NEDERLAND, DE ANTILLEN EN DE AMERIKAANSE REVOLUTIE

februari 1, 2013 at 8:51 pm 2 reacties

We liggen afgemeerd in Rodney Bay op het Caraïbische eiland Saint Lucia, onderdeel van de Kleine Antillen. Rodney Bay is een megajachtcentrum met een enorme marina, winkelcentra en alle mogelijke faciliteiten. De baai en de marina zijn genaamd naar de Britse admiraal  George Brydges Rodney (1718-1792), een naam die bij de meeste yachties die hier aanmeren waarschijnlijk nauwelijks een  belletje zal doen rinkelen. Toch was Rodney een sleutelfiguur in de gebeurtenissen van eind 18e eeuw die zouden leiden tot het ontstaan van een nieuwe wereldmacht: de Verenigde Staten van Amerika. Hoofdrolspelers in dat drama waren behalve het Britse Imperium en de opstandige Amerikaanse kolonies ook de Republiek van de Nederlanden, die niet lang daarvóór zelf hun onafhankelijkheid van Spanje in een tachtig jaar durende oorlog hadden bevochten. Goeddeels vergeten is dat ook de nu onbeduidende eilanden van de Caraïben (toen West Indies of de Antillen genoemd) een sleutelrol speelden: nu eens als buit in de Europese oorlogen tussen Frankrijk, Spanje, Engeland en Nederland, dan weer als pasmunt in de vele verdragen die geen einde maakten aan de oorlogen maar slechts als pauzeknop fungeerden in een nooit aflatend conflict om macht, grondgebied en rijkdom.

300px-Andrew_Doria_NH_85510-KN

De Andrew Doria voor anker in de haven van St Eustatius

De eerste schoten in de Amerikaanse Revolutie vielen op 19 april 1775 in Concord bij Boston. Een jaar later, na Amerikaanse en Britse overwinningen was de strijd op het terrein onbeslist. De Amerikaanse rebellen onder leiding van George Washington controleerden Boston en New Jersey, de Britten waren heer en meester in New York. Op 16 november van dat jaar zeilde de Andrew Doria de haven van het kleine Nederlandse eiland St Eustatius binnen. Hoog in de mast van de Doria wapperde de vlag met de rood-witte strepen – de sterren zouden later volgen –  van het Continentaal Congres dat de onafhankelijkheid had uitgeroepen van de 13 kolonies, de Verenigde Staten in embryonale vorm.  Zoals de toen gangbare maritieme etiquette het eiste vuurde de Doria bij het binnenvaren 13 saluutschoten af. De commandant van Fort Oranje op Sint Eustatius twijfelde of hij het saluut zou beantwoorden. Dat zou immers erkenning betekenen van de vlag en van de onafhankelijkheid van de Amerikaanse kolonies. Gouverneur Johan de Graaff nam alle twijfel weg en gaf de commandant het bevel het saluut te beantwoorden met 11 schoten. Dat gebaar zou de geschiedenis ingaan als “Het Eerste Saluut” en de eerste erkenning van de Amerikaanse onafhankelijkheid door een Europese mogendheid.

De Britten zagen het eerste saluut als een regelrechte provocatie. De spanning tussen Engeland en de Nederlandse Republiek liep al een hele tijd hoog op. Oorlogen wisselden af met perioden van wankele vrede. Beide zeemachten betwistten elkaar de heerschappij op de oceanen en de winstgevende handel met de kolonies in de West Indies, waar fabelachtige fortuinen te verdienen waren met suiker, specerijen en slavenhandel.  De rebellie van de Amerikaanse kolonies tegen het Britse moederland dreef de spanning tussen de twee rivalen ten top. De opkomst van een nieuwe natie, niet langer gehinderd door de Britse exportbeperkingen, deed de Hollandse handelsklasse dromen van nieuwe schitterende horizonten. De Amerikaanse kolonies leverden al tabak, indigo, rijst, koffie en rum. De Nederlanders exporteerden textiel uit Haarlem en Leiden en genever uit Schiedam – en ze verdienden grof aan het transport van slaven uit Afrika.

351px-Sint_Eustatius_in_its_region.svg

St Eustatius in de “Kleine Antillen”

Het eiland St Eustatius, vermaard om zijn rijkdom en bijgenaamd De Gouden Rots,  was de draaischijf voor die florerende handel. De oorlog tussen de kolonies en de Britse kroon zorgde voor nieuwe inkomsten uit de wapenhandel. Vrijwel alle wapens en munitie die de Amerikaanse rebellen konden bemachtigen passeerden via het Nederlandse eiland, waar de heersende klasse – niet te verwonderen – grote sympathie koesterde voor de Amerikaanse onafhankelijkheid. Gouverneur Johan de Graaff was zelf een rijke planter en handelaar die fortuinen verdiende in de handel met Amerika. Zijn beslissing om de Andrew Doria met kanonschoten te verwelkomen en daarmee de Britten te provoceren was allesbehalve toeval.

Rodney

Sir George Brydges Rodney

De Britten reageerden furieus op het saluut en de officieuze Nederlandse erkenning van de Amerikaanse onafhankelijkheid. Er volgden diplomatieke incidenten en schermutselingen op zee. Toch zou het nog vier jaar duren eer het tot een open oorlog kwam – de Vierde Nederlands-Engelse Oorlog. Toen besloot de Britse regering de Nederlanders op St Eustatius een lesje te leren dat ze niet gauw zouden vergeten. Als bevelhebber voor de strafexpeditie koos de Admiralty de gepekelde zeeman George Bridges Rodney, op dat moment gouverneur van Barbados en admiraal van de vloot die de Caraïbische zee patrouilleerde om de scheepsladingen voor Amerika te onderscheppen. Rodney, die op twaalfjarige leeftijd zijn zeemanscarrière was begonnen had toen al zijn strepen verdiend in de vijandelijkheden tegen de Nederlanders. Hij ging gretig in op het bevel uit Londen: de admiraal was gebeten op de Hollanders en verovering en plundering van het rijke St Eustatius hield ook voor hem persoonlijk overvloedige buit in het vooruitzicht. Die had hij hard nodig om zijn vele gokschulden af te betalen en zijn campagne voor het parlement te financieren. Hoewel hij het grootste deel van de tijd op zee doorbracht vertegenwoordigde  Rodney namelijk ook zijn kiesdistrict van Northhampton in het Londense parlement.

455px-Johannes_de_Graeff

Gouverneur Johan de Graaff

Op 3 februari 1781, iets meer dan vier jaar na het Eerste Saluut verscheen Rodney met zijn vloot in de haven onder fort Oranje op St Eustatius. De kanonnen van het fort waren machteloos tegen de verrassingsaanval van de Britten die in geen tijd aan het plunderen, moorden en verkrachten waren geslagen. Rodney kon beslag leggen op tonnen waardevolle goederen als tabak, suiker en rijst en grote hoeveelheden wapens en munitie, bestemd voor de rebellen. Behalve de vijandelijke schepen in de haven liet Rodney een buit ter waarde van tenminste drie miljoen pond – een fabelachtige som in die tijd – naar Londen sturen. Gouverneur de Graaff ging mee als krijgsgevangene, al gebeurde dat in de stijl die een patriciër toekwam: hij mocht zijn persoonlijke bezittingen en zijn huispersoneel meenemen. De Joden van St Eustatius werden met minder consideratie behandeld: zij kregen één dag tijd om te vertrekken met achterlating van familie en alle goederen. Helaas voor Rodney vielen de schepen met de rijke buit vóór de Engelse kust in handen van de Fransen en ook later zou hij weinig plezier beleven aan zijn plundertocht. De rest van zijn leven werd hij achtervolgd door rechtszaken aangespannen door de Britse handelslui op St Eustatius die alles verloren hadden en Rodney ervan beschuldigden niet de Britse kroon maar zichzelf te hebben verrijkt.

DSC_0052ed-001

Statia vandaag: olietankers in plaats van “ships of the line”

DSC_0023

Fort Oranje op Statia (St Eustatius)

Dat de Nederlanders militair niet bij machte waren hun rijke bezittingen in de Caraïben te verdedigen kan verbazing wekken. Veel heeft te maken met de politieke verdeeldheid in de Republiek. De pro-Amerikaanse Hollandse handelaarsklasse kreeg flinke tegenwind van andere provincies die. daarin gesteund door de Stadhouder en de Oranjepartij, veeleer Engelsgezind waren en meer te vrezen hadden van een mogelijke Franse inval over land. De politieke besluitvorming werd bovendien erg belemmerd door een ingewikkeld bestuurssysteem waarin de macht zorgvuldig werd verdeeld tussen de Provinciale Staten, de stadhouder en de Staten-Generaal. Dat alles maakte dat naar het einde van de 18e eeuw de eerder zo gevreesde Nederlandse maritieme mogendheid militair vrijwel niets meer te betekenen had.

250px-Chesapeakelandsat

Chesapeake Bay

Voor de Amerikaanse rebellen was de val van St Eustatius een zware klap, die op geen slechter moment had kunnen vallen. De rebellen waren zwaar in het defensief gedreven door de Britse herovering van de Zuidelijke staten en het verlies van New York. Het leger van George Washington dreigde te desintegreren door deserties en muiterij in de hand gewerkt door de honger en kou van de strenge winter van de Amerikaanse oostkust. Maar in Washington’s donkerste uur was de redding nabij in de vorm van een Franse vloot onder leiding van de legendarische François de Grasse die de Britse vloot in de Chesapeake Bay versloeg en daarmee de val dichtklapte waarin het Briste leger van Cornwallis zich had gemaneuvreerd. Na een heroïsche mars van 800 kilometer omsingelde Washington met zijn troepen het stadje York (Nu Yorktown) in Virginia waar de Britten zich hadden verschanst. Zonder steun van de vloot waren die kansloos tegen het Amerikaans-Franse leger dat door de overwinning bij York de weg vrijmaakte voor de Amerikaanse onafhankelijkheid.

Hoe de Grasse vrijwel ongehinderd door de Britse vijandelijke vloot de Amerikaanse kust kon bereiken is een vraag die historici tot vandaag bezig houdt. Rodney die als opdracht had de Grasse tegen te houden liet hem onbegrijpelijk door de mazen glippen. De Britse admiraal was nog druk bezig met het inventariseren en verschepen van zijn buit op St Eustatius en werd bovendien geplaagd door ernstige prostaatproblemen en jicht. Hij liet het aan zijn luitenant, admiraal Sir Samuel Hood over om de vloot van de Grasse vóór de kusten van Martinique te onderscheppen. Maar de Fransen konden de Britse linies verschalken en veilig de haven van Port Royal (nu Fort de France) bereiken nadat ze de vloot van Hood zware schade hadden toegebracht. Rodney zelf hield intussen zijn schepen op Barbados en liet om onduidelijke redenen na de Grasse te achtervolgen toen die vanuit Martinique koers zette naar Amerika. Wie weet hoe het verloop van de geschiedenis er had uitgezien als hij dat wel had gedaan.

Entry filed under: Caraïben, Geschiedenis, Nederland, Uncategorized, VS. Tags: , , , , , , , , , , , , .

GEDICHTENDAG WORDT -WEEK THE (NOT SO) PERFECT AMERICAN

2 reacties Add your own

  • 1. tomasronse  |  februari 4, 2013 om 8:18 am

    Kan één veldslag het verloop van de geschiedenis veranderen? Het is een boeiende vraag. Natuurlijk zijn er gevolgen maar zouden ‘de grote lijnen’ –in casu de onafhankelijkheid van de Amerikaanse kolonies- niet dezelfde blijven? Maar men kan aanvoeren dat een uitstel van tien of twintig jaar andere samenlopen van omstandigheden zou hebben doen ontstaan dan deze die gebeurd zijn. Dit artikel illustreert goed hoe fenomenen die op zich met elkaar niets te maken hebben door samen te lopen het lot een wending geven. Men kan erop verder breien. Als Frankrijk niet zou gekozen hebben om zich in de oorlog te mengen, dan had het niet zo’n zware schuld gehad die de inflatie aanwakkerde die de Franse revolutie hielp ontketenen… Met ‘alsen’ kun je Parijs in een fles stoppen’, liet Hergé Kuifje zeggen.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: