KARNAVAL IN HET MOMA

juli 15, 2009 at 5:00 am Plaats een reactie

Het volgende stuk verscheen eerder, in een licht gewijzigde versie, in De Morgen. De krant had wel de mooiste zin uit het artikel geschrapt. Kan u hem vinden? (TR)

Foto 8 Ensor_SelfPortraitwithMasks smDoor Tom Ronse

“Een kaskraker”. “Een artistieke mijlpaal”. “Een tentoonstelling die de bakens zal verzetten.” “Een show die hem eindelijk de faam zal geven die hij verdient.” “Een evenement dat Vlaanderen internationale weerklank zal geven.” Te oordelen aan deze citaten, bijeengesprokkeld op de persopening, zijn de verwachtingen van de organisatoren en sponsors van de James Ensor-retrospectieve in het Museum of Modern Art in New York hoog-gespannen.

artwork_images_116789_408458_james-ensor

De tentoonstelling omvat 127 werken die vijf zalen vullen op het hoogste verdiep van het Moma. De rode draad is chronologisch maar binnen dat tijdskader zijn de werken thematisch gegroepeerd. Zo zien we in de eerste zaal de jonge Ensor zoeken naar een eigen stijl, naar een nieuwe manier om het licht weer te geven. Verder zien we hoe zijn tekentechniek, met vibrerende lijnen die de contouren vervagen, zijn schilderstijl helpt losmaken van de invloed van zijn realistische voorgangers en tijdgenoten. Zijn palet explodeert, gedempte tonen maken plaats voor felle, heldere kleuren; zijn verbeelding grijpt de macht en verbijstert de toeschouwer. Op een muur zijn Ensors zelfportretten samengebracht, andere zijn bevolkt met zijn wereld van maskers en geraamten. ensor250

Tenslotte wordt er aandacht besteed aan Ensor de satirist, de sociaal-anarchistisch geinspireerde criticus van de Belgische samenleving op het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw, waar stakingen bloedig worden onderdrukt en de machthebbers (letterlijk, in een van Ensors prenten) op de koppen van het gewone volk kakken.

“Het verhaal van Ensor wordt hier op een schitterende manier verteld”, vindt Paul Huyvenne, de directeur van het Antwerpse museum van Schone Kunsten KMSKA. “Deze tentoonstelling zal de bakens verplaatsen en de internationale belangstelling voor Ensor ongetwijfeld vergroten. Dat is goed voor ons museum, want wij hebben de grootste Ensor-collectie ter wereld. Wij zijn ook de grootste uitlener aan deze tentoonstelling.”

Naast werken uit het KMSKA hangen er vele andere die de bezoeker van de grootste Belgische musea bekend zijn. Ze hebben het gezelschap van Ensors uit musea en private collecties uit heel de wereld. Maar zijn grootste en bekendste schilderij –‘de intrede van Kristus in Brussel’, geborsteld in 1889- is er niet bij.  Ensors meesterwerk hing meer dan 30 jaar in het KMSKA toen het in 1986 werd het gekocht door het Getty-museum in Los Angeles, een met oliedollars vetgemeste prive-instelling. Die weigert het werk uit te lenen. Niet helemaal ten onrechte, volgens Herwig Todts, de Ensor-specialist van het KMSA. Het enorme doek is fragiel en bekleedt een centrale plaats in de Getty-collectie. Het vertrek van dit werk was voor de Vlaamse overheid de aanleiding om het ‘top-stukkendecreet’ in te voeren om te verhinderen dat nog meer cruciale werken in prive-bezit het land zou verlaten. Toch had de verkoop volgens Huyvenne ook een positieve kant omdat Ensors bekendheid in Amerika erdoor groeide.

James Who?

Toch is die nog altijd niet bijster groot. “Als ik vertelde waar ik mee bezig was, werd ik vaak aangestaard met lege blikken”, vertelt Anna Swinbourne, de curator van de tentoonstelling. “Mensen vroegen: ‘James Who?’ Voor vele Amerikaanse kunstminnaars is hij nog onbekend en onbemind.”

Het valt te betwijfelen of deze tentoonstelling er zonder Swinbourne gekomen zou zijn. Zij werd door het Ensor-virus gebeten toen ze, terwijl ze studeerde aan de ‘Ecole du Louvre’, Belgische musea bezocht. “Hoe meer ik zag, hoe meer ik me afvroeg waarom hij niet bij de allergrootsten werd gerekend”, zegt ze. Toen ze later curator werd bij het Moma stond een Ensor-show bovenaan haar verlanglijstje. En Moma-directeur Glenn Lowry luistert naar zijn curatoren.

Waarom was Ensor zo belangrijk? “Hij was iedereens voorloper”, zegt Swinbourne. “Ik zeg altijd: kijk naar de datum.” Ze wijst op een schilderij uit 1886 van kinderen die zich aankleden, dat normaal in het museum voor Schone Kunsten in Gent hangt. “Mensen zeggen: dit lijkt een Bonnard en dat klopt maar het is wel 10 jaar eerder geschilderd dan Bonnards gelijkaardig werk. Zo kun je doorgaan. Er zijn werken die door een Duitse expressionist zouden gemaakt kunnen zijn en andere die dada of surrealistisch lijken maar ze zijn allemaal aanzienlijk vroeger ontstaan dan die stromingen. Ook op technisch vlak was Ensor een vernieuwer. _ons003199701ill060

Hij was bijvoorbeeld een pionier in het gebruik van collage en in het aanwenden van fotografie als bron  voor zijn composities. Hij experimenteerde voortdurend.” Ze glimlacht. “Ik hou ook veel van zijn anarchistische humor”, zegt ze, “ van zijn zelfspot. Dat kunnen jullie Belgen toch goed nietwaar, met jezelf lachen?” “Niet genoeg, Anna”, zeg ik, “we hebben meer Ensors nodig”.

Maar hoe beantwoordt ze de vraag die ze zich als studente stelde: waarom is Ensor niet bekender? “Juist omdat zijn werk zo origineel en divers was dat hij niet te klasseren valt”, zegt Swinbourne. “Hij past niet in het klassieke verhaal waarin de artistieke stromingen elkaar netjes opvolgen en dus wordt hij eruit gesloten. Maar dat onvatbare vind ik juist deel van zijn appeal”.

Huyvette heeft gelijk: Swinbourne heeft Ensor op schitterende wijze gepresenteerd. De tentoonstelling kan de internationale belangstelling voor de Oostendse kunstenaar behoorlijk opkrikken, te meer omdat ze na drie maanden in New York verhuist naar het musee d’Orsay in Parijs waar ze blijft tot februari 2010. Later dat jaar, het 150ste sinds Ensors geboorte, zullen de Vlaamse musea klaar staan om van de verhoopte verhoogde belangstelling voor Ensor een graantje mee te pikken. Het KMSKA zal in de zomer van 2010 in samenwerking met BOZAR in Brussel haar volledige Ensor-collectie tonen en in het najaar plant het MSK Gent een Ensor-show.

Vlaming?

“Flanders House”, de in februari geopende pied-a-terre van de Vlaamse overheid in New York, is de voornaamste sponsor van de Ensor-tentoonstelling. Moma vroeg om een bijdrage van 200 000 euro, uiteindelijk werd het 150.000. De federale overheid deed een meer bescheiden duit in het zakje. “Deze tentoonstelling is een aanzienlijke investering, ook voor de Belgische belastingsbetaler”, merkte Herman Portocarrero, de Belgische consul in New York op.

In ruil hiervoor oogt het logo van Flanders House prominent in de cataloog en de reclame. Verder krijgt Flanders House het privilege van prive-begeleidingen te houden voor potentiele investeerders, Vlaamse economische delegaties en andere bezoekers. De hoop is dat tentoonstelling zal helpen om Vlaanderen ‘op de kaart te zetten’. Volgens Frank Verpoorten, de culturele woordvoerder van Flanders House, zou het sponsorschap ook helpen om toekomstige uitwisselingen tussen Amerikaanse en Vlaamse musea gemakkelijker te maken. Flanders House is ook van plan om een retrospectieve van de schilder Luc Tuymans te sponsoren die in september begint in Columbus en in 2010 verhuist naar San Francisco en later naar Dallas (in 2011 komt die show naar de Bozar in Brussel) alsook een tentoonstelling gewijd aan de Vlaamse renaissance-schilder Jan Gossaert, eind 2010 in het Metropolitan Museum in New York.

Maar was Ensor, wiens vader een Engelsman was en wiens voertaal Frans was, wel een Vlaming? “Ensor woonde tenslotte bijna heel zijn levengrootste deel in Oostende”, zegt Philip Fontaine, de directeur van Flanders House. “Hij was een Vlaming. Hij zette die typisch Vlaamse kunsttraditie voort van opstandige spot, donkere humor en sociale kritiek van Breughel en Bosch.”James-Ensor

Maar Ensor zelf schreef: “Vlaamse kunst bestaat niet meer:  ze is dood, echt dood.” Hij had gelijk”, zegt Herwig Todts, “na Breughel is er geen typisch Vlaamse kunst meer. Rubens was een volgeling van de Italiaan Titiaan, Ensor zelf was meer geinspireerd door de Spanjaard Goya dan door Breughel of Bosch. Ensor was geen Vlaamse kunstenaar maar niet omdat hij geen Nederlands kende –dat was niet zo ongewoon in de Vlaamse kleinburgerij in die tijd. Hij verstond wel dialect; in het VRT-archief is er nog een filmpje waarin hij een liedje zingt in plat Oostends.  Maar hij was een Europese kunstenaar, zijn werk is te situeren op een kruispunt van Europese stromingen”.

En toch. Er zijn elementen in zijn werk –de combinatie van mystiek en platvloerse pret, van grotesk en ingetogen, van navelstaren en sociale bewogenheid, van bijtende spot en hallucinatie- die de herkenbaarheidsfactor extra-groot maken voor wie net als hij uit dat absurde landje bij de noordzee komt. Nu nog zien of de Amerikanen er wild van worden.

JAMES ENSOR. Museum of Modern Art, 11 West Street in Manhattan. Van 28 juni tot 21 september. Openingsuren: van woensdag tot maandag, 10.30 u tot 17.30 u, vrijdag tot 20u, dinsdag gesloten.  Website: www.moma.org. Van 19 oktober tot 4 februari is de tentoonstelling in het Musee d’Orsay in Parijs.

foto 7 Ensor_FrightfulMusicians sm

Foto 9 Geraamtes vechtend over een pekelharing kl

Entry filed under: Uncategorized. Tags: .

MORISCO & FLAMENCO LEONARDO

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: