URANIUM & CHAOS IN CONGO

augustus 2, 2009 at 10:52 am 5 reacties

DR Congo 0
door Jef Coeck

‘People are warm, friendly, their faces overflow with smiles; seeing a foreigner, everyone wants to stop, say ” Bonjour!” and shake hands, whether on a small town’s main street or on a forest path. I’ve never seen more enthusiastic hand-shakers. At night, when the electricity works, the warm air echoes with some of Africa’s best music. There is no shortage of ordinary acts of human kindness.’

Deze hartverwarmende zinnen vormen het slot van een gruwelijk verhaal in het nieuwe nummer van The New York Review of Books. Docent journalistiek (Berkeley), publicist en polemist Adam Hochschild is onlangs twee weken door Oost-Congo gereisd. Zijn verslag is tegelijk observerend en participerend, informatief en emotioneel, onthullend zonder sensatiezucht. Aanbevolen lectuur voor Belgische ministers van Buitenlandse Zaken.

Het land Congo is voor Hochschild niet nieuw. Zijn bekendste boek gaat er grotendeels over (King Leopold’s Ghost: A Story of Greed, Terror, and Heroism in Colonial Africa – 1998). Het zorgde voor controverse en ongeloof, onder meer in België, omdat de auteur een gewaagde maar plausibele schatting levert van Leopold II’s koloniale strapatsen: 10 miljoen doden. Ook in Hochschilds nieuwe rapportage is het Belgische koloniale verleden niet ver, in afstand noch in tijd.

Bonne Qualité

Struinend door de straten van Goma wordt de reporter aangesproken door een onopvallende man, die zaken wil doen: ‘Would you like to buy uranium?’
Even schokkend als de vraag is de kennelijke alledaagsheid van het gebeuren. De verkoper beroept  er zich op dat hij klanten heeft in Zuid-Afrika, Europa en Saudi-Arabië. Zijn koopwaar is ‘getest met Geigertellers’ en ‘de bonne qualité’. Ze wordt aangeleverd in klompen van 2 kilo, veilig verpakt in een stralingsvrije container van 17 kilo. Vraagprijs: 1,5 miljoen dollar. But this is negotiable…

DR Congo map

Wat Hochschild niet meldt en wellicht ook niet wist is, dat er momenteel een verhoogde zenuwachtigheid  heerst om en rond het Congolees uranium. Wij vernemen uit goede bron, in Congo zelf, dat op 24 juli in Lubumbashi  (Katanga) twee mensenrechtenactivisten zijn opgepakt en ondervraagd door het ANR, Agence Nationale de Renseignements. Zeker een van hen zal terecht moeten staan wegens ‘ondermijning van de veiligheid en belediging van de staat’.

De misdaad van het tweetal bestaat erin dat ze Congolese autoriteiten hebben beschuldigd van steun aan ‘illegale en gevaarlijke verrichtingen in de uraniummijn van Shinkolobwe’.  Ook zou de Congolese staat ‘onder obscure omstandigheden’ een contract hebben gesloten met de Franse nucleaire groep AREVA.  

Manhattanproject
 
Het lijkt banaler dan het is. Sjoemelen met het uranium van Shinkolobwe is een oude, voornamelijk Belgische traditie. We hoeven niet eens terug te gaan tot Leopold II, zijn nazaat Leopold III heeft er veel zoniet alles mee te maken. Na het uitbreken van de oorlog in 1940 wilde de koning neutraal blijven. De regering Pierlot was het daarmee oneens en emigreerde naar Londen. Daar werden de Belgische bewindvoerders met distantie en achterdocht bejegend door de Geallieerden.

Gelukkig voor hen bezaten de Belgen iets wat met name de Amerikanen heel graag wilden hebben: een Congolese kolonie, rijk aan ertsen met zowaar een schat van een uraniummijn. Dankzij dat uranium van Shinkolobwe kon het Manhattanproject, de aanmaak van de eerste Amerikaanse atoombom, in het geheim worden opgestart en uitgevoerd.  Na de oorlog, in 1952, werd ter compensatie en/of beloning het door de VS gesponsorde en dito gestuurde SCK, Studiecentrum voor kernenergie in Mol opgericht, sommigen zeggen opgedrongen.

DR Congo 3

De bewogen geschiedenis van het Katangese plaatsje Shinkolobwe is daarmee niet ten einde. De ontginning van uranium bleef doorgaan zolang de Belgische bezetting duurde. Bij de Congolese onafhankelijkheid in 1960 werd de mijn gesloten en verzegeld. Maar Mobutu Sese Seko zou niet Mobutu Sese Seko zijn geweest, als hij niet onbeschaamd was doorgegaan met de lucratieve ertswinning – tot eigen baat wel te verstaan. Onder zijn bewind werd naar schatting ministens 25.000 ton uranium gedolven. Niemand weet waar ze terecht zijn gekomen, veel ongetwijfeld in de States, veel ook niet. De controleurs van het IAEA, het internationale atoomagentschap, hebben tot op vandaag nooit toegang tot de mijn gekregen.

SARKO-tested

Het is een publiek geheim dat in de chaos die volgde op de genocide in Rwanda (1994) en Mobutu’s dood (1997) zowat iedereen zich te goed deed aan de Congolese mineralenrijkdom. Alles, inclusief het gevaarlijke uranium, kon worden gesmokkeld, gestolen, illegaal verworven en versjacherd. In 2006 is, met verkiezingen en al, de toestand in Congo ‘gepacificeerd’ en ‘gedemocratiseerd’.  Van danaf kon dus weer de officiële ertsenhandel met bonafide ondernemingen op gang worden getrokken.

De Britse firma Brinkley sloot in 2007 een akkoord met de Congolese regering voor uraniumontginning, in Shinkolobwe en vier andere mijnen. Nauwelijks een jaar later lieten de Britten het afweten, ongetwijfeld vanwege de onzekerheid die het gevolg was van gevechten, moordpartijen, vluchtelingengolven, politieke chaos – deels veroorzaakt door de nieuwe warlord Laurent Nkunda. Die is intussen ook buiten spel gezet. En hier komen de Fransen in zicht.
Kuifje-in-Congo

AREVA noemt zich wereldleider in kernenergie. Het heeft vestigingen of vertegenwoordigers in 43 landen. In België telt het 400 werknemers in Dessel, Olen en het Waalse Dison. Afgelopen maart heeft AREVA een overeenkomst gesloten met de Democratische Republiek Congo, voor ontginning van het uranium. De termen van die overeenkomst zijn vaag. Ze werd gesloten ‘in a spirit of sustainable development that  they wish to turn into a win-win partnership to develop the country’s mining resources’. De overeenkomst was voor Frankrijk zo belangrijk dat Sarkozy er de tijd voor nam ze te bezegelen met zijn aanwezigheid in Kinsjasa.

Hall of Shame

Het was vanwege hun verzet tegen de vaagheid van de Frans-Congolese overeenkomst, dat de twee Katangese activisten zijn opgepakt. Zij hadden alle reden om AREVA te wantrouwen. Vorig jaar is immers gebleken dat de Franse firma zich weinig gelegen laat aan het heil van haar werknemers en anderen die noodgedwongen in contact komen met de uraniumontginning.  AREVA kreeg, in de rand van het Wereld Economisch Forum in Davos, de ‘Public Eye Award’ voor ‘Onverantwoord Ondernemen’. We knippen een bericht uit het Magazine MO*, van januari 2008. 

9842_Une-Areva

Areva belandt daarmee in de “Hall of Shame” van bedrijven die de liberalisering en de zwakke regelgeving in ontwikkelingslanden schaamteloos in hun eigen voordeel uitbuiten. De firma, die wordt gecontroleerd door de Franse overheid, baat in het West-Afrikaanse Niger al veertig jaar twee uraniummijnen uit.
Volgens de organiserende ngo-koepel “Erklärung von Bern” (EvB) en de milieuorganisatie “Pro Natura” springt Areva bijzonder slordig om met radioactief afval en doet het onvoldoende om zijn werknemers te waarschuwen voor de gevolgen van radioactieve straling. Tonnen afvalmateriaal liggen in open lucht opgeslagen en bestraald oud ijzer wordt ter recyclage te koop aangeboden. De arbeiders moeten hun beschermingskledij zelf thuis laten wassen.
Areva heeft in de buurt van de mijnen twee hospitalen laten bouwen en biedt de mijnwerkers en hun familie gratis gezondheidszorg. Volgens de mensenrechtenorganisatie SHERPA krijgen werknemers met kanker er vaak te horen dat ze aids, malaria of een andere zware ziekte hebben. Op die manier wil het concern voorkomen dat het de behandelingskosten voor de gevolgen van radioactieve straling moet overnemen.
Lokale en internationale hulporganisaties dringen volgens de EvB al tien jaar vruchteloos aan op onafhankelijke metingen van de radioactiviteit op de mijnterreinen. Ze vrezen ook dat wanneer de uraniumvoorraden binnen tien jaar uitgeput zijn, Areva zijn koffers zal pakken en de bevolking met een nucleaire kater zal laten zitten. Dat gebeurde eerder al met een mijn in Gabon die Areva in 1999 heeft gesloten.”
 

De sluiting van de Nigerse mijnen kan moeiteloos door de Congolees-Franse deal worden opgevangen. AREVA weet haar productie verzekerd.

Failed State

Van Niger weer naar Congo, bij Adam Hochschild, juni 2009. We zullen ervan uitgaan dat hij geen uranium heeft gekocht van de onbekende smokkelaar in de straten van Goma. Maar is het mogelijk? Is er zwart uranium op de markt?

Dat is op zijn zachtst gezegd een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Al in maart 2007 meldden Britse bronnen, waaronder de BBC en Reuters, dat ‘een grote hoeveelheid uranium’ in de loop van de jongste jaren verdwenen was uit de daartoe bestemde centrale opslagplaats in de hoofdstad Kinshasa. Er was sprake van een 100-tal staven. Vast staat dat de directeur van de Congolese Commissie voor Atoomenergie, professor Fortunat Lumu, samen met een medewerker gearresteerd zijn op beschuldiging van uraniumsmokkel.

Sedertdien is van hen niets meer vernomen. Evenmin van het verdwenen uranium. Noch van de twee Katangese activisten. Des te meer van de weer oplaaiende oorlogschaos in onder meer de Kivu-provincies, aan de grens met Rwanda.

Hochschilds bericht over het uraniumaanbod is maar een klein intermezzo in het grote verhaal over toenemend geweld – ja, het kon dus nog toenemen – waarvoor de wereld en de Amerikanen van langsom minder de ogen kunnen sluiten. Een paar getuigenissen over verkrachting en moord doen zelfs gestaalde Congo-kenners het gebeente verkillen.

Ook na de uitschakeling van hier en daar een militie of een warlord blijken er meer dan voldoende vechtende partijen over te blijven, die in wisselende coalities en in snel tempo de bevolking van ‘the world’s largest failed state’ even deskundig als wreed decimeren.

Massamoord

Niet dat het aan buitenlandse hulporganisaties ontbreekt. In een stad als Goma struikel je over de SUV’s met de meest uiteenlopende logo’s plus sticker ‘NO ARMS/PAS D’ARMES’. Ook aan gewapende intervenianten is ogenschijnlijk geen gebrek. De Verenigde Naties hebben in Congo 17.000 blauwhelmen, –mutsen, -petten en –tulbanden. Ze zijn aanzienlijk beter uitgerust dan het Congolese leger maar feitelijk machteloos in de immense chaos.

DR Congo 1

Het vereiste aantal om enigszins efficiënt te kunnen optreden? ‘250.000’, schat een UN-official. ‘Het grootste probleem-op-zich is het Congolese leger zelf, dat bestaat uit 125.000 slecht opgeleide manschappen.’ Ze terroriseren, plunderen en verkrachten, worden onderbetaald, deserteren, of lopen over naar een van de etnische legers.

De FARDC, het officiële leger, is op dit moment vooral in Zuid-Kivu in zware gevechten gewikkeld met rivaliserende, voornamelijk Rwandese milities, die geacht worden hun wapens in te leveren. Deze Operatie Kimya II treft zoals gewoonlijk vooral de burgerbevolking. De schaarse berichten uit de streek zijn verontrustend – what’s in a word. Een Congolese waarnemer in Bukavu rapporteerde recentelijk ten behoeve van een buitenlandse artsenorganisatie:
‘A l’horizon se profile le danger d’un éclatement de l’armée nationale en plusieurs factions, car une partie de l’armée mal supporte la présence d’éléments étrangers, rwandais et ougandais, dans ses rangs. C’est ainsi qu’elle pourrait se désolidariser et se rattacher même aux FDLR et aux autres groupes armés. Ce serait alors une guerre totale. La paix n’est pas pour bientôt au Kivu.’

Zoals gezegd, in Congo lijkt het altijd nog erger te kunnen. Ook de onthullingen. Een overlevende van een massamoord in 2002 beschrijft de bloedige details aan Hochschild. Een etnische militie vermoordde uit pure balorigheid in één nacht de patiënten en omwonenden van een ziekenhuis. Drieduizend doden. So many people were killed at Nyankunde hospital alone that there was no time to dig graves; the bodies had to be thrown in pit latrines.’

NAD08004D2942

Wel zo verontrustend is de volgende zin. ‘The commander of the allied militia force involved in the attack was not on the scene, but in close communication by radio, well aware of what his troops were doing. Following one of the incorporate-the-warlords peace agreements, he became Congo’s foreign minister. He is still in the cabinet today, in another position.

NOTE (jc):
According to reliable Congo-watchers in Brussels the person meant by AH is most likely to be Antipas Mbusa Nyamwisi, foreign minister in the Congolese Government led by Antoine Gizenga (December 2006 till October 2008) and nowadays minister of the infrastructure (“la décentralisation et l’aménagement du territoire”).

 

 

 

*de reportage ‘Rape of the Congo’ van Adam Hochschild in NYRB leest u hier:
http://www.nybooks.com/articles/22956
*het Mondiale Magazine MO* over Congo:
http://www.mo.be/index.php?id=183

Entry filed under: Afrika, Ekonomie, Media, Milieu, oorlog, Politiek Belgie. Tags: , , , , , , , .

Wij surfen voor u SOME BIRTHDAY, LITTLE BOY

5 reacties Add your own

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: