HET MAAGDENVLIES TUSSEN JOURNALISTIEK EN POLITIEK

november 12, 2010 at 2:06 pm 8 reacties

 

INLEIDING  Hieronder enkele samengevoegde stukjes, naar schatting ongeveer een tiende deel, van de bijdrage die ex-VRT journalist Jef Lambrecht leverde voor het pas verschenen boek ‘De Vierde Onmacht’. Lambrecht beschrijft in exegetische termen de opgang van Siegfried Bracke (N-VA), van onafhankelijk VRT-journalist tot hoofdredacteur-opperste gids van de nieuwsdienst, tot verkozen parlementslid van uitgesproken nationalistische strekking. In zijn partij lijkt hij al te zijn opgeklommen tot tweede man na Bart De Wever en tot – hoe kan het anders – imago- en profielbepaler van de partij. Ik weet het (beste Gui, Hugo, Marc, Etienne, Miche en de anderen), dat vergelijkingen met de jaren dertig en veertig altijd mank lopen en daardoor irriteren. Maar kan ik het helpen dat bij het lezen van de naam Siegfried Bracke spontaan ook de naam Joseph Goebbels plaatsneemt in mijn desbetreffende geheugenlob?
Op zijn minst blijkt uit Lambrechts tekst dat de opgang van Bracke recht evenredig is met de neergang van de TV-journalistiek, althans bij de openbare omroep in Vlaanderen. (jc)

Uit de film '1984' naar het boek van George Orwell

E quindi unscimmo a riveder le stelle 

door Jef Lambrecht

De oude deelredacties lieten zich niet zomaar ontmantelen maar onderlinge rivaliteiten belemmerden de vorming van een front eens het marktprincipe zijn onstuitbare opmars had ingezet. Het zegevierde bij de openbare omroep en werd verheven tot de officiële doctrine in september 2007, toen de redacties van radio en televisie op een werkvloer werden verenigd. Dat ging gepaard met een stoelendans waarbij de toekomstige lijsttrekker de leiding kreeg van de duidingprogramma’s op radio en televisie en de feitelijke gids werd van de vernieuwingsoperatie. Op slag werd alles nog veel meer anders.  

&

In ‘Lang Leve Zijne Majesteit de Kijker, Marketinglogica als motor van journalistieke kwaliteit’, zijn bijdrage in ‘Media en journalistiek in Vlaanderen’, verschenen toen hij pas als hoofdredacteur was vervangen, beledigde hij de eerste ‘dakloze’ generatie journalisten bij de omroep. In de sterk gepolitiseerde openbare omroep (van zijn beginjaren, nvdr) was journalistieke kwaliteit nauwelijks een criterium, politieke correctheid des te meer. In werkelijkheid waren de oncontroleerbare daklozen zonder partijkaart een doorn in het oog van de toenmalige chef nieuws Karel Hemmerechts en werden ze gewantrouwd door de grote baas Paul Vandenbussche, die hen wel in bescherming nam bij politieke aanvallen. Weliswaar was de Wetstraat naar het inzicht van Hemmerechts het jachtgebied van onverdachte flaminganten en was de Vlaamse zaak sinds Leuven ’68 een uitzondering op de objectiviteitplicht –hij sprak in dat verband van ‘consensusjournalistiek’, dat was het eerste barstje- maar de lichting waar ik zelf toe behoorde, samen met onder meer Martine Tanghe, Leo Stoops, Geert Van Istendael en Paul Jambers, had geen partijpolitieke bindingen. Vier jaar later deed de toekomstige politicus zijn intrede op de radioredactie en ging meteen tegen de macht aanschurken. Welke traumatiserende ervaringen met de ‘gepolitiseerde omroep’ zonder oog voor ‘journalistieke kwaliteit’ had hij, of sprak hij van een tijdperk dat virtueel voorbij was en in zijn persoon een eigenaardige wederopstanding beleefde? Merkwaardig is immers de openhartigheid waarmee hij zijn ‘promotie’ naar televisie omschrijft als een politieke zet, die van een vrijzinnige, hij dus, ter vervanging van een vrijzinnige, Tuur Van Wallendael. Toen, in 1990, was hij al niet ‘dakloos’. Er werd bij de omroep ‘cafépraat verkocht, verpakt als journalistieke analyse’. Was dat zo? Door wie? Werd nergens aan journalistiek gedaan tenzij in De Standaard, zoals hij beweerde? Niemand sprak hem tegen. Hij koketteerde met zijn lidmaatschap van de loge, wat een andere manier was om een intimiderende afstand te creëren die hij compenseerde en verdoezelde met gekunstelde volksheid.  

&

De overstap van de lijsttrekker was een berekende zet. Diezelfde dag onderzocht Bart Eeckhout in De Morgen ‘hoe Siegfried de campagne kaapte’. De Wever kon enkel de top bereiken door een perfect op mediamaat gesneden campagne, signé Siegfried Bracke. En wij stonden er met zijn allen op te kijken. Eeckhout zag ‘heel wat deontologische vragen’ bij de timing van de Overstap. Op vrijdag je toekomstige concurrenten klem zetten in een tv-interview, op dinsdag zelf politicus worden…de voltallige Wetstraatpers moest er voor belogen worden. De Overstap was een mediaknaller zonder weerga en de feitelijke start van de campagne. De partij werd in de kiezersmarkt gezet als een alternatieve beleidspartij. Separatisme werd confederalisme, splitsing verdamping en vlagvertoon was verboden. De Overstapper gaf aan de leider wat hij nog te kort kwam, zegt Eeckhout, de twijfelende kiezers die zich nooit hadden kunnen inbeelden voor een radicale partij te stemmen. De verdienste van het boegbeeld uit het huis van vertrouwen was niet gering. De twijfelende kiezer was de
klos.

&  

Dat de Wetstraatpers zich bedot voelde had ze aan zichzelf te danken. Ze geloofde in zijn gecultiveerd imago, las zijn blogs niet of niet goed, of vergat ze. Nam zijn mateloze ambitie niet ernstig, zijn bluf en zijn grootspraak. Vreesde hem of spande met hem samen of onderschatte hem. Met iets meer reden konden de politici zich bedrogen voelen, hoewel sommigen niet verrast waren, tenzij door het aplomb en de stoutmoedigheid van de ex-journalist, voortaan collega, en door de nieuwe spelregels die hij daarmee introduceerde. Het maagdenvlies tussen politiek en journalistiek was gescheurd.

Naast de incrowd van de Wetstraat, verslaggevers en politici, was het publiek de grote dupe. Het had vele jaren vertrouwd op de schijn van onpartijdigheid en journalistieke degelijkheid van de onverwachte kandidaat en was tijdens de campagne bedrogen door een veralgemeende verdoezeling van het separatistisch programma van zijn partij. Was ook niet de omroep bedrogen en al wie hem vrij baan en macht had gegeven om belagers te ontmoedigen en een aura van onaantastbaarheid te vergroten op de werkvloer? Hij is het product van een tijdperk waarin blinde ambitie en zelfoverschatting deugden waren.  

&

De macht van de pers wordt vandaag bepaald door de wet van vraag en aanbod en die drijft ondubbelzinnig naar ‘wat het publiek wil’. De ontspanningsniche is geen niche meer maar de norm. In die niche zelf werd al lang geflirt met ‘informatie’. Waar het ooit andersom was, werd de entertainer het rolmodel van de journalist. Bracke werd Crabbé. Door een systematische keuze voor populariteit ontstond een braakland in het hartgebied van de journalistiek, een informatiedeficit. De kwaliteitspers verkeert wereldwijd in een diepe crisis. Commercieel heeft generaliserende, toegankelijke kwaliteitsinformatie ogenschijnlijk geen overlevingskansen. Kwaliteit werd ondergeschikt aan marktwetten. De triviale vloed suggereert dat er geen vraag meer is voor iets beters. Op het laatst ging de ex-hoofdredacteur tronen in het midden van de kaalslag die hij had aangericht. In mijn talkshow breng ik slow journalism, zei hij, nadat hij dat idee eigenhandig de nek had omgedraaid.

&

Een niet te stoppen stroom van onzin, ruis, sneeuw, noise, ballast, vulsel, afval, multimediaal fijn stof. De lijsttrekker had, bij het einde van zijn tijd als hoofdredacteur, tegen Humo gezegd dat hij gerust was in de onomkeerbaarheid van de veranderingen die hij had doorgedrukt. Om een frisse wind te doen waaien had hij voor de eindredactie mensen aangetrokken zonder journalistieke ervaring. Voor zover hij dat niet zelf deed, beslisten zij wat in de uitzending kwam en ze moesten de onbevangen vragen stellen die ‘de mensen’ zich stelden. Ergens, in de loop der jaren, was hij zich gaan vereenzelvigen met ‘de mensen’ en begon hij te spreken uit hun naam. Hij hield zijn personeel kort aan de lijn, bestookte het met instructies en hield het dagelijks zijn visie voor. Zijn pupillen waren contractueel en gehoorzaamden, soms omdat ze van niet beter wisten en om hun verblijf in het Huis verlengd zien. De Paris Hilton-koers en de plicht tot optimisme tastte vanuit de traditioneel ernstige duidingprogramma’s onvermijdelijk de nieuwsuitzendingen aan. 

&&&
 
 Het was rond de tijd dat de Wereldgezondheidsorganisatie zei dat de aanmaak van gigantische voorraden vaccins ter voorkoming van de Mexicaanse griep, de laatste nogal dure variant van de Millenniumbug, voor niets was geweest, het was de tijd dat nog meer aandacht ging naar een vijfjarig Armeens jongentje dat als diefje was ingezet door zijn familie, dat het geur van wittebrood eindelijk week voor twijfels over het formatieoverleg. Steeds ernstiger twijfels. De media hadden de verkiezingen gepresenteerd als een referendum over de Slimste Mens, niet over de toekomst van de staat. De gevolgen waren niet ingeschat. De verwachtingen over het formatieoverleg werden somberder. Het vertrouwen slonk. Het land stevende af op een dubbele, politieke en economische crisis, de ene al zwaarder dan de andere. En er was een nieuw Wetstraatwoord: het veld der onmogelijkheden. Er werden handen gewassen in onschuld. 

En toen… 

E quindi unscimmo a riveder le stelle
 
en toen kwamen we boven (uit het inferno) en zagen de sterren (Dante, Divina Comedia)

Frank Thevissen (samenstelling) – De Vierde Onmacht – uitgeverij Van Halewyck, 2010, 25 euro

Entry filed under: boeken, links, Media, Politiek Belgie. Tags: , , , , , , , .

DE TESTOSTERONTEST HERMAN LIEBAERS: DEFINITIEF VERLOST VAN FABIOLA

8 reacties Add your own

  • 1. Hugo Raspoet  |  november 12, 2010 om 3:10 pm

    “Op zijn minst blijkt uit Lambrechts tekst dat de opgang van Bracke recht evenredig is met de neergang van de TV-journalistiek, althans bij de openbare omroep in Vlaanderen.” (jc)
    Daar ben ik het grotendeels mee eens. Al kun je je afvragen waaraan die opgang van Bracke in de tv-redactie te wijten was. Misschien was de neergang al ingezet ?
    Voor het overige zou ik die desbetreffende geheugenlob eens laten scannen. De vergelijking met Goebbels is er ver over. Ze tilt Bracke ook op tot een niveau dat hij nooit kan bereiken. Blazen spatten vroeg of laat uiteen.

    Beantwoorden
    • 2. jefc  |  november 12, 2010 om 4:06 pm

      Blazen spatten vroeg of laat uiteen – daar kan ik he helemaal eens mee zijn. Zie bv. Goebbels.

      Beantwoorden
      • 3. Hugo Raspoet  |  november 12, 2010 om 4:32 pm

        Het is met die geheugenlob nog erger gesteld dan ik dacht.😉

  • 4. Walter Zinzen  |  november 12, 2010 om 4:07 pm

    De echte opgang van Bracke is pas begonnen na mijn vertrek in 2002, toevallig ook het jaar dat Journaal en TerZake een nieuwe studio, een nieuw dcor en vooral ook een nieuwe inhoud kregen. Als simpel soldaat zonder enige officiële bevoegdheid manipuleerde en intrigeerde hij als geen ander om zijn opvattingen overal ingang te doen vinden . Maar ook ik heb nooit begrepen hoe hij de redactie in zijn macht heeft gekregen toen Tony Mary de omroep overnam. Noch is duidelijk wat precies de aanleiding voor het conflict met zijn logebroeder was, noch wat zijn rol is geweest in de val van Mary. Maar dat hij een beslissende rol gespeeld heeft in de teloorgang van de TV-Journalistiek is onbetwistbaar .Hij is het die – toen hij eenmaal echt hoofdredacteur was – de duo-presentatie in TerZake heeft ingevoerd en tegelijk de duur van een interview beperkte tot 4 minuten , een onfeilbaar recept om alle studiogesprekken de mist in te sturen. Maar hij was niet alleen. Zeker niet. Maar niets is eeuwig. Trends komen en gaan, net zoals Bracke zelf. De roep naar het herstel van de échte journalistiek zal aanzwellen en op den duur gehoord worden. Bracke zal ondertussen ook zijn nieuwe partij naar de verdoemenis helpen. Want waar Bracke gaat, daar bloeien de puinhopen.

    Beantwoorden
    • 5. Hugo Raspoet  |  november 12, 2010 om 4:39 pm

      “Bracke zal ondertussen ook zijn nieuwe partij naar de verdoemenis helpen.”
      Ikzelf zou hem zoveel macht niet toedichten, maar als dat bewaarheid wordt, is hij dan toch nuttig geweest.
      Liefst NA een grondige staatshervorming. Dan kan het echte werk (opnieuw) beginnen.

      Beantwoorden
  • 6. Everaerts Jan-Pieter  |  november 12, 2010 om 4:59 pm

    Boeiende teksten, maar toch één bedenking bij deze zin:

    “Het maagdenvlies tussen politiek en journalistiek was gescheurd.”

    In De Morgen heeft ooit een lijstje gestaan van hoeveel journalisten er naar de politiek overliepen tijdens Verhofstadt 1.

    Het waren er een paar tientallen.

    Bracke is in deze dus geen maagdenvliesdoorprikker, maar de zoveelste in een lange rij.

    En dan hebben we het nog niet over de rol van Woestijnvis.

    Hoe is het mogelijk dat De Wever opnieuw in De Slimste Dinges mag meespelen ? Moeten we daar niet een petitie tegen beginnen ?

    Nog een zin die tot reactie noopt: “De macht van de pers wordt vandaag bepaald door de wet van vraag en aanbod en die drijft ondubbelzinnig naar ‘wat het publiek wil’”

    En het gelobby achter de schermen dan ? Wat het publiek wil, daar beslist het publiek niet over want het krijgt enkel wat anderen het willen geven.

    En om echt te eindigen: waarom dit alles niet passen in het kader van het verdwijnen van de linkse tegenmacht (val communistisch oostblok) en het verdwijnen van de linkse dagbladen (de oude De Morgen, Het Volk, Le Matin) ? Ik heb daar ooit in De Standaard nog een opiniestuk over geschreven: “de destructie van de kritische ruimte” noemde dat.

    Eigenlijk zijn het niet de journalisten of de intellectuelen die de bloei van een kritische journalistiek mogelijk maken, maar de strijd van de werkmensen aan de basis die moeten vragen en eisen dat ze degelijk geïnformeerd worden.

    Ach, na de nakende financieel-ecologische apocalyps zal er op de ronkende puinhopen wel een nieuwe kritische journalistiek tot bloei komen. En misschien waait er tussen de puinhopen nog wel ergens een verloren strikske rond.

    Beantwoorden
  • 7. Tom Ronse  |  november 13, 2010 om 8:33 am

    Ik ben het grotendeels met u eens maar door het oostblok voor te stellen als “een linkse tegenmacht” draagt u bij aan de mythe dat het enige alternatief voor het systeem waarin we leven een afzichtelijk staatskapitalisme is.

    Beantwoorden
  • 8. Everaerts Jan-Pieter  |  november 13, 2010 om 2:47 pm

    Beste Tom, sorry als ik het “Oostblok” min of meer heb voorgesteld als “een linkse tegenmacht”. Zoals welhaast iedereen was ik destijds opgelucht dat die dictaturen verdwenen. Maar de linkerzijde heeft wel in de klappen gedeeld doordat het nu zo lijkt dat er geen alternatief systeem meer mogelijk is voor het zegevierend wereldkapitalisme.

    Iets waar men overigens in bv. Zuid-Amerika wel anders over denkt.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: