Willem Elsschot in een verzuilde wereld

maart 6, 2009 at 10:54 pm Plaats een reactie

Guido Lauwaert (1945) is enfant paisible, acteur, regisseur, auteur en organisator van Nederlandse toneel- en dichtkunst, proza, journalistiek en evenementen. Daaronder enkele memorabele Nachten van de Poëzie. Leeft van teksten en legt, naar eigen zeggen, zijn ei als de darmen het begeven. Auteurs die hij een grote liefde toedraagt zijn o.a. Paul van Ostaijen en Willem Elsschot. Zopas verscheen zijn ‘Elsschot en de vrouwen’, een hommage aan de beide categorieën. Alweer een nieuw boek staat op stapel, met als voorlopige titel ‘De laatste getuigen’. Daaruit bij wijze van voorpublicatie, een gesprek met de destijds legendarische fotograaf Paul Van den Abeele, coryfee van De Standaardgroep. Over de verzuiling en haar gevolgen. Solo maar totaal brengt Guido Lauwaert ook Huiskamertheater, onder meer bij onze ambassadeurs en consuls in verre landen. Een suggestie voor Floor Forty-Four, het Vlaams Huis in New York? (jc)

 Willem Elsschot – Paul Van den Abeele

Willem Elsschot in een verzuilde wereld

‘Ik heb vanochtend geprobeerd iets op papier te kriebelen, een aide mémoire, als ge verstaat wat ik bedoel, en ik zal u dat dicteren, ge moogt dat gerust… en als het verstaanbaar is dan kunnen we serieus beginnen. Waar is mijn leesbril? A, hier! Bon. Luistert goed.’

 Aan het woord is de tachtigjarige fotograaf Paul Van den Abeele. Aalstenaar en van in zijn jonge jaren bevriend met Louis Paul Boon. Maar niet alleen Boon heeft hij voor zijn lens gehad, ook Marguerite Yourcenar, Orson Welles, Eugene Ionesco, Salvador Dalí, baron Thyssen-Bornemisza, Oscar Jespers, Gaston Burssens, Filip de Pillicyn, en heel wat beeldenstormers uit de jaren vijftig en zestig, zoals Hugo Claus, Fred Bervoets, Paul Snoek, Roel D’Haese en Hugues C. Pernath. Hij heeft Willem Elsschot één keer ontmoet. Zijn getuigenis verheldert de periode die volgde op het afsluiten van Elsschots literaire carrière.

 Ter bevordering van de verstaanbaarheid van wat volgt, een korte situatieschets. De toonaangevende Brusselse krant van de Vlaamse elite was dan wel geen woordvoerder van een of andere collaborerende groepering geweest, maar werd na de Tweede Wereldoorlog toch vervolgd omdat zij onder Duitse censuur was verschenen. Het gevolg was confiscatie en een publicatieverbod. In oktober 1946 betaalde de eigenaar, de familie Sap, 25 miljoen frank aan de Belgische staat om de krant opnieuw te mogen uitgeven. Gekrakeel met medevennoten heeft de wederuitgave nog vertraagd.

 Een pijnlijke geschiedenis

 ‘In 1948 ben ik bij De Standaard begonnen. Toen was het fameuze sekwester gelicht, alle ruzie was achter de rug en de krant kon opnieuw verschijnen. Ik heb daar een maand gewerkt voor het eerste naoorlogse exemplaar is verschenen. Het eerste nummer heb ik helpen maken. Ik heb heel veel tegenstand ondervonden. Het werd mij door linkse vrienden afgeraden en sommigen hebben het mij kwalijk genomen. Dat kwam door de verzuiling.’

 Van den Abeele kijkt op van het blad en richt zich tot de ondervrager.

 ‘Elsschot was dus op zijn hoede voor journalisten van de zwarte krant, dat waren wij. Hij ontving ons niet graag. Jan Van de Weghe [1] heeft getelefoneerd om een interview te vragen, en het was echt met lange tanden dat Elsschot dat toestond, zoals Jan mij onderweg naar de schrijver heeft verteld.’

 Weet u nog precies wanneer het interview heeft plaatsgevonden?

 ‘Het moet in de zomer van 68, van 48, godver, geweest zijn. Op een dag kwam Jan Van den Weghe… maar ik moet u eerst vertellen wie Jan Van den Weghe was. Jan had gedichten gepubliceerd, maar hij was oorspronkelijk een toneelspeler en hij had na de oorlog in de bak gezeten, omdat hij onder de bezetting bij het Vlaamse Volkstoneel van Staf Bruggen had gespeeld. Jan was van nature een opgewekt man. Heel die ellende van de repressie heeft hem niet geraakt. Op de redactie begon hij op de meest onverwachte momenten een aria te zingen. Hij zei op een goeie dag, “Pol, zoude ne keer willen meegaan met mij op bezoek bij Elsschot.” Ik wist niet wie Elsschot was. Een week voor het interview heb ik van een collega een boekske geleend, Villa des Roses. We hebben de trein genomen naar Antwerpen, en vervolgens te voet naar de Lemméstraat gelopen. Maar… ik weet niet of we wel echt welkom waren. Dat gedicht, Borms, hing nog in de lucht, de hele commotie. Dat was nog maar een paar jaar oud, en al die tijd bracht het de gemoederen in beroering. Het hield maar niet op. Bij het minste dat er gebeurde rond Elsschot, werd dat ter sprake gebracht. Ge kunt gerust zeggen dat het misbruikt werd. Van katholieke kant. Maar ook uit literaire hoek, de hoek waar de loge zat. Want, zoals ik gehoord heb, was hij enkele keren gevraagd, maar is hij nooit op de vraag willen ingaan.’

 Was de aanleiding voor het interview het gedicht Borms of de novelle Het dwaallicht, dat kort voordien verschenen was?

 ‘Nee! Niks! De figuur en het werk van Elsschot waren de aanleiding. Er is geen woord gevallen over de man Borms, of dat fameus gedicht.’

 elsschot1De Russen

 ‘Enfin. Elsschot trok de deur open, bekeek ons koel en zei: “Heren, wat kan ik voor u doen?” Alhoewel hij geantwoord had dat we mochten komen. Maar Jan Van de Weghe liet zich niet rap afschrikken en zei: “Maar, meneer De Ridder, ik heb u gebeld en u hebt geantwoord dat we mochten komen. Wij zijn twee journalisten van De Standaard. Mogen wij u eens spreken?”

 “Goed, kom dan maar binnen,” zei hij, maar met een ondertoon van… stap het zo rap mogelijk af.

 Nu, in die dagen had ik veel Russen gelezen. Poesjkin, Lermontov, Tsjechov, Dostojewski, en ik was daar vol van. En toevallig laat ik de naam Poesjkin vallen.”

 En Elsschot was meteen geïnteresseerd?

 ‘Ik had chance. We hebben bijna een uur zitten klappen over Russische literatuur. Jan kreeg het benauwd. Hij wilde voortdurend tussenbeide komen, om over Elsschots werk te spreken, maar die hield de boot af. Praten over zijn eigen werk interesseerde hem niet. Die afkeer hield uiteraard verband met de ambras rond Borms. En na de Russen hebben we bijna een uur gepraat over zijn schoonzoon, de schilder, hoe heet ie ook weer…?’

 Dolphyn. Vic Dolphyn.

 ‘Juist. De schilder Vic Dolphyn. De man van Elsschots dochter Anna De Ridder. Ik heb mijn leven lang geschilderd, en ik zag daar schilderijtjes hangen en zo zijn we bij zijn schoonzoon terecht gekomen. Kortom, eigenlijk was elk onderwerp goed om het niet over zijn werk te hoeven hebben.’

 De muren waren behangen met schilderijtjes en tekeningen? Net een interieur van Agatha Christie.

 ‘Ja. Heel mooie werkjes. Je zag dat hij smaak had en er iets van wist.’

 Wereld van verschil

 Had u dat verwacht?

 ‘Nee. Ik had vooraf geïnformeerd wie die meneer De Ridder was. Het enige dat men mij kon zeggen was dat het iemand die elke week aan de receptie van de krant stond. Bij Jan Van de Weghe ging een lichtje branden toen Elsschot de deur opende. Toen fluisterde hij: “Dat is dezelfde man die elke week om een advertentie voor Snoecks of een ander magazine komt bedelen.” Enfin, omdat hij moeilijk een interview kon weigeren aan een van zijn klanten, en hij zag dat we door hadden wie hij was, ebde de spanning weg. Maar helemaal ontspannen is het gesprek niet geworden, want met Elsschot kon je niet bevriend zijn. Hij was een heel afstandelijke man. Na een goed uur vlotte het gesprek en zijn we daar buiten gegaan, gelukkig en voldaan. Maar zonder dat we een drankje of zijn vrouw Fine te zien hadden gekregen. Het gesprek verliep correct maar aan de koele kant. Tot het afscheid. Toen had ik het gevoel dat hij blij was dat hij van ons af was.’

 Elsschot ontving jullie in driedelig pak, met horlogeketting en afgestoft?

 ‘O ja. Dat was een meneer, hé. Er zijn mensen die Boon vergelijken met Elsschot, maar… Boon was niet primair, hij was een heel fijne vent, maar hij was een volkmens, die dat volkse cultiveerde, terwijl Elsschot de burgerij vertegenwoordigde, en van discretie hield. Tussen die twee is er altijd een wereld van verschil geweest. Ik heb Boon zeer goed gekend, en wist dus dat Elsschot, hoewel een fan van Boons werk, toch altijd een zekere afstand tot zijn persoon bewaarde. Ik kan dat zeggen omdat ik altijd van nabij gevolgd heb, hoe het hem is vergaan, niet alleen tijdens zijn leven, maar tot… ja, tot vandaag, zullen we maar zeggen.’

 Ik zie op de foto’s dat Elsschot één hand in het verband had.

 ‘Ja, hij bedekte die met de andere hand. Niet dat hij zich schaamde, maar het vloekte met zijn fierheid, had ik de indruk.’

 Wantrouwen

 ‘Wat heb ik hier nog opgeschreven?’

 Van den Abeele is moe. Pauzeert. Hij kijkt opnieuw naar zijn notities en dat wakkert zijn geheugen aan, en door de herinnering schiet zijn enthousiasme opnieuw de hoogte in.

 ‘Van huis uit ben ik Daensist [2]. Maar niet van na de film, als ge begrijpt wat ik bedoel. Sinds die film loopt het zwart van de Daensisten. Toen ik een jonge snaak was en op café ging, ben ik op een dag buiten gegooid, omdat ik zei dat paster Daens een heilige was. Dat is fanatisme. Mij buiten gooien om mijn mening. Ge hebt dat aan alle kanten. Fanatisme, dat is even erg als verzuiling. Ieder van ons heeft dat wel. De ene al wat erger dan de andere. Maar Elsschot, wat mij betreft, kon dat enorm onderdrukken. Achteraf gezien… dat gedicht Borms, hing in zijn hoofd en hij was bang dat wij, als journalisten van De Standaard, van het gedicht en de hele situatie daaromtrent misbruik zouden maken. Dat wantrouwen was terecht, gezien de verzuiling. Iedereen liep over eieren en was voorzichtig. Bovendien, en dat moogt ge niet vergeten, was Elsschot een berucht vrijzinnige en de krant was katholieker dan de paus.

 Eén grote smeerlapperij

 Het gesprek was prachtig. Jammer genoeg is daar nauwelijks iets van in de krant verschenen. Een week of twee na het interview. Het eindresultaat was een klein kolommetje, en die foto van mij was een postzegel. Het was weinig… en ik ben er bijna zeker van dat Jan Van de Weghe ruzie heeft moeten maken om het erin te krijgen. En zo kom ik weer op mijn stokpaardje, de verzuiling. Ik herinner mij nog dat ik als aanloop naar de boekenbeurs de opdracht kreeg veertig schrijvers te fotograferen. Van de veertig waren er zes socialisten, en van die zes was er één die mij wilde ontvangen. Louis Paul Boon. De andere wilden of durfden niet. Bang als ze waren door hun vrienden te worden doodgepest. Ach, die verzuiling! Neem nu de Voetbalbond. Als wij er naartoe gingen werden we er in het Frans buitengezet. Pardon! Eén journalist kreeg een perskaart. Louis De Lentdecker [3]. Omdat hij een gewapende weerstander was geweest. Het koningshuis! Wij kregen geen toegang tot de entourage. Zeker tot aan de wereldtentoonstelling van ’58 is De Standaard door het hof geboycot.’

 Zedelijk verplicht

 Elsschot hield zich ver van de verzuiling?

‘Hij heeft dat altijd… maar kijk. Het ligt ingewikkelder. Elsschot was wel bekend, maar alleen in literaire kringen. Zijn doorbraak bij het grote publiek in Vlaanderen is er pas gekomen na de Tweede Wereldoorlog. Dus ná zijn laatste boek. En na dat fameuze gedicht. Een schandaal is altijd ergens goed voor. En was Nederland er niet geweest, was hij misschien nooit doorgebroken. Literair Vlaanderen, gedomineerd door de katholieken, heeft zich op een bepaald moment zedelijk verplicht gevoeld hem te erkennen.

 Het is, achteraf bekeken, eigenlijk verbazend dat Elsschot buiten de verzuiling stond, want Antwerpen had de naam een wereldstad te zijn.’

 Een zelfbenoemde wereldstad, want…?

’Door al die buitenlanders, de Duitsers op kop. Bankiers, reders, handelaars. Al van lang vóór de Eerste Wereldoorlog had Antwerpen veel contacten met Duitsland. De sfeer in Antwerpen is dus altijd zeer verweven geweest met de Duitse Cultuur en dat was te merken in de dagelijkse omgang van zowel de gewone man als de meer ontwikkelde. Daarom was ook Elsschot zo’n groot liefhebber van al wat Duits was. De Duitse cultuur wel te verstaan. Maar zijn interesse lag elders. Bij Ernst Busch, Bertholt Brecht, Karl Valentin, Friedrich Hollaender met zijn Ich bin von Koph bis Fuß auf Liebe eingestelt, weergaloos vertolkt door Marlene Dietrich, zoals ge wel weet. Zangers, acteurs, schrijvers met sympathie voor de Spaanse republiek en het communisme.’

 Twee werelden

 Heeft hij voor uw foto’s geposeerd?

 ‘Nee. Neen. Hij had daar een hekel aan, had ik de indruk. Hij zat daar en ik heb foto’s genomen. Ik heb altijd een broertje dood gehad aan geposeerde foto’s.’

 Paul Van de Abeele wordt moe. Zijn aandacht verslapt. Andere schrijvers komen aan bod. Het is vaak moeilijk hem te volgen. Hij springt van de hak op de tak. Tijd om het gesprek te beëindigen, en hem niet langer met vragen te bestoken. Een paar vragen branden nog op mijn lippen.

 Heeft Jan of u zijn zakenleven ter sprake gebracht?

 ‘Ik heb daar even op gezinspeeld, maar hij antwoordde daar niet op en ik had het gevoel dat hij liever had dat we daar niet over spraken. Literatuur en reclame waren totaal aparte werelden.’

 Hoe zou u Elsschot politiek situeren? U, als kunstenaar en verwoed boekenlezer moet enig idee hebben.

 ‘Hij geloofde in niks. Hij geloofde niet in politiek.’

 Maar wel zeer sociaal geëngageerd?

 ‘Dat is iets anders! Neem nu dat gedicht Borms. Volgens mij heeft hij dat in een vlaag van koleire geschreven. Hij vond de executie onrechtvaardig, en dat was onrechtvaardig. Waar was dat goed voor? Om de zwarten op stang te jagen? Of om er voor te zorgen dat er nu zo veel Vlaams Blokkers [4] zijn. Minister Moyersoen [5], die hier een paar huizen verder woonde, heb ik ooit horen zeggen, “wat we nu aan het doen zijn”… met de repressie, bedoelde hij, en hij was zeker geen flamingant… “dat gaat ons ooit opbreken, en het zijn niet de zwarten die ons zullen wreken, maar hun kinderen en kleinkinderen. Politiek, c’est une sale boutique.”’

 Hoe denk jij over zijn werk?

 ‘Dat is niet moeilijk. Elsschot kwam perfect op een moment die vroeg naar iemand als hij. Daarmee bedoel ik dat hij niet te vergelijken is met andere Vlaamse auteurs zoals Ernest Claes, Felix Timmermans, Gerard Walschap. Ook niet met mijn vriend Louis Paul Boon, die je internationaal zou kunnen situeren bij de miserabilisten. Elsschot was een origineel artiest met een eigen karakter en een eigen gezicht, die de zakenwereld als geen ander genadeloos aanpakte.’

 Ik zou graag alle foto’s willen publiceren. Om jou en Elsschot helemaal rond te maken. Ik ben gulzig, maar het is in het belang van de geschiedenis.

 ‘Ik weet het, maar gulzige mensen, daar moet ge tegenin gaan. Eens kijken in mijn map. Verdomme, dat is niet eenvoudig. Ik heb echt het talent om alles te verbrossen. Ja ja, daar moet je talent voor hebben. Bon. Ge neemt deze twee mee, en ik zal van de rest een kopie laten maken en u bezorgen. Zijn we akkoord? Dat is het dan. Want meer heb ik niet te vertellen.’

 Guido Lauwaert

 Gent, 2009-03-06

——————————————————————————

 1 – Jan Van den Weghe [1920-1988]: dichter en prozaschrijver, acteur en journalist.

 2 – Daensist: volgeling van priester en sociaal leider Adolf Daens [1839-1907]. Een der eerste leiders van de christelijke democratie in België.

 3 – Louis De Lentdecker [1924-1999]: beroemd sport-, gerechtelijk en politiek journalist.

 4 – Vlaams Blok: extreem rechtse partij. In 2004, als gevolg van de veroordeling van enkele gelieerde vzw’s [stichtingen] op basis van de anti-racismewetgeving, werd de naam gewijzigd in Vlaams Belang.

 5 – Romain Moyersoen [1870-1967]: doctor in de rechten. Schepen en burgemeester van Aalst, volksvertegenwoordiger, senator en minister voor de Katholieke Partij [huidige naam: CD&V]

 

 

 

 

Entry filed under: Politiek Belgie. Tags: , .

PROLETARIANS ARE YOU THERE? IT’S ME, SOCIALISM! HAAGSE GEHEIMEN

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.319 andere volgers


%d bloggers liken dit: