Howard Zinn, historicus van de underdogs

januari 29, 2010 at 4:16 am 1 reactie

Met het overlijden van Howard Zinn is een belangrijke stem in Amerika verstomd. Zinn was historicus en activist en je kunt er gerust aan toevoegen: een morele baken van links in Amerika en daarbuiten.

Drie jaar geleden interviewde ik hem voor De Standaard der Letteren en De Groene.

Johan Depoortere

“JE KUNT NIET NEUTRAAL ZIJN IN EEN RIJDENDE TREIN”

Met Columbus begon de etnische zuivering van Amerika. Twee jaar na de komst van de Spanjaarden bleef van de 250000 Arawak Indianen op Hispaniola (het huidige Haïti – Dominicaanse Republiek) nog slechts de helft over. In 1550 waren het er nog 500 en nog eens honderd jaar later niet één meer.

Howard Zinn is die zeldzame historicus die de geschiedenis van Amerika ziet door de ogen van de slachtoffers van kolonisatie, slavernij en discriminatie.

A People’s History of the United States – nu ook in het Nederlands vertaald – is daarom verplichte lectuur voor al wie geïnteresseerd is in het andere Amerika: dat van de zwarte slaven, de arme blanken, vrouwen en Indianen. Niet dat hij de complexiteit van de geschiedenis uit het oog verliest. De slachtoffers worden maar al te vaak de onderdrukkers. De landloze blanken die na de emancipatie in de massa bevrijde slaven  concurrenten zagen voor jobs en grond waren de gewillige uitvoerders van de racistische terreur in het Zuiden.

Het is één van de hoofdthema’s van de People’s History: er bestaat niet zoiets als de natie, als een gemeenschap van mensen met een gemeenschappelijk belang. Patriottisme en de mythe van het nationale belang waren in de Verenigde Staten altijd het middel bij uitstek van de elites om de onderdrukte groepen in de samenleving tegen elkaar uit te spelen: zwart tegen blank, zwart en blank tegen de inheemse bevolking, stad tegen platteland. In de eerste jaren van de kolonies was het racisme nog niet zo diep doorgedrongen in de samenleving en het lot van de blanke contractarbeiders was nauwelijks beter dan dat van de zwarte slaven. Daarom was bij de bezittende klasse slechts één vrees groter dan die voor zwarte opstanden: de vrees dat mistevreden blanken samen met de zwarten de bestaande orde zouden omverwerpen.

Zinn schrijft geen vrijblijvende geschiedenis. Hij trekt de lijn door naar vandaag. Het gemak waarmee de officiële geschiedschrijving de wreedheden uit het verleden aanvaardt is niet anders dan het gemak waarmee president Bush de duizenden burgerslachtoffers als een betreurenswaardige maar noodzakelijke prijs beschouwt voor de bevrijding van Irak. De wetenschapper Zinn is daarom ook een onvermoeibare activist. Hij staat vooraan in het verzet tegen de koloniale oorlog in Irak zoals hij 40 jaar geleden in de eerste gelederen stond in de strijd tegen de koloniale oorlog in Vietnam. Je kunt niet neutraal zijn in een rijdende trein is zijn motto en de titel van een autobiografische documentaire.

Howard Zinn stamt uit een arm gezin in Brooklyn. Zijn eerste boek vond hij op straat en zijn eerste ervaringen in de sociale strijd deed hij op als arbeider van een scheepswerf op Manhattan. In de Tweede Wereldoorlog vloog hij bombardementsmissies boven Europa en dat zou zijn visie op de oorlog grondig veranderen. Dank zij de GI-Bill – studiebeurzen voor de veteranen – kon hij na de oorlog geschiedenis gaan studeren. Hij werd professor aan het Spelman College in Atlanta, Georgia, een universiteit voor jonge zwarte vrouwen. Daar werd hij actief in de burgerrechtenbeweging als schrijver en als organisator.

De indrukwekkende documentaire van Ken Burns THE WAR die dezer dagen op de openbare omroep PBS te zien is heeft de belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog nieuw leven ingeblazen. Een noodzakelijke Oorlog is de titel van de eerste aflevering en je hoort het weer aan alle kanten: de Tweede Wereldoorlog was (in tegenstelling tot die in Irak) de Goede Oorlog. Wás het een goede oorlog?

(Grinnikt) Dat is een grote vraag! Ja en neen. Ik heb daar zeer tegenstrijdige gevoelens over. Ik ben er enthousiast in gestapt en met grote zekerheid. Ik kwam ervan terug met veel twijfels maar met die ene zekerheid dat zoiets als een goede oorlog niet bestaat. De oorlogstechnologie heeft een punt bereikt waarop er geen enkel politiek probleem meer is dat oorlog kan verantwoorden, want oorlog komt tegenwoordig neer op massaal afslachten van mensen en dat staat in geen enkele verhouding tot mogelijk politiek gewin.

Hitler moest toch worden tegengehouden?

De vraag is moest hij worden tegengehouden op de manier waarop het is gebeurd. Moest het Japanse militaire imperium worden tegengehouden op de manier waarop het is gebeurd? Was daar een Hiroshima en Nagasaki voor nodig, het bombarderen van Tokio? Was de verwoesting van Dresden nodig? Was het nodig om 50 miljoen mensen te doden vóór Hitler verdwenen was?  Nee er moest iets gebeuren tegen het fascisme, er moet altijd verzet zijn tegen fascisme en tirannie. De vraag is alleen: welke middelen gebruik je.

U bent academicus en activist. Wordt u serieus genomen in de academische wereld?

Het is juist dat de activist zich op het randje van de academische wereld beweegt. Hij wordt vaak met enig wantrouwen bekeken, alsof hij geen echte academicus, geen echte wetenschapper zou zijn. Het meeste wantrouwen leeft overigens niet bij de collega’s maar bij het bestuur van de universiteiten. Zij willen niet dat hun faculteit actief is in politieke aangelegenheden. Maar de collega’s – of sommigen toch – hebben sympathie voor wat je doet al zijn ze zelf niet actief. Anderen vinden dat je wetenschappelijk werk niet helemaal op niveau is omdat het van een activist komt. Dat is vooral zo in het vakgebied geschiedenis, daar zullen ze vaak zeggen: je kunt niet objectief zijn, je kunt niet neutraal zijn als je zelf geëngageerd bent en politieke overtuigingen hebt.

En u zegt: Je kunt niet neutraal zijn in een rijdende trein.

Ik zeg: neutraal zijn is onmogelijk. Je kunt denken dat je neutraal bent maar je bent het niet, want als je je afzijdig houdt van de problemen van de dag dan ben je voor het status-quo, je gaat akkoord met wat er gebeurt.

Uw Geschiedenis van het Amerikaanse volk is geschreven vanuit het standpunt van de underdog, de slachtoffers die in de geschiedschrijving meestal vergeten worden. Het boek is voor het eerst in 1980 verschenen. Vindt u het niet vreemd dat het zo lang heeft geduurd voor zo een geschiedenis er kwam?

(Lacht) Ja het is verbazend. Er zijn dingen geweest die er dicht bij kwamen. Er zijn progressieve historici geweest, historici van de arbeidersbeweging.  William Appleman Williams bijvoorbeeld is een linkse historicus aan de universiteit van Wisconsin. In de jaren vijftig schreef hij een boek Tragedy of American Diplomacy dat kritisch was voor de Amerikaanse buitenlandse politiek. In de jaren dertig werden werken over de geschiedenis van de Verenigde Staten geschreven uit een linkse invalshoek maar niemand heeft ooit vóór mij de Amerikaanse geschiedenis in haar geheel, van Christopher Columbus tot heden, door een radicale bril bekeken. Eén van de redenen waarom ik het boek heb geschreven was dat ik naar zo een boek op zoek was en het niet kon vinden. Mensen vroegen me: Kun je een geschiedenis van de Verenigde Staten aanbevelen geschreven vanuit een radicaal perspectief en ik kon alleen wijzen op die deelgeschiedenis of een andere maar niet op een alomvattende geschiedenis. Dus dacht ik, dan doe ik het zelf maar.

Opvallend in uw boek is de nadruk op het talent van de Amerikaanse elite om de  groepen in de maatschappij die haar bedreigden tegen elkaar uit te spelen.

Het was niet zo moeilijk om ze tegen elkaar op te zetten. Ze speelden op de tegenstrijdige belangen van die groepen. Tegen de arme blanken konden ze zeggen: Trek westwaarts en je zult gratis grond krijgen of goedkope grond krijgen. Maar de Indianen zaten hun in de weg. Ze konden natuurlijk niet tegen die arme blanken zeggen wat er zou gebeuren als de Indianen verdreven waren, namelijk dat het land zou worden opgeslokt door de spoorwegmaatschappijen en dat de grond onbetaalbaar zou worden. Het was dus niet zo moeilijk om ze tegen de inheemse bevolking op te zetten. En je kon de arme blanken ervan overtuigen dat de reden waarom ze arm waren bij de zwarten lag. Het resultaat was geweld van arme blanken tegen zwarten. En werksituaties zijn altijd gespannen. Er is altijd competitie voor banen en dus als je tegen blanken zegt dat zwarten hun job zullen afpakken – net zoals je vandaag zegt dat immigranten hun job zullen afpakken – dan heb je meteen een conflict. Dus je krijgt strijd en bitterheid van  blank tegen zwart, immigrant tegen autochtoon, in plaats van samen te strijden tegen de gemeenschappelijke vijand.

En toen zoals nu was patriottisme het middel bij uitstek om te domineren.

Patriottisme  creëert een kunstmatige eenheid tussen iedereen. We zitten allen in hetzelfde schuitje, we zijn allemaal één gemeenschap, met  een gemeenschappelijke vijand. Maar ze zeggen niet dat wie het meeste voordeel haalt uit de oorlog niet de doorsnee Amerikaan is of de werkende mens, maar de wapenindustrie, de politici, de grote bedrijven, de rijken. Ze hebben de bevolking ervan overtuigd dat ze deel uitmaken van wat ze het nationaal belang noemen en door die artificiële eensgezindheid te creëren hebben ze een domper geplaatst op het antagonisme tegen de bezittende klasse.

Hoe konden ze bijvoorbeeld de zwarte slaven ervan overtuigen vóór de onafhankelijkheid te vechten tégen Engeland. De slaven hadden weinig goeds van de onafhankelijkheid te verwachten.

Ze konden de blanke slaven er dan ook niet van overtuigen voor de onafhankelijkheid te vechten. Sommigen vochten aan Amerikaanse kant maar de meerderheid van de zwarte slaven  vochten aan de kant van de Engelsen in de Amerikaanse Revolutie. De Brittens beloofden hen vrijheid en het duurde een hele tijd eer George Washington besefte dat de zwarten de kant van de Britten kozen en toen beloofde ook hij de slaven de vrijheid als ze aan de kant van de Amerikaanse kolonisten zouden vechten. Een aantal heeft dat ook gedaan, maar de zwarten zijn traditioneel achterdochtig als het over Amerikaanse oorlogen gaat. Meer dan welke andere bevolkingsgroep ook. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de oorlog in Vietnam, dan waren de zwarten in de opiniepeilingen altijd méér tegen de oorlog dan de anderen. Maar er is ook altijd een conflict geweest onder de zwarten, omdat sommigen onder hen wouden bewijzen dat ze in patriottisme niet moesten onderdoen voor de blanken en dat het beter was voor hen om samen met de blanken hun deel te doen in de oorlog. Maar anderen stelden de vraag: Wat hebben wij te winnen bij deze oorlog? Wij worden net zozeer uitgebuit en we zijn net zozeer het slachtoffer als die mensen tegen wie we vechten.

Eén van de opvallende vergeten feiten uit de geschiedenis van de Verenigde Staten is het verzet van de zwarte slaven. Het lijkt wel of ze grotendeels passief hun verschrikkelijk lot ondergingen, maar er waren in werkelijkheid tal van opstanden.

En slavenoorlogen, ja. Dat gaat terug tot de 18e eeuw. Er waren heel veel slavenopstanden. Herbert Aptheker, een Marxistische historicus heeft zijn doctoraat gemaakt over zwarte slavenopstanden, heel heel veel waren er. Maar de geschiedenis is ze vergeten. Slechts enkele van de grotere opstanden hebben een plaats gekregen in de geschiedenisboeken: Denmark Vesey in South Carolina, Nat Turners opstand in 1830 in Virginia maar er waren veel meer opstanden dan de meeste mensen beseffen.

Ook weinig bekend is de rijkdom van de linkse beweging aan het einde van de 19e, begin 20e eeuw: de Wobblies, de anarchisten, de socialisten. Later, in de jaren 20 en 30 was Kansas een bolwerk van radicalisme en hervormers. Dat lijkt nu wel allemaal heel ver af.

Dat was het hoogtij van radicalisme in de Verenigde Staten. Eind 19e eeuw had je de bitterste sociale conflicten. De Socialistische Partij stond op een hoogtepunt met afdelingen in heel het land. Ze hadden meer dan een miljoen lezers van socialistische dagbladen en ze verkozen leden van de volksvertegenwoordiging in de staten en burgemeesters en Congresleden. Dat is daarna nooit meer gezien. En de IWW (Industrial Workers of the World) organiseerde stakingen zoals de succesrijke stakingen in Massachusetts tegen de bazen van de textielfabrieken. Het waren de hoogdagen van de progressieve beweging. En het is interessant – u sprak daarnet over patriottisme als mobilisatie tegen de progressieven – wel Wereldoorlog I was het middel bij uitstek om die progressieve beweging te vernietigen. Het eerste wat ze deden was de leiders van de IWW voor de rechtbank slepen omdat ze zich verzetten tegen de oorlog en de hele top van IWW werd in de gevangenis gegooid. Leden van de Socialistische Partij werden gevangen gezet, bijna duizend van hen gingen de gevangenis in omdat ze tegen deelname aan WOI waren. Het was een heel effectieve manier om de progressieve en radicale beweging te fnuiken.

Heeft de beweging zich daar nooit van hersteld?

De progressieve beweging is in de jaren dertig heropgestaan in een andere gedaante toen de Depressie en de Economische Crisis eraan kwamen en de Communistische Partij de leidende linkse kracht werd. Er was oproer in heel het land met werklozenraden, huurdersraden… en deze radicaal linkse agitatie gaf de aanstoot tot de New Deal. Veel Amerikanen denken dat al die maatregelen van de New Deal, dat hervormingen als sociale zekerheid en werkloosheidssteun er gekomen zijn omdat Franklin D Roosevelt een man was met een groot hart en dat allemaal wou doen. Maar Roosevelt voelde zich bedreigd door deze radicale bewegingen, de stakingen en de onlusten. Het was heel wijs van hem om de zaken te kalmeren door de mensen werk te verschaffen, door de jongeren aan een baan te helpen, door huursubsidies en sociale zekerheid. Ja de jaren dertig waren één van de drie hoogtepunten van Amerikaans radicalisme in de voorbije honderd jaar: de eerste jaren van de 20e eeuw, de jaren dertig en de jaren zestig.

De jaren zestig met de anti-oorlogsbeweging, de burgerrechtenbeweging, de vrouwenbeweging. U was heel actief in de burgerrechtenbeweging en in de anti-oorlogsbeweging. U bent naar Hanoi gegaan om te onderhandelen over Amerikaanse krijgsgevangenen. Hoe komt het dat de vredesbeweging nu zoveel zwakker lijkt?

De vredesbeweging nu is inderdaad zwakker als je vergelijkt met het hoogtepunt van de anti-oorlogsbeweging in de Vietnamtijd, maar niet als je vergelijkt met het begin van de beweging toen. Het hangt er dus van af welk stadium in de beweging je vergelijkt. Maar vandaag is het moeilijker om een nationale beweging tegen de oorlog van de grond te krijgen om verschillende redenen. Eén ervan is het feit dat de regering die we nu hebben  veel meedogenlozer is, vastberadener om deze oorlog voort te zetten dan welke regering ook in de Vietnamperiode. En de controle over de media en de pers heeft het moeilijker gemaakt om de bevolking te mobiliseren. Maar ondanks dat alles moet je ook opmerken dat de anti-oorlogsbeweging vandaag vaak onderschat wordt. Als je naar de opiniepeilingen kijkt zie je dat de openbare mening in de Verenigde Staten van 80% vóór de oorlog gedraaid is naar 70% tégen de oorlog. Dat is een enorme verandering.

Hebt u enige hoop dat er na de volgende presidentsverkiezingen iets zal veranderen. Hebt u enig vertrouwen in de huidige Democratische kandidaten,  Barack Obama of  Hillary Clinton?

Zeker niet Hillary Clinton! Barack Obama is erg vaag. Hij zou natuurlijk een verbetering zijn, iedereen zou een verbetering zijn in vergelijking met George Bush. Maar Barack Obama…. dat is het probleem van de Democratische Partij: Ze zijn niet moedig, ze vertrouwen het Amerikaanse volk niet. Ze zijn bang dat ze steun zullen verliezen als ze moedig uitkomen voor hun standpunten. Ze zouden steun krijgen als ze dat wél deden, maar Barack Obama is voorzichtig. Over het algemeen is de geschiedenis van de Democratische Partij geen geschiedenis van moed. Kijk naar het schandelijke gedrag van de Democratische leiders in het Congres. Ze zeggen dat ze tegen de oorlog zijn maar ze blijven de oorlog financieren. Ze zijn bang voor de kiezer hoewel meer dan 70% van de bevolking tegen de oorlog is.”  (JD, 4 oktober 2007)

Entry filed under: links, oorlog, Samenleving, VS. Tags: , , , , , .

ZELFKRITIEK VAN SOCIALISTENLEIDER HAITI: DE GENOCIDE

1 reactie Add your own

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: