SOCIAAL-DEMOCRATISCHE PRIORITEITEN

juni 5, 2010 at 6:19 am Plaats een reactie

 
door Frans Peeters

Vaderland, koek en amandelen,

 Ik ga in de maneschyn wandelen,

 Koek, vaderland en brandewyn,

 Ik ga wandelen in de maneschyn,

 Vyf vingers heb ik aan myn hand

 Ter eer van ’t lieve vaderland.

                (Multatuli: Lucas Brijer op het vaderland, in: Woutertje Pieterse)

Voetbalvrienden, opgelet!

 
Binnenkort zijn er in Nederland verkiezingen. Daarbij staat het begrotingstekort centraal. De partijen zijn het erover eens dat bezuinigingen van tientallen miljarden nodig zijn, zij het niet over hoe en hoeveel precies. Extra-uitgaven zijn zo goed als taboe, ook voor de gemeenten. Die worden immers voor een groot deel gefinancierd uit het slinkende Gemeentefonds van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Alleen voor zaken van de hoogste prioriteit kan nog extra geld worden uitgetrokken.

 Daarom is het niet goed voorstelbaar wat de Tilburgse wethouder van sportzaken Jan Hamming, van 2007 tot 2009 vice-voorzitter van de landelijke PvdA, heeft bewogen om met 2,4 miljoen de Tilburgse eredivisieclub Willem II voor een faillissement te behoeden, en meteen maar een vierde van dat bedrag over te maken zodat de club de salarissen van de profs (die tot honderduizend euro euro per jaar verdienen), kan doorbetalen.

 Voor Willem II dreigde een faillisement. Vier miljoen euro was volgens de curator door wanbeleid in rook opgegaan. De belasting wil zijn geld. In zo’n geval richt het betaalde voetbal zich tot de plaatselijke overheid, want voetbal betekent “uitstraling”, een begrip waarvan alleen lokale politici de draagwijdte begrijpen. En dus springen ze bij met het geld van de mensen.

 In Maastricht is de gemeente al een x-aantal keren over de brug gekomen voor MVV. Nog in mei maakte het vooral door CDA en PvdA gedragen gemeentebestuur bekend maar weer eens over de brug te komen, dit keer met een kleine vier miljoen; in Amsterdam heeft de gemeente 45 miljoen of ruim een derde van de kosten van het nieuwe Ajax-stadion betaald; in Sittard…. ach, aan de lijst komt geen einde.

 En nu was het de beurt aan de prominente sociaal-democraat Hamming. Hij koos ervoor de spelerssalarissen te garanderen ten koste van voorzieningen aan de in Tilburg oververtegenwoordigde minimumlijders. (Volgens een gemeentelijk persbericht uit 2003 bevond zich in die tijd, tijdens de hoogconjunctuur, 44 procent van de Tilburgers in de laagste inkomensgroep). Maar het zijn juist die laag-verdieners en uitkeringstrekkers die achter Willem II staan en waaruit de PvdA op 9 juni een aanzienlijk aantal kiezers hoopt te winnen.


 Je hoort maar weinig van Nederlandse politieke leiders als het om voetbal en overheidsgeld gaat, de meeste partijen hebben boter op het hoofd. Vorige maand presenteerden Ruud Gullit en Johan Cruyff het “WK-bidbook”, lees: het plan van België en Nederland om in 2018 of 2022 het wereldkampioenschap voetbal te organiseren, aan Sepp Blatter, baas van ’s werelds voetbalbond FIFA. Deze onkreukbare Zwitser heeft een geheel eigen opvatting van ondernemen. Die komt erop neer, dat de investeringen in het WK voor de Belgische en Nederlandse belastingbetaler zijn, en de winst voor de FIFA. Waar dat geld vervolgens blijft – daarover lopen de meningen op zijn zachtst gezegd uiteen. In elk geval kregen Gullit en Cruyff te horen dat er geen sprake van kan zijn dat de FIFA belasting over de winst betaalt aan de organiserende landen. Zonder belastingvrijdom voor de FIFA dus geen wereldkampioenschap. Als gezegd, je hoort er geen politicus over.

Het beste land

In deze verkiezingscampagne is het ook op andere gebieden interessanter vast te stellen waarover niet, dan waarover wel wordt gepraat. Het migratieprobleem bijvoorbeeld. Nee, ik heb het niet over immigratie al is dat zeker geen succesnummer. Met 3,29 miljoen buitenlanders op een bevolking van 16,6 miljoen (bron: de Duitse en Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken) had Nederland afgelopen maart “wel wat veul” immigranten (oud-Haagse zegswijze), te meer omdat een onevenredig deel van de nieuwkomers is aangewezen op een of meer uitkeringen. Maar daar gaat het als gezegd niet meteen over. Nee, het gaat hier over het emigratieprobleem.

Volgens bovenstaand cijfer wonen in Nederland nu nog 13,3 miljoen autochtone Nederlanders, pakweg evenveel als 35 jaar geleden. Waar is de rest gebleven? Waarom verlaten zoveel landgenoten het beste (calvinistische) land op aarde? Zijn het de domsten onder ons, of de armsten? Of betreft het de meest ondernemenden, de intelligentsten, de meest getalenteerden, wellicht ook de rijksten? (In de jaren negentig bijvoorbeeld vertrok een aantal Nederlanders naar België met medeneming van een gezamelijk vermogen van vijftig miljard gulden.) En wat betekent hun vertrek voor de achterblijvers? De sociaal-democraten maken zich er niet druk over, alleen lijsttrekker Mark Rutte van de liberale VVD zint op manieren om zo veel mogelijk talent in Nederland te houden.


 Geen enkele PvdA’er durft de bevolking voor te houden, dat er binnen afzienbare tijd te weinig mensen zijn om niveaus van vanzelfsprekende dienstverlening te handhaven. Bijvoorbeeld in de zorg. Vorige maand is een enquête onder het personeel van de zorg gepubliceerd, waaruit bleek dat maar liefst de helft naar een andere baan uitkijkt. Zij geven drie redenen op: de slechte betaling, het beroerde management en de agressie van patiënten. Dokters, verplegend personeel, mensen op de ambulances – zij allen krijgen te maken met geweld. Ambulanciers die in elkaar worden geslagen, zijn niet meer dan gemengd nieuws. In somige “prachtwijken” – een eufemisme voor achterbuurten en ghetto’s, bedacht door de oud-communiste Ella Vogelaar die eerder PvdA-minister was voor Wonen Wijken en Integratie – gaan huisartsen ’s avonds en ’s nachts nog alleen op bezoek als professionele bewaking meegaat. Aankomende artsen die in groten getale de Eerste Hulp in de ziekenhuizen van de grote steden bemannen, worden regelmatig aangevallen als ze patiënten met de grootste bek geen voorrang geven. Longartsen die een Turkse of Marokkaanse man die zijn hele leven gerookt heeft, moeten berichten dat zijn longkanker niet meer te genezen is, krijgen te maken met urenlang gejammer en bedreigend gescheld van ’s mans uitgebreide familie. In het gerenommeerde Amsterdamse Anthonie van Leeuwenhoekziekenhuis voor kankerpatiënten werkte op gegeven moment nog maar één longarts.

 
Tegelijkertijd wordt de zorg gebruikt als reservoir van verborgen werkloosheid. In de ziekenhuizen komt veertig procent van de werknemers nooit aan een bed. Kleptomane “managers” verdienen ministerssalarissen en soms het dubbele. Dat de thuiszorg nog niet is ingestort is niet te danken aan het uitgeflakkerd kachelhout dat soms in de directeurszetels prijkt, maar alleen aan het plichtsbewustzijn van onderbetaalde, afgesloofde, meest vrouwelijke werkers. Had het aan de bekommernis van de politiek gelegen, dan was er geen thuiszorg meer geweest. Dan hadden stokoude mensen ongewassen en onverzorgd op hun bovenwoninkje gezeten.

 Volgens de enquête denkt de helft van de werknemers dat de zorg binnen vijf jaar niet meer kan bieden waarvoor ze bedoeld is: mensen verzorgen en genezen, of zelfs levens redden. Maar politici hoor je er niet over. Die willen alleen maar onderzoek naar het falen. Dat geeft de politieke wereld tijd om verder te doen alsof zijn neus bloedt. Veel jonge artsen en verpleegkundigen vertrekken naar het buitenland. In de toch al onderbemande gehandicapten-zorg steeg het aantal patiënten in zeven jaar tijd met dertig procent, het aantal personeelsleden met negentien.

 Gevolg is ook een andere vorm van migratie: de rijkere, goed verzekerde Nederlander gaat steeds vaker naar privé-klinieken, of maakt gebruik van de veel betere gezondheidszorg in Duitsland of België. De Nederlandse ziekenhuizen blijven achter met overwerkt, vaak opgejaagd en onderbetaald personeel, dat steeds meer fouten maakt. Jaarlijks sterven er onnodig ruim 1700 mensen in Nederlandse ziekenhuizen (onderzoek uitgevoerd op initiatief van de Orde van Medisch Specialisten) – twee keer zoveel als er jaarlijks omkomen in het verkeer.

 Weer een andere vorm van migratie is het vertrek van homoseksuelen, vooral uit Amsterdam. Lokale politici mogen de stad dan met de gebruikelijke Hollandse bescheidenheid “de homohoofdstad van Europa” noemen, de agressie tegen die bevolkingsgroep neemt steeds meer toe, vooral van de kant van islamitische jongeren. Homo’s zijn hun huis uit gepest en op straat aangevallen, tot bij het monument voor in de oorlog vermoorde homoseksuelen toe. De in de stad sinds mensenheugenis heersende PvdA denkt het probleem te bezweren met de belofte van “meer voorlichting op de scholen”, maar veel homoseksuelen wachtten het effect van zulke beloftes niet meer af. Hun vertrek betekent niet alleen verlies van cultuur en sociologische veelvormigheid, maar ook van heel wat koopkracht.

 
In het Oosten en Zuidoosten vertrekken steeds meer Nederlanders de grens met Duitsland over. Huizen kosten er dertig à veertig procent minder dan in Nederland. In Limburg neemt de bevolking mede om deze reden al jaren af. Ook zijn de belastingen in Duitsland lager, benzine en openbaar vervoer goedkoper, en onderwijs en gezondheidszorg beter. Een aangename bijkomstigheid is dat Duitsers over het algemeen wat minder onbeschoft zijn dan Nederlanders.

Te moe-lik

Over het belabberde onderwijs worden in deze verkiezingscampagne dezelfde scheurkalenderwijsheden gedebiteerd als een decennium geleden. Toen werd Nederland “klaar gemaakt voor de 21ste eeuw”, nu “voor de toekomst”. Inmiddels is de verloren generatie van toen opgevolgd door die van nu. Middelbare scholieren met een opvallend gebrek aan algemene ontwikkeling gaan naar de universiteit en als ze ervandaan komen kunnen ze nog steeds geen behoorlijk Nederlands schrijven. Exacte vakken worden bijna niet meer gekozen. Te moe-lik. Dertig jaar geleden werden in Amsterdam vliegtuigen, locomotieven, dieselmotoren, schepen en auto’s geproduceerd. Al die fabrieken zijn dicht. “De lonen zijn te hoog,” zeiden de politici schouderophalend. Dat het onderwijs geen vaklui meer kon leveren – daar werd niet over gepraat. Nu vervaardigt men vliegtuigen, locomotieven, dieselmotoren en auto’s in lage-lonenlanden als Duitsland, Frankrijk en Zweden.

In Duitsland benadrukt bondskanselier Angela Merkel dat Bildung und Forschung de speerpunten zijn van haar beleid. In de Nederlandse verkiezingscampagne is onderzoek geen thema. Te moe-lik. Research is in Nederland een ondergeschoven kindje waaraan veel minder geld wordt uitgegeven dan in de omringende landen, ook al rekent men allerlei regeringsinstituties mee, zoals bijvoorbeeld het The Hague Centre for Strategic Studies, waar in moeizaam Engels gestelde rapporten worden geproduceerd voor de archiefkast. Maar als de vooraanstaande farmaceutische research in Noord-Oost-Brabant dreigt te verdwijnen naar Parijs, hoor je de politiek niet.

 Evenmin wordt er op de Duitse manier gesproken over de belabberde toestand van het onderwijs, tenzij over wat meer geld. Maar wat moet je met geld als je daarvoor onbevoegde leraren krijgt, of onderwijzers die onvoldoende kunnen lezen of rekenen, of kleuterjuffen die  de kinderen van buitenlanders geen Nederlands kunnen leren? Hier en daar ontstaan in arren moede ouderinitiatieven, vaak van gelovigen, om een eigen school op te richten. Elite-scholen, roept links, en tracht zo veel mogelijk de in de grondwet gegarandeerde vrijheid van onderwijs te blokkeren. Het is een visie waarin kindertjes niet naar school moeten om in de eerste plaats zelf iets te leren, maar om hun mede-leerlingtjes te “emanciperen”.

 Voeg daarbij een uitgedijde onderwijsbureaucratie van carrièristen zonder enige ideologische passie, die de scholen bestoken met formulieren, eisen, brandbrieven, testen en nog veel meer papier dat de onderwijzers krankzinnig maakt – een bureaucratie die eerder oog heeft voor de kwaliteit van de eigen werkomgeving dan voor de toestand van de schoolgebouwen. De vorige minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven (CDA), gaf daartoe nog eens een extra impuls. Toen zij aantrad in het spiksplinternieuwe ministerie, het hoogste gebouw van Den Haag, begon ze ermee op hoge poten een nieuwe werkkamer te eisen, een grapje van honderdduizend euro. Goed voorbeeld doet goed volgen.

 Ik zelf weet weinig van de onderwijsbureaucratie, maar mij dunkt dat er al veel gewonnen was, als op een stormachtige nacht duizend bussen vol met dit soort types van de Afsluitdijk zouden waaien. Bovendien zou dat een aardige bezuiniging betekenen.

 Van links is in dit opzicht niets te verwachten. Volgens een recente enquête van het Onderwijsblad van de Algemene Onderwijsbond stemt maar liefst 82 procent van het onderwijzend personeel – inclusief de incapabele bureaucratie – op een van de linkse partijen (PvdA 30, D66 22, GroenLinks 20, SP 10). Linkse partijen zullen hun achterban, hoe onbekwaam ook, niet de laan uit sturen.

Bezuinigen à la Job Cohen

 En nu dient er dus bezuinigd te worden. Het begrotingstekort over dit jaar zal veertig miljard euro belopen, zo blijkt uit de laatste voorspelling die het Centraal Planbureau op 1 juni heeft gepubliceerd. Op 2 juni kwam daar het standpunt van de Nederlandsche Bank bij, die ervoor pleit Duitsland na te volgen en begrotingstekorten grondwettelijk zo goed als onmogelijk te maken.

 Rekenkundig valt daar geen speld tussen te krijgen, politiek wel.

 Bezuinigen kan globaal gezegd op twee manieren: minder uitgeven of meer binnenhalen. Dat laatste bepleiten de linkse partijen. Inkomens boven de 150.000 euro zouden in de visie van de PvdA met 60 procent moeten worden belast (nu 52 procent), de SP wil een toptarief van 65 procent. Het PvdA-plan levert een kwart miljard op, althans volgens lijsttrekker Job Cohen, dus een druppel op een gloeiende plaat. Voor hoeveel goedverdieners dat eveneens de druppel is die de emmer doet overlopen, en hun doet uitzien naar een onderkomen in Duitsland waar ze nog geen 40 procent betalen, zegt hij er niet bij.

 De PvdA wil, volgens fractieleider Mariëtte Hamer in de NRC, de bezuinigingen voor zich uitschuiven en pas over 15 jaar de overheidsfinanciën op orde hebben. Dan zou kunnen worden waargemaakt wat Cohen zijn achterban beloofde: de uitkeringen blijven op peil en de ambtenaren gaan er niet op achteruit. “Anders worden de armen armer en de rijken rijker,” zei Felix Rottenberg in een van de vele hem en zijn partij welgezinde programma’s op de openbaar gefinancierde televisie. Maar tegen die ontwikkeling is geen kruid gewassen, rijken zijn nu eenmaal rijk omdat ze goed met geld kunnen omgaan. Het is op de wereld zo gesteld/ en niets kan dat verhinderen/ de rijken krijgen steeds meer geld/ en de armen steeds meer kinderen, dichtte John O’Mill al een halve eeuw geleden. Zo verschrikkelijk arm zijn de Nederlandse “armen” overigens niet. Een alleenstaande met bijstand (de laagste uitkering) ontvangt samen met zijn huursubsidie en zorgtoeslag ongeveer 1200 euro netto per maand plus in mei bijna 900 vakantiegeld.

 In Nederland geniet bijna een kwart van de bevolking tussen de 16 en de 65 (studenten en promovendi niet meegeteld) van een uitkering. Het overgrote deel van de immigranten verdwijnt vrijwel automatisch de onderklasse in, stelde Pim Fortuyn al vast, en niemand die hem beargumenteerd tegensprak. “Ze komen op onze uitkeringen af,” treiterde Geert Wilders, en een reeks linkse politici sprak hem hees van verontwaardiging tegen. Maar nog zaterdag 29 mei berichtte de correspondent van het Antilliaanse avondblad Amigoe uit Rotterdam, dat in het Ahoy-complex die ochtend “de theatergroep de Antillean Star” was opgetreden “met een leuk toneelstuk over vier Antillianen die om verschillende redenen naar Nederland komen, zoals een studie, een baan, of … een uitkering.” (De doorlooppuntjes zijn van mij. FP) Het optreden van de theatergroep was gesubsidieerd door het door de PvdA gedomineerde Rotterdamse stadsbestuur.

 
Zozeer koestert de PvdA zijn allochtone achterban, dat het Enschedese raadslid André Boersma na de zware nederlaag van zijn partij bij de raadsverkiezingen eerder dit jaar, verzuchtte: “Wij zijn de partij van de allochtonen geworden”. In Helmond is tachtig procent van de plaatselijke PvdA-leden allochtoon. Vijf van de zes overgebleven sociaaldemocratische raadsleden zijn er van allochtone kom-af. In de Bijlmermeer, een Amsterdamse deelgemeente, wordt de aanhoudende corruptie van Caribische en Afrikaanse PvdA-leden steeds opnieuw door het stads- en partijbestuur met de mantel der liefde bedekt.

 Al vorige zomer heeft de toenmalige partijleider Wouter Bos ervoor gewaarschuwd dat witte Nederlanders zijn partij als de “Partij van de Allochtonen” gaan zien. Vandaar de neergang bij de verkiezingen de laatste vijftien jaar. Bos echter is een roepende in de woestijn, ook in ander opzicht. Als minister van Financiën is hij vrijwel dagelijks door zijn ambtenaren gewaarschuwd voor het begrotingstekort waarop het land afstevende. In zijn partij heeft hij daarvoor gewaarschuwd. En ook daarbuiten. Er was, zei hij, geen ruimte meer voor partijpolitieke stokpaarden: lees de hoogte van uitkeringen en ambtenarensalarissen. Er dienden “tientallen miljarden” bespaard te worden op het overheidsbudget. “De manier waarop de overheid zich bemoeit met de Nederlandse samenleving en de Nederlandse economie gaat terug naar de tekentafel,” zei Bos op 30 september vorig jaar in de Tweede Kamer.


 Maar de boodschap van Bos was in het partijbestuur aan dovemansoren gericht. De partij koos voor haar allochtone cliëntèle. Bos begreep het en overreedde de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, zeer geliefd in allochtone kring, om zijn opvolger te worden. Bos deed dat op dinsdag 6 oktober vorig jaar tijdens een vertrouwelijke bijeenkomst in het Amsterdamse café Keyzer, die echter werd gadegeslagen door Theodor Holman van Het Parool. Holman noteerde Bos’ vraag aan Cohen: “Wil jij een rol spelen als ik het kabinet laat vallen?”

 En zo is het gegaan. Bos trompetterde met Kerstmis in Vrij Nederland nog wel: “Als ze me uitdagen, kunnen ze me krijgen,” maar de teerling was al geworpen. Even later liet hij het kabinet vallen op de Nederlandse militaire aanwezigheid in de Afghaanse provincie Oeroezgan, daarmee de Nederlandse betrouwbaarheid bij bondgenoten als Duitsland, Frankrijk, Engeland en de VS te grabbel gooiend. Die landen hebben we de komende tijd blijkbaar niet meer nodig. Overigens praat in de huidige verkiezingscampagne niemand meer over Afghanistan.

De hypotheekaftrek

 Even later stapte Bos op “om meer aandacht te besteden aan zijn gezin” en werd in een vloek en een zucht opgevolgd door de 62-jarige Job Cohen (“jeugd draagt de fakkel verder”), een als het om staatsfinanciën gaat, onbeschreven blad. Die man weet zo weinig van economie dat hij tegenover de de enquêtecommissie die onderzocht hoe een Amsterdams metrolijntje met slechts vijf nieuwe ondergrondse stations, maar liefst 3 miljard moet kosten, de indruk wekte dat hij al die tijd dat de raad over de achtereenvolgende kostenverhogingen sprak, heeft zitten slapen. Deze beoogde premier die Nederland uit zijn hallucinerende begrotingsproblemen moet leiden, volgt nu een spoedcursus economie. Intussen is, tijdens de verkiezingscampagne het PvdA-programma in economisch opzicht al vijf keer veranderd. Maar een ding staat voor de PvdA vast: de hypotheekaftrek moet omlaag, en op termijn afgeschaft.

 Daarmee lijkt de partij afscheid te hebben genomen van zijn vroegere, welhaast vanzelfsprekende achterban van arbeiders, tegenwoordig werknemers in het bedrijfsleven geheten. Het zijn de ploeteraars die de rekening mogen betalen. In hun sector zijn de reële inkomens de laatste negen jaar niet meer gestegen. En nu wil uitgerekend de PvdA hun de hypotheekaftrek ontnemen, hun laatste mogelijkheid om aan de moordende inkomstenbelasting van gemiddeld veertig procent enigszins te ontsnappen.

 Men dient daar niet te gering over te denken. De gemiddelde hypotheek in Nederland beloopt bijna een kwart miljoen euro, vier keer zo veel als in België. Dat betekent duizend euro alleen al aan rente per maand. Als je die kunt aftrekken krijg je zo’n vierhonderd euro terug. De letterlijk huizenhoge hypotheken zijn veroorzaakt door de waanzinnig hoge huizenprijzen. Niet dat de eenvormige blokken en rijtjes in de naoorlogse uitbreidingswijken (“de zelfmoordblokkendozen van het socialisme,” schreef Gerard Reve al) zo populair zijn, maar er is niet veel anders beschikbaar. En de overheid incasseert gemiddeld eenderde van de nieuwbouwprijs van een huis aan overdrachtsbelasting en kunstmatig hooggehouden grondprijs. Dat is dus zwoegen voor twee partners.

 Is het raar dat de blue collars zich massaal tot de liberale VVD wenden, zo lang die partij de hypotheekaftrek garandeert? En dat ze niet nog eens vijftien jaar willen wachten, totdat de PvdA de overheidsfinanciën op orde denkt te hebben?
 
(Frans Peeters)

Entry filed under: Ekonomie, Europa, Nederland, Samenleving. Tags: , , , , , , , .

N I E U W S S P R A A K VLAANDEREN BOVEN?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: