‘HET VERLEDEN VERSLINDT DE TOEKOMST’

juni 11, 2014 at 3:26 am Plaats een reactie

Thomas Piketty

Thomas Piketty

Over Thomas Piketty’s boek “Het Kapitaal in de 21ste eeuw” en de kritiek die het uitlokte.

Door Tom Ronse

Sinds de Engelse vertaling verscheen doet Piketty’s boek heel wat stof opwaaien, aan beide kanten van de grote plas. “It is the closest thing to a pop-culture sensation heavyweight economics will ever provide”, volgens The Economist. Martin Wolf van de The Financial Times noemde het “an extraordinary important book” en Esquire Magazine vond het –nu al- “the most important book of the century”. The Sunday Times vergeleek Piketty met Smith, Keynes en Marx. De Morgen noemde zijn boek “een intellectuele bulldozer”. Het klom naar nummer 1 op de bestsellerslijst van Amazon, “Game of Thrones” en “How to win friends and influence people” voorbijstekend. Linkse economen zoals Stiglitz en Krugman prezen het werk de hemel in. “Conservatives are terrified”, schreef Krugman in een column in The New York Times getiteld “The Piketty Panic” (overgenomen in De Morgen). Ze zijn volgens hem in paniek omdat ze niet in staat zijn om Piketty’s thesis te ontkrachten. Hij citeerde James Pethokoukis van de conservatieve think tank The American Enterprise Institute die in de National Review waarschuwde dat het ‘zachte marxisme’ van Piketty weerlegd moet worden want anders “it will spread among the clerisy and reshape the political economic landscape on which all future policy battles will be waged. We’ve seen this movie before.”

Geen Marxist

Wat dat marxisme betreft, dat valt nogal mee (of tegen, naargelang je opinie over Marx). Met een titel die doet uitschijnen dat hij het vervolg heeft geschreven op ‘Het Kapitaal’ van Marx, lokt Piketty de vergelijking natuurlijk uit. Commercieel is dat misschien goed bekeken. Maar in een interview in The New Republic wees Piketty elke gelijkenis met Marx van de hand. Hij zei dat hij Marx zelfs niet gelezen had. Hij benadrukte dat zijn vertrekpunt niet theoretisch is zoals dat van Marx maar empirisch. “Ik zeg maar wat de data mij vertellen.” Toch verklaart hij zich in zijn inleiding akkoord met wat hij “Marxs principe van de oneindige accumulatie” noemt: de intrinsieke drang van kapitaal om te accumuleren voor geen ander doel dan om te accumuleren.

final wish

Van een boek dat zoveel sukses heeft en zoveel controverse opwekt zou je verwachten dat het verrassende nieuwe inzichten bevat maar dat is eigenlijk niet het geval. Het bevat tal van interessante observaties maar de hoofdstelling van het boek is niet origineel of verbazend. Piketty stelt dat de inkomenskloof tussen kapitaalbezitters en de rest van de bevolking steeds breder wordt waardoor er grote sociale spanning en ontwrichting dreigt. Hij wil dat voorkomen door de invoering van een wereldwijde vermogensbelasting. Er zijn de laatste jaren verschillende serieuze studies gepubliceerd die de groeiende ongelijkheid van inkomens in de laatste 40 jaar documenteerden en die net als Piketty waarschuwden voor de sociale gevolgen van de trend. Die kregen nauwelijks aandacht in de grotere media. Waarom krijgt Piketty er dan zoveel?

Timing speelt een rol. De groeiende ongelijkheid is een brandend actueel thema. De recessie mag dan officieel achter de rug zijn maar de meeste mensen zien hun leven niet verbeteren, vaak integendeel. Intussen zien ze de rijksten onder de rijken nog rijker worden aan een tempo dat de verbeelding tart. Linkse partijen in heel de wereld hebben dan ook van een herverdeling van het nationaal inkomen hun voornaamste strijdpunt gemaakt. De rijken hogere belastingen opleggen zou volgens links niet alleen tot grotere sociale rechtvaardigheid leiden maar ook de krisis oplossen. Want, zo redeneert links, door inkomen te versluizen van een kleine elite naar de brede massa zal de vraag toenemen en dus ook de economische groei. In Piketty’s research vindt links argumenten die die stelling bevestigen; geen wonder dus dat het zijn boek toejuicht. Piketty heeft trouwens zelf een sociaal-democratische background. Zo was hij adviseur van Ségolène Royal. Toch komt hij ook tot conclusies die het verhaal van links ondergraven, waarover verder meer. Wat Ségolène’s ex Francois Hollande betreft, die heeft Piketty enkele keren in zijn paleis ontvangen maar aan zijn beleid te zien, heeft hij niet naar hem geluisterd.

De normale gang van zaken

Het boek heeft ook sukses omdat het vlot en helder geschreven is, met een minimum aan economisch jargon en mathematische bewijsvoering en met interessante historische en literaire uitwijdingen. Bovendien is deze kanjer (bijna 700 bladzijden in de Engelse uitgave, zo’n 900 in de Franse, plus een uitvoerig addendum online) de meest uitgebreide studie over inkomensongelijkheid die ooit werd ondernomen. Piketty en zijn vele medewerkers werkten er 15 jaar aan. Hij vergelijkt het groeitempo van het kapitaal met dat van de economie in de grootste industriële landen van de 18de eeuw tot vandaag. Het eerste noemt hij ‘r’ en het tweede ‘g’. Uit de data blijkt dat r > g de normale gang van zaken is. Met andere woorden, groeiende ongelijkheid zit ingebakken in het systeem, is het product van de wetten van de markt. Piketty noemt dit “de centrale contradictie van het kapitalisme”. Natuurlijk lokt dat protest uit van ideologen zoals de editorialisten van de Wall Street Journal die al jarenlang preken dat de vrije markt tot een democratisering van bezit leidt. Uit de cijfers van Piketty blijkt net het omgekeerde. Geen wonder dus dat die krant het boek aanvalt en Piketty “een middeleeuwse vijandigheid” verwijt “tegen de notie dat kapitaal een opbrengst verdient.”

Uit Piketty’s data blijkt dat kapitaal over heel die periode gemiddeld een jaarlijkse groei van 4 a 5 % genoot terwijl de gemiddelde jaarlijkse groei minder dan 1 % bedroeg. Tot de ‘industriële revolutie’ in de vroege 19de eeuw was de jaarlijkse groei zelfs minder dan 0,1 %. Dan versnelde hij: de modale groei in de 19de eeuw bedroeg 1 tot 1,5 % maar het aandeel dat naar de kapitaalbezitters ging groeide nog veel sneller, mede door de stijging van de grondprijzen. Tegen het einde van de eeuw was er daardoor zo’n concentratie van bezit ontstaan dat de inkomenskloof weer zo groot was als in het ancienne regime. In de 20ste eeuw was er een lange onderbreking in ‘de normale gang van zaken’: van de eerste wereldoorlog tot de jaren 1970 werd de inkomenskloof aanzienlijk kleiner. Tijdens de wereldoorlogen en de depressie daartussen daalde de opbrengst van kapitaal door inflatie, de fysieke vernietiging van bezit en hoge belastingen om de oorlogen te financieren. Gedurende de tweede wereldoorlog zakte de opbrengst van kapitaal tot bijna nul. De inkomenskloof versmalde omdat het kapitaal devalueerde, niet omdat het inkomen van niet-kapitaalbezitters groeide. Dat veranderde na de oorlog toen de economische groei pijlsnel steeg. De kapitaalopbrengst hield gelijke tred met een jaarlijkse groei van ruim 4 %. Dit was de enige periode waarin de twee in evenwicht waren, waarin r = g, zodat de kapitaalgroei voldoende ruimte overliet voor een inkomensstijging van niet-kapitaalbezitters. De enige periode met een aanzienlijke opwaartse sociale mobiliteit.

grafiek piketty

Volgens Piketty was de forse groei tijdens “les trente glorieuses” vooral te danken aan de heropbouw en kwam er een einde aan toen die voltooid was. De groei daalde en de productiviteitsgroei zakte tot 1 a 1,5 %, dicht bij het niveau van voor de eerste wereldoorlog. Maar de kapitaalopbrengst daalde niet, constateert Piketty. Dat wijt hij aan fiscale hervormingen die het progressief karakter van de belastingen ondermijnden en ook aan de groeiende machtspositie van het globale kapitaal, als gevolg van de liberalisering van het internationaal kapitaalverkeer. Met een jaarlijkse groei van 1 a 1,5% – en meer is volgens Piketty niet mogelijk voor landen die in de technologische topgroep zitten, vandaag is het minder – en een kapitaal dat met 4 a 5% groeit kan het niet anders dan dat de inkomenskloof steeds groter wordt. Uit Piketty’s data blijkt dat 60% van de groei van het nationaal inkomen in de VS tussen 1977 en 2007 naar het rijkste 1% van de bevolking ging. En ook dat de kloof tussen de groei van kapitaal en nationaal inkomen in Europese landen zoals Frankrijk en Groot-Brittannië nog breder werd dan in de VS. De automatisering versnelt volgens hem de trend door het aandeel van de arbeid in de productie te verminderen. Meer van de opbrengst gaat naar het kapitaal, minder naar de werkende bevolking. Het theoretisch eindpunt van die trend is dat heel het nationaal inkomen naar het kapitaal gaat. Dat kan natuurlijk niet en lang voor dit punt bereikt zou zijn, zou het sociale weefsel van de maatschappij verscheurd worden. De mogelijke gevolgen zijn angstaanjagend, zegt Piketty. Om een katastrofe te voorkomen moet er langs fiscale weg een inkomensherverdeling komen: een progressieve belasting op kapitaal, niet alleen op nationaal maar ook en vooral op internationaal niveau.

Tegenwind

Natuurlijk vangt zijn stelling heel wat tegenwind. Vooral in de Angelsaksische wereld waar het idee dat het kapitalisme een “meritocratie” is waarin rijkdom het resultaat is van talent en opwaartse mobiliteit vanzelf de inkomenskloof verkleint nog de kracht van een dogma heeft. De meest gedetailleerde kritiek kwam van Chris Giles in The Financial Times die Piketty’s data onder de loupe nam. Hij vond enkele fouten en bekritiseert een aantal onderstellingen die arbitrair lijken. Een ander verwijt luidt dat Piketty verzuimt om sommige sociale uitkeringen bij het gezinsinkomen te rekenen- wat de kloof groter doet lijken dan ze in werkelijkheid is. Maar ondermijnen die fouten, als het fouten zijn, Piketty’s conclusies? Piketty analyseerde een gigantische hoeveelheid data uit 20 landen. Soms waren die onvolledig en gebaseerd op verschillende criteria. Hun vergelijking roept onvermijdelijk problemen op. Maar “niet alle verschillen zijn vergissingen”, schrijft Justin Wolfers in The New York Times, en “niet alle vergissingen zijn even belangrijk… The most striking fact is how closely The Financial Times’ analysis agrees with Piketty’s”. Piketty gaf toe dat zijn data niet perfect zijn maar noemde de bewering van Giles dat diens kritiek de bevindingen van zijn boek in vraag stellen “belachelijk”. Hij wees er op dat sinds zijn boek verscheen (in 2013) diverse andere studies werden gepubliceerd wiens methodologie van de zijne verschilt maar die toch zijn waarnemingen bevestigden.

Hoe zou het anders kunnen? De groeiende ongelijkheid steekt immers de ogen uit. Zeker op wereldvlak. Minder dan 1% van de wereldbevolking bezit 40% van de hele planeet terwijl de helft van de wereldbevolking moet overleven met minder dan 2 dollar per dag. Alleen verblinde ideologen kunnen nog volhouden dat de marktmechanismen dat probleem vanzelf zullen oplossen. Maar is het enkel een kwestie van onrechtvaardige verdeling? Volgens Clive Crook, een columnist van Bloomberg News, heeft Piketty ongelijk als hij beweert dat de groeiende ongelijkheid de centrale contradictie van het kapitalisme is. Niet de verdeling maar de productie van welvaart is het centrale probleem, schrijft Crook. Als de totale koek snel genoeg groeit dan heeft het niet zo veel belang dat een groter deel van de koek naar het kapitaal gaat. “A rising tide lifts all boats”. Maar wat die ‘rising tide’ zal doen ontstaan lijkt Crook ook niet te weten.

in camden

Zwaartekracht

Ook de ecologische pessimist James Howard Kunstler verwijt Piketty dat hij door zijn focus op de verdeling van het inkomen de problemen waar de productie voor staat, negeert. Voor Kunstler is het centrale probleem ecologisch: de opwarming van de aarde en de eindigheid van de fossiele brandstoffen. De hoop dat nieuwe technologie ervoor zal zorgen dat “de industriële orgie” kan voortgaan, is volgens hem een illusie. De ineenstorting nadert. Naast die bedreiging lijkt de groeiende inkomenskloof een detail. Kunstler is het overigens eens met Piketty’s conclusies maar vindt het naief om te denken dat inkomenskloof langs politieke weg kan worden verkleind. “Het kapitalisme is zoals de zwaartekracht”, meent hij, het legt zijn wetten op aan kapitaalbezitters, bedrijven en staten. Het weerstaat alle pogingen om zijn fundamentele mechanismen te corrigeren.

Tot op zekere hoogte is Piketty het daar mee eens. Uit zijn data blijkt dat het voor de groei van de inkomenskloof weinig verschil maakt wie er aan de macht is –Democraten of Republikeinen, sociaal-democraten of conservatieven. Er is niets dat ze kunnen doen om de kloof tussen de groei van het kapitaal en de groei van de reële economie te verkleinen. Enerzijds omdat er, blijkens zijn data, van kapitaal-intensieve landen geen hogere modale groei kan verwacht worden dan 1,5 % . Anderzijds omdat “Piketty’s analysis articulates what many people on the Democratic left feel intuitively, that a domestic tax, spending and regulatory agenda is ineffective in the face of the power of globalized capital to grind down wages and benefits.” Dixit de econoom Thomas Edsall in The New York Times. Edsall merkt op dat dit aspect van Piketty’s analyse ter linkerzijde minder geapprecieerd wordt. Hij citeert Robert Kuttner, de hoofdredacteur van The American Prospect, die vindt dat Piketty’s boek “passiviteit en berusting” in de hand werkt en de linkse econoom Dean Baker die sniert dat “a big part of the book’s appeal is that it allows people to say capitalism is awful but there is nothing that we can do about it.”

Een wereldtaks

Piketty meent dat er wel iets aan gedaan kan worden maar enkel op wereldvlak. Alleen door een internationale belasting op grote vermogens kan de ongelimiteerde groei van de globale ongelijkheid aan banden worden gelegd. Dat roept natuurlijk vragen op. Edsall formuleert er enkele: “Who would run a super-national tax collection agency? How would the taxes collected on assets owned by one person but held in multiple countries be distributed? How would global wealth tax supporters actually win the enactment of regulations that would require transparency of ownership of real estate, of bank holdings and of control of private corporations? ” Het plan zou een internationale samenwerking vereisen die tot nu toe nooit bestaan heeft. Is dat haalbaar? Kunnen de regels van de internationale concurrentie opzij geschoven worden in een systeem dat op concurrentie berust?

Veel van zijn critici vinden zijn voorstel dan ook utopisch. Waarop Piketty replikeert: “Wie in 1910 een progressieve inkomensbelasting voorstelde, werd net niet met pek en veren de stad uitgejaagd. En zie, vandaag is dit soort belasting de normaalste zaak van de wereld” (interview in De Morgen, 19 april). Je weet dus maar nooit. Volgens Piketty werd de progressieve belasting realiteit als gevolg van de wereldoorlog. Je vraagt je af welke ramp er vandaag nodig is om een Piketty-taks te realiseren. Bovendien was de progressieve fiscaliteit een hervorming binnen het nationale kader. Een internationale progressieve belasting lijkt me een ander paar mouwen. Vooral in een tijd waarin alle bedrijven en landen moeten vechten om hun waarde te behouden, om aantrekkelijk te blijven voor het globale kapitaal.

 

Wat is kapitaal?

Wat Piketty niet doet, is de causale verbanden tussen de groei van het kapitaal en de groei van de economie onderzoeken. Dat hoeft voor hem ook niet want “kapitaal en economische groei hebben strikt genomen niets met elkaar te maken”. Hij wijst erop dat de stijgende waarde van grond de voornaamste bron was van de hoge kapitaalopbrengst in de 19de eeuw. En dat de hoge kapitaalopbrengst van vandaag niet door economische groei kan verklaard worden. Dat politieke, kulturele en andere aspecten een rol spelen. Dat klopt maar om vandaar uit te concluderen dat kapitaal en economische groei “niets met elkaar te maken”hebben, lijkt me onzin. De waarde van de grond kon enkel stijgen omdat elders in de economie de koopkracht werd gecreëerd die de hogere vraag naar grond voedde. De waarde van kapitaal lijkt alleen onafhankelijk van de economische groei en de winst die eruit resulteert. Maar dat is gezichtsbedrog.

‘Kapitaal’ is voor Piketty een heel brede noemer. Alle vormen van verhandelbaar bezit: grond, vastgoed, bedrijven, technologie, infrastructuur, financiële tegoeden enz. vallen er onder. Daarvoor krijgt hij kritiek van rechts en links. In Foreign Affairs verwijt Tyler Cowen Piketty dat hij het kapitaal ziet als “a growing, homogeneous blob” en de grote variatie in opbrengst van verschillende bezittingen negeert. Toch valt er iets voor te zeggen. Het kapitaal komt in vele vormen en kan ogenblikkelijk van de ene vorm in een andere veranderen. De hele ‘homogeneous blob’ is aan dezelfde accumulatiedwang onderworpen.

always more

De Keynesiaanse economen James Galbraith en Brad De Long stellen dat Piketty ‘wealth’ (vermogen) en kapitaal verwart. Anders gezegd, hij maakt geen onderscheid tussen productief en niet-productief kapitaal, tussen kapitaal dat geinvesteerd is in economische groei en kapitaal dat niets doet, dat slapend rijker wordt. Hun opbrengst kan scherp verschillen. Beide vormen van bezit zijn essentieel voor het kapitalisme. De onontbeerlijkheid van productief kapitaal behoeft geen uitleg. Maar kapitaal moet ook in staat zijn om zich terug te trekken uit de productie en circulatie van waren zonder zijn waarde te verliezen. Om puur bezit te zijn en zonder iets te doen betaalmiddel te blijven. Zo kan het kapitaal de productiesfeer verlaten als er overproductie dreigt en er terug invloeien als er nieuwe expansiemogelijkheden opdagen. Dit niet-productieve kapitaal fungeert dus als latent productief kapitaal. Het groeiend belang van het kredietwezen gaf het enorme expansiemogelijkheden. Maar de verhoudingen tussen beide vormen van bezit is belangrijk aangezien de echte rijkdom enkel stijgt omdat het productief kapitaal ze doet groeien. Wat Piketty’s boek illustreert is de tendens in het kapitalisme van overaccumulatie van niet-productief, in essentie financieel kapitaal dat steeds zwaarder gaat wegen op wat ‘de reële economie’ wordt genoemd.

Ook marxistische economen nemen Piketty’s brede definitie van kapitaal onder vuur. “Capital is a process not a thing. It is a process of circulation in which money is used to make more money”, schrijft David Harvey. “The rate of return on capital depends crucially on the rate of growth because capital is valued by way of that which it produces and not by what went into its production.” Op basis van Piketty’s data komt Esteban Maito tot de conclusie dat, als je enkel naar de evolutie van productief kapitaal kijkt, de stabiele hoge opbrengst van het kapitaal verdwijnt. In plaats daarvan bevestigen de data volgens Maito Marxs wet van de tendentiële daling van de winstvoet.

De winstvoet daalt als het verschil tussen de waarde van het geinvesteerde kapitaal en de waarde van het resulterend product kleiner wordt. Het kapitalisme beweegt volgens Marx tendentieel in die richting omdat de productie steeds meer draait op basis van technologie (en vandaag automatische processen) en steeds minder op levende arbeid. Het ontwikkelt een productievermogen waarvan de bepalende factor niet meer is de hoeveelheid arbeidstijd die wordt besteed maar kennis: wetenschap,technologie, informatie-overdracht. Toch kan het kapitalisme niet anders, aldus Marx, dan de gigantische rijkdom die zo gecreëerd wordt te meten met de verouderde maatstaf van abstracte arbeidstijd. Dat is wat volgens Marx geruild en opgepot wordt in het kapitalisme: abstracte arbeidstijd. De bron van de winst is het verschil tussen de abstracte arbeidstijd die in het productieproces wordt toegevoegd en de abstracte arbeidstijd die het equivalent is van de loonkosten. Hoe kleiner het aandeel van de toegevoegde arbeidstijd, hoe meer ook de winst tendentieel daalt. Marx zag dit als een onderliggende historische tendens, gemodifieerd en soms gestopt door tegen-tendenzen en andere factoren. Ook impliceert de wet geen lineaire achteruitgang maar een cyclische beweging. De daling van de winstvoet leidt naar krisis en krisis devalueert het kapitaal. In die mate dat het verschil tussen de waarde van het (gedevalueerde) geinvesteerde kapitaal en de waarde van het resulterend product weer groter wordt. De winstvoet herstelt en een nieuwe accumulatiecyclus begint.

In Piketty’s data kan men bevestiging vinden voor deze theorie. Ze tonen alleszins dat krisis (en oorlog) kapitaal devalueert en dat die devaluatie ruimte schept voor nieuwe groei. Maar voor de krisis vandaag gaat de stelling niet op. Piketty toont aan dat noch de krisis van de late jaren 1970 noch “the great recession” van 2008 tot een algemene devaluatie van kapitaal leidde. Wel tot lagere economische groei maar niet tot een lagere kapitaal-opbrengst. De correctie bleef uit omdat ze met hand en tand werd bestreden. Het antwoord van de politieke en financiële bewindsvoerders op de krisis was telkens de massieve creatie van nieuw kapitaal om de waarde van het bestaande kapitaal te onderstutten.

newimproved capitalism

Orgie van geldcreatie

Dit gaat nog steeds voort. Elke dag worden miljarden uit het niets geschapen door de grote centrale banken. Het is een orgie van geldcreatie zoals de wereld er nooit een gekend heeft maar toch veroorzaakt ze geen stijgende inflatie. Dat komt omdat dat geld niet in de algemene circulatie terecht komt – op het inkomen van niet-kapitaalbezitters (lonen, sociale uitkeringen) wordt integendeel drastisch bezuinigd – maar rechtstreeks of onrechtstreeks naar de kapitaalbezitters gaat. Zodat die hun accumulatie kunnen verder zetten. De grote vrees is een algemene ontrafeling, waar we in 2008 even dichtbij kwamen.

Dat nieuw kapitaal resulteert niet uit productie en evenmin wordt het gros ervan productief aangewend. Het is met andere woorden fictief kapitaal. Piketty maakt geen onderscheid tussen fictief kapitaal en reeel (productief en latent productief) kapitaal. In praktijk zijn ze ook niet te scheiden. Ze zijn gelijkwaardig als betaalmiddel ook al is de waarde van het eerste in laatste instantie een kwestie van geloof. De ineenstorting van dat geloof is wat in 2008 dreigde en wat de ‘powers that be’ ten alle prijze willen vermijden.
Piketty waagt zich niet aan een analyse van de oorzaken van de krisis van 2008 maar het valt niet te ontkennen dat een over-accumulatie van kapitaal (speculatieve excessen in vastgoed en andere sectoren) de aanleiding was. De krisis maakte duidelijk dat dit overgeaccumuleerde kapitaal meer eist van de economie dan die kan opleveren, dat de schuldenlast steeds zwaarder weegt. Toch kan men niet anders dan de gevolgen van de wildgroei van fictief kapitaal bestrijden door nog veel meer fictief kapitaal te creëren. Op korte termijn lijkt het effect positief: de deflatie-tendens wordt afgeremd, de aandelenkoersen stijgen. Zo lang het gros van dat nieuwe kapitaal rechtstreeks geaccumuleerd wordt, opgepot in plaats van uitgegeven, blijft zijn fictieve karakter verborgen. Maar zo blijft ook het gewicht van het over-geaccumuleerde kapitaal op de economie zwaarder worden. Of zoals Piketty het formuleert: “Het verleden verslindt de toekomst”. Dit zinnetje wordt door Crook geciteerd als voorbeeld van de onbegrijpelijke taal waar Piketty zich volgens hem soms aan bezondigt. Maar dat het hem onbegrijpelijk lijkt, zegt meer over Crook dan over Piketty. Het drukt perfect uit wat er gebeurt: het verleden (eerder gecreëerd kapitaal) eist een steeds groter deel van de nieuw gecreëerde winst voor zich op. Het verslindt de groeikansen van de toekomst om zichzelf te kunnen blijven oppotten.

Piketty, die geen onderscheid ziet tussen fictief en reëel kapitaal, kijkt naar die enorme massa ongebruikt kapitaal en ziet geen beletsel om het in te zetten voor het algemene belang. “Wanneer je over zo veel privékapitaal en patrimonium beschikt, dan lijkt het me oerdom om van die mogelijkheid geen gebruik te maken” (interview in De Morgen). Vandaar zijn voorstel voor een wereldwijde belasting op kapitaal die volgens hem “geen ideologische hardnekkigheid, wel een keuze van het gezonde verstand” is (id.).

Als het gerealiseerd zou worden, zou het de inkomenskloof verkleinen, een groter deel van het kapitaal in circulatie brengen en daardoor zijn fictief karakter reveleren. Dat is wat gebeurde in de jaren 1970. Het leidde tot ontwrichtende inflatie die pas in toom werd gehouden toen er met Volcker, Reagan en Thatcher een ommezwaai kwam in het fiscaal en monetair beleid. De echte oorzaken van de stagnerende groei werden niet aangepakt maar het fictieve kapitaal werd uit de algemene circulatie geduwd –de inflatie werd uit de economie gewrongen- door het een expansieterrein te geven in publieke schuld en een gigantische expansie van de financiële sector.

Ik wens Piketty overigens veel geluk met zijn voorstel. Hij zal het nodig hebben om een wereld die door kapitaalbezitters wordt gedomineerd te overtuigen dat het inkomen van kapitaalbezitters moet verkleinen. Zijn visie is utopisch door de tegenstelling tussen het kader dat hij wil behouden – “I love capitalism”, zei Piketty in een interview met CNBC- en de doelstelling die hij wil realiseren maar die door dat kader wordt uitgesloten. Over de Piketty’s van zijn tijd schreef Marx in ‘Grundrisse’: “What divides these gentlemen from the bourgeois apologist is, on the one side, their sensibility to the contradictions of the system; on the other, the utopian inability to grasp the necessary difference between the real and the ideal form of bourgeois society, which is the cause of their desire to undertake the superfluous business of realizing the ideal expression again” (Penguin uitgave, p. 248-249). Ze willen de essentie behouden maar dan zonder de groeiende inkomenskloof en alle andere gruwels die er het onvermijdelijke gevolg van zijn.

Een reklama op de kaft van Piketty’s boek citeert Dani Rodrik van het ‘Institute for Advanced Study’: “Whether you agree or not on the solution, the book presents a stark challenge to those who would like to save capitalism from itself. ”

Dat is inderdaad wat Piketty beoogt. Maar kan het kapitalisme gered worden? En zelfs als zou het kunnen, verdient het dat?

Entry filed under: Ekonomie. Tags: , .

D-DAY: HOE WAS DAT IN DUITSLAND? OPIUM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: