WAAR KOMT HET GELD VANDAAN EN WAT DOEN ‘ZE’ ERMEE?

juni 9, 2012 at 8:50 am 8 reacties

door Marc Coucke
 

Recent zijn twee interessante boeken gepubliceerd in Londen die handelen over het geldsysteem. ‘Where does money come from ?’ werd in september 2011 uitgegeven door The New Economics Foundation (www.neweconomics.org) en is het werk van vier auteurs (Josh Ryan-Collins, Tony Greenham, Richard Werner en Andrew Jackson). ‘Future Money’ is van de hand van James Robertson en werd op 19 april van dit jaar gepubliceerd door Green Books (www.greenbooks.co.uk). Dit laatste boek is gratis te downloaden via de website van de auteur (www.jamesrobertson.com).

 

Deze boeken zijn complementair. Het eerste boek analyseert op een bijna wetenschappelijke wijze en in zeer begrijpelijke taal het huidige Britse geldsysteem maar de inzichten die het verschaft zijn toepasselijk op het wereldwijde geldsysteem. Het telt slechts 133 bladzijden en is doorspekt met 243 precieze referenties. Het tweede boek is meer beschouwend en betogend van aard maar stelt de gang van zaken pertinent in vraag. De centrale boodschap van beide boeken is dezelfde. De commerciële banken hebben quasi een monopolie om geld uit het niets te creëren. Zij doen dit met winstbejag en kunnen dit bijna onbegrensd doen. Bovendien beslissen zij in grote mate aan wie zij dit nieuw gecreëerde geld toewijzen, wat grote gevolgen heeft voor onze samenleving.

 

Where does money come from ?’ begint met een citaat van J.K.Galbraith uit 1975 : ‘The process by which banks create money is so simple that the mind is repelled.’. Het is dan ook moeilijk te geloven : bijna al het (elektronisch) geld dat wij gebruiken komt niet van de regering of van een centrale bank maar ontstaat uit het niets op elk ogenblik dat een bank een lening toestaat aan een klant of voor eigen rekening iets aankoopt. De enige uitzondering op deze regel zijn de munten en de bankbiljetten, die in omloop gebracht worden door de Centrale Bank en ook de reserves die de commerciële banken moeten aanhouden bij de Centrale Bank. Ook voor de lezer, die geen leningen heeft uitstaan, geldt deze algemene regel. Het geld dat op zijn of haar bankrekening staat werd betaald door een werkgever, die geld geleend heeft bij de bank om de lonen te betalen, of door de Staat, die de leraarswedde of het pensioen betaalt en daarvoor ook leent bij de banken. Er zijn heel wat misvattingen over geld en het is noodzakelijk dat we een klaar inzicht hebben in het geldsysteem om het veiliger te maken en het ten dienste te stellen van de hele samenleving. Eén van de kleinere misvattingen is dat wij denken dat het geld dat op onze bankrekening staat onze eigendom is. Wettelijk behoort dit geld toe aan de bank die wel een verplichting op zich neemt om dat geld aan ons te betalen wanneer wij dit vragen.

 

De grootste misvatting is dat de banken geld ontlenen bij de burgers en de bedrijven (en daar een kleine intrest op betalen) om het dan tegen een hogere intrest uit te lenen aan burgers om een huis te financieren of aan bedrijven om te investeren. In werkelijkheid hebben de banken de deposito’s van de klanten niet nodig om leningen aan derden toe te staan. Wanneer een klant een lening krijgt van € 100.000 creëert de bank het geld gewoon uit het niets. Dit geld bestond vroeger niet en behoort niemand toe. Er wordt een schuld gecreëerd dat de naam krediet krijgt. Bij de ondertekening van de leningsovereenkomst komt er op de activazijde van de balans van de bank een regel bij die aangeeft dat de klant in de toekomst € 100.000 moet terugbetalen aan de bank met intrest. Tezelfdertijd komt er op de passivazijde van de balans van de bank ook een regel bij, namelijk dat er op de rekening van de klant nu € 100.000 is bijgeschreven. Hiermee is de balans van de bank in evenwicht en is het balanstotaal met € 100.000 gegroeid gewoon omdat de bank een lening heeft toegestaan. Bij het terugbetalen van de lening gebeurt het omgekeerde en worden de twee regels op de activa en passiva zijde van de balans van de bank gewoon geannuleerd. Hier valt op te merken dat de bank het geld creëert voor de lening maar niet voor de intrest die erop moet betaald worden. Het geld dat nodig is om de intrest te betalen moet ‘verdiend’ worden door de concurrentie aan te gaan met anderen en kan enkel gevonden worden indien iemand een nieuwe lening aangaat. Het feit dat er intrest moet betaald worden aan de banken op (bijna) al het geld in omloop is van die aard dat de hoeveelheid geld in omloop moet groeien en dat zorgt er op zijn beurt voor dat de economie moet groeien. In de structuur van het huidige geldsysteem zit de groei van de economie en de concurrentie met anderen dus ingebakken.

 

De hoeveelheid geld dat de banken kunnen in omloop brengen wordt bijna niet gecontroleerd door de overheid. Voor elke bank zijn er twee (zwakke) liquiditeitsbeperkingen. De bank moet bij de centrale bank genoeg reserves aanhouden om het interbank betalingsverkeer mogelijk te maken. Vóór de financiële crisis hielden de Britse banken £ 1,25 reserves aan bij de centrale bank voor elke £ 100 in omloop bij het publiek, wat neer komt op slechts 1,25%. Ten tweede moet elke bank genoeg cash (uitgegeven door de centrale bank) in voorraad hebben om aan de vraag van de klanten te kunnen voldoen. Er is ook een kapitaalsbeperking. Elke bank moet over genoeg eigen vermogen beschikken om wanbetalingen van klanten te kunnen opvangen. In het recente verleden is gebleken dat vele banken die kapitaalsbuffer niet hadden.

 

In werkelijkheid wordt de hoeveelheid geld dat de banken in omloop brengen bepaald door een afwegen van mogelijke winst versus het risico dat verbonden is met het uitlenen van geld. Banken streven naar maximalisatie van winst en minimalisatie van risico. Een eenvoudig voorbeeld is een bouwlening waarvan het risico op wanbetaling wordt ingedekt door een hypotheek en een schuldsaldoverzekering. Banken gaan dus graag lenen aan dit soort klanten. Ze verdienen er goed aan en ze lopen een minimaal risico. Wanneer jonge bedrijven komen aankloppen zijn ze minder gretig. Een jong bedrijf heeft gewoonlijk niet genoeg waarborgen om de risico’s te dekken. Dit soort leningen zijn echter maar peanuts voor de banken en staan slechts in voor 5% van al het geld dat in omloop is. De banken lenen vooral geld aan andere financiële partijen zoals hefboomfondsen of eigen filialen die ermee speculeren op de  financiële markten of de grondstoffenmarkten.  De grote winsten die met deze transacties kunnen geboekt worden maken hen dikwijls blind voor de risico’s die eraan verbonden zijn. Bovendien zorgt speculatie voor een inflatie van de prijzen van de goederen waarin gespeculeerd wordt, of het nu graan of olie of vastgoed is, en heel dikwijls wordt op die manier een zeepbel gecreëerd die vroeg of laat moet uiteenspatten.

 

De overheid controleert dus ook niet waarvoor het geld gebruikt wordt dat de banken creëren. Zij vragen zich dus niet af of het ten goede komt aan de maatschappij, of het leidt tot productieve investeringen, of het bijdraagt tot het BPP, enz. Het zijn de banken, die uit zijn op winstbejag, die hierover mogen beslissen.

 

De banken beschikken dus over veel macht en hebben een dubbel privilege. Zij hebben een quasi monopolie voor het creëren van geld uit het niets waarvoor ze wel intrest mogen vragen en zij mogen beslissen aan wie zij het geld toekennen. Het boek stelt op het einde dus terecht de vraag of er aan dit privilege geen verplichting moet gekoppeld worden die ervoor zorgt dat het geldsysteem functioneert in het belang van de hele samenleving.

 

 

Het tweede boek ‘Future Money’ sluit hierbij aan. Het stelt het huidige geldsysteem fundamenteel in vraag en betoogt dat de onuitgesproken bedoeling van ons geldsysteem tweevoudig is : 1. Transfer van rijkdom van arme en zwakke mensen en volkeren naar de rijken en machtigen dezer aarde. 2. Het systeem hullen in een waas van mythe en mysterie. James Robertson vergelijkt het juk van het huidig geldsysteem met het Europees kolonialisme in Afrika. Het geldsysteem domineert alles, het buit uit en is onrechtvaardig.

 

Het geldsysteem transfereert rijkdom van arm naar rijk omdat de banken beslissen aan wie en waarvoor ze geld toekennen en aan de rijken en de machtigen vragen ze een lagere prijs (intrest) dan aan de armen. Bovendien betalen wij allen dagelijks intrest zonder het te beseffen, zelfs wanneer wij geen leningen hebben uitstaan. Prof. Margrit Kennedy (www.margritkennedy.de) heeft berekend dat er in alles wat we kopen gemiddeld voor 50% financiële lasten zitten. De boeren die oogsten, de fabrieken die verpakken, de grootwarenhuizen die het aan de man brengen, hebben allen leningen uitstaan en de intresten die zij moeten betalen rekenen zij door in hun kostprijs.

 

Het huidig geldsysteem heeft een schijn van objectiviteit. Het slaagt erin een (geld)waarde te kleven op alles, van een brood tot een kunstwerk en een voetbalspeler. Alles wordt onderworpen aan de ‘wet’ van vraag en aanbod. Het laat ons toe te vergelijken en precieze berekeningen te maken. Het is zo concreet en overal ingeburgerd dat we het zijn gaan beschouwen als normaal. Het bepaalt ons leven. Het zet ons aan bepaalde dingen te doen eerder dan andere. Het zorgt ervoor dat wij aan een goed gesprek geen ‘waarde’ meer hechten. We vergeten hierbij al te gemakkelijk dat het geldsysteem niet neutraal is. Er zit een vooringenomenheid en onrechtvaardigheid ingebakken. Omdat het systeem de schijn van objectiviteit heeft stellen we ons geen ethische vragen meer bij de jaarwedden van voetballers of de bonussen van de CEO’s.

 

Vele intelligente mensen gaan ervan uit dat het geldsysteem te ingewikkeld is om te begrijpen. De professionelen van de financiële markten bevorderen graag dit groot mysterie met een speciaal jargon en ingewikkelde constructies en stellen zich helemaal geen vragen bij het opzet van het geldsysteem. Het komt hen goed uit het te bestendigen zoals het is. Te weinig mensen beseffen dat ons geldsysteem niet op een natuurwet gebaseerd is. Het is een menselijke uitvinding. In de dierenwereld bestaat geen geldsysteem. Mieren en bijen organiseren zich zonder geldsysteem. Wij, mensen, kunnen ons geldsysteem dan ook veranderen en wij moeten ons afvragen wat we ermee willen bereiken. We moeten drie politieke keuzes maken :

 

–       Beslissen wie geld mag in omloop brengen en aan wie dit geld wordt toegekend.

–       Beslissen wat er al dan niet moet belast worden om inkomsten te genereren voor de Staat.

–       Beslissen waaraan het geld van de Staat wordt uitgegeven.

 

Robertson pleit ervoor een geldsysteem te ontwerpen dat in de eerste plaats ten goede komt aan de hele samenleving en het overleven van de aarde veilig stelt. Hij zou de geldcreatie toevertrouwen aan de centrale bank, die het geld zonder intrest ter beschikking stelt van de regering, en zou verbieden dat de commerciële banken nog geld mogen creëren uit het niets. Hij zou de belastingen afschaffen op de inkomens van burgers en bedrijven, die een bijdrage leveren aan het algemeen welzijn, en hij zou belastingen heffen op al wie voor zijn eigen belang beslag legt op gemeengoed (lucht, water, bossen, ruimte, enz.).

De taak van de centrale bank zou erin bestaan toe te zien hoeveel geld de maatschappij en de economie nodig heeft om te functioneren. Dit geld wordt ter beschikking gesteld van de regering, die het in omloop brengt via zijn bestedingen in infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg, enz. Strikte democratische controle is noodzakelijk want het risico is niet denkbeeldig dat een ‘verlichte’ regeringsleider zijn problemen oplost of zijn aanhangers beloont door extra geld te laten drukken. Het grote voordeel zou zijn dat de Staat niet langer intrest moet betalen en dat het gewone leven voor de burger goedkoper zou worden omdat er veel minder intrest moet betaald worden. De rol van de commerciële banken wordt beperkt tot financiële dienstverlening in het betalingsverkeer. Zoals andere bedrijven zouden banken moeten betalen voor hun grondstof. Geld zou voor hen niet langer ‘gratis’ zijn.

 

Robertson is er zich van bewust dat zijn voorstellen een ‘paradigm shift’ inhouden, een totaal andere manier van denken en handelen, die op veel weerstand zal botsen van de gevestigde machten maar hij spoort ons wel aan na te denken over ‘a brave new world’.

 

‘Where does money come from ?’ ISBN 978-1-908506-07-8, 150p., £ 14,99

‘Future money’ ISBN 978-1-900322-98-0, 192 p., £ 14,95

Entry filed under: boeken, Ekonomie, godsdienst, oorlog, wetenschap. Tags: , , .

KANNIBALISME ALS BESCHAVINGSMIDDEL HET SYRIË VAN AFRIKA

8 reacties Add your own

  • 1. Adrien Verlee  |  juni 9, 2012 om 9:04 pm

    Schuw van Marx, of het warm water uitvinden?
    Mijn idee is, dat al meer dan honderd jaar dit zwart op wit staat. Lees maar wat Marx schreef over krediet in het 3e boek van “Het Kapitaal”; in het Duits of Engels te lezen (MIA). In primeur staat er nu ook een vroeg werk “Beschouwing over Geld” van Marx. Link:
    http://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1851/1851beschouwing.htm

    De nu vergeten Ernest Mandel, onze ‘eigenste’ Ernest, schreef trouwens al ergens rond 1983 wat we nu hebben. Zie het 12e hoofdstuk van “De Crisis”, in het Nederlandstalige MIA.

    Interessant is ook de lezing van David Harvey, de 3e lezing over Kapitaal 1, waar we auditief kunnen volgen over het geld als een dodelijk spook.
    http://davidharvey.org/reading-capital/
    (Lezing 1 is in het Nederlands te volgen, lezing 2 moet nagelezen worden en lezing 3 is in bewerking)

    Het warm water uitvinden is misschien toch niet zo boeiend.

    Beantwoorden
    • 2. Elias  |  juli 8, 2012 om 12:23 am

      Hallo Adrien. Bedankt voor de link naar Harvey, heel interessant! Het is wel heel moeilijke materie, dus mij verwondert het niet dat het warm water terug moet worden uitgevonden. Ik heb enkel vage noties van de opvattingen van Marx over geld (ben begonnen in Het Kapitaal en wil graag verder lezen, maar het komt er voorlopig niet van). Maar ik stelde me dezelfde vraag als ook Harvey stelt: heeft Marx rekening gehouden met het loskoppellen van geld van een fysieke drager (goudstandaard). Uit wat ik toe nu toe gelezen heb, begrijp ik dat voor Marx geld niet meer is dat een waar dat door omstandigheden “algemeen equivalent” is geworden (H1 3.c.3). En dat het noodzakelijk daaraan gekoppeld moet zijn. Ook in het “beschouwing over Geld” lees ik eenzelfde overtuiging. Maar aan de andere kant zie ook dat Marx bezig is geweest met geldcreatie. Er is voor mij nog veel te ontdekken. Maar in essentie is mijn vraag: in welk opzicht is de huidige crisis gelijk aan of verschillend van eerdere crississen. Zorgt de immense omvang van de schuldenberg niet voor een kwalitatief verschil?

      Beantwoorden
      • 3. Adrien Verlee  |  juli 9, 2012 om 10:31 am

        “in welk opzicht is de huidige crisis gelijk aan of verschillend van eerdere crisissen. Zorgt de immense omvang van de schuldenberg niet voor een kwalitatief verschil?”

        De wetmatigheden van de kapitalistische productiewijze houden stand, de uitwerking – het effect – is anders. Dat is is mijn mening.

        Het is een probleem van schaalvergroting. Met de metafoor van een schip: een vissersboot en een olietanker kunnen beide vergaan, maar door de schaal van de olietanker, heb je een andere situatie. De inhoud blijft, de vorm wijzigt.

        Als nu de kapitalistische productiewijze door de (gewijzigde) vorm inhoudelijk evolueert naar een ander type productiewijze, hebben we per definitie dat “kwalitatieve verschil” van u. Maar momenteel is dit voor mij niet het geval.

        De arbeidswaarde(leer), hoeksteen van Marx’ denken is nog geldig. Zelfs met en in het loskoppelen van het geld aan de goudstandaard.
        De ratingbureau’s hebben deze functie overgenomen.
        Als ik de onbeleefdheid mag hebben te wijzen op een eigen schrijven:
        http://www.adrien-verlee.be

        En wat wat lezen we van topbankier Ackermann:
        “What we need to think about are our global customers and shareholders. Politicians have to think first and foremost about their voters in their constituency. That is the clear difference between political and economic thinking,”
        Bron: http://euobserver.com/1025/116770
        Met een boutade: “Een industrieel zal nooit auto’s verkopen voor zilverpapier, en de bankier zal nooit een industrieel financieren die dit doen zou.” Trouwens die industrieel zal altijd de arbeidskracht zo goedkoop mogelijk aankopen en/of aanwenden.

        Daarom zijn verklaringen van wat nu plaatsgrijpt in de financiële wereld, gestoeld op morele categorieën zo tergend. Het heeft maar zijdelings met moraal te maken, de kern is systemisch, uit de kapitalistische productiewijze. Al die theorieën om terug te gaan naar de goudstandaard en oppervlakkige analyses van “Fractional reserve banking”, zetten mensen op het verkeerde been.

        Met die “boze bankier” achter tralies te zetten verander je het systeem niet, tenzij – indien men zou gelukken in het teruggaan naar de goudstandaard en die oude opvattingen over geld – een terugkeer naar een (ver)oude(rde) productievorm.

        Het kan ook goed zijn om Mandels “Het Laatkapitalisme” te lezen, ook te vinden bij MIA-Nederlands. Daar heeft Mandel het over de vervlechting van de enorm ontwikkelde productiekrachten met de Staat en de ideologie.

      • 4. tomasronse  |  juli 10, 2012 om 6:45 am

        Sta me toe om wat reclame te maken voor Marx’ Grundrisse omdat dit werk zijn meest systematische analyse van het fenomeen geld bevat. De vraag of de huidige crisis kwalitatief en niet enkel kwantitatief verschilt van vorige, zou ik bevestigend beantwoorden. Dit is niet de zoveelste cyclische neergang die de weg bereidt voor een nieuwe heropleving maar de crisis van een maatschappijvorm die anachronistisch is geworden en een bedreiging voor de mensheid, maar weigert om dat te beseffen. De omvang van de schuldenberg is eerder een gevolg dan de grondoorzaak. Het onderwerp is complex, te complex om in deze korte reactie te behandelen. Een volgens mij verhelderende Marxistische analyse van de huidige crisis kan u hier lezen: http://internationalist-perspective.org/IP/ip-discussions/crisis_of_value.htm

  • 5. tomasronse  |  juni 11, 2012 om 6:50 am

    Marc Coucke schrijft: “Te weinig mensen beseffen dat ons geldsysteem niet op een natuurwet gebaseerd is. Het is een menselijke uitvinding. In de dierenwereld bestaat geen geldsysteem. Mieren en bijen organiseren zich zonder geldsysteem.” Hij had eraan kunnen toevoegen: Mensen deden dat ook, althans voor ruim 90% van hun bestaan. Geld is inderdaad een menselijke uitvinding, en bovendien een van een relatief recente datum. Geld, en het meten van alle menselijke activiteiten in geld, ontstond in welbepaalde historische omstandigheden die intussen grondig veranderd zijn. Er is geen natuurwet die bepaalt dat geld en de maatschappijvorm die het deed ontstaan, het kapitalisme, eeuwig zullen blijven bestaan. De conclusie zou dus radicaler moeten zijn dan wat Coucke voorstelt: “Wij, mensen, kunnen ons geldsysteem dan ook veranderen”.
    Nee, dat kunnen we niet. Het is utopisch om dat te denken. “Een geldsysteem ontwerpen dat in de eerste plaats ten goede komt aan de hele samenleving en het overleven van de aarde veilig stelt”, zoals Robertson voorstelt, is niet mogelijk omdat de markt zo’n beleid meteen zou afstraffen. Kapitaalvlucht en kredietinkrimping zouden het gevolg zijn. De krisis dwingt alle landen om hun concurrentiepositie te verdedigen door loonkosten en sociale uitgaven te verlagen. Was het maar zo simpel dat een land kon beslissen om voortaan alleen geld uit te geven voor sociaal nuttige doeleinden! Wat Robertson en Coucke niet lijken te begrijpen is dat geld, markt, winststreven en accumulatie van bezit een coherent geheel vormen. Je kunt niet zomaar een aspect ervan isoleren en zeggen, we gaan dat hervormen. Het geheel moet in vraag gesteld worden. Maar het zou onrealistisch zijn om te verwachten dat economen en andere academici in staat zouden zijn om dat te doen. Het in vraag stellen zal van onder op gebeuren, naarmate de dynamiek van de krisis van dat geheel het voor steeds meer mensen steeds moeilijker maakt om te overleven.

    Beantwoorden
  • 6. Openbare Bank » Deze week ook in het nieuws  |  juni 15, 2012 om 9:28 am

    […] 09 06 – Salon van Sisyphus – WAAR KOMT HET GELD VANDAAN EN WAT DOEN ‘ZE’ ERMEE? […]

    Beantwoorden
  • 7. Banque Publique » Aussi dans la presse cette semaine  |  juni 15, 2012 om 9:31 am

    […] 09 06 – Salon van Sisyphus – WAAR KOMT HET GELD VANDAAN EN WAT DOEN ‘ZE’ ERMEE? […]

    Beantwoorden
  • 8. HET FALEN VAN FACEBOOK « Salon van Sisyphus  |  juni 25, 2012 om 5:31 am

    […] zijn claims op de winst van vandaag en morgen. We betalen die claims elke dag. Zoals Marc Coucke hier onlangs schreef: “Bovendien betalen wij allen dagelijks intrest zonder het te beseffen, zelfs […]

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.288 andere volgers


%d bloggers liken dit: