De Heiligverklaring van Barack Obama

januari 18, 2010 at 7:12 am 2 reacties

Door Johan Depoortere

De eedaflegging  van de eerste zwarte Amerikaanse president – binnenkort een jaar geleden – gaf aanleiding tot ronkende verklaringen: een historische gebeurtenis, het bewijs dat Amerika de beschamende bladzijde van het racisme had omgeslagen, de bevestiging ook van de Amerikaanse droom: een talentvolle jongen van bescheiden komaf  en uit een etnische minderheid was nu de machtigste man op aarde. Voor de wereld zou een tijdperk aanbreken van vrede en verzoening. Obama kreeg zowaar zelfs de Nobelprijs voor de vrede hoewel er – in zijn eigen woorden – “anderen zijn die de onderscheiding veel meer hebben verdiend.” Vooral in de Europese media – ook bij ons – werd en wordt Obama zo goed als heilig verklaard.  Dat komt voor een deel door het grote contrast tussen deze sympathieke welbespraakte intellectueel met een ruime wereldvisie en de griezelige W die de wereld zag in termen van goed en kwaad en die het imago van zijn land in de ogen van de publieke opinie binnen en vooral buiten Amerika grondig had verknald. Maar wat heeft Obama gedaan om zijn heiligverklaring te verdienen en verschilt zijn  politiek wel wezenlijk van die van zijn voorganger?

Obama erfde van George W Bush en diens voorgangers een economische en financiële rampsituatie. Over de oorzaken zijn bibliotheken vol te schrijven maar vast staat dat de wortels van de crisis in de deregulering liggen van het financiële systeem. Die heeft bankiers tot steeds grotere risico’s verleid met het bekende resultaat. Laat Barack Obama nu net de ideologen van de deregulering opnemen in zijn regering: Larry Summers, die onder Bill Clinton Financiën beheerde wordt zijn voornaamste economische adviseur, de Wallstreetbankier Timothy Geithner minister van Financiën. Beiden zijn leerlingen van Robert Rubin, de goeroe van de deregulering in de Clintonperiode. Rubin – die adviseerde bij de vorming van het Obamateam – zorgde onder andere voor de afbraak van de Glass Steagall Act een wet uit de New-Dealperiode die de banken reguleerde net om het soort speculatieve activiteiten aan banden te leggen die eind 2008 bijna tot de ineenstorting van het systeem hebben geleid.

De banken en verzekeringsmaatschappijen kregen van de regering Bush en van diens opvolger Obama miljarden steun om overeind te blijven, maar in tegenstelling tot wat onder andere in Groot-Brittannië gebeurde ging die steun niet gepaard met (gedeeltelijke) nationalisering en actief aandeelhouderschap van de overheid. De aandeelhouders kregen een blanco cheque, zegt Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz. Geen wonder dat diezelfde instellingen, die met overheidssteun werden gered,  zich een jaar later weer volop op het pad begeven van de speculatieve handel in “derivaten” en andere hoogtechnologische financiële producten waar enorme kortetermijnwinsten maar even grote risico’s aan verbonden zijn. Ook weigeren de banken ondanks de staatssteun af te zien van hun praktijk om ronduit obscene bonussen te betalen aan hun topmanagers – de financiële genieën die in hoge mate verantwoordelijk waren voor de crisis. Pas recentelijk doet Obama een poging om het overheidsgeld dat in de banken is gepompt via extra belastingen (gedeeltelijk) terug te winnen. Maar volgens Nobelprijswinnaars Paul Krugman en Stiglitz zijn ingrijpende hervormingen in het financiële stelsel nodig om een herhaling van de crash te voorkomen. Het is zeer de vraag of de ideologen van de deregulering in de regering Obama daar ook van overtuigd zijn.

De verkiezingscampagne van Obama stond in het teken van Hoop en Verandering. Vage slogans waarin iedereen kon horen wat hij of zij wou horen. De messianistische sfeer die Obama met zijn massa-optredens al of niet bewust creëerde (“Wij zijn die waarop wij altijd hebben gewacht!”)  liet nauwelijks ruimte voor het echte politieke debat over de onderwerpen die de Amerikanen bezig hielden en houden. Eén uitzondering: Obama’s plan om de ruim dertig miljoen Amerikanen die onverzekerd zijn zorgverzekering te verschaffen. Daar is hij – als het Huis en de Senaat het eens worden – op het eerste gezicht in geslaagd.

Maar wat nu uit de bus komt is een zwakke afspiegeling van Obama’s plan dat als kernelement de “Public Option” had: een vorm van openbare zorgverzekering in de lijn van het nu al bestaande Medicare (zorgverzekering voor ouderen). Toen rechts en extreem rechts vorige zomer alle hens aan dek riepen om elke vorm van overheidsinmenging in het gezondheidsdebat de kop in te drukken liet Obama weten dat de Public Option wel de voorkeur verdiende maar dat het ook zonder kon. De president liet de uitwerking van zijn plan over aan de Democraten die in het Congres een supermeerderheid hebben. Maar het gevolg was  een eindeloze reeks compromissen waar zelfs een centrumdemocraat als voormalig partijvoorzitter Howard Dean zijn neus voor ophaalde. Het is zo goed als zeker dat de Public Option – de enige ware concurrentie voor de privé-verzekeringsmaatschappijen – daarmee een niet al te zachte dood is gestorven. Op die manier is het zorgplan van het Congres een gigantisch cadeau geworden aan de verzekeringsindustrie.

Obama wordt geprezen voor de nieuwe wind in de Amerikaanse buitenlandse politiek. Het is een politiek van de uitgestoken hand. In de campagne beloofde presidentskandidaat Obama dat hij zonder voorwaarden zou praten met de leiders van Iran, Noord-Korea en Cuba. In een historische toespraak in Cairo stak hij de hand uit naar de moslimwereld en één van de eerste interviews in het Witte Huis was met de Arabische nieuwszender Al Jazeera. Zijn de mooie woorden ook gevolgd door daden? De grote Amerikaanse dissident Noam Chomsky verwoordde het als volgt: “Toen Obama aantrad voorspelde Condoleezza Rice dat hij de politiek zou volgen van Bush in diens tweede ambtsperiode en dat is ook, afgezien van een andere retoriek en stijl, min of meer wat gebeurd is.”

In een uitgebreid artikel over “Obama’s oorlog tegen de terreur” komt de New York Times, die Obama over het algemeen steunt, tot een gelijkluidende conclusie: Obama heeft de scherpste kanten van Bush’ antiterreurbeleid  afgevijld maar de essentie behouden. Met andere woorden: de toon is veranderd, maar de melodie is dezelfde gebleven. Opvallend is dat Obama voor zijn buitenlandse politiek en die van binnenlandse veiligheid ook van een deel van rechts uitbundige lof krijgt. De New York Times citeert een opgetogen expert van de zeer conservatieve Heritage Foundation: “Het zou niet fair zijn (Obama’s veiligheidsbeleid) Bush Lite te noemen. Het is Bush. Het is echt bijzonder moeilijk om een betekenisvol verschil te vinden.”  Obama wil Guantanamo sluiten – maar ook Bush had dat voornemen in zijn tweede termijn uitgesproken. Obama behoudt de controversiële “militaire commissies”die over de verdachten van Guantanamo moeten oordelen al zal de top Guantanamo-gevange, Khalid Sjeik Mohammed een proces krijgen voor een burgerrechtbank in New York. Maar de president heeft aangegeven dat een aantal terreurverdachten voor onbepaalde tijd zonder vorm van proces achter de tralies zullen blijven. Ook de essentie van de zeer controversiële Patriot Act die het onder andere mogelijk maakt Amerikanen af te luisteren blijft overeind.

De “vredespresident” tekent voor het grootste militaire budget sinds de Tweede Wereldoorlog en escaleert de oorlogen in Afghanistan en Pakistan waar het aantal aanvallen dat de inlichtingendienst CIA uitvoert met  drones – telegeleide onbemande vliegtuigen –  drastisch is toegenomen. Volgens  The New Yorker heeft Obama tot nu toe “evenveel aanvallen bevolen als George Bush in de laatste drie jaar van zijn presidentschap. Dit jaar alleen hebben de CIA luchtaanvallen volgens verschillende schattingen tussen 326 en 538 mensen gedood.” Het merendeel van die slachtoffers zijn burgers. David Killcullen, een voormalige adviseur van generaal David Petraeus en consultant bij de CIA, schat in de New York Times dat de aanvallen met drones een “trefpercentage hebben van 2%.” In mensentaal: 50 dode burgers voor elke dode strijder. Een beter propagandamiddel kan Osama Bin Laden zich niet dromen.

Wat de progressieve achterban van Barack Obama en veel van zijn sympathisanten in de wereld het meeste heeft geschokt is zijn beslissing om – overigens geheel in de lijn van wat hij in de campagne had gezegd – de oorlog in Afghanistan op te voeren. Ter verdediging van zijn beslissing om – kort voor hij in Oslo de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst nam – 30000 mannen en vrouwen méér naar die uitzichtloze oorlog te sturen greep Obama terug op vrijwel Orwelliaans taalgebruik: Oorlog is Vrede, Vrede is Oorlog. Ook de Amerikaanse ambassadeur in Brussel stelde het op een recent publiek debat voor alsof de oorlog in Afghanistan – met dit jaar een record aantal burgerslachtoffers – in werkelijkheid een humanitaire missie is.

Maar Obama ging in Oslo wellicht nog verder dan Bush toen hij voor het Nobelcomité dat hem de prijs had gegeven verklaarde dat hij “zoals elk staatshoofd het recht heeft eenzijdig op te treden (to act unilaterally) als dat nodig is voor de veiligheid van mijn natie.”  Wat betekent dat in deze context van een uiteenzetting over de “rechtvaardige oorlog”anders dan de pre-emptive strike van Bush? Obama breidt dat “recht” blijkbaar uit tot alle staatshoofden. Moeten we  aannemen dat de president zich hier enige retorische vrijheid veroorloofde of zou hij werkelijk met de armen gekruist blijven als bijvoorbeeld Ahmadinejad van dat “recht”gebruik zou maken?

Is met Obama ook de Grote Verandering gekomen? Nauwelijks, of hooguit in kleine doses. Obama is een pragmatische politicus gebleken die zich stevig in het centrum van het politieke spectrum positioneert. Hij deinst er niet voor terug zijn standpunten aan te passen als hem dat politiek goed uitkomt – zie bijvoorbeeld zijn belofte om campagne te voeren met publieke fondsen en het gemak waarmee hij die belofte brak toen de bijdragen van grote en kleine donoren de campagnekas deden aanzwellen.

Op buitenlands vlak volgt hij in de sporen van zijn voorganger ook al is er een radicale breuk in stijl en taalgebruik. Zeker wat de buitenlandse politiek betreft is het verschil tussen Republikeinen en Democraten overigens miniem: de discussie gaat er over de middelen, niet het doel, namelijk de hegemonie van Amerika in de wereld. Academici van uiteenlopende strekking drukten  het in een brief aan The Guardian als volgt uit: “Het presidentschap van Obama wordt in de mainstream media voorgesteld als een breuk met de desastreuze “Dubya.” Hoewel we tot tegengestelde politieke stromingen behoren zijn we het daar absoluut niet mee eens. Het publiek, zo vinden we, moet er correct over worden geïnformeerd dat de Verenigde Staten hun belangen nastreven, ongeacht de partij die aan de macht is.”

Laat het echte debat over Obama en de Amerikaanse buitenlandse politiek in de media beginnen.

Entry filed under: Azie, oorlog, VS. Tags: , , , , .

DE RAMP IN HAITI: ‘MADE IN THE USA’ HAPPY SISYPHUS LIVES ON

2 reacties Add your own

  • 1. jefc  |  januari 18, 2010 om 5:20 pm

    Johan,

    Een messcherpe maar genadeloze analyse die je ons daar maakt. Over de grote lijnen kunnen we het wel eens zijn. Maar de veelgeroemde Paul Krugman brengt net vandaag in The New York Times een belangrijke nuance aan.

    “Het is leerzaam Obama’s retoriek over de economie te vergelijken met die van Ronald Reagan. Vergeten wordt, dat de werkloosheid steeg na de belastingverminderingen van 1981. Maar Reagan had zijn antwoord klaar: alles wat fout ging was de schuld van een mislukt beleid in het verleden.
    Obama zou nu, met aanzienlijk meer recht en reden, hetzelfde kunnen zeggen. Hij had al lang kunnen aanvoeren dat de voortdurende moeilijkheden van de Amerikaanse economie het resultaat zijn van een financiële crisis die zich ontwikkelde in het Bush-tijdperk en die op zijn minst gedeeltelijk te wijten is aan de weigering van de Bush-administratie om de banken te reguleren.
    Maar Obama zegt dit niet. Misschien droomt hij nog van het overbruggen van de kloof tussen de politieke partijen…”

    Overigens moesten we de heiligverklaring van Barack hier bij ons vooral vernemen uit de mond van liberale die-hards (Fientje Moerman) en politieke nitwits (Yves Leterme).

    JC

    http://www.nytimes.com/2010/01/18/opinion/18krugman.html?th&emc=th

    Beantwoorden
  • 2. willyvandamme  |  januari 19, 2010 om 8:35 pm

    JC,
    Niet alleen een Fientje Moerman ook onze bijna voltallige media deden hetzelfde.
    Alsof een man zomaar een systeem als dat van de VS kan veranderen. De Democratische Partij waartoe hij toch behoort is evenzeer een onderdeel van de Amerikaanse maatschappij als de Republikeinse Partij.
    Het is geen toeval dat Goldman Sachs beide partijen bij de laatste presidentsverkiezingen bijna evenveel steunde en dat een Rupert Murdoch vriendjes is met Hillary Clinton.
    Wat je niet hebt bij Obama is extreem rechts als die schreeuwer van een Rus Lumbaugh. Maar een figuur als Nancy Pelosi is dan weer meer zionistisch dan de doorsnee Israëli.
    Verder merkte een Russische generaal recent op dat de VS gezien de militaire bestedingen een nieuwe oorlog voorbereiden. Iran?
    Obama is gewoon heel oude wijn herverpakt zoals ze dat enkele jaren geleden met Tony Blair deden. Een lege doos met mooie strik en vol PR.
    Het wekt altijd verbazing dat sommigen dit soort sprookjesvertellers blijven serieus nemen.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: