“KURT VONNEGUT KON NIET SCHRIJVEN”

december 13, 2012 at 8:43 am 2 reacties

kurt

Tom Ronse

Heel soms krijg je als journalist een droomopdracht. Zoals het interviewen van iemand die je al jaren bewondert. Voor mij waren dat mensen als Leonard Cohen en Kurt Vonnegut. Dat ik voor deze laatste een boontje heb is u misschien al opgevallen (zie categorie Vonnegut hiernaast). Dat ik hem kon interviewen was een buitenkans want hij was oud en gaf nog zelden interviews. Met mij wou hij wel praten, wellicht dank zij het feit dat mijn opdrachtgever een Nederlands blad van goede faam was (De Groene Amsterdammer). Want hij wou me ook wat vragen: dachten ze in Nederland nog altijd dat hij in “Slachthuis Vijf”, zijn beroemdste werk, een Nederlandse schrijver geplagieerd had? Ik viel uit de lucht maar raadde (terecht, zo bleek later) dat het over “Het Stenen Bruidsbed” van Harry Mulisch moest gaan. In beide boeken speelt het bombardement van Dresden een centrale rol. Mulischs boek verscheen 10 jaar voor “Slachthuis Vijf”. Ik zei hem dat ik beide boeken gelezen had en dat volgens mij enkel een idioot kon denken dat het ene boek door het andere geinspireerd was. Dat het geen toeval was dat zo’n ingrijpende gebeurtenis meer dan een boek deed ontstaan. Dat wellicht een of andere domme Hollander een goal had willen scoren voor Oranje.

Dresden

Dresden

Mulisch schreef zijn boek onder de indruk van een bezoek aan de nog steeds totaal verwoeste stad enkele jaren na de oorlog. Maar Vonnegut was zelf in Dresden toen de stad, een van de mooiste van de wereld, in een puinhoop werd veranderd. Een nodeloze, wreedaardige apocalyptische genocide, terrorisme van het zuiverste water. Er zijn gelijkaardige scenes in beide boeken. Het mitrailleren door geallieerde vliegtuigen van burgers die voor de vlammen naar de rivier vluchtten. Mulisch had het gehoord, Vonnegut had het gezien. De volgende dag moesten hij en andere krijgsgevangenen de lijken uit de kelders halen en op hopen leggen die verbrand werden, terwijl overlevenden hen verwensten en bekogelden, alsof zij de vliegtuigen hadden gestuurd. Dat weten we niet alleen uit Vonneguts boek maar ook uit brieven die hij schreef lang voor Mulisch naar Dresden ging en uit de getuigenissen van zijn ‘war buddy’, Bernard O’Hare. Bernie was samen met Vonnegut gevangen genomen tijdens ‘the battle of the bulge’ in de Ardennen en ze bleven samen tot het einde van de oorlog.  “Slachthuis Vijf” was een moeilijke bevalling. Het was een poging om wat hij had meegemaakt te verwerken en dat vroeg tijd. En vele gesprekken met Bernie over wat ze gezien hadden. Samen gingen ze terug naar Dresden. Vonnegut droeg “Slachthuis Vijf” op aan Bernie’s vrouw, Mary. En hij gaf zijn vriends naam, Bernard O’Hare, aan een van zijn personages in een andere roman, “Mother Night”, die ook over de oorlog gaat. Ook in andere boeken liet hij ‘Bernard O’Hare’ optreden.

Over het interview nog dit: nadat de plagiaatkwestie opzij was gezet, kwam Vonnegut los. Het was een boeiend gesprek dat twee uren duurde; ik denk dat het een van mijn betere interviews was. Ik dacht eraan terug toen ik onlangs een stuk las met de provocerende titel: “Kurt Vonnegut Didn’t Know Doodly-Squat About Writing”.

De inleider identificeerde zich as Meghan O’Hare, de dochter van Vonneguts war buddy Bernie. Ze vertelde dat haar vader haar gebeld had dat Kurt gevallen was en dat het er niet goed uitzag. Omdat hij zo verward en angstig klonk, haastte ze zich naar hem toe. Hij liet haar binnen maar trok zich meteen terug in zijn studio. Drie dagen en nachten sloot hij zich daar op, zonder te slapen, whiskey drinkend en pratend in een bandopnemer. Alleen als ze elkaar tegenkwamen in de keuken of op weg naar de badkamer kon ze hem kort spreken. Hij obsedeerde over Vonnegut. Tijdens hun laatste gesprek was er blijkbaar iets gezegd dat hem zwaar op de maag lag. “His body is manufacturing bad chemicals that unbalance his mind”, zei hij, wat Meghan herkende als een citaat uit Vonneguts “Breakfast for champions”.  Het gekke was dat zijn lichaam zelf ‘bad chemicals’ aanmaakte, een tumor kweekte die zijn geest uit balans bracht. Maar dat wist hij toen nog niet.

Toen hij na drie dagen uit zijn studio kwam, gaf hij Meghan een band waarop hij een tekst had ingesproken, een kritiek op Vonnegut. Ze moest hem beloven dat ze er niet naar zou luisteren voor haar vader stierf maar dat ze het daarna wel zou publiceren. Toen ze na zij dood –enkele dagen na die van Vonnegut- naar zijn betoog luisterde, kreeg ze daar spijt van. Ze vond dat haar vader zo bitter, hard en agressief klonk terwijl hij in feite een heel lieve man was. Hij hield zielsveel van zijn beste vriend Kurt maar was kwaad op hem omdat hij ging sterven. Droefheid en eenzaamheid zijn in dat betoog aan het woord, vond Meghan, niet mijn echte vader. Zo wou ze hem liever niet tonen. Maar ze had het nu eenmaal beloofd.

Ik begreep haar ambivalentie. We kennen allemaal wel mensen, soms geliefden, wiens lichaam door ouderdom en ziekte “bad chemicals” aanmaken die hen verward of agressief maken, hun realiteitszin en relativeringsvermogen ondermijnen. Voeg daar in Bernards geval nog slapeloze nachten en liters whiskey aan toe en je begrijpt dat ik verwachtte dat zijn essay een hoge dosis incoherentie en irrationeel gezwam zou bevatten.

In plaats daarvan is het stuk, met de hierboven geciteerde titel, een coherente en luciede kritische analyse van Vonnegut, als schrijver en als mens. Het legt de contradicties in zijn persoon bloot, het schudt zijn trukendoos leeg. Maar terwijl het de goochelaar voor schut zet, zwaait het hem lof toe door hem te imiteren. Het balanceert tussen hommage en pastiche. Het lijkt een kritiek maar voor de goede verstaander is het net het omgekeerde. De auteur hield van Vonnegut, de man en de schrijver, hoe fel hij ook op hem foetert.

Maar ik vroeg me toch af waarom een man die met de dood voor ogen aan zijn beste vriend denkt, zoveel aandacht zou besteden aan diens literaire verdienste of gebrek daaraan. Aangezien het stuk “reblogged” was, ging ik op zoek naar de oorspronkelijke publicatie. De bron bleek een literaire website (zie link onderaan).   Daar was het stuk voorzien van een inleiding waarin duidelijk werd gemaakt dat de hele tekst fictie was, geschreven door Vonnegut-bewonderaarster Marsha Koretzky. En inderdaad, uit wat gegoogel bleek dat Bernard O’Hare geen dochter had die Meghan heette en 17 jaar eerder dan zijn vriend overleed (Vonnegut was op de begrafenis).

kurt Vonn

Dat heet dan “metafictie”. Je schaakt bestaande figuren en brokken bekende realiteit, je schaakt zelfs literaire stijlen en cliché’s, en soms ook jezelf, en photoshopt dat allemaal in je verhaal. In Marsha’s verhaal laat ‘de auteur’ Bernard zich laatdunkend uit over metafictie. Een knipoog in een knipoog, als het ware, naar de uitvinder van metafictie, Kurt Vonnegut. Dat is hij althans volgens sommige literatuurdeskundigen. Een van de eersten die literaire vorm gaf aan het versplinterde post-modernistische wereldbeeld.

Zelf voel ik me niet bevoegd om daar een opinie over te verkondigen. Tijdens ons gesprek vroeg ik aan Vonnegut wat hij er over dacht. Hij ergerde zich aan de nood om alles in vakjes te willen stoppen. “People pay way too much attention to labels.”

Maar intussen heeft metafictie zich verspreid als een virus. Ook in het Nederlands taalgebied maken verschillende auteurs er veelvuldig gebruik van. In Vlaanderen zijn onder meer Herman Brusselmans en Koen Meulenaere enthousiaste beoefenaars van het genre. Het heeft hen beiden processen opgeleverd.  Niet iedereen vindt het leuk om zoals Bernard O’Hare een onsympathieke rol te krijgen in andermans fictie. Mij lijkt dit weerwerk (schadevergoeding en censuur of recht op antwoord eisen) een achterhoedegevecht.  Het internet barst van de metafictie. Niemand kan dat tegenhouden. De manier waarop we informatie verwerken en doorgeven maakt het onmogelijk. Lasterprocessen behoren tot het tijdperk van de oude media dat op zijn einde loopt.

En intussen circuleert ook het verhaal van Meghan O’Hare zonder de inleiding van Marsha Koretzky in cyberspace. Vonneguts eigen woorden zijn daar populair wisselgeld geworden. Citaten worden als opgeblonken parels doorgegeven van blog tot blog. Uit hun context gerukte wijsheden, gephotoshopt, ondergedompeld  in een oncontroleerbare krioelende gedachtenstroom. Ik wou dat Vonnegut nog leefde en dat ik hem kon vragen wat hij daarover dacht.  Ik vermoed dat hij het oncontroleerbare aspect intrigerend zou vinden.  Geen enkele instantie kan die gedachtenstroom nog beheersen zoals dat nog kon tijdens de ideologische massa-mobilisaties die Auschwitz, Dresden en Hiroshima produceerden. De centrale controle over de informatiestroom en het algemeen geloof in een Waarheid met een grote W  die deze kannibalistische orgie hielpen mogelijk maken zijn vandaag deerlijk ondermijnd.

De internet-surfer absorbeert informatie anders dan de krantelezer in 1960, laat staan de radioluisteraar in 1935. De informatieverspreiding wordt horizontaler, interactiever. Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat de internet-gebruiker steeds sceptischer met informatie omgaat, tot wanhoop van de reclamemakers. Vonnegut was niet geinteresseerd in het internet. Hij had zelfs geen computer. Hij typte alles op een manuele schrijfmachine, maakte correcties in potlood, wandelde dan naar de winkel waar hij één enveloppe kocht en dan naar de post waar hij één postzegel kocht en het manuscript verzond naar een secretaresse die het netjes uittypte. Hij genoot van de traagheid van het proces. De onefficientie. Hij vond dat er in de koers naar steeds meer efficientie veel verloren gaat, zonder dat we het beseffen.

Vonnegut was een Darwinist. Hij dacht dat onze genen, gevormd in omstandigheden die heel anders waren dan vandaag, ons dwingen om dezelfde dwaze vergissingen keer op keer te herhalen. Hij was een pessimist en zag niets dat zijn pessimisme ontkrachtte. Depressie domineerde zijn laatste levensjaren. Wat hem belette om een complete doemdenker te worden was zijn geloof in de kracht van het onvoorspelbare. Van het pure toeval maar ook van wat in het Engels ‘contingency’ heet, een samenloop van omstandigheden. Een samenloop van dynamieken die elk hun interne logica hebben maar door samen te komen de omstandigheden onvoorspelbaar veranderen. Die dans tussen determinisme en ‘contingency’ is een centraal thema in Vonneguts werk.  Al zag hij het nog niet, door de informatiepatronen die ontstaan door de nieuwe media, lijkt de rol van ‘contingency’ steeds groter te worden.

kurt v

HET VERHAAL VAN MARSHA KORETZKY KAN U HIER  LEZEN.

Entry filed under: boeken, oorlog, Satire, The wild web, Vonnegut. Tags: , , , , .

GRENADA DERTIG JAAR LATER HET ACHTERPOORTJE EN DE GROTE APPETIJT VAN LEOPOLD II

2 reacties Add your own

  • 1. Kurt Vonnegut had van schrijven geen kaas gegeten | Ooteoote  |  december 15, 2012 om 6:18 pm

    […] Ronse. Waarmee hij op Mulisch en diens ‘Het stenen bruidsbed’ doelde.  In een stuk op Salon van Sisyphus haalt Tom Ronse herinneringen op aan dat gesprek met Vonnegut en gaat hij dieper in op een […]

    Beantwoorden
  • 2. Roger Verhiest  |  december 16, 2012 om 12:33 pm

    Sinds zijn dood in 2007 verschijnen er posthuum nog altijd pareltjes
    van zijn korte essays, laatst nog eentje op de kop kunnen tikken op de boekenbeurs. Mulisch is geen Vonnegut en niet alleen omdat hij er niet was : zelfs Trafolmadore heeft hij nooit gezien.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: