HALFWEG DE ARABISCHE REVOLUTIE

april 28, 2011 at 10:04 am 1 reactie


door Jef Lambrecht

De revolutie is Arabisch omdat ze de hele Arabische wereld heeft aangestoken, een wereld die, ondanks grote culturele, demografische en plaatselijk historische verschillen, verenigd is door taal en geschiedenis.  Zoals elke revolutie vertoont de Arabische een hoogdringendheid en ook hier is timing een cruciale factor.  Het is onzeker of de Revolutie haar idealistisch einddoel van een algehele democratisering bereikt maar de relatief succesvolle omwentelingen in de pilootstaten, Tunesië vooral, en Egypte, groter, machtiger maar met een meer onzekere toekomst wegens de aanwezigheid van een relatief brede gevestigde macht en de grote aanhang van de Moslimbroederschap, zullen de ontwikkelingen binnen de hele Arabische wereld blijvend beïnvloeden op voorwaarde dat een parlementair systeem er wortel schiet en tot ontwikkeling komt.

In de uitslag van het referendum over de Egyptische grondwetsherziening lezen we de macht van een brede coalitie van het leger, het ancien régime en de Moslimbroeders en een eerste verpletterende nederlaag voor de liberaal-democraten van Tahrir inclusief de presidentskandidaten ElBaradei en Amr Moussa.  De genese van de democratie in Irak is bloedig en vertoont nog ernstige kinderziekten maar de kans op een terugkeer naar een autoritair bewind wijkt met de tijd.  De overlevingskansen van de machtmonopolies in Syrië, Jemen en zelfs de rijke monarchieën in de Golf en elders verkleinen wanneer een richtinggevend land als Egypte, goed voor bijna een kwart van alle Arabieren, en een regionale mogendheid als Irak stabiele democratieën zouden worden.  Tunesië kan op termijn pilootland en laboratorium blijven.  Maar dat is toekomstmuziek.


De Revolutie is in een overgangsfase.
  Haar dynamiek staat op het spel.  Daarom is een snel en succesvol einde van de interventie in Libië aangewezen.  Het demografisch en historisch gewicht van Libië in de Arabische wereld is beperkt, maar economisch is het relatief groot.  Wegens zijn uitgestrektheid en nabijheid is Libië voor Europa ook van belang als stop op een massamigratie uit zwart Afrika.  De olie die in 1958 werd gevonden heeft in Libië voor rijkdom gezorgd die ongelijk is verdeeld.  Kadhafi gebruikte het geld voor sociale voorzieningen, persoonlijke verrijking en steun aan een waaier van internationale revolutionaire organisaties, onder meer via het Wereld Revolutionair Centrum in de omgeving van Benghazi, de ‘Harvard en Yale’ van Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse krijgsheren en dictators.    Een spoedige val van Kadhafi was van meet af aan onzeker.  Op geen enkel ogenblik kon worden gehoopt dat hij het voorbeeld zou volgen van Ben Ali of Moebarak en stilletjes verdwijnen.  Hij zou vechten.  Ofschoon Kadhafi geen Arabische volksheld is, hebben andere belaagde regimes en zelfs sommige van zijn vijanden belang bij zijn overleving.

Libië is een laboratorium dat belangrijke lessen inhoudt voor de contrarevolutie.  De krijgskansen in Libië wisselen doordat Kadhafi de strijd met (perfide) verbeelding voert en kan reken op zijn troepen.  Hoe meer tijd verstrijkt hoe groter de kans dat de kolonel blijft, desnoods als guerrillaleider.  De bombardementen door de coalitie op rebellenkonvooien tonen de beperkingen van een luchtmachtinterventie.  Die interventie is bovendien contraproductief in de mate dat ze de indruk wekt dat de Revolutie een Westerse en door het Westen bevorderde aangelegenheid is.  Dat speelt Kadhafi en andere belaagde heersers een belangrijk, misschien wel beslissend propaganda-argument in handen.  De Westerse perceptie van wat intussen een militair conflict is, verschilt van die in het Oosten.  Daar blijven de afwezigheid van Arabische zwaargewichten in de coalitie en de dubbelzinnigheid van bijvoorbeeld de Emiraten , die zowel deel uitmaken van de coalitie als van de interventietroepen in Bahrein, allerminst onopgemerkte signalen van dieper liggende spanningen in de regio.

Er is een Arabisch voorbehoud dat wordt verwoord door secretaris-generaal Amr Moussa van de Arabische Liga.  Het sluit aan bij de populaire opvatting dat de Westerse politiek in de regio onveranderlijk eigenbelang camoufleert, in het geval Libië is dat vanzelfsprekend de olie, en altijd twee maten en twee gewichten hanteert in het nadeel van het volk en ten gunste van plaatselijke potentaten.  Dat voorbehoud is er ook in de Afrikaanse Unie dat zijn steun aan Odyssee Dawn na de eerste bombardementen al introk. Het is er bij de opkomende BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) die zich bij de stemming over resolutie 1973 samen met Duitsland onthielden, en zelfs bij NAVO-lidstaten en landen van de EU.  Er is ook voorbehoud bij de bevolking zoals bleek uit peilingen in Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Na de goedkeuring van 1973 ontstond er onenigheid binnen de coalitie  over de leiding en het doel van de interventie in Libië.  Washington, vermoeid door een catastrofale schuld bij China en twee andere geldverslindende en mislukkende avonturen in de regio, wilde maar voor korte tijd actief interveniëren.  Het einde van Odyssee Dawn en daarmee  van de Amerikaanse bombardementen op 31 maart, vertaalt zich in een stagnatie op het terrein en toenemende wanhoop in Parijs en Londen.  De Amerikaanse slimme bommen passen niet op hun Europese toestellen en om besparingsredenen hebben ze verzuimd reserves aan te leggen van hun eigen precisiewapens.  De westerse ‘steekvlampolitiek’- het woord is door Carl Devos gebruikt in een andere context- doet impulsief aan, lijkt gedreven door televisiemomenten en –sentimenten en is in het Midden-Oosten nog minder heilzaam dan elders.  De motieven voor deze nieuwe interventie in een Arabisch land mogen eervol en oprecht zijn, ze zullen mettertijd onvermijdelijk anders worden uitgelegd.

De uiteindelijke, ietwat verwarde reactie van het Westen op de Arabische Revolutie is begrijpelijk en verklaarbaar.  De Revolutie heeft vriend en vijand  verrast.   Ook door de onverwachte snelheid waarmee ze uitbreiding nam.  De zelfmoord van de Tunesische groentenventer Mohammed Bouazizi op 17 december, vier maanden geleden pas, bleek een zeer gevoelige snaar te raken in heel de Arabische wereld, een gevoeligheid die verband houdt met de gevolgen van langdurig autoritair en dictatoriaal bestuur en uitbuiting door bevoorrechte en boven de wet verheven groepen die aanleunen bij de macht.  De revolutie is een authentieke kreet voor gelijkberechtiging, waardigheid en vrijheid.   Ze is uniek omdat ze een bres sloeg in een hermetisch en waterdicht geachte muur van angst en onderwerping.


De omwenteling heeft een voorloper in Iran, een niet-Arabisch land waarvan het lot onlosmakelijk verbonden is met dat van de buren en eeuwige tegenstanders, de Arabieren.  Iran beseft dat de Arabische Revolutie kansen en gevaren inhoudt.  Vergelijkbare risico’s en opportuniteiten zijn er voor het Westen. De omwentelingen kunnen de westerse opvattingen over vrijheid en democratie introduceren in een volatiel gebied dat grenst aan de EU.  Maar of dat gebeurt is onzeker.  De ontwikkelingen in Egypte, een maand  na de val van Moebarak, zijn bemoedigend maar wettigen geen onvoorwaardelijk optimisme.  De val van Saleh in Jemen kan kwalijke gevolgen hebben voor de veiligheid van de Golf van Aden aan een der belangrijkste vaarroutes ter wereld.  Bahrein wordt enkel een succes als een sjiitisch meerderheidsbewind geen satelliet zou worden van het ondemocratisch Iran dat de revoluties toejuicht als islamitische omwentelingen maar een harde repressie voert tegen de oppositie in eigen land.  Enkel mits een democratisering van Iran kan een democratisering van de zuidelijke, Arabische Golfstaten zich voltrekken zonder grote averij en zwaar verzet.

Mocht het onrustig sjiitisch gebied van Saoedi-Arabië zich, na een succesvolle omwenteling in Bahrein, afscheiden en zich wenden tot Iran, dan neemt het een van de rijkste olievelden ter wereld mee naar het andere kamp.  De consequenties van zelfbeschikking voor de sjiieten in de olievelden van Saoedi-Arabië zijn voor het huis van Saoed, tenslotte een stam onder andere stammen, niet te overzien.  Ze zijn ook geopolitiek want van levensbelang voor de oliebevoorrading van het Westen.  Maar is de Arabische Revolutie wel compleet als ze zich ook niet voltrekt op het Arabisch Schiereiland?  Het ondersteunen van separatistische tendensen houdt gevaren in.  De verleiding is reëel in Libië en straks in het straatarme maar zeer strategische Jemen.

De religieuze component bleef tijdens de demonstaties opvallend op de achtergrond.  De Egyptische Moslimbroeders aarzelden om hun grote gewicht in de Revolutie te gooien en waren even verrast als de rest van de wereld.  Er is discussie over het effect van de Revolutie op het jihadisme van onder meer al-Qaeda.  De Revolutie heeft ook al-Qaeda en de islamistische beweging verrast.  Democratisering zou een belangrijk motief voor radicalisering wegnemen.  Daar tegenover staat dat chaos en politieke onzekerheid in de kaart spelen van het terrorisme.   Het autoritair immobilisme van de voorbije decennia heeft het radicalisme in de hand gewerkt en het kan met de despoten verdwijnen.  Maar het onvoorspelbare verloop en de onzekere uitkomst van de Revolutie houdt ook voor al-Qaeda kansen in.  Dat het Westen betrokken is speelt in de kaart van de boodschap dat een oorlog wordt gevoerd tegen de Islam.  De verzwakking van de veiligheidsdiensten in de revolutionaire landen kan leiden tot een hergroepering van verboden organisaties.

Al speelt al-Qaeda een marginale rol in de omwenteling, in sommige wankelende landen beschikt de organisatie over belangrijke troeven.  Dat geldt voor Egypte en zelfs Tunesië, maar vooral voor Libië en Jemen.  Uit Jemen is bin Laden afkomstig en het terrein leent zich uitstekend voor de bloei van een zeer vitale tak van al-Qaeda.  Het opstandige noordoosten van Libië is de basis van de Libische Islamitische Strijdende Groep die nauw aanleunt bij al-Qaeda.  Daar wordt de stad Derna verdedigd door een commandant van de Groep die eerder vrijwilligers stuurde naar Irak om te vechten in de rangen van de terreurorganisatie.  Vanuit Niger, Mali en Tsjaad komen berichten dat al-Qaeda in de Maghreb zich heeft bevoorraad in de legerarsenalen van het Libisch rebellengebied.  Volgens president Idriss Deby Itno van Tsjaad is al-Qaeda zelfs op weg om het sterkste leger van de regio te worden.


Het Libisch conflict kan zowel verzanden als internationaliseren.  In Jemen is de explosie van een munitiefabriek met tientallen doden, voorafgegaan door een deskundige plundering door al-Qaeda.   Een nachtmerriescenario is dat de Somalische Shabab en al-Qaeda op het Arabisch Schiereiland beide oevers in handen krijgen van de Golf van Aden en daarmee de toegang tot de Rode Zee en het Suezkanaal.  Tot slot kunnen sommige belegerde heersers onverwachte kaarten op tafel gooien.  Zowel Kadhafi als Assad hebben oude banden met een waaier van milities en geheime legertjes in eigen land en daarbuiten.  Ze hebben decennia ervaring met asymmetrische oorlogsvoering.

Zowel de aardbeving, annex vloedgolf, annex nucleaire ramp in Japan als de Arabische omwenteling wijzen op onze afhankelijkheid van onzekere energiebronnen.  Er staat veel op het spel bij de Arabische Revolutie: de afloop van de omwentelingen zal voor langere tijd bepalend zijn voor de betrekkingen met het Westen, de toekomst van het islamisme en die van de culturele verscheidenheid in de regio, en voor de oliebevoorrading die vermoedelijk steeds problematischer zal worden.

In een vroeg stadium van de Arabische Revolutie is de invloed opgemerkt van de nieuwe communicatiesystemen.  Het internet, satellietzenders, gsm en digitale camera’s hebben een diepgaande en mobiliserende invloed.   Dat was al opgemerkt tijdens de groene revolutie in Iran.  De oude repressiemiddelen zijn er niet op berekend, maar naar het voorbeeld van Iran houden verschillende Arabische landen de internationale media buiten.  Teheran bracht de communicatiesector volledig onder controle van de Revolutionaire Garde, de sterke arm van het Iraanse regime.  Intimidatie, controle over de oude en nieuwe media en geweld blijven probate middelen om de bevolking in bedwang te houden.  Maar het is een net met mazen die worden benut door burgerjournalisten die telkens weer wegen vinden om hun schokkende, schokkerige beelden buiten te krijgen.

In het Westen leiden evoluties binnen de media tot een steeds kortere levensduur van nieuwsfeiten en een mobilisatie van het publiek op grond van emotionele en irrationele argumenten i.p.v. logica en rede.  En tot haastige, misschien overhaaste reacties die surfen op een kortstondig sentiment.  Over de greep van de media op de besluitvorming en het verloop van de gebeurtenissen wordt in het beste geval na de feiten nagedacht.  En onderbelicht in deze Arabische Revolutie, maar fundamenteel zijn de oliebevoorrading, de controle over het Suezkanaal, Israël en de Palestijnse problematiek,  migratie, islamisme en Iran.

De top van Parijs en daarna die van Londen  suggereren het toegenomen belang van supranationale instellingen als de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie.  Maar hun gewicht schijnt cosmetisch en hun aarzelende steun weinig meer dan een alibi voor een Westers militair ingrijpen.

********

De Franse minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé heeft gelijk wanneer hij voor de VN-Veiligheidsraad zei dat de geschiedenis nieuwe banen zoekt, maar de politiek van zijn president inzake Libië leed aan improvisatie en overmoed.  De vermenging van binnen- en buitenlandse agenda’s speelt ook andere westerse landen parten en zaait twijfel over hun motieven. In het geval Sarkozy is er de verdenking dat slechte peilingen hem hebben geïnspireerd. Dat wordt geïntervenieerd in Libië en niet in Jemen of Bahrein, gecombineerd met het stilzwijgen over dat laatste land, wekt, is koren op de molen van de verdenking  dat onuitgesproken militaire en oliebelangen de Westerse reactie sturen.

Bij ons verdween Bahrein uit het nieuws meteen na de goedkeuring van  resolutie 1973.  Over Jemen werd pas weer bericht toen een slachtpartij met ruim 50 doden onder de betogers leidde tot een algemene desertie van  topmilitairen, hoge functionarissen, diplomaten en stamhoofden, en de val van president Saleh immanent was.  Daarna werd het weer stil, al bleef het in Jemen uiterst onrustig en maakten de VS en de landen van het Arabisch schiereiland zich grote zorgen.  Resolutie 1973 viel samen met het opvlammen van een nieuwe brandhaard in Syrië, waar het regime zalfde en sloeg door naar Iraans voorbeeld te reageren met alle middelen waarover het repressieapparaat beschikt.  Toch nam de revolte, die er zoals in Tunesië was begonnen in een provinciestad, snel uitbreiding.  Wanneer de manifestaties de hoofdstad bereikten nam het regime zijn toevlucht tot grote concessies die lege dozen bleken.  Ook de val van het Alawitisch minderheidsregime in Damascus, het sterkste overblijvende bolwerk van een strijdvaardig Arabisch nationalisme,  kan leiden tot een breuk in de alliantie van Syrië met Iran en een financiële en militaire drooglegging van Hezbollah in Libanon en Hamas in Gaza.  Maar die breuk kan er ook komen als Assad in het zadel blijft.  Het is het meest rozige scenario, een waarin de onmogelijke aanvaarding kan plaatsvinden van het Israëlisch feit door de Arabieren.  Om die historische kans te benutten zal veel politiek vernuft nodig zijn.

De Arabische Revolutie bevindt zich in een fase die beslissend is voor haar welslagen.  Kan de Libische interventie snel, succesvol en dus democratisch worden voltooid, dan is nog niets verloren, kunnen de andere domino’s min of meer veilig vallen en kan er een waarlijk democratisch Arabisch blok ontstaan, een redelijke en voor rede vatbare maar volwassen en zelfbewuste, misschien zelfs eigenzinnige buur en partner.  Sleept de operatie aan en wordt ze besmet met ongelukkige blunders zoals bombardementen op foute doelwitten, of ontstaat er een teken van partijdigheid of materieel belang, dan riskeert de interventie niet alleen diskrediet maar zet ze een dodelijke rem op het elan van de omwentelingsgolf.  Het is goed daarbij indachtig te zijn dat de uiteindelijke vruchten van Westerse interventies in dit gebied niet zelden zijn geplukt door vijanden van het Westen .  (jl)

Entry filed under: Ekonomie, Europa, Midden Oosten, oorlog. Tags: , , , , , , , , .

IDENTITEIT, BLOED EN RELIGIE VERLOREN GENERATIE

1 reactie Add your own

  • 1. Likoed Nederland  |  april 28, 2011 om 4:40 pm

    De voortekenen zijn niet gunstig. De meerderheid van de Egyptenaren wil het vredesverdrag met Israel wil opzeggen.

    Zie verkiezen oorlog!

    De Arabische lente lijkt snel om te slan in een Arabische winter.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: