HUGO CLAUS EN DE POLITIEK

maart 18, 2013 at 3:39 pm 1 reactie

Uitgestapt op 19 maart 2008

Uitgestapt op 19 maart 2008


Ik denk dat hij me mocht omdat ik Belladonna aandachtig had gelezen.  Al de rest, medeplichtigheid, baldadig
non-conformisme, de liefde voor de kunst en de goede dingen van het leven, kwam later
.

 

door Jef Lambrecht


Ik moet u iets opbiechten.  Ik heb Hugo Claus goed gekend maar ik ben geen Clauskenner.  Het is dan ook enigszins onhandig en met schroom dat ik in de komende minuten zal aftasten hoe de auteur zichzelf zag in verhouding tot de politiek, het liefst nog in zijn eigen woorden.  Het omgevende Vlaanderen had zich welhaast van bij de geboorte aan hem opgedrongen in de gedaante van deprimerende pensionaten.  Een architectuur als deze van dit claustrum verpletterde hem tot zowat zijn elfde.  Die wereld werd bestierd door zwartgerokte nonnen.  Het is genoegzaam bekend dat de oorlogsjaren Hugo in troebel vaarwater brachten waaruit hij door de nederlaag van de nazi’s en de gulzige lectuur van verboden boeken werd gered.  De zieke samenleving werd zijn grote onderwerp.  Dat blijkt nadrukkelijk in de talloze interviews waarin hij ongezouten verkondigde wat hij dacht van de gang van zaken.  Maar ook als schrijver kon hij een furie zijn.

Claus 2 Krasnapolsky

Het is Nieuwjaar 1962.  In hotel Krasnapolsky in Amsterdam zijn de literaire vrienden verzameld.  Hugo Claus beklimt het spreekgestoelte met een broodmes en houdt een hagenpreek.

Mijne zeer geliefden, 

Soms vertel ik (zoals van een dichter mag worden verwacht)

Een verhaal over de winter die in de witte nacht

Over de belegerde stad een vlucht van meeuwen zendt.

En dan knikt gij.  ‘Juist, zo spreekt een dichter.’

 

En als ik een romance wil registreren

Het gejammer van de mensen in hun tuinen

Dan fluistert gij: ‘Gewis.’

Want ik zeg het wel, want ik ben een dichter.

 

Maar als ik zeg: ‘straks waait een reusachtige wind over u allen,

Een gruwelijke wind van God

En van u allen is er dan niets meer,’

Dan hakkelt gij en zegt: ‘Hij is een dichter.’

(D.i. dat hij zich met wijven en boeken bemoeit,

Maar niet met het delicaat, intrinsiek, onoverzienbaar

Ratelwerk der politiek en het onontwarbaar zwenkend systeem

Tussen links en rechts, voor en tegen, Rood of Dood.)

 

Mijne zeer geliefden,

Op deze winterdag, de eerste van het jaar ‘62

Is er veel dat ik liefheb, o.a. bij voorbeeld:

Mijn vrouw, mijn drie broers, mijn vader en mijn moeder,

En er is veel dat ik verafschuw, o.a. bijvoorbeeld:

Wie veel geld heeft als ik te weinig heb,

De schrijvers die slecht schrijven, vrouwen zonder nek.

Wel, van wat ik koester en van wat ik haat

Is er straks, na die wind, niets meer.

 

Geliefden, God kwam tot mij en hij zei:

‘Claus, ik heb je uit het niets verwekt, wat denk je daarvan?’

En ik zei: ‘Dank u wel, God.’

Hij zei: ‘En je zal terugkeren naar het niets.  Nu jij.’

En ik: ‘Dank u wel, God.  Zeg het maar.’

Maar toen kwam er een man naar me toe en hij zei:

‘ik ben liever dood dan rood,

En als ik dood wil dan wil jij dit ook.

Liever hartstikke dood dan maar een vleugje rood.

Alle hens aan dek, het hele schip naar onder

Geen vlekje rood aan onze donder!’

En ik zei: ‘Dank u wel, man, ik bedank.’

En hij: ‘De oorlog adelt de man want de man is iemand

Die voor de vrijheid heilzaam oorlog viert.’

Toen zei ik: ‘Dank u wel, man, ik bedank,

Want wat straks komt is geen oorlog

Maar één gruwelijke, obscene wind van uw God

En daarna is er niets meer.’

En ik zei: ‘De kont van uw God wil ik niet zien.’

 

Is er daarna niets meer?  Zullen schromelijk

Al onze oog- en tandloze kleinkinderen

Tot op hun zestien tenen vervellen?

Wààr ziet een blinde in het zwart van de nacht een lichter zwart?

Ik hoop dat zo meteen

De heren het u zullen vertellen.

Ik weet het al te wel (ik ben een dichter)

En het hangt mijn keel uit als ik zie

Hoe blinden ook in de zwartste nacht niet willen zien,

Het hangt mijn keel uit als ik merk

Hoe ik hier sta voor gek.

Want hoe maak ik me sterk?

Een agent met reglementaire stok

Heeft met het denkspel in mijn kop niet het minste werk.

Laat staan: 3 agenten, 2000 soldaten, laat staan de

Miljoenen die liever dood dan rood zijn.

Daar is niets tegen te doen, dus doe ik niets

Behalve hier de woorden zeggen die ook niets doen

Tot u die ook niets doet.

Geeft toe, het is te gek.

Want wie niet dom en krom is van wanhoop en hoop

Die zit niet hier,

Maar wacht in het warme huis bij koek en koffie

En rekent uit in welke hoek van de kelder

Een betere, dubbele, dwarse kelder te bouwen is,

Voor straks.  Als de wind komt.

 

Mijne zeer geliefden,

Als morgen die wind over u neerkomt

En gij in die scheet van God wordt opgenomen

Wat wilt gij dan met wanhoop en met hoop?

Laten wij huiswaarts gaan.

Want merkt gij niet hoe schamel broos breekbaar

Een vrede is,

Als iemand als ik daarover redetwist

En iemand als gij en gij en gij en gij

Met domme, kromme woorden, en lekker brandbare

Spandoeken en boeken.

Daarom, geliefden, van mij

Geen boodschap op de eerste dag van het jaar,

 

Maar een bericht aan de bevolking.

Dit is het bericht.
Ga huiswaarts. Straks komt in de televisie
Hoffmanns Vertellingen. Eurovisie.
Zie dit aan.
Daarna, nadat uw avondmaal verteerd is
En uw gedachtengang wat logger,
Ga zitten voor uw spiegel.
Haal uw broodmes te voorschijn.
Houd het tegen uw keel. En reciteer
Het gebed van wie u dagelijks beveelt en beheerst,
Het gebed van uw regeringen op aarde,
Die de darmen van God zijn.

Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Gezegend is Uw Bom
Dat Uw Rijk kome
Dat Uw Megatonnen ontvlammen hier op aarde
Als in Uw Hemel.
Geef ons heden ons nucleair wapen
En vergeef ons onze voorlopige vrede
Zoals wij vergeven wie ons weerstaat met gejank om vrede.
En leid ons niet in de bekoring der ontwapening
Maar dat wij mogen ver-assen en verdwijnen
Tot op het einde der tijden.
Amen
.
Claus 3

Van deze ‘oproep in zeer vage dichtvorm’, onlangs nog zijn ‘enige weerwoord aan de wereld’ genoemd,  worden vooral de laatste verzen over de nucleaire Apocalyps herinnerd,  maar het Bericht gaat voor driekwart over Claus zelf.  Een machteloze en woedend welsprekende Cassandra bezweert de onbestemde dreiging van een tijdloze maar immanente doem die vandaag de ecologische catastrofe zou kunnen zijn.  Het is een gemeenplaats maar woede en verzet waren belangrijke drijfveren voor Claus.  Ken jij dan dichters zonder onvrede met de staat der dingen?, vroeg hij 32 jaar na dit Bericht in een interview aan Hugo CampsMijn meesters zijn ondenkbaar zonder razernij.’  De meester had meesters.  Ze waren zijn echte geliefden en dat stak hij nooit onder stoelen of banken.

Bij de voorbereiding van deze toespraak was het lot mij gunstig gezind, want een van hen passeerde in de kolommen van de krant en stuurde mij naar Jessica!, een curiosum in Claus’ omvangrijke oeuvre, een toneelstuk, tevens een bijna vergeten roman uit 1977, een periode waarin Hugo Claus vooral politiek theater schreef.  Jessica! was geen kaskraker.  Eerder een commercieel kneusje in het oeuvre van de reus.  Het gelijknamige stuk was eveneens gedoemd.  Het werd even onder zijn knorrige regie opgevoerd in de KVS, met de 26-jarige Gilda De Bal, om dan stilletjes te verdwijnen in de rijke vouwen van zijn literaire toga.  Het gaat over een man die niet naar het feestje wil van zijn baas, bezeten als hij is van diens dochter Jessica.  Niets buitengewoons tenzij dat op het kransje ten huize van industrieel Neyrinck een ‘vlekkerige Arabier in livrei’ verschijnt.  Het is de blinde Syrische dichter  Abu al-ala al-Ma’ari, na duizend jaar verrezen uit zijn graf.  Hij reciteert een kort vers dat van vandaag kon zijn:

Claus 4
Als de geest onzeker is

Dan wordt hij overweldigd door de wereld,

Een weke man, gekust door een hoer.

Als de geest zelfzeker is geworden

Dan is de wereld een voorname dame

Die de strelingen van haar minnaars afwijst.

Daarop volgt een burlesk optreden van ‘de Abu al-ala al-Ma’ari sisters’, dat zijn mevrouw Neyrinck en een zuster van het Heilig Graf, in ‘uitdagend striptease ondergoed’ om de aanwezigen tot mildheid te stemmen voor een collecte ter leniging van de ‘afschuwelijke nood’ van het Syrische volk.  Neyrinck en zijn vrouw zijn immers op ‘informatiereis’ geweest naar ‘de geteisterde landen in het Midden-Oosten’ waar ze getroffen werden door de ‘ellende van de mensen daar’.  ‘Dat ging ons door merg en been’, getuigt mevrouw Neyrinck.  Ik wrijf mijn ogen uit  en verwacht een vraag van Kathleen Cools over hoe het nu verder moet in Aleppo.  Binnen de kwee klikken is duidelijk dat de dichter, geboren in 973 en gestorven in 1057, een van de grootste is uit de Arabische literatuur en een van de meest excentrieke.  Het is of ik Hugo hoor wanneer hij zegt: ‘men ziet mij als een asceet maar dat ben ik niet.  Ik heb de wereldse genoegens enkel opgegeven omdat de beste ervan zich hadden teruggetrokken’.

Het sarcasme van al-Ma’ari spaarde moslims, noch christenen of joden want het geloof was voor hem een verzinsel met lucratieve eigenschappen in dienst van de macht.   Hij had een afkeer van onrecht, schijnheiligheid en bijgeloof.  Hij was een vernieuwer van de poëtische vorm en inspireerde Dante twee eeuwen later tot de Divina Commedia.  Ongetwijfeld is hij, weerbarstig en ‘vlekkerig’, een van Claus’ meesters.  Enkel wie tot de enkels in het midden van de werkelijkheid staat kan voelen wat in de lucht hangt en het verwoorden voor het gebeurt.  Niet dat Claus in Jessica! voorvoelde op wat zich vandaag in Syrië afspeelt.  En toch.  Op 23 februari stond in de krant dat het borstbeeld van al-Maari in het noorden van Syrië door de godsdienstwaanzinnige militie al-Nusra in het holst van de nacht is onthoofd.  Claus is te vroeg gestorven om de ontsporing in het land van een van zijn meesters te moeten aanschouwen maar ze zou hem geenszins hebben verbaasd.  Hij deelde het illusieloos mensbeeld van de postuum onthoofde dichter en vreesde met hem bovenal de domheid.  Ik hoor hem nog zeggen: ‘de slinger keert niet terug’.  Nu schijnt hij te fluisteren: kijk naar mijn meesters.

Claus 5

In 1968, negen jaar voor Jessica!, het meest politieke jaar van de naoorlogse tijd, ging Fernand Auwera Hugo Claus opzoeken voor een interview over politiek engagement.  Hij wierp hem een uitspraak van Gerard Walschap voor de voeten: ‘Literatuur is het bezingen van het eeuwig menselijke.  Sociale werkelijkheid is de worm waardoor kunst vergaat’.  Als door een wesp gestoken antwoordt Claus dat hij precies het tegenovergestelde dacht.  Ik citeer: Men kan slechts universeel zijn als men concreet is. En als men concreet wil zijn kan men niet buiten de politiek, omdat er niets onpolitieks bestaat. Men kan niet zeggen dat men buiten de politiek staat. Wie dat zegt neemt integendeel een duidelijk politiek standpunt in: hij staat rechts, hij staat aan de kant van de macht.

Het lange interview van Auwera is voor deze gelegenheid gefundenes fressen.  Het staat op de website van het studiecentrum die een goudmijn is.  Claus speelt een thuiswedstrijd.  Voor hem was engagement intrinsiek aan het kunstenaarschap.  Met één belangrijke nuance: er kon niet worden gedacht dat hij de wachtwoorden van een politieke partij zou herkauwenHij vergeleek zijn Vlaamse vakbroeders Emiel Van Hemeldonck en André Demedts met de griezeligste Sowjetschrijvers.  Hij noemt Agrippa d’Aubigné een van zijn voorbeelden.  D’Aubigné, dichter, hugenoots generaal en grootvader van Madame de Maintenon, een Clausiaanse meegever, zoals al-Ma’ari dat is in Jessica!.  Hij weet dat niemand er stil bij staat.  Ook de interviewer niet.  En ondermeer daardoor bleef zijn claustrum, de hermetische clausiaanse ruimte intact, een aura, beschermd door de onwetendheid daarbuiten.
Claus onderschrijft de gedachte van Vestdijk dat poëzie gedijt in een bedreigde, kantelende cultuur.  Hij verwijst naar de ‘onvolprezen’ Juvenalis en zijn tijdgenoten die hun satires schreven vanuit een diepe weerzin tegenover de decadentie van Rome.  Hij plaatst hen tegenover de Chinezen die enkel hofdichters schenen voort te brengen die de keizer en de natuur bezongen.  Bij hen was er, zegt Claus, geen sprake van actie en reactie, zoals in onze cultuur, waar ongeveer alle werken die universele waarde hebben, gemaakt schijnen te zijn uit reactie tegen de maatschappij. Schoonheid, zei hij, is niet alleen convulsief, maar ook revolutionair en gaat daardoor op ontdekking naar nieuwe waarden en nieuwe vormen.

Pas na deze uiteenzetting die veel omstandiger is dan ik ze hier kan schetsen, krijgt zijn immer nieuwsgierige zelf de bovenhand.  Claus was een eenmansinlichtingendienst, rusteloos op zoek naar  de meest uiteenlopende informatie.  Hij wil weten wat de andere schrijvers die zijn ondervraagd denken over politiek engagement. Auwera antwoordt dat de meesten nogal huiverig staan tegenover de gedachte dat literatuur de gebeurtenissen kan beïnvloeden.  Claus is in zijn wiek geschotenHet woord heeft alle revoluties gemaakt. De libertijnse dichters die samenkwamen, dat is het begin van de Franse revolutie. Slechts als uitvloeisel daarvan kwamen er geweren aan te pas. Ik geloof dat mensen die dat niet inzien nog altijd behept zijn met een romantische visie op de kunst en menen dat de schrijver de menselijke natuur enkel moet vertolken in wat haar uniek maakt. En duister. Van dat soort dichters zijn er al duizenden verdwenen zonder spoor na te laten.  Dat ik schrijf vanuit het engagement is toch wel overduidelijk. Ik zeg niet dat men lid moet worden van de communistische partij want dat heeft hier in België geen zin, of van de BSP, want dat heeft nog minder zin. Maar neem Omtrent Deedee, daar zit het engagement toch in de wijze waarop ik die mensen beschrijf, en de terreur die het katholicisme op hen uitoefent, hoe ze er door verminkt worden. Dat alles is toch heel duidelijk aangebracht, men ziet aan welke kant ik sta. Ook in Morituri. Ook in Masscheroen. Een groot deel van mijn engagement is negatief. Ik schrijf van uit dezelfde radeloosheid waarmee ik het politieke leven beschouw en ik zie geen enkele partij waarvoor ik mensen zou willen ronselen, zoals bijvoorbeeld Günther Grass doet. Met al de treurige implicaties vandien overigens. Auwera vond dat wat slapjes en voert aan dat Emile Zola tenminste een rol speelde in de sociale strijd, waarop Claus Zola een slechte schrijver noemt.  Multatuli daarentegen was geniaal maar zonder diep op de gebeurtenissen te hebben ingegrepen.  En ik, ik ben geen polemist en geen essayist, zegt Claus, zoals men het Zola niet moet verwijten dat hij geen sonates heeft geschreven.

Claus 6 masscheroen

Het is 1968, zopas is in Knokke Masscheroen opgevoerd en Claus is veroordeeld tot vier maanden wegens het voorstellen van de Goddelijke Drievuldigheid als drie naakte mannen.  De seksuele revolutie is mede door zijn toedoen over de Lage Landen neergedaald.  Seks is echter een middel, niet het doel want dat was voor Claus de revolutie zelf, al zag hij, naar het woord van de Amsterdamse provo’s, de zon eerder opgaan in het Westen dan dat ze zou uitbreken.  De provo’s benaderden overigens nog het meest wat voor Claus revolutie was.  ‘Die provo’s vind ik prachtig bij jullie.  Die witte fietsen, wat een poëtische kracht!  Weten dat je machteloos bent en het toch doen.  Het is toch machtig als iedereen op een stoel kan gaan staan schreeuwen “Ik ben tegen –voor mijn part- de trein van 14u10”.  Dat zei hij in het provojaar ‘66.

Het was voor Claus de plicht van de dichter om tegen de staat te zijn maar zelf wilde hij vrij zijn en vooral zijn zin blijven doen.  Hij koesterde een gezonde argwaan tegenover kant-en-klare oplossingen.  De revolutie moest een verandering brengen van denk- en gevoelspatronen.  Daar droeg hij toe bij.  Maar wie op de barricaden verscheen met een blauwdruk van de ideale maatschappij was een gek.  In’71 zegt hij:  Iemand met een lucide, duidelijk omschreven einddoel is een imbeciel.  Het streven naar revolutie is tegen beter weten.  In het geval van Claus kan men spreken van een onweerstaanbare drang.  Het was de ultieme zin van zijn bestaan.  Was hij maar blind geworden of doof maar het werd zijn vreselijk lot om het woord te verliezen en het podium te zien veranderen in een graf.  Daardoor zal Claus steeds worden herinnerd in eros en in thanatos.

Tijdens het gesprek met Auwera ziet hij de seksuele revolutie als een onderdeel van een veel bredere ontvoogding.  Het is misschien de enige manier om de hele zaak in beweging te krijgen, zegt hij. een manier om openheid te forceren. Dat er daardoor randverschijnselen als de commerciële erotiek ontstonden, vond hij helemaal niet erg. Ik zelf zal altijd zeggen dat het van groter belang is de Viet-Minh te steunen dan het recht te verdedigen zijn broek uit te doen, maar men mag niet uit het oog verliezen dat de seksuele ontvoogding een eerste stap is die vooral bij jongere mensen kan leiden naar elke andere ontvoogding. En die is er nodig, zeker in ons land, waar de intolerantie zo nauw samenhangt met de kerk en alle andere reactionaire krachten. En dan zegt hij, verrassend en ogenschijnlijk zonder verband met het voorgaande: Om die redenen ook sta ik het federalisme voor. De context van deze plotse ontboezeming is de val van de regering VandenBoeynants over de kwestie Leuven, het startschot van een centrifugaal proces dat de Belgische politiek tot in onze dagen beheerst.  Dat salvo weergalmde in de straten van de revolutionaire studentenstad zonder nationalistische ondertonen maar op de ritmes van de popmuziek.  Het was een bruggetje tussen provo in Amsterdam en  mei  in Parijs.  De voorraad molotov cocktails van de politica-studenten, de voorhoede in de Leuvense strijd, was verstopt in het huis van de studenten van La Louvière.  Leuven ’68 had niets van doen met bloed en bodem.   Het KVHV lag op apegapen.  Er was nog welgeteld één student met een pet.  Die ging na zijn studies werken voor de Amerikaanse ambassade.

Claus 7

Net zo overtuigd als Claus toen was van het federalisme, stond de oude Claus, 40 jaar later, afwijzend tegenover het separatisme en ondertekende enkele maanden voor zijn dood de petitie Red de Solidariteit.  Zoals Veerle Claus in een recent interview bevestigde was haar man allerminst een flamingant maar een wereldburger die het een voorrecht vond om Belg te zijn.   Hij die een speler was en naar eigen zeggen achter vele maskers leefde, was, zoals Piet Piryns in de brochure bij deze dag terecht opmerkt, vermoedelijk veel openhartiger en meer zichzelf in interviews dan dikwijls wordt aangenomen.  Ook wanneer hij in ’68 zegt op sommige sombere momenten de pauselijke encycliek Humanae Vitae toe te juichen en soms zelfs de verkiezing van Nixon tot president van de Amerika want dat, zegt Claus,  verduidelijkt de posities in de wereld. De toestand wordt leesbaarder. Wat zeer belangrijk is.

Was hij dan een echte revolutionair?  Een soixantehuitard misschien?  Wel, hij was bij zijn ontbijt in brasserie Lipp op de boulevard Saint Germain in mei ’68 getrakteerd op een traangasgranaat en hij vond de ‘hele meirevolutie’ een voorbeeld van hoe het niet moest.  In de jaren ’80 deed hij er geregeld laatdunkend over, maar tegen midden de jaren ’90 zag hij alleen nog maar positieve dingen aan mei ’68.

Het opmerkelijk interview met Auwera in dat bijzondere jaar besluit met een advies van de bijna veertigjarige prins der letteren aan de ‘jonge wanhopige dichter die in ons land niet weet welke kant hij uit moet’.  Claus citeert Karl Marx, hoewel hij eerder van de strekking Groucho was.   ‘In de geschiedenis als in de natuur, is de verrotting het laboratorium van het leven’.  Claus zag die verrotting om zich heen, het gevolg van de middelmaat die in Vlaanderen nog beter gedijt dan de schilderkunst.  Wij leven in een terreurmaatschappij, net zozeer als de mensen in Portugal, zei hij tegen Volksgazet, nog altijd in het revolutiejaar ’68Alleen is het bij ons niet zo spectaculair eenzijdig, alleen nijpt het nog niet in ons vel, en is het alleen ons geweten, dit overbodig kliertje, dat gekweld wordt.  Wij leven in de ogenschijnlijk onschadelijke terreur van de mediocriteit.  Een terreur die ons een gedragspatroon oplegt, een muf, grauw, uitzichtloos toekomstbeeld.   Claus was er niet de man naar om zijn vrienden en voorbeelden, Aristofanes, Abu al ala al Maari, Juvenalis, de Franse libertijnen, af te vallen.  Het was zijn enige partij.  De graal van zijn kunst was zijn verzet en omdat de omgeving in grote trekken van alle tijden en plaatsen is, is het woord van de dichter gevaarlijk tot ver voorbij het graf.

Claus 8

Hoewel verontwaardiging zijn brandstof was, hanteerde Claus als een volleerd pragmaticus ook rookbommen in het politieke mijnenveld.  Zijn afkeer en zijn sympathieën werden eerder ingegeven door ongelofelijke mensenkennis, de reflexen van een bokser, zijn weerzin voor middelmaat en zelfs de conjunctuur, dan door das Kapital.   Hij was politiek niet correct.  Hij schreef vernietigend over Leopold II maar had er ook een zwak voor.  Zijn liefde voor Cuba wedijverde met die voor Las Vegas.  Juvenalis concurreert met Frank Sinatra.  Sarkozy met Sugar Johnson, Rocco Granata met Rich-en-Brooke-beter-dan-Shakespeare.  Claus was geen theoreticus van de revolutie maar een wegbereider ervan, een alchemist die het lood van de letter en van laag en verheven doen zweven.

——–

Tegelijk bleef hij zich tot in de dood bewust van de politieke betekenis van zijn handelingen.  Hij schermde voor zijn onvoorspelbaarheid, zijn claustrum door met een sardonisch genoegen het algemeen aanvaarde te ontmantelen en een zaad te zaaien van raadsels en ongehoorde meningen.  De ergernis en de weerstand die hij opriep tot hij het wandelend standbeeld van zichzelf was geworden en de miskenning die hem zelfs dan nog trof, onderstrepen alleen zijn betekenis voor de ontvoogdingsstrijd.  Immers, meer nog dan in zijn antwoorden ligt de politieke betekenis van Claus in zijn houding, soeverein en ongenaakbaar, complexloos, zelfzeker, erudiet en dwars.  Meer nog dan dat hij zijn volk een spiegel voorhield confronteerde hij het met zijn schijnheilige, bekrompen onderdanigheid, zijn brutale zelfgenoegzaamheid, zijn hebzucht en zijn onhebbelijke complexen.  Als zelfbewuste kosmopoliet, West-Vlaams chauvinist en briljant moeial was en is hij voor Vlaanderen een baanbrekend rolmodel.  Hij herinnerde zijn volk aan de tegendraadsheid van Zannekin en Uilenspiegel maar liet geen kans liggen om naar de wereldcultuur te wijzen, en zichzelf te situeren binnen een universele kritische traditie.  Een miniatuurtje als volgend klein luisterspel zegt alles.  De handeling vindt plaats in het Ministerie van Defensie. Een bezoekster meldt zich met een smeekschrift om haar zoon te laten ontslaan uit militaire dienst. De minister ontvangt haar, schenkt haar een glaasje Bénédictine in.

Minister: “Omdat Superman altijd ergens iets moet bevrijden bijvoorbeeld het Westen, die resten van een oude cirkustent, omdat Dracula geel is en “Mao” miauwt in onze volkskeukens, en leegbloeden zal bij dageraad, omdat investering voor kanker behoedt, omdat Herakles in het bijzijn van vreemdelingen niet mag geeuwen, (want vreemdelingen zijn vijandig, Mevrouw) maar vooral omdat de sterren in uw ogen niet mogen doven, dame, nog niet, niet voor het signaal, daarom is de Nato zo goed voor ons.”

(DRIE MATEN VAN DE BRABANçONNE. DOEK)

———–
Deze tentoonstelling toont het fundament van Claus’ kunstenaarschap.  Een maatschappelijke en politieke betrokkenheid die zich uitstrekt van lang voor zijn eerste werk tot ver voorbij zijn laatste.  Het lijdt geen twijfel dat deze focus, in dit hoogtepunt van het Clausjaar, zijn bijzondere instemming zou hebben gekregen.  Net zoals de lezing van zondag door Gerard Mortier, tonen deze tentoonstelling, het symposium van vanmiddag en het nieuwe prachtige boek, ‘de plicht van de dichter, Hugo Claus en de politiek’, de onverminderde pertinentie van Claus’ geestelijke nalatenschap.  Daarom vraag ik uw applaus voor professor Georges Wildemeersch en zijn ploeg.

Claus 9

En tot besluit, nog één keer omdat ik er beroepshalve niet aan kan weerstaan Claus zelf met een primeur.

Scoop

Zal Claus, die aftandse rijmelaar,
zijn vaderland verlaten,
vaandelvluchtig voor het fiscaal klimaat?

Of is dit achterklap in het artistiek café?
Nee hoor, het staat te lezen in 
De Standaard,
men hoorde het zelfs op de Bee-Er-Tee,
nukkig, arrogant, in Meneer zijn stijl,
Meneer kan het in Vlaanderen niet meer harden
Meneer wijkt uit, Meneer verdwijnt.

Maar hoe kwam zoiets in het publiek domein?
Als volgt: Meneer zat met zijn bijzit te dineren
en wou bij de 
pousse-café een en ander kwijt
over wat je zoal zou willen willen,
over de Staat die je levend blijft villen
over een land van olijven, troubadours en wijn
waar een dichter in zijn blote billen
desnoods gelukkig zou kunnen zijn.

En weet je wat? Onder de tafel zat een rat
met een micro in zijn buik
met een bandopnemer in zijn bek
en krek, daar verscheen een scoop in de krant,
een scoop die, alleluja, zwol in de media.

De scoop werd een orkaan, een zondvloed,
de regering wankelde, ministers beefden
banken gingen bankroet, staalfabrieken stolden,
het hele land lag op zijn reet
tot die zonbestraalde morgen
dat de tedere dichter zonder zorgen
in zijn Zuidfrans zwembad gleed.

==============

————————
Deze tekst werd door Jef Lambrecht uitgesproken bij gelegenheid van

Claus 10Als de geest zelfzeker is geworden

Opening van de tentoonstelling

De plicht van de dichter, Hugo Claus en de politiek

Studie- en documentatiecentrum Hugo Claus Universiteit Antwerpen, 15 maart 2013

==========================

Over de Arabische dichter al-Maari, lees ook:
https://salonvansisyphus.wordpress.com/2013/02/16/syrie-hugo-claus-en-een-onthoofding/

Op dinsdag 19 maart zendt Canvas het programma ‘Hugo Claus, dichter, minnaar, rebel’ uit. Het is een nieuwe documentaire, vijf jaar na Claus’ overlijden en 30 jaar na de eerste editie van ‘Het verdriet van België’.  Canvas 20.40 u

Entry filed under: boeken, Foto en video, Geschiedenis, godsdienst, links, Media, Politiek Belgie, Taal. Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , .

HOE PROGRESSIEF WAS CHAVEZ? Brussel, dat moeilijk lief

1 reactie Add your own

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.337 andere volgers


%d bloggers liken dit: