BLOOD AND TREASURE

maart 8, 2010 at 2:20 pm 1 reactie

 

ADAM HOCHSCHILD reporting from DR CONGO

Bij de mijnwerkers van Ituri

Op de bodem van de vallei en de tegenoverliggende helling zien we groepjes mannen, tieners en twintigers. Mijnwerkers moeten zich een plaatsje kopen in een team van vijftien koppen. Daarvoor steken ze zich in de schulden.

De groep waar we mee praten is haar werk ’s nachts om drieën begonnen, bij lantaarnlicht, om zoveel mogelijk gedaan te hebben als de middagzon begint te branden. Als gereedschap hebben ze alleen schoppen. Daarmee hebben ze een inkeping gemaakt van ongeveer 7 meter breed en 7 diep. Op de bodem is een tunnel gegraven van een kleine meter hoog, precies genoeg om op handen en knieën in te kruipen. De tunnel is niet meer dan 4 tot 5 meter ver, anders bestaat gevaar voor instorting. De mannen denken dat de donkere aarde verderop meer goud zal bevatten.
Manshoog ligt de rode smurrie van hun graafwerk opgestapeld langs de rivier. Nu komt het volgende stadium: een man gooit schopladingen aarde en vuil, een ander giet kommen water in de zelfgemaakte trechter. De modder stroomt rijkelijk over een tapijt van wollen dekens en takken. Daardoor wordt de stroming afgeremd en zullen zwaardere stukken goud op het deken belanden, waar kleinere klompjes blijven kleven en zorgvuldig worden opgeraapt.

De meeste van deze mannen, zo vertellen zij monkelend, zijn gewezen leden van rivaliserende milities. Hun geschillen lijken verdwenen in de gezamenlijke zoektocht naar voldoende goud om te overleven. Op een doorsnee dag vinden ze erts voor een waarde van 30 tot 50 dollar – te delen door 15. Bovenop moet 30 procent worden afgestaan aan de ‘patron’ die de delfvergunning bezit, hij krijgt bovendien een leuk bedragje alvorens hij een ploeg aan het werk laat gaan. Gouddelvers betalen een onwaarschijnlijke variatie aan smeergelden. Zo is er de 3 dollar per week en per man voor politie of leger, aan zogenaamd protectiegeld. Wat de gewone mijnwerker in Ituri overhoudt voor zichzelf en zijn familie is tussen 40 en 60 dollar per maand.

MONGBWALU

Australische ontdekkers legden een eeuw geleden de basis voor de ontginning van het goud in Ituri en ook vandaag is de belangrijkste prospector in Mongbwalu een Australiër. Geoloog Adrian Woolford, 30 maar ervaren, is directeur exploratie voor een filiaal van het Zuid-Afrikaanse AngloGold Ashanti, de derde grootste gouddelvingsfirma in de wereld.
Woolford is lang, mager en bebaard, gekleed in khaki short en hemd, mouwen opgerold. Hij vindt het niet meer dan redelijk dat hoog gekwalificeerde specialisten in deze uithoek goed verdienen. Hij krijgt twee weken vrij na elke periode van zes weken werk. De laatste keer heeft hij zijn veertien dagen in Cambodja genomen, nu koestert hij Braziliaanse vakantieplannen.

Een paar honderd meter verderop wonen mensen in vuile slijkhutten, verlicht met kaarsen of keroseenlampen. Maar de enclave van de mijnmaatschappij, hoog op de heuvel, is een Westers eiland met doorspoeltoiletten en elektriciteit.

Op zijn computerscherm toont Woolford driedimensionale beelden, animatiegewijs ronddraaiend naar boven- onder- en zijkanten, van wat er in de ondergrond van Mongbwalu zoal zit. Hompen gouderts in schitterend rood worden afgewisseld met dunne groenen lijnen van andere gesteenten. Ook krijgen we enkele van de 500 proefgaten te zien, uitgevoerd door met diamantgebit uitgeruste boren, waarvan sommige tot bijna 700 meter diep gaan.

De boringen hebben een ware schat aan het licht gebracht. Bij de volgende heuvel, verklapt Woolford, bevindt zich op minder dan 250 meter diepte een laag van 2,5 miljoen ons goud, goed voor drie miljard dollar tegen de huidige prijzen. Nog beter: er zit drie gram goud per ton rots, wat een buitengewoon hoog gehalte is in deze massa en zo dicht bij de oppervlakte. [naar schatting gaat het op die kleine plek dus om 7 ton puur goud/jc].

Het bedrijf heeft 250 personeelsleden ter plaatse. Ze werken meestal binnen de compound, goed beschermd door wachters onder wie Nepalese Gurkha-veteranen van het Britse leger. (Ze worden geleverd door een filiaal van ArmorGroup, de beveiligingsfirma die in opspraak kwam door een schandaal bij de VS Ambassade in Afghanistan, september vorig jaar.)
Toegangspoorten, zoeklichten, hoge prikkeldraad… Onze begeleider Joel Bisubu, een Congolese mensenrechtenactivist, noemt het ‘Guantanamo’.

AngloGold Ashanti heeft onlangs een reeks akkoorden met de Congolese regering gesloten, om hier en op een andere belangrijke site in het noordoosten met mijnontginning te starten. In Mongbwalu gaat 86 procent van de opbrengst naar het bedrijf, de rest naar het zo goed als failliete voormalige staatsbedrijf dat intussen geprivatiseerd werd. Vier andere multinationals, gevestigd in Londen, Canada en Zuid-Afrika, hebben soortgelijke mijncontracten achter gesloten deuren bedongen. Niemand zal ooit weten wat blijven plakken is bij de Congolese regeringsambtenaren, in de vorm van beloofde baantjes, gunsten of smeergeld. Al deze praktijken zijn hier legio.   

Vertegenwoordigers van de lokale gemeenschappen worden intussen buiten de zaak gehouden. Zelden worden zij er beter van, dat lijkt deel uit te maken van de ‘vloek van de rijkdom’. Die regel is harder naarmate de nationale regering minder greep heeft, zoals hier. Een mislukte staat bedriegt zijn volk op vele wijzen. Een ervan is dat in een wereld van grote en machtige ondernemingen een zwakke en corrupte regering niets in de onderhandelingspap te brokkelen heeft.

MILJARDAIR PAULSON

Voor zijn industriële mijnuitbating heeft Congo nood aan expertise en investeringskapitaal waarover, in voor- en tegenspoed, alleen multinationals beschikken. En een bedrijf als AngloGold Ashanti, met zijn 60.000 werknemers op vier continenten, kan moeiteloos elders investeren als het de Congolese voorwaarden niet naar zijn zin vindt.

Zo’n bedrijf wint het op alle terreinen, behalve in sociale verantwoordelijkheidszin. Tijdens de oorlogsjaren gingen lucratieve mijnconcessies vlotjes van de ene hand in de andere, van de warlords naar winstbeluste bedrijven. Het VN-embargo op overeenkomsten met rebellerende groepen werd door AngloGold Ashanti vrolijk genegeerd. Het kocht de warlord om die zes jaar geleden Mongbwalu in zijn macht had. Hij en zijn vriendjes konden ook gebruik maken van de firmawagens en –vliegtuigen, plus een riante woning.  

Miljoenen dollars werden besteed aan ‘prospectie’. Belachelijk kleine giften gingen naar het lokale ziekenhuis, scholen, een voetbaltornooi e.d., terwijl de smeekbeden van lokale groepen en kerken onbeantwoord bleven. ‘Van onze lijstjes met verlangens en klachten is niets terecht gekomen’, zegt Richard Magabusini, een verkozen chef. ‘Ze blijven herhalen: we prospecteren nog maar, al de rest zullen we later wel bekijken.’

AngloGold Ashanti praat liever met de meer plooibare leden van de gemeenschap die het om zich verzameld heeft als een soort alternatieve bedrijfsraad. Een van de problemen is of er gewerkt zal worden in een grote open mijnput, dan wel in ondergrondse schachten en tunnels.
Op geringe diepte zal de firma zeker de eerste, goedkopere oplossing kiezen. De bewoners zijn tegen open putten, omdat ze de vruchtbare grondlaag verwijderen, gaten in het landschap laten, rivieren en waterlopen bevuilen.

Een optrekje van miljardair Paulson op Long Island

Er zou ook een heel dorp moeten verhuizen. ‘De geheimen van onze voorvaderen mogen niet worden verstoord’, zegt Chef Magabusini. ‘Wij eisen uitdrukkelijk dat er niet met mensen wordt geschoven.’

Het grootste stuk van de Afrikaanse taart wordt door het bedrijf ingepikt, slechts een klein gedeelte van de 7 ton goud zal misschien in Congo blijven – en dan nog vermoedelijk op de privé-rekeningen van hoge gezagdragers. In buurland Tanzania heeft AngloGold Ashanti tussen 2000 en 2007 voor meer dan anderhalf miljard dollar goud bovengehaald: daarvan is niet meer dan 9 procent in het land gebleven, aan belasting of royalties.

Waar gaat de winst dan wel naartoe? Een flinke brok belandt in de Verenigde Staten. Want de firma mag haar zetel dan al in Zuid-Afrika hebben, haar grootste aandeelhouder is de hedgefund-miljardair John Paulson, die woont in de dure Upper East Side van New York en ’s zomers in de Hamptons residentie van Long Island. Hij bezit 12 procent van het bedrijf en nog andere Amerikanen hebben aandelen.

De uitgebreide reportage staat in het jongste nummer van Mother Jones
http://motherjones.com/toc/2010/03
(bewerkt door jc)

Lees ook:
https://salonvansisyphus.wordpress.com/?s=Adam+Hochschild

https://salonvansisyphus.wordpress.com/?s=Rene+Ngongo

Entry filed under: Afrika, Ekonomie, Media, oorlog, VS. Tags: , , , .

Nederlands VERLOREN JAREN HARTELOOS NEDERLAND

1 reactie Add your own

  • 1. jefc  |  maart 10, 2010 om 11:29 am

    Nieuwstelex
    10.03.10 Rik Van Cauwelaert: “Koning Albert moet Congo mijden” (CongoForum)
    BRUSSEL – Knack-commentator Rik Van Cauwelaert vindt dat koning Albert II moet wegblijven uit Congo, dat eind juni de 50ste verjaardag van zijn onafhankelijkheid viert. “De Belgische diplomatie en de vertegenwoordiging in Kinshasa sloven zich uit om de vorst op de Congolese onafhankelijkheidsviering te krijgen”, schrijft Van Cauwelaert.
    Volgens de Knack-journalist zijn er vraagtekens te zetten bij de voorzitters van de Nationale Assemblee en de Senaat in Congo, respectievelijk Evariste Boshab en Léon Kengo wa Dondo. Boshab werd er ooit van beticht de kas van het Congolese stroombedrijf SNEL te hebben getild, luidt het. Terwijl Kengo een vroegere handlanger van Mobutu is die ook beschuldigd werd van witwasoperaties.
    Van Cauwelaert denkt dat een koninklijk bezoek pijnlijke neveneffecten kan hebben. “Zo bestaat de kans dat president Kabila en andere Congolese machthebbers, die zichzelf graag zien als politieke erfgenamen van Patrice Lumumba, in hun gelegenheidstoespraken zullen verwijzen naar de gruweldaden in de Congo-Vrijstaat van Leopold II. Dat kan gênant worden voor de koning – zijn broer Boudewijn overkwam het vijftig jaar geleden al.”
    De commentator verwijst ook naar de miljoenen levens die het oorlogsgeweld in Oost-Congo al eiste. “Elk van die miljoenen doden is voor koning Albert een bloedernstige reden om uit Congo weg te blijven”, klinkt het.
    © CongoForum, 10.03.10

    DE MORGEN 21.1.2010

    WALTER ZINZEN haalt uit naar de nieuwe Belgische Congopolitiek

    Sire, blijf daar weg!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.334 andere volgers


%d bloggers liken dit: