NONKEL ODILE

maart 14, 2011 at 9:45 am 10 reacties

De reactie van Etienne Vermeersch op “Het Verdriet van Links” is in veel opzichten merkwaardig. ”De boodschapper is o.k. tot hij een boodschap brengt waar ik het niet mee eens ben,” zo lijkt de eminente professor te zeggen. Ik zou de gimmick van Etienne Vermeersch kunnen omkeren en me afvragen wie hier nu aan het woord is: de vermaarde intellectueel of de toogfilosoof die zich van zijn naam bedient en gemeenplaats op gemeenplaats stapelt. Maar terzake.

In “Het verdriet van links” probeerde ik aan te tonen dat de drie principes van de Gravensteengroep hun houdbaarheidsdatum ver hebben overschreden, want gebaseerd op de fantasieën, mythes en aloude frustraties die aan beide kanten van de taalgrens een constructieve discussie over de toekomst van dit land in de weg staan. Ik schreef vanuit de stomme verbazing dat intellectuelen die tot voor kort voor rationeel en progressief doorgingen meelopen in de nationalistische waan van de dag in plaats van de tot ten treure herhaalde flamingantische clichés aan een kritisch en empirisch onderzoek te onderwerpen.

Wat weerlegt Etienne Vermeersch in zijn nogal warrige reactie? Niets. Integendeel, zowel hier als in zijn interview in De Standaard van zaterdag jl tapt hij nog maar eens uit hetzelfde verzuurde vaatje. Grote namen uit de cultuurwereld en honderden onbekende gewone Vlamingen, Brusselaars en Walen nemen in de KVS afstand van de kwalijke gewoonte van de nationalisten om in naam van dé Vlamingen, of dé Franstaligen te spreken. “Niet in mijn naam,” was de overduidelijke slagzin waaronder mensen van zeer uiteenlopende strekkingen het samen konden vinden. ”Petits Bourgeois” keft Vermeersch in navolging van Bart de Wever. Argumenten? Ho maar! Liever scheldwoorden.”Ze zijn onbeleefd meneer” dixit de Vlaamse leider. “Ze hebben geen nonkel Odile” oreert de beroemde filosoof in De Standaard, of ”geen moeder die meid is geweest bij de Franstalige baronnen in Vlaanderen.”  Hoe weet de professor dat zo goed? Dat de zonen en kleinzonen van die Franstalige baronnen nu het hardste schreeuwen om splitsing en Vlaamse onafhankelijkheid is Etienne Vermeersch ook ontgaan.

Elke Vlaamse familie – ook de mijne – heeft wel een nonkel Odile, die modder heeft gevreten in de loopgraven, of een tante Marie, zoals de mijne heette, die in Wallonië is “gaan dienen.” Niemand ontkent dat de Vlamingen tot intussen ruim een halve eeuw geleden de underdogs waren in dit land. Maar kan het gejammer daarover nu eindelijk eens ophouden?  Of zoals iemand anders het formuleerde: “Het onrecht uit het verleden is verdwenen, het ressentiment is gebleven.” En wordt – zo kun je eraan toevoegen – door lieden als Vermeersch en tutti quanti zorgvuldig in leven gehouden en waar nodig aangewakkerd.

En wat nonkel Odile betreft: zou Etienne Vermeersch nooit het werk van de internationaal vermaarde historica Sophie de Schaepdrijver hebben gelezen?  In “De Groote Oorlog: het Koninkrijk België in de Eerste Wereldoorlog (1997)” toont ze aan dat het verhaal van de Vlaamse frontsoldaten die door Franstalige officieren de dood werden in gejaagd op mythe berust. “De aantijging dat Vlaamse soldaten sneuvelden omdat ze de Franse bevelen niet begrepen is onjuist,” zo schrijft de Schaepdrijver. “Het is een verhaal dat niet onder de Vlaamsgezinden aan het front is ontstaan  maar in de activistische propaganda, en dat na de oorlog werd verspreid door onder anderen de volksschrijver Adam Hans.”

Nu we toch bezig zijn: nog een andere Vlaamse mythe, die over de dood van de flamingantische iconen, de gebroeders van Raemdonck is de vrucht van nationalistische propaganda. In werkelijkheid stierf de zeventienjarige Frans Van Raemdonck niet in de armen van zijn broer Edward zoals de legende het wil, maar samen met de Waalse korporaal Aimé Fiévez. Die realiteit leent zich minder tot nationalistische agitprop, maar toont wel duidelijk aan dat zowel Vlaamse als  Waalse jongens in de hel van de Ijzer zonder onderscheid leefden en stierven. Overigens laat Vermeersch na te vermelden dat aan de basis van die gruwelijke Eerste Wereldoorlog een schot lag dat werd afgevuurd door een Servische nationalist en dat de nationalistische koorts in Duitsland en Frankrijk ervoor zorgde dat miljoenen jongeren enthousiast naar de knekelvelden van Verdun en de Somme trokken.

Overal ter wereld breiden hoofdstedelijke gebieden uit, daar helpt geen Vlaams lievemoederen aan. Brussel was ooit een Vlaamse stad, maar al in de zestiende eeuw was de voertaal in de leidende kringen Frans. Ten huize van de Brusselaar Willem van Oranje werd Frans gesproken.  Wie Brussel nu weer Vlaams wil maken moet zijn hoofd laten onderzoeken. Wie denkt te kunnen verhinderen dat Franstaligen, Japanners, Spanjaarden, Britten, Italianen en Amerikanen in Tervuren, in Halle of in Vilvoorde komen wonen en dat anderstaligen er na verloop van tijd – territorialiteitsbeginsel of niet – de meerderheid gaan uitmaken maakt zich illusies of moet terugvallen op discriminerende maatregelen en semi-maffiapraktijken zoals het handjeklap tussen projectontwikkelaars en Vlaamse burgemeesters.

De Franstaligen in de Brusselse rand zijn er volgens Etienne Vermeersch “in geslaagd dure gronden voor de kinderen van de plaatselijke bevolking onbetaalbaar te maken”  en “neringdoenden te verplichten hen in gebrekkig Frans te woord te staan.” Arme neringdoenden! Alsof het de beenhouwer veel kan schelen of hij “gehakt” of “haché” moet afwegen. Maar wellicht zijn de beenhouwers slechte Vlamingen.

Het per capita inkomen van de Vlamingen ligt intussen met 140% boven dat van de Walen, maar als het zo van pas komt zijn de Vlamingen in Sint-Genesius-Rode of Wezenbeek de sukkels en de Franstaligen de rijken die de arme Vlamen van hun geboortegrond jagen. Laten we wel wezen: Dat bouwgronden en huizen in de Vlaamse rand onbetaalbaar zijn geworden is niet alleen de schuld van de Franstaligen. Ook in Maldegem en Wuustwezel, in Veurne en Assebroek en waar dan ook in Vlaanderen wordt het voor jonge mensen steeds moeilijker om zich een dak boven het hoofd te verwerven. Een probleem waarvoor de Gravensteengroep misschien eens een oplossing kan suggereren.

Volgens Etienne Vermeersch gaat het in de Gravensteentekst enkel om het “Franstalig expansionistisch nationalisme.” Zoals anti-semieten alle Joden over één kam scheren en sinistere bedoelingen toeschrijven, zo stopt Vermeersch alle Franstaligen in dit land in eenzelfde zak en schrijft hij ze snode bedoelingen toe. Zoals alle nationalisten heeft hij het voortdurend niet alleen over dé Franstaligen, die ”bovendien niet enkel nationalistisch maar ook racistisch zijn,” maar ook over dé Vlamingen. Grove veralgemening professor! Overigens moet de professor lezen wat er staat en niet wat hij tussen de regels meent te ontwaren. Nergens wordt “gesuggereerd” dat de tekst van de Gravensteengroep “over nationalisme of separatisme gaat.”  Wel beweer ik dat de ondertekenaars hetzelfde veralgemenende en naar racisme zwemende taalgebruik hanteren als nationalisten en separatisten. In plaats van een blauwdruk voor een toekomstig België van Vlamingen, Walen en anderstaligen heeft de Gravensteengroep een tekst afgescheiden die bol staat van de interne contradicties, de clichés en de frustraties uit het verleden.

Johan Depoortere

———

EEN REACTIE VAN LUCAS CATHERINE:

Aan Etienne Vermeersch:

Niet in mijn naam, professor!

In De Standaard van dit weekend haalt Etienne Vermeersch grof uit naar de actie “Niet in mijn Naam”:

…het lijkt allemaal zo petit bourgeois. Is hun moeder meid geweest bij Franstalige baronnen in Vlaanderen? Heeft hun oom in ’14-’18 in de loopgraven gevochten.”

Ik ben een van de vele ondertekenaars van dit manifest en ik heb nog college gelopen, vijfenveertig jaar geleden bij Prof. Vermeersch, een man die toen samen met Jaap Kruithof nogal indruk op mij maakte. Ik voel mij aangesproken. Daarom dit

Het was niet mijn moeder, maar de zus van mijn grootmoeder die nog gediend heeft, zoals dat toen heette, op het kasteeltje van Franstaligen in de Brusselse rand en dat was niet zo zeer een taalprobleem, maar een probleem van uitbuiting en van macht, toen bestond nog het droit de cuissage, zeg maar neukrecht. Vandaar al die verhalen over bastaarden in het Payottenland, zelfs van het koningshuis, want ook daar werd ‘gediend’.

Mijn vader en diens vader hebben altijd in Brussel gewerkt als spoorlegger en de “Ijzeren weg’ had toen nog als voertaal Frans. Hij was verbonden aan het station van ‘den Toertaksi’ (Tour et Taxis) en zijn vader aan dat van ‘den Alleveir’ (Groendreef), vanwaar ooit de eerste trein naar Mechelen vertrokken is. Maar politiek ben ik vooral beïnvloed door mijn grootvader langs moederszijde. Belg en Vlaams gezind. Hij heeft vier jaar in de loopgraven aan het Ijzerfront gevochten, om België te verdedigen zoals hij fier zei. Zijn ingekaderd erediploma hangt nu in mijn bibliotheek. Gevochten in Merckem, Beveren, Stadenberg, Westrozebeke, de Leie en de afbuiging van de Leie. Als Belg was hij ook flamingant: iemand die opkwam voor de taal en cultuur van het gewone volk, werkman en middenstander, maar geen Vlaams Nationalist, die waren ‘aangebrand’. En hij zou ze nu zeker niet begrepen hebben. Nu men om federaal minister te worden Nederlands moet kennen, nu de premier al decennia lang Nederlandstalig is, nu de kabinetsraad en het kernkabinet overwegend in het Nederlands vergaderen, zodat de Franstaligen het hebben over ‘Le Kern’. Hij zou zijn oren niet kunnen geloven en ik hoor het hem al zeggen als hij de politici nu zou bezig horen over de onafhankelijkheid van Vlaanderen: ‘Ze zijn zot geworden, wij hebben gewonnen en wij controleren nu België, en nu willen ze het weg. Daar zit wat achter.” En inderdaad, hier zit wat achter. Als ik het sociaal-economisch programma van de Vlaams-Nationalisten lees, dan gaat het al lang niet meer over de culturele of nationale rechten van de gewone man, maar dan hoor ik de stem van de Vlaamse bourgeoisie: Leve een onafhankelijk Vlaanderen, met minder socialisten, met zwakkere vakbonden en met ultraliberalisme. En ook dat heb ik van die grootvader en van mijn vader. Hun motto was: Er is een bond waar je altijd lid moet van zijn, de vakbond. En zoals mijn vader zei: Rood of geen brood. Die grootvader heeft mij in 1960 ook het woord staken geleerd. Ik dacht dat het een meervoud was van een substantief, want ik hoorde dat het er bij die Grote Staking nogal hard aan toeging en als kind dacht ik dat ze vochten met bonenstaken, zoals we die in de tuin gebruikten. Hij maakte mij wijzer en heeft mij ook geleerd dat je niet echt ‘Vlaamsgezind’ bent als je tegelijkertijd niet solidair bent, vooral met werkvolk. Ik neem het dan ook niet als Etienne Vermeersch mij en anderen ‘petit bourgeois’ noemt. Zijn flamingantisme wordt gekaapt door de Vlaamse bourgeoisie. Voor hij andere mensen uitscheldt voor ‘petit bourgeois’, zou hij best eerst eens nadenken in hoeverre zijn flamingantisme misbruikt wordt door die grande bourgeoisie, Voka en anderen. Niet in mijn naam, professor! En niet in naam van mijn twee grootvaders: frontsoldaten, Belg, Vlaamsgezind en werkvolk.

Lucas Catherine

Entry filed under: Politiek Belgie, Samenleving, Uncategorized. Tags: , , , , , , , , .

HET VERDRIET VAN LINKS Muzikaal intermezzo

10 reacties Add your own

  • 1. patrickghyselen  |  maart 14, 2011 om 11:17 am

    Volledig akkoord; niets aan toe te voegen.

    Beantwoorden
  • 2. Everaerts Jan-Pieter  |  maart 14, 2011 om 4:26 pm

    Twee boeiende overtuigende replieken. Wat jammer dat Etienne Vermeersch zich in de Gravensteenclub aan het begraven is.

    Maar nu een vraag: waar valt de reactie van Etienne Vermeersch op “Het Verdriet van Links” te lezen ?

    Beantwoorden
    • 3. jefc  |  maart 14, 2011 om 4:36 pm

      Dat is reactie nr. 10, uiteraard onder ons vorige stuk ‘Het verdriet van links’.
      Of in De Standaard van het voorbije weekend. Of in zijn boek met Dirk Verhofstadt. Of op de openbare omroep.
      Of in De Groene Belg?
      (jc)

      En dus nu ook hieronder (jc)

      Beantwoorden
  • 4. Etienne Vermeersch  |  maart 14, 2011 om 5:09 pm

    Antwoord Vermeersch

    Het grapje inzake de identiteit van Johan De Poortere betekende niet dat ik alleen mensen waardeer zolang ze het met mij eens zijn, maar betrof de vraag die men zich soms stelt of reportages uit het buitenland echt betrouwbaar zijn en niet oppervlakkig en ideologisch gekleurd. Dat lijkt nu tot mijn spijt het geval te zijn. In zijn eigen tekst verwijst hij naar de wet die eist dat in Montréal de Franse tekst van uithangborden van handelszaken in grotere letters moet gedrukt zijn dan de Engelse. Men kan dit als voorbeeld geven van het feit dat nagenoeg alle wetten bij bureaucratische toepassing tot komische situaties kunnen leiden; maar in deze context meen ik daaruit te moeten concluderen dat JDP het met de strijd van de Franstaligen in Québec zelf en hun Charte de la langue Française oneens is. Waarvan acte.

    Echt merkwaardig is wel zijn stuntelige verdediging tegen het onmiskenbaar feit dat in de Gravensteentekst geen nationalisme of separatisme verdedigd wordt. Maar in zijn stuk, dat duidelijk een reactie op deze specifieke tekst is, lezen we wel: “…meestappen in de nationalistische waan van de dag” “…de propagandamachine van het Vlaams Nationalisme”
    “…zoals alle nationalisten gaan ze er voetstoots van uit”…”dat de overgrote meerderheid van de Vlamingen hun separatistisch discours delen” “vragen om conflicten en inderdaad separatisme”. Daarna volgen twee lange paragrafen exclusief over het nationalisme.
    En dan lezen we bij JDP: “Nergens wordt “gesuggereerd” dat de tekst van de Gravensteengroep “over nationalisme of separatisme gaat.” Intellectuele eerlijkheid betekent ten minste dat men de verantwoordelijkheid neemt voor wat men schrijft. Natuurlijk gaat
    die tekst niet daarover, maar over het respecteren van de Belgische Grondwet.
    JDP had wel begrepen dat het over drie principes ging en hij vindt dat ik van zijn betoog niets weerlegd heb. Hij probeerde aan te tonen dat die principes “hun houdbaarheidsdatum ver hebben overschreven, want gebaseerd op de fantasieën, mythes en aloude frustraties…
    Het territorialiteitsbeginsel (ons eerste principe) werd in de Belgische wet vastgelegd in 1962 en in de Grondwet in 1970. De latere aanpassingen gingen altijd van dat principe uit.
    Als JDP dat fantasieën en mythen noemt die hun houdbaarheidsdatum overschreden hebben,
    dan is dat zijn opvatting en ik respecteer ook de meest absurde opvattingen. Maar hij zou tenminste kunnen toegeven dat ik hem inzake die ‘fantasieën’ weerlegd heb. Volgens Tindemans was de Grondwet geen vodje papier; wel, volgens mij is die ook geen ‘fantasie’. Het tweede principe volgt daaruit: aangezien er autonome regionale en gemeenschappelijke parlementen en regeringen bestaan, worden die verondersteld zich met hun eigen zaken bezig te houden; dat wil zeggen: op alle gebieden die met taal en cultuur te maken hebben, stellen ze geen eisen buiten hun gebied. Dat ‘ouderwets’ principe is overal ter wereld een minimale grondslag voor het behoud van de vrede. De Duitsers hoeven zich niet te moeien met wat in Straatsburg gebeurt en ze doen dat ook niet, hoewel die stad oorspronkelijk Duitstalig was. Vandaar ook de huidige aarzelingen in verband met een optreden in Libië: grenzen hebben hun betekenis, zelfs in extreme gevallen.
    Volgens de recente grondwetsherzieningen (fantasieën en mythes) is Brussel een tweetalig gebied. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat er Vlamingen wonen, maar met het statuut ervan als hoofdstad van België (dat o.m. tot gevolg heeft dat sinds decennia duizenden Vlamingen en Walen daar gaan werken.) Wie zich verzet tegen echt achterhaalde toestanden, zou moeten wijzen op het belachelijk en vooral inefficiënt karakter van een grootstad die wordt bestuurd alsof het om een clubje van 19 middeleeuwse gemeenten ging. Brussel moet als gewest een grote mate van zelfbestuur krijgen, maar moet zich als hoofdstad, ook van Europa aan een aantal verplichtingen onderwerpen en verdient daarvoor een billijke financiële steun. Het is niet ongepast dat over het juiste evenwicht in dat verband discussie bestaat: dat heeft met nationalisme niets te maken, evenmin als de discussies tussen de sociale partners
    aan het marxisme schatplichtig zijn.
    Terloops, over “nonkel Odile” wordt in de Gravensteentekst niet gesproken. Een journalist zou mogen weten dat in een interview over een persoon o.m. gezocht wordt naar de persoonlijke achtergronden en dat daarin een uitvoerig verhaal naar enkele detailpunten wordt teruggebracht. Ik weet al heel lang dat het verhaal van de Gebroeders Van Raemdonck mythisch is en dat er nog veel andere mythes waren, zoals rond alle belangrijke gebeurtenissen. Maar die mythes verklaren niet waarom nonkel Odile, een gewone dorpsjongen die voor de oorlog als voornaamste doel had goed Frans te leren (mijn moeder had zijn zelfstudieboek nog bewaard) omdat hij rijkswachter wilde worden, en na de oorlog
    als flamingant terugkwam. Ze verklaren evenmin dat mijn vader, die tot zijn elf jaar school gelopen had en als zoon van een smid nooit van de Vlaamse Beweging had gehoord; integendeel zich in 1918 op 19-jarige leeftijd als vrijwilliger in het Belgisch leger aanmeldde, na enkele maanden voor zijn hele leven flamingant geworden is. Mythes hebben alleen succes als er een voldoende voedingsbodem voor is.
    Ten behoeve van Lucas Catherine wil ik terloops vermelden dat ik uitdrukkelijk heb gezegd dat een Waalse meid in die tijd tweemaal verdrukt werd, als ondergeschikte en als vrouw (met al wat daarmee samenhing: je hoeft dat voor mij niet te herhalen) maar mijn moeder werd als Vlaamse driemaal onderdrukt. Waarom dat loochenen?
    Dat de verfransing in de Rand rond Brussel in essentie van rijk naar arm gegaan is, en niet andersom is een onomstootbaar feit. Nu er sinds een paar jaar ook een immigratie is van armere allochtonen, is dat niet meer exclusief het geval en worden de problemen complexer.
    Maar als de Franstaligen het territorialiteitsbeginsel zouden respecteren – zoals ze overal in de wereld doen als ze verhuizen – dan zouden de problemen verdwijnen.
    Alsof het een onweerstaanbare drang is, gaat JDP nog eens uit de bocht wanneer hij mij
    veralgemeningen t.a.v. Franstaligen verwijt. Aangezien hij mijn interview in de krant gelezen heeft moet hij weten dat ik duidelijk zeg dat de Franstaligen van Brussel en de Rand
    geen enkele strategie hebben: ze beschouwen hun gedrag als het normaalste van de wereld: ze ervaren zich natuurlijk niet als nationalisten, evenmin als Engelstaligen het nationalistisch vinden als ze denken dat men hen overal ter wereld in het Engels te woord kan staan. Dat neemt niet weg dat het in de feiten (zoals bvb. in Québec)een expansionistisch nationalisme is. De Amerikanen van de Frontier expansie, ervoeren zich niet als navolgers van Gengis Khan , maar als brave christenen toen ze hun veroveringstocht verder zetten, zelfs toen ze daarbij zeiden: “a good Indian is a dead Indian”. Kortom zie vooral naar hun daden.
    Ik versta de reden niet waarom er nog eens over het nationalisme wordt uitgeweid. Zowel het nationalisme als het ‘socialisme’ (de naam van de Sovjet-Unie was CCCR) en het christendom en de islam hebben in de voorbije eeuwen gruweldaden begaan. Dat bewijst niets tegen de bevrijdende vormen van socialisme en nationalisme. Ik stond en ik sta achter het Vietnamees nationalisme, het Algerijns nationalisme, het Palestijns nationalisme en veel andere bevrijdingsbewegingen, zoals ik tegen elk –isme ben dat naar totalitarisme leidt.
    Maar dat punt kan JDP beter met mijn andere criticus (overigens veel correcter) Lucas Catherine uitvechten.
    De term ‘petit bourgeois’ inzake het optreden van de kunstenaars, was allicht niet goed gekozen – in een interview weegt men minder zijn woorden – Ik bedoelde vooral dat de meesten onder hen deze problematiek niet echt onderzocht hebben en zich laten meedrijven op een algemene minachting voor alles wat met de Vlaamse strijd te maken heeft. (Een strijd zonder dewelke de meesten als kunstenaar niets eens hadden bestaan, want dan was heel de francofone wereld hun concurrent). Zo moet ik van hen altijd opnieuw horen, zelfs van een journalist zoals JDP, dat de Frans-Vlaamse problemen opgelost zijn.
    Ik ben enkele maanden geleden naar het Flageygebouw (mede met Vlaams geld betaald) gegaan voor een debat. Niemand kon me daar in het Nederlands uitleggen waar mijn debat doorging. Een paar maanden tevoren heb ik hetzelfde beleefd in een Brussels Congrescentrum waar een tweetalig colloquium van NIRAS plaats vond: niemand aan de infobalie had ooit over NIRAS gehoord: ze kenden alleen het Franse equivalent. Tot voor een paar jaar was ik lid en een tijd voorzitter van het BELGISCH Raadgevend Comité voor Bio-ethiek: nagenoeg iedereen had hogere studies gedaan, velen waren prof aan een univ. De helft was Nederlandstalig, de helft Franstalig. In de plenaire vergaderingen was er simultaanvertaling: alleen Franstaligen maakten daar gebruik van. In de beperkte commissies moesten we bijna altijd Frans spreken omdat er meestal Franstaligen waren, ook jonge universitair geschoolden, die niet eens passief een uiteenzetting in het Nederlands konden volgen. Ik heb meer dan honderd bladzijden sneuvelteksten in het Frans geschreven: geen enkele Franstalige heeft ooit een sneuveltekst in het Nederlands geschreven. Dat was niet vijftig jaar geleden, maar dit is nu nog het geval. Ik ben geen nationalist, maar ik vind dat niet rechtvaardig en wanneer mensen deze toestanden niet kennen of normaal vinden, zijn ze misschien geen petit bourgeois, maar dan hebben ze wel geen greintje sociaal gevoel.
    Mijn Frans is vrij behoorlijk, maar mensen die minder kansen gekregen hebben, voelen dat aan als vernederend, want ze beseffen dat ze voortdurend fouten maken, of ze nu slager, loodgieter, winkelbediende of wat dan ook zijn. Die vernederingen doen zich nu in de federale administraties en in de Rand nog altijd voor.
    Als JDP die fenomenen niet kent of ze moedwillig loochent, vraag ik me af wat hij als de taak van een journalist beschouwt.
    Als hij degenen die dat onrechtvaardig vinden, nationalisten of separatisten noemt , met een negatieve connotatie, dan neem ik daar acte van. Boontje dacht dat je mensen een geweten kon schoppen, maar ik geloof daar niet veel meer van..
    Aan Lucas Cathérine wil ik alleen zeggen: als NVA geen reden van bestaan meer heeft, kortom, als de Belgische Grondwet gerespecteerd wordt, dan zijn ook de rechtse krachten in NVA veel van hun slagkracht kwijt.

    Etienne Vermeersch

    Beantwoorden
    • 5. Johan Depoortere  |  maart 14, 2011 om 7:29 pm

      Naschrift bij het antwoord van Etienne Vermeersch

      1. Als de heer Vermeersch problemen heeft met mijn reportagewerk in het verleden moet hij me op concrete fouten wijzen en geen vage verdachtmakingen lanceren. Het verband met Montréal en wat ik daarvan vind is me een raadsel.
      2. In “Het verdriet van links” heb ik het inderdaad over nationalisten en neo-nationalisten, onder andere de leden van de Gravensteengroep. Daarmee bedoel ik mensen die vrijwel alles door de bril zien van de Vlaams-Waalse tegenstellingen. Vermeersch laat daar vooral in zijn reacties op de blog weinig twijfel over bestaan. De vraag waarom hij blijft ontkennen dat hij zwaar veralgemeent hoort tot het domein van de psychologie. Letterlijk: “Ze (de Franstaligen) zijn immers niet alleen nationalistisch, maar ook racistisch.”
      3. Territorialiteit mag dan in de wet staan, Vermeersch antwoordt niet op de vraag hoe je dat op het terrein toepast zonder in discriminatie en dwangmaatregelen te vervallen. Territorialiteit blijkt in de realiteit inderdaad een fata morgana, een fantasie.
      4. De lotgevallen van nonkel Odile zijn best amusant en leerrijk, maar als basis voor een politieke stellingname bijna een eeuw later een beetje mager. Idem voor de blijkbaar traumatische ervaringen van de professor in het Flageygebouw of in het Congescentrum.(Vreemd dat dat soort verhalen altijd van niet-Brusselaars komt. De Vlaamse Brusselaars hebben daar blijkbaar minder last van.) De tweetaligheid van Brussel is inderdaad een fictie, maar ik heb nergens beweerd dat Brussel een voorbeeld is van goed bestuur.

      Johan Depoortere

      Beantwoorden
  • 6. Hoedemakers Denise  |  maart 14, 2011 om 5:25 pm

    bedankt aan Lucas Catherine en Johan De Poortere dat ze de moeite willen nemen om uitgebreid te reageren. Er is een nauwelijks onderdrukte rechts-economische tendens bij al deze “nationalisten”. Mijn bomma, ze heeft als weeskind gediend in een kasteel, zou zeggen: “Eigenlijk zijn het egoïsten.”
    Als psychotherapeute, zou ik zelf ook iets kunnen zeggen over “kinderen van slachtoffers die hun trauma niet verwerkt hebben en dan op hun beurt…” maar ik ga dat niet zeggen, want dan zal ik lange reacties moeten schrijven en daar heb ik momenteel geen zin in. MIsschien een aanrader: sommige boeken van Alice Miller.

    Beantwoorden
  • […] die bol staat van de interne contradicties, de clichés en de frustraties uit het verleden.” (Salon van Sisyfus) – zie ook dit beknopt overzicht van het Belgisch […]

    Beantwoorden
  • 8. Cornille André  |  maart 15, 2011 om 7:26 pm

    Mijnheer Depoortere, ik leef in 2011. Bespaar me uw gezever over de gebroeders Van Raemdonck. Of zullen we eens een oude koe uit de gracht halen waar u niet graag aan herinnerd wordt (het zogenaamde massagraf in Timisoaro in 1989)? Ik trek uw kennis van internationale politiek niet in twijfel, maar over de Vlaamse Rand weet u blijkbaar maar weinig. Ik woon er 35 jaar. U zou van mij nog veel kunnen leren. Maar bij de VRT hadden/hebben ze geen greintje interesse voor de echte situatie in de Vlaamse Rand.

    Beantwoorden
  • 9. Corneel  |  maart 16, 2011 om 12:03 am

    Vermeersch en Ludo Abicht hebben gelijk. Trouwens ook de zeer linkse Jaap Kruithof heeft het altijd opgenomen voor de Vlaamse zaak. Lees zijn stuk “Het Egmont-akkoord is voor Vlaanderen een onding” nog maar eens in zijn boekje Een wereld zonder stuurman. Daarin betreurt hij dat zeer weinig links denkenden de marxistische analyse van de Vlaamse zaak maken. En pleit hij voor een lange regeringscrisis… zoals we nu meemaken dus. Zie ook (lang voor de N-VA er was) dit interview met hem: http://www.meervoud.org/index.php?blz=artikel&nummer_id=32&artikel_id=3

    Beantwoorden
  • 10. Willem Waast  |  maart 16, 2011 om 12:46 pm

    Toch een gevoelig thema, de structurele invulling van onze toekomst. Hoe veel emotie hierbij los komt is bijna dagelijks te lezen. Is de redelijkheid zoek? Kan er echt niet over andere structuren worden nagedacht zonder diegenen die veranderingen afdwingen irrationaliteit te verwijten? Blijkbaar is er maar één nationalisme dat de samenleving bedreigt, het Vlaams-. Ressentiment, ik kan het net zo goed de hartstochtelijke verdedigers van België toewerpen. Het reëel bestaande nationalisme word me dunkt toch geweldig onderschat. Het komt bij mij over alsof enkel België solidariteit is. Hierbij verschillende vaststellingen:
    Brussel wordt nu het model voor de verdedigers van de solidariteit;
    het Vlaams Gewest wordt verweten wat Vlaams-nationalisten de Franstalige Gemeenschap verwijten;
    mocht “Vlaanderen” ooit los komen van België zal er blijkbaar geen solidarteit meer zijn, … wat met de talrijke sociale initiatieven (van locaal tot internationaal) die momenteel plaatsvinden, lossen die op in het niets als het dierbare België verandert of verdwijnt? Het komt er haast op neer dat iedereen hier, in het noorden van het Zuid-Nederlandse demarcatiegebied, die het hele zootje wil omgooien een grote bende egoïsten is;
    is Europese solidariteit ondergeschikt aan Belgische?
    Dit is toch een rationeel maatschappelijk debat waard zonder verdachtmakingen?

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.334 andere volgers


%d bloggers liken dit: