LORI BERENSON, TERUG VAN DE HEL

april 17, 2011 at 5:38 am Plaats een reactie

door Tom Ronse

In 1994 zei Lori Berenson haar welstellend NewYorks milieu vaarwel om in Peru te werken aan een betere wereld.  Nog geen jaar later werd ze aangehouden en na een schijnproces veroordeeld tot levenslang wegens terrorisme.  Na een 15-jarige odyssee door Peru’s beruchtste gevangenissen, waarin ze ook zwanger werd, is ze weer vrij.  Een alleenstaande moeder, 41 jaar oud, vraagt zich af wat ze met de rest van haar leven zal aanvangen.

Iedereen in Peru kent Lori Berenson. Ook Guillermo, de taxichauffeur die ons naar haar brengt. We hoeven zelfs haar naam niet te noemen. “Dat is waar die terroriste woont”, zegt hij als we hem het adres geven. Blijkt dat hij naast zijn job als chauffeur ook voor de gemeente Miraflores werkt. Miraflores is een welvarende voorstad van Lima, vaak beschreven in de boeken van Nobelprijswinnaar Vargas Llosa.  Berenson woont er op de vijfde verdieping van een modern flatgebouw dicht bij de zee. “Toen ze daar kwam wonen hebben we in opdracht van de gemeente posters gehangen aan de ingang van het flatgebouw waarop stond dat ze niet welkom was”, vertelt Guillermo. “De terroristen hebben hier bomaanslagen gepleegd waarbij veel doden vielen. De mensen zijn dat niet vergeten”.

De straat is leeg als Guillermo ons afzet. “Toen ze toekwam was het anders”, zegt hij.  “Televisiewagens, politie, betogers, het was hier drukker dan op de Plaza Mayor. De mensen van Miraflores waren woedend en bang.”

“Het was verschrikkelijk”, beaamt Berenson. “Ik begrijp hun reactie maar ze kennen mij niet. Ik ben geen terroriste, nooit geweest.” Ze mag dan Amerikaans zijn,  haar begroetingsstijl is dat niet. Geen enthousiaste ‘How Are You’. Ze is beleefd, terughoudend. Ze spreekt met een zachte, wat vermoeide stem. Ernstig, sober gekleed, zonder make-up, lang bruin haar in een vlecht, straalt ze een Jodie Fosterachtige combinatie van kwetsbaarheid en koele zelfbeheersing uit. Het apartement is een comfortabele duplex. “De huur is te hoog voor me maar dit was het enige wat we vonden. Op wel tien plaatsen weigerde de eigenaar toen hij mijn naam hoorde.”  Met zijn trap zonder leuning en onbeveiligd terras lijkt haar woonst wel niet zonder gevaar voor haar 15 maanden-oud zoontje Salvador, dat ze voortdurend in de gaten houdt. Het is een mooi levendig donker jongetje dat voor een echt Peruaantje kan doorgaan. Nu is hij zoet, druk bezig met kleertjes uit een mand te halen en er weer in te leggen.

Berenson heeft geen huisarrest maar in praktijk scheelt het niet veel. “De eerste tien dagen dierf ik niet buiten komen met al die pers en betogers. Daarna werd het kalmer. Maar nog altijd vermijd ik het om overdag buiten te komen en in de parken van de buurt te wandelen. Anders word ik aangeklampt en uitgescholden. Het ergst vind ik het als Salvador erbij wordt betrokken. Zoals die dame die me in mijn gezicht schreeuwde: “Jij zal lijden voor de rest van uw leven…en je zoon zal je nog veel pijn bezorgen!” Soms voel ik me hier meer gevangen dan in de gevangenis. Daar voelde ik me niet uitgestoten, hier wel”.

Als Berenson buiten komt, zitten fotografen haar op de hielen

Haar leven had zo anders kunnen zijn. Ze herinnert zich een zorgeloze jeugd in Manhattan. Haar ouders waren professoren, vader doceerde statistiek en moeder fysica. Ze ging naar de beste scholen en daarna naar de befaamde MIT-universiteit in Boston.  “Wat als ze naar een andere univ zou gegaan zijn”, mijmerde haar vader later in een interview met de New York Times, “misschien was al de rest niet gebeurd”.

MIT een ‘links broeinest’ noemen zou overdreven zijn maar er was en is een flink ontwikkeld progressief politiek milieu. Reagan was president toen Lori er studeerde. In centraal Amerika escaleerden toen verschillende interne conflicten. Guatemala, Nicaragua, El Salvador. In naam van de strijd tegen het communisme koos Washington telkens partij voor reactionaire regimes van militairen en grootgrondbezitters.  Opstandelingen waren ‘vrijheidsstrijders’ als ze pro-Amerikaans waren zoals de contra’s in Nicaragua, anders waren ze ‘terroristen’. Vluchtelingen werden verwelkomd als ze rechts waren, gedeporteerd als ze links waren.  Het was die onrechtvaardigheid die Berensons politieke motor in gang trapte. Ze werd actief in Cispes, een links front dat de opstand in El Salvador steunde. Toen de oorlog in El Salvador  de uitputtingsfaze inging en de onderhandelingen begonnen, vroeg Sanchez Ceren, een leider van de guerrillagroep FMLN, aan Cispes om een tweetalige secretaresse. Berenson greep de kans ook al moest ze haar studies ervoor opzijzetten. Na de suksesvolle afloop van het vredesoverleg in 1992 bleef ze in El Salvador en trouwde er met een student. Maar het huwelijk liep snel op de klippen. “De culturele verwachtingspatronen waren verschillend”, zegt Berenson. “Hij was nogal macho. Bovendien was ik rusteloos. Ik wou de wereld helpen veranderen, me niet begraven in een gezinnetje. Ik was niet van plan om ooit moeder te worden”.

In 1994 vertrok ze met een Panamese vriend naar Peru. Dat land geleek in vele opzichten op El Salvador.  Een rijke elite zwaaide er de plak, de meerderheid van de campesino’s was straatarm en onmondig. En er was ook een guerrilla-oorlog aan de gang. Samen met haar vriend huurde ze een groot huis in La Molina, een chique voorstad van Lima. Het werd er snel erg druk. “Ik wist dat het huis gebruikt werd als onderduikadres voor MRTA-leden”, geeft Berenson toe. “De MRTA (Movemiento Revolucionario Tupac Amaru) leek me niet zo anders dan de FMLN in El Salvador: een guerrillabeweging die vecht tegen  onrecht.  Daar sympathiseerde ik mee. Had de FMLN de oorlog verloren dan werd ze nu ook verguisd als ‘een terroristenbende’. Maar ze won en zit nu in de regering. Sanchez Ceren, voor wie ik werkte, is een internationaal gerespecteerde vice-president. ”

De MRTA profileerde zich als alternatief voor  Sendero Luminoso, ‘het Lichtend Pad’, dat veruit de grootste guerrillagroep in Peru was. Het Pad was de Latijns-Amerikaanse versie van de Rode Khmer van Pol Pot in Cambodja. Even fanatiek en meedogenloos. En maoistisch, wat wou zeggen: een ijzeren discipline, een leidercultus en een pseudo-marxistische ideologische saus.  Een leger dat zich net als het Peruaanse leger gedroeg. Miljoenen campesino’s vluchtten naar de steden voor de terreur die beide legers in het hoogland zaaiden.  In 2003 concludeerde een “Waarheid- en Verzoeningscommissie” dat interne conflicten in Peru tussen 1980 en 2000 aan 70.000 mensen het leven hadden gekost, waarvan de overgrote meerderheid burgers, vooral indiaanse campesino’s. De commissie berekende dat de regering (politie, leger, etc) verantwoordelijk was voor 45% van de doden, het Pad voor 53% en de MRTA voor 1,5 procent.


Toen Berenson zo gastvrij haar huis voor hen openstelde, ging het niet zo goed met de MRTA. De groep had militaire nederlagen geleden en had veel militanten verloren. Ze vond geen nieuwe want die gingen naar het Pad, dat suksesvoller was en radikaler leek. Met een spectaculaire actie hoopten de resterende MRTA-leiders het tij te keren. Ze beraamden het plan om het parlement te bestormen en de parlementsleden te gijzelen. Het doel was om de vrijlating van gevangen kameraden te bekomen maar meer nog om zich populair te maken bij de opstandige Peruaanse jeugd. Een reclamestunt, als het ware. De hoogste twee verdiepingen van Berensons huis waren het hoofdkwartier voor de actie. Hele kamers werden volgestouwd met dynamiet, munitie en wapens.  En zij wist van niets?

“Ik was stomverbaasd toen ik het later hoorde”, zegt Berenson. “Ik was echt niet op de hoogte. Het huis was mij te druk geworden, ik was verhuisd naar een flatje in een ander stadsdeel. Ik kende de MRTA-mensen maar oppervlakkig;  pas later, in de gevangenis, heb ik hen leren kennen”.

Waar was ze toen mee bezig?

“Ik verkende het land. Ik wou schrijven over het impact van de armoede op het leven van vrouwen. Ik had opdrachten van Amerikaanse tijdschriften. Daar werkte ik aan toen ik aangehouden werd”.

Dat gebeurde op 30 november 1995. Ze werd  ingerekend terwijl ze in een stadsbus zat, samen met haar vriendin Nancy Gilvono. Die had Berenson begeleid als fotografe toen ze het parlement had bezocht om interviews af te nemen. Lori zweert dat ze niet wist dat Nancy de vrouw was van MRTA-leider Nestor Cerpa en foto’s nam om de gijzelingsactie voor te bereiden.

Terwijl Berenson kennis maakte met het Peruaanse gevangeniswezen, werd haar huis veroverd door de politie. Daarbij vielen vier doden. President Fujimori was in zijn nopjes met de vangst. Vandaag  zit hij zelf in de gevangenis wegens moord en corruptie maar toen steeg zijn ster.  Hij trok steeds meer macht naar zich toe en de oorlog tegen het terrorisme was steevast het excuus.  Hij was die oorlog aan het winnen en het verijdelen van de MRTA-aanslag was daarvan het eclatant bewijs. Lori Berenson, als Amerikaanse een internationale media-magneet, was de kers op de taart. Dus werden de arrestanten voor de medialeeuwen geworpen. Lori kreeg de kans om iets te zeggen.

Het vervolg van dit verhaal had heel anders kunnen zijn als ze toen had gezegd wat ze nu tegen mij zegt: dat ze niet wist wat er in dat huis gebeurde, dat ze altijd tegen terrorisme was. Maar dat zei ze niet.

Elke Peruaan kan je vertellen wat ze wel zei. De video-clip is intussen al duizenden keren op de Peruaanse tv-schermen gepasseerd. Ze tonen een hysterische meid die staat te schreeuwen als een viswijf: “Er zijn geen terroristen in de MRTA; het is een revolutionaire beweging!” Haar vuisten zijn gebald en haar ogen lijken vonken te spuwen.  Dat beeld is de Peruanen in het geheugen gegrift. Daarom weigeren ze te geloven dat ze niet betrokken was in de mislukte aanslag.  “Ze sprak 44 seconden lang en dat was al wat nodig was om haar leven te ruineren”, zei haar vader later.

“Natuurlijk was dat dom van me”, zegt Lori. “Maar ik dacht dat ik niets meer te verliezen had. Ik wou niet snotterend om genade smeken. Dat vond ik vernederend. Mijn huisgenoten van de MRTA hadden mij bedrogen maar ik had me vrijwillig laten bedriegen. Ik was niet kwaad op hen maar op de regering. In de dagen daarvoor had ik mijn cel gedeeld met een vrouw die vijf kogelwonden had. Ze kreeg nauwelijks verzorging en geen pijnstillers. Het wemelde er van de ratten. Ik was verontwaardigd. Dat ik schreeuwde kwam omdat me gezegd was dat de micro niet werkte.”

In de vijf weken sinds haar arrestatie had ze zelfs geen advocaat mogen spreken. De volgende dag begon haar proces; drie dagen later was ze veroordeeld tot levenslang zonder kans op vervroegde vrijlating.  Het proces greep plaats achter gesloten deuren voor een rechter wiens naam en gezicht verborgen bleven. Zelfs zijn stem werd machinaal vervormd. Berensons advocaat mocht de getuigen niet ondervragen en het bewijsmateriaal niet aanvechten. “Het was krankzinnig”, zegt Lori. “Ik werd beschuldigd van zaken waar ik nog nooit van gehoord had”.

Na het vonnis werd ze meteen geblinddoekt naar Yanamayo gevlogen, een van de beruchtste gevangenissen van Peru.

Lori Berenson en Anibal Apari vorig jaar in een rechtbank

Anibal Apari hoorde Lori’s furieuze tirade via een radio die een celgenoot had binnengesmokkeld. “Nu hangt ze!”, was de reactie van zijn celmaten. Anibal kon hen geen ongelijk geven maar hij bewonderde haar moed. Hij zat een straf uit van 15 jaar wegens lidmaatschap van de MRTA. Een jaar na Berenson belandde hij ook in Yanamayo.

Yanamayo ligt 3650 meter hoog in het Andes-gebergte. De gevangenis was gebouwd voor 200 gedetineerden maar toen Berenson er was, waren er bijna 500 in opgesloten. “Mijn cel die ik deelde met een andere vrouw, was 2 meter op 3”, vertelt Berenson. “Slechts een half uur per etmaal mochten we eruit.  We hadden geen muziek, geen radio, tv of kranten.  Geen electrisch licht. We mochten niet werken. Hele dagen liep ik te ijsberen: twee stappen vooruit, twee stappen terug. ‘s Nachts lagen we te rillen onder dunne dekens want er was geen glas in het getraliede raampje, de ijskoude wind blies zo binnen. We hadden constant honger want we kregen te weinig eten. En dorst want ook water werd karig bedeeld. We blokkeerden de afvoerpijpen in de koer waar we gelucht werden om het regenwater te kunnen drinken. Ergst van al was dat mijn ouders mij het eerste jaar niet mochten bezoeken.”

“Wat me recht hield was de solidariteit, het menselijk contact. Het half uurtje dat we gelucht werden was het hoogtepunt van de dag. De mannen waren aan de andere kant van de afsluiting. We mochten niet naar elkaar roepen maar dat deden we toch. Sommige bewakers deden alsof ze het niet hoorden. We zongen samen. We speelden schaak zonder schaakbord, door de zetten naar elkaar te roepen.”

Life goes on. Zelfs in de meest extreme omstandigheden worden mensen verliefd. Anibal en Lori werden een stel, al konden ze elkaar slechts van ver zien. Als vertegenwoordiger van zijn paviljoen had Anibal contacten die ze gebruikten om briefjes naar elkaar te smokkelen. Hij liet haar een sjaal brengen die ze trots droeg als ze gelucht werd.  In 1998 werd zij overgeplaatst naar een andere gevangenis. Hij bleef in Yanamayo tot hij in 2003 voorwaardelijk vrijkwam. Een van de voorwaarden was dat hij geen contact mocht hebben met veroordeelden. Via via slaagden de twee er toch in om te corresponderen.

Berenson was intussen een cause celebre geworden. Internationaal werd erkend dat ze een schijnproces had gekregen. Twee Amerikaanse presidenten –Bill Clinton en G W Bush- drongen bij hun Peruaanse collega’s aan om haar vrij te laten en ook ex-president Carter sprong voor haar op de bres. Haar ouders werkten zich uit de naad om haar in het nieuws te houden. In 2001 kreeg ze een nieuw proces. Haar straf werd verminderd tot 20 jaar.

De andere drie gevangenissen waarin ze verbleef waren minder bar dan Yanamayo. Er was genoeg eten en medische verzorging. “Op dat vlak hebben velen het beter in de gevangenis dan erbuiten”, zegt Berenson. “Best van al: Ik mocht er bezoekers krijgen en ik mocht werken. Koken, bakken, wassen, breien. Me nuttig maken.”

Het ergste waren de transfers naar andere gevangenissen. “Dat ging gepaard met geweld en sexuele handtastelijkheid. Maar ik mag niet klagen. Anders dan de meeste vrouwelijke gevangenen werd ik niet verkracht. Wellicht omdat ik zoveel media-aandacht kreeg. Andere vrouwen werden routineus verkracht, door militairen, politie, cipiers. Ik hoorde hen schreeuwen. Geen wonder dat er veel baby’s waren in de gevangenissen. Ze mogen er blijven tot ze drie jaar zijn.”

Anibal mocht haar niet bezoeken, zelfs niet toen hij in oktober 2003 met haar huwde. Zijn vader verving hem op de plechtigheid.  Een jaar later mocht Anibal wel twee keren per maand een ‘conjugaal’ bezoek brengen. Wat betekende dat het stel privé-tijd samen kreeg. “In het begin kwam hij vaak maar dan steeds minder,”, zegt Lori. Waarom de relatie doodbloedde wil ze niet kwijt. Wel zegt ze nog dat Salvador tijdens een van Anibals laatste bezoeken werd verwekt. Het paar scheidde maar ze bleven vrienden. Anibal die intussen zijn rechtenstudies afmaakte, is nog steeds haar advocaat.

En nu? “Een van de voorwaarden van mijn vrijlating is dat ik tot 2015 het land niet uitmag”, zegt Lori. “Ik moet werken maar krijg geen werkvergunning. Ik beredder me met vertaalwerk en hulp van mijn ouders. Ik wou dat ze me deporteerden.  Ik heb geen heimwee, ik hou van Latijns Amerika maar ik wil dicht bij mijn ouders zijn. En voor Salvador zou het beter zijn om in de VS op te groeien. Hij komt op de eerste plaats. Ik leef nu voor hem.”

Wat zal ze hem later vertellen?

“De waarheid. Ik heb niets te verbergen. Ik heb vergissingen begaan maar ik heb geen spijt want mijn bedoelingen waren altijd goed.”

Wat me te binnen schiet –iets over de weg naar de hel- zeg ik niet, al is haar verhaal een goede illustratie van het spreekwoord. Ondanks mijn twijfels over haar keuzes voel ik bewondering voor deze vrouw die die weg bewandeld heeft en het overleefd heeft.

“Wat ik het meest van al verlang is anonimiteit”, zegt ze. “Jij bent een van de laatste journalisten  die ik te woord sta. Ik ga mijn haar verven, mijn uitzicht veranderen en ergens gaan wonen waar niemand me kent. Waar ik kan ongestoord wandelen. Je vroeg me daarnet wat ik het meest miste in de gevangenis. Het antwoord is wandelen.”


Entry filed under: Latijns Amerika, oorlog, Samenleving. Tags: , , .

HIER GEEN NEGERMUZIEK TSJERNOBYL : NOG STEEDS GEEN PANIEK, HOOR

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: