MIJN AMERIKA

december 1, 2012 at 11:43 am Plaats een reactie

Amerika is van iedereen, maar duizenden Vlamingen en Nederlanders hebben een speciale band met het land: omdat ze er werken en wonen/gewoond hebben, omdat ze weg zijn van de Amerikaanse Way of Life – het optimisme, de zelfredzaamheid, de openheid van de Amerikanen, omdat ze dol zijn op de Amerikaanse film en om nog honderden redenen méér. Een aantal van hen beschrijven hun band met Amerika in een reeks opstellen, gebundeld onder de titel hierboven en samengesteld door Jo Detavernier. Het zijn niet de minsten: oude vertrouwden zoals mijn vriend Tom Ronse en ex-collega bij de openbare omroep Bert De Vroey, de onvermijdbare Rik Torfs, filmmaker Jan Verheyen en homo universalis, ex- premier, ex-minister van Buitenlandse Zaken en veelschrijver Mark Eyskens. De opsomming is niet volledig en dan zijn er nog een reeks min of meer bekende Nederlanders: correspondente Helène Schilders, “Amerika-experts” Hans Veldeman en Frans Verhagen – ook hier is de lijst niet volledig.

Het moest, aldus de inleider, “een uitgesproken positieve bundel” worden “waarin het beste van de Verenigde Staten aan bod komt.” De lezer weze dus gewaarschuwd: wie een kritische kijk op de wereldmacht verwacht moet een ander boek kopen. De keuze is in dit verkiezingsjaar overweldigend. Dat wil niet zeggen dat in “Mijn Amerika” elke kritische noot ontbreekt. Zo beschrijft Rik Vanwalleghem op onderhoudende manier hoe hij “zijn Amerika” heeft zien veranderen van zijn El Dorado – in alles de tegenpool van zijn Westvlaamse geslotenheid en bescheidenheid – tot een land waar sinds 9/11 de paranoia om elke hoek loert. Ook Tom Ronse besluit het verhaal van zijn haat-liefdeverhouding met het land en New York met de vaststelling dat de veiligheidsmanie ertoe heeft geleid dat de NYPD – de New Yorkse politie – zich in de “minder begoede wijken, waar de armoede weer toeneemt, (..) als een bezettingsleger gedraagt.” De historicus Walter Prevenier tenslotte wijst op de hypocrisie van de talloze kerken die grossieren in “ideologische hardship (sic) en religieus puritanisme” en het “fake puritanisme van vele Amerikaanse politici en bijbelfanatici.”

hagee

Pastor John Hagee Warns America About Obama Re-election

In “Mijn Amerika” vind je geen nieuwe inzichten, geen analyse van de politieke en economische realiteit van vandaag. Niet dat er uit deze verzameling opstellen niets over Amerika – en de auteurs – te leren zou zijn. De bijdrage van Bert De Vroey over het – niet bestaande – hoofddoekendebat en over hoe Amerika met taaldiversiteit omgaat zou verplichte lectuur moeten zijn voor de nationalisten onder ons – ik denk aan de Gravensteengroep. Johan Van Overtveldt, de voormalige hoofdredacteur van Knack, wordt her en der in onze media opgevoerd als objectieve economische expert. Hier komt hij uit de kast als een onversneden aanhanger van Milton Friedman en diens marktfundamentalisme dat als economische doctrine omarmd werd door de Pinochetdictatuur in Chili en later zoveel onheil zou aanrichten in miljoenen Amerikaanse gezinnen.

In welhaast lyrische bewoordingen analyseert Jo Detavernier de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, inderdaad een revolutionaire en visionaire tekst. Maar hoewel Detavernier terloops vermeldt dat het “all men are created equal” alleen gold voor mensen met een blanke huid, gaat hij voor de rest volkomen voorbij aan het feit dat de geestelijke vader van die begeesterende tekst een slavenhouder was die op zijn minst vier kinderen verwekte bij één van zijn slavinnen en die als president een embargo afkondigde tegen Haïti, het eerste land waar slaven zichzelf hadden bevrijd. rough_finalLife Liberty and the pursuit of Happiness: het moet voor  duizenden land- en tijdgenoten van Jefferson – zwarten en halfvrije (indentured) blanken – als een bittere grap hebben geklonken. Het argument dat in de 18e eeuw slavernij onomstreden was snijdt geen hout. Het volstaat bijvoorbeeld “Rough Crossings” van Simon Shama te lezen om te beseffen hoe hevig het debat over slavernij ten tijde van de Amerikaanse Revolutie woedde. Jefferson stond – in de praktijk zo niet ideologisch – aan de verkeerde kant.

Over slavernij en etnische zuivering – de twee erfzonden van Amerika – in dit boek overigens nauwelijks een woord. Mark Eyskens schrijft: “slavernij brak de Amerikanen zuur op, want toen president Lincoln besloot die te verbieden, brak een secessieoorlog uit tussen Noord en Zuid die een paar honderdduizenden mensen het leven kostte maar uiteindelijk leidde tot een versterkt en meer humanistisch land, dat geleidelijk aan de rassendiscriminatie zou wegwerken.” Dat is om meer dan één reden historische onzin.

Lincoln had een dubbelzinnige houding ten opzichte van de slavernij en schafte die met de Emancipation Declaration pas af in 1863, twee jaar ná het begin van de burgeroorlog. Hij deed dat niet zozeer uit morele dan wel politiek-strategische overwegingen.

civil war

“Een paar honderdduizenden” doden waren er  in werkelijkheid volgens recente tellingen ten minste 750000 (op een bevolking van 31 miljoen), méér dan in de twee wereldoorlogen en Vietnam samen.

Voorts heeft het nog méér dan honderd jaar gekost om de “rassendiscriminatie geleidelijk” weg te werken en ook vandaag is het werk niet af ook al heeft een man van Afrikaanse afkomst het Witte Huis veroverd. De Senaat bijvoorbeeld is nog steeds een exclusief blank bolwerk.

Ook over de toenemende armoede in het land van de hoop word je na de lectuur van  “Mijn Amerika” nauwelijks wijzer. In een kromme zin – niet de enige – wijst  Mark Eyskens erop dat een “structurele aanpak van dit probleem in de Verenigde Staten weinig politiek succes heeft.”  Dat moet het understatement van de eeuw zijn. In de voorbije verkiezingscampagne sprak geen van beide kandidaten het woord “armoede” nog maar uit en de vertegenwoordiger van de zakenbelangen, Mitt Romney, zei zelfs uitdrukkelijk dat de “armen hem niet interesseren.” Het was interessant geweest te lezen hoe integendeel de politiek van Reagan over  Bush I en II  tot Clinton en  Obama de armoede in het land heeft georganiseerd: oorlog tegen de armen – niet tegen de armoede.

Een boek met bijdragen van een paar dozijn auteurs kan niet anders dan ongelijk van kwaliteit zijn. Ook stilistisch is het een grabbelton. Wat doe je met een stuk dat begint met: “Als documentairemaker was het de fictie die ….” Dan heb ik een onbedwingbare aandrang om de rest van het verhaal maar aan de vergetelheid prijs te geven. Het leven is te kort om slecht geschreven stukken te lezen. Maar meestal lezen de bijdragen in “Mijn Amerika” lekker weg. Ideaal als tussendoortje bij de tsunami aan Amerikaboeken die deze herfst op ons af is gekomen.

Johan Depoortere

Mijn Amerika

Jo Detavernier (red.)

208 blz

2012 Pelckmans Kalmthout

Entry filed under: boeken, Ekonomie, godsdienst, VS. Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , .

KUIFJE IN KOERDISTAN (3) GRENADA DERTIG JAAR LATER

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: