hij zowel opgetogen als verontwaardigd is over de world cup. Hij is grappig en serieus. Bekijk hem HIER.

John Oliver

John Oliver

Voetbal is zo opwindend omdat het een religie is, zegt Oliver. Begeesterend, roeswekkend, verenigend. Opium voor het volk. Een ritueel maar met ergens daarin een mysterie waar we samen bij willen zijn. Ik ook. Geef die pijp nog eens door…

Tijdens de metro-staking in Sao Paulo

Tijdens de metro-staking in Sao Paulo

 

juni 13, 2014 at 7:12 am Een reactie plaatsen

Oudere berichten


Kalender

december 2014
M D W D V Z Z
« nov    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293031  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 682 andere volgers