LEG DE LAT HOGER, OBAMA.

april 5, 2011 at 3:40 pm 5 reacties

Zoals te verwachten is president Barack Obama kandidaat voor een tweede ambtstermijn van vier jaar. Met een algemene mobilisatie van zijn aanhangers zette Obama voor de tweede keer de race in naar het Witte Huis. Het miljoenenleger van activisten dat hem vier jaar geleden aan een onwaarschijnlijke overwinning hielp wordt uit zijn winterslaap gewekt. Velen zullen zonder twijfel aan de oproep gehoor geven in de hoop dat Obama in een tweede ambtstermijn zal doen wat hij niet kon – of wou doen in de eerste. De Verandering en Hoop die de jonge presidentskandidaat in 2008 beloofde zijn namelijk voor veel progressieve en linkse Amerikanen gebleven wat ze altijd waren: mooie woorden met een vage inhoud, een geslaagde slogan die Obama de prijs opleverde van “Marketer of the year 2008,” hem toegekend door de vaklui van de Association of National Advertisers.

In plaats van verandering hebben de Amerikanen de afgelopen vier jaar vooral méér van hetzelfde gekregen. De bankencrisis is dank zij miljardensteun van de overheid overwonnen, maar méér Amerikanen dan ooit hebben het dak boven hun hoofd verloren of dreigen het te verliezen in de maanden die komen. Nooit waren er méér armen in de VS en nooit was de kloof tussen arm en rijk zo diep. Het is vergeefs zoeken naar een begeesterende speech van de president over armoedebestrijding. In tegenspraak met zijn uitdrukkelijke verkiezingsbelofte handhaafde Barack Obama integendeel de belastingcadeaus van zijn voorganger Bush aan de superrijken

De laureaat van de Nobelprijs voor de vrede zette zijn handtekening onder het hoogste militaire budget ooit, en voert oorlog in drie moslimlanden. In de eerste negen maanden van Obama’s presidentschap werden méér aanvallen met onbemande vliegtuigen (drones) op Pakistan uitgevoerd dan in de vier jaar onder Bush die eraan vooraf gingen en nooit vielen zoveel burgerslachtoffers in Afghanistan én Pakistan. In Irak gaat de oorlog voort, zij het nu vooral met huurlingen die de Amerikaanse gevechtstroepen hebben vervangen. In Libië trok Obama ten oorlog zonder goedkeuring van het Congres en tegen de wil van zijn uit de Bushperiode overgeërfde minister van Defensie.

Ook over het controversieel onderwerp van wapenbezit was de president lange tijd opvallend discreet, zelfs toen congreslid Gabrielle Giffords levensgevaarlijk werd gewond in een schietpartij waarbij zes anderen de dood vonden. Onder druk van de machtige wapenlobby had George W Bush het verbod op oorlogswapens dat onder Clinton was ingesteld laten aflopen. Obama ging een stap verder: kort na het Giffordsdrama daarna klopte hij zich op de borst omdat hij de wetgeving op het wapenbezit nog had versoepeld. Voortaan – zo deelde hij met trots mee – mogen Amerikanen ook in de nationale parken en wildreservaten met hun wapen rondlopen.

“Obama is vol goede bedoelingen aan het presidentschap begonnen maar het hardnekkige verzet van de Republikeinen heeft zijn progressieve agenda gedwarsboomd.” Dat is zowat de gedachtengang die je ook nu weer in diverse media hoort herhalen. Het klopt natuurlijk dat de obstructiepolitiek van een Republikeinse partij die steeds verder naar rechts zwenkt het de president bijzonder moeilijk maakt.  Maar wie aandachtig naar de speeches en de debatten tijdens de verkiezingscampagne luisterde hoorde een pragmatische presidentskandidaat Obama die er vooral voor beducht was de machtige lobbies en belangengroepen  voor het hoofd te stoten: Wall Street, de verzekeringsindustrie, de zionistische lobby, de kolenlobby, de wapenlobby.

Deze president houdt mooie speeches maar heeft nooit voor diepgaande hervormingen gevochten. De door velen geroemde hervorming van de zorg is het resultaat van eindeloze compromissen en onderhandelingen met de farmaceutische industrie, de verzekeraars en de medische lobby. Het gevolg is dat aan het duurste en één van de minst efficiënte gezondheidssystemen ter wereld niets fundamenteels veranderd is en dat  Business Week in augustus 2009 triomfantelijk kon schrijven dat “de verzekeringsindustrie haar doel reeds (heeft) bereikt door elk programma van openbare ziekteverzekering te kortwieken of te blokkeren dat een marktaandeel had kunnen inpalmen van de bedrijven die de tak domineren.”

De overwinning van de medische lobby was in niet geringe mate te danken aan de Democratische partij en aan Obama zelf die nog vóór het debat echt begon toegaf op het essentiële punt van zijn eigen hervormingsvoorstel, namelijk de zogenaamde “public option:” openbare gezondheidszorg als concurrent voor de privésector. De miljoenen activisten die van deur tot deur waren getrokken in de campagne werden niet gemobiliseerd voor wat nochtans de belangrijkste hervorming sinds de New Deal werd genoemd. De straat werd integendeel ingenomen door de Tea Party die de begrijpelijke onrust en angst van miljoenen Amerikanen wist te manipuleren tegen de eerste zwarte president, die zowaar als communist werd verketterd. De Democratische Partij, zoals altijd bang van haar eigen kiesvolk, zette uitsluitend in op het politieke spel in het Congres en onderhandse deals met de industrie. Ze baarde uiteindelijk een mager compromis waar niemand echt gelukkig mee is.

Nu worden de activisten nog maar eens de straat op gestuurd in de hoop op weer een Democratische overwinning. Met een verbrokkeld Republikeins veld en de toenemende ontgoocheling over de extreem-rechtse Tea-Partyfanaten ziet het er vooralsnog naar uit dat de weg naar het Witte Huis open ligt. Of die weg dit keer leidt tot échte Change blijft echter zeer de vraag.

Johan Depoortere

6 april 2011

 

 

Entry filed under: VS. Tags: , , , , .

TWAIN ELK ZIJN BANTOESTAN

5 reacties Add your own

  • 1. Thierry Wernaers  |  april 5, 2011 om 7:27 pm

    Ik zal een van die naivelingen zijn die weer de straat op gaan voor Obama. Als een van de vele vrijwilligers of net als in 2008 als personeelslid van de campagne.
    En alhoewel ik het ermee eens ben dat de hoge verwachtingen soms niet werden ingelost (misschien waren die verwachtingen wel te hoog?), ik ben er vast van overtuigd dat het alternatief duizendmaal erger zou zijn.
    De Democratische conventie heeft in 2012 trouwens plaats op amper een half uur van m’n voordeur. Je bent altijd welkom!

    Beantwoorden
  • 2. jefc  |  april 6, 2011 om 12:15 pm

    Geen twijfel. Obama’s lat ligt veel te laag. Voor mij kletterde ze tegen de volle grond toen hij (plus est en vous) ook nog ’s gunstige belastingmaatregelen voor de rijken afkondigde.
    Toch zijn er een paar dingen die collega Depoortere kennelijk weigert in rekening te nemen.
    1. Obama zit met een politiek-economisch-sociaal-militaire erfenis van 8 jaar neocons. Of moeten we zeggen van 30 jaar superkapitalisme sedert Reagan?
    2. Je hebt het er altijd over dat Obama ‘de straat’ aan de tegenstander heeft gelaten. Maar is het bewerken van de straat niet de taak van zijn partij? En waar zit die? Bestaat ze nog – behalve om af en toe in de Congress tegen haar eigen president te stemmen? Je zou haast gaan denken dat de Democratische partijleiding geen herverkiezing van Obama wenst??
    3. Ik sluit me aan bij Wernaers hierboven: had je dan liever Sarah Palin gehad? Het kan nog altijd, als het van haar afhangt.
    Maar die lat dus, die moet omhoog, dat is waar. Een waarborg is het niet. Niet voor herverkiezing. En niet voor een beter beleid.

    Ik heb een naar gevoel van déjà-vu: dat politiek, zowel in de VS als in België nog alleen een symbolenstirijd aan het worden is. Het gaat over de lat, over de splitsing, over compromis of geen compromis – maar zelden over armoede, bedrog, of rechten. (jc)

    Beantwoorden
  • 3. Johan Depoortere  |  april 7, 2011 om 6:26 am

    De reactie van Jef vat ongeveer de klassieke argumenten samen die de Obamacrowd gebruikt om het miserabele parcours van de president tot dusver goed te praten:

    1. Het is de schuld van Bush en de Neocons
    2. Het had erger gekund – Sarah Palin bijvoorbeeld
    3. Het is de schuld van zijn partij.

    Dat laatste klopt natuurlijk voor een goed deel: de Democratische partij is net als Obama zelf met handen en voeten gebonden aan “corporate America” – de belangen van de bedrijven die de verkiezingscampagnes financieren en miljoenen uitgeven aan lobbywerk. Obama koos – om maar één voorbeeld uit de vele te noemen – oorspronkelijk Tom Daschle als zijn minister van volksgezondheid, die de cruciale hervorming van de ziektezorg op poten moest zetten. Daschle moest ontslag nemen wegens problemen met de belastingen, maar al lang daarvóór was bekend dat Daschle miljoenen verdiende als spreker, consulent en lobbyist voor de verzekeringsindustrie. Is het dan te verbazen dat de Democraten een echte hervorming in de gezondheidszorg met evenveel ijver als hun Republikeinse collega’s hebben gedwarsboomd?

    Dat Obama puin moest ruimen na acht jaar Bush is evident. Maar net daarom had hij een radicaal andere politiek moeten voeren. Nu zegt Chomsky terecht dat het verschil tussen de laatste ambtsperiode van Bush en de eerste van Obama te verwaarlozen is. Nog maar een paar dagen geleden maakte Obama de zoveelste u-bocht door de hoofdverdachte van 11 september voor een militaire rechtbank in Guantanamo te brengen en daarmee net dat deed wat hij Bush in de verkiezingscampagne voortdurend verweet. Guantanamo gaat niet dicht zoals beloofd, folteren blijft mogelijk, afluisteren van Amerikanen gaat gewoon door etc etc.

    Had het erger gekund? Allicht. Maar moet het argument dat Obama tenslotte beter is dan de reactionaire ijzervreter McCain of godbetert Palin niet als een vloek in de oren klinken van de honderdduizenden die van deur tot deur zijn gegaan? Alsof we De Wever zouden prijzen omdat De Winter nog erger is.

    Wat de “straat” betreft kan ik het niet beter zeggen dat met dit citaat van de betreurde historicus Howard Zinn, de auteur van A People’s History of the United States, die kort voor zijn dood naar aanleiding van de verkiezingscampagne dit schreef:

    No, I’m not taking some ultra-left position that elections are totally insignificant, and that we should refuse to vote to preserve our moral purity. Yes, there are candidates who are somewhat better than others, and at certain times of national crisis (the Thirties, for instance, or right now) where even a slight difference between the two parties may be a matter of life and death.

    I’m talking about a sense of proportion that gets lost in the election madness. Would I support one candidate against another? Yes, for two minutes-the amount of time it takes to pull the lever down in the voting booth.

    But before and after those two minutes, our time, our energy, should be spent in educating, agitating, organizing our fellow citizens in the workplace, in the neighborhood, in the schools. Our objective should be to build, painstakingly, patiently but energetically, a movement that, when it reaches a certain critical mass, would shake whoever is in the White House, in Congress, into changing national policy on matters of war and social justice.

    Let’s remember that even when there is a “better” candidate (yes, better Roosevelt than Hoover, better anyone than George Bush), that difference will not mean anything unless the power of the people asserts itself in ways that the occupant of the White House will find it dangerous to ignore.

    The unprecedented policies of the New Deal-Social Security, unemployment insurance, job creation, minimum wage, subsidized housing-were not simply the result of FDR’s progressivism. The Roosevelt Administration, coming into office, faced a nation in turmoil. The last year of the Hoover Administration had experienced the rebellion of the Bonus Army-thousands of veterans of the First World War descending on Washington to demand help from Congress as their families were going hungry. There were disturbances of the unemployed in Detroit, Chicago, Boston, New York, Seattle.

    In 1934, early in the Roosevelt Presidency, strikes broke out all over the country, including a general strike in Minneapolis, a general strike in San Francisco, hundreds of thousands on strike in the textile mills of the South. Unemployed councils formed all over the country. Desperate people were taking action on their own, defying the police to put back the furniture of evicted tenants, and creating self-help organizations with hundreds of thousands of members.

    Without a national crisis-economic destitution and rebellion-it is not likely the Roosevelt Administration would have instituted the bold reforms that it did.

    Today, we can be sure that the Democratic Party, unless it faces a popular upsurge, will not move off center. The two leading Presidential candidates have made it clear that if elected, they will not bring an immediate end to the Iraq War, or institute a system of free health care for all.

    They offer no radical change from the status quo.

    They do not propose what the present desperation of people cries out for: a government guarantee of jobs to everyone who needs one, a minimum income for every household, housing relief to everyone who faces eviction or foreclosure.

    They do not suggest the deep cuts in the military budget or the radical changes in the tax system that would free billions, even trillions, for social programs to transform the way we live.

    None of this should surprise us. The Democratic Party has broken with its historic conservatism, its pandering to the rich, its predilection for war, only when it has encountered rebellion from below, as in the Thirties and the Sixties. We should not expect that a victory at the ballot box in November will even begin to budge the nation from its twin fundamental illnesses: capitalist greed and militarism.

    So we need to free ourselves from the election madness engulfing the entire society, including the left.

    Yes, two minutes. Before that, and after that, we should be taking direct action against the obstacles to life, liberty, and the pursuit of happiness.

    For instance, the mortgage foreclosures that are driving millions from their homes-they should remind us of a similar situation after the Revolutionary War, when small farmers, many of them war veterans (like so many of our homeless today), could not afford to pay their taxes and were threatened with the loss of the land, their homes. They gathered by the thousands around courthouses and refused to allow the auctions to take place.

    The evictions today of people who cannot pay their rents should remind us of what people did in the Thirties when they organized and put the belongings of the evicted families back in their apartments, in defiance of the authorities.

    Historically, government, whether in the hands of Republicans or Democrats, conservatives or liberals, has failed its responsibilities, until forced to by direct action: sit-ins and Freedom Rides for the rights of black people, strikes and boycotts for the rights of workers, mutinies and desertions of soldiers in order to stop a war. Voting is easy and marginally useful, but it is a poor substitute for democracy, which requires direct action by concerned citizens.

    Beantwoorden
  • 4. jefc  |  april 8, 2011 om 2:23 pm

    Interessant. Nu we toch met lange citaten werken, heb ik er ook nog wel een bij de hand. Het komt uit het standaardwerk ‘Democratie voor de elite’ (EPO, 2008) en is geschreven door Michael Parenti, een vriend van zowel Noam Chomsky als Howard Zinn. In deze passus heeft Parenti het over de taak van de president.

    ‘Artikel I van de Grondwet geeft het Congres de macht om de oorlog te verklaren, de wetten van het land te maken, belastingen te heffen en geld uit te geven. Artikel II lijkt veel beperkter: het geeft de president de macht om ambassadeurs, federale rechters en hoge regeringsambtenaren te benoemen (na goedkeuring door de Senaat) en verdragen te sluiten (op voorwaarde dat tweederde van de Senatoren die stemmen die verdragen ratificeren). De president kan zijn veto uitspreken over wetten (al kan een tweederde meerderheid in beide huizen dat veto teniet doen), hij kan een speciale zitting bijeenroepen van het Congres en nog wat van die dingen.
    De president heeft twee echt belangrijke functies: hij ziet erop toe dat de wetten worden uitgevoerd en is de opperbevelhebber van het leger. Als we alleen naar de Grondwet kijken, zouden we kunnen denken dat het Congres het beleid bepaalt en de wetten opstelt, terwijl de president op bevel van het Congres de wetten ten uitvoer brengt.
    De realiteit is heel anders. In de afgelopen honderd jaar is de taak van de regering enorm toegenomen, op gemeentelijk, staats- en federaal niveau en in de uitvoerende, wetgevende en juridische macht. Maar de belangen en behoeften van het kapitalisme worden, in oorlog en vrede, voornamelijk vervuld door de federale regering, die op nationaal en internationaal niveau actief is. En van de drie machten is de uitvoerende het beste in staat om de voor het kapitalisme noodzakelijke technische, organisatorische en militaire maatregelen te nemen.
    De uitvoerende macht is tegenwoordig een gigantisch conglomeraat van ministeries en organen, waarvan het Pentagon het grootste onderdeel is.’ (…)

    Als inleiding bij dit presidentiële hoofdstuk schrijft Parenti: … Zelden is er sprake van de taak die de president heeft als hoeder en voorvechter van het kapitalisme. De president is de belichaming van het staatsbestel dat de belangen van het bedrijfsleven dient, in binnen- en buitenland.’

    Dit kun je bezwaarlijk een romantische visie op het presidentschap noemen. Of het opperhoofd nu zwart, geel of paars-gespikkeld is, het maakt niets uit. De ogenschijnlijke democratie in de VS (en m.m. in België) valt niet meer te redden met lapmiddelen. Dit betekent NIET dat we geen lapmiddelen mogen aanwenden om tijd te kopen waarin grondige hervormingen worden voorbereid en doorgevoerd.
    Voor de VS bv. zou het al heel wat zijn als het zich terugtrok uit een paar uitzichtloze oorlogen, waardoor geld vrijkomt voor – indien goed aangewend – noodzakelijke binnenlandse hervormingen. Maar het Imperium is kennelijk niet in staat zijn eigen op- of afgang nog te beheersen.
    Tja, als IK het WIST zou ik het aan Obama en nog een paar mensen vertellen en aldus een terecht beroemde weldoener van de mensheid worden. Quod non. (jc)

    Beantwoorden
  • 5. tomasronse  |  april 10, 2011 om 4:52 am

    “De president is de belichaming van het staatsbestel dat de belangen van het bedrijfsleven dient, in binnen- en buitenland”, zo citeer je Parenti.
    Zouden die belangen beter gediend zijn, als McCain en Palin de verkiezinngen hadden gewonnen? Zou president McCain even weinig tegenwind hebben gekregen als Obama toen die honderden miljarden dollarsversluisde naar banken en grote bedrijven? Zou hij even weinig oppositie hebben ontmoet als hij zoals Obama de oorlog in Afghanistan zou uitgebreid hebben, de militaire uitgaven had verhoogd etc etc? Ik denk het niet. Die belangen worden duidelijk beter gediend door Obama. (TR)

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: