HET ISLAMDEBAT continued

oktober 8, 2009 at 2:08 pm 3 reacties

islamisme 2
Islamofobie

door Sami Zemni

 

Islamofobie is een term die amper een tweetal decennia oud is. Hij werd voor het eerst gebruikt door moslims in verschillende internationale organisaties die een groeiend racisme (vermeend of niet) ten aanzien van moslims aan de kaak wilden stellen. In 1997 sijpelde de term stilaan het Europese publieke debat binnen door de publicatie van het gezaghebbende rapport van de Britse Runnymede Trust Islamophobia: A Challenge for Us All. De term werd pas echt bekend in het kielzog van de in 2001 in Durban georganiseerde wereldconferentie over racisme. De discussies en resoluties van deze conferentie werden op voorhand gediscrediteerd door Israël en de VS omdat de conferentie een anti-Israëlfestival zou zijn (terwijl het vooral het zionisme was dat ter discussie stond). Volgens hen had de conferentie geen morele legitimiteit aangezien die ‘gekaapt’ werd door Palestijnen, Arabieren of moslims. Nog voordat de discussie goed en wel gevoerd kon worden, verdwenen de resoluties onder het oorverdovend geluid van de ineenstortende WTC-torens in New-York. In plaats ervan kwam een ongeëvenaarde aanval op het islamisme en de islam en begon de islamofobie aan haar opmars.

Vijandschap tegen de islam is uiteraard geen nieuw gegeven. Net zoals Jodenhaat veel ouder is dan de uitvinding van de term antisemitisme door de Duitse journalist Wilhelm Marr in 1879, is de islamofobie al eeuwen in het Europese geheugen ingebakken. De Jodenhaat en de islamofobie werden eeuwenlang religieus gelegitimeerd. De joden waren slecht omdat ze Christus hadden vermoord; de moslims waren slecht omdat ze in de ketterij van een valse profeet geloofden. Zoals we reeds in het vorige hoofdstuk zagen, kreeg deze anti-joodse en anti-moslimhouding pas vanaf de Verlichting een duidelijk racistische inslag. De slechtheid van joden en moslims was niet zozeer ingegeven door de slechtheid van hun leer, maar door hun bloed. Ze werden als het ware voorgeprogrammeerd om het kwade en het slechte in zich mee te dragen. Betrekkelijk nieuw voor onze moderne tijden is het feit dat de islamofobie een trendbreuk vormt met een lange politieke traditie van de Verenigde Staten, maar ook van de Europese mogendheden om – wat de Arabische wereld betreft – elke vorm van progressief nationalisme en secularisme de das om te doen. Nog voor de grootste delen van wat vandaag het versnipperde Midden-Oosten vormt onafhankelijk werden, gingen de tanende Europese grootmachten en de groeiende Amerikaanse macht allianties aan met lokale conservatieve leiders, traditionele clerici en andere religieuze groepen. De Koude Oorlog versterkte deze alliantie met de religieuze sectoren van de Arabische wereld nog verder, om elke vorm van seculiere en moderne bevrijding de kop in te drukken. Dat Arabische democraten en andere progressieve krachten verkeerde tactische inschattingen deden, staat buiten kijf, maar de massale steun van het Westen aan de meest reactionaire groepen en leiders is de hoofdoorzaak van het failliet van het seculiere en democratische denken in de regio vandaag. De Koude Oorlog was de gouden tijd van de alliantie tussen de VS en Saudi-Arabië waarbij beide landen strategische en oliebelangen deelden. Door de Yom-Kippouroorlog en de daarop volgende oliecrisis maakte de westerse publieke opinie kennis met de Arabier op het politieke toneel. Tot dan toe was de Arabier nog grotendeels een romantische weerspiegeling van de gesluierde witte prins die prachtige paleizen en dito harems optrok in de woestijn. Vanaf 1973 daarentegen werd hij iemand die onze rijkdommen, onze welvaart en ons welzijn kon aantasten door de belangrijke oliekraan dicht te draaien. In de daaropvolgende jaren verschoof trouwens de identificatie van ‘de Arabier’ naar ‘de moslim’. Het onverholen racisme ten aanzien van de Arabieren (voor het gemak werden daarbij Turken en Iraniërs meegerekend) dat erop volgde, was slechts een voorbode van de bredere islamofobie die na de Iraanse revolutie van 1979 de kop opstak, maar die vooral na het verdwijnen van de Sovjet- Unie de islam tot nieuwe vijand maakte.

islamisme 3
Khomeiny’s revolutie vond plaats in hetzelfde jaar waarin de Sovjet-Unie Afghanistan binnenviel. Hoewel niet direct met elkaar verbonden, vormen de twee gebeurtenissen het trage begin van een omkering van allianties en een verandering van de wereldpolitiek. Eerst steunden de VS nog massaal de mujahidin, de religieus geïnspireerde guerrilla tegen de Sovjetaanwezigheid in Afghanistan, en steunden ze daarna de Taliban tegen de groeiende regionale invloed van Iran. Ongeveer een decennium later verdreven ze diezelfde Taliban van de macht in Kaboel. Het is pas nadat de Sovjet-Unie definitief van het politieke wereldtoneel was verdwenen dat the empire of evil geleidelijk aan werd vervangen door een axis of evil.

Het antwoord op the axis of evil kwam er in de vorm van een vage oorlog tegen het terrorisme. In zo’n oorlog is het allesbehalve duidelijk wie de vijand is. Gaat het om staten en regeringen? Mensen of groepen van mensen? Beschavingen? Culturen? Is het een oorlog tegen het islamisme? Tegen het jihadisme? Of een regelrechte oorlog met de islam? En wat betekent een concept zoals ‘radicale islam’?

De officiële retoriek van de ‘Oorlog tegen het terrorisme’ richt zich niet tegen de islam als dusdanig, maar wel tegen een resem van nauwelijks omlijnde en slecht gedefinieerde concepten zoals ‘politieke islam’, ‘islamisme’, ‘jihadisme’, ‘salafisme’, ‘radicale islam’, enz. De voor de hand liggende reden is uiteraard dat zo’n oorlog pas kan slagen als staten en regimes met moslimbevolkingen mee aan boord kunnen worden genomen. Het openlijke racisme van Amerikaanse evangelisten en sommige neoconservatieven wordt althans officieel niet gewaardeerd, maar toch stellen we vast dat de architecten van de War on Terror geen kans onbenut hebben gelaten om de banden met die specifieke groep politiek aan te halen. Een typevoorbeeld van zo’n organisatie is het extreme Christians for Zionism, een organisatie van christenen die ervan uitgaat dat alle joden zo snel mogelijk naar Eretz Israël moeten migreren omdat dit de komst van de Messias zou bespoedigen. Dan zouden de joden zich uiteraard kunnen (moeten?) bekeren tot het ware christelijke geloof.

Wat is islamofobie?

‘Islamofobie’ is niet de best gekozen term voor wat steeds meer een wezenlijk probleem wordt, namelijk de constante beschimping van de islam om de moslims te raken en te discrimineren. De term ‘antimoslimisme’, zoals de Ierse auteur Fred Halliday bepleitte, lijkt beter gepast, maar heeft het pleit verloren. Halliday noemt het antimoslimisme een halve ideologie omdat het niet zozeer de islam als theologisch systeem aanvalt, maar vijandschap zaait jegens de moslims, namelijk de gemeenschap van mensen die de islam aanhangen en wier islamitische karakter reëel of uitgevonden is.

Hoewel er dus geen eenduidige definitie is van islamofobie, wordt de definitie van de Runnymede Trust meestal aangehaald, namelijk de niet-gefundeerde vijandschap tegenover de moslims, die leidt tot een concrete discriminatie van moslimindividuen en -groepen en de uitsluiting van moslims op politiek en sociaal vlak. Niet de kritiek op de islam is dus het probleem, wel het gebruik van deze kritiek om discriminatie, geweld of agressie goed te praten. Verder worden er ook enkele kenmerken gegeven van het fenomeen islamofobie. In het vorige hoofdstuk konden we al duidelijk vaststellen welke ingrediënten telkens opnieuw terugkeren, namelijk (1) het idee dat de islam geen gemeenschappelijke waarden en kenmerken heeft met andere (monotheïstische) religies, (2) dat de islam als religie inferieur is aan het Westen en dat hij archaïsch, barbaars en irrationeel is en (3) dat de islam de religie van het geweld is die het terrorisme steunt.

In het huidige discours wordt de term islamofobie dus gebruikt om alle vormen van uitsluiting te duiden die betrekking hebben op moslims. En daar schuilt precies de zwakheid van het concept. Zowel vooroordelen tegenover de islam, als het discours van inferiorisering van moslims, als de houdingen gebaseerd op haat, discriminatie of sociale ongelijkheid vallen allemaal onder de term islamofobie. Bovendien verwijst het concept naar verschillende vormen van ongelijkheid waarvan deze groepen het slachtoffer zijn. Niet alleen als een religieuze groep, maar ook als vreemdeling, migrant, minderheid of benadeelde klasse. In die zin lijkt islamofobie meer een doeltreffend wapen tot intellectueel verzet voor moslims en de antiracistische beweging dan een coherente analytische categorie voor de sociale wetenschappen. Toch heeft de term ontegensprekelijk voordelen aangezien hij ons in staat stelt de werking van cultureel racisme beter te begrijpen.

islamofobie 1
De tegenstanders van het concept zijn ervan overtuigd dat kritiek op de islam geen vorm van racisme is. Er kan geen sprake zijn van racisme, want moslims zijn geen ras. Dat is wel juist, maar het is niet zo moeilijk vast te stellen dat het allergrootste deel van de moslims in Europa duidelijk herkenbaar is aan fysieke trekken of religieuze symbolen. Religie gaat niet alleen over geloof, maar ook over identiteit, achtergrond en cultuur, en moslims zijn overwegend niet-blank. Of hij als ‘vuile Arabier’ of als ‘stinkende moslim’ door een bende skinheads wordt achternagelopen, zal Mohammed of Ali wel worst wezen. Niet de kritiek op zich vormt de kern van het probleem, maar wel het gebruik ervan om agressie, discriminatie of oorlog goed te praten. Op die manier bekeken, is de islamofobie wel degelijk een vorm van cultureel racisme.

In de jaren zeventig werd het klassieke racistische gedachtegoed, gebaseerd op de notie van (nationale) rassen, verlaten en vervangen door een discours over culturen. Superioriteit op basis van biologische kenmerken werd vervangen door een vagere notie van verdediging/bescherming van de identiteit. Op die manier werd het nieuwe racisme minder duidelijk geformuleerd. Het berust op een dubbelzinnige houding ten aanzien van de Andere. Zolang de Andere ver weg is, als het ware opgesloten zit in zijn eigen cultuur, is het een goede Andere of iemand die – net zoals wij – zich probeert te wapenen tegen de dreiging van het verlies van zijn identiteit. Wanneer echter de Andere dichtbij komt, wordt hij resoluut een gevaar voor de eigen puurheid, voor het nationaal karakter van het volk. Ook al verbergt het zich, ook al is het meer ambigu dan voordien, het idee van zuiverheid is nog steeds de hoeksteen van dit soort discours.

De nabije Andere vormt steeds opnieuw het symbool van een dreiging voor onszelf. Maar wat is het Zelf? Waar het klassieke racisme ontegensprekelijk de natie als richtpunt van de zelfdefinitie nam, is dat vandaag dubbelzinniger geworden. De eigen natie wordt nog steeds als concept gebruikt, maar alleen als onderdeel van een grotere Europese cultuur. Vlaanderen voor het Vlaams Belang of Frankrijk voor Le Pen worden maar wat ze worden door hun inschrijving in een groter geheel van culturele waarden en normen die typisch of in essentie Europees zouden zijn. De migrant is daarom de onthuller van het Zelf. Omdat de Andere niet aanvaard wordt als onderdeel van de nationale entiteit en omdat men ervan uitgaat dat de Andere behoort tot en drager is van een andere cultuur, vormt hij het ideale spiegelbeeld van onszelf.

islamisme 7
De migrant van wie sprake is, is ook steeds meer een zichtbare migrant, namelijk de migrant uit Noord-Afrika, Afrika en Azië. Sinds 9/11 wordt deze categorie verder afgelijnd, gespecificeerd, en verengd tot ‘de moslim’. Het resultaat is een hiërarchie van migranten waarbij in alle hevigheid de op ongelijkheid gebaseerde en racistische ideeën van het culturele discours duidelijk worden. De Europese migranten worden niet als dusdanig gezien. Ze vormen geen probleem, uitdaging of dreiging. De Europese migranten worden gerekend tot dezelfde cultuurgemeenschap als de onze. Het is het denkbeeldige lidmaatschap van een al even denkbeeldige culturele gemeenschap, dat dus toegang verschaft tot de natie en de staat. Deze, meestal onuitgesproken premissen van het debat, hebben, zoals we verder zullen zien, belangrijke gevolgen voor het samenleven.

De islamofobie is racisme, want het focust zich op moslims (mensen) en is dus geen simpele of onschuldige religiekritiek. Het is een vorm van racisme die in de moslim uitsluitend het simpele en eenduidige beeld ziet van zijn eigen vooroordelen en daardoor de moslim reduceert tot wat de buitenstaander eronder wil verstaan. De islamofobie is sinds de cartoonaffaire zeer apert geworden. Zoals we al in de inleiding stelden, kunnen we de publicatie van de cartoons niet los zien van de Deense politiek-culturele context en de ideologische positionering van de Jyllands-Posten en zijn redacteur Fleming Rose.

De verontwaardiging en de rellen die wereldwijd door moslims werden gedemonstreerd, deden de indruk ontstaan dat het, 25 jaar na de Rushdie-affaire, om een botsing der beschavingen ging en dat het hoogste goed van het Westen, zijnde de vrijheid van de pers en van de meningsuiting, verdedigd moest worden tegen de barbaren. Een dergelijke analyse berust echter op veel onwetendheid en hypocrisie. De gevierde vrijheid wordt namelijk begrensd door de wet en door sociale conventies. Tal van opiniedelicten (zoals racisme, antisemitisme, negationisme) zijn bij wet strafbaar en vormen dus grenzen aan de vrijheid van de pers en de meningsuiting. Maar ook fatsoen, gevoeligheden en sociale afspraken beperken de facto diezelfde vrijheid. Welke krant zou er vandaag cartoons afdrukken die lachen met homoseksuelen of zwarten? Welke krant zou genoeg slechte smaak hebben om cartoons te publiceren die de draak steken met blinden of gehandicapten? Als het over de islam gaat, regeert de slechte smaak en ziet niemand er graten in. Het idee dat de kritiek op religies mogelijk moet zijn is naast de kwestie, want een cartoon heeft op zich geen pedagogisch doel, maar is veeleer een satirisch opzet. Of zoals Cyriel Offermans het mooi stelt: ‘Satire is van oudsher de machtsondermijnende activiteit van de machteloze en niet het “naar beneden trappen”.’  Het is evenmin een rancuneus en revanchistisch opbod. Het is veeleer een schrale lach die het leven draaglijk maakt. Daarenboven is er, in het geval van de Deense cartoons, geen sprake van kritiek, maar van pure dweperij en anti-islamitisch fanatisme. Hoe begrensd de vrijheid van meningsuiting is, werd duidelijk op 5 februari 2006 toen de Arabisch-Europese Liga (AEL) in een vlaag van puberale tegenprovocatie enkele antisemitische cartoons op haar website postte. Dezelfde dag nog werd door het Nederlandse Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) klacht neergelegd en werd de organisatie gevraagd de cartoons te verwijderen.

Waarom haten zij ons?

Een van de centrale onderdelen van het discours over de islamisten, maar ook steeds meer over alle moslims, is dat hun gedrag buiten de canons van het rationele liggen. Zoals de Franse conservatieve filosoof Pascal Bruckner stelt, moeten we ‘ten einde binnen de redelijkheid te blijven deze moordenaars argumenten lenen’. Zij hebben dus geen eigen argumenten of redenen die bevattelijk kunnen zijn, maar alleen moorddadige impulsen ingegeven door een moordzuchtige ideologie (de islam of het islamisme). Het is omdat we op voorhand het gedrag van de Andere buiten de grenzen van het redelijke duwen dat we het niet kunnen en willen begrijpen. Het is omdat we onszelf ophemelen tot de standaard van het humanisme en de redelijkheid dat de Anderen per definitie gedehumaniseerd worden.

De truc bestaat erin om de moslim in het algemeen, en vooral de islamist uit het veld van het politieke (en dus rationele) te gooien om hem beter te kunnen opsluiten in zijn religieuze eigenheid. En zo stellen we vast dat diegenen die steeds de mond vol hebben van het universalisme zelf hardnekkige culturalisten kunnen zijn. De Andere kan alleen maar anders zijn; de moslim kan alleen maar moslim zijn tenzij… hij zoals ‘wij’ wordt. Voor de Andere is er maar één redding, is er maar één uitweg: ‘Aangezien wij het universele vertolken, moeten zij allemaal zoals wij worden.’ Om dit schijnbeeld verder in stand te houden en om deze nieuwe imperialistische arrogantie intact te houden, kunnen ze niets anders dan continu en onvermoeibaar het culturalisme van de politiek correcten aanvallen. Door de groepen en/of individuen hun politieke zeggingskracht te ontnemen en de religie bovenmatig te accentueren, worden alle mogelijke bruggen van wederzijds respect opgeblazen. Initiatieven die het samenleven willen opbouwen op basis van wederzijds respect worden snel en meedogenloos afgemaakt en algauw gediskwalificeerd als rechtvaardiging van het geweld, handlanger van de vrouwenonderdrukking of naïeve verzoeningspolitiek. Op dat punt vormen de aanhangers van dit discours een spiegelbeeld van Bin Laden en konsoorten. Ook al-Qaeda gebruikt dezelfde technieken van vijandsopbouw om zijn gelijk te halen. Kortom, de simpele vraag ‘Waarom haten zijn ons?’ – een vraag die we sinds 9/11 niet meer weg kunnen denken uit het publieke debat – verengt politiek-maatschappelijke kwesties tot primaire uitingen van afkeer en haat. De laatste jaren wordt deze haat in de meer erudiete term occidentalisme gevat.

islamisme 8
Hoewel de term al enkele decennia circuleert, werd occidentalisme pas succesvol door het gelijknamige boek van de Nederlandse sinoloog Ian Buruma en de Israëlische filosoof Avishai Margalit. Zij definiëren het occidentalisme als een vorm van vijandschap tegenover het Westen. Dat Westen wordt omschreven als geperverteerd door het stadsleven, ontzield door het rationalisme en de wetenschap van de Verlichting, gierig door de bourgeoisiementaliteit, en verteerd door ongeloof. Niet geheel tevreden met deze afbakening (welke kritieken op het Westen vallen niet onder een dergelijke brede categorisering?) is er volgens de auteurs nog een extra ingrediënt nodig, met name de aanwezigheid van rancune en verbittering. Occidentalisme is met andere woorden niet alleen een afkeer van, maar een ontmenselijking van het Westen. Dit extra criterium is noodzakelijk om grote namen van de wereldliteratuur zoals Dostojevsky of T.S. Eliot, om er maar twee te noemen, te redden van het occidentalismelabel. Het is vooral de Andere, de niet-westerling, die geviseerd wordt. De kritiek van de niet-westerling is dan niet veel meer dan een ziekelijke pathologische karaktertrek. De niet-westerling blijkt niet in staat te zijn om gefundeerde kritiek te geven of de sterken van de wereld een wederwoord te bieden. Maar niet alle niet-westerlingen worden even sterk geviseerd. Neem bijvoorbeeld Gandhi, iemand die de auteurs niet vernoemen maar die waarschijnlijk het best aansluit bij Buruma en Margalit’s definitie van occidentalisme. Het is vooral de moslim en zijn gewelddadige gedrag dat verklaard moet worden door te verwijzen naar een infantiele afwijking van wrok. De stem van de radicale moslim is niet veel meer dan wat ondoordacht gewauwel en elke vorm van kritiek kan dan ook onder dezelfde noemer geplaatst worden: een dehumaniserende en racistische beeldvorming van een misbegrepen Westen. Op die manier wordt kritiek op het beleid van de VS al snel gelijkgesteld met irrationeel anti-Amerikanisme en kritiek op Israël met verdoken antisemitisme. Kortom, in plaats van te verhelderen waarom de vijanden denken wat ze denken (zoals de inleiding van het boek belooft), hebben Buruma en Margalit elke rationele politieke discussie verbannen. Door alle kritiek op het Westen in het kader van een grotendeels verzonnen en onbewezen irrationele haat te plaatsen, is het gemakkelijk om te stoppen met luisteren. Er is namelijk geen kruid gewassen tegen irrationele haat.

Het gevaar van de islamofobie

Islamofobie is geen voorrecht van het Westen. Het is eveneens aanwezig in de hele Arabische wereld, waar regimes zonder scrupules de diabolisering van het islamisme in Europa en de VS manipuleren om de vraag naar mensenrechten of democratie de kop in te drukken. Zolang deze regimes de belangen dienen van het Westen, en zolang de repressie zich keert tegen islamisten, kunnen ze zonder al te veel problemen grove mensenrechtenschendingen verder zetten. Saddam Hoessein was daarvan het archetypische voorbeeld. Gedreven door een seculiere nationalistische ideologie was hij ‘de man van Washington’ in de strijd tegen Iran en de religieuze bewegingen. Jarenlang kon hij ongehinderd zijn gang gaan tot de nuttige idioot van Bagdad een lastpak werd voor de rest van de bevriende landen in de regio, zoals Koeweit en Israël. Vandaag lijken de regimes van Mubarak (Egypte), Ben Ali (Tunesië), Bouteflika (Algerije) of het huis van de Saudi’s een immuniteit tegen de democratische verwachtingen te genieten. Mensenrechten in de Arabische wereld gelden, spijtig genoeg, alleen voor diegenen die hun oppositie voeren in de termen die voor ons herkenbaar zijn.

islamisme 4
De tegenstanders van het concept islamofobie hebben allemaal één ding gemeen: ze verwoorden hun kritiek als zijnde niet ingegeven door vooroordeel of ideologische voorkeur, maar gebaseerd op onweerlegbare en eenduidige feiten. Kortom, ze gaan er allen van uit dat het gedrag van de moslim simpelweg vast te stellen is vanuit zijn moslim-zijn. De historiciteit van het gedrag van de moslim wordt op die manier ontkend en zijn gedrag (oppositie, geweld, verzet,…) heeft dan niets te maken met zijn praktische ontmoeting met de politiek van het Westen en/of Israël, maar simpelweg met zijn Zijn. Dat verklaart waarom Hamas of Hezbollah enkel en alleen door de lens van het antisemitisme en de haat bekeken kunnen worden. Dit historische falen van het humanistische denken is een zoveelste bewijs dat ons verklaard universalisme nog grotendeels parochiaal is gebleven. Het is een zoveelste bewijs van de tirannie van het identiteitsdenken, een vlucht uit het reële van de politiek in de veilige omarming van de zelfvoldane morele superioriteit.

Daarom ook zien de critici van de islam de islamofobie niet alleen als een terechte kritiek, maar ook als een complot van moslims – of ze de term nu terugbrengen tot ayatollah Khomeini of schrijver Tariq Ramadan – om kritiek de mond te snoeren.

Het gevaar schuilt, net zoals het antisemitisme in het interbellum, niet zozeer in de kritiek op de islam zelf, maar in de politieke gevolgen die deze kritiek kan vertalen. In het interbellum werd het antisemitisme zowel gedragen door conservatieve en (extreem)rechtse groepen voor wie de Jood een essentieel gevaar was voor de puurheid van het eigen ras. Maar ook een deel van de progressieve en linkse krachten deed zijn duit in het zakje, en zag de Jood als een gevaarlijke kapitalistische uitbuiter (wat de Duitse sociaaldemocraat August Bebel het ‘socialisme van de zotten’ noemde). Vandaag zien we op dezelfde manier raakvlakken tussen links en extreemrechts ontstaan. Het gevaar van de islamofobie zit in deze groeiende consensus tussen groepen, klassen en ideologische kampen die voor de rest maar weinig met elkaar te maken hebben.

Ook in het Vlaamse islamdebat wordt dit steeds duidelijker gemaakt door een groep schrijvers zoals van Istendael, Barnard en Van Rooy die geen kans onbenut laten om de islam gelijk te stellen met achterlijkheid, fanatisme of fascisme. Dat uitgerekend iemand als Wim Van Rooy, vrijzinnig humanist en links, in een interview met Benno Barnard in Knack onomwonden stelt dat Filip Dewinter in zijn analyse over de islam gelijk heeft, is een teken aan de wand.

MIDEAST HAJ
Islamofobie is een groeiend gevaar voor onze democratische idealen. Kritiek op de eigen religie (of de religie die men verlaten heeft) is legitiem en in de meeste gevallen een zeer gezonde bezigheid aangezien het een traditie levendig houdt. Kritiek op andermans religie daarentegen stopt aan de grenzen van het aansporen tot geweld, haat of discriminatie. Daarenboven is het, zoals we in volgende hoofdstukken zullen zien, beter gebaseerd op fatsoen en pedagogie als we tot enige constructieve dialoog willen komen. Het gaat er dus helemaal niet om de islam te verdedigen of ergens van te verschonen, maar wel om het respecteren van de moslims als (gelovige) mensen.

De parallel met de judeofobie is tekenend, en islamofobie lijkt meer en meer een ideologisch delirium te worden. In beide gevallen zien we de neokoloniale vooroordelen van de hogere klassen en het racisme van extreemrechts samensmelten met het socialisme van de zotten, dat er steeds meer voor zorgt dat maatschappelijke problemen en vraagstukken van politieke, economische en sociale aard in een cultureel jasje worden gegoten. De kracht van de islamofobie en haar gevaar, is dan ook dat het de uitdagingen van de globalisering en de internationale financiële crisis verengt tot culturele kwesties.

Sami Zemni (1972) is doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen en medewerker Onderzoeksgroep Midden-Oosten en Noord-Afrika, Universiteit Gent

Dit is een voorpublicatie uit:
Sami Zemni, Het Islamdebat, 2009, EPO, ISBN 978 90 6445 548 3
verschijnt 14 oktober
 

http://www.epo.be/mails/mail_uni.php?id=40

Entry filed under: Europa, godsdienst, Midden Oosten, Politiek Belgie, Samenleving. Tags: , , , .

Strandscene KAREL VAN MIERT ZEI (3):

3 reacties Add your own

  • 1. tomronse  |  oktober 10, 2009 om 7:36 am

    Dit stuk bevat interessante inzichten maar ook passages die een bekwame boekredacteur zouden moeten aanzetten om van de auteur verduidelijking te vragen. Zoals dit:

    “Kritiek op de eigen religie (of de religie die men verlaten heeft) is legitiem en in de meeste gevallen een zeer gezonde bezigheid aangezien het een traditie levendig houdt. Kritiek op andermans religie daarentegen stopt aan de grenzen van het aansporen tot geweld, haat of discriminatie.”

    Wat wil dit zeggen? Kritiek op de eigen religie is goed omdat het een traditie levendig houdt? Welke traditie? En is tradities ‘levendig’ (ik neem aan dat de auteur bedoelt: ‘levend’) houden per definitie “zeer gezond”? Waarom? De ‘daarentegen’ in de zin: “Kritiek op andermans religie daarentegen stopt aan de grenzen van het aansporen tot geweld, haat of discriminatie”, lijkt te suggereren dat kritiek op de eigen religie niet aan die grenzen stopt maar dat zal de auteur wel niet bedoeld hebben. Bedoelt hij dat kritiek op andermans religie gelijk staat aan aanzetten tot haat en geweld? Vermoedelijk, gezien zijn scherpe veroordeling van de Deense cartoons waarvan sommige heel mild waren maar wel het taboe op het afbeelden van de profeet Mohammed overtraden. Suggereert de auteur dat we enkel taboes en dogmas uit onze eigen culturele achtergrond mogen te lijf gaan maar niet die van andere culturen? Opnieuw, waarom? Omdat zo’n kritiek kan geinterpreteerd worden als racisme?
    Zeker in de globale wereld van vandaag is de stelling, dat onversneden kritiek alleen van binnen een cultuur mag komen, reactionair. Het doet me denken aan een blanke Zuid-Afrikaan die me ooit zei dat ik geen kritiek op het apartheidsregime mocht geven, omdat ik zelf niet van daar was. Een volwassen debat vraagt volledige vrijheid van meningsuiting voor moslims en volledige vrijheid van mening voor critici van hun geloof, of ze nu van binnen of van buiten die cultuur komen, hoe gevoelig de tenen ook zijn. Dit is geen pleidooi voor onbegrip, maar een geloof dat onbegrip niet door verbod en wel door debat kan bestreden worden.

    Beantwoorden
  • 2. jefc  |  oktober 12, 2009 om 12:33 pm

    Deze tekst roept inderdaad ook bij mij nogal wat vragen op. Vragen, die misschien vermeden hadden kunnen worden met een wat meer zorgvuldige verwoording.
    Wat is ‘progressief nationalisme’? Op het zicht een contradictio in terminis, maar dat hoeft niet persé. Vermoedelijk bedoelt de auteur de groeiende ontvoogdingsmentaliteit die 30-40 jaar geleden vrij snel (en mede onder invloed van de Palestijnse zaak) ingang begon te vinden in de meest open Arabische landen, Libanon, Egypte en zelfs Syrië. Die ontvoogdingsdrang was zowel seculier, naar binnen toe, als anti-kolonialistisch, naar Europa en de VS. De trend werd vrij radicaal afgeremd toen de mujaheddin erin slaagden de Sovjetrussen te verjagen uit Afghanistan en daarmee ook de VS en de hele wereld, inclusief de Arabische wereld, een neus te zetten. Toen pas werd ‘Allah Wa Akhbar’ een strijdkreet, terwijl het voordien gewoon een begroeting of een sociaal cliché was.
    Nog een rare zin van Zemni vind ik: ‘De jodenhaat en islamofobie werden eeuwenlang religieus gelegitimeerd.’ Ja, dat zal wel. De christofobie van sommige moslimgroepen wordt ook religieus ‘gelegitimeerd’. In ongeveer alle oorlogen en conflicten uit de geschiedenis riepen ongeveer alle partijen ‘Gott mit Uns’ of een variant ervan.
    En wat voor een kronkel is dit: ‘Welke krant zou er vandaag cartoons afdrukken die lachen met homoseksuelen en zwarten? Met blinden of gehandicapten?’
    Het antwoord luidt: tal van. In eigen land, zie de verzamelde cartoons of spotprenten van Gal, Zak, en hun intussen talloze volgelingen en epigonen.
    Misschien is deze detailkritiek voorbarig, omdat de antwoorden vervat staan in de (grote) rest van het boek? Wat hierboven staat is, remember, een gedeeltelijke voorpublicatie uit ‘Het Islamdebat’.

    Beantwoorden
  • 3. tom R  |  oktober 14, 2009 om 3:00 am

    Beste Jef,
    Volgens jou “hoeft het niet persé” dat “progressief nationalisme” een contradictio in terminis is. En dat illustreer je bovendien door naar het Midden Oosten te wijzen, dat eeuwig slachtveld waar ‘progressief nationalisme’ al zovele jaren goed van pas komt voor het werven van kanonnenvlees. Je lijkt het alleen te betreuren dat die taak nu voor een stuk is overgenomen door religieus geinspireerd fanatisme. Is er een regio ter wereld die zo duidelijk illustreert hoe absurd nationalisme is geworden? Denk je echt dat nationalisme (al dan niet ‘progressief’) daar vrede kan brengen? In de huidige wereld zijn alle problemen globaal en alle oplossingen zijn dat ook. Naties zijn anachronismen die die oplossingen belemmeren. We moeten streven naar hun verdwijnen in plaats van ze te cultiveren zoals de “progressieve” nationalisten doen. Ik vind hen nog erger (want hypocrieter) dan rechtse nationalisten.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: