HOE GEEL NEW YORK INSPIREERDE

mei 5, 2016 at 2:13 am Plaats een reactie

Jacqueline Goossens sprak met met Ellen Baxter

Ellen Baxter (foto Mashid Mohadjerin)

Ellen Baxter (foto Mashid Mohadjerin)

Deze tekst is een actualisering van een artikel dat eerder in De Morgen verscheen.

Ellen Baxter was 21 toen ze in 1975 naar Geel trok. De New Yorkse psychologe bleef een jaar in het Vlaamse stadje om er de eeuwenoude traditie van thuiszorg van psychiatrische patiënten te bestuderen. Daarna begon ze het Geelse model van tolerantie en integratie in de Big Apple toe te passen. Ondanks veel tegenkanting stampte ze de Broadway Housing Communities uit de grond, een veilige thuis voor ruim 400 voormalige daklozen, waaronder de helft psychiatrische patiënten. Haar aanpak, die nu ‘supportive housing’ heet, kreeg navolging in heel de VS.

Jaren geleden schreef de New York Times dat ze leek op een jonge Liv Ulmann. Ze heeft nog altijd iets engelachtig. Maar mispak u niet. Kim Hopper, haar strijdmakker door de jaren heen, beschreef haar als “een van die stille ijverige vrouwen die in een zonnestraal zitten te naaien in een Vermeer-interieur. Maar ze heeft het instinct van een straatbokser en de verbetenheid van een pitbull”.

Aan Geel bewaart ze warme herinneringen. Al was het begin niet gemakkelijk. “Hoewel ik als kind door het werk van mijn vader enkele jaren in Nederland had gewoond, begreep ik geen woord van het Geels dialect”, vertelt ze. Ze vond een kamer bij een ‘kotmadam’.“Ik voelde me er meteen thuis. De vrouw was een vriendelijke, wat excentrieke kunstenares. Er was een grote zonnige tuin met veel bloemen en een konijn. Ik kreeg een tweedehandsfiets waar ik meteen op wou springen maar mijn kotmadam zei, dat mag niet want je hebt geen nummerplaat. Ik wou haar eerst niet geloven. Tijdens mijn eerste weken stond ik versteld over de ingewikkelde Belgische bureaucratie. Strafst van al was dat de Geelse politie me een ‘bewijs van goed gedrag en zeden’ vroeg. Ik dacht dat de agent een grapje maakte.”

“Ik heb in Geel 75 ‘kostgevers’ -zoals de gastfamilies worden genoemd- en hun ‘kostgangers’ -de patiënten- bezocht en geinterviewd. Nooit heb ik zoveel taart, koekjes en koffie verorberd als toen. Geen enkele gezinssituatie was dezelfde. Ik praatte met een vrouw die al jarenlang een patiënt in huis had die de gewoonte had om de knoppen van zijn kleren te rukken. Ze naaide die elke avond opnieuw geduldig aan. Het trof me dat ze dit vanzelfsprekend vond. Andere kostgangers woonden al zo lang bij gezinnen dat ze op de duur zelf verzorgers werden voor hun intussen bejaarde pleegouders. Het storend gedrag van sommigen, zoals luid roepen of met dingen gooien, werd stoicijns getolereerd. Ik ontmoette psychiatrische patiënten en mentaal gehandicapten maar ook mensen waarvan ik me afvroeg of ze niet in staat zouden zijn om zelfstandig te wonen. Ik bezocht een kostganger die in een mooi huis woonde dat hij had geerfd van het doktersgezin dat hem indertijd had opgenomen. Hij had een huishoudster die voor hem kookte, waste en poetste. Een andere man was 22 jaar eerder geplaatst bij een landbouwersgezin. De boer was intussen overleden en de man runde de boerderij met de hulp van een andere patiënt. Ik sprak met een kostganger die de gewoonte had om lange wandelingen te maken naar omliggende dorpen. “Iedereen kent hem dus hij loopt geen gevaar”, zei de vrouw die voor hem zorgde. Hij woonde bij het gezin sinds de tweede wereldoorlog. Bij gezinnen met jonge kinderen viel het me op hoe ongedwongen die met de patiënten omgingen.

Professioneel was Geel een openbaring. Eerder had ik een studie gemaakt over de Amerikaanse psychiatrische instellingen. Daar was de zorg meestal schandalig slecht. Ik was op zoek naar een alternatief. Zonder Geel te idealiseren, realiseerde ik me dat de manier waarop er met de psychiatrische patiënten werd omgegaan de juiste was. Het was gebaseerd op gezond verstand en respect, mijlen verwijderd van de afstandelijke ‘professionele’ aanpak die ik aan de unief had geleerd.”

Het was niet allemaal werk in Geel. “Ik denk met plezier terug aan de gastvrijheid, de lekkere maaltijden, de mooie fietstochten. En als Geel me te klein werd, verdween ik enkele dagen naar Antwerpen, Amsterdam of Londen.” Een dochter van haar kotmadam nam haar mee naar bijeenkomsten van Amada, de voorloper van de PvdA. Het was in de tijd van de Glaverbel-staking. “Op een dag stond ik zelfs op een foto van betogers in de Gazet van Antwerpen. Toch werd me nog af en toe gevraagd of ik een CIA-agente was.” Ze was heel verdrietig toen haar tijd in Geel er op zat. “Ik zat te wenen op de terugvlucht. Een lieve Sabena-stewardess probeerde me te troosten. Ik was zo blij dat ze Vlaams sprak. De wijn die ze me bracht hielp ook.”

Eind 1976 was ze terug in New York, een chaotische stad met steeds meer daklozen, waaronder duizenden psychiatrische patiënten. Die waren door massale sluitingen van psychiatrische inrichtingen en scherpe stijgingen van de huurprijzen op straat beland. “Op een van mijn eerste avonden in de stad ging ik naar het toilet in het busstation. Dakloze vrouwen waren bezig zich te wassen of hun was te doen. Anderen probeerden te rusten op de stenen vloer. Het was mensonterend. Toen besloot ik om me voor hen in te zetten.”

Ellen benaderde de New Yorkse overheid met een voorstel voor kleinschalige opvang naar Geels model maar ze kreeg overal het deksel op de neus. Intussen vormde ze met andere verontwaardigde New Yorkers de ‘Coalition for the Homeless’ die meer wou dan eten en kleren uitdelen en een radicale beleidsverandering bepleitte.

“36.000 Homeless People in the City”, blokletterde de New York Times in april 1980 op haar voorpagina boven een verslag over een rapport, geschreven door Baxter en de medische antropologe Kim Hopper. Het was gebaseerd op gesprekken met honderden daklozen in de metro, parken, trein- en busstations, kerken en gaarkeukens. Baxter en Hopper stelden hen twee vragen: ‘Waarom bent u dakloos?” en “Hoe overleeft u op straat?”

Vandaag geeft New York City elke nacht onderdak aan ruim 60.000 daklozen, waaronder bijna 24.000 kinderen. Dat is meer dan ooit sinds de depressie in de jaren 1930. Maar de omstandigheden waarin ze de nacht doorbrengen zijn aanzienlijk beter dan in de jaren 1980. Mede dank zij Baxter die na de publicatie van het ophefmakend rapport samen met Hopper en advocaat Robert Hayes de stad een proces aandeed in naam van de daklozen. “We argumenteerden dat de grondwet van de staat New York de stad verplicht onderdak te geven aan iedereen die erom vraagt”, vertelt Baxter. “De rechter gaf ons gelijk. Maar ons overwinningsgevoel was van korte duur. De stad gaf de daklozen wel onderdak maar in die opvangcentra heerste chaos en had niemand privacy. Een van de ergste was de Fort Washington Armory in noord-Manhattan. In een gigantische militaire oefenzaal sliepen er tot 1.200 mannen in bedden die op amper een halve meter van elkaar stonden. Drugsverslaafden, sociopaten, psychopaten en misdadigers zaten er samen met weggelopen jongeren, werklozen en anderen down on their luck. Verfstrepen op de vloer gaven aan voor wie de bedden bestemd waren: gele strepen voor de psychisch gestoorden, blauwe voor TBC-lijders en rode voor seropositieven. We eisten de sluiting van die hel, wat in 1993 eindelijk gebeurde.”

In datzelfde jaar noemde de New York Times Baxter “perhaps the city’s most accomplished not-for-profit entrepreneur”. Ze had toen Broadway Housing Communities opgestart, zes woonprojecten voor ex-daklozen in de buurt van de Armory in Washington Heights, toen een van de meest door drugs ontwrichte wijken van New York. Ellen liet zich niet intimideren. Haar woonprojecten hebben de reputatie veilig en net te zijn. In elk gebouw staat een team van sociale werkers ter beschikking om bewoners te helpen. Maar het zijn bewoners zelf die de receptie bemannen. Andere huurders doen kleine herstellingen, noteren klachten en lossen conflicten op. “Als je hier woont, moet je mede-verantwoordelijk zijn”, zegt Ellen, “anders begint de wet van de straat te heersen”.

Haar eerste project, The Heights, opende in 1986. Er wonen 55 mensen. Iedereen heeft zijn kamer. Op elke verdieping zijn er drie badkamers en een keuken. “Ik heb drie jaar moeten wachten op toestemming van de stad. Ze vreesden dat we een goedkoop hotel gingen uitbaten waar iedereen zijn gang zou kunnen gaan.”

In afwachting nam Baxter een initiatief dat later cruciaal bleek voor het succes van The Heights. Ze stelde een flat in Washington Heights beschikbaar als drop-in center. Daklozen konden er douchen, schone kleren en een maaltijd krijgen en hun spullen opbergen. Twee sociale werkers deden de permanentie. Ze hielpen hun dakloze bezoekers met het vinden van ontwenningscentra, dokters en scholing. De daklozen mochten het adres van de flat gebruiken om pensioen of sociale bijstand aan te vragen.

Baxters doorzettingsvermogen wierp vruchten af. Begin 1986 had ze de nodige 1.2 miljoen dollar verzameld om The Heights te kopen en in te richten. “Onze eerste bewoner was Jack Langford”, herinnert Baxter zich, “ons outreach team had hem gevonden op het einde van een subway-perron. Ze roken hem voor ze hem zagen. De stank van zijn gezwollen en ontstoken benen was zo erg dat hij het zelf niet kon harden. Hij bedekte zijn wonden met een plastiek zeil. We konden hem laten opnemen in een hospitaal. Hij bleef er twee maanden. In het begin sprak hij niet maar later bloeide hij open.”

Een andere bewoner van het eerste uur was Stella. “Ik zag haar voor het eerst in het toilet van een busstation waar ze aan het slapen was. Een klein mager vrouwtje, verslaafd aan heroine. Ze droeg kleurige kleren, opvallende juwelen en felle make-up. Ze was vriendelijk en gul. Ze bracht spulletjes mee die ze op straat vond, om aan medebewoners te geven. Als ze kwaad werd, vloekte ze als een zeeman. Ze probeerde van drugs af te blijven maar het was een voortdurende strijd. Ze bleef bij ons wonen tot ze stierf aan kanker. We waren er het hart van in. Ons tweede gebouw, in 1988 geopend, hebben we naar haar genoemd. De Stella.”

Ellen Baxter runt nu zeven flatgebouwen, bijgestaan door 80 medewerkers waaronder drie voltijdse advocaten. Ze geeft me een rondleiding en stelt me voor aan bewoners. Haar ogen stralen als we wandelen door de mooi ingerichte peuter- en kleuterschool van de Dorothy Day, een van de gebouwen. Een deel van de flats is er voorbehouden aan gezinnen met kinderen. Zowel de kinderen als het personeel zijn zichtbaar blij haar te zien. Hier krijgt ze een warme handdruk, daar een omhelzing en ginder een zoen. Ik voel me als in het gezelschap van de lievelingstante van een heel grote familie. “Ik woonde in een busstation”, vertelt een blinde vrouw terwijl ze de kop van haar labrador streelt, “ik weet niet wat er van mij zou geworden zijn zonder Ellen”. Een man van rond de veertig, een kunstschilder, zegt dat Ellen hem letterlijk van de straat raapte. “Ik was een vogel voor de kat”, zegt hij. “ Aan drugs en drank, eenzaam, denkend aan zelfmoord… dankzij haar leef ik nog.”

Het is een zonnige lentedag. We staan op het dak van Ellens zevende en nieuwste project, de Sugar Hill Apartments in de 155ste straat in Harlem. Ook hier is de helft van de flats voorbehouden aan psychiatrische patiënten, sommige met hun gezin. Er is een kinderdagverblijf en een kleuterschool voor 200 kinderen en een kindermuseum, het Sugar Hill Childrens’Museum of Art and Storytelling.

Het zicht is adembenemend. We zien de beide rivieren die Manhattan omarmen en in de verte, aan de andere kant van het eiland, het nieuwe World Trade Center. “Jij als Belgische”, vraagt Ellen met een schalkse blik, “ken je iets van duiven kweken?” Een klein beetje, zeg ik, mijn vader en grootvader waren duivemelkers. “Ik droom ervan om op dit dak een duivenhok te bouwen zoals ik er in Geel heb gezien. En om onze bewoners warm maken om voor de dieren te zorgen”.

De Sugar Hills Apartments (architect David Adjaye)

De Sugar Hills Apartments (architect David Adjaye)

Entry filed under: België, Samenleving, VS. Tags: , , .

TSJERNOBYL REVISITED NUIT DEBOUT: OPSTAND VAN DE JEUGD ZONDER TOEKOMST.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.204 andere volgers


%d bloggers op de volgende wijze: