‘Krant doet zich tikje te nobel voor’

juli 28, 2011 at 7:53 pm 1 reactie

Rupert Murdoch

door Debbie Appel

Is de moderne krant een handelaar in het product nieuws of een waakhond van de democratie? In het laatste geval moet de krant ook verantwoordelijkheid afleggen aan de samenleving.

Het Britse afluisterschandaal kunnen we in Nederland nu wel zo’n beetje plaatsen: Engelse tabloids zijn de ergste, het volk krijgt de journalistiek die het verdient en Rupert Murdoch heeft gelogen. Kortom: de Nederlandse journalistiek kan overgaan tot de orde van de dag.

Of niet? Die teruglopende lezersaantallen waar kranten al jaren over klagen, komt dat nu echt door internet? Door ontlezing? Door de jeugd van tegenwoordig? Los van of het terecht is, er wordt steeds meer geklaagd over de kwaliteit van de media. Over dat ze hypes creëren, hijgerig zijn, sensatiebelust en tendentieus. Dat ze niet de juiste onderwerpen belichten en andere onderwerpen over het hoofd zien.

Journalisten zuchten dan: ‘de media hebben het weer gedaan’. En ze benadrukken dat zij alleen de boodschappers zijn. Maar toch knaagt er iets… Wat is er aan de hand? Is er een oorzaak voor de onvrede met kranten die overeenkomsten vertoont met de problemen die leidden tot het Engelse afluisterschandaal?

Taak
Om die vraag te beantwoorden, moeten we ons afvragen wat eigenlijk de taak is van de media. De media zijn de waakhond van de democratie, dat beeld is bekend. Verder wordt de journalistiek in de meeste theorieën geacht een platform te bieden aan iedereen die de publiciteit zoekt, zodat niet alleen de kranten zelf maar ook individuen en belangengroepen druk kunnen uitoefenen op de regering.
Als derde taak zouden media burgers moeten voorzien van een sterke informatiepositie zodat zij hun democratische rechten kunnen uitoefenen. Deze visie op de media komt voort uit de democratische revoluties in Frankrijk en Amerika aan het eind van de 18de eeuw. Ze vormt de basis voor persvrijheid.

De taken die media worden toebedeeld, werden halverwege de vorige eeuw in de VS opnieuw onderschreven als de ‘social responsibility theory’. Op dat moment deed commercialisering haar intrede in de Amerikaanse pers en ontstond er een discussie die leidde tot het opnieuw benadrukken van de maatschappelijke rol van de pers. In Nederland duurde het, mede door de verzuiling, langer voordat kranten te maken kregen met commercie, maar sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw zijn ook bij ons marktmechanismes merkbaar: fusies volgden overnames, kranten werden verkocht en opgekocht, beursgangen werden gepland en gingen niet door en Nederlandse dagbladen zijn eigendom geworden van buitenlandse media­bedrijven.

Toeval of niet, tegelijkertijd kreeg een andere opvatting over journalistiek de ruimte. Eén die de nadruk legt op individuele rechten en vrijheid zonder restricties, in plaats van journalistiek met maatschappelijke verantwoordelijkheid. Vanuit deze nieuwe opvatting geredeneerd, mag niemand zich bemoeien met de media, behalve de media zelf. Persvrijheid kent geen grenzen behalve de wet. Maar de verwachtingen die wij hebben van de journalistiek – als waakhond, platform en informatieverstrekker – richten zich op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de media.

Spanning

De libertaire journalistiekopvatting staat dus op gespannen voet met de taken die de journalistiek van oudsher heeft en die ze nog steeds krijgt toebedeeld. Want als de journalistiek onbeperkte vrijheid heeft zonder dat daar iets tegenover staat richting de samenleving dan ontstaat moral hazard – iets wat we alleen dachten tegen te komen bij de financiële instellingen; dan kunnen journalisten risicovol gedrag gaan vertonen omdat zij wel macht hebben, maar geen verantwoordelijkheid hoeven te dragen voor de gevolgen van hun gedrag. Bijvoorbeeld door fouten van politie, justitie en rechters zodanig uit te vergroten (‘blunders!’) dat flink wat kranten worden verkocht, maar waardoor het vertrouwen in de rechtsstaat wordt ondermijnd. Of door telefoons af te luisteren zonder zelf recherchewerk te hoeven verrichten naar een vermist meisje. De vraag dringt zich dus op welke vormen van regulering er in Nederland zijn voor de journalistiek.

Zoals het hoort in een liberale democratie bemoeit de overheid zich nauwelijks met de Nederlandse media. Maar toen de media zich in 2009 vanwege teruglopende advertentieverkoop en dalende oplages zelf tot de regering wendden met een verzoek om hulp, speelde de regering de bal terug naar de beroepsgroep en stelde de beroepsgroep een commissie in die, op de voorzitter na, uit mensen uit de journalistiek bestond.

Er wordt, kortom, in Nederland vooral vertrouwd op het mechanisme dat Jospeh Stiglitz ooit omschreef als een oxymoron: zelfregulering. Redactiestatuten, ombudsmannen, beroepscodes en de Raad voor de Journalistiek zijn er om het risico van moral hazard in te perken. Libertaire kranten vertrouwen meer op de markt als reguleringsmechanisme: ‘Als wij ons werk niet goed doen, dan kopen mensen toch een andere krant’. Waar de ‘social responsibility’-journalist zijn focus heeft op de samenleving, heeft de libertaire journalist dit op de concurrent: wie heeft de scoop? Wie de beste voorpagina? De primeur? Zijn lezer is op de eerste plaats ‘nieuwsconsument’, niet een burger in een democratische samenleving.

Parasiteren

Kranten die niet handelen in de geest van de democratie, maar wel gebruikmaken van de democratische instituties zoals persvrijheid, parasiteren op democratische grondrechten. Dat is wat News of the World deed. En dat is wat ook in Nederland kan gebeuren.
Een ander gevolg van het gevoel van onrechtvaardigheid dat de huidige journalistieke praktijk van macht zonder verantwoordelijkheid oproept, is dat voorstellen worden gedaan om de vrijheid van journalisten in te perken – getuige de suggestie van minister Donner, eerder dit jaar, om de Wet Openbaarheid Bestuur in te perken. Ambtenaren toetsten het voorstel nog aan de oorspronkelijke rol van de journalistiek in de samenleving. Er bleef dus niet veel van over, maar daarmee is het onderwerp niet van tafel. Want als nieuws een product is dat moet worden verkocht, waarom zouden regeringsleiders en overheidsinstanties zich dan nog verplicht voelen om via de media verantwoording af te leggen? Om de omzet van de krant te helpen verhogen?

Nederlandse kranten moeten nadenken over wat zij willen zijn: waakhond, platform en bron van informatie met als doel een bijdrage aan de samenleving te leveren? Dan hoort daarbij ook consequent afleggen van verantwoording. Dan past het niet om zich te verschuilen achter libertaire argumenten, maar dan gaat de krant actief de dialoog met de burger aan. Dan is de ombudsman de luis in de pels van de redactie in plaats van degene die klachten afhandelt. Dan organiseren journalisten interne tegenspraak om groepsdenken te voorkomen. Dan worden scoops of het aantal keren dat een journalist de voorpagina ‘haalt’ niet beloond. Dan berichten kranten over de kredietcrisis voordat die uitbreekt, ongeacht of veel lezers dit interessant vinden. Dan is de krant open over wat het niet weet.

Wil de krant – of app of nieuwswebsite – echter handelaar in het product nieuws zijn? Dan moet ze zich niet verschuilen achter maatschappelijke motieven. Dan dient afluisteren niet ter controle van de macht, maar voor het verhogen van de omzet van de krant. De lezer wordt met deze eerlijkheid in zijn waarde gelaten, iets dat de krantenverkoop – al dan niet in digitale vorm – vast ten goede komen.

Dit stuk verscheen in de Volkskrant, Nederland: http://www.volkskrant.nl/vk/article/search.do?language=nl&navigationItemId=2

NASCHRIFT:

Zelf ben ik geen voorstander van de libertaire aanpak. Anderzijds vind ik ook de ‘waakhondfunctie’ vaak overdreven en een excuus ‘faite pour s’en servir’.
Ik denk  weleens terug aan wat De Groene Amsterdammer een tijd geleden schreef, met o.m. dit citaat van de toenmalige NRC-hoofdredacteur:
‘De krant heeft maar één taak’, schrijft hij. ‘Het nieuws te brengen zonder aanzien des persoons of instanties. Als daar een onthulling uitrolt die gevestigde machten niet aanstaat, soit. Maar een taak van kritisch volgen of zelfs controleren is nergens aan u opgedragen en heeft u – weinig democratisch – uitsluitend uzelf toebedeeld. Evenals de zogenaamde onderzoeksjournalistiek. Wichtigmacherei. Maar voor de lezers een voortdurend bewijs dat u de parlementaire democratie wantrouwt. Daardoor speelt u personen en groeperingen in de kaart die garen hopen te spinnen bij dat wantrouwen.’ (jc)

Entry filed under: Media, Samenleving. Tags: , , , .

KOM PROGRESSIEVEN TREKT TEN STRIJDE KAN CHINA HET GLOBALE KAPITALISME REDDEN?

1 reactie Add your own

  • 1. René Van Eynde  |  juli 30, 2011 om 10:18 am

    De ideale krant volgt het nieuws en interpreteert dat kritisch en tracht ook dat te ontdekken waarover geen nieuws is, maar waarover beter wél nieuws zou zijn.De ideale krant moet geen eendagsvlieg meer zijn maar een internetbron waar de kritische lezer zelf oude bronnen kan opzoeken om zijn eigen kritische mening te kunnen vormen en daarover met de krant en andere lezers in dialoog kan gaan.We zitten nog teveel vast aan de papieren krant en een redactie die met handen en voeten aan de commercie en aan politieke partijen gebonden is. Mooiste voorbeeld is De Morgen (“Le Matin” eigenlijk, maar dat hebben ze zelf nog niet door).Hun eng partijpolitiek standpunt is gewoon zielig geworden.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.309 andere volgers


%d bloggers liken dit: