KRISIS!

november 24, 2008 at 10:37 pm 2 reacties

wallstreetjump1

De krisis van 2008 is echt wel een mijlpaal. Geen enkele gebeurtenis sedert de crash van 1929 en de grote depressie die daar op volgde, heeft zo duidelijk getoond dat de kapitalistische economie, ondanks haar soliede façade, bliksemsnel kan ontrafelen en ineenstorten. Geen enkele gebeurtenis heeft zo duidelijk laten zien hoe absurd, hoe achterhaald het is om het lot van de mensheid te laten bepalen door de noden van de accumulatie van kapitaal. De radeloze paniek van kapitaalbezitters, het plotse verdwijnen van biljoenen dollars en euros, de enorme moeilijkheden waarmee de diverse regeringen worstelen in hun pogingen om de situatie onder controle te krijgen…dit kan niet anders dan een groot impact hebben op het bewustzijn van de meerderheid van de wereldbevolking die haar arbeid moet zien te verkopen om te overleven en die nu haar levensomstandigheden gevoelig ziet achteruitgaan om geen andere reden dan dat de menselijke noden ondergeschikt zijn aan de noden van het kapitaal.

 

De kapitalistische ekonomie is het slachtoffer van haar eigen sukses. Historisch is ze ontstaan in condities van algemene schaarste en daar was ze ongetwijfeld een efficient antwoord op maar ze is niet aangepast aan omstandigheden waarin schaarste niet langer gegeven is. Ze kan te veel produceren, natuurlijk niet in verhouding tot de reele menselijke noden want die zijn groter dan ooit maar in verhouding tot de koopkracht die ze zelf genereert. Ze kan te goedkoop produceren, met te weinig arbeid, wat op zich uitstekend is maar in de kapitalistische context tot rampen leidt want koopkracht en winst ontstaan uit arbeid. Dat er al overaccumulatie was voor de huidige krisis bleek onder meer uit het feit dat de wereld bijna twee miljard werkwilligen telde die niet op winstgevende wijze aan het werk konden worden gezet. Nu groeit hun aantal razend snel. Massale afdankingen, loonverlagingen en allerlei bezuinigingen dringen zich op. Mensen moeten afzien om de condities te herstellen waarin kapitaal in zijn meest abstracte vorm, als pure financiele waarde, opnieuw kan groeien. Want dat is de ware drijfveer van de economie.

 

Al lijkt een ineenstorting op korte termijn onwaarschijnlijk, toch staan we wellicht voor een periode van langdurige krisis, waaruit geen ontsnapping mogelijk lijkt. Er zullen tijdelijke heroplevingen komen maar geen nieuwe boom. Er is zoveel fictief kapitaal in omloop dat het lang zal duren eer deze krisis is ‘uitgebrand’. De ellende die dit zal meebrengen is niet te overzien. Het enige wat we kunnen hopen, is dat het inzicht zal rijpen dat het zo niet langer kan. Dat het zo niet langer hoeft.

 

Intussen hebt u ongetwijfeld tal van verklaringen over de krisis gehoord en gelezen. De meeste wijten ze aan ‘wanbeheer’, ‘kapitalistische hebzucht’ en ‘Amerikaans neo-liberalisme’. Dergelijke ‘analyses’ komen natuurlijk meestal van links. Rechts vindt het moeilijk om ook maar iets coherent te zeggen over de puinhoop en praat soms zelfs links achterna, zoals toen John McCain fulmineerde tegen “Wall Street greed”. In tijden als deze is de linkerzijde erg nuttig voor het kapitalisme. Want als men wil vermijden dat het systeem zelf de schuld krijgt, zit er niets anders op dan ‘de excessen van de vrije markt’ op de korrel te nemen. Niet het kapitalisme maar slechte kapitalisten hebben het probleem veroorzaakt, is wat links eigenlijk zegt. Het systeem kan gered worden door scherper toezicht en beter bestuur.

 

Al die verklaringen schieten te kort. De landen die van het neo-liberaal model afweken deden het niet beter, misschien zelfs integendeel. Aan bewijzen van wanbeheer en hebzucht is er natuurlijk geen gebrek. Maar die zijn permanent en de krisis is dat niet. Dus leggen ze niets uit. Maar goed. De pendel schommelt de andere kant uit. ‘Neo-liberalisme’ is out, ‘neo-Keynesianisme’ is in. De verheerlijking van de vrije markt maakt plaats voor de verheerlijking van staatsinterventie. Greenspan, de guru van gisteren, verklaart zich geschokt in zijn vertrouwen in de magie van de markt en klopt zich berouwvol op de borst omdat hij met zijn superlage rentevoeten de vastgoed-zeepbel zo lang heeft laten aanzwellen. Nu vindt iedereen dat dat fout was. Waarbij men gemakshalve vergeet dat die vastgoed-zeepbel een consumptieniveau in stand hield dat de wereldeconomie draaiend hield.

 

Ik heb deze krisis al jaren geleden voorspeld maar ik was lang niet de enige. Je hoeft tenslotte geen genie te zijn om te begrijpen dat, als financiele assets opwaarderen aan een duizelingwekkend tempo terwijl de reele economie veel trager groeit, er onvermijdelijk een punt komt waarop hun waarde zal instorten. Of, juister gezegd, waarop het fictieve karakter van hun waarde zich zal manifesteren. De huidige recessie is niet veroorzaakt door de financiele paniek. Het ging eerder omgekeerd: de economische neergang doorprikte de financiele zeepbel. De vraag is waarom de economische groei, ondanks de indrukwekkende productiviteitsgroei van de laatste decennia, de krediet-expansie niet kon bijhouden. Of, om dit om te keren, waarom die financiele expansie kon gebeuren ondanks de veel tragere groei van de reele economie. De antwoord van de experten in de pers op dergelijke vragen vallen meestal onder de noemer van ‘menselijk falen’: hebzucht, slordigheid, domheid, kortzichtigheid…die allemaal te verhelpen zijn met meer toezicht en regelgeving, betere leiders…allemaal excuses om te blijven geloven dat er met het systeem zelf niets mis is.

military-in-complex-winston-smith


De limieten van de globalisering

Even een stap achteruit zetten. We herinneren ons de krisissen, de stagnatie en de galoperende inflatie van de jaren 1970 die een einde maakten aan de robuuste groeiperiode na de tweede wereldoorlog. Daarna gaf de globalisering, mogelijk gemaakt door de informatie-technologie en de herstructurering van de wereldeconomie na het einde van de koude oorlog, het kapitalisme opnieuw wind in de zeilen. Sommigen zijn van oordeel dat de indrukwekkende expansie van de wereldeconomie sindsdien enkel berustte op een expansie van krediet, een accumulatie van schulden. Maar als dat waar zou zijn, zou de crash veel eerder gekomen zijn. De krediet-expansie was inderderdaad buiten proportie maar het feit dat ze zo lang kon doorgaan, vereist een verklaring. Ze zou niet mogelijk geweest zijn zonder een onderliggende expansie van reele waarde. ‘Van de productiviteit’, zeggen sommigen, ‘dank zij de technologische innovaties’. Maar als alleen dit het sukses van de voorbije decennia verklaart, wat verklaart dan de huidige krisis? In de laatste jaren heeft de globalisering vele hoog-technologische productiemethoden die eerder enkel in de meest-ontwikkelde landen gebruikt werden, veralgemeend.

Steeds meer producten worden in steeds minder arbeidstijd gemaakt, zelfs in wat we de derde wereld plegen te noemen. Ze kosten minder om te maken en de internationale concurrentie drijft hun prijs omlaag. De snelheid waarmee dit gebeurt overvalt de investeerders. Ze verwachtten dat de forse winsten die de eerste fase van de globalisering kenmerkten zouden blijven groeien maar de prijsdaling versmalde hun winstmarge.

 

De globalisering bracht een expansie van reele waarde omdat ze een grotere exploitatie van arbeidskracht mogelijk maakte. Ze maakte de wereldmarkt meer verwoven, breder en efficienter en herstructureerde de productie in wat vaak the global assembly line wordt genoemd, een steeds groter deel van de industriele productie verplaatsend naar wat onderontwikkelde landen waren die eerder nauwelijks participeerden in de wereldmarkt. Profiterend van de lage levensstandaard in die zone, kon het kapitaal niet alleen de exploitatie van goedkope arbeidskracht extreem verhogen maar ook, doordat de dreiging om werk naar elders te verplaatsen zo geloofwaardig werd, looneisen zowat overal ontmoedigen. Dat was goed voor de winstgroei. En dat is tenslotte wat in dit systeem investeringen en groei op gang houdt.

 

De globalisering bevorderde bovendien een herverdeling van waarde op de markt die de winsten van de hoog ontwikkelde landen aandikt en die van de minder ontwikkelde afkalft. Je kunt het vergelijken met de positie van olieproducenten tijdens de jongste boom-fase. De vraag neigt het aanbod te overtreffen zodat ze een prijs kunnen vragen die een meerwinst bevat, die niets te maken heeft met hun productiekosten maar alles met hun marktpositie. Op dezelfde wijze hebben de meest geavanceerde bedrijven, die met de hoogste graad van technologische vernieuwing en productiviteitsgroei, een competitieve voorsprong die hen toelaat om hun waren te verkopen met een meerwinst. Die meerwinst scoren ze op de globale markt.

 

De globalisering leverde dus enorme winsten op in de meest ontwikkelde delen van de wereld. Die winstexpansie voedde het optimistisch geloof in haar blijvende groei en een kapitalisatie op basis van die verwachting. Die stimuleerde een capaciteitsgroei en een veralgemening van goedkope productiemethoden. De globalisering begon de wortels van de winstexpansie weg te vreten. Meer dan ooit werd marktpositie dé factor die sukses of mislukking bepaalt. Tal van bedrijven, van computerchipmakers tot sneakerproducenten, begonnen meer uit te geven aan marketing dan aan productie.

 

Haar apologeten beloofden dat de globalisering haar eigen, expansieve markt zou creeren. En tot op zekere hoogte gebeurde dat ook. Het zgn. ‘multiplicator-effect’ zorgde ervoor dat, in vele delen van de wereld, de middenste lagen groeiden en welvarender werden. Dat moedigde ook een krediet-expansie aan vanuit de verwachting dat zo zou blijven duren. Maar de limieten van de marktexpansie die de globalisering meebrengt, kwamen tien jaar geleden pijnlijk aan het licht in de Aziatische krisis. Wat die toonde is dat een groot deel van de winst die voortkomt uit de exploitatie van de arbeidskracht in lage- loonlanden, niet winstgevend kan geherinvesteerd worden in die landen.

 

Dezelfde kwestie stelt zich vandaag. Je hoort soms mensen zeggen, landen als China en India hebben dankzij de globalisering enorm veel geld verdiend en tegelijk zijn de noden daar zo immens. Waarom investeren ze hun financiele overschotten niet in de expansie van hun binnenlandse markt, wat dan op zijn beurt de hele wereldeconomie zou stimuleren? Het klopt dat er veel kapitaal is in China en India en dat daar ook honderden miljoenen boeren, landarbeiders en werklozen zijn die niets hebben. Maar zij hebben ook niets dat de Chinese en Indiase kapitaalbezitters (staat en privé) willen, zelfs niet hun arbeidskracht, tenzij die kan gebruikt worden om goederen te maken voor een andere, buitenlandse markt.

 

De Aziatische krisis die ook Latijns Amerika en Rusland besmette, toonde dat de expansie van de binnenlandse markt in landen recent geintegreerd in de globale economie, strikt afhankelijk is van de expansie van hun buitenlandse markt. Ze toonde ook dat deflatie een groeiend probleem zou worden. De implosie van de financiele zeepbellen, de scherpe devaluaties en dalende prijzen tijdens en na de kettingreactie die in Thailand begon, kondigde de terugkeer aan van onoverkomelijke problemen die enkel te wijten zijn aan het feit dat het kapitalisme zijn nut voor de mensheid overleeft. In een context waarin bijna overal bijna om het even wat goedkoop kan gemaakt worden, wordt overaccumulatie, overcapaciteit en dus dalende prijzen en winsten, onvermijdelijk. Dit treft de zwakste concurrenten het eerst. Het onvermogen van het kapitalisme om een markt te creeren die even snel groeit als de productiecapaciteit en de dalende waarde van wat geproduceerd wordt, vreten daar het eerst aan lonen en winsten. Gezien het gevaar van verdere devaluaties en de groeiende limiet op winstgevende investeringen thuis, werden de kapitaalbezitters in die landen dan ook meer en meer geneigd om hun geld te versluizen naar veiliger oorden, waar deflatie nog geen probleem was. In 2004, volgens cijfers van de Morgan Stanley Bank, vloeide 80 procent van het netto-spaargeld van de wereld naar de VS.

 

Waar het meer dan welkom was. Ongeacht of de president Republikein of Democraat is, cultiveert Washington Amerika’s safe haven-imago. Heel de buitenlandse politiek, militair machtsvertoon inbegrepen, is daarop gericht. Zelfs toen de implosie van de zogenaamde dot.com-zeepbel in 2000 biljoenen dollars van tafel veegde, werd de stroom van kapitaal naar de VS nauwelijks onderbroken. Er was een vast patroon tot stand gekomen. De Amerikaanse economie leefde, elke jaar wat meer, boven zijn middelen; kocht elke dag voor miljarden meer dan ze verkocht, betaalde door dollars te drukken die gedekt werden door staatsschuld; die werd opgekocht door de landen die aan de VS meer verkochten dan ze ervan kochten met de dollars die ze aan dat handelsoverschot overhielden. Het is, op de keper beschouwd, een heel vreemde relatie waaruit geen van beide partijen zich kan terugtrekken. Door op de protectionistische toer te gaan, zou Washington de VS ongetwijfeld in een depressie duwen maar een ineenstorting van de Amerikaanse markt zou voor Japan en China even vernietigend zijn.

 

Ook het kapitaal van de meest ontwikkelde landen zocht een veilige haven waar de winsten die de globalisering had opgeleverd hun waarde konden behouden en vermeerderen. Waar kon het naartoe, nu de dot.com-implosie getoond had dat het optimisme van de financiele markten over het groeivermogen van IT- en andere high tech-bedrijven op wishfull thinking steunde en traditionele sectoren zoals de auto-industrie steeds meer met overcapaciteit kampten? De gecombineerde internationale vraag duwde, vooral in de VS maar ook daarbuiten, de prijs omhoog van alle assets waarin geld ‘geparkeerd’ en snel weer liquide gemaakt kon worden als de gelegenheid om het ergens met meer winst te investeren zich voordeed. De combinatie van stijgende prijzen en lage rentevoeten die lenen goedkoop maakten, moedigde consumenten en bedrijven aan om schulden te maken die gedekt werden door de toekomstige meerwinst die hun opwaardering zou meebrengen, als de trend zich tenminste zou voortzetten.

 

De fundamentele reden waarom financiele assets zoveel sneller in waarde toenamen dan de reele economie is dat de vraag naar hen geen plafond heeft en die naar alle andere waren wel. Geld kun je nooit genoeg hebben, computers, auto’s, plasma-tv’s en schoenen wel (behalve Imelda Marcos). In een context van globale overcapaciteit en een groeiende deflatoire tendens schiet de vraag naar financieel kapitaal omhoog omdat, om good old Karl Marx te citeren, “alle koopwaren bederfbaar geld zijn en hun waarde verliezen als ze niet verkocht worden, terwijl geld de onbederfbare koopwaar is” (Grundrisse). Althans in schijn, zo legde hij verder uit.

 

De financiele sector in de VS en daarbuiten was er als de kippen bij om aan de vraag naar assets waar winsten veilig geparkeerd konden worden tegemoet te komen. De creatie van allerlei nieuwe financiele waren kende een wildgroei. Elk jaar werden de bedragen duizelingwekkender, de constructies waarop ze gebaseerd waren, bouwvalliger. Niemand had er nog een zicht op. Maar de vraag deed hun prijzen stijgen wat schijnbaar bevestigde dat ze inderdaad veilige havens voor kapitaal waren. Zoals in alle piramide-schema’s was het essentieel dat de vraag bleef stijgen. Zoals gezegd, was de politiek van de VS daar in hoge mate op gericht. Men ging heel ver in de stimulering van de huizenmarkt omdat de opwaardering daarvan zo’n belangrijke rol speelde in de instandhouding van het consumptieniveau dat de globale vraag in stand hield en de deflatie in de meest ontwikkelde landen op afstand hield. Maar de maatregelen werden steeds wanhopiger. Zoals de ninja-leningen (‘no income, no job or assets’) waarmee steeds meer woningen verpatst werden. Hoewel het op voorhand duidelijk was dat dergelijke leningen nooit zouden worden terugbetaald en dat vele leners bij de eerste economische neergang bankroet zouden gaan, was er geen alternatief dan de zeepbel blijven lucht inblazen.

 

De crash

 

De globalisering had een expansie van reele waarde op gang getrokken maar de pogingen om dat in stand te houden hadden tot een buitenproportionele groei van het financieel kapitaal geleid. Dat kapitaal kan zijn waarde slechts behouden als het betrokken blijft bij de creatie van nieuwe waarde in de reele economie. Daarom was geld volgens Marx alleen schijnbaar een onbederfbare koopwaar. Geld onleent zijn waarde tenslotte aan het feit dat het omwisselbaar is, dat het de plaats kan innemen van alle andere koopwaren. Zijn waarde wordt dus eigenlijk bepaald door de waarde van alle andere waren. Daarom moesten de opwaardering van de financiele assets (in de ruime zin, huizen inbegrepen) en de deflatoire tendens in de reele economie wel botsen en onthullen dat er gewoon veel te veel financieel kapitaal is dat allemaal zijn deel opeist van toekomstige winsten, dat de waarde die het beweert te vertegenwoordigen voor een groot stuk fictief is. De safe haven bleek toch niet zo veilig. Maar als de illusie er niet was geweest, waar zouden al die kapitalen een toevlucht hebben gevonden? Zonder de huizenmarkt-zeepbel zou de krisis wellicht al enkele jaren eerder hebben toegeslagen.

 

Tientallen biljoenen dollars, euros, enz., zijn verdwenen sedert de kredietkrisis begon en het einde is nog lang niet in zicht. Dat is heel erg voor diegenen die dat geld kwijt zijn maar op zich heeft het wel, voor het herstel van de condities voor kapitaalsaccumulatie, zijn goede kanten: de financiele markt wordt minder overbevolkt, voor de sterke kapitalen ontstaan er gelegenheden om zwakkere broertjes aan een spotprijs in te lijven, kosten (energie, lonen) dalen, de deflatie in zwakkere landen verkleint de importrekening…Maar dit alleen volstaat niet om de ontrafeling stop te zetten. Ze kan enkel (tijdelijk) gestopt worden door de massale creatie van nieuwe schulden door de staat. De krisis is een krisis van fictief kapitaal die wordt ‘opgelost’ door… de creatie van nieuw fictief kapitaal.

 

Aan de biljoenen die besteed werden om de ineenstorting van het financiele systeem te beletten zullen vele biljoenen worden toegevoegd om de deflatie op afstand te houden in de meest ontwikkelde landen. Al voor de verkiezingen drong Ben Bernanke (de voorzitter van de Fed, centrale bank) aan op het soort stimulus-programma dat Obama beloofd had en deze week liet de nieuwe president verstaan dat de ernst van de situatie hem zal dwingen om nog meer uit te geven dan hij van plan was. De linkerzijde in Amerika eist een nieuwe ‘New Deal’, vergetend dat de Amerikaanse economie tijdens de New Deal bleef achteruitboeren, tot de wereldoorlog begon. In de jaren 1970 ging men de krisis ook zo te lijf en stagflatie was het resultaat. Het zou me verbazen als Obama’s team van belegen ekonomen het zo ver zou laten komen. Maar dat de staatsschuld scherp zal stijgen staat buiten kijf. Er zal ook meer toezicht komen, meer staatsinterventie. Staatskapitalisme zit internationaal in de lift. Maar ondanks alle hervormingen, verandert er fundamenteel niets. Er wordt meer schuld gecreeerd om de ontwaarding van oude schuld tegen te gaan.

 

Maar zo verplaatst het knelpunt zich van het vertrouwen in banken en andere financiele ondernemingen naar het vertrouwen in de staat. In vele landen die al in de greep van deflatie zijn, is dat vertrouwen al aan flarden. Maar op korte termijn neemt het vertrouwen in de staat in de sterkere landen toe. In het bijzonder in de VS vanwege zijn ankerrol in het politiek/economisch/financieel bestel.

Door de grote vraag van kapitaal dat aan de financiele stormen zoekt te ontsnappen, verkopen Amerikaanse schatkistcertificaten als zoete broodjes, zelfs aan een rentevoet van bijna nul. Zelfs de dollar stijgt erdoor. Die trend geeft aan Obama enige ruimte om de geldkraan open te zetten.

 

Maar het buitenlands kapitaal moet een groot deel van die stijgende Amerikaanse staatsschuld blijven opkopen. Dat heeft economische maar ook geopolitieke implicaties. De groeiende Amerikaanse schuldenlast tegenover China (dat nu Japan heeft voorbij gestoken als Amerika’s grootste schuldeiser) bijvoorbeeld en het gevaar voor China dat die schulden nooit vereffend zullen worden, kunnen niet anders dan de internationale machtsverhoudingen beinvloeden. Maar dat valt buiten het kader van dit stuk. Ongeacht de geopolitieke verschuivingen lijkt het me onvermijdelijk dat, naarmate de staatsschulden wanstaltiger groeien, het vertrouwen in het vermogen van de staat om de waarde van zijn schuldcertificaten te garanderen steeds fragieler zal worden. Het vertrouwen in het vermogen van de staten om door gezamenlijke actie een collectieve rush van kapitaalbezitters naar de uitgang te voorkomen zal ook steeds fragieler worden, naarmate de financiele reserves van die staten minusculer worden in vergelijking met de zwellende geld- en schuldenstroom. Als belangrijke banken falen, springt de staat in de bres. Maar wie springt er in de bres als belangrijke staten falen? Omdat de vraag rethorisch is, dreigt de volgende krisis de huidige op kinderspel te doen lijken.

 

Tom Ronse

345o506

 

Entry filed under: Ekonomie. Tags: , , , , , .

KUIFJE IN MEXICO Kniestukje 1

2 reacties Add your own

  • 1. Jef Coeck  |  november 29, 2008 om 9:02 am

    Failing banks create failing states. Dat onthoud ik uit deze doorwrochte analyse, die tegelijk een fraai stukje geschiedschrijving is.
    Nu ja, fraai. De voorspelbaarheid van de crisis maakt de uitzichtloosheid ervan nog groter. Het geglobaliseerde kapitalisme zoekt zijn heil in de staat en die wil maar één kant op: back to the future. Schulden overnemen, het stelsel weer op de sporen zetten en wachten op de nieuwe crash.
    Deze keer gaan niet de banken maar de staten eraan. Hoeveel IJslanden (Thailanden, Paaseilanden) kan de wereld zich permitteren? Jij bent redelijk optimistisch over de korte termijn: in sterke landen, met name de VS, neemt het vertrouwen in de staat toe. Is dat dan gunstig en zo ja voor wie? In een recent interview zegt Michael Parenti, je welbekend: ‘Als de nieuwe president tegen de grote economische belangen in wil gaan, zal hij machteloos blijken. Niet zozeer geheime organisaties als ‘skull and bones’ zullen hem dwars zitten, maar de kapitalistische mechanismen op zich.’
    Wat op de langere termijn? Terecht wijs je op de geostrategische aspecten, die wij noch Obama of Hillary kunnen voorspellen. A propos, is ook Bill’s filantropische stichting door de crisis getroffen?
    Behalve de crisissen van het geld en de economie zijn er nog een paar andere. Zwaardere zelfs, durf ik te vermoeden. De hongercrisis, de ongelijkheidscrisis, de ecologische crisis en finaal de crisis van de democratie, versta de staat. Zo zijn we rond, zeker?
    ‘Krisissen zijn uitdagingen’, schreef ooit André Leysen, een ondernemer die nog echt de notie ‘risicodragend kapitaal’ heeft gekend.
    Toch een prettige zij het wat late Thanksgiving gewenst.
    J.

    Beantwoorden
  • 2. Decoodt Patrick  |  december 10, 2008 om 10:34 pm

    Opnieuw een boeiende analyse waar een mens zijn tijd moet voor nemen. Goed en verrijkend om een aantal aspecten nog eens vanuit o.a. een marxisitisch analytisch gezichtspunt te zien. Ik zal het dus zeker nog een tweede keer lezen.
    Maar toch enkele eerste bedenkingen en vragen.

    Ik ga volledig akkoord dat het veel meer is dan “greed”, of onvoldoende regulatie enz…Dergelijke analyse stelt het systeem zelf niet in vraag, de motor moet enkel een beetje anders en beter gesmeerd en gecontroleerd worden en voor de rest blijft het bijhet oude.

    Je maakt – in marxistische traditie – de link tussen de financële en reële / materiële economie. Ik ga akoord dat arbeidsproductiviteit, beperkte koopkracht binnen bepaalde landsgrenzen, exportbehoefte enz….in dit alles een rol speelt. Vele “landen” moeten exporteren omdat er intern onvoldoende koopkracht is. Maar “landen” exporteren niet, het zijn de economisten die voor hun statistisch gemak vertrekken van de landen / “staat” cijfers. “Landen” maken ook geen “winst”, landen kunnen wel vreemde valuta accumuleren (en dan moeten overhden beslissen wat ze ermee doen) of landen kunnen globaal rijker of armer worden (althans in econmische meetbare bnp/capita maatstaf) en de overheid kan al dan niet meer inkomsten krijgen. Ik vind volgende stelling dus onjuist :” De globalisering bevorderde bovendien een herverdeling van waarde op de markt die de winsten van de hoog ontwikkelde landen aandikt en die van de minder ontwikkelde afkalft.” De globalisering heeft de winst van een aantal grote multinationals aangedikt, hun gebruik van goedkope arbeidskracht is geglobaliseerd zoals je goed uitlegt. Het klopt m.i. niet dat de arme landen waarin de uitbuiting van lokale arbeid door multinationals is toegenomen “afkalvende winsten” hebben, zelfs niet dat ze armer zijn geworden. China of India, zowel Staat als bevolking, zijn nu toch niet gemiddeld armer dan 20 jaren terug.

    Ik ga ook volledig akkoord met je stelling dat Staatskapitalisme kapitalisme blijft en in essentie niets verandert. Belgacom, of Dexia of De Post, toch allemaal overheidsbedrijven, worden op dezelfde manier gerund als gewone privé bedrijven (wel met hier en daar een “politieke” benoeming maar dat gebeurt evenzeer “in den privé”).

    Je schrijft ook dat “Geld zijn waarde ontleent aan het feit dat het omwisselbaar is, dat het de plaats kan innemen van alle andere koopwaren. Zijn waarde wordt dus eigenlijk bepaald door de waarde van alle andere waren.” Ik vraag me af of dit in de de deels fictieve financiële economie waarin we “in de realiteit” zitten wel nog altijd zo is. Je schrijft zelf een beetje verder terecht en m.i. zeer gevat : ” De krisis is een krisis van fictief kapitaal die wordt ‘opgelost’ door… de creatie van nieuw fictief kapitaal.” en wijst daarbij op nieuwe problemen die dus onvermijdelijk op ons zullen afkomen. De fictie, die reëel aanwezig is, bepaalt mede die economische realiteit en de reële crisis wordt mede opgelost door het creëren van een nieuwe fictie. Het fictieve van de financiële cijfers en transacties is realiteit

    En onderliggend leidt m.i. daarbij de winst- en groei gerichtheid, inherent aan kapitalisme, onvermijdelijk tot cyclische crisissen, in de zin dat de gecumuleerde schulden op een bepaald moment niet meer afbetaald worden en de schuldeisers (dus ook ook depositohouders) dus verliezen. In het verleden werden op globaal wereldniveau die schuldeisers meestal beschermd door westerse staten en hun militaire hegemonische macht (de Argentijnse belastingbetaler heeft geweten). Nu en dan lukte dat niet, de schulden van de Russiche tsaren werd een rommelmarkt prularia. Of “de staat” honoreerde de schulden van zijn burgers niet en het werden dus post factum eigenlijk belastingen. Naar de toekomst zal – op nationaal en globaal financieel vlak – zich de vraag stellen of bvb de VSA als staat zijn schulden aan zijn eigen burgers zal kunnen blijven honoreren alsook aan bvb China én hoe sterk China als staat zal zijn om een vuist te maken. De multinationals met Amerikaanse hoofdzetel met o.a. Chinese, Antwerpse en Amerikaanse aandeelhouders zijn op dat moment niet “Amerikaans” maar “global”.

    En ik geloof wel dat de onderliggende winst- en groeigerichtheid in het Amerikaans kapitalistisch marktsysteem agressiever georganiseerd was dan in bvb Europa. Vandaar de gemiddeld betere “groeicijfers” van Amerikaanse economie over de laatste 10 – 15 jaren, vandaar dat onze ondernemers die “Amerikaanse ondernemingsdynamiek” zo graag als voorbeeld stellen. Hun systeem van hypotheekleningen op huizen waren bvb in een stijgende huizenprijs markt o.a. de onderliggende basis voor een direct hogere consumptie (// in de U.K.). Het is dus niet verwonderlijk dat deze toch wel diepe “crisis” in de VSA is begonnen. Maar, juist, in een geglobaliseerde wereld, zeker in een wereld waar de anderen schuldeiser zijn van Amerika en/of sterk afhankelijk van export naar dat consumerende Amerika., sleept dat onvermijdelijk die anderen mee, en misschien zelfs in een relatief nog grotere mate dan de Amerikanen zelf, zoals je zeer goed aantoont in je artikel over de toestand in Mexico. Wel zal “Amerika” als mogendheid er m.i. niet versterkt uitkomen, hun hegemonie verzwakt een beetje. En in Europa moeten we zeker niet victorie kraaien want we volgen in essentie hetzelfde model. En ook in China zullen ze m.i. sneller dan ze vermoeden op bepaalde grenzen van hun model botsen.

    En hoe diep deze crisis ook nog moge zijn of worden, de reacties bewijzen dat de tijd nog niet rijp is om de basisparadigmas van het heersend economisch denken en handelen fundamenteel in vraag te durven stellen. Maar er is daarbij ook goed nieuws, kritische geluiden krijgen wel ietwat meer weerklank en bij een volgende crisis zullen bepaalde zekerheden opnieuw opnieuw wat verder afbrokkelen.

    En ondertussen wens ik jou en Jacqueline aangename eindejaarsdagen en een prettig Obamafeest bij zijn inauguratie.
    Patrick decoodt

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: