DE NIEUWE GESCHIEDENIS VAN DE ARABIEREN

januari 16, 2012 at 12:49 pm Plaats een reactie

|INHOUD
|————
|1. Recensie ‘De Arabische Revolutie’, nieuw boek van Jef Lambrecht (1)
|2. Fragmenten uit het boek
|3. Naschrift over de ‘Palestijnse revolutie’

door Jef Coeck

De titel boven dit stuk is een referentie aan een der boeiendste geschriften uit het begin van onze tijdrekening. Flavius Josephus (37-ca.100) was een joodse studax die de Romeinse bezetting van zijn land aangreep om naar het New York van die tijd te emigreren en er zich op te laden aan het beste intellectueel en artistiek patrimonium dat toen beschikbaar was.

Flavius Josephus

Hij bracht zijn Romeinse dagen niet in ledigheid door, deze Joseph. Ruimschoots gebruik makend van de reismogelijkheden, frequenteerde hij ‘welingelichte kringen’ naast nederige bronnen en getuigen. Schrijven kon hij ook. Zijn teksten houden het midden tussen wat wij nu bestempelen als journalistiek, literatuur en historiografie. Hij was ooggetuige van gebeurtenissen die door andere – meer ‘ernstig’ geheten auteurs – met fantasie en de nodige dosis Hineininterpretierung te boek zijn gesteld, met andere objectieven dan het achterhalen van de ware toedracht.

We denken bv. aan de verhalen van het christelijk Nieuwe Testament, die door ‘evangelist’ genoemde auteurs zowat een eeuw na de feiten voor het eerst werden opgeschreven – en nadien talloze keren ‘herwerkt’. Flavius Josephus heeft dat tijdsgewricht zelf nog in Palestina beleefd. Hij was geen christen of anti-christen en had er dus geen belang bij deze feiten te misvormen in religieus/ideologische zin.

Zijn faam als schrijver was in Rome zo groot, dat hij door de autoriteiten verzocht werd ‘De Oude Geschiedenis van de Joden’ – wat wij het Oude Testament noemen – nu eens verstaanbaar op te schrijven (2). Want aan die verhalen van bloed, wraak en melo konden ze in de multiculturele hoofdstad van de wereld kop noch staart krijgen. Zelfs zij niet.

Josephus kweet zich van zijn taak en eindigde dus met een welhaast ‘gazettair’ verslag van zijn eigen tijd over grote en kleine gebeurtenissen, in Main Street zowel als Wall Street, in de Dorpstraat en de Wetstraat.

In bepaalde opzichten (en elke vergelijking loopt gelukkig mank) is Jef Lambrecht de hedendaagse Flavius Josephus, maar dan inzake Arabieren ipv joden. Lambrecht heeft een drietal boeken op zijn naam over de Arabische geschiedenis in het licht van hedendaagse gebeurtenissen: 9/11, Irak, het moslimterrorisme. Hij is een van de weinige Belgische auteurs – naast Lucas Catherine – die écht geïnteresseerd is in de nu zowat 300 miljoen Arabieren ter wereld, verspreid over het Nabije en het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De Arabische diaspora laten we even buiten beschouwing.

(R)EVOLUTIE?

Lambrecht Josephus

Lambrechts nieuwe boek noemt hij zelf  een ‘voorzichtige poging tot een eerste geschiedschrijving, in de hoop dat ze voor de lezer een documentatiebron mag zijn en een bron van inzicht’. Over de titel, of term tout court, Arabische Revolutie is hij formeel: ‘De gebeurtenissen in het ene Arabische land beïnvloedden die in een ander. Daardoor was het een waarachtig Arabische revolutie, een die zich voltrok in een homogeen taalgebied geteisterd door dezelfde koloniale erfenissen en problemen van willekeur en machtswellust.’

Goed, dat verklaart het ‘Arabisch’ karakter. Geografisch komen ze wel allemaal aan bod, in volgorde van kalendergebeuren en/of belangrijkheid: Tunesië, Egypte, Algerije, Libië, Syrië, Jemen, Marokko, Oman, en ik vergeet er wellicht een paar. Niet-Arabische maar toch belangrijke regionale spelers: Turkije, Iran, krijgen eveneens aandacht.

De onderliggende vraag, of al deze min of meer simultane en in elk geval ingrijpende gebeurtenissen ook een Revolutie (met hoofdletter) kunnen heten, wordt helaas maar onvermijdelijk niet afdoende beantwoord. Lambrecht focust op de overeenkomsten. Dat mag, maar de verschillen zijn wellicht even groot, zoniet groter. Daarbij komt dat een aanvaardbare, laat staan aanvaarde definitie van wat een ‘revolutie’ is, door de auteur niet wordt meegeleverd.  Om van een geslaagde revolutie – dus Revolutie tout court – te kunnen spreken is volgens mij minstens een fundamentele regimewissel vereist.  Lambrecht toont nu op overtuigende wijze aan dat dat in geen enkel van deze landen (voorlopig) het geval is. We kunnen de titel van zijn boek (met hoofdletters) dan ook alleen maar ironisch interpreteren.

Daarom niet getreurd. Hier wordt in krap 300 pagina’s een even bewogen als verbrokkeld jaar vertaald, samengevat, geduid, aan de hand van – laten we gissen – kranten en weekbladen, tv- en radioverslaggeving, persoonlijke contacten en belevenissen, voorkennis, niet-openbre bronnen, burgerjournalistieke ingrijpens, ‘sociale’ netwerken, satellietverbindingen, van al-Jazeera tot en met Fox-News via het VRT-Journaal. Het voordeel van dit boek is dat de concrete bronnen per gebeuren niet of nauwelijks traceerbaar zijn. Dat is meteen ook een nadeel – in het licht van een latere langetermijn geschiedschrijving. In elk geval kunnen we leren hoe kort ons geheugen wel is en/of hoe slecht onze waarneming – ondanks de overvloedige verslagen en duiding van het afgelopen jaar.

Documentair wordt het belang van het boek aanzienlijk verminderd door het ontbreken van een register. Toch nuttig is de Tijdslijn per land (niet grafisch), die aan het eind wordt weergegeven. Merkwaardig genoeg komt ‘Palestina’ in de lijst niet voor – in het boek zijn er wel enkele paragrafen aan gewijd. Maar laten we de auteur zelf aan het woord, over diverse reacties in de wereld op deze Arabische Revolutie.
|———–

DE ANGST VAN JASMIJN

door Jef Lambrecht

“Het Europese antwoord op de revolutie was eerst aarzelend en daarna gekenmerkt door hoop, overmoed, emotie, blunders, gemiste kansen, verregaande onwetendheid, populariteitsscores en angst voor de fundamentalisten. Er was geen gebrek aan ronkende verklaringen en die kwamen er ook uit het Witte Huis. Maar de praktische antwoorden kwamen uit de oude doos. Ze bleven als in het verleden verdacht van eigenbelang en getuigden niet van een nuchter inzicht in de natuur en de dynamiek van de omwenteling. Alleen de VS waren vernieuwend en verkozen het internet boven bombardementen, wapenleveranties en ijdele beloftes.

“Het blok van de BRICS-landen, de nieuwe economische groeipolen, onder aanvoering van China, Rusland en India, was aanvankelijk even verrast als het Westen door de omwentelingen, maar na enige aarzeling bepaalde de argwaan tegenover het Westers ‘expansionisme’ de koers en koos het blok uit zelfbehoud tegen interventie. (..)

“Turkije dat als niet-Arabisch land gespaard bleef van de omwentelingsgolf, bouwde zijn sterke positie in de regio verder uit. (..) Tot de grote paradoxen behoorde dat Qatar even weinig voelde voor omwentelingen als de andere rijke vorstendommen aan de Golf maar ze voluit steunde elders. Het bleef niet bij woorden. Het machtige zwaard van de emir van Qatar was al-Jazeera. Zijn medium en dus hijzelf trok in de oorlog met de potentaten systematisch aan het langste eind. Daarom weerde Syrië, na de val van Moebarak, de zender uit Qatar, samen met de andere internationale persbedrijven. Maar het kwaad was intussen geschied en al-Jazeera had ook in syrië het zaad van de opstand gezaaid. (..)

“De jasmijnrevolutie in Tunesië en die in Egypte waren vreedzaam en van het volk. Daarin verschilden ze van de tweede golf in Libië, Jemen, Bahrein en Syrië, waar het beeld veel troebeler was en de inmenging flagrant. De buitenlandse bemoeienis beroofde het volk van zijn revolutie. Het geweld dat door de heersers werd aangewend was meer verbeten en duwde de betrokken landen naar burgeroorlogen, behalve in Bahrein waar het protest met stilzwijgende instemming in de kiem werd gesmoord. Alle mogelijke belanghebbenden trokken lessen zodra ze waren bekomen van de totale verrassing van die eerste wilde weken waarin de koppen rolden in Tunesië en Egypte. Buitenlandse mogendheden wierpen zich op als de verdedigers van de volkswil of van belaagde leiders. Grootmachten als China en Rusland zetten zich schrap tegen een besmetting door het revolutionaire virus en remden de verspreiding ervan af.

“Het uitblijven van een onmiddellijke verbetering in de situatie van de armsten in Egypte en Tunesië was een zwaard van Damocles en kon, samen met de buitenlandse interventies, een domper zetten op de omwentelingswil in de rest van de Arabische wereld. Israël was tijdens de revoluties geen thema, al had het de politiek van de regio decennialang beheerst, maar dat kon snel veranderen.” (jl)

—————–

NASCHRIFT JC: De Palestijnse Revolutie
|———————–|——————————-|

De echte Arabische revolutie is natuurlijk al zo’n halve eeuw oud en heeft nog steeds haar beslag niet gekregen. Die revolutie begon toen er een eerste generatie Palestijnse jongeren was ontstaan die buiten hun land of in het bezette deel ervan waren geboren. Zij leefden in kampen of vervallen wijken, hadden geen werk en geen vooruitzicht op een betere toekomst. Het enige waar ze konden naar streven was een terugkeer naar het land dat ze nog steeds als het hunne beschouwden: Palestina van voor 1948, ontstaansdatum van de staat Israël.

Sedertdien verbleven de meeste Palestijnen als vluchtelingen en/of landlozen in modderige tentenkampen in Jordanë, Syrië, Libanon, of in de verwaarloosde wijken van Arabische steden op de Westelijke (Israëlische) Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Wat ze kenden, buiten hun ellende, waren de verhalen van hun ouders en familieleden over hoe goed het was in dat oude Palestina.

Na de Zesdaagse oorlog van 1967, die eindigde op een Arabische nederlaag, gingen nog eens grote stukken land van Syrië, Jordanië en Egypte als oorlogsbuit naar Israël.  Een Palestijnse terugkeer lag minder dan ooit in het verschiet. De jonge ‘tentgeneratie’ begon zich te organiseren voor een met de wapens bedongen terugkeer naar het moederland. Aan wapens komen was niet moeilijk, in een regio waar je vanouds bij elke stap struikelt over de meest diverse ‘handelaren des doods’.

Toen ik in 1968 voor het eerst de Arabische buurlanden van Israël bereisde, in opdracht van de BRT-radio, bestond er al een tiental kleine en grotere groepen van ‘fedayeen’ – zo noemden ze zichzelf naar een term die in het Arabisch ‘verlossing door zelfopoffering’ betekent. Voor de duidelijkheid: het had toen niets vandoen met de begrippen ‘jihad’ of ‘zelfmoordaanslag’. De algemene politieke strekking was links tot extreem-links en seculier. Islam of religieus fundamentalisme speelde vrijwel geen enkele rol, behalve bij enkele groepjes die aanleunden bij de Moslimbroeders of soortgelijke verenigingen.

Logo El Fatah

Al Fatah was lange tijd de grootste en bekendste groep, maar ook Al Saïqa, PFLP, PDFLP, El Ansar, en andere Volksfronten deden van zich horen met aanslagen, kapingen en guerilla-acties. De tegenstanders noemden ze terroristen, voorstanders verkozen de term Bevrijdingsbeweging. Allen hadden ze hun eigen bondgenoten in het buitenland, annex geldschieters en wapenleveranciers. (3)

Omdat de Arabische broederlanden veelal uit eigenbelang het Palestijns probleem onder de mat schoven, namen de Palestijnen dus het eigen lot in eigen hand. Trainingskampen ontstonden, eerst gecamoufleerd binnen de grote vluchtelingenkampen, later als aparte entiteiten in moeilijk toegankelijke gebieden. Het was Aboe Ammar, beter bekend als Yasser Arafat, die de versplinterde groepjes (bijna) allemaal wist samen te brengen in de door hem opgerichte koepelorganisatie PLO, Palestijnse Bevrijdingsorganisatie.

Yasser Arafat aka Abu Ammar

De doelwitten van de Fedayeen waren aanvankelijk alleen militair, binnen bezet Israël. Dat was lastig en vergde vaak meer slachtoffers onder de aanvallers dan onder de geviseerde militaire entiteit. Al snel werd het accent verlegd naar spectaculaire acties buiten Palestina, die konden rekenen op een grote publiciteit in de wereldpers. Toppunt van dit soort acties was de simultane kaping van vier internationale lijnvliegtuigen door het Democratisch Volksfront van George Habbash. De toestellen werden veilig neergezet in de Jordaanse woestijn, de passagiers keurig opgevangen, waarna blinkende vogels-der-vooruitgang met een lading explosieven weer de lucht ingingen.

Dat was 1970 en reken maar dat de aandacht van de wereldpers voor de fedayeen met de week groeide. Dat was niet naar de zin van de wereldleiders, evenmin als van de Arabische machthebbers. De Jordaanse koning Hoessein verdreef de Palestijnse tentenkampbewoners uit zijn land, door ze vanaf de heuvels te beschieten met artillerie. Dat werd nadien de Zwarte September genoemd. De Palestijnen waren in hun militaire en terugkeerambities goed geknakt. Het restant van de leiding, onder wie Arafat, verplaatste zijn geo-strategisch zwaartepunt naar Libanon. Dat het daar binnen de kortste keren weer fout zou gaan, stond in de sterren geschreven.

Om kort te gaan: de oude leiding van de Palestijnen werd op diverse manieren geliquideerd. Israël, de VS, de Libanese rechtse falangisten en wie zal ooit zeggen wie verder nog allemaal, zorgden dat het Palestijns verzet ontmanteld werd. De reden waarom Arabische machthebbers zo enthousiast meewerkten aan dit opzet, was puur eigenbelang.

Leila Khaled, de bekendste Palestijnse vliegtuigkaper ooit

Door hun gedurfde optreden, door hun scholing, met hun discussietechnieken, en met de overtuigingskracht van het ‘goede voorbeeld’ (verlossing door opoffering), waren de Fedayeen voor niet weinig leden van de Arabische intelligentsia niet minder dan een revolutionaire voorhoede gaan vormen in Egypte, Libanon, Jordanië, Syrië, aan de Golf en in andere landen tot in Noord-Afrika toe. Menigmaal toonden gesprekspartners in die tijd, nadat ik hun vertrouwen gewonnen had, pro-Palestijnse documenten uit hun lade en Fatah – of PLO- ‘pins’ aan de onderkant van de jaskraag, om hun sympathie met de Palestijnse Revolutie te betuigen.

Er was een Arabische Revolutie in wording. Ze was seculier en links, op gang gebracht door de Palestijnen, geïnspireerd door Guevara en de Vietnamoorlog, door mei ’68, door het (Euro-)communisme. Maar vooral natuurlijk door het voortdurend neo-kolonialisme in hun eigen landen, de uitbuiting, de groeiende kloof tussen arm en rijk, de met elke liter olie groeiende corruptie, de brutaliteit van de politieke en politie-repressie, het gebrek aan vrijheid.

Het zijn de kinderen en kleinkinderen van die eerste Arabische Revolutie, denk ik, die nu op het Tahrirplein en andere symbolische plaatsen hun ongenoegen uiten. Want veel ten goede is er niet veranderd. Niet voor de Palestijnen, een ‘aparte’ mensensoort, maar evenmin voor de gewone Arabieren die wel participeren in de globaliserinsgolf. Maar aan een echte Revolutie zijn ze, naar mag worden gevreesd, nog niet toe. (jc)

————–

(1) Jef Lambrecht, De Arabische Revolutie, Van het offer van Bouazizi tot de val van Kadhafi, Leuven, Van Halewyck, 2011, 302 pag., 18,5 euro

(2) Flavius Josephus, De Oude Geschiedenis van de Joden, 3 vol., Baarn/Antwerpen, Ambo/Kritak, 1997-98. En ook : Flavius Josephus, De Joodse Oorlog & Uit mijn leven, Baarn, 1992

(3) Men leze (alleen nog antiquarisch te verkrijgen) Harry van Mierlo & Krikor Guvlekjian, De Palestijnen, Bussum, De Haan uitg., 1972

Ergens Libië, ergens afgelopen jaar

Entry filed under: boeken, links, Media, Midden Oosten, oorlog. Tags: , , , , , , , , .

DE ONZEDIGHEID DER SFINXEN EN HUN BEDEKKING KROMGAAN MET HISTORISCHE FOTO’S

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: