WIKILEAKS REVISITED

januari 31, 2011 at 4:55 pm 2 reacties

Wachtend op de afloop van enkele echte revoluties (Tunesië, Egypte,…?) willen we toch nog even doorgaan op de pseudo-revolutie van Wikileaks. Na weken van aarzeling heeft de zelfverklaarde kwaliteitskrant De Standaard een Belgische poot aan de ‘cables’, de gestolen diplomatieke courrier, gebreid.
Zo vernemen we dat defensieminister Pieter De Crem het witste voetje heeft in Washington. Nee maar! En dat de Amerikaanse ambassadeur in België Howard Gutman goed zijn werk heeft gedaan: slijmen met De Crem om zijn info dan door te spoelen naar  baas Hillary Rodham Clinton. Wat een verrassingen toch. Gelukkig hoefde De Kwaliteitskrant niet te openen met dit non-event, vanwege de gebeurtenissen in Egypte. Een journalistieke meevaller – hoewel ze daar bij uitgever Corelio wellicht anders over denken.
Het Salon biedt u intussen een vervolg van de mondiale klokkenluiderszaak, deze keer bij monde van onze Nederlandse collega, de ex-journalist Frans Peeters. (jc) 

door Frans Peeters

Die hele fontein van onthullingen door Wikileaks – je kon er, achteraf bezien, op wachten. Arthur Ochs Sulzberger Jr., uitgever van The New York Times, heeft al meer dan tien jaar geleden de mogelijkheden van het wereldwijde web erkend. “Er staan tegenwoordig miljoenen elektronische drukpersen opgesteld in de cyberspace,” stelde hij in 2000 vast. “Digitale technologie zou wel eens het echte technologische middel zijn om de politiek te veranderen.”

Maar zoals alle middelen kan men ook het internet ge- en misbruiken.

Wikileaks lijkt me niet meer dan een verzamelplaats, zo men wil een ruilbeurs, voor documenten die door klokkenluiders zijn gelekt. In een tijd waarin nieuws, misdaad, vervuiling, migratie, economie en cultuur ongehinderd landsgrenzen overschrijden, kan het niet anders of klokkenluiders doen hetzelfde. Maar het blijven klokkenluiders: stennismakers, gefrustreerden, wraakbelusten en halve garen – zoals Walter Zinzen in zijn belangwekkend stuk omstandig aantoont – maar toch ook: mensen die oprecht ongerust zijn omdat zaken verborgen blijven die openbaar horen te zijn. Ik heb het over informanten van het kaliber Deep Throat, die bereid zijn de wet te overtreden als zij ervan overtuigd zijn dat de staat onwettig heeft gehandeld, bij voorbeeld in het geval van de door de Republikeinse president Richard Nixon geïnstigeerde inbraak in het Democratische hoofdkwartier in het Watergate-Gebouw, nu veertig jaar geleden.

Het probleem van Wikileaks is dat het beide groepen een uitlaatklep biedt: rijp en groen, zoals blijkt uit Zinzen’s voorbeeld van de Afghaan die dankzij Wikileaks in levensgevaar verkeert.

Is er tegen zo’n ontwikkeling kruit gewassen? Ja en nee. Als Amerikaanse diplomatieke berichten “for your eyes only” steeds meer tienduizenden onder ogen kunnen komen, moet de kans dat er iets uitlekt vrijwel logaritmisch stijgen. Toen na de aanslagen in Washington en New York bleek, dat de Amerikaanse inlichtingendiensten bij meer samenwerking een en ander wellicht hadden kunnen onderscheppen, is de zaak naar de andere kant doorgeslagen. Informatie is toegankelijk geworden ook voor wie er eigenlijk niets mee te maken heeft. En na de ingrepen van Cheney en Rumsfeld is de Amerikaanse inlichtingenwereld zo’n bende geworden dat er zelfs privé-inchtingendiensten voor de Amerikaanse regering zijn gaan opereren, om echt belangrijke zaken nog een beetje geheim te houden. (Zie Former Spy With Agenda Operates a Private C.I.A., NYT 24-1-’11).

In Nederland, waar nog steeds niemand door de burgerij in een openbare functie wordt gekozen, en waar de regenten (“ambtsdragers”, “hoogwaardigheidsbekleders”, ook wel: “bekokstovers”, “streepjesbroeken”) zich niettemin al eeuwenlang moeiteloos handhaven, heeft deze mensensoort op het verschijnsel Wikileaks gereageerd met een brille die men van hen niet gauw zou hebben verwacht. Er zit immers heel wat op het bestuurderspluche dat het peper en zout zeer zeker niet heeft uitgevonden. Toen de Bredase student bestuurskunde en SP’er Michel Spekkers naar het voorbeeld van Assange’s Wikileaks de gemeentelijke klokkenluiderssite http://www.opennu.nl had opgericht, meldden zich wel vijftig Nederlandse gemeenten – Amsterdam en Rotterdam, Den Haag en Utrecht voorop – aan om mee te doen. If you can’t beat them, join them. Ook stelden ze volgens Spekkers “vrij veel ambtenaren” ter beschikking om de documenten te ontdoen van gegevens die de bron onthullen.

Tja, zo wordt het een koud kunstje voor die gemeenten om te weten te komen wie er bij hen lekt. Voor de klokkenluider die zijn data ondanks al die toeziende ambtenaren aan http://www.opennu.nl wil aanbieden, kan het overigens geen kwaad te weten dat Spekkers, zoals hij zelf in een interview met Omroep Brabant toegeeft, 21 maanden in een Texaanse cel heeft gezeten wegens oplichting.

Wettelijk lijkt er op voorhand weinig of niets te doen aan klokkenluiderssites, ook als ze documenten die onder wettelijke geheimhouding vallen dreigen te zullen openbaren. Democratische grondwetten garanderen immers ieders vrijheid van meningsuiting zonder toestemming vooraf. Weliswaar volgt dan de toevoeging: “behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet,” maar die kan pas achteraf getoetst worden, met andere woorden als het kwaad al is geschied. En dat is maar goed ook. Toetsing vooraf is censuur. Niemand heeft het helderder geformuleerd dan Giovannino Guareschi, die ergens in zijn Don Camillo-cyclus de communistische burgemeester Peppone laat verzuchten: “Het gemene van de democratie is dat de eerste de beste zo maar kan zeggen wat hij wil.” Zo is het, en die eerste de beste kan daarbij ook nog publiceren wat hij wil.

Pas achteraf kan de staat tot vervolging overgaan. Daarop wijzen ook de beroemde onthullers van het Watergate-schandaal, Carl Bernstein en Bob Woodward, die zich tegen de recente onthullingen van Wikileaks keren, omdat die een inbreuk vormen op de Amerikaanse wet op de geheimhouding van diplomatieke stukken.

Waarin ik Walter Zinzen niet kan volgen is het oorzakelijke verband dat hij legt tussen klokkenluiders en journalistieke canards. Ik kan niet inzien hoe in de voorbeelden die hij noemt – de zaak van notaris X., de zogemaande pedofilie van Di Rupo, de X-files in de Dutroux-affaire, en de zogenaamde voorkennis van De Gucht – klokkenluiders ook maar enige schuld dragen aan de publicatie van al die onzin. De affaires ontstonden immers omdat vertrouwde media als Humo, De Morgen, of de VRT, ze presenteerden als waar. Het waren journalisten die de stukken hadden geschreven, nadat ze de fantasten hadden geïnterviewd, of hun documenten voor waar hadden aangenomen. Het waren de eindredacties die beweringen hadden moeten controleren en het waren de hoofdredacteuren die de eindverantwoordelijkheid droegen. Het lag dan ook voor de hand dat in de gevallen die Zinzen noemt, hoofdredacteuren hun ontslag uit die functie zouden hebben aangeboden om de geloofwaardigheid van hun krant, weekblad of zender te redden. Nu dat, althans bij mijn weten, niet is gebeurd, blijft die geloofwaardigheid in het geding. Wie kan immers garanderen dat zo’n journalistiek natuurtalent straks niet opnieuw aan beweringen van een fantast de voorkeur zal geven? En dat zijn schitterende drukwerk voor het hele gezin de onzin opnieuw zal publiceren?

Ikzelf heb ook eens zo’n affaire aan de hand gehad, zij het niet via een klokkenluider, maar door iemand die ik boven twijfel betrouwbaar achtte en die dat door de aard van zijn functie ook hoorde te zijn: het hoofd voorlichting van de Koninklijke Marine.

Mogelijk herinnert men zich de zaak: het verongelukken van een Hercules transporttoestel van de Koninklijke Luchtmacht op de vliegbasis Eindhoven in 1996, waarbij 34 inzittenden om het leven zijn gekomen. De ramp werd onderzocht door een commissie waarin ook een deskundige van de Marineluchtvaartdienst zitting had. De Marine beschikte in die tijd nog over dertien grote P-3 Orion patrouillevliegtuigen en stond los van de luchtmacht. Die voorlichter vertelde mij op voorwaarde van anonimiteit wat de bevindingen waren van de commissie.

Ik heb die bevindingen overgenomen. Achteraf bleken ze verzonnen. Ik was door de marine gebruikt in een machtspel tegen de luchtmacht. Beter gezegd: ik heb me laten gebruiken. Want als ik een en ander had nagetrokken bij de luchtmacht, had ik in elk geval te horen gekregen dat ik dat stuk zo beter niet kon publiceren. Maar ik belde de luchtmacht niet, want ik wilde “geen slapende honden wakker maken”. Ik had immers een primeur, op gezag van een onbetwiste bron.

Toen de zaak uitkwam heeft mijn krant gerectificeerd en ik heb aan mijn hoofdredacteur ontslag aangeboden als militair journalist. Hij heeft het niet geaccepteerd, maar daar gaat het nu niet om.

Ik geloof niet dat journalisten klokkenluiders moeten mijden. Vroeger, toen de wereld nog jong was, heb ik bij het weekblad Vrij Nederland gewerkt en daar gold de regel dat je, behalve als er duidelijk sprake was van een mentaal gehandicapte of een fantast, een klokkenluider altijd serieus moest nemen. Je kunt immers niet weten. Daarna was er nog tijd te over om diens beweringen of diens koffer met documenten na te trekken. Zo kwam ik aan de Lubbers-affaire (de aanstaande premier had zichzelf een belastingvoordeel van 600.000,- gulden bezorgd; aan de KLM-affaire (het staatsbedrijf had te veel DC-10 vliegtuigen gekocht, de commissarissen, onder wie CDA-voorman Steenkamp, hadden die koop tegen beter weten in goedgekeurd, een KLM-directeur had zich door de vliegtuigfabriek McDonnell-Douglas voor $ 200.000,- laten omkopen, de staat moest het bedrijf met 400 miljoen gulden redden van een faillissement, het koninklijk huis onder wie Bernhards broer Aschwin vloog voor niets, en de KLM had in New York rabbijnen omgekocht om zo toestellen op de lijn New York-Amsterdam-Tel Aviv vol te krijgen); aan een corruptiezaak waarbij de top van het Rotterdamse havenbedrijf op kosten van de gemeenschap de beest uithing op Curaçao, enzovoorts.

Waar ik ook niet met Zinzen in kan meegaan is diens volstrekte afkeer van inbreken om aan informatie te komen. Robert Scheer, de “vader” van de Amerikaanse investigative journalism, zeg maar van de onderzoeksjournalistiek, doceerde bijna veertig jaar geleden dat “zij aan de top” zoveel ten onrechte verborgen hielden onder het mom van staatsbelang, dat zelfs wetsovertredingen moreel gerechtvaardigd zouden zijn om zulke zaken in de openbaarheid te brengen. Ik zelf heb ook wel documenten ontvreemd, bijvoorbeeld in de KLM-affaire, toen de toenmalige staatssecretaris Neelie Smit-Kroes die niet wilde geven omdat zulks “de bedrijfsbelangen” zou schaden. Ook heb ik wel eens ingebroken in de Groningse Universiteit, om beslag te kunnen leggen op documenten waaruit bleek dat hoogleraren met geld van Ontwikkelingssamenwerking op Curaçao vakantie vierden.

Ik heb daar nog steeds geen spijt van. Maar dat wil niet zeggen, dat ik inbreken als een vorm van informatievergaring beschouw. Alleen in het uiterste geval, als er echt geen andere manier is om een serieuze misstand boven de tafel te krijgen, lijkt het me een geoorloofd middel. Wikileaks draait de zaak om: inbraak is altijd een geoorloofd middel, en alles wat we te pakken krijgen, publiceren we. Dat zijn puberpraktijken. Wikileaks is dan ook niet te vertrouwen. Pas als bladen als The New York Times of The Guardian door Wikileaks bemachtigde stukken publiceren, na ze in een journalistiek kader te hebben geplaatst, is de betrouwbaarheid ervan een stuk groter geworden.

Nogmaals: journalisten hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Hun grootste vijand als het om het vermijden van canards gaat, is de eigen hijgerigheid. Zeker, primeurs zijn nodig. Maar in halve primeurs of, nog erger, onzin, is niemand geïnteresseerd. Je moet je niet gek laten maken door welke klokkenluider dan ook. 

De Nederlandse journalistiek wist wel raad met Wikileaks. Aanvankelijk werd er dagelijks klagelijk bericht dat er nog steeds geen document was uitgelekt dat over Nederland handelde. En toen dat wel het geval was, werd elk document zonder meer voor waar aangenomen.

Zo krijgt elk land de journalistiek die het verdient.

Frans Peeters was onder meer eindredacteur van Vrij Nederland en militair redacteur van Het Parool.

Entry filed under: links, Media, Nederland, Politiek Belgie. Tags: , , , , , .

Waarom een MULTINATIONAL minder belastingen betaalt dan een VERPLEEGSTER JASMIJN- EN ANDERE BLOEMENREVOLTES

2 reacties Add your own

  • 1. JJ’s remix – 1 feb 2011 « JJ Pollet  |  februari 1, 2011 om 4:59 pm

    […] op.  We signaleerden al bedenkingen in een eerdere remix. Vandaag zet de Nederlandse journalist Frans Peeters serieuze vraagtekens bij de goede bedoelingen van […]

    Beantwoorden
  • 2. Walter Zinzen  |  februari 2, 2011 om 3:35 pm

    Ik ben het met Frans Peeters eens ook op de punten waarvan hij zegt dat hij een andere mening heeft. Het gaat hem hoofdzakelijk om benaderingsverschillen, niet om fundamentele verschillen van inzicht.
    Maar de affaires uit de Belgische pers waarnaar ik verwijs berustten wel degelijk op lekken, klokkenluiders dus. Natuurlijk kregen ze pas geloofwaardigheid doordat zichzelf ernstig nemende media ze publiceerden, maar daat gaat het nu juist om. Of de bron Wikileaks is of een kwaadwillige agent op een Hasselts politiekantoor , journalisten moeten checken en dubbel checken.En dus zijn we het toch weer eens.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: