JEF IN CONGO

april 18, 2010 at 8:21 am 2 reacties

Hoe komt het dat we op de dochter van Jef Geeraerts moesten wachten voor een reactie op de onzin die haar vader in Terzake uitkraamde?  Jef kreeg een overweldigende ontvangst van de inboorlingen die hij vijftig jaar geleden met de zweep te lijf ging tot de stukken huid eraf hingen.  Hij hield van de zwarten want hij ging samen met hen op jacht – nadat hij er de zweep had opgelegd waarschijnlijk.  Zijn zwarte sexslavin Julie die hij vijftig jaar geleden met een aalmoes had wandelen gestuurd is dood en dat bedroefde hem zeer zoals bleek uit de nogal kleffe enscenering waarin hij “toevallig” een vriendin van haar tegenkomt. “Een zielige komediant”  in de woorden van Ilse Geeraerts in een interview met De Standaard.

Johan Depoortere

Het interview

  • De Standaard, zaterdag 17 april 2010

Dochter Ilse over Jef Geeraerts in Congo: ‘Een zielige komediant’

Met nostalgisch genoegen vertelde Jef Geeraerts in Terzake hoe hij er vijftig jaar geleden in Congo de zweep op legde om de zwarten aan het werk te krijgen. ‘Onbegrijpelijk’, reageert dochter Ilse, ‘dat hij na al die jaren nog altijd niet tot inzicht is gekomen.’

Vijftig jaar geleden vluchtte de koloniale ambtenaar Jef Geeraerts weg uit het woelige Congo, dat aan de vooravond van zijn onafhankelijkheid stond. In 2010 keerde hij voor het eerst terug naar het land dat de inspiratie leverde voor zijn succesvolle schrijverscarrière. In het gezelschap van schrijver Erwin Mortier en televisiemaker Lieven Vandenhaute bezocht Geeraerts onder meer het dorp Yandongi, waar hij drie jaar gewestbeheerder was, op zoek naar herinneringen en overblijfselen van zijn verblijf daar. De neerslag van die reis was vorige week in Terzake te zien. De Canvas-kijker hoorde vier avonden na elkaar hoe Geeraerts de aard van de Afrikaan ontleedde — ‘ze zijn niet gedisciplineerd, werken doen ze zo weinig mogelijk’ — en hoe hij het nut van de zweep uitlegde — ‘zonder zweep kon je niets bereiken’. We hoorden hoe hij de gratie van de vrouwen bezong — ‘het zijn wilde beestjes, ze geven zich totaal over’, en tussendoor nog eens afrekende met de moeder van zijn drie kinderen — ‘het was een zeer slecht huwelijk.’Het publiek van Phara, waar Geeraerts aan de vooravond van de uitzending te gast was, kon alleen lachen toen de hoogbejaarde schrijver vertelde hoe je met de juiste zweepslag stukjes huid uit de rug van de gestrafte zwarte arbeider kon slaan. Op een enkele columnist na was niemand verontwaardigd over zoveel kritiekloze, koloniale nostalgie. 

‘Ik kon mijn ogen niet geloven’, reageert Ilse Geeraerts, historica, Afrikareizigster en verstoten dochter van de schrijver. ‘Dat was geen programma naar aanleiding van vijftig jaar onafhankelijkheid, dat was de herdenking van vijftig jaar verlies van een kolonie. En mijn vader mocht er de hoofdrol in spelen. Op geen enkele manier stelt hij noch de programmamakers een kritische vraag over die koloniale periode. Integendeel, ze versterken alleen maar het collectieve geheugen dat mijn vader met zijn romans mee heeft gecreëerd. Dat van het koloniale paradijs, de gedwongen vlucht van de blanken en het trauma van de kolonialen.’

Is dit geen zure reactie van een dochter die in onmin leeft met haar vader?

‘Neen, het is de reactie van een dochter en een historica die zich verbaast over het uitblijven van ook maar enige verontwaardiging over die reportage. Want wat weten we nu eigenlijk echt over Afrika, Congo en het kolonialisme? Er is ondertussen door onder meer Congolese historici heel wat onderzoek verricht naar die periode, maar er blijft een zekere schroom om die bevindingen bij het grote publiek te brengen. De pers, en de openbare omroep bij uitstek, zouden daarbij een rol kunnen spelen. Maar wat we te zien kregen, voedt gewoon dat collectieve geheugen van een koloniaal paradijs.’

Het ging niet om een historische documentaire, maar om de herinneringen van een romanschrijver.

‘Het was komedie. Ik zag een man die zeven jaar in Afrika heeft gewoond en na vijftig jaar teruggaat naar dat zwarte continent vol aids, ellende, honger en oorlog, en zich erover verbaast dat iedereen uit zijn tijd dood is. Voor wie nemen die reportagemakers de kijker eigenlijk? Mijn vader lijkt gecharmeerd door de manier waarop hij ontvangen wordt in Bumba en Yandongi. Terwijl iedereen die ooit door Afrika heeft gereisd, weet dat het een feest is voor de bewoners als je arriveert in een dorp waar nooit blanken komen. Alleen al omdat zo’n gebeurtenis hun de kans biedt om even te ontsnappen aan de ellende van elke dag. Als in het zog van de blanke man dan ook nog een hele cameraploeg uit de jeep stapt, is Bumba natuurlijk in alle staten. Dat heeft niets met mijn vader te maken. Maar dan hoor ik hem zeggen dat hij ontroerd is omdat hij voor het eerst door een zwarte gekust wordt. Hij speelt nog altijd de rol van koloniale macho en blanke Afrikaan die hij zich in zijn romans heeft aangemeten.’

U gelooft niet dat die bejaarde mannen die in beeld kwamen oprecht blij waren hun vroegere gewestbeheerder terug te zien?

‘Ik had graag gehoord wat die mensen werkelijk dachten van de oud-koloniaal die terugkeert naar de plaats waar hij al die mensen heeft afgeranseld. Zijn bijnaam was “de man met de zweep”. Na vijftig jaar is hij daar nog altijd trots op. Is het onderhand geen tijd om tot inzicht te komen?’

Welke herinneringen hebt u aan die tijd?

‘Geen. Ik ben geboren in november 1959. De onlusten waren toen al bezig. In mei 1960 ben ik met mijn moeder en mijn oudere broer en zus teruggekeerd naar België. Mijn vader moest van zijn oversten in Congo blijven en is pas enkele maanden later gerepatrieerd.’

‘Maar ik ben wel opgegroeid met de verhalen over onze jaren in Congo. Te meer omdat de kolonialen na hun terugkeer altijd zijn blijven samenklitten. Die verhalen waren doordrenkt van melancholie. Ik kan dat begrijpen. Het ging om jonge mensen die alles achter zich hadden gelaten in België en een wekenlange boottocht naar Afrika hadden gemaakt, om in de brousse een heel nieuw leven op te bouwen. Mijn moeder had in de scouts gezeten. Ze wist van aanpakken en kon zich beredderen in de primitieve omstandigheden waarin ze terechtkwam. Congo was een avontuur, en bood een enorme vrijheid. De kolonialen hadden een goed leven, ze werden in alles bediend en genoten van een heerlijk klimaat, ver van de verplichtingen in België. Expats hadden er een eigen sociaal leven. Je kunt je voorstellen dat wanneer die mensen in groep uit Congo verjaagd werden, ze ook in België bleven samenhangen en dat Congo in hun ogen een soort verloren paradijs werd. Die herinnering overgoten ze bovendien met een rancuneus sausje, want het was toch zo onterecht dat ze waren verjaagd. In die sfeer ben ik opgegroeid. Ik heb er zelf een Afrikamicrobe aan overgehouden. Ik reis vaak en graag naar Afrika. Maar door geschiedenis te gaan studeren, ben ik die herinneringen wel objectiever en kritischer gaan bekijken. Die kritische blik is compleet afwezig in de reportage met mijn vader.’

Overheerste in de herinnering van uw moeder niet de bitterheid om de manier waarop uw vader haar heeft behandeld?

‘Bitterheid en melancholie waren gemengd. Zij leidde ook een mooi leven in Congo. We woonden er in een prachtig huis. Ze genoot net als de anderen van het klimaat en de sfeer. Minder comfortabel was dat ze een groot deel van de tijd zwanger was, op honderden kilometer van de eerste missiepost Lisala. Maar al bij al vrees ik dat ook mijn moeder die koloniale periode een mooie tijd vond.’

Wat niet geheel onbegrijpelijk was, gezien het tijdsbeeld van toen. Uw vader geeft toch ook toe dat hij gebrainwasht was door de Koloniale School en de idee dat de superieure blanken Congo zouden beschaven?

‘Dat wil ik best geloven. Maar we zijn vijftig jaar verder. Ik vind het eigenlijk een schande dat iemand met de intelligentie van mijn vader niet over zijn lippen krijgt dat hij mee schuldig is aan de puinhoop die Congo vandaag is.’

Begrijpt u niet dat hij bedroefd is omdat alles wat hij daar heeft opgebouwd nu een ruïne is?

‘Tja, en die puinhoop is dan te wijten aan de aard van de Congolezen, die hij luiaards en uitzuigers noemt? Ik verwacht toch iets meer reflectie. De Belgische koloniale overheid heeft altijd nagelaten om een Congolese universitaire of politieke elite op te leiden. De eerste democratische regering van Congo is door het Westen vakkundig om zeep geholpen en men heeft een dictator in het zadel geholpen om ondanks de politieke onafhankelijkheid de economische kolonialisering verder te kunnen zetten. Het hele koloniale systeem was zo opgebouwd dat het Congo onmogelijk was gemaakt om te functioneren zonder de blanken.’

‘En dan wijt mijn vader het aan de luiheid van de Afrikanen dat het land om zeep is. Maar wie heeft zijn mooie huizen en wegen gebouwd? De zwarten, weliswaar aangepord met de zweep. Als je de Afrikanen echt als mensen beschouwt, zoals mijn vader beweert te doen, dan doe je toch niet zulke uitspraken.’

Uw vader ontkent dat hij racistisch was. Integendeel, hij gaat er prat op dat hij in Afrika de echte vrijheid vond, onder meer door te leven als een zwarte onder de zwarten.

‘Dan mag hij me toch eens uitleggen waarom hij is gaan lopen en waarom hij vijftig jaar lang te bang was om naar Yandongi terug te keren. Ja, hij ging samen met de zwarten jagen. Alle blanken gingen samen met de zwarten jagen, want alleen liepen ze hopeloos verloren in het woud. Die verhalen van de oermens rond hem en in hem, zijn een pure mythe. Hij gebruikte de Afrikanen. Misbruikte ze. Zijn liefde voor Afrikaanse vrouwen? Dat was misbruik van zijn machtspositie.’

Hij woonde wel een tijd samen met een zwarte vrouw, Julie, van wie hij oprecht hield.

‘Maar hij heeft die Julie wel mooi laten zitten, met wat geld, nadat ze eerst een abortus had moeten ondergaan. Om dan vijftig jaar later op televisie zogezegd bedroefd te zijn dat ze is gestorven. Dat mijn vader zulke zaken zegt, verbaast me niet, maar dat Canvas zoiets kritiekloos uitzendt, is de openbare omroep onwaardig.’

In de reportage bezoekt hij ook het huis waar jullie woonden.

‘Ja, het huis is gedeeltelijk een ruïne. Maar dat doet hem niets, zegt hij. Want het was toch maar de plek waar hij een ongelukkig huwelijk beleefde met een vrouw met wie hij eigenlijk medelijden voelt.’

Was uw vader echt zo hard voor uw moeder, of haalt in zijn boeken de verbeelding het op de werkelijkheid?

‘Ik ga me daar niet over uitspreken. Ik was er niet bij. Ik hoor wat mensen vertellen die er toen ook woonden en ik weet dat mijn vader zeker niet de enige was die het met zwarte vrouwen deed. In elk geval heeft mijn moeder het daar met ons nooit over gehad. Zij heeft hem ook nooit zwartgemaakt, of gejammerd over zijn gedrag. Maar het heeft haar natuurlijk wel veel pijn gedaan toen hij Het zevende zegel publiceerde, de roman waarin hij afrekent met zijn huwelijk en met haar.’

Vond ze de rest van de Gangreen-reeks kwetsend?

‘Waarschijnlijk wel, maar dat liet ze niet blijken. In die periode zagen we onze vader nog sporadisch, en zij stond erop dat we bij hem op bezoek gingen. Ten opzichte van de kinderen probeerde ze een neutrale houding tegenover hem aan te nemen.’

Wij kennen uw moeder uit de boeken van Jef Geeraerts, wat niet bepaald een flatterend beeld oplevert. Hoe was ze in uw ogen?

‘Ze was een hele mooie vrouw. Ze was extreem lief, verstandig. Ze was natuurlijk een kind van haar tijd en heel katholiek opgevoed, anders dan mijn vader, die uit een vrijzinnig milieu kwam. Ik heb als puber heel veel botsingen gehad met haar, maar ik was dan ook geen gemakkelijk kind. Ze was ook heel sterk, want ze heeft toch maar helemaal alleen drie kinderen opgevoed, in de eerste jaren bovendien zonder enige financiële inbreng van mijn vader. Vandaar dat ik het zo onrechtvaardig vind dat mijn vader die relatieproblemen zo breed uitsmeerde in zijn boeken.’

Zelfs jullie, de kinderen, hebben geen contact met Jef Geeraerts?

‘Neen. Hij heeft ons eigenlijk uit zijn leven geschrapt. Na de repatriëring woonden we in een buitenverblijf van familie in Kalmthout. Op een dag is hij zonder omkijken weggereden. Uit Schotland hebben we nog een kaartje gekregen: “Ben vertrokken. Good luck”. En dat was het. Mijn moeder had geen werk, al haar plannen stortten in elkaar, we hebben toen echt zwarte sneeuw gezien.’

‘Na enige tijd heeft een oom via de grootouders — die ik nog nooit had gezien — het contact tussen hem en de kinderen hersteld. We zijn dan een tijdlang sporadisch bij hem op bezoek gegaan. Ik herinner me nog wandelingen in het park. Hij was best aardig voor ons. Maar plots wilde hij ook ons niet meer zien.’

Hoe hebt u daarop gereageerd?

‘Eerst was er verbazing. Zo slecht hadden we het toch niet, denk je dan. Daarna begon ik me af te vragen of er soms iets mis was met mij. Gelukkig wist ik vrij snel dat dit niet het geval was. Ik heb het daar uiteraard moeilijk mee gehad, zeker toen ik zelf kinderen kreeg. Ik zou hen niet eens kunnen vertellen dat ze ook een grootvader langs moederszijde hebben. Terwijl die man wel om de haverklap in het nieuws komt. Maar vandaag heb ik het verwerkt. Denk ik.’

Wat verwijt hij jullie eigenlijk?

‘We pasten niet meer in het leven en het imago dat hij voor zichzelf had opgebouwd. In zijn boeken is het gezin de storende factor in zijn Afrikaanse ontvoogding.’

Hebt u de Gangreen-reeks gelezen?

‘Ja, en verschillende van zijn andere romans ook. Zijn detectives lezen als een trein. Ik kan de schrijver en de mens perfect scheiden.’

Kan hij dat zelf ook?

‘Het zien van die reportage op Canvas doet me vrezen van niet. Hij heeft zich zo vereenzelvigd met zijn personage van koloniale macho dat het na al die jaren een beetje zielig wordt. Het had hem gesierd als hij in Congo zijn imago wat had ontkracht. Maar ik vrees dat we dat niet meer zullen meemaken.’

Zijn Gangreen-reeks is wel een uniek tijdsdocument.

‘Ja en neen. Het beeld dat veel Vlamingen van de koloniaal en die periode hebben, is voor een groot stuk gevormd door de boeken van mijn vader. Veel ex-kolonialen hebben het daar moeilijk mee, omdat ze zich er niet in herkennen. Los daarvan is er te weinig kritisch tegengewicht voor de herinnering die Gangreen tot vandaag blijft voeden. Opnieuw, ik vind dat Terzake een kans heeft gemist door zo kritiekloos een aantal verhaallijnen van Jef Geeraerts te gaan toetsen aan enkele ruïnes in Congo, zonder wat dieper te graven in de koloniale realiteit. Het is pure idolatrie van de schrijver, die van weinig respect getuigt voor de Congolezen. Ergens ben ik wel blij dat ik zijn dochter niet meer ben. Daardoor hoef ik nu ook geen plaatsvervangende schaamte te voelen.’

Lieven Sioen

// // // // // // //

Entry filed under: Afrika, Uncategorized. Tags: .

50 JAAR PLOETEREN HET LEUKE INTERNET

2 reacties Add your own

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: