DE VAL VAN BRUSSEL

maart 9, 2012 at 5:25 pm 9 reacties

door Lucas Catherine

In dit Louis-Paul Boonjaar heb ik nog eens zijn Geuzenboek ter hand genomen, en ook omdat we 10 maart zijn. De dag van de Val van Brussel. Dat Antwerpen in 1585 viel is tamelijk bekend, maar Brussel? Nochtans was Brussel het centrum van het intellectuele, en militaire verzet tegen het terreurbewind van het katholieke Spaanse Regime.

Het boek van Boon is een prima boek. Alleen wordt Brussel er nogal stiefmoederlijk in behandeld. En niet alleen Boon doet dit. De Geuzen in Brussel worden verdreven uit ons huidige ‘Vlaamse’ nationale bewustzijn. Heel de geuzenrevolte is uit ons collectief geheugen verdwenen. In de negentiende eeuw was dit anders. Toen maakten bekende Geuzen als Brederode, Willem De Zwijger, Marnix van St Aldegonde deel uit van het pantheon Belgische helden. Ze staan afgebeeld in het plantsoen op de Brusselse Kleine Zavel en in de literatuur werden ze verheerlijkt door Hendrik Conscience in “Het Wonderjaar”, zijn eerste boek, verschenen in 1838 en door Charles De Coster in zijn Ulenspiegel (1868). En daarna was er niets meer. Tot Louis-Paul Boon in 1979 zijn monumentale en indrukwekkende Geuzenboek publiceerde. En toen was er weer niets meer.

En dat is niet fair.

 

Brussel en de Geuzen

 

Brussel komt bij Boon, maar ook bij andere auteurs vooral ter sprake als machtscentrum van waaruit het Hof de repressie organiseerde. Je kan het vergelijken met het imago dat Brussel nu heeft in het buitenland. Als je in Spanje praat over Brusselas, dan denken ze daar louter aan de Europese Gemeenschap, nooit aan wat er in Brussel leeft of wie er woont.

Nochtans was Brussel het eerste grote centrum van de Geuzenrevolte. Dat kwam omdat het in de zestiende eeuw waarschijnlijk de rijkste stad van Europa was waar denkers en artiesten graag naar toe verhuisden. Vanuit Brussel werd in de eerste decenia van die eeuw niet alleen over de Nederlanden geregeerd, maar ook over Duitsland, grote stukken van Italië, Spanje, de Nieuwe Wereld en delen van Noord-Afrika. Dat was zeker zo onder Keizer Karel. Hij werd koning van Spanje gekroond, niet daar maar hier in de Brusselse St. Goedele kerk. De schat die de Conquistadores op de Azteek Montezuma veroverden, werd in 1521 niet in Spanje, maar in het Paleis op de Koudenberg ten toon gesteld. Het is hier dat Albrecht Dürer ze zag en beschreef in zijn reisverslag over de Nederlanden. Het is hier in Brussel dat de verovering van Tunis in 1553 werd gepland en het zijn Brusselse tapijtwevers (De Pannemaeker) die het evenement in twaalf monumentale tapijten (samen 600m²)  hebben vereeuwigd.

En niet alleen rijkdom vloeide naar Brussel, ook nieuwe ideeën. Zo die van de reformatie en de kritiek op de Roomse Kerk. Logisch dat Brussel een intellectueel centrum werd van de religieuze oppositie. Leuven met haar erg katholieke universiteit werd dan weer het ideologisch centrum van de orthodoxie en de Inquisitie. Want dat wordt nogal eens vergeten. Dat de Inquisiteurs niet zozeer uit Spanje kwamen, maar uit Leuven. Spanje heeft ze zelfs geïmporteerd.

 

 De vileine rol van de katholieke universiteit Leuven

 

In oktober 1517 hangt Luther zijn plakkaten op aan de kerk van Wittenberg. Twee jaar later wordt hij door onze Katholieke Universiteit al veroordeeld. De Paus zal dat pas later doen. En het is in Leuven dat zijn boeken op 8 oktober1520, met toestemming van Keizer Karel als eerste worden verbrand. Leuven vaardigt in 1546 een index van verboden boeken uit. De Pauselijke index volgt pas in 1564.

Een van de eerste grote inquisiteurs was Adriaan Boeyens, bekend als Adriaan van Utrecht die vanaf 1507 in Leuven doceert. Hij was een van de leermeesters van Keizer Karel. Die benoemt hem in1518 tot Groot-Inquisiteur in Spanje en wanneer Karel in 1520 naar Aken reist om daar Keizer gekroond te worden,  benoemt  hij hem tot regent van Spanje. Daar houdt hij, samen met andere Flamenco’s zo erg huis dat de Spanjaarden tegen hem rebelleren tijdens de Opstand van de comunidades/vrije steden .Als dank voor bewezen diensten zorgt Keizer Karel ervoor dat Adriaan dankzij keizerlijke politieke steun in 1522 tot Paus wordt verkozen.
En ook het volk van Rome had schrik van ‘onze’ Adriaan. Luther schreef over deze ‘enige paus uit de Nederlanden’: “Een afgestudeerde van de universiteit van Leuven, waar zelfs ezels een doctoraat halen. Zijn woorden en daden komen rechtstreeks van Satan.”
Later volgde nog een beruchte figuur Van Son (Sonnius, eigenlijk Frans Van de Velde 1506-1576) die in 1543 rector te Leuven werd, daarna  Apostolisch inquisiteur in Leuven, Holland, Zeeland, Gelderland, Friesland, Groningen en Overijssel.

De Spanjaard de Enzinas, die op verdenking van ketterij zowel in de Brusselse amigo gevangen zat als in Leuven, beschrijft Van Son tijdens een ketterverbranding: “Hij verkeerde in zo’n roes van verwaandheid, trots, streken,kuiperijen, trucs, verblindheid en wreedheid… die wrede vertoning was voor hem volgens mij in zijn ogen aangenamer kost dan wanneer hij, als gast aan een overdadig diner, zijn buik tegoed hadden kunnen doen.”

Geen wonder dat op het einde van de negentiende eeuw de liberale en socialistische vrijdenkerij de Geuzen als hun voorgangers uitriepen en hen tot symbool maakten in de strijd tegen het clericalisme.

 


Wat gebeurde er in Brussel?

 

Op 23 april 1522 wordt in navolging van Spanje de Inquisitie ook hier ingevoerd. Een jaar later, in 1523 worden de twee eerste ketters levend verbrand op de Grote Markt. Het zijn Hendrik Vos en Jan Van Eschen. Tijdens hun executie wordt er gemompeld uit protest, door onder meer Barend van Orley, hofschilder en  Pieter De Pannemaeker, tapijtenfabrikant. Zij zijn de eerste ‘protestanten’. Zij organiseren in hun huizen en ateliers bijeenkomsten tegen de Roomse Kerk. De eerste protestanten worden omschreven als:

“lui die haer sinnen seer gemoeyt hebben met gheestelijcken oefeninghen oft met veel studerens, oft die constighe ambachten doen, ende ambachten die die sinnen moeyen, als schilders, beeldsniders…”

Ook de zonen Jan van Orley en Willem de Pannemaeker bleven opposanten van de strengste strekking, Calvinisten. In 1566-67 worden ook zij ‘lastig’ gevallen en De Pannemaeker verliest zijn job als hofleverancier van tapijten.

 

In 1545 krijgen we het belangrijkste geschreven getuigenis van een slachtoffer van de inquisitie door de al hoger vermelde Spanjaard Francisco de Enzinas. Hij schrijft na zijn vlucht uit de Brusselse kerker zijn Historia de Statu Belgico deque religione Hispanica. de Enzinas zat gevangen in de Vrunte (gemeenzaam ook den Amigo genoemd) samen met Joos van Uusberghen, een pelsmaker die in 1545 op de Grote Markt wordt onthoofd.  De medegevangene Gillis Tielmans maar wordt levend  verbrand. Hij was kam-maker voor weefgetouwen (basse-lisse getouwen). Om zijn terechtstelling ordelijk te laten verlopen moest men vijf schuttersgilden op de been brengen. Tielmans was vooral populair in de wijk rond de Kapellekerk.

Vanaf 1565 stijgt het protest, vooral bij de kleine man. Hierbij spelen belastingen en opeenvolgende misoogsten een grote rol, naast het verzet tegen de willekeurige terreur van de kerk. Het volk probeert de adel, toen de belangrijkste politiek klasse, voor de zaak te winnen. Men werpt briefjes in het paleis van de graaf van Egmont en in dat van Willem van Oranje om hen aan te zetten openlijk voor het protestantisme te kiezen.

 

Het Wonderjaar

 

En dan volgt in 1566 Het wonderjaar. De term gaat terug op een kroniekschrijver van toen die schrijft “ 1566 d’Welck men hier het jaer van wonder noemde om de grouwelijcke   veranderinghe die men sach…”

In dat zelfde jaar gaat een fractie van de adel, meestal de lagere adel in oppositie onder leiding van Brederode. Zij komt bijeen voor een eet- en drinkgelag in het Hof van Culemborg, bij de Brusselse Hofberg. Het verhaal wil dat de graaf van Culemborg hosties voederde aan zijn papegaai. Zij sluiten het eedverbond der edelen. Hierin vragen zij de afschaffing van de Inquisitie en benadrukken hun vrijheden. Dit verzoekschrift wordt op 5 april, klokslag 12  uur, ingediend bij de landvoogdes, Margareta van Parma, de buitenechtelijke dochter van Keizer Karel. Een grote groep Brusselaars loopt met hen mee tot het Paleis.

Hun verzoek wordt afgewezen en ze worden uitgescholden voor bedelaars, Geux. Hun bekendste leider, Brederode zal het scheldwoord ombuigen tot een geuzennaam. Zij nemen de bedelnap aan als symbool en gaan ook hun hoeden omgekeerd dragen als symbool voor de ‘omgekeerde’ gang van de wereld.

 

Nog in dit Wonderjaar starten in juni de eerste Hagepreken o.a. in het bos van Linthout (Schaarbeek), in dat van Heegde (waar nu de Louizalaan ligt), en in de Josafat-vallei in Schaarbeek die haar Bijbelse naam toen kreeg van die protestanten.

 

Nog in dit jaar, in augustus breekt de Beeldenstorm uit in Zuid-West-Vlaanderen.

Als reactie op dit alles installeert de graaf van Alva zijn Bloedraad ofte Raad van Beroerte). Zoals een tijdgenoot schrijft over hem: “Liet dienvolgende seer wrede placcaten uytroepen, straffe ende ongehoorde sententien ter executie stellen ende uytvoeren, veel weduwen ende weesen makende. Landen en steden bedervende groote schattingen instellende ende het gansche Nederlant in jammerlijck bloetbad brengende…”

Alva verwoest het Hof van Culemborg, waar de revolte begon en laat daarna zout strooien over de grond. Een gebaar geïnspireerd op de Romeinen dat wou zeggen dat het nooit mocht worden heropgebouwd. Hij laat er ook een gedenkzuil te zijner ere oprichten die geen lang leven beschoren zal zijn.

De razzia’s en doodseskaders tegen de protestanten komen nu echt op gang. Op 1 juni 1568 worden 19 edelen onthoofd op de Paardenmarkt (nu de Grote Zavel). Een van hen wordt eerst de rechterhand afgehakt en de tong uitgerukt, omdat hij bewapende mannen de hagepreken had laten beschermen. De graven Egmont en Horn worden in datzelfde jaar op de Grote Markt onthoofd.

 

1565-1568 Brueghel brengt verslag uit

 

In 1563 verhuist Pieter Brueghel van Antwerpen naar Brussel en is er tot zijn dood in 1569 getuige van de opstand der Geuzen.

 In 1565 schildert hij hoe een hagepreek er aan toe gaat in een bos rond Brussel: De Preek van Johannes de Doper .Dat Brueghel met de Geuzen sympatiseerde blijkt uit dit schilderij waarin hij, rechts bovenaan, zichzelf schildert als toehoorder, leunend tegen een boom in gezelschap van zijn vrouw Marijke Coecke en zijn schoonmoeder Maaike Verhulst-Bessemers.

De moordpartijen van de Spanjaarden zijn in 1567 het onderwerp van De Moord op de Onnozele Kinderen . Wie goed kijkt ziet dat de troepen aangevoerd worden door Alva zelf.

En dan is er natuurlijk DeTriomf van de Dood (1568).

Brueghel: Prediking van Johannes de Doper

Brueghel: Prediking van Johannes de Doper

 

De Geuzen zoeken buitenlandse bondgenoten.

 

In 1569 zendt Willem de Zwijger een gezant om steun te vragen aan de Ottomaanse sultan. Het contact was al in 1566 gelegd door Josef Nasi, een verdreven Andaloesische jood die in Antwerpen werkte voor het bankiershuis Mendes en daarna naar het Ottomaanse rijk was geëmigreerd.

De Ottomaanse sultan, die ook de Calvinisten en andere protestanten in Hongarije beschermde, zendt een steunbrief aan de Felemenk Luteran Taifesi, De Lutherse natie in de Nederlanden. De Geuzen  gaan nu hun snor op zijn Turks dragen en nemen de slogan aan ‘Liever Turckx dan Paepsch’. Die brengen zij ook aan op hun geuzenpenningen. Dezelfde slogan staat nu nog altijd afgebeeld op de gedenkplaat voor de Geuzen in de Karmelietenstraat, waar eens het Hof van Culemborg stond.

 

 

Het volk radicaliseert de revolte

 

In Brussel en Brabant komt de hele bevolking in opstand tegen de Tiende Penning, een nieuwe belasting in 1569 opgelegd door Alva.  Eigenlijk gaat het om een radicale aanval op de burgerlijke vrijheden. Tot dan moest de vorst ieder jaar aan de Staten-Generaal (waarin niet alleen adel, maar ook de ambachten zetelden) een dotatie vragen. Nu wil Alva het Spaanse systeem invoeren. Dankzij belastingen als Tiende en Twintigste Penning bepaalt de vorst zijn eigen dotatie, zonder inspraak van de Staten-Generaal.

De slagers en de poelniers weigeren de nieuwe belasting te betalen en sluiten hun winkels. Daarna volgen de brouwers, kruideniers, visboeren en  apothekers… Een andere reden voor de onrust is nog maar eens een misoogst. De staking houdt aan tot ver in 1572. Op 31 maart beveelt Alva 18 stevige stroppen klaar te maken om de 18 leidende winkeliers aan hun eigen deurpost op te hangen. Maar dan komt het nieuws dat Den Briel door de Watergeuzen is ingenomen en de terechtstelling gaat niet door. Alva schrikt terug voor de mogelijke reacties buiten Brussel.

Inname van Den Briel

Inname van Den Briel

 

De Brusselse Geuzenrepubliek

 

In september 1576 gaan de Brusselse ambachten weer eens in algemene staking en de bevolking bewapent zich. Achthonderd gewapende burgers, onder leiding van Jacques de Glymes dringen de Raad van State binnen en zetten de leden gevangen in het Broodhuis. De Staten-Generaal nemen de macht over. De Raad van State was het bestuur aangeduid door de vorst. De Staten-Generaal was de vertegenwoordiging van de verschillende standen.

Brussel wordt nu een republiek. Daarna volgen Leuven en Antwerpen hun voorbeeld. Daarop keert in 1577  Willem De Zwijger die samen met Marnix van St Aldegonde naar het Noorden was gevlucht, terug naar Brussel en doet via het kanaal en de Groendreef zijn intrede in Brussel. Zij worden verwelkomd door de schuttersgilden. Op de Grote Markt krijgt Willem de erewijn aangeboden. Vandaar loopt hij de heuvel op naar zijn paleis, het Hof van Nassau dat door Alva was geconfisceerd. Een massa mensen vergezelt hem en ook de Schutters die  talloze salvo’s in de lucht schieten.

De Brusselse Geuzen hebben nu de macht en organiseren in de stad een grote beeldenstorm: Ondermeer het schrijn met de relikwieën van St Goedele wordt vernietigd. Het is in St Goedele dat ketters publiekelijk trouw aan de leer van Rome moesten zweren. Een reeks kerken worden protestants: o.a. de Begijnhofkerk, de Nassau-kapel, de kapel van het St Janshospitaal en de Magdalenakerk. Op de gevel van de huidige Magdalenakerk kan je nog altijd de nissen zien waaruit de protestanten de heiligenbeelden weg hebben gekapt.

Hertog van AlvaIn 1581 volgt dan het Plakkaat van Verlatinghe: Filips II wordt door de Nederlanden niet langer als vorst erkend.

Of zoals een Geuzenlied zegt:

“ Want g’lyck de paerden syn geschapen om te ryden,

De Vogels om de locht met vleugels te doorsnyden,

De Visch tot swemmen, end’ tot jock en ploeg den Os;

Soo mede wy oock om te wesen vry en los.”

 

Maar de Spaanse legeraanvoerder Farnese rukt op. Olivier Vanden Tympel die in 1579, onder de Geuzenrepubliek stadsvoogd van Brussel werd benoemd, zal met zijn leger de stad verdedigen. Eerst lukt dat: hij maakt het kanaal vrij en zo weer communicatie met Antwerpen mogelijk en rukt dan op tot Mechelen, Diest, Zichem en Nijvel. Maar Halle kan hij niet nemen. Vandaar zal Alexander Farnese dan oprukken naar Brussel en op 10 maart 1585 valt de stad. Kort daarop volgt de val van Antwerpen, waar Brusselaar Marnix van St Aldegonde als burgemeester de verdediging organiseerde.

 

 

Een beeldenoorlog

Op het einde van de negentiende eeuw zullen de Geuzen weer een politieke rol spelen in Brussel. De Liberale Partij en de Vrijzinnigheid gaan hen als symbool gebruiken in de strijd tegen de Katholieke Partij. Overal zullen ze proberen de herinnering aan de Geuzen levendig te houden. Hierbij speelt vooral de liberale Brusselse burgemeester Karel Buls een belangrijke rol. Buls was burgemeester tussen 1881 en 1899.

Buls laat in 1884 de Geuzengedenkplaat aanbrengen in de Karmelietenstraat, waar het voormalig hof van Culemborg stond. Wanneer op de Kleine Zavel een soort pantheon van Belgische helden wordt gecreëerd zorgt hij ervoor dat er nogal wat Geuzen bij zijn: Brederode, Marnix van St Aldegonde, Barend van Orley, Willem de Zwijger, Egmont en Horn. Het standbeeld voor Egmont en Horn stond oorspronkelijk op de Grote Markt, voor het Broodhuis waar ze werden geëxecuteerd. Wanneer het stadhuis wordt gerestaureerd beslist men onder andere om op de zuidwestgevel belangrijke Brusselaars af te beelden. En weer zijn de Geuzen erbij. Ondermeer Marnix van St Aldegonde die hierdoor in zijn geboortestad drie standbeelden heeft: een op de Kleine Zavel, een in de gevel waar zijn huis stond in de Hoogstraat, en een dus op de gevel van het Stadhuis.

Over sommige beelden werd flink gebakkeleid tussen het Liberale stadsbestuur en de katholieke voogdijminister. Zo wilden de vrijzinnigen dat er ook een beeld kwam van de Brusselse ‘ketterin’ Blomardinne (1260-1335). Blomardinne (1260-1335) was een Brusselse patriciërsdochter, met haar volle naam Heylwighe Bloemaerd en voorloopster van de Geuzen. Zij stelde dat men het Paradijs ook al hier op aarde kon benaderen, beleed de Serafijnse  ofte vleselijke liefde en verdedigde de vrijheid van geest. Kanunnik Hendrik Utenbogaerde (in het Latijn: Pomerius), de hagiograaf van Ruusbroec noemt haar: “dit valsche wyff die veel scrivende was van den vrijen geest ende vleyscheliker onreynder minnen.” Blomardinne had erg veel aanhangers onder de Brusselse ambachten en die verdreven trouwens Ruusbroec uit Brussel, waarna hij zich terugtrok in Groenendaal. De Katholieke Partij wou haar tegenpool Jan van Ruusbroec op de gevel en niet deze ketterse vrouw, maar de Liberalen kregen hun zin. Daarop namen de Katholieken wraak met een beeld in St Goedele. Daarop is te zien hoe Jan van Ruusbroec haar hoofd onder zijn hiel vertrappelt.

Geuzenpenning

Geuzenpenning


Een lang verhaal en dat geeft dorst, daarom dat ik mij nu een geuze uitschenk en ik hef het glas onder het zingen – op de wijze van het Wilhelmus- van Een nieuw Liedt van de couragieuse Brusselaers :

Ghy Brusselaers met couragie

Voleynt u saken wijs,

Ghy crijcht voor uwe gagie

In alle steden prijs,

Want elck is wel ghedachtich

Hoe dat ghy onbelaen,

Den thienden Penninck eendrachtich,

Hebbet weder gestaen.

Ghy crijcht der Leeuwen namen,

De Spangiaerden vileynich,

Roeyt ghy vromelijck uyt,

Etc..

Lucas Catherine, 10 maart, 427 jaar na de Val van Brussel

Entry filed under: boeken, Europa, godsdienst, oorlog, Politiek Belgie. Tags: , , , , , , , , .

VOORUITGAAN? DE KATHOLIEKE KERK, GROOTSTE MAKELAAR VAN SPANJE

9 reacties Add your own

  • 1. Johan Depoortere  |  maart 9, 2012 om 6:15 pm

    Een fantastisch verhaal! Waaraom hebben we daar op school niets over geleerd?
    Johan Depoortere

    Beantwoorden
  • 2. Johan Nootens  |  maart 9, 2012 om 8:29 pm

    Beste Johan,
    Omdat de school er niet is om het echte leven van nu en toen door te geven, maar om de heersende ideologie in stand te houden. Daarom is het van “ouder” ook zo zwaar: al die scheeftrekkingen weer recht kirjgen en elke dag weer het werkelijke leven aan je kind doorgeven.
    Johan

    Beantwoorden
  • 3. André Truyman  |  maart 9, 2012 om 9:23 pm

    Goed om ons, onder een paus die opnieuw katholieken wil inpeperen dat geloof klaarblijkelijk alleen in een angstklimaat kan gedijen, te herinneren aan de glorieuze rol van de geuzen in de Nederlanden.
    I am astonished !
    Ik moet alleen vraagtekens zetten bij de rol van de toenmalige vooraanstaande theologen van de Leuvense universiteit. Dat waren een soort Schillebeeckxen of Rahners avant-la-lettre die het (ook) niet haalden tegen de hiërarchie. Maar ze zouden wel vermeld moeten worden. De katholieke theologen van vandaag zijn eminente tegenstandersvan de intransigente machtspaus Ratzinger. Ik kan hier (zo nodig) verder op ingaan.
    Hulde voor dit prachtige stuk van Catherine .

    Beantwoorden
  • 4. Johan Depoortere  |  maart 9, 2012 om 11:05 pm

    Een ander onbekend verhaal is dat van de geuzen in Zuid-Westvlaanderen. In Dranouter is een gedenkplaat te zien over de golf van hagenpreken die daar vanuit Frankrijk kwam binnengewaaid en die zich van daaruit verspreidde naar Gent en – ja ook – naar Brussel. Wie schrijft die geschiedenis van rebellie en repressie?

    Beantwoorden
  • 5. jefc  |  maart 12, 2012 om 5:42 pm

    Ik geloof zonder meer dat het echte ‘Bruselas’ in buiten- en binnenland ondergewaardeerd wordt. Dat maakt juist deel uit van de grootheid van de stad, dat ze behalve inwoners ook vele uit-woners heeft, die maar één of een paar aspecten van ze kennen.
    Alle New Yorkers vinden dat zowat heel de wereld NY onderschat. En dat vinden ze terecht. Alle Parijzenaars kijken met verbazing naar de Omgeving, die niet lijkt te beseffen dat Parijs Parijs is. En inderdaad, c’est juste.
    De geschiedenis, dat is een verhaal apart. De Val van Antwerpen was voor alle betrokkenen – Spanjaarden, geuzen, etc. – geostrategisch belangrijk vanwege de Schelde. Die had je niet in Brussel. Nog niet, trouwens. Ondanks het kanaal van Willebroek en Brussel Zeehaven.
    Lucas Catherine is een geboren verteller. Zijn verhaal is spannend van A tot Z. Maar daarom is het nog niet het enige verhaal. Ik zou bv. wel wat meer willen weten over de rol van Leuven in de Inquisitie. Ook Erasmus en Thomas More zijn een onderdeel van de Leuvense geschiedenis. Zij waren dwarsliggers, zoals Lucas zelf. Dank je, Lucas. André Truyman aan de beurt?
    Jef

    Beantwoorden
  • 6. Lucas Catherine  |  maart 14, 2012 om 4:13 pm

    Wel Jef, ik had het er eerder over in mijn boekje Van Morendoders tot Botsende Beschavingen. Leuven en onder meer Erasmus speelden ook een ideologische rol in het goedpraten van de veroveringstocht tegen moslim Noordafrika die Keizer Karel, in het spoor van zijn vader verder zette:
    De humanist Erasmus, die wel tegen verkettering en brandstapels is ziet een oorlog tegen de Turk wel zitten. En niet altijd om religieuze redenen. Erasmus schrijft dan wel in Dulce Bellum inexpertis (De oorlog is zoet voor wie hem niet kent): “Ik prefereer een oprechte Turk boven een schijnheilig christen”, maar ook : “De Turken, deze bende barbaren, beweren dat zij de ware godsdienst bezitten en spotten met de christenen die ze als afgoden dienaars bestempelen”. Twee citaten uit 1515. Een jaar later wordt Erasmus dan ook raadsheer aan het hof van Karel V, ondermeer over ‘Turkse Zaken” . In 1530, schrijft hij in zijn Consultatio de Bello Turcis inferendo (Over het verklaren van de Oorlog aan de Turken): “Het is toegestaan om de Turken te verdrijven”, want het is een inevitabilis necessitas, een onvermijdelijke noodzaak..” Om die oorlog goed te praten doet hij een beroep op de intussen heilig verklaarde Bernardus van Clairvaux en zijn militiae christi. De islam schildert hij af als een product van “Mohammed, een verderfelijk, misdadig individu. In Querela Pacis beklaagt hij er zich over dat oorlog in de menselijke natuur schijnt ingebakken, en oppert hij, als er dan toch aan oorlog niet viel te ontsnappen, waarom deze negatieve energie dan niet werd losgelaten op de Turken. “Als de menselijke natuur blijkbaar niet zonder oorlog kan, is het dan geen minder kwaad de Turken te bevechten in plaats van de vele onheilige oorlogen die christenen onderling voeren.” Zijn vriend Thomas More hield er analoge opvattingen op na. Hij vindt “the batayle by whyche we defende the crysten countries against the Turks” niet alleen verschoonbaar, maar aan te raden (A Dialogue Concerning Heresies) “
    Als het over internationale politiek ging waren die humanisten niet echt dwarsliggers.

    Beantwoorden
  • 7. H. Coopman  |  maart 16, 2012 om 12:36 pm

    Boon wist natuurlijk al wat er in de negentiende eeuw en zeker vanaf 1830 met Brussel gebeurd was. Het werd de verzamelplaats van de Franse contrarevolutionairen, die dan nog eens een tegennatuurlijk verbond met de katholieken sloten om zich (zeker ook om linguïstische redenen) van de Nederlanden af te scheuren… Werd het er eigenlijk ooit nog gezellig?
    Bestaat er overigens een verslag van de Val van Brussel?
    Wellicht kent iedereen hier het onbeschrijflijk knappe verslag van de Val van Antwerpen van Friedrich von Schiller (in zijn ‘Geschiedenis van de opstand der Nederlanden’)… Schiller zag toch de interne verdeeldheid en de zelfverrijking onder de Antwerpenaren als een belangrijke oorzaak voor die val…

    Beantwoorden
  • 8. Luc Pauwels  |  maart 17, 2012 om 9:02 pm

    Je zou er es een heel boek over moeten schrijven, Lucas. Een tweede geuzenboek.

    Ik herinner me uit Boons werk nog de ellenlange opsommingen van mensen uit Ninove, Aalst, Gent… die werden terechtgesteld door de Spaanse overheid.

    Kan nog een serieus Brussels lijstje bij komen blijkbaar.

    Enne… is Alva bij zijn geboorte ook toevallig niet in een pispot gedonderd, zoals Karel V? 😉

    Beantwoorden
  • 9. M Vdboss  |  maart 16, 2014 om 6:35 pm

    Schitterend stuk! Fascinerend verhaal.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.302 andere volgers


%d bloggers liken dit: