Nederlands VERLOREN JAREN

maart 4, 2010 at 2:28 pm 1 reactie

“Laten we toch de benen nemen, zo lang het nog kan.” – Gerard Reve

door Frans Peeters

Gisteren hebben we in Nederland kunnen stemmen voor de gemeenteraden (het NOS-Journaal spreekt merkwaardig genoeg van: “mogen stemmen”) en de uitslag betekent een fragmentatie van het partijen-landschap. Campagneleiders voor de Kamerverkiezingen van juni weten wat hun te doen staat: maak de kiezers bang voor de reusachtige toekomstige bezuinigingen, alleen al volgend jaar 37 miljard euro (zegge en schrijve: zevenendertig miljard), en hamer erop dat die operatie eigenlijk alleen in goede handen is bij de gevestigde partijen: CDA, PvdA, VVD en, nou ja vooruit: D66. De partijen op de flanken, SP, GroenLinks en PVV, zullen het niet gemakkelijk krijgen om daar tegenin te brengen dat het nu juist de bestuurlijke geweldenaars van CDA etc. zijn geweest die het land in de problemen hebben gebracht. Die strijd zal heel wat stofwolken opwerpen, met als effect dat de contouren van de echte ramp die zich aan het voltrekken is, aan het zicht onttrokken blijven.

 Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de bezuinigingsoperatie niet dient te gebeuren, wil het land niet de kant van Griekenland of Groot-Brittannië op gaan. Dat lijkt een boudere bewering dan het is. De Grieken hebben niet alleen de zaak, maar vooral zichzelf jarenlang belazerd. There are three kinds of lies: lies, damned lies and statistics, zei Disraeli in de negentiende eeuw, en in Athene werd het afgelopen decennium aangetoond hoe weinig die uitspraak van zijn actualiteit heeft verloren.

 Het grappige, of zo men wil: tragische, is dat je ook met op zichzelf juiste statistieken de zaak kunt belazeren, en in de eerste plaats jezelf. Neem het tekort op de staatsbegroting, uitgedrukt in het Bruto Binnenlands Product (het BBP). Wat de Grieken deden was hun begrotingstekort gedeeltelijk wegmoffelen met valse statistieken om toegelaten te worden in de Euro-zone, daarmee uiteindelijk het vertrouwen in de Europese eenheidsmunt ondermijnend. Wat in Nederland kan gebeuren is dat niet met het tekort, maar met de hoogte van het BBP wordt gesjoemeld. Hoe hoger het BBP, hoe lager het tekort, dat immers wordt uitgedrukt in een percentage van het BBP.

 Nederland heeft volgens het ministerie van Financiën een tekort van 5,9 procent van het BBP – erg veel; meer bijvoorbeeld dan de 5,7 van een notoir deficitair land als Italië en praktisch het dubbele van de limiet waartoe we ons hadden verplicht bij  het Verdrag van Maastricht. Het Nederlandse BBP bedraagt een kleine 600 miljard per jaar, 5,9 procent daarvan is 35 miljard per jaar. Voeg daar bij een recente – structurele – tegenvaller van nog eens twee miljard en het tekort beloopt 37 miljard per jaar, of 3 miljard per maand.

 Hoe komt Nederland eigenlijk aan zo’n hoog BBP van 600 miljard – wel erg hoog als je het vergelijkt met het Belgische dat in het nog tamelijk goede jaar 2008 slechts 330 miljard bedroeg?

 Een fiscalist attendeerde me op het volgende voorbeeld. Een Amerikaans bedrijf heeft haar moederconcern om fiscale redenen in het belastingparadijs Nederland gevestigd. Dat concern bestaat in feite uit niet veel meer dan een paar mappen in een trustkantoor. Een keer per jaar wordt de winst, laten we zeggen een miljard euro om het rekenen te vergemakkelijken, naar Nederland overgemaakt. Er wordt hier een habbekrats belasting betaald en enkele uren later gaat gaat de winst weer terug naar de VS. Dan rekent Nederland niet het beetje belasting bij zijn BBP, maar het hele miljard.

 Vervolgens wordt het naar de VS teruggestuurde bedrag (praktisch een miljard euro in ons voorbeeld) geteld als Nederlandse investering in de VS. Zo werd Nederland, als je de Haagse politici mag geloven, een van de belangrijkste investeerders in de VS. Niet voor de Amerikanen natuurlijk, die weten ook wel dat het hier een sigaar uit eigen doos betreft, maar voor de goedgelovige Nederlanders, die nou eenmaal het goede nieuws van hun politici zo graag horen. Nog steeds hebben Nederlanders als je de meningsonderzoeken mag geloven, van alle Europeanen het meeste vertrouwen in de toekomst. Het echte BBP wordt op die manier lager, het tekort stijgt in percentage. Daarmee belazeren we onze Euro-partners, en in de eerste plaats onszelf. Dat is de gevaarlijke kant van die opschepperij.

 Waarom wordt er dan geen alarm geslagen? Ik denk omdat een deel van het Nederlandse tekort bestaat uit leningen en deelnemingen in banken als ING, ABN-Amro en Fortis, daterende uit het begin van de krediet-crisis. Het is natuurlijk niet onwaarschijnlijk dat die aandelen straks met winst kunnen worden geprivatiseerd. Maar toch: de schuld groeit met 3 miljard per maand. En dus moet er iets gebeuren.

Staatspensioen onbetaalbaar

 Dat zag je afgelopen winter. Nederland heeft relatief gesproken het laagste staatspensioen van West-Europa, de AOW. In de meeste andere landen geldt dat de uitkeringen zijn gekoppeld aan de hoogte van de belasting die men tijdens zijn werkzame leven heeft betaald. In Nederland niet. Daar krijgt iedereen evenveel,  namelijk het sociale minimum, hoeveel belasting en sociale premies men ook heeft betaald. De rest wordt overgelaten aan particuliere pensioenfondsen. Afgelopen winter werd het land opgeschrikt door een gezamenlijke mededeling van de regeringspartijen CDA en PvdA, de founding fathers van de AOW, dat zelfs dit  minimale staatspensioen onbetaalbaar was geworden, en dat de leeftijd waarop het wordt uitgekeerd van 65 naar 67 moest worden verhoogd. Het duidt op de precaire toestand van de overheidsfinanciën. Even had het realisme het gewonnen van de borstklopperij.

 Toch worden in Nederland dingen nog steeds rooskleuriger voorgesteld dan ze zijn, tot in het belachelijke toe. De export bijvoorbeeld. In januari werden we in de kranten – NRC Handelsblad voorop – verblijd door het bericht dat Nederland, crisis of geen crisis, was opgerukt naar plaats vijf van ’s werelds exporterende landen. Achter Duitsland, China, Japan en de VS, maar voor Frankrijk, Engeland, Italië, India, Zuid-Korea en nog zo het een en ander. Wie goed las, stelde tot zijn verbazing vast dat de Nederlandse export nog meer bedroeg dan het Bruto Binnenlands Produkt. Dus zou er meer worden uitgevoerd, dan geproduceerd. Hoe kan dat? Toen bleek dat ook de doorvoer werd meegerekend. Duitse exportproducten die in Rotterdam worden overgeslagen, telt men mee als Nederlandse export. En vice versa.

De lage werkloosheid

 Waar is zulke opschepperij toch goed voor, behalve voor binnenlandse propaganda? Ronduit gevaarlijk wordt het de bevolking steeds voor te houden, “dat we er relatief nog steeds beter voorstaan dan de meeste landen, want we hebben de laagste werkloosheid van Europa.”

 Wie op een mooie werkdag in een Nederlandse stad om zich heen kijkt en al die rondhangers ziet, kan het amper geloven. Zouden die types allemaal nachtdienst hebben? In Nederland moet je erg je best moet doen om werkloos te zijn volgens de definitie die politici en ambtenaren hanteren. Je geldt pas als werkloos, als je eerder hebt gewerkt, en met onmiddellijke ingang bereid en in staat bent tenminste 12 uur per week te werken. Wie bijvoorbeeld op een herscholingscursus zit, telt niet mee, en evenmin iemand die nog nooit heeft gewerkt. Die onzin dateert nog van Lubbers. Tijdens zijn premierschap zwoer hij dat hij zou aftreden als er meer dan een miljoen werklozen zouden zijn. Toen dat aantal bijna was gehaald, veranderde hij de definitie in bovengestelde zin – en kon blijven.

 Laten we daarom de eenvoudige definitie hanteren van de een man omvattende Commissie-Peeters: werkloos is iedereen tussen de 16 en de 65 die thuis zit met een uitkering, studenten uitgezonderd. Houden we die definitie aan, dan heeft Nederland zeer zeker niet het laagste percentage werklozen van Europa.

 – Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (26 februari 2010) waren er in december 270.000 uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet. En dat getal stijgt met ongeveer 10.000 per maand. Dat zijn er deze maand dus 300.000, of 3,9 procent.

 – Daarnaast ontvingen 280.000 personen tot 65 jaar in december een bijstandsuitkering, of 3,7 procent.

 – Ruim 834.000 mensen genoten in augustus 2009 van een uitkering op basis van de Wet Arbeidsongeschiktheid, of ruim 11 procent.

 – En slotte kregen vorig jaar april 458.000 mensen een uitkering op grond van de Vervroegde Uitkeringsregeling of VUT, of  6,0 procent – een recenter cijfer kan ik in de gauwigheid niet vinden. De VUT, die formeel betaald wordt door werkgevers en werknemers, loopt af. Alleen de overheid gebruikt de regeling nog massaal, en betaalt die dus uit de algemene middelen.

 Samen 24,6 procent, of een kwart. Dat is niet het laagste percentage van Europa, integendeel, dat is alarmerend. Vooral omdat dit percentage, vijftien jaar geleden door de minister van Economische Zaken Annemarie Jorritsma “de hardnekkige werkloosheid” genoemd, al zeker twee decennia praktisch onveranderd is.

 Al die uitkeringen moeten worden opgebracht. Gelukkig, zo hield oud-minister van Financiën, de sociaal-democraat Wouter Bos niet op te beweren, “dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten”. Was het maar zo, zoals blijkt uit onderstaande twee voorbeelden.

 

Een vermogend man kocht in januari 2009 voor een miljoen aandelen ING à € 2,50 per stuk. Een half jaar later verkocht hij ze voor €10,00. In 2009 heeft hij dus € 3.000.000,00 of drie miljoen euro verdiend. Daarover zou hij in Engeland veertig procent capital gain tax moeten betalen, in Finland 28 procent. Ook Duitsland en de kapitalistische VS kennen zo’n belasting. Nederland niet. In Nederland betaalt de gelukkige slechts 1,2 procent vermogensbelasting, of € 36.000,–.

 Tweede voorbeeld. Een arme drommel verdient dit jaar € 17.000,–. Daarover dient hij in het sociale paradijs van Wouter Bos 33,50 procent, of een derde, belasting en premies te betalen: € 5695.00. (In Duitsland betaalt een gezin met twee kinderen met een inkomen tot 38.000 euro per jaar geen belasting, alleen sociale premies).

De kenniseconomie

 De remedie van Balkenende lijkt op het eerste gezicht reëler dan de sterke schouders van Bos. De christen-democraat wil een kennis-economie. Want van de dienstensector alleen kun je niet leven: “Je kunt mekaar nou eenmaal niet allemaal met pizza’s achterna blijven rennen,” waarschuwde de betreurde PvdA-econoom Rients de Boer al dertig jaar geleden. Maar het voor een kennis-economie onmisbare onderwijs wordt steeds beroerder. In het middelbaar onderwijs komt het steeds vaker voor dat onbevoegden voor de klas staan. Dat kan tientallen procenten van het lerarenkorps omvatten. Op een Amsterdams gymnasium kregen de kinderen een half jaar lang geen wiskunde omdat er geen leraar was. En nu de generatie van de babyboomers onder de leraren de komende jaren met pensioen vertrekt, wordt de situatie er vast niet beter op.

 Nederlandse gymnasiasten vallen nu al op door een ontstellend gebrek aan algemene ontwikkeling, om over de mindere opleidingen maar te zwijgen. Op de werkvloer worden jonge nieuwkomers wel begroet met de vraag: “Jij hebt zeker niet meer hoeven leren dat Japan de hoofdstad van China is?”

 In het lager onderwijs is het, zeker in de grote steden, nog treuriger gesteld. Onderwijzers kunnen niet rekenen of spellen. Volgens een recent gemeentelijk onderzoek verlaat de helft van de Amsterdamse kinderen het basisonderwijs terwijl ze amper kunnen lezen en rekenen. (Over schrijven zullen we het maar niet hebben. Dat leer je tegenwoordig waarschijnlijk pas in postdoctorale opleidingen.)

 Dat het in de grote steden voornamelijk om allochtone kinderen gaat, is verbazingwekkend. Het onderwijs krijgt al decennia lang bijna het dubbele aan overheidsbijdrage voor een allochtoon kind vergeleken met de bijdrage voor een autochtoon kind. Dat geld is dus boter aan de galg gesmeerd. Van de week stond in de krant dat in de Amsterdamse voorschoolse opvang, bedoeld om allochtone peuters enigszins van hun thuis opgelopen taalachterstand af te helpen, veel leerkrachten werken die zelf het Nederlands niet machtig zijn. Het zijn slecht of niet opgeleide allochtonen die een baantje moesten hebben. Het is niet moeilijk te voorspellen, dat de PvdA, nog steeds de grootste in de stad en na 65 jaar onafgebroken besturen de partij die het Amsterdamse onderwijs gebracht heeft waar het nu is, weinig of niets aan die misstand zal doen: veruit het grootste deel van haar Amsterdamse kiezers heeft een allochtone achtergrond, zo bleek uit een verkiezingsonderzoek gisteravond.

 En zo sukkelen we verder van dieptepunt naar dieptepunt, totdat rond 2030 het aardgas op is. Misschien dat dan eindelijk een besef van nederigheid en realisme doorbreekt.

Frans Peeters woont in Amsterdam en is gewezen journalist van o.m. Het Parool en Vrij Nederland

Entry filed under: Ekonomie, Europa, Nederland. Tags: , , , , .

WELK REDELIJK LINKS ? BLOOD AND TREASURE

1 reactie Add your own

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: