OP ZOEK NAAR DODE DICHTERS IN MAROKKAANS BLED

april 7, 2014 at 11:48 am Plaats een reactie

Aghmat Graf_Al-Mu'tamid

door Lucas Catherine

 

Antwerpen of Watermaal-Bosvoorde zijn voor mij vreemde, exotische plekken. Ik vermijd ze, vraag me niet waarom. In Rabat of Tetouan voel ik mij meer thuis dan daar. En ieder jaar in de lente verlaat ik mijn Brussels terras en vlieg naar ginder. Het is goedkoper vliegen naar Tanger dan sporen naar Amsterdam. En Marokko heeft iets in de Lente wanneer alles in bloei staat, zelfs de meest verlaten vlakte. Niet dat ik zo’n natuurfreak ben, maar het land doet mij dan denken aan mijn jeugd in het Pajottenland. Nu kom ik daar nog zelden: volgebouwd en als er nog hier en daar een akker ligt, groeit er vooral maïs. Sponsje terre, zegden wij in het Brussels en het Brabants: Spaanse tarwe. En daar hebben wij een afkeer van. De eerste maïs die hier arriveerde kwam via de Boerenbond. Die verkochten het als kieken eten, nu krijg je het ongewild in je salade. Ik eet geen kippenvoer. En daarbij het is Spaans en dat ligt hier in Brussel niet goed. We herinneren ons nog best hoe een beruchte Spanjaard hier woonde, op de hoek van de Naamse straat en de Karmelietenstraat en hoe hij hier huis hield in de zestiende eeuw: de hertog van Alva, weet je nog? Sponsje terre, ik kan het niet zien en weiger het te eten. Gelukkig zie je dat (nog) niet langs Marokkaanse wegen.
Aghmat 003Zelfs niet op een rit van Tetouan naar Marrakesj. Dat is 850 km. heen en daarna nog eens 850 km. terug. Vergelijk het met een rit van Brussel naar Hamburg, maar dan met een prachtig landschap. Nergens het geel van maïs, wel soms het geel van bananen. Bananen zijn het voedsel van de armen in de Arabische wereld en de Alwijze Commandant van de Gelovigen, koning Hassan II had dat begrepen want na nog maar eens een hongeropstand in de jaren 1960 introduceerde hij daarom de bananenkweek.

Ook zag ik velden met planten waarvan ik de naam was vergeten. Het bleek sjoefaan, haver, het voedsel voor de paarden en bij ons ook voor de studenten, maar dan figuurlijk. Weer een jeugdherinnering aan de velden rond Brussel. Haver. Waar groeit dat nog? En wij die speelden in de korenvelden en de havervelden! Oh gruwelijke maïsstruiken, verdwijn! of ik kom nooit nog naar het Pajottenland.

En daarom rij je naar Marrakesj, denkt u ? Wel nee. Trouwens we gingen niet echt naar Marrakesj, maar naar een gehucht dertig kilometer ten zuiden waar u nog nooit hebt van gehoord: Aghmat of Rhamat in het Berbers. Daarom had ik het over de weg naar Marrakesj, maar in die stad krijg je me niet meer binnen. Al wat er aan waardevols te zien is, heb ik al gezien. Voor de rest wordt de sfeer er verpest door Fransen en toeristen. Er zijn niet alleen twee Club Med’s, maar alle riyads in de medina zijn opgekocht door Fransen, met alle gevolgen van dien. In sommige delen van de oude stad moeten Marokkanen hun identiteitskaart tonen aan privé-bewaking om door te mogen. Sécurité d’abord. Die Fransen liggen dan naakt te zonnen op de daken van hun riyad, terwijl daken normaal het exclusieve terrein zijn van de vrouwen. Voor je er als man, die niet van de familie is, op mag moet je hen toestemming vragen. Wat weten die Franse cultuurbarbaren daarvan?

Om niet te spreken over de prijs van een pint die daar zelfs in de kleinste lokale bar 50% hoger ligt dan in Tetouan of Rabat. Taxis weigeren hun meter aan te zetten voor al wie eruit ziet als een Europeaan, en vragen d’office een toeristentarief. Gelukkig hebben ze in Marokko een nieuwe koning. En elke koning heeft in elke stad zijn grote hoofdlaan: boulevard Mohamed V, Boulevard Hassan II en nu begint in de noordelijke buitenwijk van Marrakesh Boulevard Mohammed VI, en die loopt net naast het centrum van Marrakesj naar alweer een toeristische attractie, de vallei van de Ourika. Maar die nieuwe koninklijke baan leidt ook naar Aghmat. Daar wilden mijn vriend Mohammed en ik naar toe. Mohammed is net als ik Brusselaar en historicus van Vergeten Zaken, alleen vergeet hij die op te schrijven.
Zo’n vergeten zaak is dat Aghmat eigenlijk de eerste hoofdstad van Marokko was. Toen de Almoraviden-dynastie (1056-1147) oprukte vanaf de oevers van de Senegal-rivier – De Almoraviden waren dus Berbers, zelfs Toearegs, want toen ze ook het grootste deel van het huidige Spanje en Portugal veroverden, lachten de lokale Andaloesiërs hen uit: de mannen droegen immers blauwe gezichtsluiers en hun vrouwen liepen ongesluierd. Raar volk vonden ze- toen dus, bouwden deze Almoraviden een eerste vesting in Aghmat. Later zullen ze vanuit Aghmat Marrakesj stichtten. Hun vesting wilden wij zien, want ze ligt er nog, weliswaar in ruïne maar toch. Ze staat in geen enkele reisgids.
Aghmat 007In die vesting werd trouwens de laatste koning van Sevilla gevangen gezet. Hij was de laatste sterke man van Andaloesië, want voor de Berbers kwamen regeerde hij van Silves (nu Portugal) tot Murcia (Oost-Spanje). Het was zijn eigen schuld: toen de christelijke noorderlingen in 1185 het Arabische Toledo veroverden riep die koning, Abul Qassim ibn Abbad deze Berbers ter hulp. Zijn raadgevers hadden hem nochtans gewaarschuwd: “je kan geen twee zwaarden in een schede steken”, vertaal maar als je kan geen twee machthebbers hebben over een gebied. Maar hij antwoordde: “Liever een kameeldrijver in Afrika dan een varkenshoeder in Castillië.”

En inderdaad de nieuwe vorst, Jusuf Ibn Tashfin versloeg de christenen in 1086 te Al Zallaqa (nu Sagrajas) maar verbande Ibn Abbad naar Aghmat. Nu heb ik het voor Ibn Abbad, of zoals hij zich later noemde al Mutamid, maar dan als dichter. Die nieuwe naam gaf hij zich nadat hij zijn vrouw al Itimad leerde kennen. Het is een woordspeling: zijn naam betekent, Hij die Betrouwt. Haar naam, De Betrouwbare. Hun kennismaking was erg poëtisch. Zij was geen prinses maar een wasvrouw. Van sociale promotie gesproken.

Al Mutamid had de gewoonte om samen met zijn vriend en vizier Ibn Ammar incognito op stap te gaan. Op een dag passeerden ze langs de rivier Guadalquivir, waar ook wasvrouwen aan het werk waren. Bij het zien van de rivier hief de koning dit vers aan: “De wind blaast ronde maliën in het water…” (Sana’a ‘r-rihoe min al mai zarad…)
Bedoeling was dat Ibn Ammar in het zelfde metrum en met het zelfde rijm zou antwoorden. Maar een van de wasvrouwen was hem voor en repliceerde: Ayyoe dir’in li qitdlin law zjamad! “Wat een maliënkolder geeft dit als het water bevriest.”
Het was Itimad al Rumaikiya en de vorst was zo onder de indruk, niet alleen van haar rijmkunst maar ook van haar schoonheid, dat hij haar tot vrouw vroeg met een gedicht.

Al Mutamid was letterlijk smoor op Itimad. Hij was zo zot van haar dat hij haar gekste verlangens inwilligde. Toen er op een dag sneeuw viel in Cordoba, wat niet zo vaak gebeurt, vroeg zij al Mutamid of hij haar niet mee kon nemen naar een land waar iedere winter sneeuw viel. Daarop liet hij de flank van Sierra Nevada beplanten met amandelbomen waarvan de witte bloesems bloeien op het einde van de winter, zodat zij ieder jaar een illusie van sneeuw zou krijgen.

De nieuwbakken koningin was haar proletarische achtergrond niet echt vergeten, die inspireerde haar voor haar nukken en fantasieën. Bij een uitstap zag Itimad hoe boerenmeisjes met melkkruiken op hun hoofd door de modderige straten stapten en daarbij de rokken optrokken en ze vond dit zo geweldig dat dit op een wel heel speciale manier werd overgedaan op de binnenkoer van het paleis. Die werd onder water gezet, of liever gevuld met rozenwater, kruiden, kaneel, suiker en parfum en daarin trappelden dan Itimad en haar hofdames alsof ze melkmeisjes waren.
Dat was voor hun ballingschap. In Aghmat moet Itimad verplicht terugkeren naar haar roots. Zij en haar dochter worden gedwongen in hun levensonderhoud te voorzien door thuis wol te spinnen. Itimad kon dit leven niet aan en stierf van ontbering.

Al Mutamid zelf stierf in 1096 ook in Aghmat. De Marokkaanse koning Hassan II bouwde voor hen in de jaren 1970 een mausoleum, net zoals hij dit deed voor vele Andaloesiërs die begraven liggen in Marokko. Hassan II was een van de meest autoritaire en gruwelijkste Arabische dictators van de 20ste eeuw, maar hij kende wel zijn geschiedenis. Van hem is de uitspraak: “Wij zijn een boom: onze wortels staan diep in de Sahara, Marokko is zijn stronk, maar zijn kruin en vruchten hangen in Al Andalus.”.

Wij dus op zoek naar dat eerste ‘paleis’ in die ‘eerste hoofdstad’ van Marokko, nu een godvergeten gat dat Aghmat heet. Waar de straten geen naam hebben en de huizen geen nummer. En het is zo arm dat ze er ’s vrijdags markt houden. Normaal doen ze dat niet in Marokko, dat is de rustdag. Maar vrijdag was de enige dag dat ze in Aghmat kans maken dat er ook volk uit de buurdorpen komt, omdat er nergens anders markt is.

Dat zoeken was makkelijk. Het kasteel, of wat er van overblijft is een structuur in vooral leemsteen en dus vooral ingestort. Maar goed, voor een historicus zijn verhalen belangrijker dan monumenten. Voor mij toch. En zo ziet het eruit:

Aghmat 007

En dan het Mausoleum. Marokko zou Marokko niet zijn als niet het volgende gebeurde. We vonden het mausoleum maar konden er niet binnen. Op slot. En Mohammed op zoek naar de man met de sleutel. Die man had de sleutel niet meer. Alleen op zaterdag en zondag kwam nog iemand het gebouwtje open maken. Wij waren er op een maandag. Zo ziet het er dus van buiten uit.

Aghmat 001

En de graven zal u zeggen? Wel alle moslimgraven van Marokkaanse historische figuren zien er net het zelfde uit: een grote, lichtjes verhoogde mozaïeken rechthoek, met daarop een lange verhoogde lijn die het lichaam voorstelt. In Aghmat liggen zo drie graven: dat van koning Mutamid, zijn vrouw de dichteres Itimad en hun dochter. Op de muur aan het hoofdeinde van de graven staat het laatste gedicht van Mutamid gecalligrafeerd. Ik weet het zeker, want wat doet een historicus die in de problemen zit? Zoeken op internet. En hier is dus het binnenbeeld van dat mausoleum. (foto bovenaan.)

Lucas Catherine
Historicus van vergeten zaken.

De ‘bled’ is een woord van Arabische oorsprong dat via de Franse koloniën ook bij ons (Congo) is doorgedrongen. Het betekent zoveel als: verloren gat, ‘negorij’. (jc)

Entry filed under: Afrika, Geschiedenis, Kunst, Midden Oosten, toerisme. Tags: , , , , , , .

CARAÏBEN: PARADISE LOST Exit Gabriel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: