DETROIT IS DOOD, LEVE DETROIT

augustus 12, 2009 at 6:03 am 2 reacties

Zicht van op het dak van een vervallen autofabriek; downtown Detroit in de verte

Zicht van op het dak van een vervallen autofabriek; downtown Detroit in de verte

Op zoek naar een post-industriele toekomst

(De volledige versie. Tekst en foto’s: Tom Ronse)

Haar naam mag dan in heel de wereld nog synoniem zijn voor de Amerikaanse  auto-industrie, in Detroit zal weldra geen enkele auto meer gemaakt worden. De reorganisatie, volgend op het bankroet van GM en Chrysler, luidt de doodsklok voor het weinige dat nog overschiet van het gigantische industriele complex dat Detroit was. De stad is nu post-industrieel en oogt post-apocalyptisch. De bodem is bereikt. Nu wordt het boeiend.

Van op het dak van het Michigan Central Station kunnen we heel Detroit zien en dat is veel: dit is de vierde grootste stad van de VS. In oppervlakte toch. Qua bevolking was ze dat een halve eeuw geleden ook maar nu staat ze zelfs niet meer in de top tien. Ze is onherkenbaar veranderd. Het landschap dat voor ons in de ochtendzon baadt lijkt haast bucolisch. Kerktorens alom. Uitgestrekte grasvelden. Hier en daar bosjes. Meer dan een derde van de stad –honderd vierkante kilometers- is door de natuur heroverd. De pastorale illusie werkt natuurlijk enkel als je wegkijkt van de wolkenkrabbers en fabrieken. Zoals het enorme complex links van ons, Fords River Rouge-fabriek, net buiten de stadsgrens. Ze is meer dan twee keer zo groot als New Yorks Central Park maar slechts een fractie ervan wordt nog gebruikt. Hetzelfde is waar voor de wolkenkrabbers. Vannacht zal in vele van hen geen licht branden. Er is een stuk van downtown Detroit dat ‘skyscraper’s graveyard’ wordt genoemd.

1 detroit station klein

Michigan Central Train Station

Het gebouw waarop we staan werd ooit beschouwd als een van de mooiste stations ter wereld. Het werd in 1913 gebouwd door dezelfde architecten die New Yorks Grand Central Station ontwierpen. In 1988 werd het gesloten wegens niet meer rendabel. Detroit moet het sindsdien zonder passagierstreinen stellen. We drongen er binnen via een gat in de afsluiting. Na een trek door de pikduistere kelderverdiepingen stonden we onder de marmeren bogen van de op Romeinse baden geinspireerde inkomhal. Vroeger passeerden hier jaarlijks miljoenen reizigers. Vandaag rest er slechts een ruine, overwoekerd met graffiti. De hartbrekende schoonheid van ruines is wat een van ons, de kunstfotograaf Andrew Moore, naar plaatsen als deze lokt. Hij werkt aan een boek over Detroit. Onze gidsen zijn twee Europese inwijkelingen, hij Servier en zij Duits. Ze hebben elk een baan maar besteden al hun vrije tijd aan het exploreren en fotograferen van Detroits ruines. Ze zijn niet de enigen met die obsessie. Google “Detroit ruins”  en je krijgt een idee hoe populair ‘urban exploring’ hier wordt. Maar al groeit hun aantal, de urban explorers en sociale toeristen lopen elkaar niet in de weg. Detroit heeft ruim 60.000  leegstaande vervallen gebouwen, plaats genoeg dus voor iedereen. Natuurlijk kom je in de ‘greatest hits’ zoals dit station soms andere bezoekers tegen. “Je kan er ook minder leuk volk tegen het lijf lopen”, vertelt Dan, onze gids. De thuislozen die in lege gebouwen een onderkomen zoeken storen hem niet. De occasionele junkie of prostituée evenmin. Maar hij is beducht voor de  ‘scrappers’ –de plunderaars die alles wat verkocht kan worden naar buiten sleuren en geen pottenkijkers willen en voor gangs zoals de Survival Crackers die in lege gebouwen samenkomen om dronken en high te worden en dan zo veel mogelijk te vernielen.  En voor wilde honden. Dan wijst op zijn halve meter-lange zaklamp. “Die heb ik al als knuppel moeten gebruiken”, zegt hij.

De inkomhal van het station

De inkomhal van het station

In het station is er niets meer te vernielen. Op weg naar boven zagen we op elke van de 20 verdiepingen een complete puinhoop. Alsof er in elk lokaal op leven en dood werd gevochten. Geen wonder dat het uitzicht van op het dak zo vredig lijkt.

Stel je Rome voor, na de val. De bewoners die nog konden, zijn met hun hebben en houden weg gevlucht. Hun opulente villa’s staan leeg. Vele huizen zijn afgebrand. De eens zo rijke stad is kaal geplunderd. Tussen de ruines van de paleizen en openbare gebouwen groeit het onkruid manshoog. Te midden van al die ellende trachten de overlevenden te overleven. Zich een nieuw Rome in te beelden. Verplaats dit beeld naar de vroege 21ste eeuw en je hebt, mutatis mutandis, Detroit.

Drie eeuwen geleden was er hier enkel woudland en prairie en een houten fort –‘Fort Pontchartrain du Détroit- waar  Franse kolonisten een winstgevende handel voerden met indianen in beverpelsen. Als je die drie eeuwen zou kunnen samenballen in een time lapse-film dan zou je eerst de mensen zien toestromen –aanvankelijk traag, dan steeds sneller- en de natuur zien terugtrekken, plaats maken voor beton en cement. Maar in het laatste stuk zou het lijken alsof de film versneld wordt terug gedraaid: de mensen vluchten weg, gebouwen verdwijnen, de prairies keren terug. Sedert de ondergang van de Maya-steden in centraal-Amerika heeft dit continent geen transformatie gekend als Detroit.

Wat je in die film regelmatig zou zien, zijn rassenrellen. Al van in het prille begin was Detroit een ruige plaats, waar hard gebakkeleid werd tussen blanken en indianen. Zwarten werden er het mikpunt van zodra ze er toekwamen (the Detroit Race Riot van 1863). Vandaag zijn de kaarten herschud maar het raciaal conflict is nooit verdwenen. Het uit zich nu vooral in een koude oorlog tussen een zwarte stad en de voornamelijk blanke voorsteden die haar omringen.

Branden zouden een andere constante zijn in onze film. Al in 1805 brandde de hele stad plat. Ook vandaag kom je in Detroit om de haverklap een zwartgeblakerde ruine tegen. Een Detroitse brandweerman moet twee keer zo vaak blussen als zijn collega in New York. Zelfs de stadsspreuk, gebeiteld in een bombastisch monument in het hart van downtown, verwijst naar Detroits ontvlambaarheid: Speramus meliora; resurget cineribus, of: ‘we hopen op beter, het zal verrijzen uit de asse”.

Uitgebrand flatgebouw met in voorgrond community garden Birdland

Uitgebrand flatgebouw met in voorgrond community garden Birdland

Detroit was een middelgrote stad met een kwart miljoen inwoners toen de twintigste eeuw aanbrak en de auto-industrie uit de startblokken schoot. In het volgende kwart-eeuw groeide de stad aan een razend tempo. In een mum van tijd waren er meer dan 200 auto-fabrieken en -fabriekjes. Eerst Ford, dan alle andere groten (GM, Chrysler, American Motors) vestigden er hun hoofdkwartier. Ford was de uitvinder van de lopende band. De fabriek waarin die voor het eerst werd gebruikt, staat er nog steeds. Het gebouw zou een museum moeten zijn maar het staat er maar te vervallen. Een deel wordt nog gebruikt als pakhuis. Voor de fabriek staat een bord dat vertelt: “Hier in de Highland Park-fabriek lanceerde Ford in 1913 de massa-productie van auto’s op een bewegende assemblageband. Tegen 1915 waren er een miljoen Model-T’s geproduceerd.In 1925 werden er 9000 Model-T’s per dag gemaakt. Van hier uit verspreidde de massa-productie zich naar alle fasen van de Amerikaanse industrie en zette het patroon van overvloed van het leven in de twintigste eeuw.” Als ik een filmcamera bijhad dan zou ik na een close-up van dit bord uitzoomen zodat je de omgeving zou zien: de morsige straat, de eenzame voetganger, de dakloze in een portiek, de lege huizen…Highland Park is een van de meest vervallen stukken van Detroit.

Highland Park Police Headquarters

Highland Park Police Headquarters

Theoretisch is ze er geen deel van want de enclave werd in 1918 een afzonderlijke gemeente, zodat Ford op zijn fabriek geen belasting hoefde te betalen aan de stad. In 2001 ging Highland Park bankroet en kwam het onder voogdij van de staat Michigan. Gemeentelijke diensten bestaan er niet meer. Scholen, bibliotheken, zelfs het politiekantoor en de brandweerkazerne zijn er gesloten en gevandaliseerd. In het grondig geplunderde politiegebouw kon ik zo binnen wandelen. De dossiers, waaronder een over een seriemoordenaar, waren uitgestrooid over de beslijkte vloer.

In het tweede kwartaal van de twintigste eeuw werd de Highland Park-fabriek Ford te klein en hij bouwde zich een nieuwe, net buiten de stadsgrens in Dearborn. De River Rouge-fabriek was de grootste ter wereld. Er werkten meer dan 100.000 arbeiders. Het complex belichaamde Fords visie van verticale integratie. IJzererts en andere grondstoffen kwamen er toe, afgewerkte wagens kwamen er uit. Het was een model voor heel de wereld. In opdracht van Fords zoon Edsel vereeuwigde Diego Rivera in 1932 het productieproces van River Rouge in een serie muurschilderingen die nog steeds te bewonderen zijn in Detroits Institute of Arts, een mooi museum in een van de zeldzame wijken waar Detroit nog min of meer een normale stad lijkt.

Rivera River Rouge fresco detail

Rivera River Rouge fresco detail

Rivera vond de frescos het beste wat hij ooit geschilderd had. Het is een merkwaardig meesterwerk, voor verschillende interpretaties vatbaar. Je kunt er een loflied op de massa-productie in zien maar ook een kritiek op de robotisering van de arbeider. Rivera schilderde een industriele spijsvertering, waarin de machine centraal staat en de mens herleid is tot subsidiair orgaan, die een eindeloze stroom zwarte Fords uitschijt.

Intussen was de depressie begonnen. Terwijl Rivera schilderde, hielden werklozen een ‘hongermars’ naar River Rouge die door de politie werd uiteengeschoten. Maar met repressie alleen lukte het niet. Ford en de andere autobazen leerden samenwerken met de vakbond. De  tweede wereldoorlog haalde Detroit uit het slop. ‘Motor City’ kreeg een nieuwe bijnaam: ‘the arsenal of democracy’. De autoproductie werd volledig stopgezet en de fabrieken produceerden tanks, jeeps en bommenwerpers aan een razend tempo (ook dat had Rivera profetisch in zijn fresco verwerkt). De River Rouge-fabriek produceerde 600 B-42 bommenwerpers per maand. Zo snel konden de Duitsers ze niet neerschieten. Er waren handen tekort zodat vrouwen en zwarten  massaal aan de slag konden. De zwarte bevolking van Detroit was gestadig gegroeid sinds in 1910 ‘the great migration’ begon, de trek naar het noorden van zwarten die door de mechanisering van de landbouw in het zuiden ontworteld werden. Maar in 1940-1950 verdubbelde ze. De expansie van hun ghetto’s ging natuurlijk gepaard met raciale conflicten.

Halverwege de 20ste eeuw was Detroit een welvarende metropool met bijna 2 miljoen inwoners. Een editoriaal in de Detroit Free Press stelde: “Heel de wereld praat over Detroit..uit alle landen komen mensen naar hier op zoek naar kennis en inspiratie. Detroit wordt geprezen als “de dynamische stad”, “de wonderstad”. En inderdaad, de vele luxe-hotels downtown deden gouden zaken. Toch was het zaad van het verval al geworpen. De oorzaak van Detroits sukses en ondergang was dezelfde: de auto. De oorlog was nog niet afgelopen toen de stad, op aandringen van de auto-industrie, werd uiteengereten door nieuwe autowegen. De auto-arbeiders verdienden nu genoeg om zelf een wagen te bezitten en met de nieuwe wegen konden ze in een mum van tijd na hun werk de vuile, overbevolkte stad uit. Naar een nieuw huis in een groene omgeving, gesubsidieerd door de federale regering. Ruim 98% van die subsidies ging naar blanken. Het platteland rond Detroit veranderde in een kring van blanke voorsteden. Dat was goed voor de auto-industrie, het was goed voor de vastgoedsector, het was goed voor de bouwnijverheid. Zoals Charles Wilson, de ceo van GM, het befaamd verwoordde: “What’s good for the country is good for GM and vice versa”. Tussen haakjes: (hij zei dit in de senaat, tijdens zijn confirmatie als minister van Defensie. Zijn opvolger in die functie was Robert MacNamara, de ceo van Ford en de architect van de Vietnam-escalatie die goed bleek voor de auto-industrie maar niet zo goed voor Amerika).

Tussen 1950 en 1960 verliet een half miljoen blanke Detroiters de stad. De uittocht werd een paniekvlucht na de rellen van 1967 waarin 43 mensen omkwamen en meer dan 2000 gebouwen afbrandden. Het geweld was, eens te meer, uitgelokt door politiebrutaliteit in een armenbuurt. Hoewel het niet tegen blanken gericht was, werd het wel zo voorgesteld in de media. In 1960 was nog 70% van de stad blank. Vijf jaar na de rellen was er een zwarte meerderheid die voor het eerst een zwarte burgemeester aan het bewind bracht. Coleman Young bleef aan de macht tot in 1993. De raciale discriminatie in de stadsdiensten verdween. Detroit werd de zwartste stad van het land, met een brede zwarte middenklasse. Een zwart cultuurcentrum met de Motown sound als bekendste export-product. Maar de stad werd steeds armer. Steeds meer bedrijven verhuisden op hun beurt naar de voorsteden. De winkels volgden. Geen enkele grootwarenhuisketen wou nog in Detroit blijven. Reagans sociale bezuinigingen en de invasie van crack-cocaine versnelden de afgang.  Gangs namen bezit van de straten. De misdaad steeg pijlsnel. Detroit werd de “Murder Capital”, de gevaarlijkste stad van het land. Ze heeft nog steeds het landelijk record van onopgeloste moorden (meer dan 10.000). De politie, onderbemand en onderbetaald, werd steeds corrupter. Ze ontpopte zich als een van de grootste wapenhandelaars van het land. Op ‘Devil’s Night’, de nacht voor Halloween, vierden jongeren uit de armenbuurten hun onmacht met een orgie van brandstichting. De traditie begon in 1983, toen meer dan 800 gebouwen in de fik werden gezet. In latere jaren kwamen er toeristen op af met camera’s en walkie-talkies.

12. Speelgoed tussen huisvuil bij vervallen fabriek klein

Tegenwoordig is Devil’s Night de veiligste nacht van heel het jaar”, zei een brandweerman me. In de laatste werden er slechts 65 gebouwen in brand gestoken. Alleen in Detroit wordt zo’n cijfer als een succes beschouwd. Maar ook in de rest van het jaar is het aantal moedwillige brandstichtingen gedaald. Hetzelfde geld voor moord en ander geweld. Inbraken zijn nog steeds een plaag maar de spanning lijkt weggeebd.  De recente inwijkelingen die ik ontmoet, waaronder verschillende jonge Europeanen, zeggen me allen dat ze zich veilig voelen in de stad, dag en nacht. De recente uitwijkelingen vertellen een ander verhaal. Voor hen die de helse jaren ’80 en ’90 hebben meegemaakt blijft de stad afschuw en angst inboezemen. Tijdens die decennia vluchtten niet alleen blanken, ook vele zwarten weken uit naar de voorsteden. Vandaag heeft Detroit nog 820.000 inwoners. Elke maand verhuizen gemiddeld 1000 mensen de stad uit.

Je voelt hun afwezigheid. Kuierend door de straten, met hun brede lege voetpaden en hun zes baanvakken zonder auto’s, denk je voortdurend: waar is iedereen?  Het is een vreemd gevoel, vooral in het centrum na de kantooruren. De stad is er nog maar de mensen zijn weg. Als na een oorlog. Misschien is het daarom dat diegenen die je er toch ontmoet zo vriendelijk zijn. Zelfs de bedelaar aan wie ik zeg dat ik geen geld op zak heb, geeft me een brede glimlach. “That’s allright, I don’t have any either!”

Woodward Avenue, de hoofdstraat van Detroit, tijdens de spits

Woodward Avenue, de hoofdstraat van Detroit, tijdens de spits

De spanning heeft plaats gemaakt voor gelatenheid. Niemand verwacht nog een ommekeer.

Het blijft slecht nieuws regenen. De stadsbegroting heeft een tekort van 200 miljoen dollar, die van de staat Michigan 1,8 miljard dollar. Dat noopt tot harde bezuinigingen. Net als in pakweg Californie met het verschil dat er in Detroit geen vet meer weg te snijden is. Het mes gaat tot in het been. Sinds 2005 zijn al 67 scholen gesloten. Het stadsonderwijs heeft geen lesmateriaal meer gekocht sinds 17 jaar. Minder dan een kwart van de leerlingen voltooit het middelbaar onderwijs. Bijna de helft van de bevolking is functioneel analfabeet. De brandweer werkt met verouderd materiaal. De pompiers moeten hun eigen WC-papier en zeep kopen. Al zijn de brandstichtingen gedaald, toch moeten ze nog vaak uitrukken. Tienduizenden thuislozen  zoeken onderdak in de leegstaande gebouwen en stoken er vuurtjes om te koken en zich te verwarmen. Dat loopt wel eens uit de hand. Vaak branden dezelfde gebouwen opnieuw en opnieuw omdat de stad geen geld heeft om ze af te breken. Dus blijven de ruines staan. Detroit oogt meer en meer als een modern Pompei.

4 vervallen autofabriek klein

Sommige steden zoals New York die in de jaren ’70 en ’80 ook snel verarmden hebben zich herpakt door zich om te toveren in post-industriele steden, met een economie gebaseerd op financien, software, media, toerisme en andere diensten. Maar voor Detroit lijkt zo’n transformatie onmogelijk. Daarvoor was haar economie te veel een monocultuur en is er te veel kapitaal weg gevlucht. Iedereen die ik in Detroit ontmoet verwacht dat de uittocht en het stedelijk verval zullen verder gaan. Als Detroit zal heropleven, dan zal dat op een andere manier moeten gebeuren dan in New York.  Er zijn veel plannen en dromen. Er zijn sprankeltjes hoop.

Sommigen dromen zich een nieuw Hollywood. En waarom niet? Wandelend door de stad heb je vaak het gevoel op een filmset te zijn die wacht op acteurs en camera’s.  “Hier vind je alles, zegt Tena Constas, een location scout voor film- en tv-producties, “stad, platteland en met de grote meren vlakbij kun je zelfs zeescenes filmen.” Er zijn buurten die kunnen doorgaan voor New York of Chicago maar dan zonder de mensen, wat ideaal is voor filmopnames.  Alles is goedkoper in Detroit. Vooral arbeid. De werkloosheid bedraagt er officieel 22% maar het reele cijfer  zou meer dan 30% bedragen. Michigan geeft 42% belastingsvermindering aan producties die locaal aanwerven en organiseert training in decorbouwen en verlichting voor werkloze bouwvakkers en electriekers.  In 2007 gaf de film-industrie 4 miljoen dollar uit in Michigan. Verwacht wordt dat ze er dit jaar 400 miljoen zal uitgeven, vooral in Detroit. Dat is aardig. Een welkome druppel maar niet genoeg om de plaat af te koelen.

Maar wat is er nog, nu zelfs de casino’s waarvan burgemeester Young hoopte dat ze Detroits melkkoeien zouden worden verliezen maken?  In New York waren de pioniers van de heropleving van vervallen buurten vaak kunstenaars. “Hun rol bestaat er in”, zei de toenmalige burgemeester Ed Koch, “om buurten zo aantrekkelijk te maken dat ze er zelf niet kunnen blijven”. Dat is wat er gebeurde in Soho en Chelsea maar in Detroit is de ineenstorting van de huizenmarkt zo totaal dat de kunstenaars geen risico lopen van door prijsstijgingen te worden verdreven. Goedkope ruimte heeft Detroit zat. De modale prijs waaraan huizen er tegenwoordig verkocht worden is 7500 dollar maar je vindt er ook voor veel minder. Deze lente werd er zelfs een voor 1 dollar verkocht. De belangstelling groeit. De aanwezigheid van de eerste pioniers trekt andere kunstenaars aan. Hier en daar onstaat een sneeuwbaleffect en wordt hun impact voelbaar.  “Het is niet alleen de goedkope ruimte die hen aantrekt”, zegt Corinne Vermeulen, een Nederlandse  kunstfotografe die sinds 2001 in Detroit woont en werkt, “de stad is ook een geweldige inspiratiebron.” Sommigen gebruiken de stad zelf als hun canvas.  In Heidelberg Street hebben de werken van twee kunstenaars,  Tyree Guyton en Tim Burke, de hele straat ingepalmd, leegstaande huizen inbegrepen. Scott Hocking gebruikt vervallen fabriekshallen als decor voor zijn installaties.  “Er heerst hier een soort anarchie”, zegt Vermeulen, “dit is het wilde westen, je kan ongeveer alles doen. Daar staat tegenover dat je op geen hulp kunt rekenen. Net het omgekeerde van Nederland.” Misschien omdat het zo anders dan thuis is, zijn er opvallend veel Nederlanders betrokken in de nieuwe kunstscene in Detroit. Zoals Joost Janmaat en Christian Ernsten van de groep ‘Partizan Publik’ en Femke Lutgerink die medestichters zijn van het internationaal collectief  “Detroit Unreal Estate Agency” (een woordspeling op ‘real estate’, vastgoed). Deze groep, waarvan naast kunstenaars ook architecten en stadsplanners deel uitmaken, is geinteresseerd in de nieuwe samenlevingsvormen die in de ‘post-apocalyptische’ stad ontstaan. Ze documenteert het proces en participeert erin met kunstprojecten.

Een lLeegstaand huis bewerkt door kunstenaar Tyree Guyton

Een leegstaand huis bewerkt door kunstenaar Tyree Guyton

Tom Parish, een kunstschilder die lang woonde en werkte in de Book Tower, een prachtige art deco-wolkenkrabber downtown die nu ook leegstaat, is sceptisch over de groeikansen van Detroit als kunstcentrum. “Er is geen locale markt die het kan ondersteunen”, zegt hij. “Elke kunstenaar die ik ken heeft een tweede baan, tenzij ze hun werk elders kunnen verkopen.” Monkelend voegt hij er aan toe: “Dat houdt hen eerlijk. Ze maken geen kunst om hun publiek te bevallen want er is geen publiek”. Corinne Vermeulen beaamt dat het niet makkelijk is om in Detroit aan de kost te komen. “Zeker in het huidige economisch klimaat. Ik heb me het laatste jaar vaak afgevraagd: hoe lang zal het me nog lukken? Maar nu heb ik een beurs gekregen waarmee ik weer een jaar verder kan.”

Fietsen is een genot in Detroit omdat er zo weinig auto’s zijn en het stadslandschap zo gevarieerd is. “In de zomer is het hier een echte jungle”, zegt Corinne die in haar eerste jaren in de stad geen auto had en dus heel wat afgepeddeld heeft.  Ze heeft nooit schrik gehad, behalve enkele keren van wilde honden. De rit is nooit eentonig. Stadsbuurten wisselen af met prairie; tussen de ruines staan tuintjes en hier en daar een boerderijtje. Zoals dat van 31-jarige Greg Willerer die net zijn groenten aan het begieten is als we passeren. Trots leidt hij ons rond in zijn piepkleine ‘urban farm’. Voor een rij mesclun-sla krijg ik 100 dollar”, zegt hij, “ik verkoop ze aan de beste restaurants van Detroit.” We zetten ons in de zon voor een van de serres die Greg heeft gemaakt met plastic en metalen buizen. Links van ons torent het MotorCity Casino boven de boomtoppen.

21. Stadsboer Greg 2 klein

Stadsboer Greg

“Met mijn rug naar het casino beeld ik me in dat ik op het platteland ben”, zegt Greg. Dat is niet moeilijk. Vogels kwetteren, bijen zoemen, een kip kakelt. Bloeiende rozen en diep groen alom. De geur van vers gespitte aarde. “De grond is hier heel vruchtbaar”, zegt Greg, “Dat wisten de Fransen al.” We kijken uit op grasland dat hele straatblokken in beslag neemt. “Vijftien jaar geleden stonden de huizen hier nog zij aan zij”, vertelt Greg.  In een van de houten huisjes die nog overschieten, gaat de voordeur open. Een klein meisje komt naar buiten en huppelt door een wei. Het gras is zo hoog dat enkel haar blonde krulletjes er boven uit dansen.

Maar de verdwenen huizen hebben een onzichtbaar spoor achtergelaten. Er zit gif in de grond, vooral lood. Greg moest nieuwe grond aanvoeren, die hij mengde met plantaardige afval van een brouwerij. Ook kweekte hij zonnebloemen en mais die het gif uit de grond zuigen. Zo daalde het loodgehalte van zijn grond tot ver onder de milieuwet-norm. Maar vervuiling blijft een groot probleem voor de urban farmers. Ze is het ergst rond de oude fabrieken. Daar zijn de ‘brownfields’, waar zelfs geen onkruid groeit. Greg kweekt alles biologisch, zonder pesticiden. De meeste stadsboeren in Detroit doen dat volgens hem. Hij participeert enthousiast in het “Garden Resources Program” dat in 2003 werd opgestart door een coalitie van locale groepen en de landbouwfaculteit van de universiteit van Michigan. “We betalen 10 dollar lidgeld per jaar maar we krijgen er veel voor in ruil: gratis zaad, gebruik van gereedschap en lessen.” Het programma heeft acht steunpunten, verspreid over de stad, waar de stadsboeren samenkomen en met raad en daad worden bijgestaan. De leden zijn van alle klassen en rassen. Er zijn ruim 800 deelnemers aan het programma,  waaronder 170  collectieve community gardens en 40 scholen.Vorig jaar produceerden ze samen 164 ton voedsel. Er zijn nog vele andere organisaties van stadsboeren in Detroit. Zoals ‘Urban Farming’, in 2005 gesticht door soulzangeres Taja Sevelle. De cooperatieve groep bebouwt nu al 500 terreinen van gemiddeld 100 vierkante meter groot. De partners nemen wat ze nodig hebben en de rest van de oogst gaat naar de armen. Financier John Hantz  ruikt winst in het stadsboeren. Zijn bedrijf  heeft ruim 28 hectaren lege terreinen aan de oostkant van Detroit opgekocht. Als het stadsbestuur zoals verwacht zijn zegen zal geven, wil hij vanaf volgend jaar de grootste stadsboerderij ter wereld opstarten. Hij belooft wind- en zonne-energie te gebruiken, honderden arbeidsplaatsen te creeren en de locale boeren en tuinders te helpen.

Kinderen spelen voor hun uitgebrand huis

Kinderen spelen voor hun uitgebrand huis

De groei van urban farming in Detroit is spectaculair maar volgens Greg nog niet genoeg. “Te veel mensen hier blijven passief wachten op hulp van buitenaf”, klaagt hij, “maar niemand zal Detroit ter hulp komen. Detroit na de auto-industrie is zoals Cuba na het vertrek van de Russen. We kunnen alleen op onszelf rekenen.” Hij hoopt dat Detroit een experiment wordt waar de hele wereld van zal leren. “Vroeg of laat is de olie op en zullen de steden moeten leren om zichzelf te bedruipen”, meent hij. Ik ontmoet nog verschillende inwijkelingen die er net zo over denken. Zoals Jody, een jonge lerares uit Colorado. “Er is geen stad ter wereld waar urban farming zo snel groeit als in Detroit”, zegt ze. “Uit heel het land komen mensen zoals ik naar hier om er aan deel te nemen. Detroit is de stad van de toekomst.”

Greg is alvast optimistisch wat zijn eigen toekomst betreft. Hij heeft zijn baan –leraar Engels- opgegeven om zich voltijds op het boeren te storten. Hij droomt van een modelboerderij, waar andere Detroiters de stiel komen leren. Volgend jaar wilt hij een leegstaand terrein aan de overkant van de straat in gebruik nemen (de stad die alle lege terreinen erft, laat dat toe maar behoudt zich het recht voor  om het weer af te pakken mocht er een koper opdagen) en twee mensen in dienst nemen. Al is zijn boerderij dan nog maar een halve hectare groot, Greg twijfelt niet aan zijn succes. Ik specialiseer me in exotische sla”, zegt hij. “Mizuna, rode zuring, dat soort dingen. Daar is een groeiende vraag naar.”

14. speeltuin en lege flatgebouwen kleinWe nemen afscheid van Greg en fietsen verder. We passeren langs een boerderij die wordt uitgebaat door een school voor meisjes die zwanger zijn of al een kind hebben.  Het doel is om de jonge moeders via de boerenstiel te leren op eigen benen te staan. Een paard en enkele geitjes komen nieuwsgierig op ons af. Hun weide ligt tussen een appelboomgaard en een groentetuin. Een rode houten stal die de leerlingen zelf  bouwden, lijkt zo verhuisd van de Amerikaanse buiten. Later rijden we in de late-namiddagzon door een lege straat. Er staan enkele prachtige villa’s, al even doods als hun buren. Enkele huizen hebben geen daken meer en roet-omrande ramen. Er passeren geen auto’s. Er is niemand te zien. Of toch, daar is een man die in een tuintje naast een flatgebouw aan het spitten is. Het gebouw staat leeg, slechts in één flat zijn de ramen nog intact. Er hangen gordijnen voor. De voordeur staat open. In de hal staan een fiets en een paar schoenen. Woont de tuinier hier? En zo ja, hoe overleeft hij de bitterkoude winter? We willen het hem vragen maar hij is zo opgeslorpt door zijn werk dat we hem liever niet storen. We kijken naar hem terwijl hij de zwarte aarde omwoelt en vragen ons af of we naar de stad van de toekomst staren.

10 vervallen fabriek klein

9 vervallen fabriek klein

Een school in Highland Park

Een school in Highland Park

15 lege flatgebouwen klein

20. Stadsboer Greg klein

Entry filed under: Ekonomie, Samenleving, VS. Tags: , , .

Wij surfen voor u (2) KAREL VAN MIERT ZEI (2):

2 reacties Add your own

  • 1. MicheVan Tricht  |  augustus 12, 2009 om 10:00 am

    Heartbreaking in alle betekenissen !

    Beantwoorden
  • 2. Dirk Jumpertz  |  maart 14, 2010 om 11:27 am

    Hallucinant om dit te lezen over het Amerika van de XXIste Eeuw.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: