MANDELA EN HET ANC

december 7, 2013 at 12:59 pm 3 reacties

M1 MandelaBoxer

 

Nelson Mandela’s eeuwige strijd

Staatshoofden die Nelson Mandela nu op handen dragen, zouden hem in een vroegere periode voor een terrorist hebben gehouden. Maar in hoeverre was de ANC-leider voor een gewelddadige strijd gewonnen?

 

door Rudi Boon

27-06-2008

‘NO NO NO, some of them were my ideas.’ Nelson Mandela houdt een foto op van hem als bokser. Shorts, de vuisten omhoog, de linkervoet naar voren, de blik afwachtend. Zijn idee, deze foto. Het is november 2003, bij hoge uitzondering heeft Mandela ingestemd met deelname aan een documentaire, die over een oude en dierbare vriend van hem zal gaan. Eli Weinberg, ‘hoffotograaf van het ANC’, legde in de jaren vijftig en zestig de leefomstandigheden van de zwarte bevolking vast, maar portretteerde ook de ANC-leiders van toen, die spoedig naar Robbeneiland of in ballingschap zouden verdwijnen. Ik reik Mandela een van zijn bekendste portretten aan.
‘Wist u dat tijdens uw gevangenschap in de hele wereld deze foto van u werd gebruikt, op posters, spandoeken, T-shirts?’
‘Is that so? No no no, ik wist dat niet. We kregen beetje bij beetje informatie over wat er gebeurde, maar hier wist ik niets van.’
Gespeelde verbazing, en dan opeens, alsof hem iets invalt: ‘Maar nu u mij vertelt dat deze foto genomen is door Eli Weinberg verbaast het mij eigenlijk niets dat de hele wereld ermee rondliep.’
Het is een typische Mandela-scène, alles zit erin. Charmant de draak stekend met zijn eigen mythe, altijd lichtelijk mystificerend over de vraag in hoeverre hij achter de tralies nog aan de touwtjes trok, en en passant een hoffelijk gebaar naar een oude strijdmakker van een halve eeuw geleden. De Mandela van de foto zal nog een paar jaar op vrije voeten zijn, jaren die hij gebruikt om een ondergronds leger op te zetten. Een stap die hij later in zijn autobiografie Long Walk to Freedom zal omschrijven als ‘a fateful step, een stap waarvan we de gevolgen niet wisten en niet konden weten’. Het grootste deel van zijn achterban was daar nog lang niet aan toe en verkeerde, zij het met steeds meer gewelddadige uitingen van ongeduld, in de overgang van geweldloos en geduldig protest naar meer militante vormen als stakingen, burgerlijke ongehoorzaamheid en massademonstraties.

2Mandela New Yorker

27 jaar later zijn de rollen omgedraaid. Mandela oogt bij zijn vrijlating als de reïncarnatie van Gandhi en Martin Luther King tegelijk, maar zijn volk lijkt precies het tegengestelde traject te hebben afgelegd. In veel zwarte woonoorden is de stemming dan al enkele jaren uitgesproken revolutionair. Als hij in 1992 Katlehong bezoekt, waar de confrontatie tussen ANC- en Inkatha-aanhangers hoog is opgelopen, vindt hij een briefje op zijn spreekgestoelte met de smeekbede: ‘Please Mr Mandela, praat ons niet van vrede. No peace. We hebben er genoeg van. Geef ons wapens, geen vrede.’
In geen van de geweldopties die Mandela en de zijnen begin jaren zestig de revue lieten passeren, was rekening gehouden met de situatie die zij na hun vrijlating zouden aantreffen. Laat staan dat Mandela kon voorzien hoe de geweldspiraal zich op dramatische wijze zou vermengen met wat hem in zijn persoonlijk leven het meest dierbaar was.

Een gangbare wijsheid is dat de staatshoofden en regeringsleiders die Mandela nu op handen dragen, hem in een vroegere periode zonder twijfel voor een terrorist zouden hebben gehouden. Maar in 1963 leek de internationale gemeenschap andere prioriteiten te hebben. Overal in de niet-westerse wereld waren dekolonisatieprocessen aan de gang en onafhankelijkheidsbewegingen actief; revolutionair geweld was in de context van die tijd min of meer een politiek gegeven. Zorgwekkender dan die paar bommen van het ANC vond men de nauwe samenwerking met de Zuid-Afrikaanse communistische partij, en wat dat zou betekenen in het krachtenveld van de Koude Oorlog. De westerse landen wilden echter ook niet op het verkeerde paard wedden, tenslotte had de man die zojuist wegens revolutie en gewapende strijd tot levenslang was veroordeeld in zijn slotpleidooi zijn bewondering uitgesproken voor de westerse parlementaire democratie. Ze konden het ANC niet goed plaatsen en ambivalentie zou hun houding tegenover het ANC tot diep in de jaren tachtig blijven bepalen.

3Mandela New Yorker

Minstens zo uitzonderlijk in dit revolutionaire tijdperk was dat Mandela’s keuze voor de gewapende strijd vooral betwijfeld werd binnen het ANC zelf. De geest van Mahatma Gandhi, die rond de eeuwwisseling in Zuid-Afrika verbleef, was nog sterk aanwezig in de belangrijkste partnerorganisatie van het ANC, het Indian National Congress. Naast principiële werden ook praktische bezwaren aangevoerd, profetischer dan Mandela kon vermoeden: de gewapende strijd zou ten koste kunnen gaan van het politieke organisatiewerk. Voor ANC-president Albert Luthuli, een indrukwekkende Zulu-chief en diepgelovig christen, was geweldloosheid een onwrikbaar principe, geen tactiek die je aanpast naar gelang de omstandigheden. ‘Voor mij gold precies het omgekeerde’, aldus Mandela in zijn autobiografie. ‘Geweldloosheid was een tactiek die je loslaat, zodra ze niet meer werkt.’
Tegen alle weerstanden in wist vergadertijger Mandela in juli 1961 een besluit te forceren om een ondergronds leger op te richten dat Umkhonto we Sizwe (‘Speer van de natie’) zou heten, kortweg MK. ‘Omdat het ANC toch al afkerig was van het omarmen van geweld’, zo zou hij er later over schrijven, ‘lag het voor de hand te beginnen met een vorm die het minst personen zou treffen: sabotage.’ Uitgerekend in het jaar dat Luthuli zich met grote tegenzin daarbij neerlegde, werd hem de Nobelprijs voor de vrede toegekend. Bij de uitreiking in Oslo beleed Luthuli als gewoonlijk de geweldloosheid die sinds 1912 de politiek van het ANC was geweest; 16 december 1961, de dag na zijn terugkeer in Zuid-Afrika gingen de eerste bommen af. Er volgden meer aanslagen; de allereerste MK-saboteur die werd opgepakt, was een geadopteerde kleinzoon van Mahatma Gandhi.


Op een heuvel even buiten Addis Abeba hield Mandela voor het eerst in zijn leven een automatisch geweer in handen. Hij leerde mortieren afschieten, bommen maken, sjouwde met zware bepakking door onherbergzaam gebied. Het hele continent had hij bereisd voor steun en adviezen voor zijn leger in oprichting, zijn dagboek stond vol ideeën en toezeggingen van financiële en militaire aard. Er was ook nog een cadeautje voor hemzelf: een pistool met tweehonderd kogels.
Sinds het besluit om een leger te formeren, leidde Mandela een ondergronds bestaan. Overdag had hij in allerlei schuilplaatsen talloze oorlogen en revoluties bestudeerd (en ’s nachts rondgereisd en vergaderd), het meest nog in ‘safe house’ Lilliesleaf Farm in Rivonia. Hij zoog alles in zich op, van Clausewitz tot generaal De Wet, van Menachem Begin tot Che Guevara, maakte eindeloos aantekeningen, alleen al over Mao zo’n 65 pagina’s, die grotendeels in handen zouden vallen van de openbare aanklager. De Algerijnse revolutie tegen het bewind van een blanke (Franse) minderheid leek nog het meest op de Zuid-Afrikaanse situatie, maar confronteerde hem ook met een half miljoen doden. Algerijnse guerrilla-eenheden konden opereren vanuit bases in bevriende landen als Marokko en Tunesië, maar dat zou zijn eigen leger voorlopig niet gegeven zijn, omringd als Zuid-Afrika was door koloniën en protectoraten.

4Guardian front cover of Nelson Mandela's death 5th December 2013

Na terugkeer van zijn Afrikaanse reis zou hij nog twee weken op vrije voeten blijven, te kort om zijn ervaringen te bundelen en een duidelijke militaire strategie achter te laten. Want dat is wat ontbreekt in de vele biografische geschriften: wat was nu eigenlijk Mandela’s conclusie? Welk type gewapende strijd, welke revolutionaire theorie was van toepassing op Zuid-Afrika? We weten in ieder geval wat Mandela níet wilde. Dat was het plan voor een guerrilla-oorlog, Operation Mayibuye genaamd, dat nota bene zijn eigen Hoge Commando van Umkhonto open en bloot op tafel had liggen toen de veiligheidspolitie de boerderij in Rivonia binnenviel. Dit plan, opgesteld zonder Mandela die toen al was gearresteerd maar waarvoor hij als hoofdverdachte wel zou worden aangeklaagd, zou in zijn autobiografie leiden tot een van de zeldzame momenten dat hij zich distantieerde van zijn oude kameraden. ‘Totaal onrealistisch in doelstelling en uitwerking. Ik geloofde niet dat guerrilla-oorlogvoering een levensvatbare optie was in dat stadium.’
De verdediging bij monde van Bram Fischer gooide het erop dat het maar een plan was en geen officieel ANC-besluit, maar zelfs daarover was onder de beklaagden geen overeenstemming. Uiteindelijk accepteerde de rechter het verweer, wat waarschijnlijk de doorslag gaf om niet de doodstraf op te leggen, zoals alom werd verwacht. Bijna was Mandela opgehangen voor een plan waar hij niet in geloofde.
Maar wat geloofde Mandela dan wél? Hoe had zijn denken zich ontwikkeld? Naar aanleiding van Guevara’s Guerrilla Warfare noteerde hij: ‘Sabotagedaden moeten onderscheiden worden van terrorisme, een middel dat dikwijls onschuldige slachtoffers maakt en een groot aantal levens vernietigt die waardevol zijn voor de revolutie.’ In zijn slotpleidooi I Am Prepared to Die zette hij tegenover de rechter uiteen dat zijn saboteurs ‘strenge instructies kregen dat zij onder geen beding mensen mochten verwonden of doden bij de planning of uitvoering van operaties’.
Maar in zijn autobiografie liet hij opnieuw onduidelijkheid bestaan over de vraag wat nu zijn werkelijke opvattingen waren: ‘Als sabotage niet de resultaten opleverden die wij wilden, waren we bereid naar het volgende stadium over te gaan: guerrilla-oorlog en terrorisme.’

Maart 1986. In Uitenhage bij Port Elisabeth heeft de politie het vuur geopend op een begrafenisstoet. Twintig doden. Ik maak voor de krant een reconstructie en bekijk vanuit de verte de ligging van de township waar het gebeurde. Er stijgt een rookkolom omhoog. Pas ’s avonds zie ik op de televisie dat ik naar een levende verbranding heb staan kijken. Mandela en de zijnen kijken sinds enkele jaren ook televisie. Ze waren van Robbeneiland overgeplaatst naar de Pollsmoorgevangenis op het vasteland, lazen kranten als de oppositionele Weekly Mail en ontvingen steeds meer bezoek. Mannen op gevorderde leeftijd, die twintig jaar lang verstoken waren gebleven van directe beelden van de veranderingen in hun land. Wat zeiden ze tegen elkaar als ze in hun gemeenschappelijke cel, Room 99, daarmee werden geconfronteerd?
Vier jaar later, op de dag van Mandela’s vrijlating, krijg ik daar een eerste aanwijzing voor. In een stadion in Soweto wacht een uitzinnige menigte op zijn komst. De ene spreker na de andere zingt de lof over de gewapende strijd, het massaal gescandeerde ‘Viva the spirit of no compromise, VIVA!’ verdringt iedere gedachte aan onderhandelingen. Dan krijgt Andrew Mlangeni het woord, medegevangene van Mandela vanaf het eerste uur en celgenoot in Pollsmoor, die een paar maanden eerder is vrijgelaten. Mlangeni stikt bijna van woede. ‘Wat wij in onze lange verloren jaren allemaal te horen hebben gekregen! Het is onuitsprekelijk!’ Het stadion verstomt. ‘Jullie vermoorden je eigen broeders en zusters! Jullie verkrachten! Jullie zijn zakkenrollers! Het is walgelijk! Dis-gus-ting! Ga naar school!’

5Mandela New Yorker

Veel zwarte woonoorden waren ‘onregeerbaar’ geworden. Ondanks een spectaculaire groei van het defensie- en veiligheidsbudget, ondanks noodtoestanden en een fijnmazig netwerk van collaborateurs en informanten, lukte het Pretoria niet de geest weer in de fles te krijgen. Jongeren van na Soweto 1976 hadden Umkhonto nieuwe impulsen gegeven. Er waren vanaf begin jaren tachtig bovengrondse massaorganisaties ontstaan waartegen de regering evenmin kon optreden; de hele wereld keek inmiddels mee.
Aanvankelijk leek het ANC zich niet te herstellen van de klap die was uitgedeeld in Pretoria en de jaren erna; wat sabotagedaden betreft was de teller jarenlang op nul blijven staan. Nu zag Umkhonto eindelijk een nieuwe taak voor zichzelf. Het ANC legde in 1984 de beleidswijziging officieel vast: van ondergrondse guerrillastrijd naar ‘volksoorlog’; Oliver Tambo riep 1986 uit tot ‘jaar van het volksleger’. De officiële doelstelling werd nu om ‘het leger van stenengooiers’ om te zetten in ‘een leger met geweren, benzinebommen en handgranaten’. De ‘collaborateurs en verklikkers’ die veel townships tot een obsessie waren geworden en door jeugdbendes en ‘volksrechtbanken’ werden omgebracht, waren nu ‘erkende’ doelwitten van het ANC. ‘Richting geven aan het spontane geweld’, heette het nu. De halskettingmoorden (brandende autobanden) werden afgekeurd, als middel: liquidatie moest netter kunnen.

Op Robbeneiland hadden Mandela en de zijnen tijdens het werk in de steengroeve jarenlang kunnen filosoferen over de juiste revolutie, of die nu op het platteland moest beginnen of in de steden en wat de rol van het guerrillaleger daarbij was. Veel van de voorwaarden waaraan ten tijde van Operation Mayibuye niet kon worden voldaan – militaire bases in bevriende buurlanden, politieke organisatie in het binnenland – waren inmiddels gerealiseerd, ook in de ogen van Mandela. De vraag die Mandela echter steeds meer was gaan bezighouden was wat er met een ‘guerrilla-oorlog’ respectievelijk ‘volksoorlog’ precies kon worden bereikt.
In zijn (ongepubliceerde) gevangenismemoires die hij midden jaren zeventig bijhoudt, staat hij stil bij zijn bezoek aan het hoofdkwartier van het Algerijnse Armée de Liberation Nationale, vlak over de grens in Marokko. Daar had de Algerijnse kolonel en latere president Boumedienne hem precies uitgelegd dat het doel van een bevrijdingsbeweging eigenlijk nooit is om regimes omver te werpen, maar om ze aan de onderhandelingstafel te dwingen. Dat was op 19 maart 1962 geweest, exact de dag waarop met Frankrijk een wapenstilstand werd bereikt; een beslissende ervaring voor Mandela. Veertien jaar later concludeert hij op Robbeneiland dat het geen zin heeft te proberen het apartheidsregime militair omver te werpen.

6Mandela New Yorker

En nu, midden jaren tachtig, was het eindspel begonnen, en iedereen wist het. Nelson Mandela had op magistrale wijze zijn beperkingen als gevangene omgezet in een unieke onderhandelingspositie. Vanuit Lusaka startte Thabo Mbeki een diplomatiek offensief, gelijktijdig werd het geweld opgevoerd. Van de principiële terughoudendheid in het gebruik ervan, die altijd in meer of mindere mate aan Umkhonto ten grondslag had gelegen, zou in deze laatste fase nauwelijks sprake meer zijn, hooguit van interpretatieverschillen. Zo legde Mandela aan het Britse Hogerhuislid Lord Nicholas Bethel, die hem in 1985 bezocht, geduldig uit dat de gewapende strijd van het ANC gericht bleef op militaire doelen, niet op mensen. In dezelfde periode zette Thabo Mbeki in Lusaka uiteen waarom het zo belangrijk was dat het ANC boerengezinnen met vrouwen en kinderen in de grensgebieden opblies: ‘Deze boeren hebben een militaire taak.’
Mandela’s gevangenschap zou nu van groot strategisch voordeel worden voor het ANC. Hier gingen de onderhandelingen immers altijd door, wat er ook gebeurde in het land. Die relatieve onverstoorbaarheid kende echter een kwetsbare kant. In april 1986 – Nelsons rechtstreekse contacten met leden van de regering waren nog geen half jaar oud – deed Winnie Mandela een uitspraak die de hele wereld over zou gaan: ‘Samen, hand in hand, met onze luciferdozen en onze halskettingen, zullen wij dit land bevrijden.’ Bij deze zegening der wapenen zou het niet blijven. Al snel werd duidelijk dat Winnie in Soweto haar eigen variant van de volksoorlog ter hand had genomen: straatterreur door haar FC Mandela United, verdwijningen, mishandeling en ten slotte lynchpartijen. Tot ontzetting van het ANC-hoofdkwartier in Lusaka veroorzaakte Winnie symboolverwarring: de halsband was voor de townships, Winnie was bestemd voor overseas. Gevreesd werd voor reputatieschade: zou men Mandela nog zien als de leider die als enige in staat was de radicaliserende achterban te disciplineren en excessen tegen te gaan, als hem dat bij zijn eigen vrouw al niet lukte?
Algemeen werd aangenomen dat Nelson Mandela de necklace afkeurde. Maar naarmate de keerzijde van de volksoorlog zich meer rechtstreeks in zijn persoonlijk leven mengde, werd zijn positie complexer, zo blijkt uit een document waarvan ik het bestaan tot voor kort niet kende. Het bevat de notulen van een vergadering in de Pollsmoorgevangenis op 19 mei 1986, gemaakt door Mandela’s advocaat Ismael Ayob, met daarin de volgende zinsnede: ‘NM keurt WM’s necklace speech goed. Hij zegt dat het een goede zaak was omdat er geen enkele zwarte persoon is geweest die WM daarop heeft aangevallen.’

7The Star

Valt hieruit een mening van Nelson Mandela af te leiden over de volksoorlog en het geweld waarmee deze oorlog gepaard ging? Heeft hij zich niet te ver willen verwijderen van de kaders van het ANC waar in brede kring de necklace als ANC-tactiek werd gezien? Of betreden we hier een domein van zijn leven waar we naar andere verklaringen moeten zoeken om hem te begrijpen? Nelson verafgoodde Winnie, zijn hele gevangenisbestaan scharnierde om haar en haar schaarse bezoeken, zijn hooggestemde brieven aan haar waren over de hele wereld vertaald. Maar net als zijn volk had ook Winnie een traject afgelegd tegenovergesteld aan dat van hemzelf. Zij die tegenover de hele wereld het in de cel verblijvende symbool van verzoening en verdraagzaamheid vertegenwoordigde, was in werkelijkheid een verbitterde vrouw geworden, die zich had voorgenomen het gehate regime met gelijke munt terug te betalen.
Nelson werd verteerd door schuldgevoelens. Tot de dag van vandaag staat in zijn jaarlijks tweemaal herdrukte autobiografie te lezen dat wat hem betreft de onschuld van Winnie boven iedere twijfel verheven is. Verdict or no verdict.
Maar misschien had Winnie hem toch iets aangereikt waarmee hij de onmogelijke missie die hem na zijn vrijlating wachtte, kon volbrengen. Hij was als onbetwiste leider van de onderhandelingen geaccepteerd door de gematigde krachten van alle partijen. Nu moest hij het vertrouwen winnen van hen die al sinds jaar en dag alleen nog maar geloofden in geweld. Ondertussen was Winnie van haar ethische voetstuk gevallen en op het schild gehesen van de mensen aan de zelfkant, voor wie het dagelijks leven niet bepaald inspireerde tot verheven idealen. In zekere zin leefde nu ook Nelson, net als iedereen, in meerdere werkelijkheden die elkaar leken uit te sluiten. Nog meer dan voorheen was zijn identiteit komen samen te vallen met de identiteit van zijn land.
Misschien was het dat wat hem in staat stelde die tegenstrijdige werkelijkheden als één vanzelfsprekende realiteit te presenteren. Hoe vanzelfsprekend, zag ik in 1992 in Alexandra, een van de ellendigste woonoorden van Johannesburg. Bij een confrontatie tussen Inkatha- en ANC-aanhangers waren doden en gewonden gevallen. Mandela kwam, met Cyril Ramaphosa, rechtstreeks van Codesa, de conventie voor een democratisch Zuid-Afrika, waar de onderhandelingen stroef verliepen. Hij luisterde naar de bewoners, klom op een keukentrapje en won de harten van zijn gehoor moeiteloos met een felle aanval op de politie, de veiligheidsdiensten en president De Klerk, die volgens hem allemaal vuil spel speelden. Een stem uit het publiek vroeg wat dit betekende voor de onderhandelingen.
‘Niets’, zei Mandela. Zijn gezicht een granieten masker, de mondhoeken omlaag, bars. Tegenspraak ondenkbaar. ‘Niets. De onderhandelingen gaan door. Wat er ook gebeurt in dit land.

 

8Mandela New Yorker


Dit stuk is verschenen in het boek Voor Nelson Mandela: Verhalen en voetnoten bij zijn negentigste verjaardag (uitgeverij Mets & Schilt)

overgenomen uit De Groene Amsterdammer

Beeld bovenaan:
Foto Eli Weinberg / Mayibuye Archives / NIZA

USA Today

Entry filed under: Afrika, boeken, Europa, Geschiedenis, links, oorlog, Samenleving. Tags: , , , , .

Wat heeft onze taal toch misdaan? PROTEA, SUIKERBOSSIE VOOR DE WITMENS

3 reacties Add your own

  • 1. tomasronse  |  december 9, 2013 om 4:50 am

    Voor Mandela was Zuid-Afrika een land waar een kleine elite schatrijk was, dank zij de exploitatie van goedkope zwarte arbeidskracht. Wie protesteerde, werd doodgeschoten (Sharpeville 1960, 69 doden). Na Mandela was Zuid-Afrika een land waar een kleine elite schatrijk was, dank zij de exploitatie van goedkope zwarte arbeidskracht. Wie protesteerde, werd doodgeschoten (Marikana 2012, 43 doden).

    Beantwoorden
  • 2. tomasronse  |  december 12, 2013 om 7:42 am

    Ter aanvulling, lees deze analyse van Mandela’s beleid als president van Zuid-Afrika in Counterpunch:
    http://www.counterpunch.org/2013/12/06/the-mandela-years-in-power/

    Een citaat:

    The critical decade was the 1990s, when Mandela was at the height of his power, having been released from jail in February 1990, taken the South African presidency in May 1994 and left office in June 1999. But it was in this period, alleges former Intelligence Minister Ronnie Kasrils, that “the battle for the soul of the African National Congress was lost to corporate power and influence… We readily accepted that devil’s pact and are damned in the process. It has bequeathed to our country an economy so tied in to the neoliberal global formula and market fundamentalism that there is very little room to alleviate the dire plight of the masses of our people.”

    Given much more extreme inequality, much lower life expectancy, much higher unemployment, much worse vulnerability to world economic fluctuations, and much more rapid ecological decay during his presidency, how much can Mandela be blamed? Was he pushed, or did he jump?

    Beantwoorden
  • 3. jefc  |  december 12, 2013 om 11:56 am

    PIET WITTEVRONGEL laat ons hetvolgende weten:

    Het is erg tegenstrijdig dat ons land op de plechtigheid voor Mandela vertegenwoordigd was door onze koning.
    Koningshuizen zijn immers op zichzelf een vorm van apartheidsregimes met allerlei privileges die gewone burgers niet hebben. Mandela een symbool tegen apartheid. Monarchiën symbolen van apartheid.Wanneer worden die eindelijk eens neergehaald. ??? (PW)

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.330 andere volgers


%d bloggers liken dit: