Wat heeft onze taal toch misdaan?

december 5, 2013 at 8:12 am 7 reacties

vlataal

Door Johan Nootens

Zowat elke dag spreek ik drie varianten van onze taal. Standaardtaal met vrouw en kinderen, dialect met mijn linkerbuurman en omgangstaal met mijn rechterbuurman. Dat wil zeggen dat ik “ga je mee”, “gorre ga mei” en “gade gij mee” elk op zijn tijd gebruik.
Zoals andere talen, maken ook die talen een ontwikkeling door. Onze Nederlandse standaardtaal wordt Belgischer/Vlaamser. Mijn dialect kan de moderne tijd niet meer aan en verliest bereik. En de Vlaamse omgangstaal wordt in de media en in het dagelijkse leven vaker en vaker gebruikt. Maar die omgangstaal van ons wordt gehoond en uitgefoeterd. Hoe komt dat en waarom aanvaarden wij zo maar klakkeloos dat onze taal uitgescholden wordt?

Scheldpartijen

Miljoenen Vlaamse mannen, vrouwen en kinderen spreken elke dag hun omgangstaal. Aan de ontbijttafel, voor de schoolpoort, op de trein, in de koffiekamer, in de klas, in de lerarenkamer, bij de huisarts, in het gemeentehuis, in het Vlaams Parlement, op radio en televisie, in de collegezalen, op café, in bed.

Die omgangstaal wordt door sommigen verketterd, bespuwd en bevochten. Zowel door zeloten als Benno Barnard en Geert Van Istendael, als door neo-rechtse baronessen als Mia barones Doornaert en progressieve journalisten als Walter Zinzen. Een fraaie verzameling van dat gescheld stond onlangs nog in een opiniestuk van Mark Van De Voorde: “bloedloze tussentaal”, “onbenullig taalgebruik”, “een vervuilde taal”, “bloedloos en zielloos”, “armtierig”, een uiting van “cultuurloze kneuterigheid en zielige arrogantie”[1].

Onze omgangstaal wordt dan “ontaal” (Devos), “wantaal” (Benno Barnard), “halftaal” (Geert Van Istendael) of “verdomde Vloms” (Kurt Van Eeghem) genoemd. De vaakst gebruikte scheldwoorden zijn “Soapvlaams”, “tussentaal” en het ondertussen wijdverbreide “Verkavelingsvlaams” van Geert Van Istendael. Hij lanceerde die term in 1988[2] en liet zich meteen al eens goed gaan:

“Er is iets nieuws, iets vuils de taal in de zuidelijke Nederlanden aan het aantasten. Een manke usurpator in kale kleren, maar hij heeft de verwaandheid en de lompheid van een parvenu. Hij heet Verkavelingsvlaams. Het is de taal die gesproken wordt in de betere villa’s op de verkavelde grond van onze verminkte dorpen. Het is de taal van de jongens en de meisjes die naar een deftige school gaan en andere kinderen uitlachen omdat die zo onbeschaafd praten.(…) Ik haat die nieuwe halftaal, omdat ze mijn taal, het Nederlands, bedreigt en haar voedingsbodem, het dialect, vertrapt.”

En daarmee is de toon gezet: we zitten met een “vuile” taal, en ook met de sprekers ervan is er iets aan de hand. Onze omgangstaal is “lui Vlaams” (Johan Taeldeman) “voor wie te laf is om te kiezen tussen dialect en ABN” (Sabine Vandeputte-VRT). Je hoort in dat soort uitspraken een echo van het misprijzen van de oude franskiljons.

 franskilions

 Al dat geschimp komt meestal van mensen die met taal hun brood verdienen: auteurs, journalisten en columnisten. Maar ook van taalkundigen en talig geschoolde mensen als leraren en schoolboekenmakers. Dat is niet alleen jammer maar ook onbegrijpelijk. In Duitsland bijvoorbeeld wordt de “Umgangssprache” even serieus bestudeerd als de drie variëteiten (Duits Duits, Oostenrijks Duits en Zwitsers Duits) van de standaardtaal.

In Vlaanderen mogen professoren en onderwijzers in 2013 nog altijd verkondigen dat de sprekers van onze omgangstaal “luie en laffe” mensen zijn die een “ontaal” hanteren. Hoewel bijna al hun leerlingen en studenten in die “ontaal” opgegroeid en gesocialiseerd zijn.

‘Taalkramp’

Gelukkig worden die taalideologen en taalpolitici stilaan ouder. Er is intussen een nieuwe generatie taalwetenschappers voor wie de taalwerkelijkheid belangrijker is dan de taalideologie en voor wie taalvariëteiten en taalvariatie normale studieonderwerpen zijn.

Maar zoals te verwachten was, krijgen ze sterke tegenwind in de Vlaamse media. Toen Kevin Absillis, Jürgen Jaspers en Sarah Van Hoof de bundel De Manke Usurpator – Over Verkavelingsvlaams publiceerden[3], gingen de poppen aan het dansen en schoot weldenkend Vlaanderen weer in een “rituele taalkramp” (Jan Blommaert)[4].

Wat voor opzienbarends staat er dan wel in dat boek? Eigenlijk heel gewone waarnemingen en beschouwingen over de taalvariëteiten in Vlaanderen. Niet alle verontwaardigde critici hadden het boek gelezen [5] dus sta me toe om er uit te citeren.

Johan De Caluwé stelt vast dat “tussentaal alomtegenwoordig is in Vlaamse scholen, als informele variëteit naast de standaardtaal” (blz. 108) en wie de beheersing van de standaardtaal op school wil verbeteren, moet “durven bouwen op alle vaardigheden van leerlingen en leerkrachten, en ophouden een belangrijk deel van die vaardigheden botweg te negeren of af te doen als taalarmoede” (blz. 120). “De vele onderwijzers waarmee ik over grammatica-onderwijs gesproken heb,” ondervond Ides Callebaut, “dachten bijna allemaal dat taal gebaseerd is op de schoolgrammatica en niet omgekeerd” (blz. 128).   usurpator

Voor Johan De Schryver is “tussentaal een overbodige, negatieve en tendentieuze term met een willekeurige inhoud” en dat blijkt ook “uit de schoolboeken”. Een Vlaams taalbeleid zou “een positieve attitude tegenover taalvariatie” moeten bevorderen (blz. 141).

Volgens Koen Plevoets “kan er in Vlaanderen inderdaad sprake zijn van een ‘taalkloof’, als die maar begrepen wordt als een sociale kloof: er is een elite die Verkavelingsvlaams spreekt, en een middenklasse die taalonzeker is” (blz. 215).

Voor wie nog altijd gelooft dat de komst van VTM het begin van het “Soapvlaams” betekende, heeft Sarah Van Hoof het taalgebruik in de fictie op de BRT(N)/VRT in de jaren 80 en vandaag bekeken. In de jaren 80 was dat taalgebruik “bijzonder gevarieerd en veelkleurig. Vrijwel het hele continuüm tussen Standaardnederlands en dialect wordt bestreken” (blz. 280). En in de fictie van vandaag wordt de standaardtaal “vrijwel onvermijdelijk als theatraal, onnatuurlijk of bizar ervaren door wie alledaagsheid, herkenbaarheid en realisme verwacht zoals in hedendaagse fictie dominant is geworden” (blz. 298).[6]

Het is bizar dat men zich opwindt over dergelijke nuchtere en voor de hand liggende vaststellingen.

Vooroordelen en misverstanden

In de volksmond maar ook in doorgeleerde kringen wordt er wel eens gepraat over “lelijke” talen, zelfs over “ontalen”. Maar er bestaan geen “lelijke” talen of “ontalen”. Er leven alleen vooroordelen over de mensen die een taal gebruiken. Mensen die van thuis uit een vooroordeel meekrijgen over de dialectsprekers van hun dorp of streek,  wagen zich al eens aan uitspraken als “Dat dialect is echt wel lelijk”. Waarmee ze vooral uiting geven aan hun eigen identiteitsbesef, en soms ook aan hun onderachting van de sprekende volksmens.

Dialecten zijn niet “zuiverder” dan andere talen en ze zijn zeker niet “de voedingsbodem” van de standaardtaal, zoals Van Istendael dat heel romantisch stelt. Er zijn nogal wat bestrijders van onze omgangstaal die zich graag verliezen in lofzangen op het dialect. Terwijl ze vaak nooit in een dialect geleefd hebben. Voor hen vertegenwoordigt een dialect de pure natuur, het gezellige plattelandsleven en de weerstand tegen de moderniteit. Terwijl een dialect een gewoon communicatiemiddel is voor een geografisch beperkte gemeenschap, een taal die meer en meer woorden moet overnemen uit de omgangstaal en de standaardtaal omdat ze die woorden niet in voorraad heeft.

Waarvoor dialect niet geschikt is

Waarvoor dialect niet geschikt is

Een ander, vervelend misverstand is dat er zo iets zou bestaan als het enige, echte en ondeelbare Nederlands. Maar net zoals elke andere taal, is het Nederlands een huis met veel kamers. In Nederland worden er dialecten en regiolecten gesproken, naast NRC-Nederlands, Kamernederlands[7], Gedeelde post bekijken geenstijl-Nederlands, ambtenarees, Murksnederlands, Poldernederlands en de omgangstaal van Henk en Ingrid in hun Vinexwijk[8]. In Vlaanderen worden dialecten en regiolecten gesproken, naast Journaalnederlands, Migrantennederlands,  ambtenarees, Bakfietstnederlands, omgangstaal in Thuis en op straat, en ga zo maar door.

De stand van de taal in Vlaanderen in 2013

Ik hoorde vanmorgen in de Ochtend op Radio 1 dat de N-VA “het eerste luik van zijn congresteksten voorgesteld heeft”. De redacteuren van De Morgen en De Standaard gebruiken vandaag ook dat “luik”. En de N-VA zelf ook. Maar volgens de taaladviseur van de VRT is dat een taalfout: in plaats van “luik” hadden ze “hoofdstuk” of “(onder)deel” moeten zeggen[9].  En volgens Taaladvies.net van de Nederlands-Vlaamse Taalunie is “luik” “in die betekenis standaardtaal in België”[10].

Op die manier creëer je natuurlijk chaos: in de politiek en de media gebruiken ze “luik” voor “deel”, de officiële taaladvies-site van de Vlaamse en de Nederlandse overheid noemt dat woord “standaardtaal in België” en de taaladviseur van de VRT keurt het af. Omdat “luik” een gallicistische vertaling van het Franse “volet” is, zoals dat in de gouden jaren van de taalzuivering verwijtend werd gesteld. Terwijl gallicismen eigenlijk gewone contactverschijnselen zijn in ons land waar het Nederlands en het Frans elkaar tegenkomen, zoals “mon kot” en “mazoutketel“, “je ne sais pas de chemin avec mon garçon” en “u bent niet weerhouden“.

Mijn drie zoons waren tweeëneenhalf toen ze naar de eerste kleuterklas gingen, in 1975, 1985 en 2008. En met alle drie heb ik hetzelfde meegemaakt: ze waren opgegroeid en opgevoed met “jij” en “halfzes” en na twee dagen speelplaats en kleuterjuf beheersten ze de “gij”-vormen perfect en wisten ze wat “vijfenhalf” is. Ook op die leeftijd al gaan kinderen vlot om met taalvariatie.

Zak in De Morgen van 1 september 2012

Zak in De Morgen van 1 september 2012

De taalfundamentalisten zullen het niet graag lezen, maar sociale, regionale en culturele variatie is het belangrijkste kenmerk van de taalsituatie in het Vlaanderen van 2013. Dat geldt voor alle taalgebieden in alle talen, maar er zijn ook eigen Vlaamse aspecten:

–          Een relatief grote groep van de bevolking spreekt en begrijpt nog dialect. In het dialectvaste West-Vlaanderen is dat meer het geval dan elders: daar spreken ook kinderen nog vaak dialect.

–          Elk jaar schrijven en lezen meer mensen de standaardtaal. De Vlaamse media worden massaal gelezen, bekeken en beluisterd, er zijn nooit meer leerlingen naar school gegaan en het hoger onderwijs telde eind 2011 195.902 studenten.

–          De “spraakmakende gemeente” is door de economische opgang van Vlaanderen, door de politieke federalisering, door de universitaire groei en culturele bloei verbreed en verstevigd en kiest duidelijk voor een eigen Vlaams-Belgische variant van de standaardtaal.

–          De standaardtaal is voor veel Vlamingen een op school aangeleerde taal met te weinig registers en varianten en een opvallende aandacht voor uitspraak en spelling. Geen dt-fouten maken en “naar de letter” spreken is voor veel Vlamingen nog altijd een na te streven standaardtaalnorm.

–          De omgangstaal is een wijdverbreide variant van het Nederlands, zowel wat de sociaal-culturele als de situationele spreiding betreft: situaties die bijvoorbeeld in Nederland de standaardtaal nodig hebben, kunnen in Vlaanderen vaak in de omgangstaal verlopen.

Unisone politieke napraterij

Het verbaast niet echt, maar de Vlaamse politieke partijen slagen er niet in om zich een eigen, afgewogen oordeel te vormen over de taalsituatie in Vlaanderen. Op de Taaldag van de VRT op 25 oktober 2011 houdt VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx een voorzichtig pleidooi voor wat meer variatie en regionale accenten op de VRT-zenders. Daags nadien gooien de Vlaamse partijen alle remmen los in de Plenaire Vergadering van het Vlaams Parlement.[11]

We geven een paar letterlijke citaten. De spits werd afgebeten door de N-VA’er Wilfried Vandaele, een notoir Groot-Nederlander. Hij richt zich tot Ingrid Lieten, minister van de Media: “Gisteren heeft de stuurgroep Taal van de VRT ter gelegenheid van de Taaldag van de VRT verklaard dat de openbare omroep nood (sic!) heeft aan een nieuw taalcharter om meer ruimte voor regionale uitspraak en voor taalvarianten te maken. Wat ons betreft, is de regel dat de standaardtaal wordt gebruikt, punt uit. Ik weet dat het taalcharter momenteel dialecten en tussentaal in bepaalde programma’s niet uitsluit. Dialect kan functioneel zijn. De tussentaal (…), dat taaltje heeft volgens mij geen reden van bestaan.”

Een normaal mens zou daarop antwoorden: een bestaande taal heeft geen reden van bestaan nodig. Maar zo lucide zijn Vlaamse volksvertegenwoordigers blijkbaar niet. CD&V’er Johan Verstreken valt Vandaele bij: “Ik steun volledig wat de heer Vandaele (…) hier heeft gezegd. Ik ben een beetje bang wanneer de huidige taalraadsman zegt dat radiopresentatoren best meer over variatie in hun Standaardnederlands mogen laten horen. Ik denk dat dat niet kan.” Vlaams Belanger Wim Wienen merkt tersluiks op: “Ik vind het heel eigenaardig dat de VRT met een nieuw taalcharter bezig is waarin dit soort ideeën worden ontwikkeld, op een moment dat minister Smet van Onderwijs een talennota heeft geschreven waarin hij net gaat naar een opwaardering van dat Standaardnederlands.” VLD’er Bart Tommelein heeft er een regionale bedenking bij: “De openbare omroep moet heel duidelijk op deze lijn blijven: Standaardnederlands. We hebben het als West-Vlamingen al moeilijk genoeg om voorbeelden te horen van hoe het echt moet.” Sp.a’er Philippe De Coene speelt meteen op de man: “Gisteravond in De laatste show waren we getuige van een gesprek met een medewerker van een VRT-programma die een ellendig soort Nederlands sprak met een ellendige tongval, een soort Joost Vandecasteele. Minister, bespaar ons dit. Voor de medewerkers: laat ons de standaardtaal koesteren.” En Bart Caron van Groen besluit: “Tussentaal is eigenlijk niet te harden. Dialect kunnen we steunen, maar de standaard is het goede Nederlands.”

Zeldzame eensgezindheid in het Vlaamse parlement

Zeldzame eensgezindheid in het Vlaamse parlement

Minister Pascal Smet schrijft in zijn conceptnota Samen taalgrenzen verleggen (versie 22 juli 2011): “Nochtans is een rijke kennis van het Standaardnederlands dé voorwaarde voor wie in Vlaanderen wil leren, wonen, werken, leven. Wie van elders komt, en geen Standaardnederlands leert, blijft in de beslotenheid van het eigen gezin of de eigen gemeenschap leven, en leeft – in Vlaanderen – buiten Vlaanderen.” Je zou van een Onderwijsminister een meer genuanceerde mening verwachten. Wat bedoelt hij met “Standaardnederlands”? Als een werkzoekende in West-Vlaanderen een cursus ‘West-Vlams voe behunners’[12] volgt om in de zorgsector te kunnen werken, leeft die dan buiten Vlaanderen, net als die tienduizenden West-Vlamingen die alleen dialect praten? Leef je in Vlaanderen, als je omgangstaal spreekt met een duidelijk Antwerps of Marokkaans accent? En een kleuterjuf die aan haar jongste peuter vraagt “Hoe noemde gij?”, leeft die buiten Vlaanderen?

Pleidooi voor een realistisch en inclusief taalbeleid

Al die verbale krachtpatserijen over onze talen zijn contraproductief. Ze proberen de samenleving op te delen in sprekers van verschillende taalvariëteiten. Een hedendaags taalbeleid vereist realisme en inclusie: het uitgangspunt is dat er in Vlaanderen verschillende variëteiten van Nederlands, omgangstaal en dialect worden gesproken en dat al die variëteiten respect verdienen omdat ze allemaal op een bepaald moment en in een bepaalde omgeving functioneel zijn.

Meer vergelijkend en contrastief variatieonderzoek kan helpen om de leermethodes te verbeteren. In het onderwijs kunnen de kinderen zich op die manier  efficiënter en sneller de standaardtaal eigen maken. Het respect voor hun moedertaal – dialect, omgangstaal of Marokkaans – blijft de basis om op voort te bouwen. Van studenten die zich voorbereiden op een onderwijsberoep of een talig beroep wordt een grondige beheersing van verschillende registers van de standaardtaal vereist.

Jongeren die de middelbare school verlaten (aso, kso, tso en bso) hebben leren nadenken over:

  • het gebruik van standaardtaal, regionale en sociale taalvariëteiten;
  • het gebruik van in hun omgeving voorkomende talen;
  • normen, houdingen, vooroordelen en rolgedrag via taal;
  • taalgedragsconventies;
  • de gevolgen van hun taalgedrag voor anderen en henzelf;
  • talige aspecten van cultuuruitingen in hun omgeving.

Voor wie dat laatste een onrealistische en onhaalbare doelstelling vindt: die hele opsomming is een letterlijk citaat uit de heldere “eindterm 6.4” van de Eindtermen Nederlands voor het lager onderwijs van 1 september 2010[13]. De uitspraken die u hierboven kon lezen van ministers, volksvertegenwoordigers, journalisten en publicisten getuigen ervan dat zij in geen geval de Eindtermen Nederlands voor het lager onderwijs zouden halen.

Johan Nootens is oud‑communicatieadviseur Vlaamse Ombudsdienst.

Meer over dit onderwerp in het Salon leest u HIER


[1] In Knack van 15 augustus 2013

[2] In het Nieuw Wereldtijdschrift verscheen toen een voorpublicatie uit zijn Het Belgisch labyrint of de schoonheid der wanstaltigheid (Atlas 1989).

[3] Kevin Absillis, Jürgen Jaspers & Sarah Van Hoof (red.), De Manke Usurpator – Over Verkavelingsvlaams, Gent, Academia Press, 2012, 431 blz.

[4] Een overzicht van de bijwijlen hilarische reacties staat te lezen op http://demankeusurpator.wordpress.com/

[5] Geert Van Istendael gaf dat op 3 september 2012 ruiterlijk toe in het radioprogramma Hautekiet op Radio 1.

[6] In HUMO van 17 september 2013 zegt actrice Veerle Eyckermans onder meer: “Het probleem is dat we elkaar aanspreken met ‘je’ en ‘jij’ in de standaardtaal, maar alle Vlaamse televisiemakers vinden dat onnatuurlijk klinken. Ze kiezen altijd voor ‘ge’ en ‘gij’. De meeste acteurs verkiezen dat ook, en ja, dan glijdt de rest van het taalgebruik snel mee af naar de verschillende streektalen van al die mensen.” (blz.33-34)

[7] Nederland stond even op stelten toen Geert Wilders op 22 september 2011 in de Tweede Kamer tegen premier Rutte zei: “Doe eens normaal man!” (zie www.youtube.com/watch?v=2MgHKN4a5vI Wat Yves Desmet in De Morgen van 28 september 2011 het commentaar ontlokte: “Enfin, om maar te zeggen: Nederlanders, doe even normaal, ja?”.

[8] De kans is groot dat u een Vinexwijk niet kent. Omdat Vlaanderen een andere (woon)cultuur heeft dan Nederland. Voor Vinex: zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Vinex .

[9] http://www.vrt.be/taal/luik

[10] http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1444/

[11] Handelingen Plenaire Vergadering van 26 oktober 2011, Actuele vraag van Wilfried Vandaele tot Ingrid Lieten, Vlaams minister van Media, over het beleid van de VRT inzake het gebruik van het Standaardnederlands en eventuele variaties ervan

[12] Knack van 2 november 2013

[13] http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/basisonderwijs/lager-onderwijs/leergebieden/nederlands/eindtermen.htm

In Nederland heet zo’n eindterm voor het lager onderwijs overigens een “kerndoel”.

Johan Nootens is oud-communicatieadviseur van de Vlaamse Ombudsdienst.

Entry filed under: boeken, Politiek Belgie, Samenleving, Taal. Tags: , , .

HOE DURVEN ZE! MANDELA EN HET ANC

7 reacties Add your own

  • 1. miche van tricht  |  december 6, 2013 om 12:46 pm

    Het doel van een taal is niet mooi of lelijk te zijn, maar door zoveel mogelijk mensen begrepen te worden. Onlangs werd een Afghaanse jongeman uit België gezet, hoewel hij hier al jaren verbleef en volgens de media “perfect geïntegreerd was als Nederlandstalige loodgieter”. Ik ga nu even voorbij aan de dramatische om niet te zeggen tragische afloop van het gebeuren. Navid Sharifi, werd op een vliegtuig naar Kaboel gezet en daar opgewacht, jawel, door een radioreporter van de openbare omroep. Voor een interview. De dame stelde wat vragen en Navid leverde antwoorden waar ik, sorry, geen woord van begreep. Ik had zelfs geen idee welke taal hij aan het spreken was. Nadien bleek het zuiver Waregems te zijn. Dat is dus een van onze “tussentalen”,
    omgangstaal, algemeen Vlaams of hoe u het noemen wil ? Ah ja, want hij was volledig geïntegreerd als Nederlandssprekende loodgieter. Migranten die naar België komen zijn dus flink beetgenomen : ze leren de “plaatselijke taal” die alleen door een handvol buren en kennissen wordt begrepen en gesproken. Dat beknot ernstig hun kansen voor de toekomst. Een of andere cultuurinstantie van bv. de Verenigd Naties, zou hen daarvoor moeten waarschuwen. Dit raakt de mensenrechten : misleiding van personen in nood.
    Miche

    Beantwoorden
  • 2. Walter Zinzen  |  december 7, 2013 om 3:38 pm

    Zullen we ondertussen het Centraal Station in Antwerpen opnieuw Midden-Statie noemen? Dat is tenminste “Vlaams” en geen “Hollands”.Gewoon om er zeker van te zijn dat de verwarring over het “Nederlands” bij onze anderstalige land- en stadsgenoten compleet is.. Hebben we weer een fijn argument om te beweren dat ze “onze” taal niet willen leren. Denkt de auteur nu werkelijk dat in Duitsland bijvoorbeeld iedere nieuw aangekomene drie soorten Duits moet leren ? Hoogduits mijn vriend , en niets anders, ook in Beiren en Saksen of welke streek dan ook waar het niet de “omgangstaal” is. Maar anderstaligen komen in het stuk van Nootens niet voor. Anderstaligen : dat zijn Limburgers voor West-Vlamingen en vice versa – tenzij ze Standaardnederlands spreken. Dat en dat alleen is de reden waarom alle omroepen (ook de commerciële) algemeen Nederlands moeten hanteren. Om BEGREPEN te worden door alle luisteraars en kijkers. Miche heeft overschot van gelijk.

    Beantwoorden
  • 3. jmeblommaert  |  december 8, 2013 om 9:57 am

    Prima stuk. Wat meer inzicht in de sociale variatie van taal zou inderdaad nuttig zijn.

    Beantwoorden
    • 4. jefc  |  december 8, 2013 om 1:54 pm

      Welke bekommering kan er socialer zijn dan begrijpen en begrepen te worden?

      Beantwoorden
  • 5. Johan Nootens  |  december 9, 2013 om 6:39 pm

    Het is me, eerlijk gezegd, niet helemaal duidelijk waar Van Tricht, Zinzen en Couck met hun reacties op reageren.

    Ik heb het interview met Navid, de Afghaanse loodgieter uit Waregem, niet gehoord. Maar als hij Waregems sprak, dan sprak hij dialect en niet “een van onze “tussentalen”, omgangstaal, algemeen Vlaams of hoe u het noemen wil”. Het is niet onbelangrijk voor de gedachtewisseling dat we dialect, omgangstaal en standaardtaal uit elkaar houden. Voor alle duidelijkheid: ik heb nooit het begrip “algemeen Vlaams” gehanteerd en het maaksel “tussentaal” is een linguïstisch monster.

    De kans is groot dat Navid in Waregem helemaal in het dialect is gesocialiseerd. Op zijn beroepsschool spraken allicht ook de leraren Waregems en al zijn klanten en collega’s gebruiken datzelfde dialect. Is dat erg? Ik vermoed van niet. De kans is namelijk heel groot dat zijn sociale omgeving zich niet verder uitstrekte dan het gebied waar het Waregems de voertaal is. Zou zijn sociale mobiliteit groter geweest zijn, als hij onze omgangstaal of de standaardtaal had beheerst? Uiteraard. Maar het is maar zeer de vraag of hij van die mobiliteit gebruik had gemaakt. Sinds de oprichting van de KULAK kun je in West-Vlaanderen je hele schoolcarrière van de kleuterschool tot je masteropleiding in het West-Vlaams doorbrengen. Je moet daar niet onnozel over doen: de huidige provinciegouverneur van West-Vlaanderen oefent zijn functie uit in het dialect of – als er een microfoon bij is – in een apert dialectisch gekleurde omgangstaal.

    Waarom Zinzen het over “Vlaams” en “Hollands” meent te moeten hebben, is mij niet duidelijk. Mijn stelling is dat er veel meer soorten Nederlands zijn dan die twee oude koeien. Wat ik wel beweer is dat ons Belgische Nederlands een eigen variant van het Nederlands is geworden, een variant die door een spraakmakende gemeente in Vlaanderen gehanteerd wordt. Bijvoorbeeld in het Journaalnederlands van de VRT en VTM. En dat sommigen van onze landgenoten daarom “onze” taal niet zouden willen leren, is compleet van de pot gerukt. Alsof ik geen Frans zou willen leren omdat mijn Brusselse buurvrouw steevast “nonante-neuf” zegt (op z’n Belgisch) in plaats van “quatre-vingt-dix-neuf” (op z’n Frans). Laat je dat toch niet wijsmaken.

    Over Duitsland heb ik alleen gezegd dat ze daar minder verkrampt reageren op het bestaan van een omgangstaal. Ze bestuderen die zelfs. Nergens heb ik gezegd dat je in het onderwijs de omgangstaal zou moeten leren. Ik heb er net voor gepleit om de leermethodes voor ons taalonderwijs te verbeteren en ons niet langer bezig te houden met idiote en achterhaalde “zeg-niet-maar-wel”-spelletjes. Letterlijk staat er in mijn conclusie: “de kinderen (kunnen) zich op die manier efficiënter en sneller de standaardtaal eigen maken”.

    Couck gebruikt opvallend het woord “bekommering”. Daarvan zegt het Nederlands-Vlaamse Taaladvies.net: “Dat woord is echter geen standaardtaal. In België wordt het nauwelijks gebruikt.” Waarmee hij aangeeft dat taal over meer gaat dan “begrijpen en begrepen worden”. Met je keuze van een taalvariant maak je ook duidelijk tot welke sociale groep je je wil richten of net niet. Met welke sociale groep je geassocieerd wil worden of net niet.

    Zolang we talen en hun sprekers maar niet gaan beoordelen of, erger nog, veroordelen.

    Beantwoorden
    • 6. jefc  |  december 9, 2013 om 10:14 pm

      Mijn comment hierboven was bedoeld als instemming met de tweede zin van Jan Blommaert.
      Beste groeten,
      Jef CoEck

      Beantwoorden
  • 7. ilse godts (@ilsegodts)  |  april 15, 2014 om 6:57 pm

    Sterk en genuanceerd stuk.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: