NO RUST ON RUSHDIE’S WIT

september 28, 2012 at 12:51 pm 3 reacties

door Jef Coeck

Quoting Bill Keller in an OP-ED Column in The New York Times:

THE alchemy of modern media works with amazing speed. Start with a cheesy anti-Muslim video that resembles a bad trailer for a Sacha Baron Cohen comedy. It becomes YouTube fuel for protest across the Islamic world and a pretext for killing American diplomats. That angry spasm begets an inflammatory Newsweek cover, “MUSLIM RAGE,” which in turn inspires a Twitter hashtag that reduces the whole episode to a running joke:

“There’s no prayer room in this nightclub. #MuslimRage.”

It’s far from over. It moves temporarily off-screen, and then it is back: the Pakistani retailer accused last week of “blasphemy” because he refused to close his shops during a protest against the video; France locking down diplomatic outposts in about 20 countries because a Paris satirical newspaper has published new caricatures of the prophet.

It’s not really over for Salman Rushdie, whose new memoir recounts a decade under a clerical death sentence for the publication of his novel “The Satanic Verses.” That fatwa, if not precisely the starting point in our modern confrontation with Islamic extremism, was a major landmark. The fatwa was dropped in 1998 and Rushdie is out of hiding, but he is still careful. His book tour for “Joseph Anton” (entitled for the pseudonym he used in his clandestine life) won’t be taking him to Islamabad or Cairo. (…)

“Terrible ideas, reprehensible ideas, do not disappear if you ban them,” Rushdie told me. “They go underground. They acquire a kind of glamour of taboo. In the harsh light of day, they are out there and, like vampires, they die in the sunlight.”

And so he would have liked a more robust White House defense of the rights that made the noxious video possible.

“It’s not for the American government to regret what American citizens do. They should just say, ‘This is not our affair and the [violent] response is completely inappropriate.’ ”

(http://www.nytimes.com/2012/09/24/opinion/keller-the-satanic-video.html?nl=todaysheadlines&emc=edit_th_20120924&moc.semityn.www)

DUBBELLEVEN IS GEEN LEVEN

De Britse schrijver Salman Rushdie (India, 1947) is veel geprezen en veel verguisd. Hij brak door met ‘Midnight’s Children’ (1981), dat niet enkel de Booker Prizer maar ook nog ’s de Booker of Bookers Prize kreeg toebedeeld.
Voor zijn ‘Satanic Verses’ (1988) kreeg hij heel iets anders: een fatwa, zeg maar een doodvonnis, van de toenmalige Sjiitische leider Khomeini. Dat het serieus was bleek toen in Londen een man omkwam bij het ineenknutselen van een bom – die kennelijk bestemd was om Rushdie te doden. Later zouden ook nog twee van zijn vertalers en zijn Noorse uitgever met de dood bedreigd worden.

Rushdie moest onderduiken en kreeg fulltime bescherming van de Britse politie. Operation Malachite behelsde twee lijfwachten, twee chauffeurs, twee auto’s en veel wisselende adressen. Plus de daarbij horende paranoïa, die welhaast onvermijdelijk is als iemands leven brutaal van de gemeenschap wordt afgesneden. De ban heeft tien jaar geduurd.

Over die periode heeft Rushdie nu zijn memoires gepubliceerd. Het boek heet ‘Joseph Anton’, naar de schuilnaam die hij in zijn onderduikperiode moest dragen. Twee van zijn geliefde schrijvers heeft hij voornaamsgewijs samengevoegd: Joseph Conrad en Anton Tsjechov.
Het boek is in de derde persoon (hij) geschreven, niet uit valse schroom of bangheid, maar omdat ‘hij’ (Rushdie) op die manier meer afstand van zichzelf kon nemen kortom meer objectiviteit opbrengen.

Het is een kanjer van 700 pagina’s geworden maar het verveelt zelden of nooit. Rushdie blijft een vaardig stilist. Hij doet niet flauw over zijn vele mislukte relaties met vrouwen en zijn eigen schuldig aandeel daarin. Occasioneel ontmaskert hij zichzelf als een bangerd en een lafaard – die zich in de keuken verbergt als hij geruchten in huis hoort. Andere keren krijgen zijn kritici ervan langs: de stupiede islam-bekeerling zanger Cat Stevens, de enge man met wurgershanden schrijver Roald Dahl, zijn Indiase collega schrijfster en Bookerwinnares Arundathi Roy, journalisten en advocaten. Soms heeft het meer weg van roddel dan van literatuur. Maar bovenal, Rushdie heeft zijn gevoel voor humor en zelfspot niet verloren.

Getuige het hiernavolgende fragment, waarin de ongelukkige auteur vertelt hoe hij voor het eeerst – in drie jaar – zijn Britse schuilhol mag verlaten om een lezing te gaan geven in New York.

BEEN DOWN SO LONG IT LOOKS LIKE UP TO ME

Uit: *Salman Rushdie, Joseph Anton, Een memoir, Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Atlas Contact, 2012, 24,95 euro

‘Hij zou de oceaan oversteken op een vlucht van de Royal Air Force naar Dulles International Airport in Washington. Een privévliegtuig, van de directeur van Time Warner werd hem verteld, zou beschikbaar zijn voor zijn reis naar New York en terug. In New York zou hij worden opgevangen door een veiligheidsteam van de NYPD. Naarmate de datum van zijn vertrek naderde, veranderden die plannen ergerlijk. Het privévliegtuig van Washington naar Manhattan veranderde in een auto, toen in een helikopter en werd toen weer een vliegtuig. Andrew had een diner georganiseerd waar hij invloedrijke New Yorkers zou ontmoeten, en een ‘kunstenlunch’ met, misschien, Alan Ginsburg, Martin Scorcese, Bob Dylan, Madonna en Robert De Nero. Het klonk te mooi om waar te zijn, en dat was het ook. Hij kreeg te horen dat hij zijn hotel niet mocht verlaten, behalve om op Columbia University te spreken. Hij mocht niet aanzitten bij het diner in de Low Library, maar zou alleen daarnaartoe gaan om zijn speech te houden en dan onmiddellijk te vertrekken. Hij zou diezelfde avond terugvliegen naar Washington en de vlucht van de RAF terug naar Engeland nemen. Amerikaanse ambassades over de hele wereld waren in verhoogde staat van paraatheid en hadden extra veiligheidsmaatregelen genomen, voor het geval er islamitische represailles tegen Amerika kwamen omdat ze hem in hun land toelieten. Iedereen die hij of Andrew sprak was bloednerveus – de RAF, het Britse ministerie van Defensie, de Amerikaanse ambassade, het Amerikaanse ministerie van Defensie, het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken, de NYPD. Hij zei door de telefoon tegen Larry Robinson: ‘Het is makkelijker om in de Hof van Eden te komen dan in de Verenigde Staten. Om het paradijs te betreden hoef je alleen maar goed te zijn.’
Naarmate de datum naderde, schoven de Verenigde Staten het vertrekuur steeds verder op. Uiteindelijk, op dinsdag 10 december, de Internationale Dag van de Mensenrechten en de dag voor zijn reden op Columbia, ging hij aan boord van het RAF-toestel en verliet, met zijn rug in de vliegrichting, voor het eerst in drie jaar de Britse bodem.

Hij werd op de tarmac van Teterboro Airport in New Jersey opgevangen door een colonne van negen auto’s omringd door motoren. De middelste auto was een gepantserde witte verlengde limo. Dat was zijn auto. Aan de leiding van het enorme aantal agenten van de NYPD stond inspecteur Bob Kennedy, die die dag naar de naam Hudsoncommandant luisterde. Inspecteur Bob stelde zich voor en legde het ‘scenario’ uit, zichzelf vaak onderbrekend om in zijn mouw te praten. Roger Hudson Lookout this is Hudson Commander over. Roger that. Over and out.
Agenten praten tegenwoordig zoals ze agenten op tv hadden zien praten. Inspecteur Bob, dat was duidelijk, dacht dat hij in een belangrijke film speelde. ‘We zullen u met dit voertuig door de stad naar het hotel brengen’, zei hij geheel overbodig toen de colonne in beweging kwam.
‘Inspecteur Bob’, zei hij, ‘dit is wel heel veel. De negen voertuigen, de motoren, de sirenes, de zwaailichten, al die agenten. Zou het niet veiliger zijn om me in een tweedehands Buick door achterafstraatjes te brengen?’
Inspecteur Bob keek hem aan met de meewarige blik die mensen reserveren voor chronische stomkoppen of gekken. ‘Nee meneer, dat zou het niet’, antwoordde hij.
‘Voor wie nog meer zouden jullie iets op deze schaal doen, inspecteur Bob?’
‘Sir, dit is wat we voor Arafat zouden doen.’ Het was nogal een schok om te worden gelijkgesteld aan de leider van de PLO.
‘Inspecteur Bob, als ik president was, hoeveel meer zouden jullie dan doen?’
‘Sir, als u de president van de Verenigde Staten was, zouden we een heel stel zijstraten afsluiten en scherpschutters op de daken langs de route zetten, maar in uw geval dachten we niet dat het nodig was, omdat het teveel zou opvallen.’
De onopvallende colonne van negen auto’s reed met loeiende sirenes en zwaailichten naar Manhattan, zonder enige aandacht te trekken.

http://www.amazon.com/dp/0812992784

Columbia University, New York

Entry filed under: Azie, boeken, godsdienst, Media, oorlog, Samenleving. Tags: , , , , , .

DE AUTO-DESTRUCTIE VAN MITT ROMNEY CIA: SOME SECRETS UNFOLD (deel 5/sluipwapens)

3 reacties Add your own

  • 1. Tom Ronse  |  september 30, 2012 om 5:06 am

    Als dit een echt citaat is uit de Nederlandse vertaling, foei! Het wemelt van de kromme zinnen, zetfouten en verkeerd gespelde namen. Alsof niemand de moeite heeft genomen om het te herlezen. Als dit zo verschijnt, dan geeft de uitgeverij Atlas blijk van misprijzen, zowel voor de auteur als voor de lezers.

    Beantwoorden
  • 2. trijn  |  september 30, 2012 om 9:28 am

    Het leest lekker en dat is toch de bedoeling.

    Beantwoorden
    • 3. peter  |  oktober 5, 2012 om 9:06 am

      Niet alleen leest het lekker weg, ik zoek ook tevergeefs naar het foutengewemel van Tom Ronse.

      Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: