PEDOFILIE BIJ NADER INZIEN

juli 6, 2010 at 12:16 pm 20 reacties

Niet de kerk maar progressief Vlaanderen stond op barricade voor pedofilie

door Eric Bracke

De onthulling van de beginselverklaring van de Oecumenische Werkgroep Pedofilie uit 1983 in een ‘exclusief’ artikel in De Morgen versterkt het beeld van de kerk als een sekte die pedofilie aanmoedigde. Maar journalist Douglas De Coninck zet zijn lezers op het verkeerde been door de tijd waarin het document ontstond onderbelicht te laten. De strijd voor de emancipatie van pedoseksualiteit was een uitvloeisel van de spijkerbroekenrevolutie en werd aangevoerd door linkse actiegroepen die met de kerk geen uitstaans hadden.
Het artikel  ‘Uw kind is uw bezit niet’ in De Morgen van zaterdag 3 juli werd op facebook meteen geprezen als een knap staaltje onderzoeksjournalistiek. De bijbehorende verwensingen aan het adres van de werkgroep en een, wellicht ludiek bedoelde, oproep tot rituele verbranding van het in de krant afgedrukte document kregen snel bijval van andere FB’ers.

De Coninck slaagt er inderdaad in om eerdere verklaringen van de deken van Antwerpen, Jef Barzin, te doorprikken. Eerder had Barzin, die als priester sommige vergaderingen had bijgewoond, de werkgroep vergeleken met een soort zelfhulpgroep. Aan de hand van de beginselverklaring, een A4-tje dat in de krant werd afgedrukt, toont De Coninck aan dat Barzin liegt. Het doel van de werkgroep was informeren over het verschijnsel pedofilie, sensibiliseren en de vooroordelen bestrijden. In Kerk & Leven verscheen in de periode dat de werkgroep heeft bestaan, tussen 1981 en 1985, zelfs een contactadres voor ouders. Wie reageerde kreeg een brochure over pedofiele relaties waarin aan ouders die huiverden bij de gedachte dat hun kind seks zou hebben met een volwassene onder meer de vraag werd gesteld of ze hun kind niet te veel als hun bezit zagen.

Tot zover is er niets mis met het stuk, integendeel. Maar in wat volgt laat de auteur na, hoewel hij daar oud genoeg voor is, om de tijdsgeest in het Vlaanderen van toen te schetsen. Door dat niet te doen, krijgt zijn keurig stuk onderzoeksjournalistiek een tendentieuze bijklank. Toch stelt hij vast ‘dat er (in 1984) veel gebeurde op het gebied van de promotie van pedofilie’ en verwijst daarbij naar twee adressen van een ‘Studiegroep Pedofilie’ in de brochure: een van de Volkshogeschool Elcker-ik in Antwerpen en een van het College De Valk in Leuven. Maar daarna gaat het verder over de man die via Kerk & Leven de brochures verspreidde.

Het is onvergeeflijk dat De Coninck met zijn vaststelling niets aanvangt. Vreesde hij dat zijn verhaal te genuanceerd zou worden en de kerk niet meer centraal in het vizier zou staan als hij die toenmalige belangstelling voor pedofilie wat meer had toegelicht? Het lijkt er sterk op. Want als blijkt dat de beginselverklaring en de folder alleen maar een doordruk waren van wat toen al jaren te lezen was in brochures van progressieve groepen in Vlaanderen, wordt alles een stuk minder sensationeel. Dat soort brochures lag voor 1981 bijvoorbeeld al in  de CGSO’s, Centra voor Geboorteregeling en Seksuele Opvoeding, in de grote Vlaamse steden. In Gent was de voorzitter van CGSO in die tijd professor Bob Carlier, seksuoloog en moraalfilosoof aan de RUG.

Toen sprak men niet van de ‘promotie’ van seksualiteit tussen kinderen en volwassenen, maar over emancipatie. Na de emancipatie van homoseksuelen leek de strijd voor het recht op seks voor kinderen een logisch gevolg. Er werd onder andere campagne gevoerd met een affiche waarop een jongetje en een meisje in elkaars onderbroek tasten onder de titel Baas in eigen broek. Als men kinderen eenmaal had erkend als seksuele wezens, viel nog één taboe te slechten: het recht van het kind op seks met een volwassene. Natuurlijk ging het in de praktijk om het recht van een volwassene om ‘respectvol’ de liefde te bedrijven met een kind, want kinderen namen aan het debat niet deel.

Onder progressieven was er geen meerderheid die pedofilie zomaar aanvaardde, maar er was evenmin een resolute afwijzing. Een zekere schroom weerhield hen daarvan: wie bedenkingen uitte, kreeg immers te horen dat hij aan introspectie moest doen om de weerstanden binnen zijn geconditioneerd denken te onderkennen. Ik herinner mij dat een vriendin die moraalfilosofie studeerde me omstreeks 1980 een brochure over pedofilie gaf om mijn geest te verruimen. De brochures stelden de pedofiel bedrieglijk eenzijdig voor als een tedere pedagoog die het kind tijdelijk begeleidde in zijn ontwikkeling.
Na de commotie omtrent de artikelenreeks in Humo over Notaris X midden jaren tachtig en vooral de affaire Dutroux in de jaren negentig, was het moeilijk geworden om zich iets positief voor te stellen bij pedofilie. Pedofilie werd voortaan gelijkgesteld met pervers misbruik van kinderen. Vandaag, met de onthullingen van misbruik binnen de kerk in gedachten, lijkt geen mens er nog bij te kunnen dat er ooit werd gesensibiliseerd voor de aanvaarding van seks tussen volwassenen en kinderen.
Om dat  te begrijpen, moeten we de evolutie in toenmalig gidsland Nederland bekijken. Het sociaal werk kende er in de tweede helft van de jaren zestig een omwenteling met de bestseller van Milikowski, Lof der onaangepastheid. Daarin stelde de auteur dat onaangepastheid het beste vertrekpunt was om mensen op eigen kracht te laten emanciperen. Tegelijk kwamen de provo’s in Amsterdam in het geweer tegen de regentenmaatschappij met zijn burgermansmoraal. Ook de seksualiteit diende bevrijd te worden van het onderdrukkende kapitalisme, de kerk en andere structuren. Na de homo’s kwamen in de jaren zeventig de pedofielen uit de kast en verenigden zich in de Landelijke Werkgroep Pedofilie binnen de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming (NVSH). Hun strijd vond steun in de academische wereld toen Theo Sandfort in zijn doctoraal proefschrift aanvoerde dat het negatieve beeld van de pedofiel een gevolg was van de vooringenomenheid van het onderzoek dat zich alleen op misbruikte kinderen en strafrechtelijk veroordeelde personen of psychiatrische patiënten richtte. Sandfort werd later trouwens een gerespecteerd onderzoeker aan de Universiteit Utrecht.

Vlaanderen haalde zijn ‘achterstand’ op Nederland terzake snel in. Al in 1966 ontving de debuterende schrijver Astère Michel Dhondt, wiens hele oeuvre een melancholische lofzang op seks met kinderen zou worden, de Arkprijs van het Vrije Woord. Eind de jaren zeventig, toen hij naar Nederland was getrokken, stond op de kaft van één van zijn publicaties: ‘Het boek is uitmuntend geschikt om goodwill te kweken bij het publiek, dat bij omgang van een man met jongejongetjes nog uitsluitend denkt aan geknoei en sadisme… ’

Hoewel de homobeweging zich vandaag terecht verzet tegen de associatie van homofilie met pedofilie, voerde een homogroep toen in Vlaanderen de militantste acties voor de aanvaarding van pedofilie. De linkse, radicale groepering de Rooie Vlinder haalde in 1979 de Nederlandse ‘pedomusical’ Snoepjes naar Gent. De voorstelling in de zaal van het stedelijk onderwijs werd door de bevoegde schepen, Piet van Eeckhaut, verboden, maar kreeg asiel in een auditorium van de universiteit op de Blandijnberg. De organisatoren moesten door de politie beschermd worden tegen  rechtse betogers. De meeste Rooie Vlinders wilden vooral de discriminerende leeftijdsgrens voor homoseksuele contacten (artikel 372bis) verlagen tot zestien jaar, maar seks met jonge kinderen moest ook kunnen.

Uit de Rooie Vlinders ontstond in 1981 de actiegroep Stiekum die zich tot doel stelde pedofilie uit de taboesfeer te halen via info-avonden en nieuwsbrieven. In het boek Vlaanderen vrijt!, 50 jaar seks in Vlaanderen, schrijft Wim Trommelmans: “ze veroordeelden scherp de bezitsdrang van ouders ten aanzien van kinderen en hekelden het onbegrip voor pedofiele relaties waarin het kind een actieve (seksuele) rol speelde”.

Rond dezelfde tijd namen protestanten het initiatief voor de Oecumenische Werkgroep Pedofilie. In Franstalig België zag het Centre de Recherche et d’Information sur l’Enfant et le Sexualité (CRIES) het licht. Deze laatste instantie hield het langst stand, tot de Brusselse politie in 1987 binnenviel en een aantal medewerkers arresteerde.

Het document dat De Coninck boven water haalt, bewijst dus niet dat de kerk toen een perverse sekte was die pedofilie stimuleerde. De beginselverklaring toont veeleer dat de kerk meesurfte op een discours dat in progressieve vrijzinnige kringen en aan sommige universiteiten in zwang was. Men kan de kerk heel veel aanwrijven, maar voor de emancipatie van de pedofilie stond ze niet vooraan op de barricade. Al blijft het hoogst merkwaardig dat een instituut dat verkondigt dat seksualiteit maar geoorloofd is binnen het huwelijk en met het oog op voortplanting, daarin meeging.
Het is dom van de Antwerpse deken om de feiten van toen niet onder ogen te willen zien. Maar hoe zouden al die anderen die indertijd de emancipatie van pedofielen genegen waren, van wie sommigen carrière hebben gemaakt aan de universiteit of binnen het Humanistisch Verbond, vandaag reageren?


Eric Bracke
is freelance journalist

http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/niet-kerk-maar-progressief-vlaanderen-stond-op-barricade/opinie-1194768579272.htm

Entry filed under: godsdienst, links, Media, Samenleving. Tags: , , , , .

SCHIJN OF WERKELIJKHEID ? Only in America

20 reacties Add your own

  • 1. Gie van den Berghe  |  juli 7, 2010 om 7:58 am

    Dank voor de interessante en noodzakelijke historische toelichting. Er staan een paar onjuistheden in. De meer dan verdienstelijke Bob Carlier was geen professor en geen moraalfilosoof. Bob gaf als moraalwetenschapper wel les aan de Universiteit Gent en heeft een meer dan belangrijke, zeer verdienstelijke rol gespeeld in de coming out van Vlaamse homoseksuelen, de maatschappelijke en seksuele ontvoogding van de vrouw, de legalisering van abortus en dergelijke meer. De ‘Zaak notaris X’, waarmee HUMO Vlaanderen weken tot maandenlang de schrik op het lijf jaagde, bleek weinig meer dan gebakken lucht, hersenspinsels.
    Ten tijde van het verboden stuk ‘Snoepjes’ schreef ik als student moraalwetenschap in Gent in De Morgen een opiniestuk met de vraag waarom men zo bang is voor echte pedofielen en of iemand ook kon aantonen dat ze zoveel psychische schade aanrichten. Verontwaardiging was mijn deel, maar ik wacht nog steeds op een verhelderend antwoord.
    Het verdienstelijke stuk van Eric Bracke is onvolledig. Hij gaat er zomaar van uit dat die ‘Zaak Notaris X’ en de affaire Marc Dutroux ons de ogen geopend hebben, conclusief duidelijk maakten dat die zogenaamde emancipatie van pedofilie (ook niet te verwarren met ‘kinder’seksualiteit) volkomen uit den boze is, ontzettend veel schade aanricht en dat al die ontvoogders (een goed gekozen woord in deze context) het bij het verkeerde en boze eind hadden. Tja, dat moet dus juist aangetoond worden. Zeker is dat sinds de affaire Dutroux ‘pedofilie’ steevast verward wordt met ‘kindermisbruik’. In het denken van de goegemeente en zelfs in dat van sommige (psychiatrische) specialisten zijn het synoniemen geworden.

    Ik steek mijn ongenoegen over dergelijke spraak- en denkverwarring, over de in deze komkommertijd (nu Bart De Wever blijft zwijgen…) nog maar eens door de media aangewakkerde hype, niet onder stoelen en banken.
    Ik was en ben het emancipatorisch nadenken over pedofilie, over erotiek tussen zogenaamde volwassen en kinderen, nog steeds genegen en schrijf daar ook nog over, onder meer op dit forum (www.serendib.be/gievandenberghe/artikels/levedepedofielen.htm) en ook in De Standaard (www.serendib.be/gievandenberghe/artikels/verdoemdekinderliefde.htm).
    Ook nu weer gaat men er zonder meer van uit dat wie beschuldigd of verdacht wordt van zogenaamde pedofilie of kindermisbruik, ook pedofiel of kindermisbruiker IS. Zelfs als het om herinneringen gaat van vele decennia tot meer dan een halve eeuw oud. Zo goed als niemand staat stil bij de onbetrouwbaarheid van dergelijke oude herinneringen, zeker in tijden waarin het herinnerde volop media aandacht krijgt. Men leze er psychologisch onderzoek naar de betrouwbaarheid van herinneringen en de implantatie van nepherinneringen op na (zie onder meer Elizabeth Loftus en ook bepaalde fictieve mémoires aan de nazi-kampen). Ook pedofielen en zelfs kindermisbruikers hebben recht op een eerlijk proces.
    En waar zijn de wetenschappelijke studies, liefst ouder dan de hedendaagse mediahype, die onomstotelijk aantonen dat erotiek en/of seks tussen volwassenen en kinderen in alle gevallen schadelijk zijn? Schadelijker ook dan alle heisa die er rond gemaakt wordt?

    Beantwoorden
    • 2. Eric Bracke  |  juli 8, 2010 om 9:29 am

      Dag Guy,

      Belangrijk is het niet, maar iemand die les geeft aan een universiteit of hogeschool is een professor. Maar een professor is daarom nog geen hoogleraar.
      En je hebt gelijk: volledig is mijn reactie niet.

      Beantwoorden
      • 3. Gie van den Berghe  |  juli 9, 2010 om 9:58 am

        De titel ‘professor’ lijkt me alleen in academische context van belang maar helaas wordt hij vaak gebruikt om het oordeel van iemand kracht bij te zetten of juist te ontkrachten. Voor de Gentse universiteit, waar Bob Carlier les gaf, gold en geldt in elk geval dat je de titel van professor mag gebruiken, met de bijhorende privileges en verantwoordelijkheden, nadat je gedoctoreerd bent en als hoogleraar bent aangesteld. Bob – toen mijn beste vriend – heeft nooit willen doctoreren, vond kennis vergaren en verbreiden, en aan seksuele emancipatie doen oneindig veel belangrijker. En gelijk had hij. Dat is wat ik, mogelijk een beetje onhandig, wou toevoegen.

  • 4. Gie van den Berghe  |  juli 7, 2010 om 8:25 am

    Nog even een aanvulling. Voor alle duidelijkheid – een mens wordt zo makkelijk verdacht gemaakt, ja veroordeeld – eerst even aanstippen dat ik persoonlijk, als volwassene, niets voel voor erotiek of seks met kinderen. Net zo min als voor seks met mensen van hetzelfde geslacht, bejaarden, dieren of planten. Maar ik aanvaard en tolereer dat sommige anderen daar wel voor voelen, ervan genieten, zolang de deelnemende personen ermee instemmen. Maar niet iedereen kan zomaar met alles instemmen. We hebben bepaalde regels nodig, liefst zo weinig mogelijk. Ook dat erken ik, als mens en als moraalwetenschapper. Eén van die regels is dat jongeren niet kùnnen instemmen als het om seks met volwassene gaat. Blijkbaar kunnen ze dat wel wat seks met (bijna) leeftijdgenoten betreft. En ze zijn blijkbaar ook mondig genoeg om voluit te consumeren, ook al verspillen ze veel geld aan nodeloze gadgets en vertier.
    Als niet-volwassene zou ik het toegejuicht hebben als een liefdevolle – en liefst aantrekkelijke – volwassene zich erotisch en seksueel over mij ontfermd zou hebben, me de wereld van verantwoord lichamelijk genot binnen geleid zou hebben. Dat zou een valse herinnering kunnen zijn, maar er waren en zijn toch nogal wat jongeren die dezelfde fantasie of droom gekoesterd hebben of nog koesteren.
    Vreemd ook is dat net over de taalgrens, in Wallonnië (toch ‘het land van Dutroux’) uitstekende films gemaakte kunnen worden over zowel pedofilie als incest. Ik denk aan ‘Elève libre’, een film die ondertussen ook in veel Vlaamse bibliotheken te vinden is en die ik sterk aanraad.
    Bijzonder storend is dat het tegenwoordig volstaat om iemand van pedofilie en/of kindermisbruik te beschuldigen om die persoon te veroordelen. En ook dat men er zomaar vanuit gaat dat seks tussen jongeren en volwassenen zware psychische schade aanricht; meer schade dus dan de heisa die er rond gemaakt wordt, meer schade dan de langdurige opleiding tot gehoorzaam producent en consument.

    Beantwoorden
  • 5. Geert Thijs  |  juli 7, 2010 om 10:17 am

    Nu heb ik de grootste moeite met ‘moraalfilosofie’, merk ik. Of met de hier gestipuleerde opvattingen daarover? Emancipatorisch nadenken over pedofilie is op zich pervers. Het ruikt naar ‘het thema willen nuanceren’, of het thema willen optillen op rationeel niveau. Neen.

    Dit is duidelijk geen thema voor moraalfilosofen, net zo min als voor kerkleiders. Iedereen mag hierover nadenken en een mening hebben en ventileren, dat betwist ik niet. Maar de stelling dat niet elke pedofiel een pervert is, is compleet naast de kwestie. Het gaat erom dat een zwakke partij in de macht komt van een veel sterkere partij en daaraan overgeleverd is, in een setting die met geen kanon als ‘rationeel’ kan omschreven worden. De misbruiken zijn legio, en een absoluut maatschappelijk en juridisch verbod ronduit noodzakelijk.

    Volgens uw stelling is de jongere wel in staat om te consumeren -ondanks verkeerde financiële keuzes- maar niet om te kiezen voor seks met een volwassene. Waar slaat dit op? Wat heeft het één met het ander te maken? Het gaat hier niet om de afweging ‘al dan niet kiezen om een Ipad te kopen’, maar om het in proportie te zetten, om op minderjarige leeftijd een hypotheek te kunnen afsluiten voor aankoop van een appartementsgebouw dat op instorten staat. Een tijdbom die de rest van je leven kan verwoesten. En de maatschappij beschermt onze jongeren daar wel degelijk tegen. Normaal, terecht, verplicht!

    In alle eerlijkheid, hebt u echt wetenschappelijke studies nodig om in te zien dat het hier gaat om een zodanig groot intrinsiek gevaar, dat het gewoon onze verdomde maatschappelijke plicht is om hier radicaal een grens voor te trekken? Wat is de volgende stap? Een pleidooi voor adoptierecht voor pedofielen, gewoon als denkoefening?

    Beantwoorden
  • 6. Frans Peeters  |  juli 7, 2010 om 10:30 am

    Mogelijk ter aanvulling op Bracke’s belangwekkend stuk:

    1. Het moet eind jaren zeventig zijn geweest dat ik als eindredacteur van Vrij Nederland een paginagrote lofzang op de pedofilie uit de krant heb gehouden. Men kent de argumentatie: het is goed voor kinderen, reeds de oude Grieken, etc.
    Ik heb het geweten. Een deel van de redactie vroeg zich af of zo’n bekrompen iemand als ik nog wel geschikt was om de eindredactie te leiden.

    2. Later, het moet eind jaren tachtig zijn geweest, wees de Amerikaanse Senaat Nederland aan als het land waar de meeste kinderporno werd geproduceerd. Minister van Justitie Korthals Altes ontkende formeel in de Tweede Kamer. KInderporno scheppen was in Nederland strafbaar en er was in Nederland de laatste tijd niemand wegens de vervaardiging van kinderporno veroordeeld, betoogde hij.
    Dat bleek een leugentje om bestwil. Er was enkele maanden tevoren wel degelijk iemand in Nederland veroordeeld omdat hij kinderporno had vervaardigd.
    In die tijd was kinderporno in menige Amsterdamse sekswinkel onder de tafel te koop, zo bleek uit een reportage van Parool-verslaggever Frans Bosman.
    Ik heb de zaak toen onderzocht, samen met verslaggeefster Corrie Verkerk. In Amsterdam bleek de bestrijding van kinderporno geen prioriteit te hebben. Ook kinderprostitutie kreeg geen aandacht van de politie. In de hal van het Centraal Station boden zich dagelijks tientallen jongens en jongetjes aan. In de Paardenstraat bij het Rembrandtsplein bevonden zich kinderbordelen voor de sjiekere klant. Een ervan werd geëxploiteerd door Freddy Valks, een man die zijn klanten chanteerde en in de jaren negentig is geliquideerd. De moord is nimmer opgelost.
    Hoe kon het dat de politie niet langer toezag op naleving van de wet die immers kinderprostitutie verbiedt? De afdeling kinder- en zedendelicten van de Amsterdamse politie bleek te zijn opgeheven. De vroegere chef was weggepromoveerd naar de politieopleiding in Zutphen. Ze vertelde ons, dat in Nederland alleen gewelddadige seksuele handelingen met kinderen werden vervolgd. Waren van een en ander video-opnames vervaardigd “voor de handel” dan werd er nooit subsidiair de vervaardiging van kinderporno ten laste gelegd. Vandaar Korthals Altes’ pertinente ontkenning van de Amerikaanse beschuldiging. Maar haar professionele inschatting was dezelfde als die van de Amerikaanse Senaat: Nederland was het land waar de meeste kinderporno werd vervaardigd.
    Onze artikelenreeks had geen verdere gevolgen, behalve dan voort onszelf. Verkerk en ik zijn belachelijk gemaakt, vooral in academische milieus: wij zagen spoken die er niet waren.

    3. Hoe de doofpot in de praktijk werkt, bleek enige jaren later.
    Bij een burenruzie in een duur pand aan de Amsterdamse Keizersgracht werd de toenmalige advocaat van de koningin, mr. Frits Salomonson, beschuldigd van pedofilie. Zijn buurman beklaagde zich er in Het Parool over, dat hij midden in de nacht uit zijn bed werd gebeld door jongens die Salomonson had besteld.
    Salomonson diende een klacht in wegens eerroof. De buurman, Jakob Sietsema, werd nu de verdachte.
    Tijdens de rechtszaak verweet de officier van justitie Sietsema, dat die geen aangifte had gedaan. Dat had hij wel, zei Sietsema. Op een gegeven avond had hij schoten gehoord in Salomonson’s tuin. Hij had hem er ook zien lopen. Daarop was hij naar de politie gegaan en had aangifte gedaan. Hij herinnerde zich nog de naam van de agent die de aangifte had opgenomen.
    Die man werd opgeroepen als getuige. Hij had op de bewuste avond inderdaad dienst gedaan aan de balie van het betreffende bureau, maar van een eventuele klacht herinnerde hij zich niets meer. Aan de klacht was dan ook geen gevolg gegeven.
    Tijdens het proces kwamen ook verklaringen van drie getuigen à décharge ter sprake: een homoseksuele prostitué, die jaren terug had gewerkt als kind-prostitué in het bordeel van de eerder genoemde Freddy Valks, en een echtpaar dat ook in het bordeel had gewerkt. Alle drie hadden zij bij een notaris onder ede verklaard, dat zij gezien hadden hoe Salomonson in het bewuste bordeel een kind van tien jaar had verkracht. De drie dorsten niet naar de rechtbank te komen uit angst voor wraak. Ze leefden ondergedoken.
    De rechter, die van deze drie getuigenissen gewag maakte zonder ze in detail voor te lezen, liet ze niet toe als processtuk. Er was al genoeg materiaal, vond hij. Hij veroordeelde Sietsema tot een schadevergoeding van 25.000 gulden.
    Na afloop van de zitting heb ik de officier van justitie aangeschoten, die Sietsema eerder verweet dat hij geen aangifte zou hebben gedaan. Ik vroeg haar of de drie getuigenissen onder ede niet voldoende waren om een onderzoek in te stellen.
    Dat ging mij niets aan, antwoordde mevrouw, en ging over tot de orde van de dag.

    Hier en daar is wel geopperd dat de Nederlandse staande en de zitende magistratuur een comfortabele plek is voor praktiserende pedofielen. De sfeer is er libertijns en je wordt op tijd gewaarschuwd, mocht de politie enigerlei actie willen ondernemen.

    Beantwoorden
    • 7. jefc  |  juli 7, 2010 om 1:30 pm

      ‘Hier en daar is wel geopperd…’
      Wat wil je suggereren, Frans? Dat de hele Nederlandse magistratuur in de kinderporno zit?
      Of is het ironie – héél zware dan?
      J.

      Beantwoorden
      • 8. Frans Peeters  |  juli 7, 2010 om 4:27 pm

        Bedoeld, Jef, is niet meer dan er staat: de Nederlandse juristerij is een prima plek om je als pedofiel in op te houden.

  • 9. Gie van den Berghe  |  juli 7, 2010 om 10:48 am

    Met alle respect maar u vertolkt gewoon de hedendaagse Vlaamse consensus en vooroordelen. Waarom zou emancipatorisch, kritisch (= beschouwend) nadenken over pedofilie pervers zijn? U gaat gewoon uit van wat bewezen moet worden. En dat zou kunnen aan de hand van wetenschappelijk onderzoek, ja. En natuurlijk is dat een thema voor moraalwetenschappers, uiteraard. Die gaan namelijk onder meer na na hoe onze morele attitudes ontstaan, gevormd worden, evolueren. Uiteraard ook onze doorheen de tijd evoluerende houding tegenover pedofilie. Zo sterk evoluerend (u ziet daar gemakshalve of verblind aan voorbij) dat het woord ‘pedofilie’ een totaal andere en wetenschappelijk gezien verkeerde inhoud heeft gekregen. Niet op basis van aangetoonde feiten, wel op basis van vooroordelen en een mediahype.
    Iets verder stelt u dan verrassend dat iedereen wel een mening mag hebben en die uiten over pedofilie (iets anders dus dan kindermisbruik), op (uw) voorwaarde dat iedereen erkent dat een pedofiel een pervert is. Tja, dat is de consensus. En als u de mening van anderen inperkt tot dicteert, wordt kritisch en dwars nadenken, wordt verhelderende dialoog onmogelijk. Op dergelijke autoritaire stellingnames zal ik dan ook verder niet meer reageren.

    Zwakke partij en sterke partij, schrijft u. Zoals tussen ouders en hun kinderen? Ouders die hun kinderen bijvoorbeeld agressieve en oorlogszuchtige spelletjes gunnen? En wat is er mis met erotiek en seksualiteit? Wat is er gevaarlijk aan seks? Wie is er bang voor erotiek en seks? Wordt een jongere van bijvoorbeeld 15 jaar die instemt met erotische en seksuele aanrakingen en/of daden, misbruikt? Volgens mij niet. Mijn punt is dat misbruik, ook zogenaamd seksueel misbruik en werkelijk seksueel misbruik, moet aangetoond worden, zoals elk ander misdrijf. En als het goed is moet eerst ook aangetoond worden dat seks met jongeren inderdaad schadelijk is of kan zijn en dus werkelijk misbruik is.

    Een juridisch verbod wordt niet ronduit noodzakelijk, het bestaat al.

    Hoe verklaart u dat in de jaren 1970s (zie het interessante stuk van Eric Bracke daarover) veel progressieven vonden dat seks tussen volwassenen en niet-volwassenen niet alleen onschadelijk was maar mits wederzijdse instemming emotioneel en seksueel positief was? Een ruk naar Links, zo u wil. Van belang is dat men zich toen op even weinig onderzoek baseerde als nu met de lijnrecht tegenovergestelde bewering, nl. dat alle erotiek en seks met jongeren traumatisch is (zoals u nog eens schrijft zonder ander argument dan uw vanzelfsprekendheid). Een ruk naar Rechts, zo u wil. De recente politieke ontwikkeling in Vlaanderen is daar mijns inziens een expressie van.
    En ja, in alle eerlijkheid (?), in alle rationaliteit, heb je om hier uit te geraken wetenschappelijk onderzoek nodig. Is seks met instemmende jongeren schadelijk? Alle jongeren? Van alle leeftijden? In alle omstandigheden? Op het moment zelf? Hoeveel later? Onafhankelijk van de nu heersende hetze? Een hetze waarbij mensen die afstandelijk en kritisch blijven denken, verdacht en belachelijk gemaakt worden.
    Maar nu u er toch adoptie bij sleurt. Interessant voorbeeld. Elke niet zwaar mentaal gehandicapte volwassene mag onafhankelijk van zijn/haar materiële, lichamelijke en psychische toestand zoveel biologisch eigen kinderen verwekken als hij/zij wil. Iemand die andermans kind wil adopteren en daar in bepaalde gevallen niet alleen een goede daad mee stelt maar soms het leven van een kind redt of minstens verrijkt – iemand die dat wil moet op al die vlakken wel onderzocht worden. Nog een voorbeeld hoe ‘eigen kind, schoon kind’ almaar centraler komt te staan. Tot daar mijn denkoefening. Altijd bereid tot verder kritisch en open nadenken, maar niet met mensen die vooraf bepalen hoe nagedacht moét worden, niet met mensen die mij dicteren wat ik normaal hoor te vinden. ‘Normaal’ is wat aan de norm, aan de consensus beantwoordt. Wat pedofilie betreft denkt u dus normaler dan ik. Maar daarom niet beter.

    Beantwoorden
  • 10. Gie van den Berghe  |  juli 7, 2010 om 11:06 am

    Volledigheidshalve.
    Iedereen ging er lange tijd van uit dat de aarde plat is. Tot iemand die consensus betwijfelde en een en ander onderzocht.
    Anders dan velen vanuit hun consensuele of hedendaags common sense denken menen, zeg ik dus niet dat pedofilie (erotiek en bepaalde seksuele handelingen tussen een volwassene en een instemmende jongere), onschadelijk is of zelfs bevorderlijk voor de geestelijke ontwikkeling van de jongere. Neen, ik vraag nadrukkelijk dat de tegenovergestelde, ‘vanzelfsprekende’, mening onderzocht en bewezen wordt, namelijk dat dergelijke erotiek en seksualiteit altijd en overal schadelijk en traumatisch werkt. Het ontgaat me dus met andere woorden hoe en waarom de ongelijke machtsverhoudingen die tussen volwassenen en jongeren heersen, plots schadelijk zou zijn als het om erotiek of seksualiteit gaat. Zijn erotiek en seks gevaarlijk? Is er bij erotiek en seks, ook onder volwassenen (en onder jongeren), niet vaak sprake van een bepaalde, soms wisselende, machtsverhouding? Mogen deze vragen niet meer gesteld worden?
    En wat eventueel misbruik betreft, moet dus 1. aangetoond worden dat de van ‘pedofilie’ beschuldigde persoon zich daar werkelijk schuldig heeft aan gemaakt; en 2. meer in het algemeen, dat pedofilie misbruik is, schade aanricht.

    Beantwoorden
  • 11. Geert Thijs  |  juli 7, 2010 om 11:37 am

    Met evenveel respect, u gaat voorbij aan mijn voornaamste punt. Het punt dat pedofilie een zodanig instrinsiek gevaar vormt voor kinderen dat de radicale juridische grens gewoon noodzakelijk is. Ik vind wetenschappelijk onderzoek op dat punt gewoon overbodig. Net zoals het me logisch lijkt dat we niet moeten gaan onderzoeken wat de mogelijk heilzame effecten van harddrugs op jonge leeftijd kunnen zijn, om dezelfde reden.

    Vanuit historisch perspectief de veranderende maatschappelijke visies onderkennen is één ding, aan de huidige maatschappelijke realiteit voorbijgaan een andere zaak. Ik vraag niet dat iedereen een pedofiel als een pervert beschouwt, ik vraag dat iedereen het grote intrinsieke gevaar voor de kinderen als primaire bezwarende factor in dit debat als uitgangspunt neemt. Dat is geen bekrompenheid, dat is voorzichtigheid. Hoeveel dossiers van misbruikte en zwaar getraumatiseerde kinderen -inmiddels volwassenen- hebben we als maatschappij dan nodig om dit soort voorzichtigheid in acht te nemen?

    De relatie ouders-kinderen en de pedagogische setting die u als voorbeeld aanhaalt, staan los van dit thema. Ik neem aan dat u geen pleidooi wenst te houden voor een genuanceerd debat rond de al dan niet schadelijke gevolgen van incest. Ouders en kinderen staan in een doorsnee opvoedkundige situatie niet ‘tegenover’ elkaar als sterke en zwakke partij. Er is ook niks mis met erotiek en seksualiteit. Maar seksualiteit staat niet los van gevaar.

    Mij lijkt het alsof de situatie die u beschrijft -van een vijftienjarige die met een volwassene een seksuele relatie wil aanknopen- een ander debat wil op gang trekken, namelijk dat van de leeftijdsgrens waarop kinderen/jongeren hun eigen keuzes mogen maken. Zoals ik zie, een ander debat dat hier niet op zijn plaats is. Mij gaat het erom dat er maatschappelijk een grens moet zijn om kinderen/jongeren te beschermen. Dat die grens in sommige gevallen artificieel is, weegt mijns inziens niet op tegen het maatschappelijk signaal dat we op deze manier geven: seksuele handelingen met kinderen worden niet getolereerd in dit tijdsgewricht, in deze maatschappij.

    Als ik het stuk lees van de heer Frans Peeters, kan ik dat niet anders zien dan een treffende beschrijving van de maatschappelijke sfeer waarin het thema momenteel baadt. Het is een zone die bewust grijs gehouden wordt, met de kinderen als grootste slachtoffer. Precies daarom mijn pleidooi voor een radicale grens en een zero-tolerance op dat gebied.

    Ik begrijp dat er vanuit een wetenschappelijk oogpunt moet kunnen nagedacht worden over grenzen, oorzaken en gevolgen, maar dat mag er niet toe bijdragen dat deze gevarenzone bewust grijs gehouden kan worden.

    Beantwoorden
  • 12. Gie van den Berghe  |  juli 7, 2010 om 12:02 pm

    Dat grote intrinsieke gevaar is dus – herhaal, herhaal – juist wat moet aangetoond worden. U gaat daar ‘gewoon’ van uit. Zoiets heet vooroordeel. Dat mag, ja moet, onderzocht worden.

    Maar in context waarin pedofilie (toch eens opzoeken dat begrip in een paar goede seksuele encyclopedieën?) zomaar over dezelfde kam geschoren wordt als kinderporno en kinderprostitutie, en u dat in uw reactie niet alleen toejuicht maar u zich ook nog van tijdperk vergist en het verleden waarover dhr. Frans Peeters nogal verwarrend schrijft met het heden verwart, maar wel voorbijgaat aan mijn vele argumenten, doe ik er goed aan me van verder commentaar te onthouden. Alles is wat mij betreft gezegd. De rest is vechten tegen de bierkaai, tegen een bevooroordeelde overmacht die het eigen gelijk niet aan onderzoek wenst bloot te stellen.

    Beantwoorden
  • 13. Geert Thijs  |  juli 7, 2010 om 12:49 pm

    Ik begrijp dat pedofilie er vanuit uw torenkamer heel anders uitziet dan hier beneden.

    Beantwoorden
  • 14. jefc  |  juli 7, 2010 om 1:10 pm

    Meneer Thijs, zo’n zin als ‘Ik vind wetenschappelijk onderzoek op dat punt gewoon overbodig’, meent u dat echt? Mij lijkt het een directe terugkeer naar de tijd van de Inquisitie. Galilei mocht van de Kerk niet zeggen dat volgens zijn bevindingen de aarde rond de zon draait. Mompelend ‘eppur si muove’ legde hij zich neer bij het verbod. Giordani Bruno kon niet zwijgen en bekocht het met zijn leven op de brandstapel. Is het dat wat u wil?

    Beantwoorden
    • 15. Geert Thijs  |  juli 7, 2010 om 7:44 pm

      Beste Jef,

      door te zeggen dat ik het overbodig vind, zeg ik niet dat het ‘verboden’ is. Ik bedoel daarmee dat ik het zinloos vind, met bovendien het risico dat het de deur openhoudt voor juridische spitsvondigheden, in geval er misbruiken worden aangeklaagd. Het thema is geen wetenschappelijk taboe, maar vereist een kordaat maatschappelijk ‘neen’ in alle gevallen. Verjaring is in dit verband ook nefast.

      Natuurlijk ben je onschuldig tot het tegendeel is bewezen en mag de strafmaat afhangen van de aard en de ernst van de feiten. Geen inquisitie dus. Alleen vind ik het noodzakelijk dat de grens glashelder gehouden wordt ten overstaan van alles en iedereen.

      Beantwoorden
  • 16. Gie Tavernier  |  juli 7, 2010 om 6:13 pm

    Als een minderjarige jarenlang seksueel misbruikt word door een volwassene dient de schadelijkheid daarvan wetenschappelijk bewezen te worden ? Gaan we dit wetenschappelijk onderzoek baseren op een vergelijking tussen een proefgroep misbruikten en en niet-misbruikten? Misschien kunnen we ook even peilen naar de mogelijke heilzame invloed van verkrachting.
    Uiteraard bestaan er false memories die geïnduceerd zijn door therapeuten of gewoon uit wrok tegen personen voor andere redenen dan seksuele. Platonische avances zijn uiteraard niet traumatiserend. Doch daar hebben we niet over.
    PS. Een platte aarde theorie is er nooit geweest.

    Beantwoorden
  • 17. Gie van den Berghe  |  juli 7, 2010 om 6:42 pm

    Al heb ik nooit beweerd dat er ooit een platte aarde theorie bestaan heeft (maar wel dat veel mensen geloofden dat de aarde vlak was), cirkelredeneringen bestaan overduidelijk wel. Als een minderjarige seksueel misbruikt is, dan is de kans natuurlijk groot of zelfs zeer groot dat dat traumatische sporen nalaat, ja. Maar dat is dus de probleemstelling niet (en al helemaal niet wat u er nog extra aan toevoegt: ‘jarenlang misbruik’). Wel of er sprake is van misbruik; dat is wat aangetoond zou mogen worden. Hier en nu gaan we er juridisch en emotioneel van uit dat àlle erotiek en seks tussen een minder- en een meerderjarige misbruik IS. En dat doen we omdat we er al even vanzelfsprekend van uitgaan dat dergelijke erotiek en seksualiteit schadelijk ZIJN. Uw cynische vergelijking met verkrachting illustreert de cirkelredenering ten overvloede: verkrachting is zeer zeker misbruik, want per definitie tegen de wil van het slachtoffer. Erotische en seksuele gedragingen tussen minder- en meerderjarigen zijn dat niet noodzakelijk, en zijn ook niet noodzakelijk schadelijk en traumatiserend. Als de minderjarige erin toestemt (dus geen verkrachting, geen misbruik) kunnen ze, tot het bewijs van het tegendeel, net zo goed verrijkend en stimulerend zijn.

    Beantwoorden
  • 18. Gie van den Berghe  |  juli 9, 2010 om 11:02 am

    Wat herinneringen betreft, zelfs herinneringen aan vreselijke gebeurtenissen, is het niet alleen een feit dat die doelbewust verzonnen kunnen zijn, of geïnduceerd kunnen worden door therapeuten, maar ook dat mensen op dergelijke herinneringen kunnen gebracht worden door de vele positieve aandacht die de media en de maatschappij op een bepaald moment aan de herinnerde gebeurtenissen besteden – zoals nu aan seksueel kindermisbruik en, niet zo lang geleden, aan de Holocaust.

    De door de media aangezwengelde aandacht voor (mogelijke) slachtoffers en de onvoorwaardelijke veroordeling van (mogelijke) daders, brengt sommige mensen niet op ideeën maar op herinneringen. Sommigen raken er in volle eer en geweten van overtuigd dat ze lang geleden zelf het slachtoffer geweest zijn van seksueel kindermisbruik. Mogelijk, misschien zelfs waarschijnlijk, gaat het hier slechts om een kleine minderheid. Zoals die enkelingen die zichzelf en de wereld er vele tientallen jaren na de Tweede Wereldoorlog van overtuigd hebben dat ze gruwelijk afgezien hebben in Auschwitz of een ander nazi-kamp, ook al was daar feitelijk niets van waar. Het compleet ‘gefantaseerde’ getuigenisboek van Benjamin Wilkomirski bijvoorbeeld, werd met lof en prijzen overladen.

    Veel couranter is dat mensen – opnieuw in alle eerlijkheid – een lang voorbije (relatief) onschuldige erotische of semi-erotische ervaring, soms als zeer jong kind (enkelen zelfs als baby), of zelfs een wensdroom, onder invloed van media-belangstelling, aandikken tot een gruweldaad. Dat mensen de neiging hebben hun herinneringen aan zowel positieve als negatieve ervaringen te overdrijven, is een wetenschappelijk vaststaand feit. Herinneringen worden soms al vrij snel na de feiten zwaar aangedikt. Ternauwernood twee jaar na het einde van WO-II gaf een hooggeleerde voormalige politieke gevangene van het concentratiekamp Buchenwald een bijzonder gedetailleerde beschrijving van de gaskamer van Buchenwald. Hij deed dat in een bundel getuigenissen van academici van de universiteit van Strasbourg over hun ervaringen in allerhande nazi-kampen. Om volledige waarheid te garanderen, lazen alle getuigen elkaars getuigenis, daaronder ook enkele ex-gevangenen van Buchenwald – een kamp waar, ondanks deze getuigenis, nooit een gaskamer heeft bestaan.
    Oppassen dus met getuigenissen en herinneringen, lijkt me een eerste boodschap. De (bewezen) feiten mogen misschien niet verjaren, maar wat beschuldigende herinneringen betreft zou de verjaringstermijn misschien beter ingekort worden.

    Een ander serieus probleem waarmee in het vuur van de verontwaardiging te weinig rekening wordt gehouden, is de moeilijkheid om de beweerde feiten te bewijzen. In zaken van vermeend of vermoedelijk seksueel kindermisbruik is het vaak woord tegen woord; er zijn bijna per definitie geen andere getuigen. Mogelijk zijn er meerdere getuigenissen van verschillende getuigen tegen dezelfde vermoedelijke dader. Dat maakt die getuigenissen waarschijnlijker, maar daarom nog niet sluitend of afdoend. Door hoeveel mensen moet iemand van beschuldigd om veroordeeld en gevonnist te worden? Hoe feit, gerucht en roddel uit elkaar gehouden? Al helemaal als de feiten enkele decennia oud zijn.
    Ook hier lijkt een bepaalde vorm van verjaring aangewezen. Beschuldigingen kunnen maar nagetrokken worden als de beweerde feiten van relatief recente datum zijn. Dan kunnen de getuige en andere getuigen nog op betrouwbare wijze gehoord worden; kunnen de omstandigheden en de context nog redelijk accuraat nagegaan en eventueel gereconstrueerd worden, etc.

    Jongeren zouden van huize uit, of op school, een meer open houding tegenover erotiek en seksualiteit moeten mee krijgen. Het is daarmee helaas veel minder goed gesteld dan velen denken. Jongeren die geconfronteerd worden met ongewenste erotische of seksuele avances (iets anders dus dan misbruik of verkrachting) zouden die in alle eenvoud moeten kunnen en durven afwijzen (zoals in ‘Le souffle au coeur’ van Louis Malle, uit 1971) of, als dat niet kan, de feiten zonder meer moeten kunnen mededelen aan ouders, schoolhoofd, een vertrouwenspersoon of een meldpunt.

    Beantwoorden
  • 19. jefc  |  juli 9, 2010 om 12:30 pm

    Dankje wel, alle deelnemers aan dit klasse-debat.

    Extra dank aan Gie van den Berghe, voor zijn bijzonder heldere, omstandige en genuanceerde argumentatie.
    Ik wil nog even doorgaan op je laatste stukje, Gie. Valse getuigenissen c.q. herinneringen lijken te worden aangemoedigd door een recente verklaring van minister van Justitie De Clerk. Hij suggereerde dat de Kerk misschien wel schadevergoeding zal betalen aan de ‘slachtoffers’. Met welk recht doet zo’n minister dat? De Kerk is nog niet eens veroordeeld.
    De minister lijkt hier een rechtstreeks beroep te willen doen op ’s mensen inhaligheid. Wellicht bedoeld om olie op de golven te gieten, terwijl het olie op het vuur is?

    Beantwoorden
  • 20. Piet  |  juli 17, 2010 om 11:45 pm

    Ik mis namen als Louis Paul Boon en Jos van Ussel.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.307 andere volgers


%d bloggers liken dit: