BELGISCHE REVOLUTIE Deel II OPERA EN OPROER

september 27, 2011 at 1:49 pm 2 reacties

een mini-serie door Jef Coeck

De Belgische revolutie wordt steevast gekoppeld aan een opvoering in de Munt van de opera ‘La Muette de Portici’ van componist Daniel Auber naar een libretto van Eugène Scribe. Die koppeling is terecht, maar doorgaans worden er verkeerde conclusies aan vastgehangen. Ik noem er enkele.

a. ‘De opstand tegen de Hollanders was een elitaire bedoening want alleen de hogere klassen waren opera-minded.’ Fout.  Opera was in Brussel volksvermaak. Ook wie de goedkoopste plaatsen op ‘de uil’ niet kon betalen, bleef vaak buiten staan om door de open deuren wat flarden en glimpen op te vangen. Er was tenslotte nog geen cinema. Het mag dan waar zijn dat ‘Het stomme meisje van Portici’ vandaag niet langer deel uitmaakt van het Ijzeren Repertoire, in de  19de eeuw was het een successtuk dat in heel Europa honderden keren werd opgevoerd. Eerst in Parijs, dat spreekt. De hoofdrol werd door een mime-speelster of balletdanseres vertolkt, want zij had geen partituur of tekst. De ‘underdog’ dus in een glansrol.

b. ‘De proletarische bevolkingslagen lieten zich voor een keer meeslepen door de ‘hogere cultuur’ van de bezittende klasse.’ Mis. Het omgekeerde is het geval. Het thema van deze opera is sociale en politieke gerechtigheid: de volksopstand van de Napolitanen in 1647 tegen de Spaanse overheersers. Er is weinig fantasie voor nodig om dat thema in 1830 te transfereren naar het door Hollanders bezette Brussel. De lagere klassen zagen dat helemaal zitten, het was een deel van de burgerij die de opvoering met gekrulde teentjes bijwoonde. En niet onterecht, zoals zal blijken.

c. ‘Het verzet was door Franstalige Belgen georchestreerd, met hulp vanuit Parijs, om het opkomende ‘Vlaams verzet’ onder de knoet te houden.’ Totale onzin. Het taalprobleem speelde geen enkele rol. Trouwens, de Nederlandse bezetters sprake van huis uit Nederlands – hoewel Willem I met graagte zijn kennis van het Frans demonstreerde. Frankrijk was gewoon het symbool van de (geslaagde) opstand.

d. ‘Het was een ‘nationalistische’ revolte, om redenen van Belgische identiteit.’   Absoluut verzinsel. Het ‘Belgicisme’ bestond niet eens, dat werd later in de 19de eeuw verzonnen om het land België te consolideren en/of om een Vlaamse Beweging te scheppen. Uit de vorige aflevering, en uit deze totnogtoe, moet voldoende gebleken zijn dat de Belgische revolutie niet ging om ‘identiteit’ maar om ‘overleven’.

Even teruggrijpen naar de detaillistische maar bijzonder duidelijke tekst van Van Opbroecke (1): ‘Niemand maakt zich zorgen om het Belgische vaderland. Het volk komt op straat, in verzet tegen de misère, het dure brood, de machinale arbeid en zijn nasleep: de werkloosheid. Het volk richt zich tegen de regering en de burgerij, die het aansprakelijk acht voor de slechte toestand.’

AUX ARMES

Zo zijn we beland op de fatadieke 25 augustus 1830.  De dag tevoren was de verjaardag (58) van Koning Willem I gevierd, nuja, gevierd. Het stadsbestuur van Brussel had wijselijk besloten om de dure feestverlichting annex vuurwerk in het park (kosten 7000 gulden) maar af te gelasten, kwestie van niet onnodig olie op het vuur te gooien.

‘De stomme van Portici’ liep al een tijdje in de Munt maar zou een historische opvoering kennen op die 25ste  augustusdag. Een goede vraag is, waarom de Brusselse bestuurders de opvoeringen gewoon lieten doorgaan, hoewel zij het opzwepende karakter van het stuk best kenden. Vermoedelijk hebben ze gedacht: we laten ze wat joelen in de Munt en de belendende straten , dan is de stoom van de ketel, nadien valt het doek en gaat iedereen rustig naar huis. Nee, dus. Of misschien leefden er ook wel aan de top van het Belgische bestuur sterke anti-Hollandse gevoelens? In elk geval, niet enkel de schouwburg maar ook de straten, pleinen en cafés in de buurt van het Muntplein zaten stampvol.

‘La Muette’ is een opera in viijf bedrijven. Al in de Tweede Acte is er een opzwepend moment, met de aria ‘Amour sacré de la patrie/Rends nous l’audace et la fierté/ A mon pays je dois la vie/Il me devra sa liberté’.  Pathetisch genoeg om een verhitte menigte in beweging te brengen. Toch gebeurt dat niet. Er wordt geapplaudiseerd en meegezongen, dat wel. Er wordt geroepen ‘vive la liberté’, of, in het Vlaams ‘vivat de libertait’.  Er weerklinken kreten ‘vive la France’ maar ook ‘vivat den Fransoisen’. Sommigen brullen er nog aan toe ‘A bas le fromage’ – weg met de kaaskoppen.

Het is pas aan het slot van de Vierde Acte dat de hel losbarst. De hoofdrol, La Feuillade, laat zich meeslepen door de claque (het applauspubliek in de zaal) en roept heldhaftig en geheel buiten het libretto: ‘Aux armes’. De politie, die ook achter de schermen opereert, geeft bevel om het brandscherm te laten zakken en de voorstelling stop te zetten. Het hek is van de dam.

Nog voor dit vroegtijdig einde van de voorstelling begint de steeds groter wordende menigte de woningen van regeringsleden en andere notabelen aan te vallen, roepend ‘Leve De Potter’ en ‘Leve de Parijzenaars’. De pompiers, die men kort tevoren ontwapend had, mengen zich onder de oproerlingen. Met de gordijnen uit een verwoest huis wordt een Franse vlag gemaakt. Als ook de wapenhandelaars  verplicht worden wapens en munitie uit te delen, hebben de proletariërs het oproer in een regelrechte opstand omgezet. De hele nacht duren de gewelddaden voort. “Nochtans”, schrijft een militair waarnemer, “gebiedt de waarheid ons te getuigen dat het verbitterde volk, dat vernielde en brand stichtte, tijdens de nacht geen enkele diefstal pleegde. De arbeiders toonden zich daarentegen voortdurend bezorgd om elke daad die de beweging in diskrediet kon brengen, te voorkomen.”

HET HELE LAND

Louis De Potter was een van de radicaalste tegenstanders van Willem I, maar nadien ook van het post-Hollandse België. Hij bracht een tijd in de gevangenis en in ballingschap door. Hij zal een rol spelen bij het Voorlopig Bewind maar werd later geroyeerd vanwege zijn republikeinse ideeën.

Eerst even kijken hoe het verder liep in die woelige septembermaand 1830. Na dat nachtje bewogen opera was de geest uit de fles. In Brussel maar ook elders bereidde men zich voor op nog meer verzet tegen het wettelijk gezag. Agitatie, schietpartijen, coalitievorming,  de geruchtenmolen, persartikelen, geen middelen werden geschuwd. We citeren historica Els Witte (2):

‘Al deze praktijken nemen in aantal en heftigheid toe als midden september de Réunion Centrale, een echte revolutionaire club van het jakobijnse type, wordt opgericht. De radicale top vindt rond 12 september het ogenblik aangebroken om een eigen regering te vormen en naar de macht te grijpen in Brussel en erbuiten. Een eigen strijdmacht is daartoe noodzakelijk. Ze wil de burgerwacht uitbreiden met betaalde vrijwilligers uit de volksmassa, er moeten meer wapens komen, zodat er samen met de revolterende volksklasse weerstand kan geboden worden aan het leger.

‘Over financiële middelen beschikken is in deze fase van cruciaal belang. Nog altijd in overleg met de gouverneur oefenen ze druk uit om een Veiligheidscommissie op te richten waarin ze samen met gematigde en regeringsgezinde leden van de regentieraad gaan zetelen. De separatisten willen deze Veiligheidscommissie nu als een voorlopig bewind laten functioneren, de burgerwacht onder hun controle plaatsen en de stedelijke kas in handen krijgen. De gematigde krachten weigeren deze staatsgreep uit te voeren, waarna de Réunion Centrale klaar staat om de nieuwe staatsordening af te dwingen en te mobiliseren voor de opstand. Rogier, Gendebien en Ducpétiaux voeren er, samen met ook niet-Brusselaars, het hoge woord. De club rekruteert onder de Brusselse radicalen en heeft goede contacten in arbeiderskringen.

‘Op 20 september treedt de Réunion Centrale als voorlopig bewind op. Gendebien is dan op weg naar Parijs om De Potter op te halen. Met hem als populaire leider willen ze de opstand in Belgische banen leiden. De club neemt ook nationale allures aan. Ze stuurt afgevaardigden naar steden met actieve verzetsgroepen. Luik, Kortrijk, Brugge, Leuven, Doornik, Bergen, Namen, Verviers kennen opnieuw dezelfde mechanismen als Brussel (o.m. straatverzet/jc).  Veiligheidscommissies zien er het licht, nemen de macht van de regentieraden over, treden als nieuwe machtscentra op en zorgen voor petities ten gunste van de bestuurlijke scheiding. De revolutionairen passen ook dezelfde mobilisatiepraktijken toe als in Brussel.’

Gevechten bij het Warandepark

Hiermee is wel degelijk het fabeltje ontkracht dat de Belgische revolutie uitsluitend de zaak was van een handvol Brusselse en Luikse heethoofden, die op de kar van het ‘hongeropstandje’ waren gesprongen.  We hebben nog geen melding gemaakt van een verschijnsel dat zich toen wereldwijd in de industrielanden en ook in België voordeed: het ludditisme, arbeiders saboteren of vernielen de nieuwe machines die door hun mechanische hoge productie het werk van mensen ontnemen.

Nogmaals Els Witte: ‘Werkloze arbeiders worden tegen een (beperkte) vergoeding ingelijfd in de burgerwacht en ingezet om grachten te graven bij de ingang van straten en barricades op te richten. Het barricadewapen is sinds de Franse revolutie niet onbekend, maar tijdens Les Glorieuses (Parijs, juli 1830) is het hét symbool van het verzet geworden. Daarom grijpt men er in Brussel ook naar. Een oude praktijk die uit Parijs komt, is het gooien van projectielen vanuit huizen in smalle straten en het opstellen van sluipschutters. Soldaten die in de stad gelegerd zijn worden nu aangezet om hun vaandels te verlaten. Kleine eenheden worden opgericht om buiten Brussel te gaan recruteren.’

Veel later is daarvoor het woord ‘stadsguerilla’ bedacht.

HOLLAND TREKT ZICH TERUG

In ‘België, een parcours van herinnering’ schrijft Jeroen Janssens (3):  ‘Op 23 september 1830 trokken tienduizend Nederlandse soldaten via verschillende stadspoorten de Brusselse beneden- en bovenstad binnen. De opstandelingen wierpen barricaden op in de straten en bestookten het leger vanuit de aanpalende huizen. Het kwam tot hevige gevechten. De Nederlandse officieren hadden geen ervaring met dit soort stadsoorlogen en stapelden de ene strategische blunder na de andere op.  Uiteindelijk wisten de Nederlandse troepen zich met veel moeite een weg te banen naar het Warandepark, waar ze zich tegen de avond verschansten. De militaire operatie was mislukt. Ook de volgende drie dagen sloegen de Belgische vrijwilligers met succes de Nederlandse aanvallen af. Aangezien prins Frederik de belangen van de dynastie van Oranje-Nassau in het Zuiden wilde vrijwaren, trokken de Nederlandse soldaten zich in de nacht van 26 op 27 september terug uit Brussel. (donker en dikke mist/jc) De Septemberdagen hadden in beide kampen honderden slachtoffers geëist.’

Het Martelaarsplein, waar de Belgische slachtoffers zijn begraven, is nu de stek van de Vlaamse regering

Het gewone volk was weer het grootste slachtoffer maar we kunnen nog moeilijk spreken van een afgetekende ‘arbeidersklasse’. Laten we daarover de Waalse onderzoeker Xavier Mabille (4) aan het woord: ‘Les événements de 1830 ont présenté un aspect social fortement marqué et qu’il serait vain de nier. Mais les couches populires (les termes ‘populaire’, ‘ouvrier’, ‘prolétaire’ ou ‘prolétarien’ sont souvent employés avec quelque imprécision pour cerner des réalités sociales de l’époque), si elles étaient capables de s’échauffer et de s’engager dans un combat, n’avaient pas encore la capacité d’auto-organisation assurant à une action la continuïté nécessaire. En outre, c’est davantage encore en termes de fractions de classes que de classes censées homogènes que le problème doit être posé.’

Overigens is het vandaag 27 september, dag dat de Hollandse bezetter beslissend werd verslagen, daarom ook het Feest van de Franstalige Gemeenschap. Waarom viert de Vlaamse Gemeenschap niet mee, haar verdienste is even groot? O ja, Vlaanderen herdenkt de overwinningsnederlaag van de Guldensporenslag.  https://salonvansisyphus.wordpress.com/2011/07/10/wat-we-zelf-doen%e2%80%a6-4-de-guldensporenslag/

Het einde van de militaire onderneming van 1830 is natuurlijk maar het begin van de nieuwe staat: België. Die wordt op 4 oktober uitgeroepen. Het is geen simpele creatie van de internationale grootmachten. Die zullen pas veel later, in 1839, hun fiat geven. In de tussentijd is er veel gebeurd. Daarover in het derde en laatste deel van deze mini-serie.

——————

BRONNEN

(1) Roland Van Opbroecke, België, De geboorte van een staat, Globe, Roeselare, 2005

(2) Els Witte, De constructie van België 1828-1847, Lannoo Campus, Leuven, 2006

(3) Jeroen Janssens, Brussel: het Martelaarsplein, IN België, een parcours van herinnering (2 delen), Bert Bakker, Amsterdam, 2008

(4) Xavier Mabille, Histoire politique de la Belgique, CRISP, Brussel, 1986

————–
DEEL III: een Grondwet, een koning en een kater
Deel I:
https://salonvansisyphus.wordpress.com/2011/09/25/deel-i-de-ouverture/
Laatste en Derde deel: een Grondwet, een koning en een kater

Entry filed under: boeken, Nederland, oorlog, Politiek Belgie, Samenleving. Tags: , , , , , , .

DEEL I DE OUVERTURE BELGISCHE REVOLUTIE DEEL III GRONDWET, KONING EN EEN KATER

2 reacties Add your own

  • 1. Peter Van de Ven  |  september 28, 2011 om 10:56 am

    Ja, waarom viert” Vlaanderen” niet mee ? Waarschijnlijk omdat het zichzelf met “Vlaanderen” benoemt, alsof het een persoon was.

    De eerste taalwetten die Nederlands deden eerbiedigen, waren een veel logischere referentie geweest voor “Vlaanderen feest”. Maar men heeft gekozen voor de nostalgie naar de Christelijke Middeleeuwen, wat onderstreept hoe reactionair het Vlaamsgezinde denken is.

    Ook op dit vlak vinden het Euro-nationalisme en het Vlaams-nationalisme elkaar: het herstel van het Heilige Roomse Rijk. Men ziet het in de urbanisatie van bv Mechelen: Bokrijk aan de Dijle. Om de Middeleeuwen te doen herleven, onder Europees impuls, wordt kitch de norm. De bol met kruis die Keizer Karel vasthoudt op het namaak Gothisch gedeelte van het stadhuis, is dezelfde als de vlag van de Pan-Europese beweging van de hedendaagse Habsburgers, en tevens de referentie voor de vlag met sterren van Maria van de EU. Twee jaar gelden kwam een Habsburgse bruid in Napoleontische kant over onze Grote Markt paraderen: van symboliek en natrappen gesproken. Het monument “tegen de sansculotten” versierde de kerkingang.

    Mag het onbetwistbaar zijn dat de Belgische Revolutie liberaal en emancipatorisch was, de Vlaamse Beweging is even onbetwistbaar reactionair. Daarom kon de Vlaamse Beweging rekenen op de steun van Leopold I. Het Belgisch federalisme was niet alleen een poging tot evenwicht tussen “Vlamingen en Walen”, maar eerder tussen emancipatie en kleingeestige dorpsmentaliteit. In de huidige staatshervorming verschuift het zwaartepunt naar het laatste.

    Beantwoorden
  • […] BELGISCHE REVOLUTIE Deel II OPERA EN OPROER […]

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: