ARME KINDEREN BLIJVEN KINDEREN VAN ARME OUDERS

mei 17, 2013 at 10:41 am 2 reacties

KA 5

door Eric Bracke

 

Dat meer en meer jonge kinderen in de bijzondere jeugdzorg verzeilen, houdt ook verband met de toenemende kinderarmoede, beweerde Stefan Van Mulders van het Agentschap Jongerenwelzijn in De Standaard. Professor Michel Vandenbroeck (UGent) vindt het verontrustend dat de strijd tegen armoede dreigt te verschuiven naar een loutere strijd tegen kinderarmoede. ‘Zonder herverdeling creëert men ongelijke kansen voor kinderen.’

 

’Achter elk kind in armoede staat een vader, een moeder of een gezin dat arm is’, schreef Vlaams parlementslid Mieke Vogels (Groen) op de opiniepagina’s van de krant De Standaard. Een sociaal restaurant dat voor 1 euro een warme maaltijd serveert, zoals de Antwerpse OCMW-voorzitster Liesbeth Homans (N-VA) voorstelt, lost volgens haar niets op. ‘Een echt armoedebeleid garandeert kansen aan kinderen, zorgt voor kwalitatieve kinderopvang en onderwijs’, aldus nog La Vogels.

 KA 2 prof-michel-vandenbroeckProfessor Michel Vandenbroeck is het met die inzichten volmondig eens. Hij pleit dan ook voor een toekomstige Vlaamse kinderbijslag die de welvaart herverdeelt. Vandenbroeck zou het jammer vinden als iedere ouder na de zesde staatshervorming nog altijd  eenzelfde bedrag ontvangt per kind.

Michel Vandenbroeck is al een kwart eeuw actief op het terrein van de voorschoolse opvoeding, wat in de literatuur Early Childhood Education and Care (ECEC) heet. ‘Ik ben vooral bezig geweest met kinderopvang en opvoedingsondersteuning, maar ook met de kleuterschool, die in internationale studies eveneens onder Early Childhood Education and Care valt. Daarbinnen heb ik me de laatste vijftien jaar gebogen over thema’s als inclusie, uitsluiting en diversiteit. Naarmate de voorschoolse opvoeding meer in het vizier kwam als middel om kinderarmoede te bestrijden, ben ik mee in de discussies over kinderarmoede gerold.’

 

Voorschoolse opvoeding zou een probaat middel tegen armoede zijn. Is er voldoende onderzoek om dat te staven?

Michel Vandenbroeck: ‘De laatste twintig jaar is er een enorme stroom studies naar de effecten van voorschoolse opvoeding op de latere schoolloopbaan. De voorlopers zijn Amerikaanse onderzoekers die in de jaren zeventig peilden naar de vraag waarom zwarte kinderen het slecht deden op school. Voor Vlaanderen is dat vandaag trouwens een actuele kwestie. Onze scholen reproduceren de ongelijkheid in hogere mate dan elders in Europa. Het is dus niet zo gek om vanuit die optiek het Amerikaans onderzoek en beleid uit de jaren zeventig te bekijken.

Aanvankelijk investeerde men in de VS in lagere scholen, maar men stelde vast dat de resultaten niet veel langer duurden dan het project zelf. Dat was ontgoochelend, gezien de hoge kostprijs van die programma’s. Daarna opperden onderzoekers dat het misschien beter was op vroegere leeftijd te beginnen. Dat is later door wetenschappelijk onderzoek bevestigd, ook in Europa.’

KA 1 een-op-de-tien-kinderen-wordt-in-armoede-geboren-id4383494-620x400
Welk soort onderzoek deed men in Europa?

‘Er zijn twee genres van onderzoek in dit domein. Het eerste genre is redelijk klassiek: men vergelijkt een aantal kinderen in uitstekende voorschoolse voorzieningen met een groep kinderen uit een gelijkaardige context, die naar middelmatige of geen voorzieningen gaan. Men onderzoekt of er in het eerste leerjaar in de ene groep opvallend meer zittenblijvers zijn dan in de andere. In het zesde leerjaar meet men of de ene groep aanzienlijk beter scoort op een standaardtoets dan de andere. Er bestaat vooral veel Brits onderzoek op dit vlak. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het hoogstaand onderzoek, maar de vraag is of het maatschappelijk verantwoord is kinderen goede voorzieningen te ontzeggen om te kunnen meten.

In landen met uitstekend statistisch materiaal, zoals in de Scandinavische landen, werken onderzoekers met gedetailleerde databestanden om correlaties met de kwaliteit van de voorschoolse opvoeding op te sporen. Ook dit tweede genre onderzoek bevestigt dat voorschoolse educatie het verschil maakt. Bovendien blijkt dat verschil het sterkst te zijn voor kansarmen. Zij zijn het meest gebaat bij voorschoolse opvoeding, op voorwaarde dat die van hoge kwaliteit is.’

Hoe definieert u kwaliteit in dit geval?

‘Dat is niet gemakkelijk, maar we kunnen wel een aantal criteria geven, zoals niet te grote groepen en geen grote turn-over van het personeel, wat meteen ook relatief goede arbeidsomstandigheden veronderstelt. Degelijke materiële voorzieningen is als factor minder essentieel dan een goede interactie tussen kinderen en volwassenen en het competentieniveau van die laatsten.

Waarom dat zo is, wordt deels verklaart vanuit de neurologie. Onze hersenen ontwikkelen zich op die leeftijd veel spectaculairder dan in gelijk welke fase van ons leven. Als kinderen in deze fase in een stimulerende omgeving terechtkomen, zie je dat hun hersenen anders groeien dan die van kinderen in een weinig stimulerende omgeving. Dat is het duidelijkst met taal, maar ook met vaardigheden die het latere leren beïnvloeden, zoals nieuwsgierigheid en concentratievermogen. Uit Brits longitudinaal onderzoek blijkt dat de positieve effecten van de voorschoolse opvoeding nog altijd zichtbaar zijn als de kinderen zestien worden, zelfs als ze naar een slechte lagere school geweest zijn.’

KA 4
Ze zijn gewapend door de kwaliteit van hun voorschoolse opvoeding…

‘Precies. De Britse onderzoeker Melhuish zegt: Goede voorschoolse opvoeding is een vaccinatie tegen een slechte school. Toch blijken er twee uitzonderingen te zijn. Frankrijk heeft lang geleden de toegang tot de kleuterschool verlaagd tot 2 jaar, het laagste van Europa. Het was uitdrukkelijk de bedoeling om kansarme kinderen meer kansen te geven. Maar grootschalig onderzoek wees uit dat deze kinderen, tegen de verwachting in, niet minder dubbelden in de lagere school.

Nederland heeft dan weer stevig geïnvesteerd in de programma’s voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Maar kinderen in deze VVE-voorzieningen bleken het niet beter te doen dan lotgenoten die daar niet zaten. Vreemd genoeg blijven Nederlandse beleidsdocumenten beweren dat VVE zijn effect heeft bewezen, al is er geen enkel onderzoek dat dit bevestigt.’

Hoe verklaart u dat het in Frankrijk en Nederland niet blijkt te werken?

‘In Nederland zeggen de onderzoekers dat het te maken heeft met een te grote concentratie van kansarme kinderen. Dat strookt met de bevindingen uit het grote Britse onderzoek van Melhuish. Hij stelde vast dat de positieve effecten nog sterker zijn als er een sociale mix bestaat. Kansarme kinderen moeten in gewone voorzieningen aan hun trekken komen, we mogen ze dus niet in aparte voorzieningen steken.

In Frankrijk was iets anders aan de hand. De kleuterscholen zijn daar nog altijd zeer klassikaal, met vrij grote groepen en een volwassene die niet echt opgeleid is om met jonge kinderen te werken. Kinderen van twee jaar hebben weinig aan zo een omgeving. De voorwaarden van goede kwaliteit zijn niet aanwezig.’

Amerikanen spreken over economisch rendabele investeringen…

‘De economische vertaling van dit verhaal in de VS, met zijn zwakke sociale opvang, kan niet hetzelfde zijn als hier. In de VS is de belangrijkste return on investment een besparing voor de gevangenissen. Ik heb ethische bezwaren tegen sociale investeringen die alleen steunen op economische argumenten. Zoiets is zorgwekkend voor bijvoorbeeld de bejaarden in dit land. Sociale cohesie is minstens even belangrijk, maar dat kun je niet in geld uitdrukken. Als het onderwijssysteem de ongelijkheid blijft reproduceren, zal de tweedeling nefast worden voor onze samenleving. We kunnen het ons niet permitteren daar niet mee bezig te zijn.

Wat mij ook verontrust is de verschuiving van de bestrijding van armoede naar kinderarmoede. Dat heeft mede te maken met wat Jan Vrancken (UA) het individueleschuldmodel noemt.’

KA 3 Congolese-kinderen-scheppen-hun-drinkwater-uit-een-vervuilde-poel-
Wat bedoelt men precies met dat individueleschuldmodel?

In tijden van economische crisis zijn mensen geneigd succes toe te schrijven aan eigen verdienste en niet aan geluk, terwijl ze bij gebrek aan succes individuele schuld inroepen. Het maatschappelijke draagvlak om solidair te herverdelen en te beschermen kalft af. Het kindergeld dat door de zesde staatshervorming in Vlaamse handen komt, biedt een kans om te herverdelen. De 150 euro die ik krijg, maakt geen verschil voor mijn kind, je geeft ze beter aan iemand die arm is. In dat gezin kan 300 euro heel veel betekenen voor een kind. De grote gezinsorganisaties zijn tegen, de undeserving poor mogen blijkbaar niet meer krijgen. Natuurlijk moet er een evenwicht zijn tussen verantwoordelijkheid en solidariteit, maar de laatste jaren is dat evenwichtspunt aan het schuiven en daardoor zijn de kinderen in het vizier gekomen. Kinderen kun je niet de schuld geven van hun armoede en dus pleit men voor gelijke kansen in plaats van herverdeling. Maar we vergeten dat de inkomsten van de ouders bepalend blijven voor de kansen van hun kinderen. Zonder herverdeling creëren we ongelijke kansen voor kinderen.’

Is de focus op voorschoolse educatie als middel om armoede te bestrijden dan verkeerd?

‘Het is een goede beleidsfocus, we moeten dat doen, er is evidentie voor. Maar het risico bestaat dat het een alternatief wordt voor een omvattender welvaartssysteem. Kijk naar Engeland. Onder Thatcher en Major was alles wat voorschools was de zaak van het gezin, de overheid had zich daar niet mee te bemoeien. Toen Labour in 1997 aan de macht kwam, maakte het van de strijd tegen de kinderamoede een prioriteit. Met zijn New Labour -politiek investeerde Tony Blair heel fiks in voorschoolse voorziening, herverdeling was veel minder een middel. De kinderarmoede in Groot-Brittannië is inderdaad aantoonbaar gedaald, maar ze blijft veel hoger dan bij ons en ondertussen heeft Cameron de kraan weer dichtgedraaid. Wat ik wil zeggen: die voorschoolse opvoeding is belangrijk, maar laat ons vooral niet denken dat we het daarmee gaan oplossen. Arme kinderen blijven kinderen van arme ouders. Het is goed dat het beleid een paar tandjes bij steekt voor voorschoolse voorzieningen –  er is een tekort aan kinderopvang en het zijn de kansarmen die er het slachtoffer van zijn. Maar negeer ondertussen de hefbomen van bescherming en herverdeling niet. Gebruik de zesde staatshervorming in die zin om de kinderbijslag aan te passen.’

KA 6

Eric Bracke is free-lance journalist

LEES OOK HET INTERVIEW MET DE INDIASE EXPERTE SUNITA NURAIN:

http://www.standaard.be/plus/20130525/ochtend/40

Entry filed under: boeken, Ekonomie, Europa, Politiek Belgie, Samenleving. Tags: , , , , , .

ISRAEL 65: EVENVEEL JAREN TERREUR EN KOLONISATIE ISRAEL NEEMT DE TELEFOON NIET OP

2 reacties Add your own

  • 1. Frank roels  |  mei 17, 2013 om 12:16 pm

    Buitengewoon leerzaam interview, bravo voor Eric Bracke, en natuurlijk mijn collega Vandenbroeck.
    Na de perfecte analyse, toch ook één twijfel over een maatregel: de kinderbijslag herverdelen volgens inkomen. Zoals Vandenbroeck al opmerkte: de grote gezinsorganisaties zijn tegen. Dat is precies het probleem met alle sociale voorzieningen: indien de iets betere inkomensklassen het gevoel krijgen, dat ze méér betalen dan ze krijgen, is er geen politiek draagvlak meer. Het is een wonder, achteraf beschouwd, dat Achiel Van Acker na de oorlog de verplichte ziekteverzekering kon invoeren, met een bijdrage die, nog steeds vandaag, proportioneel is met het inkomen. Dit zou vandaag niet meer gelukken. Integendeel, de vlaktaks, zelfde % te betalen door iedereen, heeft veel verdedigers. De publieke opinies zijn geëvolueerd naar minder solidariteit; met dank aan de commerciële media, en, dat mag toch gezegd worden, nadrukkelijk O-VLD & MR, LDD, Nv-a, en in de praktijk een groot deel van de CD&V.
    Persoonlijk twijfel ik ook, wat best is: méér geld geven aan ouders met kinderrijkdom, dan wel meer gratis voorzieningen (Kind en Gezin; peutertuinen; kinderbibliotheken in de wijken; naschoolse georganiseerde activiteiten…). Geld wordt immers anders besteed door verschillende sociale- en opleidingsniveau’s.

    Beantwoorden
  • 2. Kris Smet  |  mei 17, 2013 om 2:55 pm

    Ik denk dat Eric het bij het rechte eind heeft.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.334 andere volgers


%d bloggers liken dit: