BRIEF AAN MOÏSE TSHOMBE (1919-1969)

juli 14, 2010 at 7:28 am 1 reactie

door Luc Leysen 

“Der Mohr hat seine Arbeit getan, der Mohr kann gehen.”
(Friedrich von Schiller, “Die Verschwörung des Fiesco zu Genua”, 3de bedrijf, 4de scène)

Ik ken u, Meneer de President. Ik ken u, Moïse – mag ik “Moïse” zeggen? Met deze ontzagwekkende voornaam, de Franse versie van het Bijbelse “Mozes”, heeft uw zeer gelovige en zeer ondernemende vader u immers het leven ingestuurd. Maar wees gerust, Excellentie: ik zal het wel keurig bij een vormelijk “u” houden. Al in de jaren vijftig waren de Belgische koloniale notabelen van de koperstad Elisabethville het er over eens: aan de bar van de Lido monkelden zij over hun whiskyglas heen, dat die Moïse Tshombe toch maar de enige nikker was waar men “vous” tegen zei.

Ik ken u, Moïse. Ontmoet hebben wij elkaar nooit. Maar u bent er in mijn leven wel altijd geweest. Als schoolknaap hing ik met mijn oor aan de Grundig Musikbox om uw fratsen te volgen: de Rondetafelconferentie in Brussel, de viering van de Congolese onafhankelijkheid in Kinshasa – en dan: de dappere secessie van uw eigen provincie, de Onafhankelijke Staat Katanga. Wist ik toen veel dat het om een illegale, lucratieve stunt van het Koninkrijk België en de kopergigant Union Minière ging. Met heimelijke bewondering zag ik, een kind van de koude oorlog, de Brusselse jeunesse dorée met rood-wit-groene Katangese nummerborden op hun sportwagentjes door de stad scheuren. Achter een renaissancegevel aan de Madeleinekerk, in het luxueus ingerichte “Maison du Katanga”, deelde men zelfs aan schooljongens glossy foldertjes en zelfklevers uit. Een jaar of vier eerder had men ons een lapje stof met de Magyarenvlag en de woorden “Hongarije – wij helpen” op de mouw gespeld, letterlijk. En nu was er weer zo’n symbool, het fraaie wapen van een kersverse republiek, die zich te midden van de Congolese chaos tot bastion tegen de communisten in Afrika proclameerde. Offficieel onder uw hoede. Er lagen nogal wat kolonies in de buurt waar men nog lang niet aan onafhankelijkheid dacht, Mozambique, Angola, Rhodesië, dat was handig. Binnen een week hadden jullie een vlag, een grondwet, een volkslied, eigen postzegels, een Katangese franc, en zelfs een bereden Garde Républicaine. Allemaal door rechts België geritseld.

U viel op tussen dat zootje ongeregeld

Later, veel later zou ik wijzer worden. Maar tóen was u, Mijnheer de President, de enige Congolese politicus waar wij niet meewarig over deden. U was een commerçantenzoon. U viel op onder dat kakelende zootje ongeregeld, met hun pronkerige Pontiacs en hun vlinderdasjes. Die vieze Lumumba, dat was vast ook zo een opschepper. Uw lange lijf, dat zagen we op de televisie, zat keurig in het pak. En u kon het goed uitgelegd krijgen, in een zeer behoorlijk Frans.

Maar de wereld was tegen u. Na amper drie jaar was het Katangese avontuur voorbij. Alle sympathiebetuigingen uit Laken, alle geld van de Union Minière en alle bloedige wapenfeiten van de “affreux”, uw kranige blanke huurlingen hadden niet mogen baten. Toen de Belgen begonnen hun koperroyalties niet aan u maar direct aan het centrale gezag in Léopoldville over te maken, was het uit. De UNO-troepen maakten er definitief een eind aan. Weet u nog, Moïse, die gruwelijke beelden van dat Belgisch koppel met hun Duitse herdershond in een witte Kever op een uitvalsweg van, was het Jadotville, die door Indische blauwhelmen onder vuur werden genomen? Hoe die bebloede man zich op het lijk van zijn vrouw stortte? Journaalbeelden van toen die blijven kleven. (Een scène trouwens die David Van Reybroucks vader, blijkens zijn prachtige Congoboek, live heeft meegemaakt).

Een Belgisch complot

Achteraf bekeken is het beschamend hoe weinig ons die tienduizenden zwarte lijken bijgebleven zijn. En één daarvan kregen we helemaal niet te zien: dat van de charismatische premier Patrice Lumumba, die zowat dé symboolfiguur was geworden van alle verdoemden der aarde. Die moord was een Belgisch complot, maar u hebt ze, Excellentie, met grote gretigheid gedoogd, en daarmee de hele derde wereld tegen u in het harnas gejaagd. Wat u met die andere moord te maken had, toen de DC-6 van de goedogende, lastige UNO-Secretaris-Generaal Dag Hammarskjöld in het grensgebied met Rhodesië neerstortte, daarover is het laatste woord nog niet gesproken.

U stierf in gevangenschap

Ik ken u, Moïse, ook al werd het na Katanga stil om u. U maakte nog een korte comeback als premier van de gehele republiek Congo. Maar toen werd u door Mobutu gewipt, en moest u in Spanje als zakenman aan de kost zien te komen. Tot één van uw obscure businesskornuiten u in een privévliegtuigje ontvoerde naar Algerije. Daar stierf u in gevangenschap, alleen en door uw schone vrienden uit Brussel, Parijs en Washington verlaten. Een hartkwaal, zei men. In 1969 stond ik zowaar aan uw graf, als kersverse verslaggever voor de Duitse televisie. Ik hoor nog het schrille gekrijs van de klaagvrouwen. Ik wachtte voor de deur van het methodistische kerkje in de Brusselse Marsveldstraat en volgde u, in uw laatste Amerikaanse limousine, naar het vertrouwde Wezembeek-Oppem, want daar ligt de druilerige begraafplaats van de Brusselse gemeente Etterbeek. En daar bent u nog steeds, onder een onopzichtige donkere grafplaat met enkel uw naam erop. Het is een smaad voor elke Afrikaan om niet in de aarde van zijn voorvaderen begraven te worden. Maar zou het misschien kunnen, gezien uw antecedenten, dat de Belgische klei u net zo lief is?

Uw gezicht op de montagetafel

Honderden keren heb ik later, toen ik al wat bijgeleerd had, de frames van uw gezicht op de montagetafel één voor één revue laten passeren: archieffilmbeelden, 16mm in zwart-wit, waar ik gebruik van maakte voor documentaires over Congo, en over de criminele blunders van de Belgische dekolonisering. Onderwerpen die hier te lande niet meteen aan de grote klok werden gehangen. Die onfrisse Congo met al zijn gedekte potjes, die hoorde thuis in het mijnenveld van de binnenlandse politiek. Maar in het onwennig democratische Duitsland van Willy Brandt zonden ze zoiets uit. Uitgestreken, uw tronie, behalve een lichte frons, expressieloos, alles onder controle, steeds beschaafd. En altijd geflankeerd door witte gezichten. Honderden keren ben ik u toen ook tegengekomen in gesprekken met kroongetuigen uit de glorietijd van uw grootste bravourestuk, de afscheuring van Congo’s rijkste provincie. Met huurlingen, adviseurs en collega’s. In Brusselse soldenierskroegen of op Afrikaanse barza’s. De blanken maakten neerbuigende grapjes over u. De zwarten waren woest, of schaamden zich. Een volksheld, Moïse, was u duidelijk niet. Ik ben in de jaren zeventig naar Katanga gevlogen. Dat moest ondertussen Shaba heten, vanwege de authenticité, die samen met andere draconische maatregelen vanuit de hoofdstad door uw erfvijand Mobutu was uitgevaardigd. In Lubumbashi, ex-Elisabethville, werd nadrukkelijk over u gezwegen. Maar helemaal dood was u niet: tot tweemaal toe probeerde uw gewezen Katangese gendarmenleger vanuit Angola de stad Kolwezi te heroveren, en telkens bracht het Franse en Belgische para’s op de been.

Dat zoete, brutale, vleselijke, onvoorspelbare continent

En dan heb ik u herkend, Moïse, keer op keer, toen ik mij als vaste correspondent in Afrika mocht onderdompelen. In dat zoete, brutale, vleselijke, onvoorspelbare continent, normaal gesproken het fatsoenlijkste van de wereld, maar steeds vaker ten prooi aan brachiale gruwel. Ik heb u herkend in de lankmoed en de hoffelijkheid van duizenden Afrikanen. Van staatshoofden en marktvrouwen, schoolmeesters en zakenlui, hoertjes en boertjes, plaatslagers en prinsen. In Sierra Leone of in Zambia, in Senegal of in Kameroen. En in Congo, natuurlijk. Zij vertelden honderduit over hun toekomstvisioenen, zoals u dat ook zo goed kon. Enkele van uw geschriften en speeches klinken werkelijk als een blauwdruk voor een nieuw, welvarend, multiraciaal en harmonisch Afrika. Uw trouwe bewonderaars, want die zijn er nog steeds, in Europa én in Afrika, zien u zelfs als een soort Nelson Mandela avant la lettre.

Het presens is in Afrika niet zo in trek

Maar in de loop van mijn Afrikaanse jaren werd ik almaar sceptischer over mijn zwarte gesprekspartners. Hun grammatica verried ze. Zij bezigden enkel de verleden tijd (over de nefaste gevolgen van slavenhandel en kolonialisme) of de toekomstige (over de grandioze toekomst die hun en hun land vast wel te wachten stond). Geen woord over wat zij hier en nu dachten te ondernemen tegen hun condition inhumaine. Het presens is in Afrika niet zo in trek.

Of was er – zo broedde ik nachtenlang in één of andere groezelige, door een aftandse Chinese ventilator gekoelde hotelkamer – met al die gesprekken misschien iets anders aan de hand? Zou het kunnen dat u, Moïse, en al die anderen, stelselmatig enkel die praatjes opdreunden, waarvan jullie dachten dat ze de witmens wel konden behagen? In dat geval: chapeau! Maar dan dringt zich tevens een treurige vraag op. De schrijver Rudyard Kipling (jawel, die van het Jungleboek) vatte zijn ervaringen in het koloniale Indië samen met de woorden: “Oh, East is East and West is West, and never the twain shall meet”. Anders gezegd: tussen beide zal steeds een fundamenteel misverstand heersen. Geldt dat soms ook voor “black and white”? En bent u, Moïse, daar dan niet het zinnebeeld van?

Enkel een marionet?

Toen ik het met mijn vriend Yemi in Lagos over u had, mailde hij terug: “Tshombe! Die verrader! Of was hij misschien toch een oprechte nationalist?” Was u, zoals u nu al onherroepelijk de geschiedenis bent ingegaan, enkel een marionet in de handen van Belgische dorpspolitiekers en koperbaronnen? Of had u heel die tijd stiekem misschien toch een eigen agenda, een koene visie voor Afrika, vanuit uw oereigene wortels – iets wat uw werelddeel en vooral uw geschonden vaderland momenteel goed kunnen gebruiken?

Manu Ruys van De Standaard

Kunt u zich nog Manu Ruys herinneren, die jonge verslaggever van “De Standaard”, toen? In zijn huis aan zee vertelde hij mij na enige aarzeling, dat hij u een Afrikaanse VDB vond – Van Den Boeynants, de naoorlogse sjoemelpoliticus uit het moederland, die als geen ander politiek met nering wist te verzoenen. Of die Duitse ambassadeur die zo met u dweepte, Burkhard Baron von Müllenheim-Rechberg? Als bejaarde ex-diplomaat schreef hij een boekje over u. Citaat: “Voor het welzijn van Afrika hadden er veel meer Tshombe’s moeten zijn. Maar op z’n eentje werd hij de zondebok voor alle frustraties van het Afrikaanse nationalisme. Zijn lot nam onvermijdelijk de vorm van een drama aan. Shakespeare had er een flinke kluif aan gehad.” Wie u waarschijnlijk nooit ontmoet heeft, is de journalist Ryszard Kapuscinski. Die logeerde toen vast niet in de Memling of de Léopold Deux, want dat kon hij zich als correspondent van het Poolse persagentschap PAP niet permitteren. De man schreef aardige boeken over Afrika, hoewel hij het met de waarheid zoals bekend niet altijd even nauw nam. In 1965 schreef hij in de Poolse “Gazeta Wyborcza” een tot dusver onvertaald essay over u, Moïse. Het begint als volgt: “Een neger die zich schaamt sluit de ogen. Heel Afrika sluit de ogen bij de klank van het woord Tshombe. Bij ons wordt hij verkeerd begrepen. Tshombe is geen verrader, want hij heeft nooit iemand verraden. Het volk heeft hij nooit verraden: hij heeft er steeds een hartsgrondige hekel aan gehad. Lumumba heeft hij niet verraden: hij heeft hem altijd gedreigd dat hij op het schavot zou eindigen. Eenheid en vrijheid waren voor hem van geen tel: dus ook die idealen kon hij niet verraden. Tshombe was van meet af aan wat hij steeds is gebleven – een schurk. Maar als in het schurkendom iets als grandeur mogelijk is, dan heeft hij die wel bereikt.”

Potige Kempische Scheutisten

Heeft u er tenminste wat pret aan beleefd, Moïse, aan dat bestaan? Was het allemaal protestantse plichtsbetrachting? Dat zou kunnen, want u werd per slot van rekening niet door potige Kempische Scheutisten opgevoed, maar door rigide Methodisten uit Amerika. Of was het puur opportunisme en winstbejag? Indien geld uw enige drijfveer was, dan is ook dat wel begrijpelijk. Uw vader had het u als kind al ingehamerd: “De blanken, jongen, zullen ons nooit au sérieux nemen. Enkel door stinkend rijk te worden, kunnen wij een beetje respect afdwingen.” Leopold II, onze Congokoning, volgde merkwaardig genoeg precies dezelfde logica als het om het precaire gewicht van de monarchie in een democratisch bestel ging. Juist daarom had hij de veelbelovende Congo-Vrijstaat in de wacht gesleept, die hij pas decennia later aan de staat België zou verkwanselen.

Bent u dader geweest, Moïse? Slachtoffer? Allebei? Of gewoonweg onnozel? Toen u in 1963 uw secessie op moest geven en Katanga verlaten, wilde u nog één keer uit de poppenkast stappen waar u drie jaar lang in geacteerd had. Over het verraad van de Belgen verbolgen, beval u uw huurlingen om de Del­commune‑stuwdam en enkele andere in­stallaties van het koperconcern Union Minière in de lucht te laten vliegen. Maar de bouwwerken staan er vandaag nog. De mercenaires ‑ dat bewee­rden zij althans nog in de jaren zeventig dijenkletsend op Brusselse barkrukken ‑ hadden ondertus­sen even de firma gebeld. En die had er veel geld voor over, als haar vastgoed niet de lucht in zou gaan. U bent toen, ook daar bestaan filmbeelden van, het dynamiet zelf gaan inspecteren. Het zag er keurig uit. Maar de huurlingen hadden enkel losse patronen geëtaleerd. De blanken hadden u gelinkt. En u, Moïse, wist van niets. Voor de zoveelste keer.

Luc Leysen (64), is gewezen Afrikacorrespondent van de Duitse televisie ARD. (jc)


http://opinie.deredactie.be/2010/07/13/brief-aan-moise-tshombe/

Entry filed under: Afrika, Ekonomie, Europa, Media, oorlog, Politiek Belgie. Tags: , , , , .

N I E U W S S P R A A K III HET BP BLUNDERBOEK

1 reactie Add your own

  • 1. Walter Zinzen  |  juli 14, 2010 om 9:31 am

    Waar zat Tchombe in al die herdenkingsverhalen? Goede vraag. Systematisch wordt verzwegen dat er na de onafhankelijkheid nog 1 keer democratische verkiezingen zijn gehouden : in januari 1965.Ze werden gewonnen door Tchombe. In november van dat jaar wordt ineens de draad weer opgepakt, en wel op de 24°.
    Uitstekend stuk van onze Luc overigens

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: