Kuisheid en verkrachting

september 24, 2010 at 9:02 am 26 reacties

door Walter Zinzen

 

De Katholieke Kerk  laat niet na ‘urbi et orbi’ te verkondigen dat seksueel misbruik van kinderen ook in andere geledingen van de samenleving voorkomt, daarbij insinuerend dat religieuzen ook maar mensen zijn, die kunnen zondigen en recht hebben op vergiffenis. Op zich is de vaststelling uiteraard juist . Maar toch maakt ze me woedend. Omdat ze getuigt van een schijnheiligheid , die in waarheid niet van deze wereld is.
Laten we even teruggaan naar de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw, toen vele van de in het rapport-Adriaensens vermelde vergrijpen tegen kinderen werden gepleegd. De Kerk was toen nog oppermachtig. De aartsbisschop van Mechelen, kardinaal Van Roey, steevast “Zijne Eminentie”  genoemd, was de ongekroonde vice-koning van België. Priesters en andere religieuzen werden aangesproken als “eerwaarde”, pastoors zelfs als “zeer eerwaarde.” Hun woord was wet, letterlijk. Seks voor of buiten het huwelijk was verboden. Maar ook binnen het huwelijk was seks uitsluitend toegestaan in dienst van de voortplanting.

Tegenwoordig lappen de meeste gelovigen deze voorschriften aan hun laars maar toen was de gewetensnood  groot. Wie ze  overtrad beging een “zware zonde” en riskeerde de hel. Voor vele mensen geen loze bedreiging .  (Ook vandaag weigert de Kerk trouwens nog steeds de communie aan gescheiden mensen die een nieuwe partner hebben gevonden, want ze leven ‘in zonde’. )

Er werd in die dagen overigens weinig over  seks of seksualiteit gesproken. De gebruikte termen waren kuisheid, zuiverheid, reinheid. Dat was vooral merkbaar in het onderwijs.  De jeugd moest leren kuis, zuiver en rein te leven, en dus alle onkuise verlangens te onderdrukken. Zo was het verboden om de handen in de broekzakken te steken, om contact met “bepaalde lichaamsdelen” te voorkomen. Masturbatie was – zeker voor jongens – een doodzonde , want verspilling van zaadcellen die God gegeven had om nieuwe mensen te maken, niet om er plezier aan te beleven. Maar ook de term masturbatie werd weiniggebruikt . De religieuze opvoeders hadden het liever over “zelfbevlekking” , iets wat ‘onrein’ was en  dus verboden.

Vergeving was natuurlijk  altijd mogelijk : in de biechtstoel. Wie tegen de kuisheid had gezondigd kreeg steevast dezelfde vraag van de biechtvader : “Alleen of met anderen? Boven of onder de kleren”?  Die opvoeders waren zelf  door nog strengere regels gebonden  : priesters maar ook andere religieuzen hadden – en hebben nog steeds – de “gelofte van zuiverheid” afgelegd. Ze hadden – en hebben – dus beloofd zich te onthouden van wat voor seksuele handelingen dan ook. Ook zij bedreven – en bedrijven – een doodzonde als ze die belofte verbreken. Ze zijn dan niet meer in staat van genade en mogen dan niet “ter heilige tafel naderen” , zoals dat vroeger heette .

En dat is nu juist het krasse van de zaak. Al die geestelijken , die zich aan kinderen hebben vergrepen , hebben die gelofte afgelegd. Sterker nog. Zij hebben anderen met hel en vagevuur bedreigd om “rein” te leven, ook die kinderen die ze met de grootst mogelijke en afschuwelijke “onkuisheid” hebben geconfronteerd.  Hoe kunnen of konden zij dan hun perverse handelingen in overeenstemming brengen met hun eigen uitgangspunten engeweten ? Zijn ze na iedere verkrachting naar de biechtstoel gehold om de absolutie tevragen , de staat van genade terug te krijgen en vervolgens vrolijk opnieuw te beginnen?  Hoe authentiek was dan hun “berouw”, toch  volgens de eigen katholieke leer  een essentiële voorwaarde voor vergiffenis? Wat met die priester uit het rapport-Adriaensens die in de sacristie onkuisheid bedreef met een misdienaar om vervolgens brood en wijn te veranderen in het Lichaam des Heren , terwijl hij in zijn zondige staat niet eens de communie mocht ontvangen? In welke verschrikkelijke hypocrisie hebben al die “heren” geleefd ?

 Met welk recht komen vandaag bisschoppen en andere kerkleiders zeggen dat dit soort misbruiken ook buiten de Kerk voorkomt ? Hier en daar wordt, ook door niet-kerkelijken, verwezen naar lieden die op anti-katholieke gronden pedofilie verdedigen en beoefenen. Met name wordt dan naar jeugdschrijver Gie Laenen verwezen. Maar er is één groot verschil : Gie Laenen is door de justitie, terecht, gestraft. Tegen al die paters, priesters en broeders, die honderden levens hebben verwoest is er nog geen begin van een gerechtelijk onderzoek geweest. Eén van hen wordt zelfs door zijn oud-collega’s nog altijd eerbiedig “monseigneur” genoemd.

Het kan zijn dat mensen , die de hier beschreven seksuele moraal nooit hebben meegemaakt, mijn argumentatie lichtjes belachelijk vinden. Zij kunnen zich allicht de woede, de verontwaardiging en de bittere teleurstelling niet voorstellen, die zich de afgelopen dagen en weken heeft meester gemaakt van vele tienduizenden oud-leerlingen van katholieke instellingen. Ze vragen zich af of hun zeer katholieke en zeer kuise opvoeders van weleer niet zelf ook “in het verborgene” hun geheime lusten hebben botgevierd op onschuldige kinderen, ook al zijn ze zelf nooit slachtoffer geweest. Want ook zij zijn bedrogen en  gekwetst tot in het diepste van hun ziel door het Instituut dat zich ooit aan hen presenteerde als “Onze Moeder de Heilige Kerk”. Zij begrijpen nu pas waarom Maarten Luther deze moeder de “hoer van Babylon” noemde.

Dus, ‘monseigneur’ Léonard, bespaar ons in de toekomst uw praatjes over abortus, euthanasie, homofilie en aanverwante onderwerpen. U heeft zelf het recht op spreken verkwanseld – door te zwijgen.

NOOT: Deze tekst van haar vaste columnist W. Zinzen is ‘in beraad gehouden’ door De Standaard (jc)

Entry filed under: godsdienst, Media, Samenleving. Tags: , , , .

DRIE CODES OM BRUSSEL TE BEGRIJPEN And now something completely different

26 reacties Add your own

  • 1. Gie van den Berghe  |  september 24, 2010 om 12:23 pm

    Zeer zeker, ik kan me de woede, verontwaardiging en bittere ontgoocheling voorstellen en ik ben helaas ook opgegroeid in die schandelijke hypocriete cultuur die doordrongen was van katholieke én burgerlijke waarden en normen die zich vooral uitten in regels, verboden en straffen. De Kerk beet misschien de spits af, maar de hele maatschappij was toen punitief, het was een echte schuldcultuur.

    Maar woede, verontwaardiging en bittere ontgoocheling zijn, hoe begrijpelijk ook, slechte raadgevers bij een beoordeling, laat staan voor een extreem veralgemenende veroordeling waar zovelen zich vandaag aan overgeven (ik schreef bijna ‘bezondigen’). Ook Walter Zinzen lijkt minstens impliciet te stellen dat alle of toch zeker de meeste katholieke geestelijken kinderverkrachters waren en zijn. Hij gaat er ook zomaar vanuit dat erotische en/of seksuele handelingen tussen een meerder- en minderjarigen altijd verkrachting zijn. Zoals hij er ook zonder enige bewijs vanuit gaat dat al die (merendeels laattijdige?) getuigenissen over misbruik door geestelijken allemaal volledig waar en correct zijn. Er bestaat nogal wat wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat mensen door suggestie op bepaalde (deels of geheel) fictieve herinneringen gebracht kunnen worden, zelfs over zeer extreme zaken en situaties, zoals slachtoffer geweest te zijn van een concentratiekamp of een verkrachting zonder dat dat feitelijk het geval was. Dat betekent uiteraard niet dat wie zich dergelijke vreselijke ervaringen herinnert ze verzonnen zou hebben, maar wel dat niet elke herinnering zomaar mag volstaan om iemand zwaar te veroordelen.

    Het ziet meer en meer naar uit dat we niet in een rechtsstaat maar in een mediastaat leven. Door voortdurende herhaling bepalen de media verregaand wat veel mensen, ook intellectuelen, geloven en voor waar aanvaarden. Tegenwoordig is wie van kindermisbruik verdacht of beschuldigd wordt meteen veroordeeld. Liet men de mensen los, dan zouden ze gestenigd worden. Mensen hebben, waar ze ook van verdacht worden, recht op een eerlijk proces.
    Dat de door de media nu al maandenlang, wat zeg ik, jarenlang, opgezweepte gemoederen almaar hoger oplopen is duidelijk. De vrijwel algemene veroordeling van zogenaamde pedofilie of kindermisbruik (wat in strikte zin iets anders is), is zoals de vroegere hypocriete houding van de kerk, een uiting van (een nieuwe) burgerlijke fatsoensnorm. Niet oordelen maar veroordelen. Zonder vel over de buik.

    Ik heb geen hoge dunk van de Kerk, maar hoezeer ik het ook als intellectueel ook moge betreuren, ik weet dat veel mensen niet zonder Kerk en geloof kunnen, er heel veel zingeving, waarden en (vaak zinvolle) normen aan ontlenen. De Kerk en alle geestelijken en bloc veroordelen is manifest oneerlijk, onrechtvaardig en onverstandig.

    Er is sprake van een nieuwe gevoeligheid. Erotiek en seks tussen minder- en meerderjarigen kan niet meer door de beugel, zou altijd en overal misbruik zijn. Het ware goed mocht daar een maatschappelijk debat over komen, maar alle heisa in de media, en alle onverstandige herrieschopperij (zowel vanwege de kerk, de commissie, als justitie) hebben dat, zo valt te vrezen, onmogelijk gemaakt.

    Waarschijnlijk zal deze (over?)gevoeligheid zich op iets langere termijn ook uiten in een uitbreiding van verdachtmakingen én feiten (ik twijfel ook niet aan het laatste) van ‘kindermisbruik’ in kringen van het onderwijs, de jeugdbeweging en natuurlijk ook het gezin. Of dat een goede of een kwade zaak is, zou onderwerp moeten zijn van een brede maatschappelijke discussie; mag niet overgelaten worden aan de media. Nu al zien we hoe bepaalde instellingen de media te vlug proberen af te zijn door inderhaast extra meldpunten voor ‘kindermisbruik’ op te richten.

    Mij lijkt een opvoeding tot meer seksuele mondigheid, een opvoeding die het niet alleen over de technische kant van de seksualiteit heeft maar ook over emoties en seksuele variaties, meer dan ooit nodig. Jongeren leren, duidelijk maken dat ze ongewilde avances kunnen en mogen afwijzen (zoals bijvoorbeeld in ‘Le souffle au coeur’ uit 1971 van Louis Malle) of aanvaarden (zoals in ‘Elève libre’ uit 2009 van Joachim Lafosse, een Waal – ondenkbaar in Vlaanderen).

    Beantwoorden
    • 2. Edith Legrand  |  februari 11, 2014 om 8:44 pm

      Toch eentje die zich niet verliest in een psychotisch delirium tremens iedere keer die mythe over kinderverkrachters in de media herhaald wordt. Als tiener was ik ook boos op de kerk, maar ik ben in tegenstelling tot Zinzen in die puberale rebellie niet blijven steken en dus nuchter. Wat ik gezien heb, is dat kindermisbruik en kindermishandeling zowat de norm was en nog is bij antireligieuzen van alle slag. Om hun alfa-aapschap te vestigen moesten hun normen gelden boven die van de kerk, de seksuele grenzeloosheid dus. Die onnozelaars van pastoors, die in de fout zijn gegaan, hebben alleen maar de normen van de antitheïsten geaccepteerd. Nu is tenminste gebleken dat je dat nooit moet doen.

      Beantwoorden
  • 3. Elisabeth Khan  |  september 24, 2010 om 1:46 pm

    Vroege en volledige voorlichting is inderdaad van groot belang. Wij werden indertijd zo dom gehouden dat we op onze katholieke meisjesschool niet eens wisten waar de EH directeur het over had wanneer hij met “onkuisheid” op de proppen kwam tijdens het obligate gewetensonderzoek.
    Maar er is ook nog zoiets als geslachtsrijpheid. En in de machtsverhouding tussen een volwassene en een jong kind kan dat jongetje of meisje duidelijk geen echte (geïnformeerde) keuze maken.

    Beantwoorden
  • 4. Etienne Vermeersch  |  september 24, 2010 om 2:16 pm

    Ik denk dat Walter Zinzen in essentie gelijk heeft. – Er zit een klein foutje in. Het is waar dat theologen lang gesuggereerd hebben dat seks binnen het huwelijk alleen mocht als die op de voortplanting gericht was (mijn grootvader langs moeder’s zijde geloofde daar nog aan), maar lange tijd werd als tweede doel van het huwelijk ook aanvaard dat het een ‘remedium concupiscentiae’ was: een remedie tegen de begeerlijkheid; en rond het midden van de vorige eeuw werd ook de liefde als doel van het huwelijk aanvaard. In die context mocht seks ook zonder voortplantingsdoel (bvb. na de menopause en vooral bij gebruik van de periodieke onthouding). –
    Gie VdB zal wel gelijk hebben dat er hier en daar een onjuiste of verdraaide getuigenis tussen zit, maar dat verandert niets aan het feit dat het totaalbeeld zoals het door Adriaensens werd naar voren gebracht, in essentie juist is.
    In mijn eigen college weet ik van één priester met volstrekte zekerheid en van een andere met grote waarschijnlijkheid dat hij leerlingen misbruikte.
    Als wij, leerlingen, dat wisten, dan is het ondenkbaar dat de oversten dat niet wisten; maar die keken de andere kant uit of reageerden inadequaat. Ook dat staat als een paal boven water.
    Men zegt dat daar toen in de maatschappij niet zwaar aan getild werd; dat is onjuist. Ook toen werden mensen vervolgd en gevangen gezet voor aanrakingen bij minderjarigen (zelfs alleen een kortstondige, eenmalige aanraking). Alleen priesters werden meestal niet vervolgd.
    Wat WZ in essentie betoogt is (1) dat de priesters in het algemeen toen een voor velen ondraaglijke seksuele moraal verkondigden, terwijl een niet onbelangrijk aantal onder hen zwaar in de fout ging volgens hun eigen doctrine.
    Ik herinner mij een preek tijdens de retraite waarbij de pater het had over een jongen die ’s nachts aan zelfbevlekking deed, plots stierf en recht naar de hel ging.
    Talloze jongeren zijn door deze indoctrinatie zwaar misvormd geworden.
    (2) Wanneer nu blijkt dat de vertegenwoordigers van deze Kerk zelf boter op het hoofd hadden, en het instituut dat gedoogde, dan is het duidelijk dat dit instituut alle krediet verloren heeft om nog ethische directieven te geven.

    Etienne Vermeersch

    Beantwoorden
  • 5. Gie van den Berghe  |  september 24, 2010 om 3:19 pm

    Zeker, af te keuren en er moet paal en perk aan gesteld worden. Maar kan iemand me uitleggen waarom dit alleen in de Kerk zou gebeurd zijn? Ook het toedekken door het instituut. Ik heb als werknemer, al dan niet academisch, in nogal wat grote instellingen gewerkt waarin zaken die totaal niet door de beugel konden en indruisten tegen de publiek verkondigde ‘moraal’ van die instelling (ja, ook academische instellingen) met de mantel der liefde – om die metafoor maar eens te gebruiken – toe te dekken. Tot en met gesjoemel met wetenschappelijk onderzoek en publicaties. Men treedt dan weliswaar geen seksuele norm met voeten, maar wel een norm of normen die essentieel zijn voor de instelling en als centraal en absoluut worden voorgesteld. In mijn ervaring hebben velen boter op het hoofd. Dat praat misbruiken in de Kerk natuurlijk niet goed, verre van, maar maakt hopelijk wel duidelijk dat we niet moeten doen of we heiliger zijn dan de paus.
    Het toedekken van de misbruiken die binnen die Kerk bestonden is ongehoord, maar gebeurt dus in heel veel instellingen en ik vind dat voor alle instellingen ongehoord. Instellingen, schreef destijds Jos Van Ussel al (‘Afscheid van de seksualiteit’), schaffen zichzelf niet af.
    Wat de misbruiken binnen de Kerk betreft zou duidelijk gemaakt moeten worden over welk (mogelijk) percentage het gaat (1, 5, 10% van alle geestelijken?) en ook waarom deze misbruiken alleen daar zouden voorkomen (celibaat?).
    Wat getuigenissen betreft, zeker laattijdige, lijdt het geen twijfel dat veel wordt uitgelokt door de media geschapen klimaat. Hoeveel zou voorwerp moeten zijn van juridisch onderzoek, in de mate van het mogelijke.
    En kan iemand me uitleggen wat er zo immens gevaarlijk aan (gewilde) seksualiteit op jonge leeftijd ook met meerderjarigen (van bijvoorbeeld achttien jaar)? Is het klimaat dat men nu schept, is alle commotie die me hierover nu maakt, niet veel schadelijker voor jongeren? Jaagt men niet onnodig veel angst aan? Neen, van die seksualiteit hebben we, ondanks Van Ussel, nog altijd geen afscheid genomen.

    Beantwoorden
  • 6. Gie van den Berghe  |  september 24, 2010 om 3:37 pm

    Heeft iemand weet van wetenschappelijk onderzoek waaruit onomstotelijk blijkt dat erotisch of seksueel contact tussen een minder- en meerderjarige waar beiden op een of andere manier hebben in ingestemd en (hopelijk of mogelijk) van genoten, an sich schadelijk is voor de psyche van de minderjarige, LOS VAN de afkeurende reactie(s) van de omstanders, LOS VAN de (tijdgebonden) sociale afkeuring? Zou al die afkeuring niet schadelijker kunnen zijn, de seksuele handeling(en) achteraf in een vies en verkeerd daglicht stellen. Let wel, ik vraag me dit in alle sereniteit als academicus af.
    In de hoop de discussie en het denken verder te bevorderen zou ik ook nog even willen stellen dat wat mij betreft kennis en ideeën veel centraler staan, belangrijker zijn dan mijn seksualiteit of seksuele beleving. Vanuit die mogelijk zeer merkwaardige of uitzonderlijke optiek heb ik achteraf begrepen dat ik op school, door allerhande autoriteiten en door de media, wat ideeën en kennis betreft meer dan eens in het ootje ben genomen, om de tuin geleid en zelfs ‘verkracht’. Want behalve ‘geslachtsrijpheid’ (wat gedefinieerd zou moeten worden) is er ook nog zoiets als onvoldoende denkrijpheid. Als kind, als jongere ben je voor een stuk een vat dat door de maatschappij, omgeving (en ervaringen) wordt gevuld.
    De o zo centrale en helaas vaak kwalijke rol die aan seksualiteit wordt toegeschreven is vanuit mijn optiek een erfenis van onder meer het katholicisme.

    Beantwoorden
    • 7. jefc  |  september 24, 2010 om 4:46 pm

      Wat dat laatste betreft: inderdaad, Gie, ‘onder meer’. Het katholicisme heeft het (deels) geërfd van het judaïsme, zoals de islam het geërfd heeft van de beide anderen.
      De essentie daarvan is, denk ik, dat seksualiteit (zoals ook bezit en status) een van de belangrijkste maatschappelijke drijfveren is. Wie dus streeft naar MACHT over anderen – in dit geval de katholieke kerk dus – kan niet om de seksualiteit heen.
      Het gaat ‘m niet, of niet in de eerste plaats, over de onbeheerste seksdriften van de heren van de clerus. Het gaat om machtsverwerving. Het gebrek aan voorlichting, zoals Elisabeth Khan aangeeft, was (is) daar een ander een middel toe.
      We vergeten toch niet het oude adagio van de dialoog tussen Kerk en Kapitaal: ‘Hou jij ze dom, ik hou ze wel arm.’ (jc)

      Beantwoorden
  • 8. WALTER PRINSEN  |  september 24, 2010 om 7:54 pm

    De moed en wijsheid van GVDB hebben wij ten zeerste nodig om een werkelijke sereniteit te creëren waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten om zonder gezwaai en vooral ‘gewaai’ van de media tot o.a. wetenschappelijke essenties te komen.

    Zo meldt vrijwel niemand het totale gebrek aan ernstig wetenschappelijk onderzoek naar relaties tussen minder-en meerderjarigen. Een aantal vooroordelen, wetenschappelijk totaal onjuist, worden constant behamerd tot ze in de koppen bijna vanzelf weerklinken.

    Zo heeft ernstig onderzoek wel uitgewezen dat het best meevalt met die zogenaamde langdurende schade. De Rind comissie in de USA publiceerde daarover een lijvig onderzoeksrapport(1997) en werd door de complete rechtse pers uitgefloten, bedreigd en…weggestemd in het Congres in 1999 dat daarmee de eer had als eerste democratisch land een wetenschappelijk onderzoek weg te stemmen omdat het niet aan de publieke opinie tegemoet kwam, integendeel.

    Nieuwer onderzoek over dat ‘getekend zijn voor het leven’ werd gepubliceerd door Bauserman, Rind en Tromovitch 2002 en door Randolh en Acheson, 2006 en had dezelfde kernboodschap: veel mensen ontkomen aan een verleden van seksueel misbruik als kind met weinig of geen psychopathologische gevolgen op lange termijn.Dat is inderdaad maar één van de stellingen die het misbruik niet goedpraat maar duidelijk wil stellen dat de veerkracht van kinderen wel meevalt, een gezegde dat ik haal uit het boek van drie hoogleraren: ‘De 50 grootste misvattingen in de wereld van de Psychologie’, onlangs bij Bert Bakker uitgegeven en opmerkelijk weinig of niet besproken.
    Het is gewoon een keerzijde van de medaille waarvan ik niet wil ontkennen dat ze twee zijden kan hebben.

    Anderzijds is er de vraag naar studie die het verschijnsel van pedofilie of hoe men het ook wil noemen serieus onder de fysische en psychische loep heeft genomen. Losse flodders worden regelmatig door de pers opgevangen: tumoren, snel typen om pedo’s te herkennen (sic) en andere hoogst niets terzake doende feiten of zijwegen.
    Net zoals vrouwenverkrachters niet representatief zijn voor de totaliteit van heterofielen denk ik ook niet dat elke mens met de pedofiele of efebofiele geaardheid en expressie tot de klasse der monsters moet gerekend worden.
    Wat weet trouwens Zinzen van Gie Laenen die volgens hem terecht gestraft zou zijn? Waar haalt hij die waarheid vandaan? Ah ja, juist uit de pers. Kent hij het dossier, of heeft hij een gesprek gehad met de betreffende, weet hij meer dan wat er is uitgebraakt in zgn. kwaliteits- en andere kranten?
    Ik bedoel maar, wij oordelen en vooral veroordelen zonder enige werkelijke kennis van feitelijkheden. (lees het mooie artikel in het jubelnummer van de Haagse Post over de verpreutsing van Nederland)

    Niet alleen is er een schrijnend gebrek aan wetenschappelijke kennis over het’ verschijnsel’ maar door de voortdurende mediastormen die nu al zo’n veertien jaar aanhouden na Dutroux, wordt elke serene benadering gewoon onmogelijk gemaakt.
    Wie dat durft zal zelf wel boter op het (kinder)hoofd hebben zeker?

    ‘Bij een poging om deze brede kloof tussen klinische waarneming en wetenschappelijke werkelijkheid te verklaren, dringt de gedachte aan een selectief vooroordeel zich op. Omdat vrijwel alle mensen die therapeuten in hun praktijk zien problemen hebben, ook degenen die seksueel misbruikt zijn, kunnen clinici in de verleiding komen ten onrechte te denken dat er een correlatie is tussen seksueel misbruik in de jeugd en psychopathologie. (onderzoeken van Chapman en Chapman, 1967, Cohen en Cohen, 1984)’
    Een citaat uit de 50 grootste misvattingen waarin denkfouten omtrent correlatie en oorzakelijk verband duidelijk gemaakt worden.

    Er zijn nog andere mythologieën: slachtoffers worden vrijwel altijd zelf daders, waarvan onderzoek in 2003 uitwees dat men slechts zwakke bewijzen te hebben gevonden voor de zgn. cyclus van seksueel misbruik in de jeugd, maar het is tevens een indicatie dat die cyclus van het misbruik geenzins onvermijdelijk is. (Salter, 2003)

    Ik bedoel maar in deze signalementen dat we nood hebben aan nuances en wetenschap, twee dingen die vroeger al eens een einde hebben gemaakt aan heksenjachten en masturbatie-vervolging (die overigens 200 jaar duurde!)

    Jonge wegtenschappers durven ook niet promoveren op deze onderwerpen, want ze zien zich dan ernstig in hun carrière’ gehinderd.
    Nochtans zullen er moedigen nodig zijn niet om wat dan ook ‘aanvaardbaar’ te maken maar om helderheid en nuances aan te brengen.
    Onderscheid maken is iets typisch menselijk, dus moeilijk.
    En noodzakelijk.

    Beantwoorden
  • 9. tomasronse  |  september 25, 2010 om 6:42 am

    Ik heb mijn twijfels over dat “ernstig onderzoek” dat uitwees dat het allemaal best meevalt met de langdurige schade. Kan zo’n onderzoek uberhaupt wel uitgevoerd worden als de meeste kinderen met wie volwasssenen sexuele handelingen hebben uitgevoerd daar met niemand over praten? Of dat zo is kan eigenlijk ook niet uitgemaakt worden. Maar ik vermoed dat het zo is, vooral vanwege de kracht van schaamtegevoelens. Ik vermoed ook dat er studies bestaan die stellen dat het niet meevalt met de langdurige schade. Ik bedoel maar: dergelijke claims moeten met een korrel zout worden genomen. We hebben te veel respect voor de wetenschappelijke experts. Het zijn de priesters van vandaag, ook al horen ze bij concurrerende kerken. Wij blijven gelovigen.
    Tom Ronse

    Beantwoorden
  • 10. Gie van den Berghe  |  september 25, 2010 om 7:06 am

    Beste Herman Prinsen
    Zou u zo goed willen zijn de titels en referenties van de boeken en artikels van de auteurs waar u naar verwijst even op te geven? Dan kunnen zij die voor reflectie en discussie open staan die werken raadplegen, de uitvoerbaarheid en ernst van dergelijk onderzoek objectief inschatten in plaats van die zonder meer vanuit de eigen vooringenomenheid geringschattend te relativeren.

    Mogelijk heb ik door er als academicus te wijzen op het feit dat ook in academische (en andere institutionele) kringen nu en dan gesjoemel met de eigen hoog in het vaandel gevoerde normen met de mantel der liefde wordt toegedekt, maar dat is eerder uitzondering dan regel; zoals – blijf ik tot het wetenschappelijke bewijs van het tegendeel denken – ook werkelijk en zogenaamd kindermisbruik in de Kerk en in andere instellingen waar jongeren aan het gezag van ouderen zijn onderworpen. Bij voorbaat dank.

    Beantwoorden
  • 11. WALTER PRINSEN  |  september 25, 2010 om 8:59 am

    Rind, B.,Tromovitch, P & Bauserman, R(2000) ‘Condemnation of a science article: A chronology and refutation of the attacks and a discussion of threats to the integrity of science’. Sexuality and Culture, 4, 1-62.

    Rind, B., Bauserman,R.,&Tromovitch,P. (2002) ‘The validity and appropriateness of methods, analyses, and conclusions in Rind et al. (1998): A rebuttal of victimological critique from Ondsersma et al.(2001) and Dallam et al.(2001)’ Psychologicall Bulletin, 127, 734-758.

    Rind,B.,bBuserman, T.& Tromovitch,P. (1998) ‘A meta-analytic examination of assumed properties of child abuse using college samples. Psychological Bulletin 124, 22-53.

    Rind,B.,Bauserman, T.& Tromovitch,P. (1997) ‘A meta-analytic review of findings from national samples on psychological correlates of child abuse.’ Journal of Sex Research, 34, 237-255

    Dallam, S.J.,Gleaves, D.H., Cepeda-Benito, A., Silberg, J.L., Kraemer, H.C. & Spiegel, D. (2001) ‘The effects of cild sexual abuse: Comment on Rind, Tromovitch, and Bauserman, 1998, Psychological Bulletin, 127, 715-733.

    Ulrich,H.,Randolph,M. & M & Acheson, S. (2006) ‘Child abuse: Replication of the meta-analytic examination of child abuse by Rinbd, Tromovitch, and Bauserman (1998) Scientific Review of Mental Health Practice, 4(2),37-51.

    Salter,D., McMillan,D., Richards, M., Talbot, T. , Hodges, J., Bentovin, A. et al. (2003) ‘Development of sexually abusive behaviour in sexually victimized males: A longitudinal study.’ Lancet, 361, 471-476.

    Kendall-Tackett, K.A., Williams, L.M. & Finkelhor, D. (1993) ‘Impact of sexual abuse on cildren: A review and synthesis of recent empirical studies.’ Psychological Bulletin, 113, 164-180

    Chapman, S.,L.J. & Chapman, J.P., (1967) ‘Genesis of popular but erroneous diagnostic observations.’ Journal of Abnormal Psychology, 74, 271-280.

    Cohen,P. & Cohen, J. (1984) ‘The clinician Illusion.’ Archives of General Psychiatry, 41, 1178-1182.

    Paris,J. (2000) Myths of childhood. New York: Brunner/Mazel.

    Bonanno, G.A. (2004) ‘Loss, trauma and human resilence: Have we underestimated the human capacity to thrive after extremely adverse events?’ American Psychologist, 59, 20-28

    Beantwoorden
    • 12. tomasronse  |  september 27, 2010 om 6:14 am

      Dat is een indrukwekkende lijst. Maar hoe maakt die me wijzer? De vraag die ik (niet-academicus) stelde was hoe over zoiets uberhaupt een ernstige studie kan uitgevoerd worden, in de eerste plaats omdat de gegevens waarop men zich baseert, onmogelijk representatief kunnen zijn, gezien het gros van de onderzochte groep onbekend blijft. Wat ik in twijfel trok was de academische pretentie. Die twijfel neem je met zo’n lijst niet weg.
      Getuigde wat ik schreef van vooringenomenheid zoals Gie beweert? Ik maakte duidelijk dat ik studies die het omgekeerde concluderen evenzeer wantrouw. Vooringenomenheid tegenover de academische kerk misschien.
      Misschien voelt Gie zich daarom in het kruis gegrepen. Hij heeft er al herhaaldelijk op gewezen dat hij een academicus is. Compleet met de verstrooidheid (het is Walter Prinsen Gie, niet Herman) en de schabouwelijke syntax (die tweede paragraaf Gie, foei!) van een ouderwetse professor.
      Tom

      Beantwoorden
  • 13. WALTER PRINSEN  |  september 27, 2010 om 8:30 am

    Sir Karl Popper schreef: ‘Wetenschap begint met mythen en kritiek op de mythen.’

    Een studie, een reeks studies in dit geval, pretendeert niet een ‘andere’ waarheid te belichten, maar een bijdrage te zijn die differentieert wat de goedkope media en de boekjes rondstrooien door vraagtekens te plaatsen meer dan antwoorden te geven.
    Het vraagtekens plaatsen bij de voor ons vaak ‘onverklaarbare’, dingen die daarna tot mythen uitgroeien en rationeel nog moeilijk te bevechten zijn. Mythen die naar het zeggen van de Duitse socioloog en wetenschapsfilosoof Klaus Manhart (2005) een belangrijke functie hadden in de geschiedenis: pogingen om het onverklaarbare te verklaren.
    De psychomytholgie is een wijd verbreide mythologie: radio, televisieprogramma’ s, films, zelfhulpgroepen, tijdschriften, roddelbladen, internetsites, enz.
    Het zou een leuke studie zijn om de invloed van deze media in allerlei vooroordelen duidelijk te maken.
    Wij nemen meer voor waar aan dan we vermoeden, ‘waar’ dat op pure verzinsels berust.

    De academische pretentie kan inderdaad een camouflage zijn om je achter tabellen en grafieken te verschuilen, maar laten we eerlijk zijn, de wetenschap is een degelijk instrument waarin we met meetbaarheid en proefondervindelijk werk (in alle nederigheid) aan betrouwbare waarheidsvinding kunnen doen.

    Inderdaad psychologische misvattingen kunnen heel wat schade toebrengen en verhinderen een kritische benadering op andere terreinen zoals Scott O. Lilienfeld (hoogleraar klinische psychologie) schrijft in het boek over psychologische misvattingen.
    Als ik bij mezelf te rade ga ervaar ik hoe ik zelf veel te vlug mondelinge overlevering geloof, verlang naar simpele antwoorden en snelle oplossingen (dat “gezonde verstand”, weet je wel!). Ik ervaar mijn eigen selectieve waarneming en vooral mijn herinneringen die ik zelf heb ingekleurd.
    Ik heb ook geleerd dat ik zelf te vlug causale verbanden afleid uit correlaties, een mechanisme dat we bijna elke dag toepassen. En wat zeggen over “post hoc, ergo propter hoc”-redeneringen: er vanuit gaan dat A voorafgaat aan B dus A de oorzaak is van B.
    En dan de vooroordelen en het redeneren op basis van representativiteit. Als je bemerkt wat media ons willen doen geloven, hoe een kern van waarheid verzuipt in overdrijvingen of we zachtjes gezegd wel eens aan terminologische verwarring leiden. (het woord schizofrenie en de gespleten geest, waar schizofrenie niets met een gespleten maar eerder met een uiteengevallen geest te maken heeft)
    Ik ben wat blij dat ik mijn meningen met wetenschappelijke bevindingen kan toetsen.

    Juist op emotionele terreinen als het gebied waarin we overmacht, seks en kinderen samenbrengen is zeker waakzaamheid geboden. Hier komt onmiddellijk de irrationele geest uit de fles.
    Mijn verwijt is juist dat het vaak bij deze inderdaad pijnlijke vaststellingen blijft zonder rekening te houden met wat wetenschappers op dat terrein al wel hebben onderzocht, hoe onsympathiek dergelijk werk ook blijkt te zijn bij de publieke opinie en aanhang.
    Het onbetrouwbare geheugen bijvoorbeeld is al in talrijke studies aangewezen als bron van net zo veel verdriet. Ik wijs even op het doktertje spelen van twee kinderen in Oude Pekala, een spelletje dat uitgroeide tot monsterlijke bevindingen van misbruikende clowns en satanistische rituelen.

    Ik beweer dus niet dat dergelijke praktijken hier ook aan de gang zijn, maar de emotionaliteit is een slechte gids. De vragen die Gie stelde zijn zeer terechte vragen die weinig mensen DURVEN stellen.
    Wel, daar dient de wetenschap voor.
    Wie de wetenschappen eert weet echter dat nauwgezetheid en traagheid te verkiezen is boven de snelle mythologie die zich wekelijks in boekjes en kranten aandient.

    Plaats vraagtekens, ga op zoek, vergelijk, durf de uitkomsten bekend maken.
    Om met Mark Twain te eindigen:
    ‘Het aantal dingen dat ik me kan herinneren is niet zo verbijsterend als het aantal dingen dat ik me kan herinneren die niet gebeurd zijn.’
    U vindt de uitspraak op http://www.twainquotes.com/memory.html
    Het is een boutade gewoon om onze geest te scherpen en niet om wiens herinneringen dan ook in diskrediet te brengen.
    Ik wil dus geen twijfel wegnemen, eerder vergroten, en mensen die beter in staat zijn dan ikzelf tot heus wetenschappelijk werk aanzetten.

    Beantwoorden
  • 14. WALTER PRINSEN  |  september 27, 2010 om 8:37 am

    Ter aanvulling: de verwijzing naar de twainquotes is intussen verdwenen op het internet, of hoe de werkelijkheid zelfs enkele dagen later alweer veranderd is.
    Twainkenners echter zullen ons kunnen bevestigen dat er stond wat er in mijn reactie nog staat.

    Beantwoorden
  • 15. Peter  |  september 27, 2010 om 11:29 am

    ter attentie van tomasronse:
    Blijkbaar vind je een discussie zonder afbraak maar niets, Tomas. Met Kerk en Staat heb je al afgerekend in andere stukken. Nu ook met de academische wereld. Prima.
    Benieuwd wat er nu aan de beurt komt. Misschien wel de zelfingenomenheid van New Yorkers, die vinden dat zij altijd gelijk hebben en de anderen de les moeten lezen? Als nu ook wetenschappelijke toetsing al verdacht is, ja, dan moeten we wel overgaan tot ‘jumping to conclusions’.
    Terloops, ‘syntax’ in het Nederlands noemen we ‘syntaxis’. Een verstrooidheid van een ouderwetse niet-academicus?

    Maar ik blijf het Salon van Sisyphus lezen, hoor.

    Beantwoorden
  • 16. Walter Zinzen  |  september 27, 2010 om 1:53 pm

    Mijn verwijzing naar Gie Laenen had maar één bedoeling : wijzen op het verschil in behandeling door justitie van religieuze en niet-religieuze pedofielen. Het woordje “terecht” stond er onterecht. In een nieuwe versie zal de passus er niet meer in staan.

    Beantwoorden
  • 17. Gie van den Berghe  |  september 27, 2010 om 2:43 pm

    Mijn excuses voor de naamsverwisseling, beste Walter Prinsen, en ook voor mijn inderdaad niet al te helder geformuleerde tweede alinea, waar Tom Ronse zo’n verregaande en persoonsgerichte conclusies aan vastknoopt. Ieder van ons wordt door meer in beslag genomen dan deze interessante gedachtewisseling. Tot mijn spijt heb ik, gedreven door veel werk, het notaatje waarin ik Walter om die lijst verzocht niet herlezen. Maar mijn verzoek was blijkbaar wel duidelijk genoeg.

    Vooringenomenheid betwijfelen of betwisten door ze tot de hele wetenschap, die zogenaamde andere Kerk, uit te breiden is een merkwaardig construct. Maar laten in dit Salon ophouden met elkaar verwijten maken.

    Ouderwets of niet, toch wil ik nog even aanstippen dat vanuit wetenschappelijk en ook menselijk standpunt onderzoek naar gevolgen van seksuele handelingen tussen minder- en meerderjarigen volkomen open zou moeten (kunnen) gebeuren en dat er dus ook nagaan moet worden of, en zo ja welke, positieve gevolgen er zijn voor (bepaalde) minderjarigen op het moment zelf en/of op latere leeftijd.

    Ook ontgaat me waarom onderzoek naar negatieve en positieve gevolgen van dergelijke gedrag niet mogelijk zou zijn. Anders dan Tom impliciet stelt, moet je daarvoor niet noodzakelijk bij minderjarigen aankloppen, maar kun je volwassenen met dergelijke ervaring bevragen. Overigens zijn het ook nu volwassenen die getuigen. Bovendien, als dat lijstje zo indrukwekkend is, doe dan enige moeite om na te trekken hoe de auteurs hun onderzoek uitgevoerd hebben.

    In het huidige, vooral door de media geschapen, klimaat is het zo goed als ondenkbaar geworden dat seksuele handelingen tussen minder- en meerderjarigen positieve effecten zouden kunnen hebben; maar in andere culturen en vroegere tijden was dat – in bepaalde sociale klassen – niet ongebruikelijk.

    Ook zou telkens als men het over ‘seksueel misbruik’ heeft duidelijk gemaakt mogen worden om welke seksuele handelingen het concreet gaat. Werd een knie, een dij, de lies, de poep en/of geslachtsdelen aangeraakt? Hoe lang en hoe intens? Was het contact eenzijdig of wederzijds? Was er sprake van masturbatie, pijpen, likken, anaal of vaginaal contact? Waar en onder welke omstandigheden gebeurde een en ander?

    Zijn herinneringen over iets dat vele decennia voordien gebeurd is, zelfs van iemand met een voortreffelijk geheugen als Etienne Vermeersch, volledig betrouwbaar? Veel wetenschappelijk onderzoek wijst op het tegendeel. Herinneringen kunnen ingeplant worden en herinneringen aan frustrerende omstandigheden uit de kindertijd vertonen in bepaalde gevallen en omstandigheden de neiging almaar negatiever te worden.

    Welke feiten herinnert Etienne zich met zoveel zekerheid? Hoe zeker was hij er destijds van? Is het hem zelf overkomen, was hij als toeschouwer aanwezig? Heeft hij heet met eigen ogen gezien of van horen zeggen? En opnieuw, om welk seksueel misbruik gaat het?

    Beantwoorden
    • 18. tomasronse  |  september 27, 2010 om 8:55 pm

      Gie, ik dacht dat je een grapje over je verstrooidheid en slordige syntaxis (bedankt voor de correctie Peter) wel zou kunnen verdragen. Het was niet denigrerend bedoeld en daarom haast ik me om er aan toe te voegen dat ik eerdere teksten van je hand over diverse onderwerpen met veel belangstelling en waardering heb gelezen. Ook de vragen die je stelt ivm het pedofilie-debat vind ik relevant. Zelf heb ik er me in dit debat toe beperkt de betrouwbaarheid van de geciteerde “ernstige onderzoeken” te betwijfelen. Het feit dat men voor zo’n onderzoeken “niet noodzakelijk bij minderjarigen (moet) aankloppen, maar ook volwassenen met dergelijke ervaring (kan) bevragen”, lost het probleem niet op. Ook vele volwassenen met dergelijke ervaringen in hun verleden verkiezen om er niet over te praten, om diverse redenen. Als ze het wel doen kan hun herinnering vertekend zijn. Gie wijst zelf op de onbetrouwbaarheid van herinneringen van oude feiten. Maar hij lijkt daar enkel oog voor te hebben in zoverre die herinneringen negatief zijn. Als we vooringenomenheid willen vermijden moeten we die betrouwbaarheid van alle veel latere getuigenissen in vraag stellen en dus ook de betrouwbaarheid van onderzoeken die erop gebaseerd zijn.
      Wat de zelfingenomenheid van NewYorkers betreft: het is me nog niet opgevallen dat die zoveel groter is dan die van Vlamingen.

      Beantwoorden
  • 19. raf verbeke  |  oktober 3, 2010 om 11:52 am

    Interessante discussie !

    Als politiek en vakbondsmilitant die mee de werkonderbrekingen georganiseerd heeft tegen de ontzetting van rechter Conerotte uit het dossier van de verdwenen en vermoorde kinderen op 14 oktober 1996 en als initiatiefnemer van wit comité Recht op Recht was ik mij tot oktober 1997, het moment dat een buurvrouw mij vertelt dat haar 14 jarig pleegkind al 3 maand vermist is, compleet niet bewust van de aanwezigheid van georganiseerd en familaal sexueel misbruik in mijn buurt, een volkswijk aan de Dampoort in Gent.
    Tussen oktober 1997 en vandaag ben ik in kennis gesteld van minstens 7 erge tot zeer erge vormen van sexueel misbruik van kinderen en jongeren maximaal 250 meter van mijn deur.
    Ik noem ze op:

    1. verdwijning van een 14 jarige, meegenomen door de vader van de vriendin en terug gevonden dank zij herkenning in de uitzending van Jambers op VTM in november 1997 die kwam filmen in de vroegere bar “Au Gand” in de Overpoortstraat waar minderjarigen langdurig verbleven. Uiteindelijk vinden 2 rijkswachters die los van hun oversten in de Eendrachtstraat in Gent binnenvielen de jongere heroine verslaafd. De man is L.R. bekend uit het Antwerps prostitutiemiljeu en is veroordeeld voor de heroinefeiten en niet voor misbruik omdat…. slachtoffer niet wou getuigen “…omdat de man het allemaal niet slecht bedoelde” en omdat de rijkswachter geen officieel huiszoekingsbevel hadden.

    2. verdwijning van twee 17-jarigen. Dank zij actieve zoekhulp vanwege buurt en elementen bij de politiediensten gevonden op het Antwerps Falco plein bij Marokaanse mannen die verbinding hebben met het Duitse prostitutiemiljeu en eigenlijk omdat een van de twee bang geworden was en de gsm gebruikt heeft. Opvolging vanwege justitie onbekend. Wel bekend is dat voordien deze twee jongeren regelmatig vertoefden in het rendez-vous huis ” Au petit Ami” achter het Sint-Pieterstation in Gent waar zij met een tien à vijftien minderenjarigen de nacht doorbrachten in een kamer met drank en drugs. Mede met steun van de ouders zijn deze rendez-vous activiteiten gestaakt door de politie.

    3. Een veroordeelde pedosexueel komt in de buurt wonen. Hij filmt op ons buurtfeest kinderen. ER ontstaat een oplopende discussie mede door tussenkomst van een woningmaatschappij moet de man verhuizen.

    4. Een groepje Turkse jongeren organiseren in groep aantastelijkheden van een Pools meisje. Er volgt veroordeling en opvang

    5. Een prostituee ontvangt mannen en blijkt dat jonge meisjes het huis regelmatig en langdurig frequenteren..

    6. Een voor andere feiten al veroordeelde “overlast” man wordt in verdenking gesteld van misbruik. Hij komt in verdachte omstandigheden om het leven. Ik heb het afschrift van zijn verhoor bij de politie gezien en leg nadrukkelijk de link tussen het verdachte overlijden en het misbruik. Het lijk is weken in bewaring gehouden voor onderzoek dat evenwel is geseponeerd.

    7. De vader van een internaut zet zijn eigen kinderen met naaktfoto’s op het net. Veroordeling en straf.

    Dit overzicht enkel om volgende vragen te stellen en opmerkingen te maken:

    1. Natuurlijk is misbruik geen kerkelijk probleem maar een algemeen maatschappelijk probleem. Logisch toch ?
    2. Natuurlijk creeëren de media hypes , maar je hebt toch geen media nodig om angstgevoelens te creeren in een locale buurtgemeenschap van pakweg hoop en al 250 gezinnen wanneer alleen al het gerucht van een misdrijf van sexuele aard, een verdwijning, een verdacht overlijden, een veroordeling in het geding is bij je buren.
    3. Natuurlijk is de beeldvorming over sexueel misbruik misvormd door het media-gebeuren rond de zaak Dutroux en hetgeen we vandaag meemaken is gewoon de zaak Dutroux binnen de kerk. Maar die misvorming steunt natuurlijk op FEITEN: a. Dutroux heeft die kinderen gevangen gezet en is verantwoordelijk voor hun dood. b. jaren hebben mensen in zijn buurt van alles gezien dat verontrustend was ( oa kinderen op zijn hof) en er is niets gemeld c. het staat onomstotelijk vast dat Julie en Melissa nog in leven waren op het ogenblik van de fatale huiszoeking in de kelder van Dutroux en dat rijkswachters wisten dat die kinderen toen in zijn kelder zaten maar deze kennis achter de hand hielden inhet kader van een strijd binnen de instellingen. d. We weten nog altijd niet, ondanks het langste en duurste strafproces uit onze geschiedenis WIE Julie en Melissa ontvoerd heeft want het is zeker dat Dutroux dat niet gedaan heeft maar hij heeft nooit gezegd wie wel en dat zal hij in zijn graf meepakken.
    4. Het is gemakkeklijk om op de media te schieten of op slachtoffers die gebruik maken van de media om hun zaak aan te kaarten. Want indien het WETENSCHAPPELIUKE debat over de getuigenissen van slachtoffers vrij en open moet gevoerd worden en indien het POLITIEKE debat over de historische betekenis van de witte mars voor dit land en de samenleving altijd een tegenstrijdig debat zal blijven dan is er 1 VASTSTAAND FEIT waarvan men kan zeggen dat al wie dat feit niet erkend, boter op het hoofd heeft, wat de besluiten van de wetenschap ook is en wat de juridische waarheid ook is, en dat feit is dat het NIET de instellingen, NIET de daders, maar precies de SLACHTOFFERS van de misdaden van Dutroux geweest zijn die de de waarheid aan het licht gebracht hebben: het zijn de ouders van die kinderen die het onderzoek olv Conerotte en Bourlet in beslissende richting gestuurd hebben. Het zijn die ouders die door de POLITIEKE actie van een burgerbeweging en waarheidsbeweging de beslissende rol gespeeld hebben in het ontluisteren van criminele feiten die tot dan toe onder de wet van de stilte vielen. Hezelfde gebeurt vandaag in de kerk: het is niet de paus, niet de bisschoppen, niet Van Gheluwe, niet de provincialen van de ordes en de daders die hun feiten nu bekennen die de waarheid aan het licht gebracht hebben maar de slachtoffers zelf en mensen als Rik Devillé en zijn groep mensenrechten in de kerk die al sinds 1985 getuigenissen verzamelen.
    5. Met deze lange bijdrage wil ik het debat dus zeer nadrukkelijk op het politieke terrein brengen want de trage wetenschap kan nog zo veel onderzoek doen naar misbruik, de opiniemakers mogen nog zoveel kritiek geven op de snelle media, het gaat in wezen om een machtsvraagstuk waarbij het vraagstuk van de gelijkwaardigheid in sexuele omgang maar een metafoor is voor de bevraging van de alzijdige gelijkwaardigheid van alle maatschappelijke relaties. De affaires in de kerk zijn affaire van machtsmisbruik . De kerk heeft al voor hetere vuren gestaan en de paus en Leonard zijn niet ongelukkig met wat er nu gebeurt want zij blijven liever over met een militante kleine reactionaire kerk die aansluiting vindt bij de ideologische regressie op alle fronten in de wereld vandaag.
    Ik steun alle opniemakers en wetenschappers in hun kritiek op vals ” gezond verstand”, vooringenomenheid, verdraaide herinneringen enz. Maar niet om op hun ivoren toren te blijven zitten en uiteindelijk de kant te kiezen van de sterkste hetgeen de intellegentsia voor de volle 100% gedaan heeft door massaal en systematisch het spaghetti-arrest te steunen. Het bijna complete wetenschapsgild en de overgrote opiniemakers hebben toen mee het politiek regime ondersteund tegen het volk dat zich herkende in de strijd van de ouders van de witte mars. Zij lieten de slachtoffers in de kou laten staan. Morele normen , het maatschappelijk en wetenschappelijk denken is ook maar een product van de maatschappelijke ontwikkeling die niet gestuurd wordt door god of duisteren wetten, maar die dag aan dag ” gemaakt” en ” geconstrueerd” worden volgens de uitkomst van dagelijkse grote en minder grote conflicten en debatten waarin iedereen verantwoordleijkheid inneemt. De sexuele onvolwassenheid van priesters die mede onder druk van dogmatische strcuturen en dogmatisch denken is tot stand gekomen is niet maar dan een (schijnbaar achterlijk teken) van de algehele moderne sexuele onvolwasenheid die ( vooral bij mannen maar niet alleen natuurlijk) gecreerd wordt door een maatschapij die drijft op verdinglijking en op rationalisatie . Het gaat hem niet om ” pedofilie”. Het gaat hem om machtsmisbruik dat in alle geledingen van de samenleving in alle instellingen aanwezig is en waar alleen alertheid, positief zelfbeeld, actieve participatie en democratische politieke actie (ook in de kerk) een antwoord zijn. Het goddellijke argument in de macht van de paus maakt natuurlijk wel verschil in de beoordeling van machtsmisbruik, maar is wezenlijk onverschillig tgr de vaststelling van machtsmisbruik binnen de grote moderne instellingen die steunen op machtsconcentratie, concurrentie,top down beslissinglijnen zoals die vandaag de norm zijn in het hedendaagse kapitalisme. De kuisheidsideologie die inderdaad mede geinjecteerd wordt in het debat over misbruik is geen intentieproces van gekke slachtoffers of preutse wereldverbeteraars, maar op zijn beurt een logische verwerking door het systeem van dysfuncties die moeten worden weggewerkt om zichzelf opnieuw te legitimeren en de bevolking te conditioneren in nieuwe maatschappelijke verhoudingen. Opiniemakers en wetenschappers die hun moment laten voorbijgaan om invloed uit te oefenen inzake het debat en het vastleggen van waarden en normen in de samenleving of die om eigen professioinele of ideologische of politieke belangen de kant van de instellingen kiezen tegen de democratie moeten achteraf niet afkomen wanneer het systeem zich hersteld op basis van het terugdraaien van de waarheid.
    6. Opinies en wetenschappelijk werk gebeuren dus ook niet zomaar in een machtsvacuum. Integendeel trage wetenschap kan ook de beste bondgenoot zijn van snelle machthebbers die goed weten hoe in te spelen op diepe en vluchtige angsten onder de bevolking. In laatste instantie is deze discussie een POLITIEKE discussie “omdat het te laat is om te denken dat onze arme instellingen kunne werken zonder onze hup” ( Carine Russo)

    Ik ben deze comment dan ook bewust begonnen met een opsomming van feiten zoals ik ze in mijn omgeving heb waargenomen. Iedereen kan bij mij terecht voor controle op deze waarnemingen en documentatie van de feiten (0497/23.07.60.). Maar kan ik ze wetenschappelijk bewijzen ? Nee ! Want het merendeel zit in dossiers van justitie en politie. Nee want wie zo’n dingen heeft meegemaakt loopt daar niet mee te koop ! Nee want een open dialoog over die feiten dat is uiterst moeilijk want niemand wil met die dingen te maken hebben en ouders hebben een gevoel van schaamte om er mee naar buiten te komen. Ik durf hierbij de link leggen tussen sociale ongelijkheid en uitsluiting in de maatschappij, criminele netwerken – drugs en misbruik. Ik zie herhaaldelijk deze drie elementen terugkomen als is sexueel misbruik van alle tijden van alle culturen en van alle sociale klassen. Het is niet omdat ik uit mijn waarnemingen geen wetenschappelijke conclusies kan trekken dat ze minder waarheidsgehalte zouden hebben want in laatste instantie is de waarheid een machtsvraagstuk en ik hoop dat wetenschappers en opiniemakers eens wat meer van hun ivoren toren komen en niet neerkijken op de onvermijdelijke verwarring en schijnbare achterlijkheid en grote emotionaliteit die naar bovenkomt wanneer machtige strcuturen hun samenhang verliezen. Grote rechtszaken, criminile feiten zijn altijd de spiegel geweest waarin de maatschappij naar zichzelf kijkt. De neus op halen voor een op het eerste zicht achterlijke, emotionele cultuur van mensen die opkomen voor hun rechtens als slachtoffer of geëngageerde betrokkene dat is altijd gemakkelijk. Ik vrees nu net dat dit hier onbewust of bewust gebeurt.

    Beantwoorden
  • 20. WALTER PRINSEN  |  oktober 4, 2010 om 4:51 pm

    Waarom zouden er neuzen opgehaald worden, Raf?
    Waarom zouden we weer in kampen gaan denken?
    De wetenschappers en de ‘gewone’ mensen?
    Ik vermoed dat wetenschappers in hoge mate zeer gewone mensen zijn, en gewone mensen vrijwel allemaal op een of andere wijze wetenschappen hebben gestudeerd, of zeker in staat zijn wetenschappelijk te denken.
    Je betoog zet die vermeende tegenstellingen nog maar eens tegen elkaar op.
    Jij hoort net zo goed bij de opiniemakers, dat bewijs je met je betoog en met andere activiteiten.

    En waarom zou iemand boter op het hoofd hebben die bepaalde dingen niet erkent. Het is juist de taak van ons allen vraagtekens te plaatsen als emotionaliteit -hoe begrijpelijk ook- ons nog meer zand in de ogen strooit dan welke echte of vermeende doofpotoperatie.

    Machtsmisbruik hoort inderdaad in alle geledingen thuis, maar je moet zoals met alle termen die je ergens opplakt voorzichtig zijn met alles onder één noemer te plakken.
    Voor je het weet maak je nieuwe dogma’ s, en die hebben we wel gehad denk ik.

    Waarom zou jij je moeten afzetten tegen wetenschappers?
    We horen wel bij elkaar, dat is nu net het politieke kadertje waarover jij het hebt.
    Wij doen met zijn allen aan politiek, of we nu willen of niet.

    En Raf, het is NIET gemakkelijk om op de media te schieten.
    Ze hebben het schild van de zgn. ‘vrije meningsuiting’, de concentratie van middelen (of je de morgen leest of het laatste nieuws, de gazet van antwerpen of de standaard, zie jij nog veel verschil in hun opinimakerij).
    Zij zijn hoe dan ook een werkelijke politieke macht.
    Wie erop wil schieten zal ervaren dat ze stevig in hun financiële schoenen staan, dat een hoge raad van journalistiek weinig voorstelt om je ongenoegen te uiten.

    Als mensen hier vragen stellen dan gaat het o.a. over wat je nu wel of niet misbruik noemt.
    En of die term misbruik zoals de term ‘slachtoffer’ niet meer ‘slachtoffers’ maakt dan wat er met ons zou gebeurd zijn in een ver of nabij verleden, die vraag is ook de moeite waard om onderzocht te worden.

    Ik denk net dat de wetenschap ervoor kan zorgen dat mensen voor hun rechten kunnen opkomen, want wetenschap steunt op ervaringen, op het dagelijks leven dat we met zijn allen proberen te leiden.
    Jezelf en je buurman(vrouw) zijn nog veel betere spiegels dan grote rechtszaken en criminele feiten.

    Beantwoorden
  • 21. raf verbeke  |  oktober 8, 2010 om 12:03 pm

    Heb mijn comment wat minder polemisch gemaakt en gegten in een facebook notitie. Ik heb hier niemand willen viseren hoor ! En zeker geen kritiek willen geven op een of ander wetenschappelijk werk.
    http://www.facebook.com/profile.php?id=1241116264#!/notes/raf-verbeke/kuisheid-en-seksueel-misbruik/450779676274

    Beantwoorden
  • 22. WALTER PRINSEN  |  oktober 12, 2010 om 1:44 pm

    omtrent de onbetrouwbaarheid van het geheugen:

    Alvarez, CX. & Brown,S.W. (2002) ‘What people believe about memory despite the research evidence’. The General Psychologist, 37, 1-6

    Loftus, E.F. (1993) ‘The reality of repressed memory’. American Psychologist, 48, 518-537.

    Loftus, E.F. & Ketcham,K. (1994) The myth of repressed memory: Flse memories and accusations of sexual abuse. New York: St. Martin Press.

    Loftus, E.F. & Loftus G.R. (1980) On the permanence of stored information in the human brain’. American Psychologist, 35, 409-420.

    Brown, R & Kulik, J. (1977) ‘Flashbulb memories’. Cognition, 5, 73-99

    Schmolck,H., Buffalo, E.A. & Squire,L.R. (2000) ‘Memory distortions develop over time. Recollections of the O.J. Simpson trial verdict after 15 and 32 months’. Psychological Science, 11, 39-45.

    Clifasefi, S.L., Garry, M. & Loftus, E.F. (2007) ‘Setting the record (or videao camera) straight on memory: ‘The video camera model of memory and other memory myths’. In: Della Sala (redactie) Tall tales about the mind and brain: Separating fact from fiction (p.60-65) Oxford University Press.

    Roediger, H.L. & McDermott, K.B., (1995) ‘Creating false memories: remembering words not presented in lists’. Journal of experimental Psychology: Learning, Memory and Cognition, 21, 803-814.

    Hiermee wordt verder niets beweerd, maar heiliger zijn dan de paus hoeft ook niet als je als wetenschapper deze gegevens blijkbaar onbelangrijk vindt in het scoren bij pers, publiek en overheid.

    Beantwoorden
  • 23. Chico  |  april 9, 2011 om 3:41 pm

    M.a.w: het ‘ in beraad houden ‘ van het artikel van dhr Zinzen door De Standaard is dus eveneens een vorm van ( eminent) Zwijgen…

    Beantwoorden
    • 24. jefc  |  april 9, 2011 om 6:46 pm

      zou kunnen… (jc)

      Beantwoorden
  • 25. jefc  |  april 19, 2011 om 7:42 am

    WALTER PRINSEN schrijft op 19 april:

    Het zou een mooie klus zijn de veelvuldige karakterschetsen, gedragsverklaringen, ziektebeelden en duidingen bij elkaar te plakken die aan de man Van Gheluwe worden toegeschreven. Een wonderlijk mengsel.
    Zwijgen we nog van geruchten, verhalen, verzinsels, kreten en gefluister die bij elk complex gebeuren de kop opsteken.
    Daar tegenover staat zijn eigen verhaal waar je niet naast kunt kijken.
    Daarbij hoort het verhaal van de familie, van de naaste betrokkenen, de neefjes.

    In de media botsen al die verhalen tegen elkaar op.
    Ze worden onwezenlijker en grotesker, zeker als hijzelf een commerciële zender gebruikt om zijn versie te geven, vergeving te vragen, zich geen houding weet te geven en zichzelf verplettert door de banaliteit waarin hij de feiten weergeeft.

    De storm daarna maakt blijkbaar ook het genuanceerde denken bij allerlei commentatoren, persoonlijkheden en hulpverleners moeilijk.
    Hij is een pedofiel. Pedofielen minimaliseren hun daden. Hij lachte zelfs. Hij is blind en doof. We moeten hem in een vergeetput achterlaten.

    Hij minimaliseert. Wij maximaliseren.
    Beiden doen we dat omdat we nog te weinig accurate woorden hebben om de geschiedenis waarin dit alles plaatsvond en plaatsvindt te vertellen.
    We zullen de historiciteit moeten bekijken. Levens spelen zich niet in het luchtledige van een krantenartikel af. Tijden veranderen sneller dan ooit. Ook denkbeelden die aan die tijden vastplakken maken vlug geen opgeld meer.
    Motieven die je vroeger gebruikte, blijken nu waardeloos, ja zelfs gevaarlijk.
    Je kunt in de tijd verdwalen.

    In deze machteloze tijden ligt inderdaad het monomane op de loer. Levens zijn niet in een pamflet onder te brengen.
    Uitspraken mogen best wetenschappelijk onderbouwd worden.
    In de ruime tijdsspanne van dit verhaal zijn er intussen duizenden andere naamlozen die zichzelf en anderen pijn deden. Minder opzichtig, maar ook langdurig. Niemand thuis. Misprijzen, verwenning, verwaarlozing.

    Het ene verhaal maakt het andere niet minder pijnlijk. Vaak integendeel. Maar ze gebeuren op een plaats en in een tijd. In een systeem. Uit onmacht, liefde of haat. Ze ontstaan uit een geschiedenis, in een geschiedenis.

    Deze tijden maken mij bang. Al die rechtvaardigen om me heen maken het moeilijk om mijn tekorten van vroeger en nu te verdragen.
    Onze brutaliteit en wijsvingers in de lucht hebben met diezelfde angst te maken. Denk ik.
    Stel dat we met zijn allen onze fouten minimaliseren. Pas maar op, voor je het weet roepen ze je na op straat.

    Beantwoorden
  • 26. Lieve Halsberghe  |  februari 8, 2014 om 6:01 pm

    Dank u, Walter Zinzen.
    Als antwoord op uw vraag, een zinnetje van een zeer zware (Belgische) crimineel, die na meer dan 50 jaar verkrachten van kinderen in België en Afrika, nog nooit gestraft is: ‘Ik heb God gezegd dat het me spijt. Wat valt er dan verder nog te doen?’ (Omer V.)

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.334 andere volgers


%d bloggers liken dit: