HAAGSE GEHEIMEN

maart 9, 2009 at 10:38 pm Plaats een reactie

Nederlandse ambtenaren en politici spreken graag van de “volwassen democratie” als het hun staatsbestel betreft. Hoe die eigenaardige vorm van democratie werkelijk functioneert leert ons de Nederlandse deelname aan de Amerikaans/Britse inval in het Irak van Saddam Hoessein, en de nasleep daarvan in Den Haag.

Door FRANS PEETERS

Bij de inval in Irak in 2003 – formeel vanwege de massavernietigingswapens die Saddam Hoessein er in strijd met een reeks VN-resoluties op na zou houden – beschikten de Amerikanen maar over weinig bondgenoten. De wereldgemeenschap hechtte meer geloof aan Hans Blix, het hoofd van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie in Wenen, die na ampele inspecties van zijn mensen verzekerde dat zulke wapens niet meer in Irak aanwezig waren. Ze waren vernietigd. President George W. Bush echter sprak hem tegen en Nederland was een van de weinige landen die de Amerikaanse president serieus nam.

De toenmalige centrum-rechtse regering-Balkenende steunde de actie van de VS echter alleen ‘politiek’, zo benadrukte zij althans keer op keer. En de inhoud van die steun is tot op de dag van vandaag geheim gebleven, alle vragen van parlement, publiek en pers ten spijt.

In februari is Balkenende eindelijk gezwicht voor de druk. Er komt een commissie van onderzoek, voorgezeten door mr. Willibrord Davids, oud-president van het hoogste rechtscollege de Hoge Raad, en verder bestaande uit historici, internationale juristen en politicologen.

Neunundneunzig Professoren, Vaterland du bißt verloren, schamperden Duitse democraten in 1848 omineus, en inderdaad, al voordat deze Commissie-Davids aan het werk is gegaan, trekken sceptici openlijk haar bereidheid dan wel vermogen om de onderste steen boven te halen in twijfel. Een eerste test is het karakter van de Nederlandse steun aan de VS: was die werkelijk alleen maar “politiek”? De Nederlandse pers werd indertijd in 2003, even voor de Amerikaanse inval, rondgeleid in Nederlandse militaire kampementen in Oost-Turkije, niet ver van de Iraakse grens. Maar heel weinigen keken daar verder dan hun neus lang was. En dus konden ze de gebeurtenissen twee dagen na de inval niet rijmen met de Haagse verzekering van Nederlandse non-interventie.

De “vergissing” van generaal Franks

Op die 22ste maart 2003 hield de Amerikaanse vier-sterren-generaal Tommy Franks, bevelhebber van Central Command en als zodanig de eerst verantwoordelijke voor de oorlog tegen Saddam Hoessein, in Qatar zijn eerste persconferentie sedert het begin van de invasie in Irak, twee dagen eerder. Franks maakte van de gelegenheid gebruik om vertegenwoordigers van zijn strijdende bondgenoten voor te stellen: de Britse luchtmaarschalk Bryan Burridge, de Australische brigade-generaal Maurie McNarn, de Deense schout-bij-nacht Per Tidemand en luitenant-kolonel Jan Blom van de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht.

Luitenant-kolonel Jan Blom en generaal Tommy Franks

Luitenant-kolonel Jan Blom (uiterst rechts) en generaal Tommy Franks

De verschijning van de Nederlandse officier op de persconferentie zorgde voor consternatie in Haagse politieke en journalistieke kringen. Had premier Balkenende niet verzekerd dat Nederland de oorlog tegen Saddam alleen maar “politiek” steunde, en dat geen Nederlander daadwerkelijk aan Amerikaanse zijde vocht? Hoe kon generaal Franks zich dan zo vergissen en Blom voorstellen als vertegenwoordiger van een strijdende bondgenoot? Hoe kon een man in Franks positie zo dom zijn?

Een keer heb ik Franks ontmoet, tijdens een bijeenkomst te zijner ere in de Ridderzaal, in het hart van het Nederlandse parlement, en ik moet zeggen dat hij de indruk maakte van een man die het erg met zichzelf heeft getroffen. Maar dat wil nog niet zeggen, dat hij dom was of geen onderscheid kon maken tussen drie of vier strijdende bondgenoten. Integendeel, wie Franks ontmoet mag dan een afkeer krijgen van zijn arrogantie, hij of zij raakt evenzeer onder de indruk van zijn intelligentie.

Wat deed Franks dus op die gedenkwaardige dag in Doha, Qatar, denken dat Nederlandse militairen bijdroegen aan het succes van zijn operaties in Irak?

In feite had Balkenende niet het hele verhaal verteld. Nederland had de Amerikanen al maanden eerder verzekerd dat het zijn bijdrage aan de oorlog zou leveren. Nog op 6 februari van dit jaar bevestigde Hans Siepel, in 2003 woordvoerder van de Nederlandse minister van Butenlandse Zaken, een en ander tegenover Eliane Kuepers van www.rePublic.nl : “De hele besluitvorming stond vooraf al vast. Dat ging niet, zoals in een volwassen democratie wordt verondersteld, om hoor en wederhoor en argumentatie. Maar je kon niet zeggen: beste mensen, op basis van onze posities en belangen stond vooraf al vast dat we de VS zouden steunen, we hebben alleen nog naar een passende redenering gezocht.’ Want zo ging het.”

Dat er geen Nederlandse militair in Irak vocht, wilde dus niet zeggen dat Nederlandse militairen ook buiten Irak geen bijdrage aan de Amerikaanse oorlogvoering tegen Saddam leverden.

Het plan voor een aanval uit het noorden

In de aanvankelijke Amerikaanse plannen was sprake van een tweeledige inval in het land van Saddam Hoessein: vanuit Koeweit en vanuit Turkije. In het Oosten van Turkije werd daartoe met Amerikaans geld een compleet nieuwe luchtmachtbasis aangelegd in Batman, geschikt voor de reusachtige Amerikaanse vrachtvliegtuigen. Het veld in Batman en het vliegveld en de helikoptervelden in Dyarbakir, honderd twintig kilometer verderop, waren aangewezen als de logistieke bases voor een Amerikaans offensief in Noord-Irak.

Om die velden, net als de vliegvelden en de havens in Koeweit, Bahrein en Qatar, te beschermen tegen Iraakse raketten, waren Patriot lanceerinstallaties nodig, toentertijd de modernste luchtafweer die de wereld kende. De Amerikanen hebben er natuurlijk genoeg van, maar om hun schamele coalitie wat meer aanzien te geven, vroegen ze Nederland om zulke eenheden voor Batman en Dyarbakir. Den Haag stemde toe en twee Patriot squadrons van de basis Vredepeel kregen orders om zich gereed te houden voor vertrek naar Oost-Turkije.

Dat gebeurde in 2002. In die tijd circuleerden er in kleine kring in Den Haag steeds Amerikaanse verlanglijstjes aan het adres van de Nederlandse defensietop. Ze waren opgenomen in een zogeheten “annex” van een vertrouwelijk document. Op het lijstje stonden, bijna onveranderlijk: Patriots, commando-eenheden (special forces), F-16 jachtbommenwerpers, Apache gevechtshelikopters en een onderzeeboot. Toen duidelijk werd dat de Nederlandse regering niet aan al die wensen tegemoet dorst te komen, met het oog op de publieke opinie, veranderde volgens het dagblad Het Parool van die dagen de bestemming van een aantal van die gevraagde onderdelen. De Amerikanen vroegen niet langer om commando’s, F-16’s en Apaches voor Irak, maar voor Afghanistan. Die konden daar dan Amerikaanse eenheden aflossen. Inderdaad vertrokken niet veel later Nederlandse F-16’s naar de basis Manas in Kirgizië (toen die voor zulke vliegtuigen geschikt was gemaakt; nog later zijn er ook Belgische, Noorse en Deense F-16’s aan het Nederlandse detachement in Manas toegevoegd). Nederlandse Apaches werden gestationeerd op het vliegveld van Kaboel en Nederlandse commando’s in Kandahar.

Pas dit jaar heeft de regering het bestaan van het vertrouwelijke Amerikaanse document waaraan Het Parool in 2002 refereerde, toegegeven. De annexen met de verlanglijstjes dienen vooralsnog geheim te blijven, vindt de regering.

Laten we teruggaan naar 2003. De Turkse regering raakte onder steeds grotere druk van haar eigen bevolking om de Amerikanen niet toe te staan vanaf Turks grondgebied Irak binnen te vallen. Maar zonder de twee Turkse luchtmachtbases en de helivelden zou er niet langer een Amerikaanse dreiging bestaan voor Noord-Irak. In dat geval zou Saddam in staat zijn al zijn divisies naar het zuiden te sturen, om de dreiging vanuit Koeweit het hoofd te bieden. Daarom vroeg Washington aan Ankara om op zijn beurt Nederland te vragen de Patriot-eenheden alsnog in Dyarbakir en Batman te stationeren “om die twee steden te beschermen tegen eventuele Iraakse raketaanvallen”. Turkije en Nederland zijn beiden lid van de Navo en Navo-leden moeten elkaar in geval van nood helpen.

De stationering van de Nederlandse anti-raketten in Oost-Turkije aan de vooravond van een oorlog tegen Irak waaraan Turkije geen medewerking wenste te leveren, riep natuurlijk vragen op. Waarom moesten alleen maar de steden Dyarbakir en Batman tegen imaginaire Iraakse raketten worden verdedigd, en waarom niet andere grote steden in Oost-Turkije, zoals bijvoorbeeld Var? “Dat moet je de Turken vragen,” was het nietszeggende antwoord van Nederlandse defensiewoordvoerders. En op de vraag waarom andere Navo-leden als Duitsland en Griekenland niet hun Patriot-eenheden naar de bedreigde Turkse steden stuurden, reageerden deze Haagse “voorlichters” met een zekere schichtigheid.

Militair gesproken was er natuurlijk niets veranderd. Een Nederlands Patriot squadron beschermde volgens afspraak de splinternieuwe basis in Batman, waar de Turkse luchtmacht nog geen enkel toestel had gestationeerd en die als het ware lag te wachten op de Amerikaanse Galaxy-toestellen vol soldaten en wapens. En een andere Patriot-eenheid beschermde de vliegvelden in Diyarbakir: de grote transportbasis voor het Turkse leger dat hier in Turks Koerdistan al jarenlang zijn anti-guerrilla oorlog voert tegen de Koerdische PKK, en de twee helivelden, waarvan er een midden tussen de krottenwijken ligt, waar tienduizenden Koerdische boeren, door het Turkse leger verdreven van huis en haard, in hun woningen van gedroogde modder, leem en afval huizen.

Dat Turkije openlijk hulp aan de Amerikaanse inval weigerde, zei Saddam niets. Dat kon evengoed een krijgslist zijn. Vanuit Iraaks perspectief verdedigden de Nederlandse Patriots nog steeds luchtmachtbases waar elk moment Amerikaanse troepen zouden worden aangevoerd die vervolgens hun aanval in Noord-Irak zouden beginnen. Dus bleven een aantal Iraakse divisies in het noorden bij de Turkse grens gestationeerd, ver weg van het zuiden, waar de echte inval zou plaatsvinden, en ver weg van Baghdad.

Tegen die achtergrond klinkt de Nederlandse verontwaardiging over het bedankje van generaal Franks voor de Nederlandse oorlogsbijdrage nogal hypocriet. Het was dan ook vooral bestemd voor binnenlands gebruik. Want even voordat Franks de verzamelde pers in Qatar toesprak, had Nederland eindelijk weer eens een regering na een lange periode van getob en getouwtrek. Rechts had geen meerderheid meer en in zo’n geval mag de PvdA opdraven – een verzoek waaraan de sociaal-democraten al decennia lang gretig gehoor plegen te geven. De christen-democraten waren vóór deelname aan de inval in Irak, de sociaal-democraten tegen. Het compromis luidde: Nederland stond “politiek” achter de inval, maar “militair” geenszins. De Patriots konden echter met instemming van beide partijen naar Turkije worden gestuurd, want “De Turken hebben erom gevraagd en als een loyaal lid van de Navo komen wij tegemoet aan hun wensen”. Maar de rest van de Amerikaanse verzoeken (om commando’s, F-16’s en Apaches) werden richting Afghanistan omgebogen.

Hr. Ms. Dolfijn en de Iraanse onderzeeboten

Bleef de Nederlandse onderzeeboot, die als vijfde op het Amerikaanse verlanglijstje in de geheime annex prijkte. Tijdens de oorlog om Kosovo was een Nederlandse onderzeeboot doorgedrongen tot in de Baai van Bar in Montenegro, in de Joegoslavische territoriale wateren. De boot moest de Joegoslavische snelle patrouilleboten met hun anti-scheepsraketten controleren. Die konden een bedreiging opleveren voor westerse vliegdekschepen in de Ionische en Adriatische Zee. De onderneming van de onderzeeboot was niet van gevaar ontbloot, want als de Joegoslaven haar hadden ontdekt, waren ze niet alleen in die oorlogstijd, maar zelfs in vredestijd al gerechtigd haar te beschieten of te bestoken met dieptebommen tot zij zich overgaf.

Maar wat kon dit keer, in 2003, een grote, voor de oceaan geschikte onderzeeboot betekenen in de zeer ondiepe, zanderige wateren voor de slechts enkele tientallen kilometers lange Iraakse kust?

Wat er in werkelijkheid gebeurde, was dat de onderzeeboot Hr. Ms. Dolfijn tijdens de inval in Irak patrouilleerde voor, en mogelijkerwijs in, de haven van Bandar Abbas, de belangrijkste Iraanse marinehaven, gelegen aan de Straat van Hormoez. De Dolfijn is een muisstille dieselboot, veel stiller dan de Amerikaanse of Britse nucleaire boten. Dieselboten varen onder water op zo goed als onhoorbare elektromotoren, nucleaire boten koelen hun reactoren via pompen, die iets meer geluid afgeven.

De Dolfijn moest het hoofdkwartier van Franks alarmeren als een van de drie moderne Iraanse dieselboten van de Russische Kilo-klasse de haven zou verlaten. Ze zouden bijvoorbeeld mijnen kunnen leggen in de nauwe Straat van Hormoez, die toegang geeft tot de oliehavens van de Perzische, zo men wil: Arabische Golf. Vijftien jaar eerder had Iran al eens getracht de Golf te blokkeren. Inderdaad heeft de Dolfijn tijdens de periode van de inval in Irak twee keer een ontmoeting gehad met een Iraanse onderzeeboot.

Nederland, dat wil zeggen de regering in Den Haag en speciaal het CDA, zijn ruim beloond voor deze militaire bijdragen aan de inval in Irak. Richard Armitage, in 2003 een van de Amerikaanse vice-ministers van Buitenlandse Zaken, zei op 29 januari van dit jaar in Het Parool, dat hij persoonlijk Amerikaanse sancties had voorkomen vanwege de groeiende (drugs)smokkel vanuit Nederland en de Nederlandse Antillen door Nederlandse en Antilliaanse criminelen. De steun aan de oorlogvoering had ook geholpen bij de keuze van de mislukte CDA-leider en vroegere minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer, tot secretaris-generaal van de Navo. Dat hij even later die verklaringen weer introk, was opvallend. Armitage staat niet bekend om onbezonnen uitlatingen.

Balkenende en de vragen

Na de oorlog – ik bedoel natuurlijk niet: toen het geweld in Irak eenmaal was opgehouden, want dat is het nog steeds niet, maar: toen president George W.Bush vanaf het dek van een vliegdekschip, dus als het ware ex cathedra, het einde van de oorlog had geproclameerd – begonnen de Amerikanen koortsachtig te zoeken naar Saddam’s massavernietigingswapens. En naarmate die speurtocht langer duurde, werd steeds nadrukkelijker de vraag gesteld hoe Balkenende c.s. er eigenlijk bij kwamen dat Saddam over zulke wapens had beschikt.

In de eigenaardige Nederlandse democratie betekent dat meestal dat de mehere en mevrojje die de meerderheid vormen in het parlement, steeds nieuwe redenen vinden om de antwoorden op zulke vragen op de lange baan te schuiven. Zo ook nu. De christen-democraten besloten dat de redenen waarom Nederland de Amerikaanse oorlogsvoering had gesteund geheim diende te blijven. Dat kwam goed uit want nu hoefde ook niet bekend te raken dat Nederlandse militairen wel degelijk een rol hadden gespeeld in die oorlog, en dat de Nederlandse steun allesbehalve louter “politiek” was geweest. De sociaal-democraten beloofden in ruil voor regeringsdeelname de kwestie te laten rusten. Paris vaut bien une messe.

Hoe idioot dat democraten ook in de oren moge klinken, tot op de dag van vandaag zijn de formele redenen van de Nederlandse steun geheim gebleven. Nou ja, niet voor de lezer van deze regels, maar in elk geval wel voor Kamerleden die alleen maar op mededelingen van de regering willen afgaan. Geheim bleef ook dat waarschuwingen die Nederlandse officieren hadden ontvangen, onder meer van de Belgische militaire inlichtingendienst, in de wind zijn geslagen. Belgen! Mensen die met een accent praten! Wij Nederlanders zijn in de eerste plaats veel slimmer dan Belgen en hebben heus wel een betere toegang tot wat wij als de beste inlichtingendiensten ter wereld beschouwen: de Britse, de Amerikaanse en de Israëlische. Met de Duitse en de Franse diensten, die ook al waarschuwden dat Saddam geen massavernietigingswapens meer had, is het voor ons nogal moeilijk communiceren vanwege de onregelmatige hulpwerkwoorden.

Vooral de betrekkingen met de Britten waren uitstekend, zo liet Jan-Peter Balkenende zelf weten. Hij had, proxy tot in zijn gebeente, van Tony Blair per-soon-lijk de nonsens mogen lezen die de Britse inlichtingendienst had geproduceerd voor haar eerste minister over de aanwezigheid van nucleair materiaal in Irak. Natuurlijk “for his (d.w.z. Balkenende’s) eyes only.” Balkenende had op zijn beurt met die wetenschap het Nederlandse kabinet weten over te halen om in te stemmen met de Nederlandse steun aan de operatie.

Bovendien waren Balkenende’s reproductie van het Britse rapport, en de verzekeringen van president Bush en diens minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell niet de enige argumenten om de inval te steunen. Er waren ook nog aanvullende feiten, verzekerde de regering in die dagen, zonder overigens iets mee te delen over de aard van die feiten. “Die moeten afkomstig zijn van de wereldberoemde Nederlandse inlichtingendiensten,” opperde de Haagse redactie van Het Parool.

De Militaire Inlichtingendienst en Israël

Achteraf bezien ben ik daar niet meer zo zeker van. De Nederlandse Inlichtingendienst Buitenland is al in de vorige eeuw opgeheven en bij de Militaire Inlichtingendienst (MID), die haar taak heeft overgenomen, had lang niet iedereen het peper en zout uitgevonden. (“Merken jullie hier iets van Chinese of Indiase inlichtingenmensen,” heb ik bij zes verschillende gelegenheden aan leden van de MID in Nederlandse kampementen in Afghanistan en Kirgizië gevraagd. Beide landen grenzen aan China, en India was erg beducht voor Moslim-fanatici die voor 2002 in trainingskampen in Afghanistan onder auspiciën van de Pakistaanse geheime dienst ISI werden opgeleid voor de guerrilla in Indiaas Kasjmir. Het antwoord was steeds: nee. Dat was op zichzelf geen schande, erg was het, dat ik alle zes de keren te horen kreeg: hoe kom je dáár nou bij?).

Ik weet dat we ons nu op het aalgladde pad van de speculatie begeven, maar ik denk dat de MID in die dagen aan haar Israëlische collega’s gevraagd heeft hoe het stond met de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het Irak van Saddam. Nederland en Israël onderhouden nog steeds vriendschappelijke betrekkingen (voor de Nederlandse eenheden in Zuid-Afghanistan zijn nog begin dit jaar onbemande verkenningsvliegtuigen ingehuurd bij het Israëlische overheidsbedrijf Aeronautics, dat ook voor het bediendend personeel zorgt) en Israël was in die dagen een groot voorstander van een Amerikaans/Britse inval in Irak, juist vanwege zulke wapens. Dat was tenminste wat Israëlische leiders toentertijd in het openbaar beweerden.

In april 2002 was de Israëlische oud-premier Benjamin Netanyahu naar Washington gereisd, waar hij Amerikaanse senatoren openlijk voorhield dat Saddam nucleaire wapens ontwikkelde die in diplomatenkoffers of aktetassen naar het Noord-Amerikaanse vasteland konden worden gesmokkeld om ze daar tot ontploffing te brengen. (Zie Robert Novak in The Chicago Sun-Times van 14 april 2002).

Enkele weken later verzekerde Raänan Gissen, de woordvoerder van premier Ariel Sharon, een verslaggever dat “als Saddam Hoessein nu niet gestopt wordt, we over vijf, pakweg zes jaar te maken zullen hebben met een nucleair bewapend Irak, met een Irak dat beschikt over middelen om massavernietigingswapens te transporteren. (Zie: Elizabeth Sullivan in The Cleveland Plain Dealer (on line), 3 mei 2002).

Halverwege die maand mei zei de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres (tegenwoordig Israëlisch president) tegen CNN dat “Saddam Hoessein even gevaarlijk is als Osama bin Laden” en dat “de Verenigde Staten niet werkloos kunnen toezien totdat hij een nucleair arsenaal heeft opgebouwd”. (Aangehaald door Joyce Howard Price in The Washington Post van 12 mei 2002.) “Wij denken en weten dat hij (Saddam) bezig is de nucleaire optie waar te maken,” zei Peres. De VN-inspecteurs mogen dan geen spoor van nucleaire wapens in Irak hebben gevonden, maar dat bewijst niets, stelde hij vast.

John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt concluderen in hun boek The Israel Lobby and the U.S. Foreign Policy (pagina 234): “Na de inval en de vaststelling dat er zich geen massavernietigingswapens bevonden in Irak, hebben de (Amerikaanse) Senaatscommissie en de Israëlische Knesseth (het parlement) afzonderlijke rapporten het licht doen zien, waarin staat dat veel inlichtingen die Israël aan de regering-Bush had gegeven, vals waren. Om met een gepensioneerde Israëlische generaal te spreken: ‘De Israëlische inlichtingendienst speelde een volwassen rol in de totstandkoming van het verhaal van de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten dat Irak over niet-conventionele wapens zou beschikken’.” (Zie onder veel meer: Greg Myre: “Israeli Report Faults Intelligence on Iraq”, New York Times, 28 maart 2004).

Als de Israëlische elite er niet voor terugschrok haar belangrijkste bondgenoot de Verenigde Staten, het land dat een aanzienlijk deel van het Israëlische defensiebudget betaalt, openlijk om de tuin te leiden, waarom zouden de Israëlische inlichtingendiensten dan niet een klein land als Nederland in een geheim rapport bij de neus nemen? En als dat zo is, dan schamen Balkenende c.s. zich er vast voor, dat ze er met boter en suiker zijn ingegaan. Vandaar al die geheimhouding en verder nergens om, let op wat ik zeg.

(Frans Peeters was eerder defensie-verslaggever van Het Parool.)

Entry filed under: Midden Oosten, Nederland, oorlog. Tags: , , , .

Willem Elsschot in een verzuilde wereld Haakjes en nonsens?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: