DE RECHTVAARDIGE WREVEL VAN LAMBRECHT

juni 21, 2009 at 8:35 am 4 reacties

De voorbije verkiezingen en de gebeurtenissen in Iran hebben kennelijk tot een soort katharsis geleid bij de verzamelde nieuwsdiensten van de openbare omroep. Als het geen zelfzuivering is, dan toch een versnelde evolutie. Het college van hoofdredacteuren is herschikt. Siegfried Bracke weg (?). Rudi Vranckx onvindbaar. En Jef Lambrecht zicht- en hoorbaarder dan ooit, met het lozen van zijn rechtvaardige wrevel. Lambrecht houdt het voor bekeken, zo mag blijken uit een lang interview dit weekend in De Morgen. Het eerste deel gaat over Iran, het tweede – hierbij – over journalistiek, verslaggeving, media en VRT. Interviewer is Koen Vidal.
Lambrecht 1 U neemt afscheid van de VRT-radio?

“Zoiets ja.”

 Gebeurt dat met slaande deuren?

 “In ieder geval met wrevel. Op de VRT-nieuwsdienst hebben ze zich de afgelopen jaren vooral met de vorm beziggehouden. Dat gebeurde trouwens niet alleen bij de audiovisuele media, maar ook bij de geschreven pers. Er is een afglijding naar de vorm ten koste van de inhoud. Ik kan mij de tijd niet meer herinneren dat er op onze redactie nog een ernstig debat was over de vraag: waar zijn wij mee bezig, hoe zijn we daarmee bezig, houden we echt nog wel de vinger aan de pols, waarom berichten we zo weinig over de wereld? Tot nader order lijkt mij dat de wereld voor een petieterig land als België, laat staan Vlaanderen, overweldigend is. Toch zie je dat het aandeel van die buitenlandverslaggeving wegsmelt.”

 Was het vroeger dan zoveel beter?

 “Ik heb het anders geweten. Ik denk dat het veel te maken heeft met de opkomst van kabeltelevisie en van wereldoverspannende netwerken die hun formats hebben opgelegd: snelle babbels, zo weinig mogelijk analyse. Bij ons heeft een van de hoofdredacteurs die aanpak zelfs bij decreet opgelegd. Een item van drie minuten waarin je uitlegt wat er in de Swatvallei in Pakistan gebeurt: ‘Neen, mag niet, dat is ouderwetse radio en daar doen we niet meer aan mee.’ Wat hoor je vandaag in onze zogenaamde duidingsprogramma’s? Luchtige, snelle babbels. Met als gevolg dat toen de Amerikaanse hypotheekverleners Freddy Mac en Fannie Mae in september vorig jaar plots staatssteun vroegen, dat nieuws gewoon niet in het ochtendjournaal werd opgenomen. Terwijl dat moment het startpunt was van de huidige financieel-economische crisis. Met het argument dat dit verhaal te ingewikkeld was, liet de VRT het economische nieuws van de eeuw schieten. In de plaats werd het ochtendnieuws geopend met een item over een bus met kinderen waarvan de chauffeur onwel was geworden, waarna een oplettende leidster de bus veilig aan de kant van de weg had gezet. Tja. Wat moet je daarop zeggen? De verhoudingen zijn zoek.

 “Tot op zekere hoogte begrijp ik mijn hoofdredacteurs wel. Zij hebben nog maar één imperatief en dat is een commercieel imperatief: hoe vangen we de concurrentie een vlieg af, hoe kunnen we onze luister- en kijkcijfers verhogen? Je ziet het ook telkens weer na grote gebeurtenissen. Na de Europese en regionale verkiezingen krijg je op de Reyerslaan enkel felicitaties wegens de hoge kijkcijfers. Alsof dat het enige is wat telt. Ik vind dat een medium, en zeker een medium dat door de gemeenschap wordt gefinancierd, bereid moet zijn om desnoods een deel van zijn publiek te verliezen ter wille van de journalistieke standaard. Je moet kunnen zeggen: ‘Wij blijven staan voor kwaliteit, whatever happens.’ Als er andere zenders zijn die iets anders willen doen, dan is dat hun goed recht. Maar wij blijven staan voor datgene waarvoor we uiteindelijk worden betaald: een zo goed mogelijk journalistiek product leveren. Uiteraard moet je je boodschap op zo’n manier brengen dat het publiek blijft luisteren en kijken.”

 Ging u over deze kwestie het debat aan met uw voormalige grote baas Siegfried Bracke?

 “Wel, er zijn sommige mensen met wie ik een open conflict heb en daardoor kreeg ik voor sommige programma’s de facto een beroepsverbod.”

 Een beroepsverbod?

 “Ja, dat is zo. Je zal mij bijvoorbeeld nooit op Terzake zien verschijnen. Omdat ik daar niet mag verschijnen. Maar natuurlijk, mijn tijd zit er ongeveer op en ik ben niet zo gek om een strijd te voeren waarvan ik toch het gevoel heb dat het een verloren strijd is. De gedachte dat alleen de kijk- en luistercijfers van tel zijn én de opvatting dat die cijfers afhankelijk zijn van de graad van trivialiteit zijn ondertussen gemeengoed geworden. Je hebt intussen een jonge generatie journalisten die opgefokt is met het geloof dat het nieuws bestaat uit plotse sneeuwval, ramkraken, familiedrama’s en botsingen in de mist. Zulke items zijn voor hen belangrijker dan wat dan ook.

 “Maandag heb ik tot mijn verbijstering gemerkt dat het tv-journaal met Teheran begon. Het was eeuwen geleden dat er nog eens een buitenlands onderwerp vooraan in het nieuws zat. Hetzelfde geldt voor de radiojournaals. Wat was gisteren nummer één bij het radio- en tv-journaal? Juist, het feit dat het programma FC De Kampioenen in 2011 ophoudt. Ik geef het je op een briefje dat hetzelfde item in 2011 opnieuw nummer één zal zijn in de journaals. Het is bijna komisch. Maar je kunt toch niet om de vraag heen: wie bedriegt nu wie? Wie houdt wie voor de gek?”

 Wie houdt wie voor de gek? Kunt u die vraag beantwoorden?

 “Kijk, ik ben ervan overtuigd dat ook het Belgische publiek meeleeft met de gebeurtenissen in Teheran. Dat betekent dat er echt wel een publiek is voor ernstig nieuws. Wat je nu merkt, is dat men uitgaat van de veronderstelling dat het publiek alleen maar aan te spreken is in de onderbuik. Dat het publiek een amorfe, hersenloze massa is die je vooral niet op een verstandige manier mag benaderen. Ik vind dat een beschimping van het publiek. Als je de kwestie vanuit democratisch oogpunt bekijkt, vraag ik me af wie er garen spint bij het dom houden van de mensen? Dit is natuurlijk een gedroomd scenario voor populisten en extremisten.”

 Ziet u in de uitslag van de recente Vlaamse verkiezingen een bewijs van uw stelling?

 “Zonder meer. Hoeveel weken zijn er niet geweest dat Jean-Marie Dedecker drie à vier keer op televisie te zien was? Over Bart De Wever zullen we maar zwijgen. Die dankt zijn overwinning aan De slimste mens. De VRT heeft die mensen groot gemaakt. Toen Philip Dewinter onlangs tegen De Wever zei dat die zijn succes te danken heeft aan het ‘Huis van Vertrouwen’ had hij voor één keer gelijk.”

 Moeten de programmamakers van De slimste mens meer rekening houden met hun politieke impact?

 “Dat lijkt me vanzelfsprekend. Maar mij gaat het niet zozeer over de programmamakers. Het is de hele VRT die zich over deze evolutie moet bezinnen. Maar ik denk niet dat dat zal gebeuren. De top zal het pad van het populisme verder bewandelen, ook in de politieke berichtgeving.”

 Vreest u niet dat u met uw kritiek in het hoekje van de zeurende maar voorts ongevaarlijke bromberen zult worden gezet?

 “Ik sta niet alleen. Ik heb gemerkt dat veel collega’s mijn mening delen. Wat ik ook heb gemerkt, is dat nogal wat collega’s bij een intern onderzoek hun teleurstelling hebben geuit over het feit ze op de redactie niet meer vrijuit kunnen discussiëren. Dwarse meningen worden afgestraft. Dat vind ik een zorgwekkende ontwikkeling. Een redactie waar het vrije debat over de journalistieke kerntaak niet meer mogelijk is, daarvan moet je je afvragen of ze niet beter de boeken zou sluiten. Als er nu één werkplek is waar er voortdurend discussie zou moeten zijn, is het toch wel een nieuwsredactie. Als men dat opgeeft, als men enkel champagne drinkt als er weer eens een kijkcijferrecord gebroken is, dan zitten we goed fout. Er wordt op de VRT nooit champagne gedronken als het inhoudelijk eens echt goed is geweest. Neen, er moeten cijfers worden voorgelegd.”

 Denkt u niet dat die slinger opnieuw de andere kant aan het uitgaan is?

 “Sommigen zeggen dat. Ik heb daar ooit een discussie over gevoerd met Hugo Claus. Ik was ook van die mening. Ik dacht: ‘Het komt wel weer goed.’ Maar Claus zei: ‘Geloof het niet, het zal nog veel erger worden.’ Hij was ervan overtuigd dat de trivialisering een onomkeerbare ontwikkeling was. Ik heb daar lang over moeten nadenken maar uiteindelijk heb ik Claus gelijk moeten geven.”

 Terugblikkend op uw carrière: hoe zou u zichzelf als journalist omschrijven? Het woord oorlogsjournalist doet u steeds gruwelen.

 “Maak van mij alsjeblieft geen oorlogsjournalist. Dat zou ik gênant vinden. Iemand die zichzelf als oorlogsjournalist omschrijft, meet zich een aura aan dat nergens op slaat. Om te beginnen sta je als journalist zelden of nooit in de voorste linies. Ik heb in Bagdad weleens een vuurgevecht gezien, ik ben ook weleens overvallen geweest door kerels van Al Qaida. Dat maakt van mij nog geen oorlogsjournalist.

 “Fotograaf Robert Capa, dát was een oorlogsjournalist. Hij nam samen met de soldaten deel aan de landing in Normandië. De correspondenten ten tijde van de oorlog in Vietnam, dát waren oorlogsjournalisten. Maar als oorlogsjournalisten de figuren zijn die ik onmiddellijk na de val van Saddam Hoessein in Bagdad heb gezien, dan haak ik af. Die mensen droegen een helm en een kogelvrije vest, in hun ene hand hadden ze een laptop en in hun andere hand een vuurwapen. Dan denk ik: ‘Neen, met die mensen wil ik niets te maken hebben, dat is een andere gilde.’ Ook omdat ze zichzelf steeds in het midden van het beeld plaatsen. Het gaat niet over de gebeurtenissen die ze verslaan, maar over hun eigen persoon. De personalisering van het nieuws, de journalist die belangrijker wordt dan het nieuwsfeit, je ziet het steeds meer.”

 U vertrekt weldra bij de VRT, maar u blijft journalist. Wordt het boek uw journalistieke asiel?

 “Goh, ik ben 32 jaar lang zeer graag journalist geweest. Ik vind dit een van de mooiste beroepen ter wereld, misschien wel het mooiste. Je komt overal, je zit op de eerste rij, je hebt een vrijkaartje voor de wereld. Voor iemand die gepassioneerd is door de wereld is dat fantastisch. Maar het is natuurlijk wel zo dat er naast de journalistiek ook nog een wereld bestaat. Ik heb in mijn jonge jaren lang geaarzeld tussen dit beroep en het kunstenaarschap. Ik heb een heel oude hang naar schilderen. Schrijven is voor mij een latere ontdekking geweest. Hugo Claus, hij alweer, heeft me er altijd toe aangezet om ook fictie te schrijven. Ik heb hem weleens beloofd dat ik dat zou proberen, maar tegelijk wist ik dat romans mij niet echt liggen. Ik wilde altijd over de werkelijkheid schrijven. Maar in de toekomst wil ik het weleens proberen, fictie schrijven. Niet dat ik de ambitie heb om de wereld te verrijken met onwaarschijnlijke meesterwerken, maar ik wil toch eens zien wat het oplevert. Voor de rest blijf ik geweldig geïnteresseerd in de wereld en zal ik die blijven volgen. Daarom blijft journalistiek mijn grote roeping. Maar een van de mooiste dingen waar ik naar uitkijk, is dat ik me weldra opnieuw zal kunnen storten op mijn grote oude passie: de beeldende kunsten. Als beoefenaar en als waarnemer. Ik ga schilderen.”
Lambrecht 3

NASCHRIFT:

De ironie van het lot heeft bepaald dat al deze behartenswaardige dingen over inhoud en vorm te lezen staan in een krant die zelf geen onbesproken blad is in termen van popularisering, commercialisering, inspraak en personeelsbeleid. Dat is de zegen van een vrije pers: de eigen fouten kunnen niet (helemaal) verborgen blijven zolang er nog andere waakse media bestaan.
Eerder werden onfraaie praktijken bij De Morgen blootgelegd in vrt-programma’s, met name bij Phara. En als dat niet helpt, is er altijd nog de blogging community. Maar we zouden het hier even niet over Iran hebben. (JC)

Entry filed under: Media, Politiek Belgie, Samenleving, Uncategorized. Tags: , , , .

HOEVEEL IS DAT WAARD? (2) 60 JAAR VROUWENKIESRECHT? NONSENS

4 reacties Add your own

  • 1. Marc Coucke  |  juni 22, 2009 om 1:14 pm

    Er staat in het interview nog een heel juiste uitspraak over de gevaarlijke koers van de media :
    ‘Wij journalisten [vinden] net als Rupert Murdoch dat wij moeten produceren wat het volk wil kopen en niet wat het volk zou moeten weten. Wij zijn steeds minder met informatie bezig en steeds meer met koopwaar. Ik denk dat de media een grote verantwoordelijkheid dragen om goede, evenwichtige en objectieve informatie aan te bieden die verder gaat dan de anekdote. Het wegvallen van fatsoenlijke informatie zorgt voor een versterking van de extremen.’
    Twee voorbeelden hierbij. Het valt op dat de openbare omroep zijn ‘koopwaar’ steeds meer aanprijst opdat wij het toch niet zouden vergeten. Wat de extremen betreft volstaat het te kijken naar Berlusconi, die de Italiaanse media beheerst en gebruikt om zijn wil door te zetten. Nog geen volbloed fascisme maar de helft van de Italiaanse bevolking is al overtuigd dat hun zonnekoning hun lichtend voorbeeld is.

    Beantwoorden
  • 2. willyvandamme  |  juli 2, 2009 om 10:27 am

    Wat Jef Lambftrecht zegt over de media is natuurlijk juist. Het probleem met de man is echter dat zijn berichtgeving over het Midden Oosten gewoon beneden peil is. Toen Israel in Syrië beweerde een Palestijns militair trainingskamp te hebben gebombardeerd dan nam hij op de radio die dag dat bericht letterlijk als zijnde waar over. Achteraf bleek het geen Palestijns kamp te zijn. De man heeft feitelijk geen kritische zin wanneer persberichten worden besproken. Hetzelfde met zijn alleen als waardeloos te noemen recente berichtgeving over Iran. Zo stelde hij in De Morgen dat Mousavi officieel de verkiezingen in Teheran had verloren. Dit terwijl de man er officieel 52% der stemmen haalde. En als we de man moeten geloven dan stond gans Iran als een man/vrouw achter die Mousavi. Rommel was een zacht woord voor wat hij bracht.

    Beantwoorden
    • 3. jefc  |  juli 7, 2009 om 3:38 pm

      Wat ik uit de verslaggeving van Jef L. onthoud is: a. dat het aanvankelijk schuchter lijkende verzet toenam en dus vermoedelijk structureel was (is), b. dat het verzet niet beperkt bleef tot Teheran, en c. dat na 40 dagen de sjiitische herdenking van de martelaren losbarst.
      De punten a en b lijken me intussen wel bewezen door en in de feiten. Punt c, een voorspelling, dreigt te worden bewaarheid.

      Beantwoorden
      • 4. willyvandamme  |  augustus 31, 2009 om 4:25 pm

        De grootste betoging was die van de eerste dag nadat Mousavi tot verliezer was uitgeroepen. Het was ook vol geweld en deed perfect denken aan de rellen van 1953 tegen Mosadeq. Na die dag daalde het aantal betogers steeds. Wat er juist achter de schermen gebeurde weten wij nu nog niet. Het is ook pas jaren later dat bleek dat al die pakken boze persartikelen in de toen Iraanse pers geschreven waren in de VS en na betaling in Iran in de kranten geplaatst. Veel betogers waren toen ook door de VS ingehuurd. Veel van wat op Twitter, Youtube en Facebook geplaatst werd zal vermoedelijk dan ook zijn oorsprong vinden in de VS. Er is dus nog veel onderzoek nodig om meer duidelijkheid te scheppen. En het Iraanse gerecht gaat dat zeker niet doen. Te delikaat. En van Jef Lambrecht zal men het zeker ook niet moeten verwachten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: