ZICHEM, DE WITTE EN DE MAAGDENTOREN

oktober 9, 2015 at 1:21 pm 3 reacties

De Demer en de Maagdentoren

De Demer en de Maagdentoren

door Jef Coeck


Deze maand is het 130 jaar geleden dat Ernest Claes (1885-1968) geboren werd, de heimatschrijver uit en over Zichem, het dorp dat bekend staat als een onaanzienlijke geografische vlek op de grens van Kempen en Hageland. Er heersen een paar misverstanden, zowel over Claes, over zijn hoofdfiguur, als over zijn streek van afkomst.

De nietmeerzojongen onder ons herinneren zich nog de televisiereeks ‘Wij, heren van Zichem’ (1969/ later heruitgezonden), met pastoor Munte (Luc Philips) in een hoofdrol. Razend populair en maar vaag gebaseerd op de boeken van Claes. Zijn populairste werk ‘De Witte’ is twee keer verfilmd, ook dat draagt bij tot de collectieve herinnering. In 1934 Z 2maakte Jef Vanderheyden er de eerste Belgische klankfilm voor de bioscoop van. Het was een razend succes, cinema Colosseum op de Antwerpse Meir liep maandenlang vol. De prent was een geromantiseerde versie van Claes’ boek.

In 1980 vond filmer Robbe De Hert het welletjes geweest: hij maakte een authentiekere, meer sociale versie van ‘De Witte van Sichem’. Hoofdrol was toen Eric Clerckx. Zo is meteen de dubbelzinnigheid rond het boek geschetst. Pittoreske armoede die veelal tot humoristische anecdotes leidt, of de sociale wantoestanden te vergelijken met het boek ‘Door Arm Vlaanderen’ van de Waalse socialist Auguste De Winne (1901). Het boek van Claes uit 1920 heeft elementen van beide, wellicht daaraan dankt het zijn populariteit. Als we Z 3een vergelijking met Nederland zouden maken is de Witte van Bruyninckx zowat Pietje Bell, terwijl die van De Hert meer heeft van Ciske de Rat.

De schrijver, germanist van opleiding, was zich zeker bewust van die tweedeling. Wellicht uit commerciële redenen hield hij het liever aan de lichte kant – hoewel hij in andere van zijn boeken authentieke emoties en psychische processen wist bloot te leggen. In de katholieke klasbibliotheken stonden, tot ver in de jaren zestig van de vorige eeuw Ernest Claes (maar niet De Witte – té stout) en Felix Timmermans – althans hun ‘ongevaarlijk’ geachte werken – naast de Vlaamse Filmkes en Karl May. Dat was het dan. Zelfs Guido Gezelle ontbrak, want vergde teveel uitleg. Van Louis Paul Boon of Hugo Claus kregen wij niets te lezen of te horen.

De schrijver

Claes en De Witte op postzegel

Claes en De Witte op postzegel

Claes kwam zelf uit een arme boerenfamilie maar kon studeren en carrière maken dankzij de Norbertijnen van Averbode – die van Zonneland en de Eucharistische Kruistocht. Hij werd behalve succes-schrijver ook vertaler, later directeur, van het Beknopt Verslag van het Belgisch parlement. Flamingant was hij van overtuiging. Van in zijn studententijd te Leuven was hij lid van Nieuwe-Orde gerichte verenigingen als het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudendenverbond), hoofdredacteur van Ons Leven, en later voorzitter van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond (AKVS). In de jaren ’30 ‘leunde hij aan’ bij het VNV, het Vlaams-Nationaal Verbond, dat zeer Duitsgezind was en ging collaboreren met de bezetter. Of dat ‘aanleunen’ ook lidmaatschap inhield wordt in het vage gelaten. Wel werd hij na de oorlog veroordeeld voor collaboratie. Na drie maanden kwam hij vrij, kreeg zijn politieke en burgerrechten terug, ongetwijfeld wegens hoge contacten in de politieke wereld.

Z 5De heimatliteratuur die hij placht te schrijven had zeker literaire kwaliteiten, en vooral, ze viel in de smaak van de Duitsers. Na de oorlog werkte hij, onder schuilnaam, mee aan het zwaar-flamingantische (‘Dietse’) blad Rommelpot van Remi Piryns. Ernest Claes werd een leven lang – op drie maanden na – bejubeld, geprezen en geprijsd. Ontelbaar zijn de ‘omnibussen’ waarin zijn werken talloze herdrukken beleven.

Zichem/Sichem
Het volkse dorpje Zichem dat wij zo goed menen te kennen uit de boeken van Claes, ligt onder de rook van het alombekende bedevaartsoord Scherpenheuvel. Dat heeft een basiliek, nog opgetrokken door toedoen van de vorsten Albrecht en Isabella. Er kan dus geen twijfel over bestaan dat Scherpenheuvel Zichem ver overvleugelt? Fout. Het is net omgekeerd. Maar daarvoor moeten we teruggaan tot de middeleeuwen.

Z 6

In de 13de eeuw kreeg Godfried van Brabant de streek in zijn bezit. Zijn ‘heerlijkheid’ strekte zich uit van Sint-Agatha-Rode en Nethen in het zuidwesten, tot Aarschot en Zichem in het noordoosten. Godfried wilde de handel in zijn gebied stimuleren. De rivier de Demer was de natuurlijke economische ader die de stadjes Zichem en Aarschot verbond met de grote steden in het hertogdom. Om de scheepvaart te vergemakkelijken liet Godried diverse meanders afsnijden, zo ook in Zichem waar de Nieuwe Demer ontstond. Voortaan vloeide de rivier langs het markplein dwars door het centrum. Het stadje zelf bouwde hij uit tot een kleine vesting. Zichem kreeg een aarden omwalling en het stratenpatroon breidde uit. Vanaf het marktplein vertrokken drie verbindingswegen naar noord, zuidwest en zuidoost. Op de plaats waar ze de omwalling of de Demer kruisten, bouwde Godfried drie stadspoorten: de Dijkpoort, de Leuvense poort en de Diestse poort. In het laagst gelegen gebied trok de heer van Zichem een burcht op met dubbele omgrachting. Als kers op de taart verleende hij in 1302 diverse vrijheden en privileges aan de stadsbevolking. Datzelfde jaar nog sneuvelde Godfried samen met zijn enige zoon in, jawel, de Slag der Gulden Sporen te Kortrijk.

Erfenistribulaties waren het gevolg. De streek kwam in handen van Reinier I van Schoonvorst (Schönforst bij Aken). Maar het was zijn zoon Reinier II die het stadje tot bloei bracht. Er ontstonden weverijen, gildes, en eigen lakenhallen, verkoopspunten, niet enkel in Zichem maar ook in Antwerpen en Diest. Er was intussen een begijnhof geïnstalleerd en er werd een gothische kerk, de Sint-Eustachius opgetrokken. Twee schuttersgilden stonden in voor de veiligheid van de stad.

Een prestigeproject was de Maagdentoren. De naam verwijst naar een Zichemse legende. In de 16de eeuw was de toren in het bezit van landvoogd Don Juan en zijn beeldschone dochter Rosita. Zij had haar oog laten vallen op een gewone soldaat en wilde met hem trouwen. Dat was niet naar vaders zin. Koppig was ze ook. Maar Don Juan liet niet met zich sollen. Hij sloot zijn Rosita samen met twee nonnen op in de toren. Toen dochter toch niet tot betere inzichten kwam, liet hij de drie maagden met touwen aan elkaar binden en in de Demer gooien. De landvoogd zelf werd, nog steeds volgens de legende, krankzinnig van berouw.
De Maagdentoren heet ook wel Mariatoren, Marientoren, of Merregentoren – een verbastering van de morgen of ochtend? Vermoedelijk omdat daarachter de zon opgaat.

De ingestorte toren

De ingestorte toren

Tot 1795 bleef de heerlijkheid Zichem in handen van de roemruchte graven van Nassau en prinsen van Oranje. Hierdoor belandde Zichem in het Hollandse kamp tijdens de Tachtigjare Oorlog. In naam van Oranje trachtte het stadje de optocht van de Spaanse bezetter Farnese te verhinderen, maar dat liep slecht af. In 1587 richtte de laatstgenoemde een waar bloedbad aan in de streek. Slechts 26 huisgezinnen van de 274 overleefden de val van Zichem. Op het dak van de Maagdentoren was een galg geïnstalleerd, een derde van de bevolking werd uitgemoord. Farnese had een voorbeeld willen stellen en dat lukte goed. Zoutleeuw en Diest openden zonder dralen de stadspoorten voor de Spanjaarden, zodra zij het treurige lot van Sichem vernamen.

Nadien kreeg de Maagdentoren een nieuwe bestemming als koeienstal, een functie die werd behouden tot ver in de 20ste eeuw. Daartoe werd een stuk van het gewelf weggekapt en de gracht gedempt. Er werd een nieuwe toegang uitgehakt. En wat gebeuren moest, gebeurde. In 2006 stortte het bouwsel grotendeels in.

De gerestaureerde toren

De gerestaureerde toren

Sedert kort is de Maagdentoren gerestaureerd. Nu de Sint-Eustachius nog. Dan kan het Sichem van Claes en De Witte zijn erfgoedfunctie volop vervullen, zeker met de landelijke uitzichten erom heen. En toeristen aantrekken. Die dan weer in ‘Vlaanderen vakantieland’ of aanverwante merchandising op televisie komen en een trefpunt van commercie creëren. Maar de culturele factor is niet weg te gommen.
Het tweemaandelijks tijdschrift ‘Monumenten, landschappen en archeologie’, publicatie van de Vlaamse overheid/Onroerend erfgoed, heeft een extra nummer aan de Maagdentoren gewijd.
http://www.menl.be

De Witte van Felix Timmermans

De Witte van Felix Timmermans

Voor zover ik weet is het boek ‘De Witte’ alleen nog antiquarisch te verkrijgen. Maar dat is nauwelijks een bezwaar, omdat er zoveel duizenden van gedrukt zijn. Mijn vaders exemplaar (zonder jaartal maar vermoedelijk uit de jaren ’40) is een 50ste druk. Zelf kocht ik een 103de druk in 1965. Beide exemplaren bevatten de originele illustraties van Felix Timmermans.

Basiliek van Scherpenheuvel (achtergrond)

Basiliek van Scherpenheuvel (achtergrond)

Van tingelingeling den ijzerendraad,
maskes kussen is geen kwaad,
Ho-la-la ik ben mijn Mieke v’loren
Ho-la-la ik ben mijn Mieke kwijt…

(marktkramerslied uit De Witte)

Entry filed under: boeken, Geschiedenis, Kunst, Media, Politiek Belgie. Tags: , , , , , , .

HULPELOOS WAAR IS DE JOURNALISTIEK GEBLEVEN?

3 reacties Add your own

  • 1. leo de haes  |  oktober 9, 2015 om 5:22 pm

    Bert govaerts schrijft een biografie van Nest.

    Beantwoorden
  • 2. Bert Govaerts  |  oktober 9, 2015 om 6:27 pm

    Best oud-collega Jef Coeck,

    u eert een oude, maar in verval geraakte traditie: de verjaardag van Ernest Claes werd jarenlang gesignaleerd in de Vlaamse kranten. Sympathiek dat u de draad weer opneemt, maar helaas staan er een paar foutjes in uw relaas. Ernest Claes is nooit veroordeeld voor collaboratie. Hij is zowel door de krijgsraad als door het krijgshof vrijgesproken. Die drie maanden gevangenis zijn hem toebedeeld zonder enige vorm van proces. En zijn burgerrechten (en zijn wedde als ambtenaar bij de Kamer) is hij vele jaren kwijt geweest (tot 1950!).
    Die “hoge politieke contacten” stelden dus niet zoveel voor.

    Dat het KVHV in de tijd dat Claes er lid van was (voor de Eerste Wereldoorlog, dus) een “Nieuwe Orde gerichte vereniging” zou geweest zijn, is groot nieuws voor mij. Dat moet u mij eens uitleggen. Ik dacht dat de “Nieuwe Orde” bij het interbellum hoorde.

    De grote man achter Rommelpot (dat vooral een anti-repressieblad was) was niet Piryns, maar Daniël Merlevede.

    Straks nog meer uitleg in een biografie die tegen Pasen 2016 bij Houtekiet zal verschijnen,

    vriendelijke groeten,
    Bert Govaerts

    Beantwoorden
  • 3. jefc  |  oktober 10, 2015 om 9:45 am

    Waarde heer Govaerts,
    vooreerst dank voor het complimentje, waarvan ik hoop dat het meer is dan een ‘capatatio benevolentiae’. Ik vind inderdaad, in tegenstelling tot de meeste van mijn leeftijdgenoten, Ernest Claes een groot schrijver. In andere omstandigheden en in een ander taalgebied zou hij het wellicht even ver hebben gebracht als die andere Ernest, Hemingway.
    Noteer dat ik in mijn stuk op geen enkele wijze EC van collaboratie heb beschuldigd. Laten we aannemen dat hij nooit lid was van het VNV, dan nog heeft de rechtbank het recht hem te ondervragen over ‘vermeende collaboratie’. Dat hij na drie maanden al vrijkwam met herstel van zij het niet alle rechten (?), is een grote uitzondering – velen hebben, ook onschuldig, veel langer vastgezeten. Wie ontkent dat EC in Brussel heel wat ‘hoge heren’ kende, ontkent het zonlicht.
    Een flauwe opmerking over de Nieuwe Orde, inderdaad een verschijnsel van het interbellum.Toen leefde EC nog en was hij meer flamingant en KVHV-alumnus dan ooit.
    Piryns en Rommelpot? Ik heb Remi Piryns twee keer gesproken, kort voor zijn dood. Beide keren ging hij er prat op de stichter van het blad te zijn geweest. Hij nam inderdaad zijn zwager Merlevede mee. Wie van de twee de facto ‘de baas’ was, weet ik niet. Maar uit Piryns woorden kon ik opmaken dat hij dat was. Hij colporteerde ook, zelfs met truukjes. In de krantenmolens op de Meir schoof hij niet zelden stiekem wat exemplaren van Rommelpot.
    U noemde aanvankelijk de namen van een zoon en een kleindochter van Remi Piryns. Die komen in dit verhaal helemaal niet voor en zijn ook door mij niet genoemd. Dit is een ongepaste ‘ad hominem’ die ik dan ook zo vrij was te schrappen.
    Tot slot wil ik er u op wijzen dat het allergrootste deel van mijn stuk ging over Zichem, zijn geschiedenis en de Maagdentoren.
    In de hoop u van dienst te zijn geweest,

    Jef Coeck

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: