MARX EN DE NIEUWE MEDIA

april 10, 2009 at 3:42 am Plaats een reactie

Print

(Dit is een naschrift bij het vorige artikel:https://salonvansisyphus.wordpress.com/2009/04/09/de-new-york-times-staart-in-de-afgrond/

door Tom Ronse

Als Karl Marx nog zou leven, zouden de problemen van de New York Times en andere kranten hem ongetwijfeld boeien. Boeien maar niet verbazen. Want de krisis van de “oude media” lijkt een perfecte illustratie van zijn waarde-theorie.

Volgens die theorie hebben koopwaren, in een kapitalistische economie, een waarde die bepaald wordt door de hoeveelheid gemiddelde arbeidstijd die in die maatschappij nodig is om die waren te maken. Die waardewet wordt opgelegd door de vrije markt: is er een sector waarin de gemiddelde arbeidstijd meer opbrengt dan in andere, dan stroomt de koopwaar ‘arbeidskracht’ naar die sector tot overcapaciteit tot een prijsdaling leidt die de zaken egaliseert. Dat gebeurt zonder dat iemand dat beslist, zonder bemoeienis van de staat, door de discipline van de markt. Die heeft voor gevolg dat de opeenstapeling van waarde de economische drijfveer wordt.

De normale winst is een stuk van de waarde van een waar. Het deel van de arbeidstijd waarvoor de kapitalist niet betaalt. Een loon is niet het equivalent van de geleverde arbeidstijd maar de waarde van de koopwaar arbeidskracht. Die waarde wordt bepaald als alle andere, door de hoeveelheid gemiddelde arbeidstijd nodig om de waar te reproduceren. Met andere woorden, door de arbeidstijd nodig voor het onderhoud van het arbeidersgezin. In de mate dat die reproductiekost kan verlaagd worden, kan de winst stijgen. Vandaar het sukses van de globalisering.

Maar het is niet alleen de ‘normale winst’ die de kapitalist motiveert. Telkens als een producent erin slaagt om de arbeidstijd in zijn product te verlagen onder het maatschappelijke gemiddelde, scoort hij een meerwinst die niet in de waarde van zijn product besloten is. Hij verkoopt aan de marktwaarde (de gemiddelde sociale arbeidstijd nodig om zo’n product te maken) die hoger is dan de waarde van zijn eigen product. Die meerwinst verdient hij dus niet aan zijn arbeiders maar aan zijn klanten.

Vandaar dus de prikkel om door technologische innovatie de waarde van wat men produceert te verminderen onder het maatschappelijk gemiddelde. Het gevolg was een duizelingwekkende groei van de arbeidsproductiviteit. Die was niet het doel maar een bij-product van de jacht op winst. Marx bewonderde dat expansievermogen van het kapitalisme, waarnaast alle vroegere maatschappijvormen stagnant leken. Maar hij voorspelde dat het net daardoor voor onoverkomelijke obstakels zou komen te staan. Het vermogen om te produceren zou steeds meer botsen tegen de door de waardewet opgelegde dwang om de waarde van die productie te meten met gemiddelde arbeidstijd. Enerzijds zou dat leiden tot overproductie, tot een productiecapaciteit die het consumptievermogen van de door de kapitalistische verhoudingen gevormde markt te boven zou gaan. Dat is een realiteit die ons in het gezicht staart maar in dit stuk ga ik er niet verder op in. Anderzijds zou het leiden tot de daling van de gemiddelde winstvoet. Immers, de winst is slechts een deel (het onbetaalde deel) van de arbeidstijd nodig om een waar te maken; als de totale arbeidstijd daalt, daalt het onbetaalde deel mee, zelfs als het stijgt in verhouding met het betaalde deel (bv door loonverlaging).

Digitale goederen zijn de meest extreme vorm van de tendens van het kapitalisme om de waarde van waren te reduceren. Natuurlijk vergt het veel arbeidstijd om hen te produceren. Of het nu over muziek gaat, artikels op NYTimes.com of zelfs in het Salon van Sisyphus, software of websites, ze vergen allen veel gezwoeg. Maar de markt erkent dit niet automatisch; de markt erkent enkel de reproductiekost: de arbeidstijd nodig om hetzelfde product te maken. Die arbeidstijd is vrijwel nul, digitale informatie copieren kost niets. Vandaar al de problemen om digitale waren winstgevend te maken.

Sommigen proberen het met reclame. Dat op zich lost het probleem van de waardedaling niet op. Reclame is zelf , in Marx’s theorie, waardeloos –ze maakt niets, ze verkoopt alleen maar wat anderen maken. Ze is een netto-kost voor de economie, zoals verzekeringen of militaire uitgaven. Bovendien slagen zeer weinig producenten van digitale goederen erin om met reclame genoeg winst te maken. Als de New York Times vandaag louter als een digitale waar zou moeten overleven, zou het 80 procent van zijn personeel moeten afdanken.

Anderen proberen het door hun product voor niet-betalende consumenten ontoegankelijk te maken. Ook de arbeidstijd die daarvoor nodig is, is waardeloos vanuit Marx’s standpunt. Het is een mooie illustratie van de absurditeit die het gevolg is van het conflict tussen het kapitalisme en zijn eigen fundament, de waardewet: steeds meer arbeidstijd wordt gebruikt om de consumptie van goederen te beletten en zo de markt een arbitraire ‘waarde’ op te leggen. Naarmate het product en de hinderpalen voor de consument complexer zijn, duurt het langer eer de markt de waardewet weer doordrijft en piraten het product ‘unscramblen’ om het voor een appel en een ei door te verkopen.

In landen als China is 95 % van de muzikale digitale waren gepirateerd. Films, idem ditto. Digitale waren zijn ‘van nature’ open, uitdeelbaar, juist omdat het niets kost om ze te reproduceren. Ze nodigen uit tot transacties die niets meer met kopen en verkopen te maken hebben. Vandaar de ‘open source’ beweging (unix etc), die software van iedereen wil maken, vandaar het succes van het ondanks zijn gebreken toch ongelooflijke Wikepedia-project, vandaar al het gratis uitdelen van muziek en andere informatie langs het internet, vandaar de explosie van de blogosfeer.

De enige manier waarop het kapitalisme van digitale goederen koopwaar kan maken is door tegen de waardewet, tegen de vrije markt in te gaan. Door, met staatsmacht en wet, monopolieprijzen op te leggen. Met copyrights, patenten, licenties of fiscale middelen. Een bedrijf als Microsoft laat zo’n 3000 patenten per jaar registreren. Zijn Research&Development- fabriek produceert kennis die geprivatiseerd wordt voor ze sociaal kan worden. Zodat Microsoft veel geld kan blijven vragen voor informatie die met enkele kliks kan gereproduceerd worden.

Het is zwemmen tegen de stroom in. De markt is als water dat altijd een weg naar een lager punt vindt. Hoewel monopolisme fabelachtige winsten heeft opgeleverd –meest van al in de farmaceutische sector- wordt de afbrokkeling ervan steeds zichtbaarder. Het komt me voor dat de buitenlandse politiek van de VS in de laatste decennia in ruime mate geinspireerd werd door het verlangen om een ‘wereldorde’ in stand te houden waarin monopoliewinsten gerespecteerd worden. Ook dat lijkt niet goed te lukken. Maar dat is een ander verhaal.

Als het zou blijken dat ‘de oude media’ inderdaad geen voldoende inkomsten meer kunnen genereren om een informatiefabriek van het niveau van de New York Times in stand te houden,
zouden de lichten op vele plaatsen in de wereld uitgaan. En wij zouden in het donker zitten.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de blogosfeer in staat zou zijn om die kloof te vullen. De nieuwe media bloeien als serreplanten maar blijven afhankelijk van de verslaggeving van de ‘oude media’. Wel doen ze wat de oude media nooit konden. Hun sterkte is hun diversiteit, directheid en interactiviteit, waardoor ze de betere dragers van sociaal debat en reflectie zijn. Het mooiste aan de nieuwe media vind ik hun tendens om te aanvaarden dat ze, vanuit kapitalistisch standpunt, waardeloos zijn. Ze bestaan bij de gratie van vrijwilligerswerk van miljoenen mensen die voor hun arbeid geen loon verwachten. De meest succesvolle (op hun terrein) zijn polen waarrond gemeenschappen ontstaan waarvan de leden zowel lezers als participanten zijn. De relatie van producent en consument is niet langer een ruil van waarde, de waardewet geldt niet meer.
Dat is een andere relatie dan deze die de maatschappij domineert en naar de kloten helpt. Een die de vraag oproept: waarom ons beperken tot digitale goederen? Waarom niet alles maken om noden tegemoet te komen in plaats van voor geld? Dat was wat Marx in gedachten had. Misschien komt er nog een tijd waarin zijn “van ieder naar gelang wat hij kan bijdragen, voor ieder naar gelang zijn noden” niet meer zo utopisch klinkt.

————————-
Nog over de krisis van de ‘oude media’:

Christophe Callewaert & Han Soete: ‘Zonder overheidssteun waren er nu al geen kranten meer’
Op:  www.mediakritiek.be

Entry filed under: Media, Uncategorized. Tags: .

DE NEW YORK TIMES STAART IN DE AFGROND Jerome De Perlinghi in East Londen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: