Een golf van bamboe krult over Central Park

juli 30, 2010 at 6:12 am 1 reactie

door Tom Ronse

Een van de populairste culturele attracties in New York deze zomer bevindt zich niet in een museum maar erop. Op het dakterras van het Metropolitan museum groeit “Big Bambu: You Can’t,You Don’t and You Won’t Stop”, een monumentale constructie van bamboe-stokken. Het is een sculptuur, het is architectuur en het is performance-art. De ontwerpers, tweelingbroers Doug en Mike Starn, begonnen eraan te bouwen in de vroege lente, bijgestaan door een team van 20 rotsbeklimmers. Ze gaan door tot eind oktober.

De Starn-broers, een eeneiige tweeling geboren in 1961 in New Jersey, maken al van kindsbeen af samen kunst. Ze waren 23 toen ze met hun fotografisch werk de kunstwereld veroverden. Hun bamboe-installatie lijkt op het eerste zicht iets totaal anders dan hun foto’s maar toch ligt ze volgens de broers in het verlengde ervan. De thematiek is dezelfde gebleven: verandering, groei van levende, organische structuren. “Big Bambu is zelf een  organisme waar wij deel van uitmaken –wij helpen het groeien”, zegt Mike Starn.  In de loop van die groei worden zo’n 5000 bamboe-stokken van 10 tot 13 meter lang  aan elkaar geknoopt met 80 km touw. Behalve enkele handzagen worden er geen werktuigen gebruikt. Er zijn geen stellingen: het organisme groeit van binnen uit. “Wat ons boeit is de interconnectie”, aldus Mike Starn. “Het fotografisch werk waar we bekendst voor zijn, bestaat uit verschillende stukken papier, aan elkaar vastgemaakt met scotch tape, net zoals de bamboe aaneen gebonden is met nylontouw. Conceptueel is het hetzelfde.”

Big Bambu doet denken aan “Uchronia”, de sculptuur van de Belgen Arne Quinze en Jan Kriekels die het hoogtepunt was van het “Burning Man”-festival in 2006 in Nevada.  Zoals Uchronia is Big Bambu monumentaal, tijdelijk en geinspireerd op de vorm van een zwellende golf.

Uchronia

Maar er zijn ook grote verschillen. Eerst en vooral: de omgeving. Uchronia stond in een kurkdroge woestijn, plat als een biljarttafel terwijl je vanuit Big Bambu uitkijkt op Central Park en de omliggende wolkenkrabbers. Ten tweede: het materiaal. Quinze en Kriekels gebruikten machinaal gezaagd hout, terwijl de Starns bamboe verkozen. “Omdat het levend is” zegt Mike Starn. Geen twee bamboe-stokken zijn gelijk, hun kleur verandert in de loop van het project, ze krijgen zelfs nog blaadjes. Bovendien is bamboe licht en flexibel en tegelijk bijzonder sterk. De hoogste wolkenkrabbers in Azie zijn met bamboe-stellingen gebouwd.  Een derde verschil is dat Big Bambu veel chaotischer oogt. Dat is ook de bedoeling. De wisselwerking tussen chaos (toeval) en orde (planning) is het centrale idee in het werk. Net als in de natuur, zeggen de Starns. De broers werken met een team van 20 leden van een rotsklimmergroep en het moeilijkste in die samenwerking is volgens Doug Starn om hen chaotischer te doen werken. Mensen zijn geneigd om methodisch naar een einddoel te werken maar zo ziet de tweeling het niet. “Je neemt een stok, vindt een plek om hem te plaatsen”, zo legt Doug hun werkwijze uit, “er zijn misschien 10 andere stokken waarmee je een verbinding kunt maken en je kiest de beste. Dat opent dan weer mogelijkheden voor nieuwe verbindingen”. Zo groeit Big Bambu verder, hoger en wijder. “Het is bijna zoals de coyote uit de tekenfilms die in de lucht blijft lopen”, zegt Mike Starn, “we bouwen naar buiten, verder en verder de lucht in”.

Natuurlijk is het niet louter chaos. Op tijd en stond klimt de tweeling naar beneden om hun werk vanop afstand te bekijken. “En dan beslissen we om een lijn te creeren, een richting, een vloed, zegt Mike. “We spelen met ideeen van stromingen en de kracht van de golf.  Dus vragen we onze helpers dan bijvoorbeeld om in een hoek van 30 graden te werken en zwaardere stokken te gebruiken. Een systeem krijgt dan vorm dat door latere chaotische toevoegingen half verborgen wordt. Er is design maar zeker geen symmetrie”. Doug: “We vragen ons regelmatig af: gaat het de goede richting uit? Voorlopig wel, denk ik.”

In Beacon, een verlept industriestadje aan de Hudson dat door de influx van kunst wat opgekikkerd is –het museum van het DIA-instituut is er de grootste trekpleister- hebben de Starns een afgedankte fabriek gehuurd. Daarin bouwden ze een eerste versie van Big Bambu. Ook dat ‘organisme’ groeit nog steeds. Dit maakte het hen mogelijk om problemen die ze op het dak van de Met zouden tegenkomen te voorzien en op voorhand op te lossen. Het eerste wat ze ontdekten was dat ze paden moesten maken in de constructie, aangezien die van binnen uit moest groeien. Die paden zien ze als aders die door het weefsel van hun bamboe-monster lopen. Elk half uur mag een groepje bezoekers onder begeleiding de bloedsomloop betreden. Door erin te zijn ervaar je het kunstwerk het best en bovendien krijg je daar boven, door en over de bamboescheuten, adembenemende zichten op de stad. Je kan er ook, zij het niet elke dag, de kunstenaars en hun helpers van dichtbij aan het werk zien. Gratis tickets voor die ervaring kan men op het kelderverdiep van het museum bekomen.

Maar ook simpelweg door het chaotische bamboewoud lopen of aan de bar een drankje sippen terwijl je contempleert hoe de bamboe-golf zich van het museumdak in Central Park lijkt te willen werpen, is een aangenaam orgelpunt voor het obligate bezoek aan New Yorks grootste museum. De laatste keer dat ik het dakterras bezocht was de zon onbarmhartig en vele bezoekers verpoosden lang in de grillige schaduw van het kunstwerk dat intussen al bijna heel het terras in beslag heeft genomen. Het kan alleen nog naar boven groeien. Geschat wordt dat meer dan een half miljoen mensen het werk bezocht zullen hebben als, op 31 oktober, de laatste stok wordt vastgesnoerd. Het zou dan ruim 30 meter lang, 15 meter breed en 15 meter hoog zijn.  “We moeten het zo groot maken om ons mensen klein te doen voelen”, legt Doug uit, “om ons bewust te maken dat we individueel niet zo groot zijn. Alleen als we dat beseffen kunnen we ons een deel voelen van iets veel groter dan wat we ooit gedroomd hebben.”

Dat betekent niet dat het werk pas op de laatste dag compleet zal zijn. “Het was al compleet vanaf de eerste dag, zegt Mike, “compleet en onafgewerkt. Dat is het altijd. Of je het nu over een dier hebt, of een stad, een maatschappij of cultuur –het is altijd compleet maar dat wil niet zeggen dat het af is. Het blijft veranderen en groeien.” Maar na oktober wordt Big Bambu wel compleet afgebroken. Dat deert de broers niet. Ze hebben al plannen voor nieuwe bamboe-constructies elders. De smaak voor grote projecten kregen ze te pakken toen ze vorig jaar de opdracht kregen om het nieuwe eindstation van de nummer 1-subwaylijn artistiek cachet te geven. Ze zijn daar subliem in geslaagd. Het dwong hen om met veel mensen samen te werken. Dat maakte het proces veel complexer maar opende ook nieuwe mogelijkheden die ze verder willen exploreren.

Werk van de Starn-broers in het nieuwe subway-sation aan South Ferry

Entry filed under: VS. Tags: , , , , .

Hoe domheid zich eindeloos uitbreidt Privacy is een illusie

1 reactie Add your own

  • 1. Nick  |  september 1, 2010 om 8:10 am

    Hoi,

    het lijkt niet op Arne Quinze
    maar op Tadashi Kawamata.

    grts
    Nick

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: