DOOD VAN EEN GETUIGE: REGINE BEER

maart 25, 2014 at 11:56 am Plaats een reactie

Beer

In Antwerpen is Regine Beer (93) overleden. Ontelbare keren is ze in scholen gaan spreken over haar ervaringen in het concentratiekamp van Auschwitz. Op haar arm kreeg ze er het nummer 5148 getatoeëerd. Het boek van Paul De Keulenaer brengt het verhaal van de familie Beer in de jaren voor de oorlog en van hun gruwelijke lot in de nazikampen.

Mijn leven als KZA 5148 beschrijft ook hoe Regine Beer moeizaam maar toch zelfzeker deze periode van vervolging en totale ontmenselijking tracht te verwerken en na de oorlog een nieuw leven opbouwt, hoe zij evolueert van een levenslustige adolescent tot een karaktervolle vrouw, een bewustere volwassene en een alerte bejaarde dame. Getuigen was haar leven geworden. Dat is niet wat de nazi’s met haar hadden nagestreefd.

De socialistische senator en minister Willy Calewaert (1916-1993) was haar een steun en toeverlaat. Zij heeft haar boek aan hem opgedragen. Hij schreef ook het Woord Vooraf, we drukken het hierbij af als een teken van hulde. Regine Beer was de moeder van onze gewaardeerde VRT-collega Stefan Blommaert, momenteel correspondent van de omroep in China. (jc)

 

 

door Willy Calewaert

 

Woord vooraf

Na de grenzeloze misère die ze meegemaakt hebben, wordt dan nog aan kampoverlevenden, vele jaren later, gevraagd getuigenis af te leggen. Want er komt een dag dat alle getuigen zullen verdwenen zijn. Dan zullen de leugens groeien als onkruid. Want nu al wordt door sommige vervalsers het bestaan zelf van uitroeiingskampen ontkend, zijn er politieke bewegingen die een herleving van het fascisme wensen.

Luisteren we dus naar de getekenden. Naar diegenen die, als bij mirakel, uit de kampen zijn weergekeerd. Zij moeten ons zeggen wat die uitkijkposten, die prikkeldraad, die barakken, die galgen, die executiepalen, betekenden. Zij moeten trachten ons het sadistische sarcasme uit te leggen van de leuze op de poort van Auschwitz: ‘Arbeit macht frei’.
Zij moeten ons in de mogelijkheid stellen toestanden te begrijpen die ons begripsvermogen overschrijden. Zij moeten trachten het onbegrijpelijke tot onze geesten te doen doordringen. Zij – en alleen zij – kunnen ons de betekenis doen inzien van de treinsporen, die tot het kamp doorlopen en eindigen tussen de bunkers, waarin de massamoorden plaatsgrepen.
Wie ooit in de voormiddag het kamp van Buchenwald bezocht en later op de dag het Goethe-huis in Weimar, beseft hoe moeilijk het is die gespletenheid te begrijpen. Daarom – en wij beseffen hoe schrijnend elke herinnering aan die tijd moet zijn – vragen we de getuigen ons toch te zeggen wat er gebeurd is. Want feiten die elk begrip tarten door hun sadistische en onmenselijke karakter moeten waarheidsgetrouw worden weergegeven. Elke vorm van haat moet hier vermeden worden.

Maar wel dient achterhaald hoe en waarom mensen, in een politiek regime dat daartoe aanzet, kunnen vervallen in de diepste, meest afschuwelijke onmenselijkheid. De dames en heren die zelfmoord pleegden of te Nürnberg verschenen, waren – zo dunkt mij – noch staatslieden, noch leden van een regering, noch politieke verantwoordelijken, maar werkelijk leden van een gangsterbende. Het aantal slachtoffers is trouwens met dat van geen enkele andere bende te vergelijken.
Waarom gingen Joden zich aangeven?
Waarom droegen ze een ster?
Waarom vertrokken ze naar de Mechelse kazerne?
Waarom hadden ze geld bij zich en kleren?
Want, naast degenen die, in functie van de Endlösung, brutaal in vrachtwagens werden geladen, als misdadigers opgepakt, vertrokken er velen uit eigen beweging naar de Mechelse kazerne.
Het antwoord op die vragen is: omdat er werd gelogen, bedrogen, valse voorwendsels ingeroepen. Maar ook omdat men ‘gehoorzamen moet’, de wetten (welke vorm of inhoud ze ook hebben) moeten nageleefd worden. En wie braaf is, kan niks overkomen. Zo was de atmosfeer bijzonder dubbelzinnig, was elke mededeling hypocriet, werkte de vrees verlammend, moesten we ruzie maken met onze beste vrienden, om ze te overtuigen zich in veiligheid te stellen.

Regine Beer werd slachtoffer van schijnheiligheid en van verkeerde raad. Zij onderging het lot en kwam, gebroken, maar behouden terug. Dat zijn de hoofdlijnen van haar verhaal.
Maar de Regine Beer van 3 september 1943, die ’s nachts met geweld werd aangehouden en weggevoerd en deze die in mei 1945 in de armen van haar moeder viel, was niet meer dezelfde. Zij had leren leven met de dood.
Zij had immers meegemaakt wat u nu lezen gaat en zij heeft nog altijd de levenskracht en de moed om datgene te doen, wat velen haar vroegen: getuigenis afleggen.

Regine Beer, Mijn leven als KZ 5148, opgetekend door Paul De Keulenaer, Epo, Berchem, 2006-2008 (tweede en uitgebreide versie)

Beer 2

 

Entry filed under: boeken, Geschiedenis, oorlog, Politiek Belgie. Tags: , , , , .

OEKRAINIE: WAAR IS DE MASSA? IN DEN AAZER ES ET WOETER NAT

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: