WERELDBEKER IS SLECHTE ZAAK VOOR ECONOMIE LAGE LANDEN

augustus 14, 2010 at 11:17 am Plaats een reactie

door Stefan Kesenne

De kandidatuur van België en Nederland voor de organisatie van de Wereldbeker Voetbal in 2018 staat de laatste dagen volop in de publieke belangstelling. In zowel de Belgische als Nederlandse pers vind je zeer uiteenlopende standpunten van politici en sportjournalisten over de wenselijkheid van het WK in de Lage Landen. Toch was het in een Afrikaanse krant, na de Wereldbeker in Zuid-Afrika, dat met een schitterende cartoon de kern van heel de discussie werd aangeraakt. Afgebeeld stonden enkele goed in het vet zittende FIFA-bobo’s die het Green Point stadion in Kaapstad verlaten met hun valiezen uitpuilend van de dollarbiljetten. Ze wuiven en roepen naar een groepje arme zwarten langs de weg, vuvuzela’s nog in de hand:

“It was business doing pleasure with you”.

De FIFA sluist inderdaad de grote winsten van het WK schaamteloos door naar Zürich en laat het gastland meestal met grote tekorten en schulden achter. En dat zal in 2018 niet anders zijn.

De Wereldbeker Voetbal is een zeer winstgevende onderneming – anders zou de FIFA al lang failliet zijn – maar het gastland houdt er meestal geen cent aan over. Integendeel. Nochtans kwam een recente studie van het Federaal Planbureau tot de slotsom dat het WK ons land 1.150 miljoen kan opleveren, aldus de persmededeling. Wat hier met ‘opleveren’ wordt bedoeld is evenwel volstrekt onduidelijk. Gaat het om extra groei van het nationaal product of over extra fiscale ontvangsten voor de overheid, of over nog iets anders? In dezelfde studie becijferde het Planbureau ook dat de kosten voor België tussen 440 en 840 miljoen euro zouden liggen, en de opbrengsten tussen 730 en 1.670 miljoen euro. Deze wel erg ruime marges zijn wellicht het gevolg van veel snel en onnauwkeurig rekenwerk. De studie kwam er in opdracht van de ministerraad en het moest, naar verluidt, allemaal erg vlug gaan. Onze decennialange ervaring met impactstudies heeft geleerd dat de ex ante berekende kosten van een sportevenement altijd zwaar worden onderschat en de opbrengsten schromelijk overschat. Een voorzichtige schatting is dan dat we, volgens het Planbureau, een verlies mogen verwachten van meer dan 100 miljoen euro. De vraag is of dat geld in crisistijd niet beter kan worden besteed aan noden die groter zijn dan meer of vernieuwde voetbalstadions?

Het misleidende cijfer van 1.150 miljoen euro is wellicht het resultaat van een economische impactstudie die enkel de extra geldstromen meet die een groot sportevenement genereert. Er wordt hierbij geen opsplitsing gemaakt van deze geldstromen in kosten en baten voor het gastland. Daartoe is een kosten-batenanalyse nodig. Als er een nieuw voetbalstadion wordt gebouwd ter waarde van 10 miljoen euro, dan creëert dat evident toegevoegde waarde en inkomen, jobs en fiscale ontvangsten voor de overheid. Maar deze miljoenen behoren wel tot de kosten van de organisatie van het WK, terwijl veel economische impactstudies deze geldstromen voorstellen als baten.

Arm maar gelukkig

In Nederland berekende het onafhankelijke SEO (Stichting Economisch Onderzoek) dat het WK in Nederland wellicht een verlies van 155 miljoen euro zou betekenen. In hun meest pessimistisch scenario liep het verlies zelfs op tot 1.100 miljoen euro. Over de economische effecten van het WK 2006 in Duitsland zijn de Duitse onderzoekers Holger Preuss (Universiteit Mainz) en Wolfgang Maennig (Universiteit Hamburg) het grondig oneens, en dit meningsverschil is terug te voeren naar het onderscheid tussen een economische impact aanpak en een kosten-baten aanpak. Maennig concludeerde dat het WK Voetbal in Duitsland, zowel in 1972 als in 2006, geen significant positieve effecten op nationaal opleverde, niet op korte termijn, noch op lange termijn. Een pluspunt voor Duitsland was dat zij reeds beschikten over voldoende grote stadions, die met enkele aanpassingen voldeden aan de strenge FIFA-normen. België beschikt over geen enkel stadion van minimum 40.000 zitjes. Is het verstandig om in België nu vijf nieuwe en grote stadions te bouwen die na het WK geen enkele club bij hun doorsnee competitiewedstrijden kan vullen? In Zuid-Afrika werden deze reuzenstadions witte olifanten genoemd, die nu handenvol geld kosten aan onderhoud, en niet rendabel uit te baten zijn. De kans bestaat dus dat die dure stadions weer met de grond gelijk worden gemaakt, zoals in Portugal na het EK van 2004.

De meest bekende sporteconoom ter wereld, Stefan Szymanski van de City University in Londen vatte het in zijn recente boek Soccernomics samen als volgt: a major sport event makes people happy but not rich. Het is aan de politici om te beslissen of dit geluk opweegt tegen de hoge kosten van een WK in een land met grote budgettaire tekorten en bijna de hoogste staatsschuld ter wereld.

Stefan Kesenne is professor economie aan het Departement Economie van de Universiteit Antwerpen. Hij is gespecialiseerd in sporteconomie. Dit stuk verscheen in De Morgen van 14 augustus. (jc)

Entry filed under: Ekonomie, Nederland, Politiek Belgie. Tags: , , .

(F)LUISTERSEKS Mag er nog eens gelachen worden?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: