HERMAN LIEBAERS: DEFINITIEF VERLOST VAN FABIOLA

november 16, 2010 at 1:03 pm 1 reactie

15 november, Dag van de Dynastie. 16 november, ere-grootmaarschalk van het Hof Herman Liebaers (91) wordt gecremeerd.

door Jef Coeck

Hij stamde uit een rood, vermoedelijk zelfs trotskystisch nest. Jarenlang werkte hij als (hoofd-)conservator van de Albertina, de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. In 1973 wordt hij door Boudewijn gevraagd om zijn hofmaarschalk te worden, met de uitdrukkelijke opdracht het publieke imago van de Vorst wat op te krikken. Dat deed hij, alleen al door in te gaan op het aanbod.

Liebaers was in alle opzichten a-typisch voor deze functie, gaf hij ook toe in een gesprek dat ik met hem voerde voor De Morgen, april 1994. Geen adellijke afstamming. Vrijzinnig maar niet fanatiek, lid van de loge maar geen papenvreter, Vlaming maar niet anti-Waals. Geen monarchist geen republikein. Erudiet en hoffelijk, maar bijwijlen ongemeen scherp. En socialist?

Liebaers: ‘Ik denk van wel. Maar ik ben nooit lid geweest van een partij, ook niet van de socialistische. Sociale rechtvaardigheid vind ik echter een groot goed. Een tweede element wat men socialistisch zou kunnen noemen is mijn afkeer van de godsdienst. Elke godsdienst is ‘opium van het volk’, dat ben ik absoluut met Karl Marx eens. Of zoals destijds in Vlaanderen de baron tegen de pastoor zei: hou gij ze dom, ik hou ze wel arm. Het islamitisch fundamentalisme of het integrisme van de paus, dat is van hetzelfde laken een pak. Godsdienst en fanatisme zijn voor mij synoniem.’

Van 1973 tot 1984 was hij dus de goddeloze Vlaming van dienst op het paleis van Brussel en op de dienstreizen van de koning. Hij houdt vol dat zijn relatie met Boudewijn uitstekend was. Toch is hij buitengewerkt?

Liebaers: ‘Ongetwijfeld. Druk van wie? Ik vermoed, en ik weeg mijn woorden, ik vermoed van koningin Fabiola. Het heeft niet belet dat mijn afscheid van de Koning in alle vriendschap is gebeurd. In de Koninklijke Bibliotheek had ik getracht aan de vorm te schaven en ik denk daarin vrij goed geslaagd te zijn. Wat het paleis betreft heb ik naar meer inhoud gestreefd en daarin ben ik schromelijk mislukt.’

Die mislukking werd pas goed duidelijk toen Boudewijn enkele jaren later weigerde de abortuswet te ondertekenen en daarmee het land aan de rand van een regimecrisis bracht. De gewezen hofdignitaris vindt maar moeizaam zijn woorden.

Liebaers: ‘Als ik op dat moment nog grootmaarschalk was geweest, zou ik mijn ontslag hebben ingediend. Ikzelf heb, toen ik op het paleis was, een petitie voor legalisering van abortus ondertekend. Dat was geen lichte stap. Ik heb daarover nagedacht, gediscussieerd, ook met mijn dochter die arts en geneticus is. Toen de koning dus zijn bekende beslissing nam, was dat voor mij een zware klap. Net als de koning, maar om diametraal tegengestelde redenen, zat ook ik in gewetensnood. Jaren heb ik op mijn tanden gebeten. Die verdienste heb ik vernietigd door het interview.’

Het Interview was een gesprek in De Morgen van enkele jaren eerder waarin Liebaers zich tussen pot en pint liet gaan over kroonprins Filip: ‘Hij kan het niet, hé.’ De inhoud was duidelijk: Filip is niet geschikt voor de troon. Daarop volgde een fikse openbare rel. We praten er een tijdje over door. Liebaers wil de journalist niet afvallen, neemt de schuld deels op zich maar het zit hem duidelijk dwars. Over de grond van de zaak, de onkunde van de kroonprins, neemt hij geen woord terug. Pas veel later zal hij niet Filip maar prinses Mathilde met lof overladen. Met Fabiola kwam het nooit goed, zoals bleek bij de dood van Boudewijn.  

Liebaers: ‘Nee, ik was niet eens uitgenodigd op de begrafenis, ik heb die plechtigheid op televisie gevolgd. Snikken, ja. Maar ik zat ook, zoals men in Brussel zegt, mijn kas op te vreten. De koningin heeft mij diep gekrenkt door de show die ze rond de begrafenis heeft laten opvoeren. Ik heb niets tegen Will Tura, evenmin als tegen journalisten of Filippijnse meisjes, maar in die omstandigheden…? Het verbond tussen de koningin en de twee kardinalen (Suenens en Danneels) hebben het gave beeld van de koning bij mij geschonden. En dan gaat zo’n Danneels in zijn preek nog even tegen de abortuswet in. Dat was een schending van het principe dat Kerk en Staat in dit land gescheiden zijn.  Mijn tranen waren dus niet louter van verdriet maar ook van wrok en wrange gevoelens. Dat is nog niet verwerkt.’

Welk beeld behoudt hij dan, van Boudewijn I?

Liebaers: ‘Boudewijn was voor mij een persoon die ik ruim acht jaar lang naar best vermogen had gediend. Veel meer mens dan staatshoofd, voor mij althans. Een mens waar ik (hij stokt) veel sympathie en veel medelijden voor heb gehad. Deze koning ging bestendig gebogen onder het gewicht van zijn kroon. Hij heeft zijn functie, vind ik, voortreffelijk uitgevoerd. Afgezien dan van die abortuskwestie. Het was plichtsgevoel, geen roeping. Niet meer maar ook niet minder. Uiteindelijk is hij – vanuit mijn persoonlijk standpunt bekeken – gevlucht in een mystieke vorm van geloof. In het spoor van de koningin. Ben ik nu weer te scherp?’

Liebaers kreeg na acht jaren trouwe dienst niet eens een lintje, toch het minimum minimorum als blijk van erkentelijkheid? Hij kan er wel mee lachen. De Wiedergutmachung van het Hof, zegt hij, bestond erin dat mij een visvergunning werd verleend in de koninklijke vijvers van Ciergnon. Onder mannen, daar had Fabi niets mee te maken.
Behalve boeken was kunst zijn grote passie. Menig Belgisch artiest heeft hij in binnen- en buitenland gepromoot. Hij was Americanofiel, had langdurig de States bezocht en was bevriend geraakt met onder meer Daniel Boorstin, zijn beroemde vakgenoot van de Library of Congress in Washington en auteur van onder meer een trilogie over het menselijk vernuft.
Zelf verraste Liebaers zijn vriendenkring geregeld met bibliofiele drukwerkjes of kleine boekjes van zijn hand (Ad Amicos Suos, 1984), soms ook handgeschreven brieven.
Het was duidelijk dat deze man aan memoires toe was. Die kwamen er ook. Een eerste deel in het Engels ‘Mostly in the Line of Duty – Thirty Years with Books’ (Martinus Nijhoff Publishers, 1980). Het tweede deel kwam er pas veel later ‘Koning Boudewijn in Spiegelbeeld- Getuigenis van een grootmaarschalk’ (Van Halewyck, 1998).

Laten we besluiten met een quote van Herman Liebaers over zichzelf:
‘Ik ben een kwart jood, een Brusselaar uit Tienen, een vrijzinnige Vlaming. Contradictio’s. Wij zijn allen bastaards, gelukkig maar. Als deze eeuw niet in een zondvloed eindigt , zal dat aan bastaards te danken zijn. Voor mij is dit de betere kant van de Belgische tweeslachtigheid.’

Benieuwd wie er zoal van Hof(felijkheid)swege op de crematie zal (zullen?) zijn.

Entry filed under: boeken, Politiek Belgie. Tags: , , , , , .

HET MAAGDENVLIES TUSSEN JOURNALISTIEK EN POLITIEK Luc Tuymans Incorporated

1 reactie Add your own

  • 1. jef lambrecht  |  november 16, 2010 om 2:09 pm

    Dank je voor dit eerbetoon aan een groot man. Ik heb het niet zonder ontroering gelezen. Als jong journalist had ik het voorrecht hem enkele keren te ontmoeten. Zijn eruditie, vrijmoedigheid en fijngevoelige intelligentie lieten een blijvende indruk.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: