SHARON DE TERRORIST

januari 22, 2014 at 3:35 am Plaats een reactie

sharon

Bij de dood van Ariel Sharon past het om ’s mans lange carriere als provocateur, oorlogsmisdadiger en terrorist in herinnering te brengen. Terreur als wapen tegen de burgerbevolking was een doelbewuste politiek van de Zionisten die het land wilden zuiveren van zijn oorspronkelijke bewoners. Sharon paste die tactiek met ijver en enthousiasme toe. Zijn geschiedenis als terrorist gaat terug tot de jaren vijftig – zoals blijkt uit een reeks over Sharon in het gerespecteerde Israëlische dagblad Ha’aretz. Alex Cockburn en Jeffrey St. Clair van Counterpunch baseerden zich grotendeels op deze reeks voor een overzicht. Wat volgt is een samenvatting.

Ariel Sharon werd geboren in 1928 en werd in de jaren vóór de stichting van de staat Israël lid van de Haganah, het geheime Joodse leger. Hij kreeg de leiding van de Eenheid 101 die officieel als opdracht had represailles uit te voeren tegen Arabische aanvallen op Joodse dorpen. De werkelijke bedoeling, zoals blijkt uit de twee bekendste slachtingen, was terreur te zaaien door blind en moorddadig geweld niet tegen strijders maar tegen jongeren, ouderen en weerloze burgers.

De eerste goed gedocumenteerde terroristische actie onder leiding van Sharon vond plaats in augustus 1953 in het vluchtelingenkamp El-Bureig in het zuiden van Gaza. Volgens de Israëlische geschiedenis van de eenheid vonden 50 vluchtelingen daarbij de dood. Andere bronnen spreken van 15 of 20. VN-bevelhebber generaal-majoor Van Bennike rapporteerde dat de mannen van Sharon “bommen gooiden door de ramen van de hutten waar de vluchtelingen sliepen. Toen die op de vlucht sloegen werden ze onder vuur genomen met handwapens en machinegeweren.” ariel

In oktober van hetzelfde jaar volgde de aanval van Sharon’s Eenheid 101 op het Jordaanse dorp Qibya (op de Westelijke Jordaanoever). De toenmalige Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Moshe Sharett noemde het incident in zijn dagboek “een smet die aan ons zal blijven kleven en die in lengte van jaren niet zal worden weggewassen.”

De Israëlische historicus Avi Schlaim beschrijft het bloedbad aldus:

Sharon gaf opdracht het dorp binnen te dringen, de huizen op te blazen en veel slachtoffers te maken onder de bevolking. Het succes waarmee het bevel werd uitgevoerd overtrof alle verwachtingen. Het macabere verhaal van wat zich in Qibya had afgespeeld werd in zijn volle omvang pas de ochtend na de aanval duidelijk. Het dorp was herschapen tot een ruïne: 45 huizen werden opgeblazen en 69 burgers onder wie twee derden vrouwen en kinderen waren gedood. Sharon en zijn mannen verklaarden dat ze hadden geloofd dat alle inwoners op de vlucht waren geslagen en dat ze geen idee hadden dat zich mensen bevonden in de huizen.

De VN-waarnemer ter plaatse kwam tot een heel andere conclusie:

Eén zelfde verhaal kwam steeds terug: de deur door kogels doorzeefd, het lichaam op de drempel dat duidelijk maakte dat de inwoners door het hevige geweervuur gedwongen werden binnen te blijven tot het huis waarin ze zich bevonden werd opgeblazen.

De Jordaanse ambassadeur in Washington beschreef de slachtpartij in een brief aan de VN-Veiligheidsraad. Volgens de diplomaat drongen Israëlische strijdkrachten het dorp binnen en vermoordden ze systematisch alle bewoners met automatische wapens, granaten en brandbommen.

Op 14 oktober werden de lichamen van 42 Arabische burgers geborgen, verschillende andere bevonden zich nog onder het puin. Veertig huizen, de dorpsschool en een waterreservoir werden vernietigd.

all ours

“Want het is allemaal van ons”

Begin jaren 70 stond Sharon aan het hoofd van het zuidelijke commando van de Israëlische strijdkrachten. Phil Reeves gaf in de Londense The Independent van 21 januari 2001 een levendige beschrijving van de “schoonmaakoperaties” die onder zijn leiding in Gaza plaats vonden.

Dertig jaar zijn voorbij gegaan sinds Ariel Sharon aan het hoofd van het zuidelijke commando van de Israëlische strijdkrachten de taak had om het opstandige Gaza na de oorlog van 1967 te “pacificeren.” Maar de oude mannen herinneren het zich nog heel goed. Vooral de oude mannen van de “Puinstraat.” Tot 1970 was de “Puinstraat” een van de vele smalle naamloze steegjes die Beach Camp in Gaza stad doorkruisen: een krottenwijk met lage huisjes van twee kamers, gebouwd met hulp van de Verenigde naties voor de Palestijnen die in de oorlog van 48 waren gevlucht en die nu nog altijd wachten op wat de internationale gemeenschap voor hen in petto heeft. De straat kreeg haar naam na een ongewoon lang bezoek van Sharon en zijn soldaten. Die kregen het bevel om honderden huizen plat te walsen en zo een brede rechte straat te doen ontstaan. Die moest het de Israëlische troepen en hun zware pantservoertuigen mogelijk maken om zich vlot door het kamp voort te bewegen, controle uit te oefenen en de militanten van het Palestijnse Bevrijdingsleger op te jagen.

Ze kwamen in de nacht en markeerden de huizen die ze wilden vernietigen met rode verf,”zei de zeventigjarige Ibrahim Ghani, een gepensioneerd landarbeider. “De volgende ochtend kwamen ze terug en gaven iedereen het bevel te vertrekken. Ik herinner me hoe de soldaten tegen de mensen schreeuwden, Yalla, yalla, yalla, yalla! De bezittingen van de bewoners gooiden ze op straat. Toen liet Sharon de bulldozers komen en liet de straat platwalsen. Hij deed het bijna allemaal in één dag. En de soldaten sloegen de mensen, kun je voorstellen?. Soldaten met geweren die kleine kinderen slaan?”

Toen de soldaten hun klus af hadden waren honderden huizen vernietigd, niet alleen in de Puinstraat maar in heel het kamp dat Sharon had verdeeld in een netwerk van veiligheidswegen. Veel van de vluchtelingen vonden onderdak in scholen of in de reeds overbevolkte huizen van familieleden. Andere families, meestal die van Palestijnse politieke activisten, werden in vrachtwagens geladen en verbannen naar een stad in de Sinaïwoestijn die toen door Israël werd gecontroleerd.

De vernietiging van Beach Camp was hoegenaamd geen uitzondering zoals blijkt uit het vervolg van Reeves’ verslag:

In augustus 71 alleen al vernietigde het commando van Sharon zo een 2000 huizen in de Gazastrook en joeg daarmee 16000 mensen voor de tweede keer in hun leven de straat op. Honderden jonge Palestijnse mannen werden gearresteerd en naar Jordanië of Libanon verbannen. Zeshonderd familieleden van vermoedelijke guerrillastrijders werden naar de Sinaï verbannen. In de tweede helft van 1971 werden 104 guerrillastrijders vermoord. “In die tijd was het de politiek om verdachten niet te arresteren maar te vermoorden” zegt Raji Sourani, directeur van het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten in Gaza stad.

Sharon was minister van Defensie in het tweede kabinet van Menachem Begin toen hij in 1982 zijn collega’s met verstomming sloeg door zijn grootschalige inval in Libanon met de bedoeling alle Palestijnen naar Jordanië te verjagen en van Libanon een vazalstaat te maken. Het plan was de bron van ongehoord lijden, het kostte het leven aan duizenden Palestijnen en Libanezen maar ook aan meer dan 1000 Israëlische soldaten.

Sharon veroorzaakte ook de beruchte slachtpartij in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Die vond plaats van zes uur ’s avonds op 16 september 1982 tot de ochtend van de 18e september in een gebied dat onder de controle stond van het Israëlische leger. De uitvoerders waren leden van de Falange, de christelijke militie die sinds het begin van de burgeroorlog van 1975 door Israël werd gecontroleerd en bewapend. Onder de slachtoffers van deze 62 uur durende slachtpartij waren zuigelingen, kinderen, vrouwen – ook zwangere vrouwen – en ouderen. Sommigen werden verminkt en opengehakt vóór of nadat ze werden gedood.

Om maar één enkele ooggetuigenverslag te citeren, dat van de pro-Israëlische journalist Thomas Friedman van The New York Times: Ik zag hoofdzakelijk groepen jonge mannen van rond de twintig of dertig die tegen de muur waren gezet met handen en voeten gebonden en dan in de stijl van de gangsteroorlogen waren neergemaaid met machinegeweervuur.

Een officiële Israëlische onderzoekscommissie onder leiding van Yitzhak Kahan, de voorzitter van het Israëlische Hooggerechtshof publiceerde in februari 1983 haar conclusies. De commissie Kahan stelde dat Ariel Sharon samen met andere Israëlis direct verantwoordelijk was voor het bloedbad. In haar rapport schreef de commissie:

Wij zijn van oordeel dat de minister van Defensie verantwoordelijk moet worden gesteld voor het veronachtzamen van de dreiging van wraak en bloedvergieten door de Falangisten tegen de bevolking van de vluchtelingenkampen. Ook heeft de minister nagelaten met deze dreiging rekening te houden toen hij besliste de Falangisten toelating te geven de kampen binnen te dringen. Bovendien kan de minister verantwoordelijk worden gesteld voor het feit dat hij heeft nagelaten de gepaste maatregelen te nemen om de dreiging van massamoord te voorkomen of te beperken als voorwaarde voor het toelaten van de Falangisten tot de kampen. Deze blunders betekenen dat de minister van Defensie zijn plicht niet heeft vervuld.

Sharon weigerde op te stappen. Op 14 februari 1983 werd hij uiteindelijk als minister van Defensie ontslagen, maar hij bleef in het kabinet als minister zonder portefeuille.

Sharons carrière leek in neergaande lijn, maar hij bleef zich profileren als extremist van Likud. Sharon was tegen elke vorm van vredesakkoord behalve onder voorwaarden die totaal onaanvaardbaar waren voor de Palestijnen. In 1979 stemde hij als lid van de regering Begin tegen het vredesverdrag met Egypte. In 1985 stemde hij tegen de terugtrekking van de Israëlische troepen uit de de zogenaamde veiligheidszone in het zuiden van Libanon. In 1991 was hij tegen de deelname van Israël aan de vredesconferentie in Madrid. In 1993 stemde hij in de Knesset tegen de Oslo-akkoorden. Het jaar daarop onthield hij zich in de Knesset in een stemming over het vredeverdrag met Jordanië. Hij stemde tegen het Hebronakkoord in 1997 en verzette zich tegen de terugtrekking uit zuidelijk Libanon.

Sharon geloofde in het creëren van “feiten op het terrein.” Als minister van Landbouw in de regering Begin in de late jaren 70 stichtte hij veel van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever die vandaag het grootste obstakel zijn voor een vredesakkoord. Zijn onverzettelijk standpunt: geen vierkante centimeter land voor de Palestijnen op de West Bank. Hij stemde in met een Palestijnse staat in de gebieden waar de Palestijnen in feite de controle over hadden – 42 % van de West Bank. Maar Israël zou de controle behouden over de hoofdwegen en vooral over de waterbronnen. Jeruzalem moest onder Israëlische soevereiniteit blijven en verder worden uitgebreid. De Golan Hoogte moest onder Israëlische controle blijven.

Je kunt opmerken dat Sharon model staat voor de lange-termijn politiek van alle Israëlische regeringen met weglating van de mooie woorden. Ben Goerion was medeplichtig aan de terreuropdrachten van Sharons Eenheid 101. Elke Israëlische regering heeft ingestemd met de bouw van nederzettingen rond Jeruzalem en ze openlijk gesteund. Maar dat alles doet niets af aan de sinistere, gewelddadige schaduw die Sharon over de voorbije halve eeuw heeft geworpen.

Dave_Browns_Goya_Ariel_Sharon

Cartoon door Dave Brown naar Francisco Goya

Deze schaduw werd wellicht nog het beste verwoord door een jonge Israëlische vrouw, de zestienjarige Ilil Komey, die Sharon aansprak toen die haar landbouwschool in de buurt van Beerseheva bezocht aan de vooravond van de verkiezingen in 2001. Het voorval was te zien op de Israëlische televisie. De vader van het tienermeisje was met shell shock uit de oorlog in Libanon teruggekeerd. Ilil stond op en wees met haar vinger naar de toen 72 jarige Sharon. Jij hebt mijn vader naar Libanon gestuurd, zei ze. Ariel Sharon, ik beschuldig je ervan dat je me zestien jaar lang hebt laten lijden. Ik beschuldig je ervan dat je mijn vader meer dan 16 jaar hebt laten lijden. Ik beschuldig je van veel dingen die de mensen van dit land hebben doen lijden. Ik geloof niet dat je nu verkozen kunt worden tot premier.

Helaas, Ilil vergiste zich. Sharon werd verkozen niet ondanks zijn bloedige carrière maar net daarom. Dat is de grimmige realiteit.

Jeffrey St. Clair

Alexander Cockburn

Vertaald en samengevat door Johan Depoortere

Het volledige artikel lees je hier: http://www.counterpunch.org/2014/01/17/sharon-the-terrorist/

sharon1

Entry filed under: Midden Oosten. Tags: , , .

“L’AFFAIRE H.” CASSANDRA’S REPLIEK

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: