NIGHT by Tony Judt

januari 3, 2010 at 11:44 am 4 reacties

Het zal weinigen verbazen: met Kerst is niet alle ellende gelenigd. Hierbij nog wat mensenleed, zonder zelfbeklag maar met veel introspectie, van een groot academicus en schrijver. De eigen aftakeling geobserveerd alsof het een Oscar-winnende film betrof. (jc)


De Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt (1948) lijdt aan ALS (amyotrophic lateral sclerosis). Deze neuro-musculaire ziekte is dodelijk maar heeft als kenmerken onder meer dat ze geen extra pijn veroorzaakt en dat ze de zintuigelijke waarnemingen ongemoeid laat. ‘Zodoende is de patiënt geheel vrij om ontspannen en met minimaal ongemak zijn eigen catastrofale aftakeling gade te slaan’, aldus Judts getuigenis in het jongste nummer van The New York Review of Books. Het is een staaltje van volgehouden zelfobservatie.

In toenemende mate is de ALS-lijder de gevangene van zijn eigen lichaam. Eerst vallen er een paar vingerfuncties uit, dan een lidmaat, vervolgens alle vier de ledematen. De spieren in het bovenlichaam gaan verkrampen – een probleem voor de spijsvertering en vervolgens ook voor de ademhaling. Levensbedreigend, de zuurstofpomp wordt noodzakelijk. In een volgend stadium wordt slikken, spreken en het bewegen van de kaaksbeenderen onmogelijk. ‘Zover is het bij mij nog niet, anders had ik deze tekst niet kunnen dicteren.’

‘Als mijn armen en benen zich in een bepaalde positie bevinden, moeten ze daar blijven tot iemand ze voor me beweegt. Hetzelfde geldt voor mijn bovenlichaam. Rugpijn, druk en permanente irritatie zijn het gevolg. Omdat ik mijn armen niet kan bewegen, kan ik niet krabben waar het jeukt, mijn bril goed zetten, voedselkruimels verwijderen of al die andere dingen die een normaal mens – u zelf – ondoordacht vele keren per dag doet. Om het zacht uit te drukken, ik ben extreem en compleet afhankelijk van de goede wil van buitenstaanders.
Overdag kan ik tenminste nog vragen om te krabben, me wat te laten drinken of simpelweg even mijn benen te verleggen. Immers, absolute onbeweeglijkheid is niet alleen fysiek maar ook psychisch een zware belasting, op het ondraaglijke af. 

Dan komt de nacht. Met de rolstoel waarin ik achttien uur heb doorgebracht, word ik de kamer ingerold. Niet zonder moeite word ik in mijn bed gepropt, rechtop in een hoek van 110° en gesteund met kussens en opgevouwen handdoeken. Dit is een uiterst nauwkeurig werkje. Als een lidmaat verkeerd geplaatst wordt, of het middenrif niet in het verlengde van armen en benen ligt, zal ik ’s nachts hellepijnen doorstaan.

Ik word een laatste keer gekrabt op wel tien plaatsen tussen kop en tenen waar het intussen jeukt. In mijn neusgaten wordt de dubbele beademingsdarm gepropt en vastgesnoerd – zodat hij niet weg kan glippen. Mijn bril wordt afgenomen en daar lig ik dan: ingekokerd, blind en onbeweeglijk als een moderne mummy, alleen met mijn gedachten in de gevangenis van mijn lichaam. Natuurlijk is er een laatste redmiddel voorzien: de babyphone, die de hele nacht aan blijft staan. Aanvankelijk was mijn nood om te gaan schreeuwen haast onbedwingbaar. Maar intussen heb ik geleerd om de meeste nachten uitsluitend te vullen met het soelaas van mijn denkproces. 

Mijn oplossing is om door mijn leven te bladeren, door gedachten, fantasieën, herinneringen, vermeende herinneringen en aanverwante dingen, tot ik stoot op gebeurtenissen, mensen, verhalen die ik kan gebruiken om mijn geest los te maken van het lichaam waarin hij is opgesloten. Zo’n mentale oefeningen moeten interessant genoeg zijn om mijn aandacht af te wenden van jeuk en ongenoegen, maar ze moeten tegelijk voldoende saai en voorspelbaar zijn als middeltje om in slaap te vallen. Het heeft een tijd geduurd voor ik dit systeempje tegen de slapeloosheid had ontwikkeld en het werkt ook lang niet altijd. Maar het lukt me doorgaans wel om ’s ochtends fysiek en geestelijk in dezelfde staat te verkeren waarin ik ’s avonds ben achtergelaten. Dat vind ik al een hele prestatie.

Het zal u wellicht niet verbazen dat ik dit mijn ‘kakkerlakbestaan’ noem. Dat is natuurlijk een allusie op Kafka’s verhaal ‘Metamorfose’, waarin de protagonist op een ochtend ontwaakt als insect. De story is vooral het antwoord en het onbegrip van zijn familie maar ook zijn eigen gewaarwordingen. De gedachte is niet te onderdrukken dat zelfs de bestmenende en attentvolle vriend of familielid ooit maar iets zal kunnen opvangen van de totale isolatie en gevangenheid die de patiënt ervaart. Hulpeloosheid is zelfs op tijdelijke basis vernederend. Maar ALS is levenslang en leidt tot de doodstraf, hoewel straf in dit geval beter ‘verlossing’ zou heten.

Intussen lijken mijn nachten min of meer op die van andere mensen: ik maak me klaar voor het slapengaan, ik ga naar bed, ik sta op (althans, ik WORD opgestaan). Maar wat daartussen ligt is, net als de ziekte zelf, onuitspreekbaar.

Ik heb er wel wat aan te danken: mijn goed getraind geheugen, omdat ik alles moet onthouden bij gebrek aan notities. Maar verlies blijft verlies en dat wordt niet anders als je het een mooiere naam geeft.

Mijn nachten zijn fascinerend. Maar ik zou best zonder ze kunnen.’

Dit is het eerste deel van een serie reflecties door
Tony Judt http://en.wikipedia.org/wiki/Tony_Judt
Zeker lezen van zijn hand:
* Na de Oorlog, Een geschiedenis van Europa sinds 1945, Uitgeverij Contact, 2006
* De vergeten twintigste eeuw, Nieuwe wereldgeschiedenis, Contact, 2008

http://www.nybooks.com/articles/23531

Entry filed under: Milieu. Tags: , , , , .

NIEUWJAARSWENS PLEINTJES

4 reacties Add your own

  • 1. rik stallaerts  |  januari 4, 2010 om 7:26 am

    Doet me denken aan Denis Potter, die met zijn ziekte fictiegewijs aan de slag ging. Dat was ebenwel met ups and zware downs. Hier is alleen fysieke fataliteit en niet toevallig een geheugen dat probeert stand te houden.

    Beantwoorden
  • 2. hedwig mels  |  januari 4, 2010 om 3:32 pm

    In de eerste alinea vernoemt Judt als kenmerken van de dodelijke neuro-musculaire ziekte ALS (amyotrofe lateraal sclerose) onder meer dat ze geen extra pijn veroorzaakt en dat ze de zintuigelijke waarnemingen ongemoeid laat. “Zodoende is de patiënt geheel vrij om ontspannen en met minimaal ongemak zijn eigen catastrofale aftakeling gade te slaan”, aldus Judt.

    Deze nagenoeg laconieke ‘informatie’ staat in schril contrast met wat vervolgens in de tekst te lezen valt. Ik geef slechts een paar opmerkelijke passages weer: ” (…) absolute onbeweeglijkheid is niet alleen fysiek maar ook psychisch een zware belasting, op het ondraaglijke af.” – “De gedachte is niet te onderdrukken dat zelfs de best menende en attentvolle vriend of familielid ooit maar iets zal kunnen opvangen van de totale isolatie en gevangenheid die de patiënt ervaart. Hulpeloosheid is zelfs op tijdelijke basis vernederend. Maar ALS is levenslang en leidt tot de doodstraf, hoewel straf in dit geval beter ‘verlossing’ zou heten.”
    Aanvullende citaten laat ik aan de lezer over, die onmogelijk kan voorbijgaan aan wat expliciet of tussen de regels wordt meegedeeld. Tony Judt houdt de bijna objectieve observatie van de eerste alinea niet vol, – daar kunnen we als ‘externen’ alleen maar het hoogst mogelijke begrip voor opbrengen. Dat hij zijn nachten ‘fascinerend’ noemt lijkt haast ‘ironiserend’, maar het middel om de nacht door te komen, dat hij indringend beschrijft, getuigt van levensdrift; geesteskracht, moed en zelfredzaamheid, zelfs tegen beter weten in. Deze man slaagt erin dankzij zijn ‘mentale oefeningen’ uit de kerker van zijn totale lichamelijke afhankelijkheid te breken, die introspectie als middel te gebruiken om fysieke ongemakken te onderdrukken, en zelfs het soelaas van de slaap te vinden. Eens te meer ben ik ervan overtuigd dat ‘mind matters’, ook al moeten we even zeer het hoogste respect, ja, zelfs bewonderiing opbrengen voor de humane nabijheid van zijn ‘liefsten’ en vrienden, en de ‘verzachtende’ werking van de medische bijstand. Maar verlies blijft verlies, – er is geen zalf om deze weemoed te verzachten.

    Judt geeft de lezer een haast gênante inkijk in wat een door ALS getroffen mens moet doorstaan. Zijn tekst zou heel wat lotgenoten kunnen bemoedigen. Dat iemand zijn lichamelijke, psychische, intellectuele en spirituele ervaringen zo in de openbaarheid brengt, getuigt van een zeldzame ‘openheid’ naar de medemens toe. Tony Judt heeft van zijn ziekte als het ware een ‘bondgenoo’t gemaakt. Zijn ‘realistisch’ relaas stelt hem in staat om het ‘realisme’ van zijn onafwendbare kwaal achter zich te laten…

    Waar Judt in zijn tekst over ‘verlies’ gewaagt, dacht ik onwillekeurig aan een gedicht van Elizabeth Bishop: ONE ART.

    Ik geef hieronder de Nederlandse vertaling van J. Bernlef, gevolgd door commentaar van de dichter-Nobelprijswinnaar Seamus Heany.

    EEN HELE KUNST

    De kunst van het verliezen valt te leren;
    zo veel dingen lijken zo vol vuur om weg te raken
    dat hun verlies ons niet behoeft te deren.

    Verlies iets iedere dag. Leer accepteren
    de verloren sleutelbos, het slecht bestede uur.
    De kunst van het verliezen valt te leren.

    Beoefen dan het verder, meer en steeds sneller
    kwijtraken van namen en van plaatsen, naar welk buur-
    land je wilde reizen. Niets van dit alles zal je deren.

    Ik verloor moeders horloge. Nog minder te beheren! Het laatste
    of een na laatste van drie geliefde huizen staat te huur.
    De kunst van het verliezen valt te leren.

    Twee schitterende steden verdwenen. En meer en
    groter streken, twee rivieren, een geliefde schuur.
    Ik mis ze, maar het kan me niet meer deren.

    – Zelfs als ik jou verlies (je stem gekscherend, bezwerend
    is dat geliefd gebaar) zal dit geen leugen zijn. Op den duur
    valt de kunst van het verliezen best te leren
    al lijkt het (Schrijf op dan!) dat het ons wel degelijk kan deren.

    Elizabeth Bishop

    (Uit J. Bernlef, Alfabet op de rug gezien. Poëzievertalingen.
    Em. Querido’s Uitgeverij b.v., Amsterdam 1995)

    In “De genoegdoening van poëzie / essays” schrijft Seamus Heany (Nobelprijs literatuur 1995): “Dit gedicht is […] een van de meest bewonderde voorbeelden van haar werk geworden. De gedichten laten de inspanning zien van een geheugen dat zijn eigen inhoud bekijkt, een bewustzijn dat een confrontatie met zichzelf aangaat en dat de maat neemt van de eigen krachten en zwakheden.
    […] de verzen kunnen worden gelezen zonder speciale kennis van de feiten uit Bishops leven.
    […]
    Dit is prachtige lyriek; het is onmogelijk de werkelijkheid van het gedicht als een gemaakt ding te scheiden van het effect ervan als de schreeuw van een schepsel dat het hard te verduren heeft gehad […] Dit is in feite wat het gedicht voor elkaar krijgt: de overwinning op een neiging tot zelfmedelijden.
    […]
    Als zo vaak in Bishops werk is de tussenzin (als gij oren hebt om te horen) de plek om de echte waarheid te horen. En wat de tussenzin in ‘Een hele kunst’ ( ‘schrijf het!’ in het slotvers) ons vertelt, is wat we altijd al wisten in het algemeen, maar nu weten met een acute gewaarwording van intimiteit, dat de handeling van het schrijven een handeling is om te overleven.”

    Aan Tony Judt zouden we willen zeggen: Vervang in de laatste strofe ‘schrijf het’ door ‘denk het’. Zoals je dat doet bij je mentale oefeningen. Eveneens zonder zelfbeklag. Als ‘geestgenoot’ van Elizabeth Bishop.

    Met diep respect en dank voor je ‘bericht’.

    H.M.

    Beantwoorden
  • 3. jefc  |  januari 6, 2010 om 9:44 am

    Lees ook Marc Reynebeau in De Standaard van 6
    januari

    http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=1T2KDB76

    Beantwoorden
  • 4. jefc  |  januari 18, 2010 om 8:54 pm

    http://chronicle.com/article/The-Trials-of-Tony-Judt/63449/?sid=cr&utm_source=cr&utm_medium=en

    Met dank aan Tom voor de tip

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.309 andere volgers


%d bloggers liken dit: