DAT ZINKEND GEVOEL (SLOT)

april 20, 2013 at 9:08 am 1 reactie

 

 final wish

Geld. De accumulatie van steeds meer geld is het doel van de mensenmaatschappij, zou onze buitenaardse bezoeker in zijn rapport schrijven. “Mensen geloven in diverse, elkaar beconcurrerende goden maar dat de god die werkelijk op heel de aarde wordt aanbeden is geld.  Ze denken dat het hen dient maar eigenlijk dienen zij het. Ze produceren wel dingen die ze nodig hebben maar enkel als dat meer geld opbrengt. Anders doen ze het niet, ook al sterven daardoor miljoenen.  Ze vinden dat spijtig maar onvermijdelijk want ze kunnen zich niets anders voorstellen dan de eredienst van het geld. Het is zo abstract als hun andere goden. Ze geloven dat abstracte waarde  in de vorm van geld, eindeloos kan en moet groeien. Soms is hun geld iets materieel, zoals een zeldzaam metaal, maar doorgaans is de materiele vorm onbelangrijk, louter symbolisch en soms zelfs onbestaand. Maar ook als het  materieel niet bestaat, bestaat het sociaal omdat de mensen er in geloven. Soms wordt dat geloof zwaar op de proef gelegd en dan ontstaat er chaos, grote armoede, oorlogen. Het geloof in stand houden wordt daarom door de machtsinstanties op deze planeet aanzien als hun voornaamste opdracht.”

De economische experts waarmee hij praat zeggen hem dat geld geen doel is maar een middel. Het enige middel dat in staat is om het verkeer van goederen en  diensten tussen mensen efficient te organiseren. Maar ze hebben ongelijk. Het middel is het doel geworden.

Geld is als bloed, vindt Paul De Grauwe (De Morgen 30/3/2013). “Het houdt alles bij elkaar. Het enige waarover iedereen het tenslotte eens is in de samenleving, is dat het geld waard is wat het waard is.” Maar wat is het waard?

Geld ontleent zijn waarde niet aan zichzelf. De rijkdom van een land verdubbelt niet als het zijn geldhoeveelheid verdubbelt. De waarde van het geld hangt af van de waarde van de goederen en diensten die het circuleert. Voor hen treedt het geld op als plaatsvervanger, omdat het nu eenmaal erg onpraktisch is, zoals De Grauwe  verder opmerkt, om bvb. schoenen voor broden te ruilen.

De accumulatie van geld komt dus in de problemen als de waardegroei in de reele economie in het gedrang komt.  De economie stoelt op de markt. Dat wil zeggen concurrentie tussen verkopers en tussen kopers. Die zorgt ervoor dat prijzen tot stand komen op basis van de vergelijking van productiekosten. Wat kost het om zo’n ding te maken? Wat volgens Marx neerkomt op de vraag: hoeveel sociaal noodzakelijke arbeidstijd is er vereist om de grondstoffen die ervoor verbruikt werden te ontginnen, om de producten die de arbeiders met hun lonen kopen te maken, om het deel van de technologie en infrastructuur die voor zijn productie werd versleten te vervangen? Abstracte arbeidstijd is wat werkelijk wordt geruild. Slaagt een industrieel er in om er minder  te gebruiken dan in zijn sector de norm is, dan rijft hij een meerwinst binnen. Hetzelfde geldt voor de firma die een nieuw product op de markt brengt en dus een monopolie-positie verwerft die de marktregels uitschakelt. Maar de tendens van de markt is om de productie te stimuleren waar de winstmarge hoger is, zodat wat de uitzondering was, de regel wordt en de winstvoet, tendentieel, egaliseert.

value

Dit systeem werkte behoorlijk zolang de groei van de sociale rijkdom effectief afhing van een groeiende mobilisatie van arbeid. Maar technologische omwentelingen doen een productieproces ontstaan waarin de werkelijke bron van sociale rijkdom niet zozeer de kwantiteit van de geleverde arbeid is maar wel ‘het algemene intellect’,  de collectieve kennis en toegepaste wetenschap. Marx voorzag een tijd waarin productie  een zaak wordt van machines en automatische processen en de mens niet langer de hoofdacteur in het productieproces is maar enkel de opzichter. Zo krijg je een systeem waarin enerzijds de toegepaste sociale kennis een gigantische productiviteit mogelijk maakt, (relatief) onafhankelijk van de hoeveelheid arbeidstijd die gebruikt wordt.  Anderzijds dwingt het geldsysteem om de hoeveelheid arbeidstijd te blijven gebruiken als maatstaf voor de waarde die gecreërd wordt en om de groei van de productie ondergeschikt te maken aan de nood om de waarde van het bestaande geld in stand te houden (Marx, Grundrisse, Penguin ed. p. 704 e.v.).

 Met andere woorden, het kapitalisme heeft de wereld zo veranderd dat zijn eigen grondregels achterhaald zijn geworden. Ze leiden tot overproductie, een dalende modale winstvoet, krisis, armoede, oorlog. Hoe meer ontwikkeld het globale productieproces wordt, hoe moeilijker het wordt om die obstakels te overwinnen.

 De stagnatie van waardegroei in de reele economie leidde in de jaren 1970 tot een mondiale krisis. Meer geld in circulatie brengen om de groei te stimuleren deed enkel de inflatie oplaaien. Het geld begon zich uit de circulatie terugtrekken. Het is de enige waar die dat dat kan. “Alle waren zijn bederfbaar geld”, schreef Marx, maar “geld is de onbederfbare waar” (schijnbaar).  Alle andere waren moeten omgezet worden in geld, anders verliezen ze hun waarde. Geld kan geld blijven in de vorm van allerlei financiele tegoeden. Die maken het mogelijk om geld te parkeren, in plaats van het te gebruiken voor consumptie of productieve investeringen. Vanaf 1980 groeide de parkeer-ruimte aan een ongelooflijk tempo. De meest ingenieuze ‘financiele instrumenten’  (derivatieven etc) werden uitgevonden om aan de vraag tegemoet te komen. Zo kon de geld-expansie voortgaan zonder inflatie aan te wakkeren omdat het teveel aan geld in circulatie werd weggezogen door de financiele sector. Geld heeft het voordeel dat de vraag ernaar onbeperkt is: alle andere waren hebben een gelimiteerde markt maar geld kun je in deze maatschappij blijkbaar nooit genoeg hebben.

always more

Dat is echter ook een nadeel. Hoe meer de vraag naar geparkeerd geld stijgt, hoe minder koopkracht er overblijft voor andere waren zodat de reele economie verder verzwakt.  De stijgende vraag doet de marktwaarde van financiele tegoeden stijgen, wat op zijn beurt de vraag stimuleert. Een steeds groter deel van de totale koek gaat naar de financiële sector –in de VS steeg het aandeel van de sector in de totale winst van 18,3% in 1980 naar 40,8% in 2007- zodat al de rest het met minder moet doen.

Eigenlijk zou ik hier twee andere belangrijke ontwikkelingen sinds 1980 moeten bespreken: de globalisering en de expansieve groei van de informatie-technologie. Alleen omdat dit stuk anders te lang zou worden, sla ik ze over. Maar over de geldcultuur nog dit.

Sinds 1980 is de totale hoeveelheid van financiële tegoeden drie keer sneller gestegen dan het mondiale bruto product (van 12 biljoen dollar in 1980 naar 196 biljoen in 2007, wat vier keer meer was dan het mondiaal bruto product in dat jaar) (zie Der Spiegel, 5/11/2009, p. 96 e.v.). Het geloof dat geld meer geld kan opbrengen, zonder daartoe afhankelijk te zijn van een waardegroei in de reele economie, werd wijdverspreid.Maar al die financiele tegoeden zijn in feite schuldvorderingen. Hoe meer ze groeien in verhouding tot de reele economie, hoe meer deze laatste kreunt onder haar schuldenlast.

Debt

Ze bezwijkt eronder op de zwakste plaatsen en dan begint de hele zeepbel te barsten. De eerste zware schok kwam in 2008. Men ging hem te lijf door nog maar geld te maken, nog meer schulden  te maken.  Het onevenwicht werd dus nog groter. Een nieuwe, zwaardere schok staat ons te wachten.

De wereldeconomie zou een heropleving kennen als het teveel aan financieel kapitaal als bij toverslag geëlimineerd zou kunnen worden. Maar dat is onmogelijk. Het ‘goede’ geld en het ‘slechte’ dat door geen waarde in de echte economie gedragen wordt, kan niet van elkaar gescheiden worden. Daarom zou de ineenstorting van de gigantische financiële bubbel de hele economie met zich mee sleuren.

Een wereld zonder geld

Ik vermoed dus dat onze buitenaardse bezoeker ons zou adviseren om het hele geldsysteem te laten vallen. “Dat kan niet”, zegt professor De Grauwe, “dat zou een terugkeer betekenen naar het stenen tijdperk”. Want hij kan zich een ontwikkelde maatschappij niet anders voorstellen als een markt en een markt zonder geld is inderdaad moeilijk voorstelbaar.

Maar het is juist omdat we in een hoog-ontwikkelde maatschappij met een globaal productieproces leven, dat we ons iets anders kunnen voorstellen dan marktmechanismen om productie en consumptie te reguleren.

Waarom niet?

Waarom niet alle basisbehoeften  –behuizing, levensmiddelen, transport en communicatie, medische zorgen- voor alle mensen op aarde gratis maken? Onmogelijk? De kennis en middelen om zo’n project te realiseren zijn wel degelijk voorhanden.

Waarom niet samen democratisch beslissen wat onze gezamenlijke prioriteiten zijn en alle elkaar beconcurrerende en oorlog voerende naties afschaffen?  De informatie-technologie zou daar de infrastructuur voor leveren.

Een prioriteit zou zeker zijn het herstel van het ecologisch evenwicht, zodat we ophouden met ons eigen graf te graven. Tijdsbesparende technologie zou dienen om echt tijd te sparen, om iederen meer vrije tijd te geven, in plaats van om personeel op straat te zetten en de overblijvers nog harder te doen werken.

Sommige zaken zouden nog altijd schaars zijn (residenties aan zee, fijne wijnen, vliegtuigreizen) en hoe men die zou verdelen weet ik ook niet precies. Maar die dingen zouden relatief marginaal zijn omdat collectieve vormen van consumptie (een puik en gratis openbaar vervoer ipv iedereen in zijn eigen auto bvb) en de onmogelijkheid om bezit via geld te accumuleren de bezitscultuur gaandeweg zouden doen verdwijnen.  Nu bezit minder dan 1% van de wereldbevolking ruim 40% van alle rijkdom op aarde.

what to do

Zouden mensen de stimulans verliezen om productief te zijn als ze geen geld meer kunnen accumuleren? Ik denk het niet. De meeste mensen willen een productief leven leiden omdat ze daar voldoening in vinden. Nu kan een steeds groter deel van de mensheid dat niet. Bijna twee miljard mensen zijn verbannen uit het globale productieproces , gedoemd tot ellendige levensomstandigheden die misdaad, oorlog, overbevolking en ziekte meebrengen. Het geldsysteem maakt van de aarde een “planet of slums”, zoals Mike Davis in zijn gelijknamig boek indringend beschreef.

Ik wil het niet te simpel voorstellen. Problemen zouden niet bij toverslag verdwijnen, het gezamenlijk beheer van de aarde zou een complex  proces zijn en boekhouding zou nog steeds een vereiste zijn. Maar het grootste obstakel is het ontbreken van de wil, het onvermogen om buiten de box van de markt te denken. En dus ook het ontbreken van een beweging, een sociale kracht die dit historisch breekpunt kan tot stand brengen. Het lijkt nog utopisch. Maar de ineenstorting van het geldsysteem kan het op slag veel realistischer maken.

  Tom Ronse

Ik dank diegenen die deze serie hebben uitgelezen. En nu terug naar de belangrijke zaken des levens, zoals hoofddoeken.     

Entry filed under: Ekonomie, Milieu, Samenleving. Tags: , , , .

DAT ZINKEND GEVOEL (3) KEITH HARING: EEN KUNSTENAAR MET EEN BOODSCHAP

1 reactie Add your own

  • 1. Adrien Verlee  |  april 20, 2013 om 1:43 pm

    Heb de reeks graag gelezen.
    Een oplossing uit deze crisis? Misschien ‘gratis’ gaan werken!
    Nu werken we gratis op de voorwaarden van kapitaal en bankier, die meer dan duidelijk er een potje van gemaakt hebben. Meer, zij gaan heus geen oplossing bedenken (als ze het kunnen) voor ons, gewone mensen.

    Wat echter als we gratis zouden werken op *onze* voorwaarden? Volgens ons belang?
    Laat ons beginnen met een vaststelling die zelfs kleuters kunnen doen: er zijn voldoende sociale noden die opgelost moeten worden. Structureel, niet a la Bill Gates. Laten we ons bv. beperken tot woningbouw, niet enkel in België maar ook wereldwijd. Dan zie je dat veel noden op dit beperkte gebied onvervuld zijn. In België én wereldwijd. (Kunnen daar geen handelsverdragen rond gesloten worden?)

    Maar dat gratis werken?
    Ik heb, zoals velen, 40 jaar gewerkt. Ik heb 40 jaar X % gratis gewerkt, dat de patroon dan inde. (Waarbij er patroons waren die het arbeidsritme opdreven of mij het leven moeilijk maakten, waar ik (of dus de werkenden in het algemeen) wel de centen opbracht.)
    Omwille van discretie kan het niet met een bronvermelding, maar door toeval heb ik eens kunnen berekenen wat er nominaal opgebracht is door m’n arbeid. Dat was 30 %. Let wel: netto, na afschrijvingen en al de rest. Nominaal dus, stel je voor wat het kan zijn met de reële cijfers.

    De oplossing van een probleem, dat is soms het compleet anders en uit een verrassend perspectief te bekijken.
    Waarom dus niet van die X gratis arbeid een deel aanwenden voor deftige woningen?
    Waarom mogen wij onze planning niet opleggen (zelfs in een markt) aan een duidelijk onbekwame groep mensen. Want wij leveren toch die gratis arbeid, niet?

    Hebben economen dit al eens berekend?

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.302 andere volgers


%d bloggers liken dit: